Staff Publications

Staff Publications

  • external user (warningwarning)
  • Log in as
  • language uk
  • About

    'Staff publications' is the digital repository of Wageningen University & Research

    'Staff publications' contains references to publications authored by Wageningen University staff from 1976 onward.

    Publications authored by the staff of the Research Institutes are available from 1995 onwards.

    Full text documents are added when available. The database is updated daily and currently holds about 240,000 items, of which 72,000 in open access.

    We have a manual that explains all the features 

Current refinement(s):

Records 1 - 100 / 119

  • help
  • print

    Print search results

  • export

    Export search results

  • alert
    We will mail you new results for this query: keywords==bouwland
Check title to add to marked list
Klassenindelingen voor de fosfaattoestand van de bodem, ten behoeve van de afleiding van fosfaatgebruiksnormen
Oenema, O. ; Mol, J.P. ; Voogd, J.C.H. ; Ehlert, P.A.I. ; Velthof, G.L. - \ 2016
Wageningen : Alterra, Wageningen-UR (Alterra-rapport 2743) - 39 p.
bodem - fosfaten - graslanden - bouwland - akkergronden - graslandgronden - soil - phosphates - grasslands - arable land - arable soils - grassland soils
In 2006 is het stelsel van gebruiksnormen voor stikstof en fosfaat ingevoerd in de Nederlandse landbouw om de uit- en afspoeling van stikstof en fosfaat vanuit de landbouw naar grondwater en oppervlaktewater te verminderen. In 2010 zijn de gebruiksnormen voor fosfaat gedifferentieerd naar de fosfaattoestand van de bodem. Daarbij worden vier klassen voor de fosfaattoestand van de bodem onderscheiden, namelijk arm, laag, neutraal en hoog. De grenzen tussen de klassen worden bepaald via een bepaling van het Pw-getal (voor bouwland) en het P-AL-getal (voor grasland). In 2015 heeft de Commissie Deskundigen Meststoffenwet (CDM) voorgesteld om de fosfaattoestand te bepalen op basis van een gecombineerde indicator, namelijk P-CaCl2 en het P-AL-getal, omdat een gecombineerde indicator in theorie een betere voorspelling geeft van de fosfaattoestand, en de gecombineerde indicator reeds in de praktijk en voor de bemestingsadviezen van grasland en maisland wordt toegepast. Ook speelt een rol dat het Pw-getal door verschillende analyselaboratoria niet meer wordt bepaald. In onderhavig rapport worden voor de gecombineerde indicator klassengrenzen afgeleid voor de fosfaattoestand van de bodem. Daarbij is gebruikgemaakt van een grote database (ruim 55.000 monsters) en van statistische analyses om een klassenindeling gebaseerd op het Pw-getal voor bouwland en op het P-AL-getal voor grasland om te rekenen naar een klassenindeling voor de gecombineerde indicator P-CaCl2 en het P-AL-getal. Verschillende varianten zijn voorgesteld. Effecten van de varianten op fosfaatplaatsingsruimte zijn verkend.
Soil organic matter in the Netherlands : Quantification of stocks and flows in the top soil
Conijn, J.G. ; Lesschen, J.P. - \ 2015
Wageningen : Plant Research International, Business Unit Agrosystems Research (Report / Plant Research International 619) - 50 p.
soil organic matter - carbon - nutrient balance - arable farming - arable land - netherlands - organisch bodemmateriaal - koolstof - voedingsstoffenbalans - akkerbouw - bouwland - nederland
Soil organic matter (SOM) and especially decreasing SOM are since many decades on the agenda of different stakeholders due to the importance of SOM for various issues ranging from local crop profitability to global climate change. Globally large amounts of organic carbon are stored in the soil and changes in the amount of SOM may sequester or release CO2 from/into the atmosphere. The global stock of soil organic carbon (SOC) in the upper 100 cm equals roughly two times the amount of carbon in the atmosphere and soil respiration equals circa ten times the release of carbon by burning fossil fuels. Other functions of SOM with a (more) local dimension relate to e.g. soil fertility, soil structure, soil erosion, regulation of soil water flows, plant productivity and maintenance of soil biodiversity. Declining SOM is considered as one of the most serious processes of soil degradation and has been identified as one of the main soil threats. Next to positive effects, decomposition of SOM may also have adverse effects by enhancing N2O and CH4 emissions, and releasing nutrients of which part is leached to surface and ground waters. In the Netherlands, the “Technische Commissie Bodem” (TCB) gives advice to the government on soil related issues and has recently developed an advice for the Dutch government on the effects of future trends (such as the biobased economy, climate change, safeguarding food productivity, water management) on soil functioning. As part