Staff Publications

Staff Publications

  • external user (warningwarning)
  • Log in as
  • language uk
  • About

    'Staff publications' is the digital repository of Wageningen University & Research

    'Staff publications' contains references to publications authored by Wageningen University staff from 1976 onward.

    Publications authored by the staff of the Research Institutes are available from 1995 onwards.

    Full text documents are added when available. The database is updated daily and currently holds about 240,000 items, of which 72,000 in open access.

    We have a manual that explains all the features 

Records 1 - 20 / 75

  • help
  • print

    Print search results

  • export

    Export search results

  • alert
    We will mail you new results for this query: metisnummer==1025806
Check title to add to marked list
Evaluatie programma Nieuwe Natuur : Provincie Flevoland
Boonstra, F.G. ; Winter, H.B. ; Beukers, M. ; Buijs, A.E. ; Heide, C.M. van der; Kamphorst, D.A. ; Krol, E. ; Ridderbos, C.M. ; Zee, F.F. van der - \ 2018
Groningen : - 146 p.
Programma Nieuwe Natuur Provinciale Staten van Flevoland vroegen op 20 maart 2013 in een motie Gedeputeerde Staten de robuuste verbindingsfunctie van het Oostvaarderswold los te laten als provinciale inzet en in plaats daarvan in te zetten op het realiseren natuurontwikkeling dichtbij grotere stedelijke concentraties. Daarvoor stelden GS een plan van aanpak Nieuwe Natuur op dat op 3 juli 2013 aan Provinciale Staten is gepresenteerd. Het uitgangspunt van het programma is dat initiatiefnemers, zoals ondernemers, bewoners, terreinbeherende organisaties en gemeenten, worden uitgenodigd plannen voor de ontwikkeling van nieuwe natuur in aan de provincie Flevoland voor te leggen. De sturingsfilosofie van het programma wordt gekenmerkt door een bottom-up proces waarin private partijen ideeën over natuurontwikkeling aandragen en realiseren en een publieke taak uitoefenen. Begin 2014 konden initiatiefnemers een projectidee indienen. Na een ideeënmarkt, werden de ingediende projectideeën beoordeeld door een aantal extern deskundigen. Deze fase wordt aangeduid als ‘zeef I’. Een deel van de ideeën werden als niet passend binnen het programma beoordeeld. De resterende projectideeën zijn vervolgens verder uitgewerkt tot een volwaardig projectvoorstel. De nader uitgewerkte projectideeën zijn opnieuw ingediend en aan de hand van een meetlat met twaalf criteria beoordeeld. De fase van verdere planuitwerking en de beoordeling langs de meetlat wordt aangeduid als ‘zeef II’. Op 14 december 2014 zijn in een besluit van Provinciale Staten de definitieve projecten toegewezen die binnen het programma kunnen worden ontwikkeld, waarvan een aantal afzonderlijke projecten geclusterd zijn samengebracht door de provincie. In dit besluit zijn een aantal projectvoorstellen door de Staten gekoppeld (de zgn, ‘ketting en kralen’) Evaluatie Naar aanleiding van de ‘Tussenbalans programma Nieuwe Natuur’ hebben Provinciale Staten op 24 januari 2018 besloten tot de evaluatie van het programma Nieuwe Natuur. Pro Facto en Wageningen University & Research zijn gevraagd deze evaluatie uit te voeren. Het doel van de evaluatie is tweeledig:  inzicht krijgen in de resultaten van het programma Nieuwe Natuur en de ervaringen met de toegepaste sturingsfilosofie in de praktijk;  lessen trekken voor toekomstige natuurrealisatie in Flevoland en de provinciale beleidsontwikkeling in het algemeen. De evaluatie is tot stand gekomen aan de hand van meerdere onderzoeksmethoden: document- en literatuurstudie, interviews, casestudies, plan- en