Staff Publications

Staff Publications

  • external user (warningwarning)
  • Log in as
  • language uk
  • About

    'Staff publications' is the digital repository of Wageningen University & Research

    'Staff publications' contains references to publications authored by Wageningen University staff from 1976 onward.

    Publications authored by the staff of the Research Institutes are available from 1995 onwards.

    Full text documents are added when available. The database is updated daily and currently holds about 240,000 items, of which 72,000 in open access.

    We have a manual that explains all the features 

Records 1 - 20 / 51

  • help
  • print

    Print search results

  • export

    Export search results

  • alert
    We will mail you new results for this query: metisnummer==1018689
Check title to add to marked list
Designing agricultural landscapes for natural pest control
Steingrover, E.G. ; Geertsema, W. ; Wingerden, W.K.R.E. van - \ 2010
Landscape Ecology 25 (2010). - ISSN 0921-2973 - p. 825 - 838.
beneficial insects - biological-control - spatial scales - field - coleoptera - diversity - habitats - context - enemies - nectar
The green–blue network of semi-natural non-crop landscape elements in agricultural landscapes has the potential to enhance natural pest control by providing various resources for the survival of beneficial insects that suppress crop pests. A study was done in the Hoeksche Waard to explore how generic scientific knowledge about the relationship between the spatial structure of the green–blue network and enhancement of natural pest control can be applied by stakeholders. The Hoeksche Waard is an agricultural area in the Netherlands, characterized by arable fields and an extensive network of dikes, creeks, ditches and field margins. Together with stakeholders from the area the research team developed spatial norms and design rules for the design of a green–blue network that supports natural pest control. The stakeholders represented different interests in the area: farmers, nature and landscape conservationists, water managers, and local and regional politicians. Knowledge about the spatial relationship among beneficial insects, pests and landscape structure is incomplete. We conclude that to apply scientific knowledge about natural pest control and the role of green–blue networks to stakeholders so that they can apply it in landscape change, knowledge transfer has to be transparent, area specific, understandable, practical and incorporate local knowledge.
Praktische teeltkennis paprika in een semigesloten kas 2008 : resultaten bij het Improvement Centre
Gelder, A. de; Driever, S.M. ; Wingerden, W.K.R.E. van; Nieboer, S. - \ 2009
Bleiswijk : Wageningen UR Glastuinbouw (Rapport / Wageningen UR Glastuinbouw 293) - 38
capsicum - capsicum annuum - teelt onder bescherming - teelt - gewasproductie - semi-gesloten kassen - glastuinbouw - protected cultivation - cultivation - crop production - semi-closed greenhouses - greenhouse horticulture
In een afdeling van het Improvement Centre is in 2008 een proef met Paprika uitgevoerd waarbij voor de conditionering van het kasklimaat koele lucht boven het gewas kon worden geblazen. De warmtewisselaars – beschikbaar gesteld en geïnstalleerd door Wilk van der Sande- zijn dicht bij de bodem gemonteerd onder de kasgoot en de lucht wordt door verticale buizen boven het gewas in de kas geblazen, de koeling kon maximaal 400 W/m2 aan warmte uit de kas halen. De beheersing van de temperatuur resulteerde in minder opening van de luchtramen en een CO2 concentratie van gemiddeld iets meer dan 800 ppm, (minimaal 700 en maximaal 1000). Boven de 700 W/m2 instraling werd het scherm gesloten. Geteeld is de cultivar Spider met zaaidatum 1 november en plantdatum 21 december 2007. Als substraat is Maximum kokos gebruikt. In de teelt is bewust gewerkt aan beheersing van de plantbelasting door te snoeien of groen te oogsten als de plantbelasting te hoog werd voor de verwachte lichthoeveelheid in de volgende periode Deze strategie heeft positief gewerkt. De combinatie van conditionering van het kasklimaat en sturing van de plantbelasting heeft geresulteerd in een productie van 30.2 kg rode paprika en 3.3 kg groene en 1,4 kg klasse II. Het gemiddelde vruchtgewicht over de gehele teeltperiode was 183 gram. De grofheid van de vruchten was goed, alleen in de zomer daalde het vruchtgewicht oiv. hoge plantbelasting. Zetting ging in het algemeen spontaan. Wel zagen we dat vruchten die aanvankelijk leken te aborteren, bij voldoende aanbod van assimilaten weer uitgroeiden. Hierdoor kwam ook het lagere vruchtgewicht in de zomer. Bij koeling van bovenaf bleek een voldoende sterke en horizontaal gerichte luchtstroming van de koele lucht nodig te zijn om deze goed over de gehele kas te verdelen. De koele lucht moet goed kunnen mengen met de warme