of the information gathering underlying this advice, the TCB asked Plant Research International and Alterra to conduct a literature research of (a) SOM stocks, flows and recent trends, (b) variation and uncertainty in the data and (c) determination of areas of having/reaching low SOM levels in the Netherlands. In this study we have focussed on the top soil of 0-30 cm and mainly on soils under agricultural use. SOM in deeper soil layers may be important (e.g. globally the layer 30-100 cm contains approximately an equal amount of SOC as compared to the 0-30 cm layer), but due to lack of data this fell outside the scope of this study. The findings of this study have been presented to the working group “Koolstofstromen” of the TCB in three separate sessions in 2013-2014.
Wat is het effect van gewijzigde derogatievoorwaarden op het mestoverschot?
Schroder, J.J. - \ 2014
Wageningen : Plant Research International, Wageningen UR - 5
eu regelingen - mestbeleid - ontheffing - effecten - mestoverschotten - graslanden - bouwland - eu regulations - manure policy - exemption - effects - manure surpluses - grasslands - arable land
De voorwaarden voor een derogatie (periode 2014-2017) zijn als volgt gewijzigd: 1) het grasaandeel dient minimaal 80% te bedragen (was 70%); 2) de maximaal toegestane mest-N gift bedraagt 230 kg N/ha in Zuid en Centraal Nederland en 250 kg N/ha in overig Nederland (was overal 250 kg N/ha). Beide voorwaarden zullen effect hebben op de mestplaatsingsruimte. Daartoe is een rekenmodel geschreven. Deze notitie bespreekt de uitgangspunten en de uitkomsten van dit model.
Analyse effectiviteit van het akkervogelbeheer in Provincie Groningen : Evaluatierapport
Wiersma, P. ; Ottens, H.J. ; Kuiper, M.W. ; Schlaich, A.E. ; Klaassen, R.H.G. ; Vlaanderen, O. ; Postma, M. ; Koks, B.J. - \ 2014
Scheemda : Stichting Werkgroep Grauwe Kiekendief (2 ) - 222
bouwland - akkerranden - agrarisch natuurbeheer - vogels - fauna - monitoring - groningen - arable land - field margins - agri-environment schemes - birds
De Werkgroep Grauwe Kiekendief en zijn oprichter Ben Koks zijn belangrijke pioniers geweest in het agrarische natuurbeheer. In de loop van de jaren hebben zij – in samenwerking met verschillende universiteiten – onafhankelijk, degelijk en vooral kritisch onderzoek geëntameerd, waarbij niet al van te voren vaststond dat genomen maatregelen wel zouden werken. Dit rapport vat veel van dit belangrijke werk samen
Wilde bijen mede achteruitgegaan door gebrek aan bloemen
Scheper, J.A. - \ 2014
Wageningen UR
apidae - wilde bijenvolken - bloeiende planten - door bijen verzameld stuifmeel - bouwland - waardplanten - rassen (dieren) - insect-plant relaties - vegetatietypen - wild honey bee colonies - flowering plants - bee-collected pollen - arable land - host plants - breeds - insect plant relations - vegetation types
Uit onderzoek van stuifmeel van bijen uit museumcollecties blijkt dat het verlies aan bloemen in het landschap wel eens een belangrijke oorzaak van de achteruitgang van wilde bijensoorten zou kunnen zijn. Dit werd al langer vermoed, maar tot op heden ontbrak hiervoor het bewijs. Dat bewijs is nu geleverd aan de hand van museumcollecties. “Uit ons onderzoek bleek een duidelijke relatie tussen het voorkomen van bijensoorten en hun waardplanten,” zegt Jeroen Scheper in een toelichting op het onderzoek dat zojuist is verschenen in het wetenschappelijk tijdschrift PNAS.
Regenwormen op het melkveebedrijf : handreiking voor herkennen, benutten en managen
Eekeren, N.J.M. van; Bokhorst, J. ; Deru, J. ; Wit, J. de - \ 2014
Driebergen : Louis Bolk Instituut (Rapport / Louis Bolk Instituut 2014-004 LbD) - 37 p.
aardwormen - bodemkwaliteit - bodemvruchtbaarheid - bodemvruchtbaarheidsbeheer - melkveehouderij - bodembiologie - graslanden - bouwland - graslandbeheer - earthworms - soil quality - soil fertility - soil fertility management - dairy farming - soil biology - grasslands - arable land - grassland management
In deze brochure worden handreikingen gegeven voor de praktijk, waarbij zowel strooiselbewonende, bodembewonende en pendelende regenwormen aan bod komen.
Quantifying and simulating movement of the predator carabid beetle Pterostichus melanarius in arable land
Allema, A.B. - \ 2014
Wageningen University. Promotor(en): Joop van Lenteren, co-promotor(en): Walter Rossing; Wopke van der Werf. - Wageningen : Wageningen University - ISBN 9789461739100 - 133
bouwland - insectenplagen - natuurlijke vijanden - roofinsecten - predatoren - pterostichus melanarius - verspreiding - beweging - diergedrag - kwantitatieve analyse - motiliteit - modelleren - methodologie - arable land - insect pests - natural enemies - predatory insects - predators - dispersal - movement - animal behaviour - quantitative analysis - motility - modeling - methodology