multicriteria-analyse, focusgroepen en een workshop. In het kader van de casestudies zijn een aantal in het programma gehonoreerde projecten geselecteerd voor verdiepend onderzoek. Het gaat om de volgende projecten: Urkerveld, Natuur op G38, Eemvallei-Zuid1, Noorderwold-Eemvallei2 en Harderbos en Harderbroek verbonden. Samenvattende conclusies Beleid Het programma Nieuwe Natuur sluit goed aan bij de vermaatschappelijking van natuur en de verschuivende verhoudingen tussen overheid en maatschappij. De provincie heeft lef getoond door te kiezen voor een innovatieve aanpak en het programma is – in vergelijking met het natuurbeleid van andere provincies – te bestempelen als vernieuwend. Alle initiatiefnemers tonen grote waardering voor het feit dat de provincie heeft gekozen voor een andere aanpak van natuurontwikkeling. Het beleid, dat uitgaat van ‘natuurontwikkeling van onderop’, betreft een algemene filosofie die inhoudelijk beperkt is uitgewerkt, bijvoorbeeld als het gaat om inhoudelijke doelstellingen, de beleidsstrategie en de inzet van een passend instrumentarium. De beoogde terughoudend en faciliterende rol van de provincie bij het programma is vooraf niet nader geconcretiseerd. Proces Voor de provincie is het programma Nieuwe Natuur een nieuwe werkwijze. Dit verklaart (deels) dat het proces (van de openstelling van het programma tot de uitwerking en uitvoering van projectideeën) niet vlekkeloos is verlopen. De verwachtingen van de initiatiefnemers en de provincie liepen aanvankelijk sterk uiteen. Veel (particuliere) initiatiefnemers dachten dat zij een idee konden indienen, zonder dat ze hierbij ook de verdere uitwerking van hun project op zich zouden moeten nemen (inclusief ontwikkeling, inrichting en het beheer van de te ontwikkelen natuur). Dit was wel het geval. De provincie heeft ten tijde van de openstelling niet duidelijk gecommuniceerd over de rol die initiatiefnemers in het programma zouden moeten hebben. Staatsbosbeheer en Het Flevo-landschap hadden als belangrijke grondeigenaren een bijzondere rol in het programma. Ze waren enerzijds betrokken bij (de vormgeving van) het selectieproces en de beoordeling van de ingediende voorstellen, anderzijds dienden ze als ‘gewone’ initiatiefnemers ook zelf hun projecten in. Dit leidde tot een soms ongewenste vermenging van de rollen. De particuliere initiatiefnemers hebben gedurende het proces behoefte gehad aan meer ondersteuning. Het bleek een opgave om zelfstandig een dergelijk proces te doorlopen, bijvoorbeeld ten aanzien van het uitwerken van het projectplan en het doorlopen van de benodigde planologische procedures. In de beginfase was de provincie terughoudend bij het bieden van ondersteuning. Er werd daarbij geen onderscheid gemaakt tussen particulieren, terreinbeherende organisaties en overheden, terwijl wel degelijk sprake is van verschillen in expertise en organisatiegraad. Omdat de uitvoering van de plannen in het gedrang kwam veranderde gedurende het proces de rol van de provincie van terughoudend naar een actievere, meer ondersteunende rol gericht op het boeken van resultaten. De provincie bood initiatiefnemers steeds actiever ondersteuning. Deze extra inzet en ondersteuning wordt gewaardeerd door de betrokkenen. Hoewel het programma een bottom-up strategie als uitgangspunt neemt, kan geconstateerd worden dat de rol van de provincie enigszins is verschoven richting een top-down rol. Ook ging de provincie meer sturen in het selectieproces van projectideeën. De provincie achtte het wenselijk dat er samenwerkingsrelaties en coalitievorming zou ontstaan tussen initiatiefnemers. Omdat