Staff Publications

  • external user (warningwarning)
  • Log in as
  • language uk
Record number 534494
Title Benthische Indicator Soorten Index (BISI)
Author(s) Wijnhoven, Sander; Bos, O.G.
Source Heinkenszand : Ecoauthor (Report Series / Ecoauthor 2017-02) - 67 p.
Department(s) Alterra - Vegetation, forest and landscape ecology
IMARES Onderzoeksformatie
Publication type Research report
Publication year 2017
Abstract In deze rapportage wordt in de hoofdtekst het proces van ontwikkeling, de methodiek en de toepassing van de Benthische Indicator Soorten Index (BISI) gepresenteerd als nationale benthosindicator voor de Nederlandse Noordzee. In de bijlage is een Engelstalig protocol opgenomen, met het oog op eventuele toepassing door andere landen. De nationale benthosindicator BISI is gedurende 2016-2017 ontwikkeld voor de evaluatie van de habitatkwaliteit, bodemintegriteit en het ecologisch functioneren van de bodemfauna voor de
Kaderrichtlijn Mariene Strategie (KRM). Hierbij wordt gebruik gemaakt van het KRM benthosmonitoringprogramma. Ook evaluaties van de effectiviteit van visserijmaatregelen in gebieden met bijzondere ecologische waarden (ASEVs) kunnen met de BISI worden uitgevoerd. Daarnaast is de methodiek uitgewerkt om toe te leveren aan kwaliteitsbeoordelingen in het kader van rapportages
over de Habitatrichtlijn-habitattypen aan de Europese Commissie en evaluaties van de instandhoudingsdoelstellingen van mariene habitattypen in Natura 2000-beheerplannen. Deze rapportage beschrijft het proces van totstandkoming, de gemaakte keuzes, en presenteert de methodiek in een Engelstalig protocol. Daarnaast wordt de toepassing toegelicht en wordt een Excel bestand bijgeleverd waarin de methodiek voor de diverse evaluaties dusdanig is uitgewerkt zodat invulling van de gevraagde observaties in de spreadsheet voor te evalueren jaren BISI waarden en de eerste testresultaten oplevert.
Met de BISI-indicator wordt het voorkomen (ruimtelijke trefkans) en/of dichtheden (n/m2) van een selectie indicatorsoorten op een bepaald moment met een referentietoestand vergeleken De referentie en de indicatorsoortenlijst zijn gebied specifiek. De methode bestaat uit het berekenen van een (meetkundig) gemiddelde van de gewogen log-getransformeerde observatie-referentie ratio’s, waarvoor het resultaat wordt terug-getransformeerd. Bij het statistisch testen van potentiële verschillen wordt rekening gehouden met de varianties zoals aanwezig in de observatiedata. De referentiewaarde is per definitie 1. Per indicatorsoort kan de referentie tot 100 keer worden
overschreden dan wel onderdoken. Indien waarnemingen minder dan 0,01 keer of meer dan 100 keer de referentie betreffen wordt respectievelijk de waarde van 0,01 keer de referentie of 100 keer de referentie overgenomen om te kunnen omgaan met 0-waarden en te voorkomen dat individuele zeer zeldzame en/of zeer talrijke indicatorsoorten de beoordeling gaan domineren. Met de BISI- wordt op basis van een set indicatorsoorten een indexwaarde voor de algemene kwaliteitstoestand van een gebied berekend. Tevens worden met de indicator specifieke BISI-waarden op basis van een subset van indicatorsoorten voor het duiden van de mogelijke oorzaken en de gevolgen van waargenomen veranderingen in de kwaliteitstoestand van het benthos berekend.
Habitatkwaliteit van landelijke Habitatrichtlijn Annex 1-habitattypen: H1170 (Riffen), en H1110 (Permanent overstroomde zandbanken, opgesplitst in H1110b - Noordzee kustzone, en H1110c - Doggersbank). Habitatkwaliteit van EUNIS-ecotopen op classificatieniveau 3: Diep grof sediment -, Diep zandig -, Diep slibrijk -, Ondiep tot matig diep grof sediment -, Ondiep tot matig diep zandig -, en Ondiep tot matig diep slibrijk habitat. Effect van visserijmaatregelen in Natura2000/KRM-gebieden: vergelijking van gesloten gebieden met open gebieden. De methodiek sluit aan en is afgestemd op het huidige (en in de nabije toekomst te verwachten) KRM benthos-monitoringsprogramma. Dit programma bestaat uit de bemonstering met een boxcorer, bodemschaaf (in kustgebieden soms met zuigkor of Van Veen hap) en op de Klaverbank voornamelijk Hamon-hap monsters en videotransect inventarisaties. Hierbij is het van belang of monsterlocaties initieel random over een gebied zijn toebedeeld (en dus een min of meer representatief beeld van de totaaltoestand geven) of (random) gestratificeerd zijn toebedeeld en dan specifiek zijn bedoeld voor de evaluatie van het betreffende gebied of habitat (vooral ingezet voor de
beoordeling van de effecten van maatregelen).
Comments
There are no comments yet. You can post the first one!
Post a comment
 
Please log in to use this service. Login as Wageningen University & Research user or guest user in upper right hand corner of this page.