Keywords: landscape entomology, movement ecology, quantifying movement, population spread, habitat heterogeneity, motility, edge-behaviour, diffusion model, model selection, inverse modelling, Pterostichus melanarius, Carabidae, entomophagous arthropod

Biological control provided by entomophagous arthropods is an ecosystem service with the potential to reduce pesticide use in agriculture. The distribution of entomophagous arthropods and the associated ecosystem service over crop fields is affected by their dispersal capacity and landscape heterogeneity. Current knowledge on entomophagous arthropod distribution and movement patterns, in particular for soil dwelling predators, is insufficient to provide advice on how a production landscape should be re-arranged to maximally benefit from biological pest control. Movement has mainly been measured in single habitats rather than in habitat mosaics and as a consequence little information is available on behaviour at habitat interfaces, i.e. the border between two habitats.

This study contributes to insight into movement patterns of the entomophagous arthropod Pterostichus melanarius (Illiger) in an agricultural landscape as a knowledge basis for redesign of landscapes for natural pest control. Movement patterns were studied with video equipment in experimental arenas of 5 m2 and with mark-recapture at much larger scales in the field. Interpretation of the results was supported by diffusion models that accounted for habitat specific motility µ (L2 T−1), a measure for diffusion of a population in space and time, and preference behaviour at habitat interfaces.

Movement of carabids has mostly been quantified as movement rate, which cannot be used for scaling-up. Available information on movement rate of carabids was made available for scaling-up by calculating motility from published data and looking for patterns through meta-analysis of data from thirteen studies, including 55 records on twelve species. Beetles had on average a three times higher motility in arable land than in forest/hedgerow habitat. The meta-analysis did not identify consistent differences in motility at the individual species level, and a grouping of species according to gender or size did not demonstrate a significant gender or size effect.

A methodology to directly estimate motility from data using inverse modelling was evaluated on data of a mass mark-recapture field experiment in a single field of winter triticale (x Triticosecale Wittmack.). Inverse modelling yielded the same result as motility calculated from squared displacement distances. In the first case, motility was calculated as an average over motility of individuals, in the second case motility was estimated from a population density distribution fitted to the recapture data. The similarity in motility between these two very different approaches strengthens the confidence in motility as a suitable concept for quantifying dispersal rate of carabid beetles, and in inverse modelling as a method to retrieve movement parameters from observed patterns.

The effect of habitat heterogeneity on movement behaviour was studied for P. melanarius across adjacent fields of oilseed radish (Raphanus sativus) and rye (Secale cereale) in a mark-recapture experiment. The field study was complemented by observations on movement behaviour in the experimental arena. Motility was neither significantly different between the crop species in the field nor in the arena. Overall movement in the field was significantly affected by behaviour at the interface between the crops. Beetles moved more frequently from rye to oilseed radish than in the opposite direction. The arena data indicated greater frequency of habitat entry into oilseed radish as compared to rye. Analysis of video tracking data from the arena resulted in estimates of motility that, when scaled up were close to those obtained in the field. Thus, the studies at the smaller and larger scales gave qualitatively and quantitatively similar results.

The effect of habitat heterogeneity on within-season dispersal behaviour was further explored in an agricultural landscape mosaic comprising perennial strips and different crop species with distinct tillage management. Semi-natural grass margins were functionally different from the crop habitats. Motility was lower in margins than in crop habitats, and at the crop-margin interface more beetles moved towards the crop than to the margin. Margins thus effectively acted as barriers for dispersal. In the crop habitats motility differed between fields but no consistent relations were found with crop type, food availability or tillage. Based on the motility in crop habitats P. melanarius was predicted to disperse over a distance of about 100 – 160 m during a growing season in a landscape without semi-natural elements. Given this range little redistribution of beetles is expected between fields within a growing season, even more when fields are surrounded by grass margins or hedgerows, meaning that the success of biological control by this species is more dependent on field management affecting local population dynamics than on habitat heterogeneity.

This thesis has resulted in a methodological approach to quantify dispersal behaviour of ground-dwelling insects from mark-recapture data in heterogeneous environments using inverse modelling. The combination of models and data proved to be powerful for studying movement and contributes to the development of predictive dynamic models for population spread of entomophagous arthropods. These models for population spread may be used as part of multi-objective assessment of alternative landscape configurations to find spatial arrangements of land use that maximize the ecosystem service of biological control as part of a wider set of landscape functions.

