Staff Publications

Staff Publications

  • external user (warningwarning)
  • Log in as
  • language uk
  • About

    'Staff publications' is the digital repository of Wageningen University & Research

    'Staff publications' contains references to publications authored by Wageningen University staff from 1976 onward.

    Publications authored by the staff of the Research Institutes are available from 1995 onwards.

    Full text documents are added when available. The database is updated daily and currently holds about 240,000 items, of which 72,000 in open access.

    We have a manual that explains all the features 

Record number 403343
Title Eko vreest voor zijn positie
Author(s) Vré, Kees de; Ingenbleek, P.T.M.
Source Trouw (2010).
Department(s) Marketing and Consumer Behaviour
WASS
Publication type Article in journal aimed at the general public
Publication year 2010
Abstract SAMENVATTING Steeds meer gangbare bedrijven maken werk van duurzaamheid. Het brengt de echte biologische producten in de verdrukking. Veel consumenten vinden een beetje eko al goed genoeg. VOLLEDIGE TEKST: Steeds meer consumenten houden zich bezig met duurzame voeding, geraakt als ze zijn door bijna leeggeviste zeeën, op elkaar gepropte kippen en varkens en gesleep met eten over de hele wereld. Een kleine maar groeiende en zeer gemotiveerde groep is zelfs doende om een eigen moestuintje te beginnen. Anderen halen hun dagelijkse voeding steeds vaker bij een boer in de buurt of op een boerenmarkt. De meesten gaan echter nog steeds naar de supermarkt, maar letten daar meer dan voorheen op zaken als scharrelvlees, scharreleieren en regionaal geteelde groenten. Er zijn zelfs supermarkten waar alleen de scharrelvariant van vlees of eieren te koop is. Ook de industrie is meer en meer bezig haar toeleveranciers te sorteren op basis van duurzame werkwijzen. Natuurlijk zien deze bedrijven vooral commerciële kansen, maar die groengerande houding zet wel zoden aan de dijk richting duurzaamheid omdat het gaat om grote hoeveelheden. Jarenlang heeft er een gat bestaan tussen de kiloknaller enerzijds, gekenmerkt door veel voor weinig, en de biologische sector anderzijds, met aandacht voor kwaliteit en de harmonie tussen productieproces en omgeving. De toenemende aandacht voor milieu en dierenwelzijn vult dat gat inmiddels behoorlijk op. De consument heeft nu een uitgebreide keuze als het gaat om milieu- en diervriendelijke voeding. Daar komt nog een niet onbelangrijk kenmerk bij. Het grote tussensegment aan duurzame voedingsmiddelen is goedkoper dan levensmiddelen met het Eko-keurmerk. Ook blijkt uit steeds meer onderzoek dat biologisch niet te allen tijde synoniem is aan duurzaam. Een biologische kip bijvoorbeeld loopt vrij rond, verbrandt daardoor meer en eet daardoor meer dan haar gangbare zuster. Extra voer betekent extra bewerkingen en meer vervoer, want biologische maïs komt deels van ver. Wordt de biologische sector hierdoor weer in de marge gedrukt waar deze ooit begon of moeten we zelfs vrezen voor zijn voortbestaan? Martin Wiersema, voorzitter van de vakgroep biologische landbouw van boerenkoepel LTO, liet vorige maand op de Biovak-beurs in Zwolle weten er niet gerust op te zijn. ,,De kans bestaat dat de opkomst van het duurzame tussensegment de biologische producten verdringt'', aldus Wiersema, die zelf ook biologische boer is. ,,Het is echter niet alleen een bedreiging hoor'', zegt hij desgevraagd. ,,De consument schuift op richting duurzaamheid. Er is een kans dat die middengroep van lichtgroene gebruikers door het groeiende aanbod weer een stap verder gaat en uiteindelijk toch bij biologisch uitkomt." Het feit dat de biologische sector moet vrezen voor zijn positie is eigenlijk een compliment, vindt Paul Ingenbleek, onderzoeker bij het Landbouw-economisch instituut. ,,Dat grote bedrijven zich meer en meer gaan richten op duurzaamheid is mede de verdienste van de biologische sector. Maar het is zeker een bedreiging. De sector moet