coalitievorming moeizaam van de grond kwam, heeft de provincie uiteindelijk top-down besloten initiatieven te clusteren (zeef II). Provinciale Staten zijn nauw betrokken geweest bij de totstandkoming van het programma Nieuwe Natuur. Het uiteindelijke programma, het plan van aanpak, is door Provinciale Staten vastgesteld. Ook de formele selectiebesluiten (de ‘zeven’) zijn genomen door Provinciale Staten. Hieruit sprak veel betrokkenheid. Daarnaast was bij een aantal projecten in de uitvoerings- en realisatiefase sprake van politieke inmenging, veelal als gevolg van maatschappelijke weerstand van enkele bezwaarden. Deze politieke bemoeienis heeft voor enkele initiatiefnemers tot ongewenste situaties geleid. Resultaat Het programma Nieuwe Natuur zorgde voor een nieuw elan en een positieve stemming ten aanzien van natuur in Flevoland. Initiatiefnemers geven aan dat het programma hen de kans heeft geboden om hun project te realiseren. Zonder het programma was dit niet gelukt. Het programma heeft hiermee bijgedragen aan een verbreding van natuurontwikkeling. Bij de openstelling van het programma Nieuwe Natuur zijn 79 diverse projectideeën ingediend. Het aandeel particuliere initiatieven was hiervan was met 77% relatief groot. Uiteindelijk zijn 22 projecten gehonoreerd. Het aandeel particuliere initiatieven is om uiteenlopende redenen verminderd in de loop van het proces. De particuliere initiatiefnemers die zijn ‘overgebleven’ hebben meestal al een achtergrond en netwerk in de natuurontwikkeling. De diversiteit aan projecten met een realisatieovereenkomst mondt uit in uiteenlopende bijdragen aan vitale natuur, beleefbare natuur, functionele natuur en inpasbare natuur. Over het algemeen dragen relatief veel projecten positief bij aan de beleefbaarheid van natuur. Ook zijn er veel projecten die substantieel bijdragen aan vitale natuur. Beleefbare en vitale natuur gaan in veel projecten goed samen, net als functionele en inpasbare natuur en beleefbare en functionele natuur. De maatschappelijke betrokkenheid is wisselend bij de projecten. Vooral in de projecten met de kralen zijn vernieuwende samenwerkingsrelaties ontwikkeld, terwijl bij andere projecten de bijdrage aan maatschappelijke betrokkenheid beperkt blijft tot het bieden van mogelijkheden voor beleving, recreatie en soms educatie. Verder is nog niet met zekerheid vast te stellen wat de bijdrage van het programma zal zijn aan de regionale economie, omdat veel projecten zich nog in de beginfase van de uitvoering bevinden. Eindconclusie De provincie heeft met het programma Nieuwe Natuur veel lef getoond en gekozen voor een innovatieve aanpak die heeft bijgedragen aan verbreding van het natuurbeleid in Flevoland Aanbevelingen Lessons learned  Maak tevoren goed gemotiveerde en duidelijk uitgewerkte keuzes over de invulling van de eigen rol. Ook de keuze voor de inzet van het instrumentarium dient expliciet te worden gemaakt.  Besteed voldoende aandacht aan de verschillen tussen het type initiatiefnemers (particulieren, professionele organisaties en mede-overheden). Particulieren behoeven meer ondersteuning bij het doorlopen van een dergelijk proces dan professionele partijen.  Communiceer duidelijk over de verwachtingen over de rol en verantwoordelijkheden van de deelnemende partijen.  Stem zoveel mogelijk af met mede-overheden indien deze in een bepaalde fase betrokken raken, bijvoorbeeld bij een bestemmingsplanwijziging. Betrek deze overheden niet alleen in de totstandkoming van een programma maar ook bij de fase van ideeënuitwerking.  