kaslucht om geen ongewenste neerwaartse beweging van koele lucht te krijgen. Tijdens de proef zijn daarom de uitblaas monden boven in de kas aangepast. Na de aanpassing was de temperatuur verdeling in de kas homogener. De productie is nagerekend m.b.v. modellen. Uit die berekeningen komt dat de productie in de eerste helft van de teelt lager is dan het model verwacht en in de tweede helft van de teelt juist hoger is. De periode van verhoogde productie komt overeen met de aanpassingen die zijn gedaan om de verdeling van de koele lucht te verbeteren. De proef heeft laten zien dat een meerproductie door conditionering en bewuste sturing van de plantbelasting te realiseren is in Paprika. Duidelijk is dat de voordelen van een hogere CO2 concentratie in de periode met veel licht pas in de tweede helft van de teelt een productie voordeel oplevert. In de periode maart-half mei zal bij Paprika in een geconditioneerde teelt nog geen productie voordeel zijn te halen
Prediction uncertainty of environmental change effects on temperate European biodiversity
Dormann, C. ; Schweiger, O. ; Arens, P.F.P. ; Augenstein, I. ; Aviron, S. ; Bailey, D. ; Baudry, J. ; Billeter, R. ; Bugter, R.J.F. ; Bukacek, R. ; Burel, F. ; Cerny, M. ; Cock, R. de; Blust, G. de; DeFilippi, R. ; Diekotter, T. ; Dirksen, J. ; Durka, W. ; Edwards, P.J. ; Frenzel, M. ; Hamersky, R. ; Hendrickx, F. ; Herzog, F. ; Klotz, S. ; Koolstra, B.J.H. ; Lausch, A. ; Coeur, D. Le; Liira, J. ; Maelfait, J.P. ; Opdam, P. ; Roubalova, M. ; Schermann, A. ; Schermann, N. ; Schmidt, T. ; Smulders, M.J.M. ; Speelmans, M. ; Simova, P. ; Verboom, J. ; Wingerden, W.K.R.E. van; Zobel, M. - \ 2008
Ecology Letters 11 (2008)3. - ISSN 1461-023X - p. 235 - 244.
land-use intensity - climate-change - species richness - agricultural landscapes - extinction risk - cover data - models - distributions - communities - envelope
Observed patterns of species richness at landscape scale (gamma diversity) cannot always be attributed to a specific set of explanatory variables, but rather different alternative explanatory statistical models of similar quality may exist. Therefore predictions of the effects of environmental change (such as in climate or land cover) on biodiversity may differ considerably, depending on the chosen set of explanatory variables. Here we use multimodel prediction to evaluate effects of climate, land-use intensity and landscape structure on species richness in each of seven groups of organisms (plants, birds, spiders, wild bees, ground beetles, true bugs and hoverflies) in temperate Europe. We contrast this approach with traditional best-model predictions, which we show, using cross-validation, to have inferior prediction accuracy. Multimodel inference changed the importance of some environmental variables in comparison with the best model, and accordingly gave deviating predictions for environmental change effects. Overall, prediction uncertainty for the multimodel approach was only slightly higher than that of the best model, and absolute changes in predicted species richness were also comparable. Richness predictions varied generally more for the impact of climate change than for land-use change at the coarse scale of our study. Overall, our study indicates that the uncertainty introduced to environmental change predictions through uncertainty in model selection both qualitatively and quantitatively affects species richness projections.
Indicators for biodiversity in agricultural landscapes: a pan-European study
Billeter, R. ; Liira, J. ; Bailey, D. ; Bugter, R.J.F. ; Arens, P.F.P. ; Augenstein, I. ; Aviron, S. ; Baudry, J. ; Bukacek, R. ; Burel, F. ; Cerny, M. ; Blust, G. de; Cock, R. de; Diekotter, T. ; Dietz, H. ; Dirksen, J. ; Dormann, C. ; Durka, W. ; Frenzel, M. ; Hamersky, R. ; Hendrickx, F. ; Herzog, F. ; Klotz, S. ; Koolstra, B.J.H. ; Lausch, A. ; Coeur, D. Le; Maelfait, J.P. ; Opdam, P. ; Roubalova, M. ; Schermann, A. ; Schermann, N. ; Schmidt, T. ; Schweiger, O. ; Smulders, M.J.M. ; Speelmans, M. ; Simova, P. ; Verboom, J. ; Wingerden, W.K.R.E. van; Zobel, M. ; Edwards, P.J. - \ 2008
Journal of Applied Ecology 45 (2008)1. - ISSN 0021-8901 - p. 141 - 150.
agri-environment schemes - species-richness - land-use - boundary vegetation - ecosystem service - plant diversity - conservation - communities - birds - scale