Fosfaatklassen voor fosfaatgebruiksnormen van de Meststoffenwet : landbouwkundige en milieuhygienische aspecten in samenhang
Ehlert, P.A.I. ; Salm, C. van der; Burgers, S.L.G.E. ; Curth-van Middelkoop, J.C. ; Dijk, W. van; Maas, M.P. van der; Pronk, A.A. ; Reuler, H. van; Koopmans, G.F. ; Chardon, W.J. - \ 2014
Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 2499) - 98
bodemchemie - fosfaten - bemesting - kunstmeststoffen - wetgeving - fosfaatuitspoeling - bouwland - boomteelt - fruitteelt - tuinbouw - Nederland - soil chemistry - phosphates - fertilizer application - fertilizers - legislation - phosphate leaching - arable land - arboriculture - fruit growing - horticulture - Netherlands
Invoering van het stelsel van gedifferentieerde fosfaatgebruiksnormen in de Meststoffenwet is gebaseerd op een beoordeling van de fosfaattoestand van de bodem. Daarbij worden drie klassen onderscheiden. Bij de invoering van het stelsel is aangeven of de criteria voor fosfaattoestanden wijziging behoeven. Deze studie rapporteert landbouwkundige en milieukundige effecten van wijziging van criteria voor de fosfaattoestand. De landbouwkundige effecten worden in beeld gebracht door vergelijkingen uit te voeren met de adviesbasis voor bemesting van bouwland. De indeling van de fosfaattoestand van de bodem wordt namelijk ook gehanteerd bij bemestingsadviezen voor akkerbouwgewassen, vollegrondsgroenten, bloembollen, boomkwekerijgewassen en fruit. Dit onderzoek geeft de onderbouwing van die klassenindeling bij genoemde sectoren, vergelijkt die met die van het stelsel van gedifferentieerde fosfaatgebruiksnormen en kwantificeert het effect van wijziging van een fosfaattoestand. Milieukundige effecten worden in beeld gebracht door het risico op fosfaatuitspoeling te berekenen als functie van de fosfaattoestand en andere bodemkenmerken. Daarbij worden zowel de potentiele uitspoeling uit de bouwvoor berekend als de actuele uitspoeling naar grond- en oppervlaktewater. De landbouwkundige en milieukundige effecten worden in samenhang gebracht met de gedifferentieerde fosfaatgebruiksnormen door de landbouwkundige effecten, de effecten op de plaatsingsruimte van mest en beloop van de fosfaattoestand op langere termijn. Opties voor wijziging van criteria van waarderingsklassen voor de fosfaattoestand van de bodem worden gegeven voor vier mogelijke grondslagen te weten economisch rendement, fysieke opbrengstderving, evenwichtsbemesting en milieukundig verantwoorde fosfaattoestand. Ten slotte worden aanbeveling voor aanpassing van criteria gedaan.
Greenhouse gas reporting of the LULUCF sector for the UNFCCC and Kyoto Protocol : background to the Dutch NIR 2013
Arets, E.J.M.M. ; Hoek, K.W. van der; Kramer, H. ; Kuikman, P.J. ; Lesschen, J.P. - \ 2013
Wageningen : Wettelijke Onderzoekstaken Natuur & Milieu (WOt-technical report 1) - 96
graslanden - bouwland - bosbouw - landgebruik - emissiereductie - broeikasgassen - methodologie - milieubeleid - monitoring - grasslands - arable land - forestry - land use - emission reduction - greenhouse gases - methodology - environmental policy
This report provides a complete description and background information of the Dutch National System for Greenhouse gas Reporting of the LULUCF sector and the Dutch LULUCF submission under the Kyoto Protocol for the 2013 submission of The Netherlands. The 2013 submission reports greenhouse gas emissions over the year 2011. It includes detailed description of the methodologies used to calculate activity data and emissions and it gives the full text of the NIR-II for KP-LULUCF, as well as a description of the table-by-table methodologies, choices and motivations. In 2011 afforestation and reforestation activities produced a sink of 458.66 Gg CO2 equivalents while deforestation caused an emission of 838.67 Gg CO2 equivalents. These values were based on changes in above-and belowground biomass, dead wood, litter and soil (mineral as well as organic), and agricultural lime application on deforested areas
Graanstoppels en akkervogels
Bos, J.F.F.P. - \ 2013
Limosa 86 (2013)3. - ISSN 0024-3620 - p. 123 - 131.
vogels - bouwland - fauna - agrarische bedrijfsvoering - graansoorten - overwintering - foerageren - verenigd koninkrijk - birds - arable land - farm management - cereals - foraging - uk