Stel duidelijke randvoorwaarden voor deelname aan een programma, zodat onduidelijkheid in een latere fase voorkomen kan worden.  Heb als Provinciale Staten aandacht voor de balans tussen betrokkenheid bij een programma en distantie ten opzichte van individuele projecten. Toekomstig natuurbeleid  Geconstateerd is dat het programma Nieuwe Natuur als geheel bijdraagt aan beleefbare, vitale, functionele en inpasbare natuur. Zet daarom in op een verbreed natuurbeleid met natuurontwikkeling van onderop.  Onderzoek op welke manier de afgevallen projectideeën met potentie benut kunnen worden voor verdere beleidsvernieuwing.  Onderzoek de mogelijkheid van het vaststellen van een provinciaal inpassingsplan voor een gebied waar natuurontwikkeling is voorzien om planologische procedures te stroomlijnen.  Baken een open programma goed af qua omvang en streef naar een overzichtelijk speelveld.  Verken de mogelijkheid in hoeverre rode ontwikkelingen met groene ontwikkelingen kunnen worden gecombineerd en de wijze waarop rode ontwikkelingen groene ontwikkelingen kunnen financieren. Beleidsontwikkeling in het algemeen  De bottom-up strategie van het programma Nieuwe Natuur leent zich naar verwachting ook voor toepassing op andere beleidsterreinen. Hierbij kan gedacht worden aan recreatie en toerisme. Onderzoek de mogelijkheid om de filosofie achter het programma Nieuwe Natuur toe te passen op deze beleidsvelden.
Systeemverantwoordelijkheid in het natuurbeleid
Boonstra, Froukje - \ 2018
VERSLAG VAN EEN DESKUNDIGENBIJEENKOMST
Natuurpact en Voortgangsrapportage Natuur (evaluatie)
Boonstra, Froukje - \ 2018
De vaste commissie voor Economische Zaken en Klimaat / Landbouw,
Natuur en Voedselkwaliteit heeft op 2 oktober 2018 gesprekken gevoerd
over Natuurpact en Voortgangsrapportage Natuur (evaluatie).
Aanpak evaluatie stelselvernieuwing agrarisch natuurbeheer : Uitgangspunten en opties voor een beleidsevaluatie
Boonstra, F.H. ; Melman, Th.C.P. ; Nieuwenhuizen, W. ; Gerritsen, A.L. - \ 2018
Wageningen : Wettelijke Onderzoekstaken Natuur & Milieu (WOt technical report 124) - 40
This report describes methodological principles, considerations and options for developing a method for ex post evaluation of the agri-environment reform. Given the wide range of interests and opinions of the actors involved and the diversity of knowledge claims, it is concluded that the most suitable approach is a reflexive policy evaluation. In a reflexive evaluation the study is carried out in such a way that it contributes to the learning of those involved while at the same time producing results that can be used in the policy accountability process. A reflexive evaluation is carried out during policy development or implementation, not ex post, thus allowing the actors to make use of the insights gained during the process and make interim amendments as appropriate.
Methodeontwikkeling ex-post beleidsevaluatie biodiversiteitsdoelen : Tussenrapportage WOT-04-01-036.90
Boonstra, F.G. - \ 2017
Wettelijke Onderzoekstaken Natuur & Milieu (WOt-interne notitie 209)
Quick scan knelpunten in bestuurlijke en wettelijke afspraken natuur in de grote wateren
Boonstra, Froukje ; Pleijte, Marcel - \ 2017
Wageningen : Wageningen Environmental Research (Alterra) - 14
In deze notitie bespreken we eerst de doel- en vraagstelling van deze quick scan. Daarna volgen de aanpak en aanpassingen daarin gedurende de uitvoering van de quick scan. We vervolgen met de bevindingen over de bestuurlijke en wettelijke afspraken over implementatie van natuurbeleid in de grote wateren, de door stakeholders ervaren knelpunten en onduidelijkheden daarin en voorgestane oplossingsrichtingen. We sluiten af met conclusies en een reflectie op de vraag hoe het LIFE IP Deltanatuur bij kan dragen aan het oppakken van de gesignaleerde knelpunten.