1. In many European agricultural landscapes, species richness is declining considerably. Studies performed at a very large spatial scale are helpful in understanding the reasons for this decline and as a basis for guiding policy. In a unique, large-scale study of 25 agricultural landscapes in seven European countries, we investigated relationships between species richness in several taxa, and the links between biodiversity and landscape structure and management. 2. We estimated the total species richness of vascular plants, birds and five arthropod groups in each 16-km2 landscape, and recorded various measures of both landscape structure and intensity of agricultural land use. We studied correlations between taxonomic groups and the effects of landscape and land-use parameters on the number of species in different taxonomic groups. Our statistical approach also accounted for regional variation in species richness unrelated to landscape or land-use factors. 3. The results reveal strong geographical trends in species richness in all taxonomic groups. No single species group emerged as a good predictor of all other species groups. Species richness of all groups increased with the area of semi-natural habitats in the landscape. Species richness of birds and vascular plants was negatively associated with fertilizer use. 4. Synthesis and applications. We conclude that indicator taxa are unlikely to provide an effective means of predicting biodiversity at a large spatial scale, especially where there is large biogeographical variation in species richness. However, a small list of landscape and land-use parameters can be used in agricultural landscapes to infer large-scale patterns of species richness. Our results suggest that to halt the loss of biodiversity in these landscapes, it is important to preserve and, if possible, increase the area of semi-natural habitat.
Plant functional group composition and large-scale species richness in European agricultural landscapes
Liira, J. ; Schmidt, T. ; Aavik, T. ; Arens, P.F.P. ; Augenstein, I. ; Bailey, D. ; Billeter, R. ; Bukacek, R. ; Burel, F. ; Blust, G. de; Cock, R. de; Dirksen, J. ; Edwards, P.J. ; Hamersky, R. ; Herzog, F. ; Klotz, S. ; Kuhn, I. ; Coeur, D. Le; Miklova, P. ; Roubalova, M. ; Schweiger, O. ; Smulders, M.J.M. ; Wingerden, W.K.R.E. van; Bugter, R.J.F. ; Zobel, M. - \ 2008
Journal of Vegetation Science 19 (2008)1. - ISSN 1100-9233 - p. 3 - 14.
habitat fragmentation - boundary vegetation - grassland plants - biodiversity - traits - conservation - connectivity - diversity - land - area
Question: Which are the plant functional groups responding most clearly to agricultural disturbances? Which are the relative roles of habitat availability, landscape configuration and agricultural land use intensity in affecting the functional composition and diversity of vascular plants in agricultural landscapes? Location: 25 agricultural landscape areas in seven European countries. Methods: We examined the plant species richness and abundance in 4 km x 4 km landscape study sites. The plant functional group classification was derived from the BIOLFLOR database. Factorial decomposition of functional groups was applied. Results: Natural habitat availability and low land use intensity supported the abundance and richness of perennials, sedges, pteridophytes and high nature quality indicator species. The abundance of clonal species, C and S strategists was also correlated with habitat area. An increasing density of field edges explained a decrease in richness of high nature quality species and an increase in richness of annual graminoids. Intensive agriculture enhanced the richness of annuals and low nature quality species. Conclusions: Habitat patch availability and habitat quality are the main drivers of functional group composition and plant species richness in European agricultural landscapes. Linear elements do not compensate for the loss of habitats, as they mostly support disturbance tolerant generalist species. In order to conserve vascular plant species diversity in agricultural landscapes, the protection and enlargement of existing patches of ( semi-) natural habitats appears to be more effective than relying on the rescue effect of linear elements. This should be done in combination with appropriate agricultural management techniques to limit the effect of agrochemicals to the fields.
Effects of landscape structure and land-use intensity on similarity of plant and animal communities
Dormann, C. ; Schweiger, O. ; Augenstein, I. ; Bailey, D. ; Billeter, R. ; Blust, G. de; DeFilippi, R. ; Frenzel, M. ; Hendrickx, F. ; Herzog, F. ; Klotz, S. ; Liira, J. ; Maelfait, J.P. ; Schmidt, T. ; Speelmans, M. ; Wingerden, W.K.R.E. van; Zobel, M. - \ 2007
Global Ecology and Biogeography 16 (2007)6. - ISSN 1466-822X - p. 774 - 787.
urban bird communities - agricultural landscapes - species-diversity - habitat fragmentation - biotic homogenization - biodiversity evaluation - forest fragmentation - spatial-pattern - richness - field