Graanstoppels vormen in najaar en winter een bron van voedsel voor vogels, met name als tijdens de voorafgaande graanteelt de inzet van herbiciden wordt beperkt, de stoppelvelden vanaf de nazomer bezet raken met onkruiden en ze niet te vroeg in de winter worden geploegd. In het Verenigd Koninkrijk is veel onderzoek gedaan naar de betekenis van graanstoppels voor overwinterende akkervogels. Dit artikel biedt een samenvatting van de inzichten die dit onderzoek heeft opgeleverd, met een doorkijkje naar kansen voor toepassing in Nederland
Akkerrandenbeheer niet de sleutel tot succes voor de Veldleeuwerik in Oost-Groningen
Ottens, H.J. ; Kuiper, M.W. ; Scharenburg, C.W.M. ; Koks, B.J. - \ 2013
Limosa 86 (2013)3. - ISSN 0024-3620 - p. 140 - 152.
bouwland - akkerranden - vogels - fauna - foerageren - populatiedichtheid - agrarisch natuurbeheer - evaluatie - oost-groningen - arable land - field margins - birds - foraging - population density - agri-environment schemes - evaluation
De Veldleeuwerik, ooit een van de meest verbreide en talrijkste vogels van het boerenland, holt in aantallen achteruit. We staan er bij en kijken er naar, want goed broedbiologisch onderzoek naar de achteruitgang van de Veldleeuwerik in Nederland is schaars, laat staan pogingen om de achteruitgang te keren. Een uitzondering hierop is het langdurige veldleeuwerikenonderzoek in Oost- Groningen. Naast monitoring en onderzoek wordt hier ook agrarisch natuurbeheer getest. Akkerranden, stukjes extensieve ruigte die intensief boerenland omzomen, lijken de succesformule voor bijvoorbeeld de Grauwe Kiekendief te zijn, maar is deze maatregel ook het ei van Columbus voor de Veldleeuwerik?
Agrarisch natuurbeheer: wat kost het, wat levert het op en hoe kan het beter
Kleijn, D. - \ 2013
De Levende Natuur 114 (2013)2. - ISSN 0024-1520 - p. 51 - 55.
agrarisch natuurbeheer - weidevogels - bouwland - vogels - flora - fauna - evaluatie - natuurbeleid - beleidsevaluatie - agri-environment schemes - grassland birds - arable land - birds - evaluation - nature conservation policy - policy evaluation
Het grote oppervlak dat de landbouw inneemt maakt dat zelfs beperkte positieve effecten van agrarisch natuurbeheer een grote impact kunnen hebben. Anderzijds komen slechts weinig zeldzame soorten voor op landbouwgronden. De financiële middelen voor natuurbeheer staan momenteel onder druk. Er is behoefte aan inzicvhten die kunnen leiden tot een efficiëntere inzet van het beschikbare budget. Dit artikel geeft een overzicht van de (kosten)effectiviteit van agrarisch natuurbeheer en doet op basis daarvan aanbevelingen voor aanpassingen die kunnen leiden tot een slagvaardiger agrarisch natuurbeheer.
Effecten van het aanbieden van voedselgewassen op de talrijkheid van overwinterende akkervogels: een eerste analyse
Stip, A. ; Kleijn, D. ; Teunissen, W. - \ 2013
Limosa 86 (2013)3. - ISSN 0024-3620 - p. 132 - 139.
bouwland - vogels - fauna - overwintering - foerageren - landgebruik - akkerbouw - proefprojecten - oost-nederland - limburg - arable land - birds - foraging - land use - arable farming - pilot projects - east netherlands
Veel wijst er op dat de problemen van Europese akkervogels tenminste voor een deel worden veroorzaakt door voedselschaarste in de winter, als gevolg van een steeds efficientere landbouwpraktijk waarin onkruiden en oogstresten zeldzame verschijnselen zijn geworden. Als maatregel om deze bottleneck op te heffen valt te denken aan het inzaaien van kleine oppervlakten akkerland met gewassen die voor vogels geschikt wintervoedsel opleveren. In dit artikel worden de eerste, hoopgevende resultaten besproken van een experiment waarin dit in een aantal Nederlandse akkergebieden is gebeurd.
Maatregelen voor het ontsmetten van tarragronden uit de landbouw
Runia, W.T. ; Molendijk, L.P.G. - \ 2013
Wageningen : PPO AGV - 5
bodemkwaliteit - akkerbouw - bouwland - tarra (suikerbieten) - recycling - bloembollen - plagenbestrijding - inundatie - soil quality - arable farming - arable land - dirt tare - ornamental bulbs - pest control - flooding
Met het ministerie is afgesproken dat de Stichting Veldleeuwerik een beroep mag doen op de helpdesk van Wageningen UR. In onderhavig geval is dat de vraag over het veilig terugbrengen van tarragronden naar de percelen. Naast de teelt van suikerbieten gaat het hier ook over bloembollen.
Open akkers en boomteelt rond Oirschot, behoud door ontwikkeling
Schaap, B.F. ; Beunen, R. ; Aalvanger, A. ; Dolders, T. - \ 2013
Wageningen : Wetenschapswinkel (Rapport / Wetenschapswinkel Wageningen UR 296) - ISBN 9789461731838 - 44
