Informatie voor professionals in voedsel en groen

Informatie voor professionals in voedsel en groen

  • externe gebruiker (Let opwarning)
  • Log in as
  • Over Groenekennis


    Groenekennis - Informatie voor professionals in voedsel en groen

    Groenekennis bevat artikelen uit vaktijdschriften, rapporten, video’s, presentaties, posters en websites op het gebied van landbouw, visserij, groene ruimte en voeding. Groenekennis wordt dagelijks bijgewerkt en bevat ongeveer 500.000 bronnen.

    Groenekennis is de globale view over diverse deelbestanden. Groenekennis is gevuld met alle informatie uit Groen Kennisnet, de Hydrotheek, Tuinpad, IB archief, ARTIK, bioKennis, Kennisbank Plantaardige bronnen, Kennisbank Zeldzame landbouwhuisdieren en afgesloten documentatiebestanden zoals Land Bodem Water en Consumenten- en huishoudstudies.

    Groen Kennisnet is een zeer belangrijk onderdeel van Groenekennis. De doelstelling van Groen Kennisnet is kennis delen op het gebied van Voedsel en Groen te bevorderen en te faciliteren voor een breed publiek.

    Bronnen in Groenekennis kunnen direct opgevraagd worden via een geavanceerde zoekmachine met een 'google-achtige' interface. Met filters kan ingezoomd worden op diverse aspecten, zoals Trefwoord, Collectie, Jaar en Auteur. Bovendien biedt Groenekennis gebruikers de mogelijkheid om via de E-mail geattendeerd te worden op aanvullingen in specifieke vakgebieden.
    De Tijdschriftenlijst biedt een overzicht van tijdschriften waaruit de artikelen voor Groenekennis worden geselecteerd. Door te klikken op een titel krijgt u alle artikelen uit dat tijdschrift in de Groenekennis database getoond.
    Zoeken op kaart biedt een geografische ingang op de beschikbare publicaties over de binnen dit bestand onderscheiden gebieden.

    Groenekennis is onderdeel van het bibliotheeksysteem van WUR. Praktijkgerichte publicaties en rapporten van WUR komen daardoor automatisch beschikbaar. Daarnaast wordt de database doorlopend gevuld met voor het groen onderwijs bruikbare bronnen en artikelen, video’s en websites. Het percentage online is de laatste jaren gegroeid tot tweederde van de totale aanwas per jaar. Dit percentage groeit nog steeds.

    Over
Record nummer 104325
Titel Gleygronden in het dekzandgebied van Salland
toon extra info.
M. Knibbe
Auteur(s) Knibbe, M.
Uitgever Wageningen : Pudoc
Jaar van uitgave 1969
Pagina's 159 p
Annotatie(s) Proefschrift Wageningen  toon alle annotatie(s)
Verslagen van bodemkundige onderzoekingen, 726, en als, Bodemkundige studies, 8
ocndeler
Ook verschenen als handelsuitgave
ISBN 902200211X
Tutor(s) Pons, Prof. Dr. Ir. L.J.
Promotiedatum 1969-11-14
Proefschrift nr. 454
Samenvatting door auteur toon abstract

De in deze studie behandelde gleygronden zijn gevormd in dekzand en bestaan gewoonlijk uit een roestige, humeuze bovengrond, die rust op een roestige, humusarme ondergrond. Zij werden vroeger beekafzettingen, beekbezinkingsgronden en elzengronden genoemd. Thans worden de meeste als Zwarte Beekeerdgronden geclassificeerd.

Gleygronden beslaan ongeveer 8 % van Nederland en tot 25 % van de dekzandgebieden. Zij komen voor in smalle beekdalen of in bredere vlakke laagten, die enkele decimeters tot ten hoogste enkele meters lager liggen dan de humuspodzolgronden in de naaste omgeving. Het verspreidingspatroon hangt nauw samen met het natuurlijke afwateringsstelsel.

De gleygronden hebben overwegend grondwatertrap III, d.w.z. dat de gemiddelde hoogste grondwaterstand tussen 0 en 40 cm en de gemiddelde laagste grondwaterstand tussen 80 en 120 cm - mv. ligt. De standen zijn tijdens het groeiseizoen soms te hoog voor een goede exploitatie van het grasland. Er zijn plannen in uitvoering om de waterhuishouding in Salland te verbeteren.

De grondwaterstanden in de humuspodzolgronden zijn meestal hoger (gemeten t.o.v. NAP) dan in de gleygronden. Blijkens een onderzoek met behulp van piëzometers hangt dit samen met een vertraagde neerwaartse grondwaterstroming in de humuspodzolgronden en met een enigermate ontbreken van verticale bewegingen van het grondwater in de gleygronden. Dit is één van de redenen dat in humuspodzolgronden podzolering kon optreden en dat daarentegen in gleygronden de uitspoeling van diverse stoffen beperkt is gebleven. In sommige gevallen vond zelfs verrijking, bijv. in de vorm van ijzeroer en moeraskalk, plaats.

Door de hoge grondwaterstanden en het betrekkelijk goede vochthoudende vermogen, kan grasland op de gleygronden een langdurige droogte tamelijk goed verdragen.

De ondergrond van de gleygronden in Salland bestaat uit dikke lagen fluviatiele zanden en grinden uit de Würm- en Risstijd. Vanaf 1 à 2 meter diepte tot aan het maaiveld komen dekzanden voor, die grotendeels door uitwaaiing uit de onderliggende fluviatiele zanden zijn ontstaan. Het zand behoort voornamelijk tot het Oude dekzand; Jong dekzand vindt men niet of weinig in de gleygronden.