Aim Species richness in itself is not always sufficient to evaluate land management strategies for nature conservation. The exchange of species between local communities may be affected by landscape structure and land-use intensity. Thus, species turnover, and its inverse, community similarity, may be useful measures of landscape integrity from a diversity perspective. Location A European transect from France to Estonia. Methods We measured the similarity of plant, bird, wild bee, true bug, carabid beetle, hoverfly and spider communities sampled along gradients in landscape composition (e.g. total availability of semi-natural habitat), landscape configuration (e.g. fragmentation) and land-use intensity (e.g. pesticide loads). Results Total availability of semi-natural habitats had little effect on community similarity, except for bird communities, which were more homogeneous in more natural landscapes. Bee communities, in contrast, were less similar in landscapes with higher percentages of semi-natural habitats. Increased landscape fragmentation decreased similarity of true bug communities, while plant communities showed a nonlinear, U-shaped response. More intense land use, specifically increased pesticide burden, led to a homogenization of bee, bug and spider communities within sites. In these cases, habitat fragmentation interacted with pesticide load. Hoverfly and carabid beetle community similarity was differentially affected by higher pesticide levels: for carabid beetles similarity decreased, while for hoverflies we observed a U-shaped relationship. Main conclusions Our study demonstrates the effects of landscape composition, configuration and land-use intensity on the similarity of communities. It indicates reduced exchange of species between communities in landscapes dominated by agricultural activities. Taxonomic groups differed in their responses to environmental drivers and using but one group as an indicator for 'biodiversity' as such would thus not be advisable.
Effects of landscape structure on movement patterns of the flightless bush cricket Pholidoptera griseoaptera
Diekötter, T. ; Speelmans, M. ; Dusoulier, F. ; Wingerden, W.K.R.E. van; Malfait, J.P. ; Crist, T.O. ; Edwards, P.J. ; Dietz, H. - \ 2007
Environmental Entomology 36 (2007)1. - ISSN 0046-225X - p. 90 - 98.
metrioptera-roeseli - orthoptera-tettigoniidae - metapopulation dynamics - decticus-verrucivorus - range expansion - dispersal - habitat - ecology - corridors - matrix
Because the viability of a population may depend on whether individuals can disperse, it is important for conservation planning to understand how landscape structure affects movement behavior. Some species occur in a wide range of landscapes differing greatly in structure, and the question arises of whether these species are particularly versatile in their dispersal or whether they are composed of genetically distinct populations adapted to contrasting landscapes. We performed a capture-mark-resight experiment to study movement patterns of the flightless bush cricket Pholidoptera griseoaptera (De Geer 1773) in two contrasting agricultural landscapes in France and Switzerland. The mean daily movement of P. griseoaptera was significantly higher in the landscape with patchily distributed habitat (Switzerland) than in the landscape with greater habitat connectivity (France). Net displacement rate did not differ between the two landscapes, which we attributed to the presence of more linear elements in the connected landscape, resulting in a more directed pattern of movement by P. griseoaptera. Significant differences in the movement patterns between landscapes with contrasting structure suggest important effects of landscape structure on movement and dispersal success. The possibility of varying dispersal ability within the same species needs to be studied in more detail because this may provide important information for sustainable landscape planning aimed at maintaining viable metapopulations, especially in formerly well-connected landscapes.
Assessing the intensity of temperate European agriculture at the landscape scale
Herzog, F. ; Steiner, B. ; Bailey, D. ; Baudry, J. ; Billeter, R. ; Bukacek, R. ; Blust, G. de; Cock, R. de; Dirksen, J. ; Dormann, C. ; DeFilippi, R. ; Frossard, E. ; Liira, J. ; Schmidt, T. ; Stockli, R. ; Thenail, C. ; Wingerden, W.K.R.E. van; Bugter, R.J.F. - \ 2006
European Journal of Agronomy 24 (2006)2. - ISSN 1161-0301 - p. 165 - 181.
land-use intensity - population-dynamics - southern england - natural enemies - farming systems - soil fertility - use efficiency - resource use - intensification - diversity