boomteelt - landgebruik - bouwland - cultuurlandschap - landgebruiksplanning - noord-brabant - arboriculture - land use - arable land - cultural landscape - land use planning
Stichting Behoud Erfgoed Oirschot (SBEO) heeft zich ten doel gesteld om de open en bolle akkercomplexen rond Oirschot te beschermingen in het licht van huidig en toekomstig landgebruik. De rol van de boomteelt is voor SBEO een belangrijk onderdeel van dit vraagstuk omdat deze sector rond Oirschot veel aanwezig is en mogelijk cultuurhistorische waarden kan aantasten door verandering van de openheid en mogelijke afvoer van grond na de oogst van de bomen. De cultuurhistorische waardenkaart en de erfgoedkaart laten zien dat de open akkercomplexen een hoge cultuurhistorische en archeologische waarde hebben. Gedurende het onderzoeksproces is gebleken dat deze resultaten in een breder perspectief geplaatst moeten worden. Het landschap rondom Oirschot moet als een levend landschap worden gezien.
Gevolgen van klimaatverandering voor verschillende plantengemeenschappen
Janssen, J.A.M. ; Ozinga, W.A. ; Schaminee, J.H.J. ; Haveman, R. ; Smits, N.A.C. - \ 2013
Stratiotes 2013 (2013)44. - ISSN 0928-2297 - p. 19 - 30.
plantengemeenschappen - vegetatietypen - bouwland - graslanden - heidegebieden - bossen - klimaatverandering - plant communities - vegetation types - arable land - grasslands - heathlands - forests - climatic change
In deze studie is bekeken welke veranderingen zijn opgetreden in plantengemeenschappen. De gegevens uit de Landelijke Vegetatie Databank (LVD) zijn gebruikt om trends in de soortensamenstelling van bepaalde plantengemeenschappen op te sporen. Vervolgens zijn deze trends gerelateerd aan veranderingen in de temperatuur. Hierdoor krijgen we inzicht in de kwetsbaarheid van de onderzochte plantengemeenschappen (en desbetreffende ecosystemen) voor klimaatverandering. De LVD bestaat momenteel uit meer dan 630.000 gedigitaliseerde vegetatieopnamen, gemaakt in de periode 1930-2012. De verandering in de soortensamenstelling van een aantal plantengemeenschappen is geanalyseerd voor de periode 1930-2010
Oppervlakkige afspoeling van model tot praktijk : welke maatregelen hebben impact?
Evenhuis, A. ; Kruijne, R. ; Deneer, J.W. ; Schepers, H.T.A.M. - \ 2013
Wageningen : Praktijkonderzoek Plant & Omgeving, onderdeel van Wageningen UR - 34
oppervlakkige afvoer - bouwland - pesticiden - bodemverdichting - wateropslag - agrarische bedrijfsvoering - noord-brabant - runoff - arable land - pesticides - soil compaction - water storage - farm management
Er wordt aangenomen dat normoverschrijdingen in het oppervlaktewater kunnen ontstaan door oppervlakkige afspoeling van gewasbeschermingsmiddelen. In een studie naar emissie van gewasbeschermingsmiddelen in het gebied van de Lage en Hoge Raam werden overschrijdingen van de MTR waargenomen van een aantal herbiciden in het oppervlaktewater. Uit bestudering van het verloop van de overschrijdingen in de tijd, in relatie tot het tijdstip van toediening en het neerslagverloop kwam oppervlakkige afspoeling naar voren als een mogelijke oorzaak van de overschrijdingen.
Herstellen van akkers als onderdeel van een intact heidelandschap : de koppeling tussen arme heidegebieden en rijkere gronden
Vogels, J. ; Jansman, H.A.H. ; Bobbink, R. ; Weijters, M. ; Verbaarschot, E. ; Den, P. ten; Versluijs, R. ; Waasdorp, S. - \ 2013
Driebergen : Bosschap (Rapport OBN 179-DZ) - 179
ecologisch herstel - heidegebieden - natuurgebieden - velden - bouwland - natuurwaarde - ecological restoration - heathlands - natural areas - fields - arable land - natural value
De heidegebieden in Nederland herbergen een groot aantal habitattypen die in Europees opzicht erg waardevol zijn. Voorbeelden zijn droge en vochtige heide (H4030 en H4010), zandverstuivingen (H2330) en zwakgebufferde vennen (H3130). Deze heidegebieden liggen temidden van intensief gebruikt agrarisch gebied. Rechtstreeks gevolg hiervan lijkt dat karakteristieke faunasoorten van heidelandschappen nog steeds achteruit gaan in verspreiding. Een groeiend aantal beheerders experimenteert tegenwoordig met tijdelijke beakkering van kleine perceeltjes in of direct grenzend aan heideterreinen, met als doel de aan het heidelandschap verbonden diersoorten een grotere overlevingskans te geven. Daarnaast bestaan er bij beheerders vragen over het gewenste beheer van bestaande (extensieve) landbouwpercelen en wildakkers ten behoeve van de versterking van de natuurwaarden in nabij gelegen heidegebieden