PBL-studie wijst uit: natuur is beter af bij de provincie
Boonstra, Froukje - \ 2017
Provincies goed van start met gedecentraliseerde natuurbeleid
Folkert, Rob ; Boonstra, F.G. - \ 2017
Landwerk 17 (2017)1. - ISSN 1567-1844 - p. 6 - 9.
Artikel in themanummer Natuurpact: decentralisatie van het natuurbeleid
Lerende evaluatie van het Natuurpact : naar nieuwe verbindingen tussen natuur, beleid en samenleving
Folkert, Rob ; Boonstra, Froukje - \ 2017
Den Haag : Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) - ISBN 9789491506994 - 160
Natuur en samenleving zijn sterk met elkaar verweven. Kijk alleen maar naar de rol van natuur in de vrijetijdsbesteding van de Nederlanders, en naar waar zich de meest populaire vakantiebestemmingen bevinden. Maar denk ook aan het effect dat natuur heeft op de vastgoedwaarde van de omliggende bebouwing, en hoe natuur aan de basis ligt van de voedselproductie. Paradoxaal genoeg zijn natuurbeleid en samenleving de afgelopen decennia juist uit elkaar gegroeid. Een groot deel van het Nederlandse natuurbeleid wordt bepaald door Europees beleid, zoals de Vogel- en Habitatrichtlijn (VHR). En veel van het nationale beleid is gericht op de uitvoering van de doelstellingen uit deze richtlijnen. Natuurbeleid lijkt daardoor voor veel mensen weinig met henzelf en met natuur te maken, en meer met wetten, regels en procedures. De recente decentralisatie van het natuurbeleid markeert een breuk met deze trend. In het tussen het Rijk en de provincies gesloten Natuurpact staat uitdrukkelijk dat het natuurbeleid meer verankerd moet worden in de samenleving. Maatschappelijke betrokkenheid wordt daarbij gezien als een voorwaarde voor natuurbehoud en -ontwikkeling. Afgelopen zomer zag ik in het pop-uppark Urbana in Heerlen een mooi voorbeeld van die maatschappelijke betrokkenheid. Midden in de stad werd een tijdelijk park aangelegd, met circa 400 bomen die geadopteerd konden worden door gemeenten, burgers en bedrijven. Het was fantastisch om te zien hoe mensen bezit namen van dit park om er te picknicken, te spelen of iets te drinken. Natuur verbindt, genereert betrokkenheid en maakt mensen blij. De voorliggende evaluatie van het natuurbeleid betekent, net als het Natuurpact zelf, een breuk met het verleden. Gangbaar is een evaluatie waarbij aan het eind van een beleidsperiode een oordeel wordt geveld. Met deze ‘lerende evaluatie’ gaat het PBL al gedurende de evaluatieperiode met beleidsmakers en hun maatschappelijke partners om de tafel. Een aanpak die de provincies en het Rijk in staat moet stellen om gaandeweg en over-en-weer te leren, zodat ze beleid tussentijds kunnen bijstellen. Een lerende evaluatie is een voortgaand proces. U heeft hier het eerste rapport van de tussentijdse resultaten voor u. In meer dan één opzicht een gezamenlijk product. Hopelijk stimuleert het de verdere zoektocht naar een sterkere verbinding tussen natuur, beleid en samenleving.
Promoting nature conservation by Dutch farmers: a governance perspective
Runhaar, Hens ; Melman, Dick ; Boonstra, Froukje ; Erisman, J.W. ; Horlings, Lummina ; Snoo, G.R. de; Termeer, Katrien ; Wassen, M.J. ; Westerink, J. ; Arts, B.J.M. - \ 2017
International Journal of Agricultural Sustainability 15 (2017)3. - ISSN 1473-5903 - p. 264 - 281.
