Staff Publications

Staff Publications

  • external user (warningwarning)
  • Log in as
  • language uk
  • About

    'Staff publications' is the digital repository of Wageningen University & Research

    'Staff publications' contains references to publications authored by Wageningen University staff from 1976 onward.

    Publications authored by the staff of the Research Institutes are available from 1995 onwards.

    Full text documents are added when available. The database is updated daily and currently holds about 240,000 items, of which 72,000 in open access.

    We have a manual that explains all the features 

Record number 501211
Title Onderaan in de klassenmaatschappij
Author(s) Cruijningen, Piet van
Source Onderaan in de klassenmaatschappij, Vee en Gewas, 19 december 2015, ‘s-Heerenberg, 2015-12-19
Department(s) WASS
Rural and Environmental History
Publication type Media appearance
Publication year 2015
Abstract

Slecht opgeleid, slecht betaald, geïsoleerd wonend en werkend, het leven van de landarbeider was eeuwenlang bepaald geen pretje. Weinig of geen waardering voor hun werk en de afstand tot de boer was meestal groot, weet de Wageningse historicus Piet van Cruijningen. „Ik ken een foto waarop vier landarbeiders een pijpje roken. Want een sigaar was aan de boer voorbehouden.”

Er is maar weinig bekend over de geschiedenis van de boerenknecht of landarbeider. Er is een aantal, meestal lokale of regionale publicaties, maar daar blijft het bij. „Het leven van landarbeiders was behoorlijk anoniem. Bij boeren kun je veel historisch materiaal terugvinden, pacht- en koopcontracten, boekhoudingen, noem maar op. Bij landarbeiders heb je eigenlijk alleen gegevens uit bijvoorbeeld volkstellingen”, zegt de Wageningse historicus (en zelf een Zeeuwse boerenzoon) Piet van Cruijningen.

Aan de top van Europa
Alleen in grote lijnen is de geschiedenis van de landarbeider bekend. „Die begon zo in de late Middeleeuwen. Voor die tijd was elk boerenbedrijf een echt familiebedrijf. Na het jaar 1500 werden ze groter. Vooral de akkerbouwbedrijven in kleigebieden als het Gelderse Rivierengebied, Zeeland en Groningen hadden extra mensen nodig. Bekend is dat een Groningse boer in de zomer zo’n 30 tot 40 mensen nodig had. En in de winter ook nog altijd 5 of 6. Je kunt zeggen dat juist die grote groep landarbeiders het mogelijk heeft gemaakt dat Zeeuwse, Groningse en Gelderse akkerbouwers rond 1800 aan de top van Europa stonden.”

Na de Tweede Wereldoorlog ging het bergafwaarts. De Amerikaanse Marshallhulp maakte mechanisatie in de landbouw mogelijk en de trekker verving het paard. Vanaf 1950 kwamen er minder landarbeiders. „Mijn opa bijvoorbeeld had begin jaren zestig op zijn Zeeuwse boerderij nog drie medewerkers. Mijn vader daarna nog twee, waarvan de laatste in 1976 vertrok.”

Over de vraag hoe slecht deze groep werd behandeld en betaald, daarover verschillen de meningen onder historici. „In enkele publicaties lees je over uitbuiting en dergelijke. Ik denk persoonlijk dat je goede en slechte boeren had, maar dat zeker niet elke landarbeider structureel werd uitgebuit. Het was natuurlijk wel ongeschoold werk. Landarbeiders stonden helemaal onderaan in de klassenmaatschappij van die tijd. Ze hadden ook nauwelijks kansen om hogerop te komen. Zelfs bij de uitreiking van land in de nieuwe IJsselmeerpolders kwamen ze niet in aanmerking door gebrek aan opleiding en aan kapitaal.

Comments
There are no comments yet. You can post the first one!
Post a comment
 
Please log in to use this service. Login as Wageningen University & Research user or guest user in upper right hand corner of this page.