Gezonde grondruil tussen melkveehouders en bollentelers
Eekeren, N.J.M. van; Philipsen, A.P. - \ 2013
Louis Bolk Instituut (Publicatie / Louis Bolk Instituut 2013-014 LbD) - 28
melkveehouderij - graslanden - bodemvruchtbaarheid - bouwland - bodemtypen (naar textuur) - bloembollen - agrarische bedrijfsvoering - dairy farming - grasslands - soil fertility - arable land - soil types (textural) - ornamental bulbs - farm management
Melkveehouders in Noord-Holland zijn gewend hun grasland regelmatig uit te ruilen met bollen- en pootaardappeltelers. Vanuit het duurzaamheidsprogramma van CONO Kaasmakers in Westbeemster - een ambachtelijke coöperatieve kaasmakerij in Noord- Holland met 500 leden - worden diverse workshops georganiseerd om de bedrijfsvoering te verduurzamen. In de bodemworkshops kwam regelmatig de vraag van melkveehouders aan de orde: Hoe om te gaan met grondruil? De gebruiksnormen in het kader van de mestwetgeving worden strenger. Verlies van organische stof en stikstofleverend vermogen (NLV) bij de verhuur voor bollenteelt worden daarom belangrijker voor de veehouder. Deze vragen vormden de aanleiding voor het Praktijknetwerk Gezonde Grondruil.
Potentie van oogstvervroeging voor verbetering van de bodemstructuur : deskstudie naar mogelijkheden en beperkingen
Vermeulen, G.D. ; Wijk, C.A.P. van - \ 2013
Wageningen : Plant Research International, Business Unit Agrosysteemkunde (Rapport / Plant Research International 514) - 68
bouwland - bodemwater - bodemstructuur - bodemverdichting - mechanisatie - oogsttijdstip - gewasopbrengst - akkerbouw - vollegrondsteelt - arable land - soil water - soil structure - soil compaction - mechanization - harvesting date - crop yield - arable farming - outdoor cropping
De Nederlandse landbouw ziet door de inzet van zware oogst- en transportmachines de bodemstructuur achteruitgaan. Vooral oogsten onder natte omstandigheden tijdens de oogstmaanden september, oktober en november tast de bodemstructuur aan. Dit gaat ten koste van de gewasopbrengst. In dit onderzoek in opdracht van het Ministerie van EL&I is verkend: hoeveel de opbrengstderving door structuurbeschadiging bij de oogst kan bedragen; of de bodemstructuur is te beschermen door de oogst te vervroegen, in de veronderstelling dat deze dan onder relatief droge omstandigheden kan plaatsvinden; welk effect de klimaatverandering zal hebben op de oogstomstandigheden.
Bodemorganismen@work : over het leven in landbouwbodems
LBI Belder, Paul ; Zanen, M. ; Vervaeke, I. ; Meuffels, G.J.H.M. - \ 2012
Leuven, BE : Provincie Vlaams-Brabant - 24
bodemvruchtbaarheid - bodembiologie - landbouwgrond - bodemstructuur - bouwland - vlaanderen - agrobiodiversiteit - functionele biodiversiteit - akkerbouw - soil fertility - soil biology - agricultural land - soil structure - arable land - flanders - agro-biodiversity - functional biodiversity - arable farming
Interreg IV project BodemBreed gefinancierd door de Europese Unie en alle projectpartners
Aan de slag met niet kerende grondbewerking
Muijtjens, S. ; Swerts, M. ; Vervaeke, I. ; Meuffels, G.J.H.M. - \ 2012
Leuven, BE : Provincie Vlaams-Brabant - 28
akkerbouw - bouwland - grondbewerking - erosiebestrijding - vlaanderen - arable farming - arable land - tillage - erosion control - flanders
Glooiende hellingen leveren een prachtig landschap op, maar jammer genoeg gaat dit vaak gepaard met bodemerosie. Zowel voor landbouwers als burgers is erosie ongewenst. Uit verschillende onderzoeken blijkt dat nietkerende grondbewerking en groenbedekking opvallend effectief zijn in de strijd tegen erosie. Toch blijkt het toepassen van niet-kerende grondbewerking niet zo evident. Hoe ga je aan de slag met niet-kerende grondbewerking? Met deze brochure trachten we om jou op weg te helpen naar een duurzaam bodemgebruik.
Emissiefactoren voor mesttoediening, beweiding en kunstmest voor berekening van de nationale ammoniakemissie
Huijsmans, J.F.M. - \ 2012
dierlijke meststoffen - kunstmeststoffen - mestverwerking - stikstof - begrazing - graslanden - bouwland - ammoniak - ammoniakemissie - emissie - intensieve veehouderij - animal manures - fertilizers - manure treatment - nitrogen - grazing - grasslands - arable land - ammonia - ammonia emission - emission - intensive livestock farming