Reconciling productive agricultural practices with nature conservation is not only an ecological challenge, but also a demanding matter of governance. This paper analyses the potential as well as the limitations of various governance arrangements, and explores ways to enhance the governance of nature conservation in agricultural landscapes. We assume four conditions to contribute to the performance of these arrangements: farmers should be motivated, demanded, enabled, and legitimized to participate in arrangements that promote nature conservation by farmers. We analyse 10 distinct Dutch governance arrangements in the period 2000–2016, including agri-environment schemes but also privately initiated arrangements. The arrangements target a large but unknown share of farmers and farmlands, but nature conservation ambition levels are generally low to moderate. The expected low-to-moderate performance is associated with a low-to-moderate motivation, demand, and ability. Underlying are stronger forces driving towards intensification and problems farmers face in recuperating the cost of nature conservation. New greening requirements in the EU Common Agricultural Policy and in agri-food supply chains are first, cautious steps addressing these fundamental drivers of ecological degradation. More ambitious greening requirements may contribute to a higher motivation and ability of larger groups of farmers to implement nature conservation measures.
De volgende stap : Sturen met maatschappelijke energie in het natuurdomein
Boonstra, F.G. ; Steen van der, Marijn ; Arnouts, R.C.M. ; Scherpenisse, Jorren ; Jong, Ilsa de - \ 2016
Den Haag : NSoB Nederlandse School voor Openbaar Bestuur - ISBN 9789075297546 - 64 p.
Systeemverantwoordelijkheid in het natuurbeleid : input voor agendavorming van de Balans van de Leefomgeving 2014
Boonstra, F.G. ; Gerritsen, A.L. - \ 2016
Wageningen : Wettelijke Onderzoekstaken Natuur & Milieu (WOt-technical report 47) - 35
natuur - natuurbeleid - verantwoordelijkheid - overheid - milieubeheer - milieubeleid - nederland - nature - nature conservation policy - responsibility - public authorities - environmental management - environmental policy - netherlands
The Natinonal Government carries system responsibility for nature. Some ambiguity in the understanding ofthe concept of system responsibility seems to exist, however. The ways in which system responsibility isimplemented vary in practice also. The Ministry of Infrastructure and the Environment gives expression to itssystem responsibility within spatial planning in a largely facilitating manner, but its role also shows someregulating elements. With regard to water policy there is, on the contrary, a largely regulating interpretationwith some facilitating elements. The Ministry of the Interior has a facilitating role concerning the issue ofdemographic decline. The Ministry of Economic Affairs is still searching for a way to handle its systemresponsibility in nature policy and is showing at the time of this research (beginning 2013) an inclinationtowards a largely facilitating role. The Assessment of the Dutch Human Environment may be helpful with thissearch by clarifying the concept, indicating further options for implementation and making clear what theconsequences will be of the different possible roles.
Voorbeelden van groene zelforganisatie : Achtergrondrapport bij het essay 'De volgende stap : verder met het sturen met maatschappelijke energie in het natuurdomein'
Arnouts, R.C.M. ; Boonstra, F.G. - \ 2016
Alterra, Wageningen-UR (Alterra-rapport 2677) - 39 p.
natuur - natuurwaarde - landbouw en milieu - milieubescherming - natuurbescherming - participatie - nature - natural value - agriculture and environment - environmental protection - nature conservation - participation