The intensity of agricultural production was assessed in 25 landscape test sites across temperate Europe using a standardised farmer questionnaire. The intensity indicators, nitrogen input (to arable crops and to permanent grassland), density of livestock units and number of pesticide applications (herbicides, insecticides, fungicides and retardants), were recorded and integrated into an overall intensity index. All three components were needed to appropriately characterise the intensity of agricultural management. Four hypotheses were tested. (i) A low diversity of crops is related to higher intensity. The contrary was observed, namely because diverse crop rotations contained a higher share of crops which are more demanding in terms of nitrogen and of plant protection. (ii) Intensity decreases when there is more permanent grassland. This was confirmed by our study. (iii) Large farms are managed more intensively. There was no relation between farm size and intensity. (iv) Large fields are managed more intensively. There was a tendency towards higher nitrogen input and livestock density in landscapes with larger fields but only a few of the results were statistically significant. The aggregated overall intensity index was of limited usefulness mainly because of limitations in interpretability.
Aanpassing LARCH : maatwerk in soortmodellen
Pouwels, R. ; Sierdsema, H. ; Wingerden, W.K.R.E. van - \ 2006
Wageningen : Wettelijke Onderzoekstaken Natuur & Milieu (WOt-rapport 23) - 113
fauna - habitats - milieueffect - ecologie - milieu - habitat vernietiging - regressieanalyse - wiskundige modellen - bodemwater - bodemtypen - soil water - soil types - environmental impact - ecology - environment - habitat destruction - regression analysis - mathematical models
De ontwikkelingen van LARCH zijn erop gericht om onder andere milieufactoren mee te nemen bij het bepalen van potentiële leefgebieden van faunasoorten. In deze studie is nagegaan in hoeverre regressiemodellen en HSI-modellen hiervoor gebruikt kunnen worden. Voor de soortgroepen vogels en vlinders zijn enkele regressiemodellen ontwikkeld, voor de soortgroepen reptielen en zoogdieren enkele HSI-modellen. De twee modellen die zijn ontwikkeld leveren verschillende resultaten. De regressiemodellen geven de actuele verspreiding weer, de HSI-modellen de geschikte ecologische condities. Bij het gebruik en ontwikkeling van de soortmodellen zal duidelijk nagegaan moeten worden of het type model geschikt is voor de beoogde toepassing. Het huidige rapport is een vastlegging van de ontwikkelingen van LARCH uit 2004 en begin 2005. In 2005 en 2006 zijn deze ontwikkelingen verder uitgewerkt. Trefwoorden: fauna, Habitat Suitability Index soortmodellen, LARCH, milieufactoren, regressiemodel
Kwaliteitsimpuls groenblauwe dooradering voor natuurlijke plaagonderdrukking in de Hoeksche Waard
Geertsema, W. ; Steingröver, E.G. ; Wingerden, W.K.R.E. van; Spijker, J.H. ; Dirksen, J. - \ 2006
Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 1334) - 50
akkerbouw - plagenbestrijding - natuurlijke vijanden - duurzaamheid (sustainability) - landschapsarchitectuur - vegetatiebeheer - soortendiversiteit - zuid-holland - zuidhollandse eilanden - arable farming - pest control - natural enemies - sustainability - landscape architecture - vegetation management - species diversity
Dit schetsboek geeft inzicht in de voorwaarden voor natuurlijke plaagonderdrukking in de akkerbouw. Het uiteindelijke doel is een bijdrage te leveren aan de ontwikkeling van een duurzame landbouw die minder afhankelijk is van chemische bestrijdingsmiddelen. Het focust op de kwalitatieve randvoorwaarden waar de groenblauwe dooradering aan moet voldoen om natuurlijke plaagonderdrukking mogelijk te maken. Daarbij gaat het om soorten, structuur en beheer van vegetaties in de groenblauwe dooradering. In de Hoeksche Waard is geanalyseerd in hoeverre de huidige situatie voldoet aan de randvoorwaarden. Samen met diverse actoren uit het gebied is gekeken welke strategieën te volgen zijn en welke stappen nodig zijn om een kwaliteitsimpuls in het gebied te realiseren. Het blijkt dat zowel op individueel bedrijfsniveau als op het niveau van het hele gebied maatregelen nodig zijn die bijdragen aan een duurzame landbouw.
Landscape factors affecting the control of Mamestra brassicae by natural enemies in Brussels sprout
Bianchi, F.J.J.A. ; Wingerden, W.K.R.E. van; Griffioen, A.J. ; Veen, M. van der; Straten, M.J.J. van der; Wegman, R.M.A. ; Meeuwsen, H.A.M. - \ 2005
Agriculture, Ecosystems and Environment 107 (2005)2/3. - ISSN 0167-8809 - p. 145 - 150.
biological-control - abundance - fields - management - movement - aphids - larvae - eggs
Landscape structure may affect the regulation of insect pests by their natural enemies. Some landscape factors associated with increased levels of pest control by the natural enemy complex were identified. During 2 years, egg batches of Mamestra brassicae on cards were placed in 42 organic Brussels sprout fields in The Netherlands. After 2 days in the field predation and parasitism rates (7.2 and 12.4%, respectively) were found to be related to landscape variables at a scale of 0.3, 1, 2 and 10 km. Predation rates were positively correlated with woody habitats; whereas, parasitism rates were positively correlated with the pasture area and/or negatively correlated with the horticulture area. These results suggest that structurally complex landscapes with substantial areas of woody habitats and a limited agricultural area have potential for sustainable pest control by natural enemies. (c) 2004 Elsevier B.V. All rights reserved.