iets gaan doen, een duidelijke strategische beslissing nemen." Volgens Ingenbleek moeten ze zich blijven richten op hun doelgroep. ,,Het idee, deels door de politiek ingestoken, om in 2010 naar 10 procent marktaandeel te groeien heeft niet gewerkt. Zo'n 5 procent lijkt een natuurlijke grens. Daarmee blijft het een beperkte groep, maar die is wel lucratief. Het alternatief is de concurrentie aangaan met grote bedrijven." Die slag is bijna niet haalbaar. Ingenbleeks advies is regionaal te blijven en voortdurend te innoveren. ,,Dat is toch de kracht van de Eko-sector. Die is het geweten van de voedingsbranche en vervult daarmee een voorbeeldfunctie. Hun kennis van milieuvriendelijkheid is de top. Blijf die kennis vermeerderen, zorg dat je de duurzaamste partij blijft, maar aarzel niet om dat uit te venten aan het tussensegment, door bij voorbeeld biologische ingrediënten te verkopen aan bedrijven die willen verduurzamen. Er zijn vele kansen. Kijk eens naar bedrijven als Unilever. Die zijn doende om concernbreed te verduurzamen. Dat levert ook kansen op voor de biologische sector. Tel uit je winst." Udo Prins, onderzoeker bij het Louis Bolk Instituut voor biologische landbouw en voeding, voorziet een wedergeboorte van de biologische sector. ,,Je ziet een verwatering optreden bij vooral de nieuwe instromers. Dat zijn bedrijven die kiezen voor biologisch vanwege de mogelijkheden om geld te verdienen. Economische vluchtelingen zeg maar. Die zetten in op grootschalige productie en voldoen net aan de biologische normen, maar niet veel meer. Dat kun je zien als een bedreiging doordat het gat met de duurzame, gangbare landbouw kleiner wordt. Toch blijft het winst omdat de hele agrarische sector richting duurzaam opschuift. Voor de biologische sector wordt het echter tijd om weer een volgende stap voorwaarts te maken. Zo ontstaat bio-plus." Prins ziet aan de randen van de IJsselmeerpolders, die grote hoeveelheden voor de wereldmarkt produceren, een regionaal gebonden voedselsector ontstaan met een meer slow-food-inslag. Het zijn boeren die naast de voeding met een verhaal tevens andere diensten aanbieden als een aantrekkelijk landschap, natuurontwikkeling en recreatie. ,,Dat is bij uitstek geschikt voor innoverende biologische boeren. Dat geeft echt kansen, want een groep consumenten en topkoks gaan daarvoor. Consumenten worden almaar kritischer en prikken met behulp van organisaties als Wakker Dier de verhalen door van bedrijven die mooie sier maken met duurzaamheid maar echt aan de rand opereren." Een afscheiding van bio-plus ziet Prins nog niet. ,,Voorlopig zijn de pogingen gericht op het binnenboord houden van bio-minimaal-bedrijven. De komende jaren moeten dat duidelijk maken. Als de bio-minimaal-bedrijven niet verder willen - daarbij gesteund door het ministerie van landbouw want die vindt bio-minimaal wel genoeg - dan gaat bio-plus zijn eigen weg." Biologica is de belangenbehartiger van de biologische sector. Directeur Peter Jens voorziet geen afscheiding. ,,Veel bedrijven maken serieus werk van duurzaamheid. Er is veel interessants gaande. Het is weliswaar niet biologisch, maar we moeten dat wel belonen. Het goede moet niet in de weg staan van het betere. Aan de andere kant kent onze sector ook boeren die zich houden aan de regels van het Eko-keurmerk, maar niet verder willen dan dat. Die moet je niet lastig vallen met discussies over CO2 of minder vlees eten. Wat ik dus zie is dat we minder onderscheidend zouden kunnen worden. Daar moet je wat aan doen, maar Eko stond ook niet in één keer. Met vallen en opstaan hebben we onze weg gevonden. Dat blijft zo. De groeiende onderstroom van mensen die vat willen krijgen op de voedselvoorziening staat er garant voor dat de biologische sector blijft bestaan."
Comments
There are no comments yet. You can post the first one!
Post a comment
 
Please log in to use this service. Login as Wageningen University & Research user or guest user in upper right hand corner of this page.