De natuurlijke vegetatie tijdens het Holoceen op de gleygronden wordt sterk bepaald door de els. De goede eigenschappen van het elzenstrooisel hebben belangrijk bijgedragen tot het gunstige karakter van de thans aanwezige organische stof in de gleygronden. Het bodemgebruik is nu vrijwel uitsluitend grasland. De beweiding is er waarschijnlijk de voornaamste oorzaak van dat de in dit geval tamelijk instabiele humusvormen mull en moder, plaats hebben moeten maken voor Anmoor.

Uitgaande van oorspronkelijk kalkrijk dekzand, waren kalkgehalte, pH en basenverzadiging aanvankelijk tamelijk hoog. Er worden thans, als gevolg van uitspoeling, vrij lage waarden gevonden, die evenwel toch nog hoger zijn dan die in de humuspodzolgronden. Bemesting, vooral bekalking, heeft weer tot enige verhoging geleid.

In de gleygronden en in de humuspodzolgronden heeft verwering van zware mineralen plaatsgehad. Deze verwering is in de gleygronden vrijwel nihil in de ondergrond en matig in de bovengrond; in de humuspodzolgronden matig in de ondergrond en sterk in de bovengrond. De lutumfractie in de gleygronden bestaat gedeeltelijk uit ijzer- en voor de rest uit kleimineralen. De laatste zijn, behalve van fluviatiele en colluviale oorsprong, vrij zeker gedeeltelijk van plaatselijke nieuwvorming afkomstig.

De gleyverschijnselen in gleygronden hangen samen met het gedrag van ijzerverbindingen. De roest staat in verband met driewaardige verbindingen, waarvan in de regel 0,2 tot 0,5% Fe 2 O 3 oplosbaar in 10% HCl voorkomt. De grijze kleuren, waarvan meestal ten onrechte wordt aangenomen dat ze de aanwezigheid van ferroverbindingen aangeven, zijn vrij zeker vooral de eigen kleuren van de kwartskorrels, die zichtbaar worden door het ontbreken van driewaardige verbindingen.

Het ontstaan van gleyverschijnselen wordt gesplitst in mobilisatie, transport en neerslag van ijzerverbindingen. De mobilisatie wordt vooral door organische stoffen en een slechte zuurstofvoorziening, bijv. als gevolg van hoge grondwaterstanden, veroorzaakt. De aard van de waterbeweging, zowel de diepe grondwaterstroming van de humuspodzolgronden naar de gleygronden als bijv. de op plantewortels gerichte stroming, is bepalend voor het transport. De neerslag der ijzerverbindingen staat waarschijnlijk, behalve met een toegenomen aëratie, in verband met de aanwezigheid van kleimineralen en van eerder gevormde sesquioxyden. De meting van de redox-potentiaal, bijv. in en onder de humeuze bovengrond, in structuurelementen en bij wortels, is belangrijk voor het verklaren van het ontstaan van gleyverschijnselen.

Het ontstaan van ijzerconcentraties in de bodem, bijv. in de vorm van ijzeroer, vivianiet en sideriet, wordt o.a. verklaard uit de aanvoer van ijzerverbindingen door het diepe grondwater. Langs de kleine rivieren is veel ijzeroer afkomstig van overstromingswater.

Een deel van de gleyverschijnselen in Salland, waaronder veel roest in en dicht onder de humeuze bovengrond, is waarschijnlijk fossiel. Deze zijn ontstaan bij hogere grondwaterstanden. De reductieverschijnselen passen zich snel aan bij gewijzigde hydrologische omstandigheden en zijn daarom overwegend actueel.

Het in de Duitse bodemkunde ontwikkelde begrip pseudogley is nauwelijks van toepassing op de gleygronden in Salland. Het wordt betwijfeld of de opvatting over de hydrologische voorwaarde voor het ontstaan van pseudogley, nl. de aanwezigheid van een tijdelijke grondwaterspiegel, voldoende gefundeerd is. Waarschijnlijk gaat het hier om gronden die in een zeker stadium van degradatie verkeren.

Uit een vergelijking van de bodemvorming in gleygronden met die in humuspodzolgronden volgt, dat de grondwaterbeweging de primaire oorzaak is van de huidige verschillen tussen beide gronden. Samenhangend hiermee is een verschil in de aard van de vegetatie opgetreden, dat ook heeft bijgedragen tot de bodemkundige verschillen.

Online full textINTERNET
Op papier FORUM ; STACKS ; NN08202,454
FORUM ; STACKS ; NN31827,08
FORUM ; STACKS ; NN08200,454
Trefwoorden (cab) gleybodems / pseudogleys / pseudogleyed soils / paleosols / bodemtypen / horizonten / salland / overijssel
Rubrieken Bodemclassificatie
Publicatie type Proefschrift
Taal Nederlands
Reacties
Er zijn nog geen reacties. U kunt de eerste schrijven!
Schrijf een reactie
 

To support researchers to publish their research Open Access, deals have been negotiated with various publishers. Depending on the deal, a discount is provided for the author on the Article Processing Charges that need to be paid by the author to publish an article Open Access. A discount of 100% means that (after approval) the author does not have to pay Article Processing Charges.

For the approval of an Open Access deal for an article, the corresponding author of this article must be affiliated with Wageningen University & Research.

U moet eerst inloggen om gebruik te maken van deze service. Login als Wageningen University & Research user of guest user rechtsboven op deze pagina.