Landschap in dienst van de akkerbouw; landschappelijke ontwerpen voor een natuurlijke plaagonderdrukking in de Hoeksche Waard
Wingerden, W.K.R.E. van; Steingröver, E.G. ; Geertsema, W. ; Alebeek, F.A.N. van; Eijs, A. ; Wiersema, M. - \ 2005
Landwerk 2005 (2005)6. - ISSN 1567-1844 - p. 11 - 15.
landschap - akkerbouw - ecologie - agrarische bedrijfsvoering - insecten - landschapsbescherming - biologische bestrijding - zuid-holland - houtwallen - zuidhollandse eilanden - landscape - arable farming - insects - ecology - landscape conservation - biological control - hedgerows
Houtwallen, heggen en sloten zorgen niet alleen voor een aantrekkelijk landschap en voor ecologische verbindingen, ze kunnen ook de landbouw van dienst zijn. Door voldoende van dit soort nieuwe landschapselementen aan te leggen (of oude te herstellen) heeft de landbouw minder gewasbeschermingsmiddelen nodig. In de Hoekse Waard is een fijnmazig groenblauwe dooradering ontworpen, die natuurlijke plaagonderdrukkig onderstreept. Hoofdlijnen uit Alterra rapport 1042
Quantifying the impact of environmental factors on arthropod communities in agricultural landscapes across organizational levels and spatial scales
Schweiger, O. ; Maelfait, J.P. ; Wingerden, W.K.R.E. van; Hendrickx, F. ; Billeter, R. ; Speelmans, M. ; Augenstein, I. ; Aukema, B. ; Aviron, S. ; Bailey, D. ; Bukacek, R. ; Burel, F. ; Diekötter, T. ; Dirksen, J. ; Frenzel, M. ; Herzog, F. ; Liira, J. ; Roubalova, M. ; Bugter, R.J.F. - \ 2005
Journal of Applied Ecology 42 (2005)6. - ISSN 0021-8901 - p. 1129 - 1139.
species richness - habitat fragmentation - biodiversity evaluation - biological-control - natural enemies - ecology - diversity - intensification - context - distributions
1. In landscapes influenced by anthropogenic activities, such as intensive agriculture, knowledge of the relative importance and interaction of environmental factors on the composition and function of local communities across a range of spatial scales is important for maintaining biodiversity. 2. We analysed five arthropod taxa covering a broad range of functional aspects (wild bees, true bugs, carabid beetles, hoverflies and spiders) in 24 landscapes (4 x 4 km) across seven European countries along gradients of both land-use intensity and landscape structure. Species-environment relationships were examined in a hierarchical design of four main sets of environmental factors (country, land-use intensity, landscape structure, local habitat properties) that covered three spatial scales (region, landscape, local) by means of hierarchical variability partitioning using partial canonical correspondence analyses. 3. Local community composition and the distribution of body size classes and trophic guilds were most affected by regional processes, which highly confounded landscape and local factors. After correcting for regional effects, factors at the landscape scale dominated over local habitat factors. Land-use intensity explained most of the variability in species data, whereas landscape characteristics (especially connectivity) accounted for most of the variability in body size and trophic guilds. 4. Synthesis and applications. Our results suggest that management effort should be focused on land-use intensity and habitat connectivity in order to enhance diversity in agricultural landscapes. Since these factors are largely independent, specific conservation programmes may be developed with regards to socio-economic and agri-environmental requirements. Changes in either of these factors will enhance diversity but will also result in specific effects on local communities related to dispersal ability and the resource use of species.
Natura2000 grensgebieden; ecologische kansen en grensoverschrijdende samenwerking in Natura2000 grensgebieden
Wingerden, W.K.R.E. van; Dam, R.I. van; Sluis, T. van der; Schmitz, P. ; Kuipers, H. ; Kuindersma, W. - \ 2005
Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 1061) - 119
natuurbescherming - bedreigde soorten - grensgebieden - richtlijnen (directives) - duitsland - ecologische hoofdstructuur - natuurbeleid - vlaanderen - natura 2000 - limburg - noord-brabant - nature conservation - endangered species - frontier areas - directives - germany - ecological network - nature conservation policy - flanders
Het onderzoek betreft natuurgebieden met zeldzame biotopen en woongebieden van zeldzame vogel- en andere diersoorten; het is een interdisciplinaire studie waarin resultaten uit ecologische en besturrskundige hoek worden gecombineerd. Het betreft gebieden op de grens met België en Duitsland, met name het grenspark "Zoom-Kalmthoutse Heide", Maas-Schwalm-Nette en Drielandenpark. Een onderzoek in opdracht van het Natuurplanbureau