Deze casestudy geeft inzicht in de ontwikkeling van drie maatschappelijke initiatieven in het natuurdomein: de Levende Tuin, Tijdelijke Natuur en Red de Rijke Weide. Rond alle drie de initiatieven ontwikkelen zich krachtige discoursen over nieuwe mogelijkheden voor natuurontwikkeling. De netwerken rond de initiatieven lopen uiteen van losjes gekoppeld tot formeel verankerd. Uitdagingen voor het opschalen van de initiatieven liggen in het veranderen van het keuzegedrag van achtereenvolgens tuineigenaren, grondeigenaren en melkveehouders.
Natuur in provinciale coalitieakkoorden
Kuindersma, W. ; Boonstra, F.G. ; Kamphorst, D.A. - \ 2015
WOT Natuur & Milieu, Wageningen UR (WOt-paper 43) - 8 p.
Op 3 juli 2015 werd in Middelburg de laatste van de coalitieakkoorden van de twaalf nieuwe Colleges van Gedeputeerde Staten gepresenteerd. Geen gebeurtenis die de voorpagina van de krant haalde. Toch was het voor de natuur in Nederland wel een belangrijk moment. De provincies zijn met het Onderhandelingsakkoord natuur van 2011/2012 en later het Natuurpact in 2013 immers de belangrijkste bestuurslaag om het natuurbeleid te formuleren en uit te voeren. Hiermee is ook de
invloed van de provinciale politiek op de Nederlandse natuur toegenomen. Het is de vraag wat dat betekent voor de ambities van het natuurbeleid en de ingezette strategieën en middelen: Zien we nieuwe accenten? Nemen de verschillen tussen provincies toe? Wat zou dit kunnen betekenen voor de natuur?
Vernieuwing in het provinciaal natuurbeleid : vooronderzoek voor de evaluatie van het Natuurpact
Kuindersma, W. ; Boonstra, F.G. ; Arnouts, R. ; Folkert, R. ; Fontein, R.J. ; Hinsberg, A. van; Kamphorst, D.A. - \ 2015
Wageningen : Wettelijke Onderzoekstaken Natuur & Milieu (WOt-technical report 35)
natuurbeleid - beleidsevaluatie - provincies - decentralisatie - ecologische hoofdstructuur - natura 2000 - natuurontwikkeling - agrarisch natuurbeheer - nature conservation policy - policy evaluation - provinces - decentralization - ecological network - nature development - agri-environment schemes
In dit rapport staat het provinciaal natuurbeleid van na de decentralisatie van 2011/2011 centraal. Het natuurbeleid van de twaalf provincies is vergeleken aan de hand van vijf thema’s: (1) Natuurnetwerk Nederland; (2) agrarisch natuurbeheer; (3) soortenbeleid; (4) natuur en economie en (5) maatschappelijke betrokkenheid. Daarbij zijn de belangrijkste overeenkomsten en verschillen in het natuurbeleid van deze provincies in beeld gebracht. Ook zijn de belangrijkste vernieuwingen in dit beleid geïnventariseerd. Dit zijn: (1) de stelselvernieuwing agrarisch natuurbeheer; (2) procesbeheer natuur; (3) natuur op uitnodiging; (4) nieuwe uitvoeringsarrangementen en (5) natuur-inclusieve landbouw. In de evaluatie van het Natuurpact in 2016 zullen deze vernieuwingen nader worden geanalyseerd
Evaluatie van het Natuurpact : een voorstel voor een evaluatiekader
Folkert, R. ; Arnouts, R.C.M. ; Boonstra, F.G. ; Hinsberg, A. van; Kuindersma, W. - \ 2015
Den Haag : Planbureau voor de Leefomgeving (PBL-publicatienummer 1633) - 17
natuurbeleid - monitoring - decentralisatie - provincies - beleidsevaluatie - methodologie - nature conservation policy - decentralization - provinces - policy evaluation - methodology
In de afgelopen jaren is het natuurbeleid gedecentraliseerd. Het Rijk en de provincies hebben hierover afspraken vastgelegd in het Bestuursakkoord Natuur (2011) en het Natuurpact (2013). Het PBL evalueert eens in de drie jaar of het gevoerde natuurbeleid leidt tot het halen van de in het Natuurpact afgesproken doelen en of dit op een efficiënte wijze gebeurt. Om te bepalen waar de evaluatie over moet gaan, heeft het PBL samen met het Rijk en de provincies dit voorstel voor een evaluatiekader op hoofdlijnen ontwikkeld.
