Staff Publications

Staff Publications

  • external user (warningwarning)
  • Log in as
  • language uk
  • About

    'Staff publications' is the digital repository of Wageningen University & Research

    'Staff publications' contains references to publications authored by Wageningen University staff from 1976 onward.

    Publications authored by the staff of the Research Institutes are available from 1995 onwards.

    Full text documents are added when available. The database is updated daily and currently holds about 240,000 items, of which 72,000 in open access.

    We have a manual that explains all the features 

Record number 528518
Title Kelmond-Beekerveld (gemeente Beek); erosieonderzoek in het kader van het TOPsites project
Author(s) Huisman, D.J.; Kort, J.W. de; Derickx, W.; Heiden, M. van der; Egmond, Fenny van; Reimann, T.; Schoorl, J.M.; Soest, M. van; Wallinga, J.
Source Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed - ISBN 9789057992742 - 92 p.
Department(s) ISRIC - World Soil Information
Alterra - Soil, water and land use
Soil Geography and Landscape
PE&RC
Publication type Scientific report
Publication year 2017
Abstract Nivellering en erosie zijn een algemeen bekend
probleem voor geaccidenteerde terreinen
waarop akkerbouw plaatsvindt. Grond zonder
vegetatie is gevoelig voor erosie, terwijl ploegen
zorgt voor vervlakking en nivellering van reliëfverschillen.
Verschillende tests zijn gedaan, met
name in het buitenland, om de snelheid van
deze nivellering en erosie te karakteriseren.
De resultaten zijn echter niet eenduidig, mede
omdat verschillende tijdschalen worden
gebruikt.
Om beter grip te krijgen op de snelheid van
erosie en nivellering op archeologische vindplaatsen
als gevolg van akkerbouw zijn vijf
locaties uitgezocht. Met opzet is gekozen voor
locaties waarvan de verwachting is dat erosie/
nivellering sterk is, zodat ze kunnen worden
gezien als worst-case scenario. Binnen die groep
is gekozen voor vindplaatsen waar eerder
relevante gegevens zijn verzameld over
degradatie en conservering. Twee (Beek-
Kelmond en Meerssen – Onderste Herkenberg)
liggen in het Limburgse lössgebied; drie andere
(Schouwen, Grote Houw en Tjessens) zijn
terpen/wierden. Op deze locaties worden
verschillende technieken ingezet om erosie en
nivellering door de tijd in kaart te brengen.
Uit het onderzoek op de vroegneolitische
(Lineaire Bandkeramiek) vindplaats Kelmond-
Beekerveld blijkt dat er aanwijzingen zijn voor
van significante erosie, met name op het steilste
deel van de helling. Hoewel het meeste
colluvium op zijn laatst gevormd is tijdens de
late middeleeuwen, zijn er duidelijke aanwijzingen
dat erosie actief was in de afgelopen
decennia, en op dit moment ook nog plaatsvindt.
De snelheid waarop de erosie plaatsvindt is
aanzienlijk; in de afgelopen 50 jaar is enkele
decimeters aan grond verdwenen van de site,
met name rond de hellingknik. De oudere
datering van het colluvium en de aanwezigheid
van een grote concentratie sporen op het steilste
deel van de helling zijn aanwijzingen dat deze
erosie komt na een langere periode van landschappelijke
stabiliteit.
De vergelijking van de maaiveldhoogtes uit
verschillende jaren en de variaties daarin (met
name de vergelijking tussen de twee generaties
van het Actueel Hoogtebestand Nederland)
duiden op erosie, maar deze resultaten op zich
zijn niet overtuigend. De combinatie van 137Cs en
239+240Pu metingen enerzijds en OSL metingen
anderzijds geven wel uitkomsten die geschikt
zijn voor het identificeren en kwantificeren van
erosie en colluviatie.
Veel van de hier geteste methoden bleken niet
geschikt om de erosiesnelheden te meten. In de
meeste gevallen waren ze te onnauwkeurig
(bijvoorbeeld 137Cs oppervlaktekartering), waren
de effecten te onduidelijk (AHN/LIDAR
verschillen) of waren er oncontroleerbare
variaties in de gehaltes van bepaalde tracers.
De tracers 137Cs en 239+240Pu gaven als enige wel
waardes waaraan recente erosie kon worden
afgelezen. De schatting van de snelheden is
gebaseerd op een aantal aannames, waardoor
de schattingen vooral als indicatie moeten
worden gezien. Nader onderzoek naar het
gebruik van deze isotopencombinatie zou de
betrouwbaarheid van de schatting kunnen
verbeteren.
OSL bleek vooral geschikt om erosie en depositie
op tijdschalen van (tientallen) eeuwen te
bepalen. Het is daarmee een goede ondersteunende
techniek – in combinatie met tracers – om
de landschappelijke ontwikkeling en erosiegevoeligheid
van een vindplaats te onderzoeken.
Voor toekomstig onderzoek, waarbij het
schatten van mate van erosie van belang is, is
het aan te raden om een combinatie van 137Cs en
239+240Pu als tracers en OSL als ondersteuning en
landschapsontwikkeling toe te passen. Een extra
voordeel van deze combinatie is dat ze ook een
indicatie kunnen geven van de mate van bioturbatie
op een vindplaats en de timing ervan.
Ten aanzien van het monument zelf kunnen een
aantal aanbevelingen worden gedaan. Uit het
onderzoek blijkt dat er sprake is van stevige
erosie op delen van het terrein. Omdat veel van
de sporen direct onder de bouwvoor liggen, is de
vindplaats zeer kwetsbaar. Eenmaal dieper
ploegen dan de bouwvoor brengt schade en
informatieverlies met zich mee. Een gebruik van
het monument als grasland verdient daarom de
voorkeur.
Comments
There are no comments yet. You can post the first one!
Post a comment
 
Please log in to use this service. Login as Wageningen University & Research user or guest user in upper right hand corner of this page.