Effects of green veining on natural enemies of invertebrate pest species in leek and sprouts
Wingerden, W.K.R.E. van; Griffioen, A.J. ; Veen, M. van der; Straten, M.J.J. van der; Noordam, A.P. ; Heijerman, Th. ; Braak, C.J.F. ter; Meeuwsen, H.A.M. ; Timmermans, H. ; Bianchi, F.J.J.A. - \ 2004
In: Proceedings of the Netherlands Entomological Society Meeting; Volume 15. - Amsterdam : NEV - ISBN 9071912256 - p. 99 - 103.
allium porrum - spruiten - plantenplagen - plagenbestrijding - landschapsecologie - natuurlijke vijanden - landschapsarchitectuur - biologische bestrijding - natuurlandschap - sprouts - plant pests - pest control - landscape ecology - natural enemies - landscape architecture - biological control - natural landscape
Arachnids and insects have been sampled with different methods in leek, sprouts and adjacent green veining (i.e. (semi-)natural non-crop elements). Composition of 10 taxonomic or functional groups of potential enemies has been analysed in relation to crop type, green veining at the farm, and composition of the closely surrounding landscape. Different groups of enemies colonise leek and sprouts crops in similar numbers, and occur in green veining at farms, in similar or higher numbers. Hoverfly and lacewing larvae, earwig, and carabid and cantharid beetle densities in leek and sprouts may be enhanced by stands of woodland and tree lines at farms and their direct surroundings.
Groene aders en groente: positieve en negatieve effecten van landschappelijke elementen op de groenteteelt
Wingerden, W.K.R.E. van; Moraal, L.G. ; Booij, C.J.H. ; Elderson, J. - \ 2004
Ekoland 24 (2004)5. - ISSN 0926-9142 - p. 8 - 9 en 11.
landschapselementen - groenteteelt - plagenbestrijding - tuinbouw - wilde planten - insectenplagen - insectenbestrijding - nuttige organismen - beplantingen - waardplanten van plantenplagen - waardplanten - agrarisch natuurbeheer - vollegrondsteelt - houtwallen - landscape elements - vegetable growing - natural enemies - horticulture - nature conservation - wild plants - insect pests - insect control - beneficial organisms - plantations - host plants - agri-environment schemes - outdoor cropping - hedgerows
Welke bijdrage leveren landschapselementen als akkerranden, houtwallen, bosjes en ruigtes aan de verspreiding en bestrijding van ziekten en plagen in de vollegrondsgroenteteelt. Wilde planten, struiken en bomen kunnen mogelijke alternatieve waardplanten zijn voor plagen op groentegewassen; voor tien belangrijke groentegewassen zijn deze risico's onderzocht. Opgaande elementen als houtwallen en bomenrijen kunnen zowel gunstig zijn voor plaaginsecten als voor hun natuurlijke vijanden. Gunstige natuur schept voorwaarden voor overleving van natuurlijke vijanden en niet voor plaagsoorten; bij inrichting en beheer dient daarmee rekening te worden gehouden. De voorlopige conclusie is dat groene dooradering een relatief kleine bron kan zijn voor een beperkt aantal plagen in groenteteelten. Daartegenover staat een bronfunctie voor vele soorten natuurlijke vijanden. Meer info: Alterra-rapport 825
Biodiversiteit in het agrarisch landschap : manipulatie van populaties nuttige insecten
Jagers op Akkerhuis, G.A.J.M. ; Moraal, L.G. ; Burgers, J. ; Kats, R.J.M. van; Lammertsma, D.R. ; Dimmers, W.J. ; Noordam, A. ; Aukema, B. ; Bianchi, F.J.J.A. ; Wingerden, W.K.R.E. van - \ 2004
Ekoland 24 (2004)6. - ISSN 0926-9142 - p. 20 - 22.
natuurbescherming - populatiedichtheid - gewasbescherming - plagenbestrijding - soortendiversiteit - bestuivers (dieren) - natuurlijke vijanden - predatoren van schadelijke insecten - insectenbestrijding - landschapsecologie - natuur - agrobiodiversiteit - nature conservation - population density - plant protection - pest control - species diversity - pollinators - natural enemies - predators of insect pests - insect control - landscape ecology - nature - agro-biodiversity
Groene dooradering van het agrarisch landschap kan een positieve bijdrage leveren aan de regulatie van plagen in de akkerbouw en vollegrondsgroenteteelt. Alterra heeft in twee verschillende regio's met zandgronden (Twente-Achterhoek en Noord-Brabant) onderzoek gedaan naar het voorkomen van plaagbestrijdende en bloembestuivende insecten en de biodiversiteit in vier verschillende adertypen: greppels, bermen, houtwallen en bos(randen). Per regio werd het onderzoek uitgevoerd in een kleinschalig agrarisch landschap met veel houtwallen en bos, een gemiddeld en een grootschalig, bos- en houtwalarm landschap. Bij de plaagbestrijdende insecten werd gekeken naar bodembewonende roofkevers, gewasbewonende roofkevers en spinnen. Uit het onderzoek blijkt dat belangrijke groepen nuttige insecten significante relaties vertonen met bepaalde aders. Dit biedt kansen om via specifieke beheersmaatregelen de populaties nuttige insecten te manipuleren. Meer onderzoek is nodig