Evaluatie decentralisatie natuurbeleid. Tussenrapportage WOT-04-010-036.30
Kuindersma, W. ; Boonstra, F.G. ; Arnouts, R.C.M. ; Folkert, R. ; Fontein, R.J. ; Hinsberg, A. van; Kamphorst, D.A. - \ 2014
Wageningen : Wettelijke Onderzoekstaken Natuur en Milieu (WOt-interne notitie 89)
Evaluatie landinrichtingsinstrumentarium Wet inrichting landelijk gebied
Boonstra, F.G. ; Bruil, W. ; Fontein, R.J. ; Haas, W. de - \ 2014
Wageningen : Alterra, Wageningen-UR (Alterra-rapport 2595) - 57
landinrichting - kavels - grondeigendom - wetgeving - instrumentatie - agrarisch recht - provincies - salland - land development - allotments - land ownership - legislation - instrumentation - agricultural law - provinces
Deze beleids- en wetsevaluatie van de landinrichtingsregels uit de Wet inrichting landelijk gebied toont dat inzet van het landinrichtingsinstrumentarium voor doorzettingsmacht zorgt bij de aanpak van meervoudige inrichtingsopgaven in het landelijk gebied. Doorzettingsmacht alleen is hiervoor echter niet voldoende. Om succes te hebben moeten gebiedspartijen ervan overtuigd zijn dat landinrichting nodig is en zich mede-eigenaar voelen van het proces. De meerwaarde van landinrichting ten opzichte van integrale vrijwillige gebiedsprocessen bestaat uit meer zekerheid over doelbereik voor de overheid, realisatie van een optimale verkaveling, meer rechtszekerheid voor belanghebbenden en de mogelijkheid om meerdere verwervingsinstrumenten in te zetten. Ondanks deze voordelen is het aantal landinrichtingsprojecten de afgelopen decennia gestaag afgenomen. Veel provincies associëren landinrichting met langdurige en ingewikkelde processen en/of vinden het instrumentarium niet passen bij de aard van de huidige opgaven. Verder schrikken zij vaak terug voor het dwingende karakter van landinrichting. Wijzigingen in de Wilg en recente procesvernieuwingen hebben aan deze beeldvorming weinig veranderd.
Kennis voor provincies : Vier modellen voor samenwerking in het Beleidsondersteunend Onderzoek in het natuurdomein
Haas, W. de; Vullings, W. ; Boonstra, F.G. - \ 2014
Wageningen : Alterra, Wageningen-UR - 18
natuurbeleid - decentralisatie - provincies - wetenschappelijk onderzoek - besturingen - financieel beheer - nature conservation policy - decentralization - provinces - scientific research - controls - financial management
Bij de decentralisatie van het natuurbeleid naar provincies is er niet voor gekozen de BO-gelden ten behoeve van onderzoek voor natuurbeleid mee te decentraliseren. Dus hoewel het natuurbeleid is overgedragen aan de provincies, blijft de financiering van het natuuronderzoek bij EZ. In het kader van de overdracht van het natuurbeleid, ligt het echter voor de hand dat provincies ook een rol krijgen in de aansturing van het beleidsondersteunend onderzoek op het terrein van natuur.
Leren van beleidsinstrumenten voor ondernemen met natuur
Boonstra, F.G. ; Fontein, R.J. ; Wielen, P. van der; Borgstein, M.H. - \ 2014
Alterra, Wageningen-UR
de zoektocht naar nieuwe rollen van de overheid bij vermaatschappelijking van het natuurbeleid en de behoefte van Team Natuurlijk!Ondernemen te leren van praktijkervaringen met beleidsintrumenten
Check title to add to marked list
<< previous | next >>

Show 20 50 100 records per page

 
Please log in to use this service. Login as Wageningen University & Research user or guest user in upper right hand corner of this page.