Groenblauwe dooradering in de Hoeksche Waard; een schets van de gewenste situatie voor natuurlijke plaagonderdrukking
Geertsema, W. ; Steingröver, E.G. ; Wingerden, W.K.R.E. van; Alebeek, F.A.N. van; Rovers, J.A.J.M. - \ 2004
Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 1042) - 35
landschap - habitats - ecologie - agrarische bedrijfsvoering - landschapsbescherming - insecten - biologische bestrijding - zuid-holland - zuidhollandse eilanden - akkerbouw - bevordering van natuurlijke vijanden - gewasbescherming - landscape - ecology - farm management - landscape conservation - insects - biological control - arable farming - encouragement - plant protection
Dit rapport schetst een beeld van de gewenste situatie voor een duurzame landbouw, gericht op het terugdringen van het insecticidengebruik. Dit schetsboek geeft aan hoe groenblauwe dooradering zodanig ingericht en aangelegd kan worden, dat zij bijdraagt aan een natuurlijke plaagonderdrukking.
Verplicht of vrijwillig? Draagvlak bij agrariërs voor gebiedsbescherming in het kader van Natura 2000
Kenbeek, E. ; Wingerden, W.K.R.E. van - \ 2004
Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 1003) - 74
natuurbescherming - landbouw - overheidsbeleid - richtlijnen (directives) - participatie - perceptie - nederland - agrarisch natuurbeheer - zaanstreek - nature conservation - agriculture - government policy - directives - participation - perception - netherlands - agri-environment schemes
The conservation of areas with special nature and landscape values by Natura 2000 (Birds Directive and Habitats Directive) may have major consequences for farmers in or near special protected areas (SPAs) or special areas of conservation (SACs). Natura 2000 obliges membership countries to protect certain types of habitats or habitats of certain species, whereas farmers have always been participating in agri-environmental schemes on a voluntary base. How should national governments implement the directives in areas where farmers have been managing nature voluntarily since decades? The compulsory character of the directives may undermine the willingness of farmers to participate in agri-environmental schemes that are connected to the directives. In this study, the possible implications for farmers from the Birds and Habitats Directives are reviewed. Next, the present willingness of farmers in the SPA/SAC Ilperveld, Oostzanerveld, Varkensland and Het Twiske to participate in nature management is examined. Furthermore, the effect of the probable compulsory character of the directives on this willingness is explored, including the factors influencing it. Finally, recommendations are given for maintaining or increasing the willingness to participate in agri-environmental schemes that are connected with the Birds and Habitats Directives
Extensive livestock systems and biodiversity: the case of Islay
Brak, B.H. ; Hilarides, L. ; Elbersen, B.S. ; Wingerden, W.K.R.E. van - \ 2004
Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 1100) - 113
extensieve veehouderij - vee - biodiversiteit - vogels - dierecologie - milieubeleid - begrazing - vegetatie - verenigd koninkrijk - extensive livestock farming - livestock - biodiversity - birds - animal ecology - environmental policy - grazing - vegetation - uk
The relationship between extensive livestock systems and biodiversity has been examined in a case study on the Island of Islay (UK). As an introduction literature and relevant policy regulations have been reviewed. Farmers have been interviewed on agricultural, ecological and socio-economic aspects of extensive livestock farming. Requirements of typical bird species have been matched with land-use, farming practices and consequent habitat diversity. Variation within and between fields appears to be an important condition for typical bird species. Vegetation has been described by means of quadrate sampling in five different grazing situations. Occurrence of typical species of wet acid grass- and moorland appears to be linked to grazing with low livestock density. Analysis results show that such typical species may be lost due to either intensification or abandonment of grazing on rough grazing fields. Recent agricultural policy measures appear to have been effective in impeding the increase of livestock numbers of the last ten years. Both rural development and environmental policy have become very important in terms of the income they provide for farmers. Recent and future changes in the CAP (Common Agricultural Policy) and LFASS (Less Favoured Area Support Scheme), however, yet seem to favour intensive farms over extensive ones.
Check title to add to marked list
<< previous | next >>

Show 20 50 100 records per page

 
Please log in to use this service. Login as Wageningen University & Research user or guest user in upper right hand corner of this page.