Informatieblad Mest, Milieu en Klimaat over de berekening van de nationale ammoniakemissie (NEMA) model. Binnen dit model wordt de ammoniakemissie uit verschillende bronnen beschreven met emissiefactoren (EF’s). Voor mesttoediening, beweiding en gebruik van kunstmest zijn EF’s afgeleid. Hierbij worden de EF’s voor mesttoediening uitgedrukt als percentage van de met de mest toegediende ammoniakale stikstof (TAN) en voor kunstmest als percentage van de toegediende stikstof (N). De afleiding van de EF’s is op verschillende manieren uitgevoerd, waarbij onderzoeksgegevens, Nederlandse omstandigheden en beschikbare data en modellen zijn gecombineerd.
Remote Sensing in de Boomkwekerij : Een verkenning
Baltissen, A.H.M.C. - \ 2012
Lisse : Praktijkonderzoek Plant & Omgeving, Bollen en Bomen - 32
boomkwekerijen - gewassen, groeifasen - bemesting - bodemwater - bouwland - monitoring - precisielandbouw - haalbaarheidsstudies - forest nurseries - crop growth stage - fertilizer application - soil water - arable land - precision agriculture - feasibility studies
Sinds 2008 biedt Basfood middels www.mijnakker.nl telers de mogelijkheid hun gewasontwikkeling te volgen met behulp van Remote Sensing beelden. Basfood heeft voor dit programma Mijnakker ongeveer 1200 klanten, voornamelijk in de akkerbouw. Mijnakker biedt de mogelijkheid groei, vocht- en voedingstoestand van gewassen te volgen. Hiervoor worden wekelijkse gegevens van satellietbeelden gecombineerd met gegevens van weerstations. De berekeningen en interpretaties worden uitgevoerd met behulp van modellen. De vraag is of er ook toepassingsmogelijkheden zijn voor de boomkwekerij met deze applicatie.
Leaching of plant protection products to field ditches in the Netherlands : development of a drainpipe scenario for arable land
Tiktak, A. ; Boesten, J.J.T.I. ; Hendriks, R.F.A. ; Linden, A.M.A. van der - \ 2012
Bilthoven : National Institute for Public Health and the Environment (RIVM report 607407003/2012) - 106
bouwland - bodemchemie - drainage - uitspoelen - pesticiden - zware kleigronden - preferente stroming - modellen - waterverontreiniging - arable land - soil chemistry - leaching - pesticides - clay soils - preferential flow - models - water pollution
In the current Dutch authorisation procedure for calculating exposure of surface water organisms to plant protection products, deposition of drift is considered to be the only source. Drainage from agriclutural fields is being ignored. Because drainage may be an important source for exposure of water organisms, RIVM, Wageningen UR and the Board for the authorisation of plant protection products and biocides derived a new procedure in which drainage is included
Erkenning inundatie als AM-maatregel nabij (interview met Leendert Molendijk)
Groot Antink, M. ; Molendijk, L.P.G. - \ 2012
Akker magazine 10 (2012). - ISSN 1875-9688 - p. 28 - 29.
pootaardappelen - bouwland - inundatie - bodem - desinfecteren - plantenparasitaire nematoden - proefprojecten - groningen - akkerbouw - globodera - seed potatoes - arable land - flooding - soil - disinfestation - plant parasitic nematodes - pilot projects - arable farming
Het onder water zetten van percelen aardappelland is dermate effectief tegen aaltjes dat inundatie vermoedelijk volgend voorjaar als AM-maatregel erkend zal worden door Brussel en de NVWA. Bovendien is het kostentechnisch een goed alternatief voor chemische bestrijding, zo blijkt uit een praktijkproef in het Groningse Vierhuizen.
Organische stof essentieel, afzien van dierlijke mest leidt tot opbrengstdaling
Haan, J.J. de - \ 2012
Akker magazine 2012 (2012)10. - ISSN 1875-9688 - p. 26 - 27.
bouwland - organische stof - bodemvruchtbaarheid - drijfmest - opbrengsttabellen - gewassen - proefbedrijven - de peel - arable land - organic matter - soil fertility - slurries - yield tables - crops - pilot farms
Aanvoer van organische stof lijkt essentieel voor het behoud van het producerend vermogen van de bodem. Wanneer er jaren achtereen geen dierlijke mest wordt opgebracht, beginnen de opbrengsten na zes jaar terug te lopen. Dat blijkt uit systeemonderzoek op de PPO-locatie Vredepeel. Gemiddeld is de opbrengstdaling daar nu 4 à 5 procent.
Stikstofwerking van mest op bouwland : informatieblad 46
Schröder, J.J. - \ 2012
bouwland - bemesting - dierlijke meststoffen - nitraatuitspoeling - voedingsstoffenbeschikbaarheid - stikstof - veldproeven - ondergewassen - akkerbouw - arable land - fertilizer application - animal manures - nitrate leaching - nutrient availability - nitrogen - field tests - catch crops - arable farming
Informatieblad Mest, Milieu en Klimaat over een proef naar de stikstofwerking van dierlijke mest. De conclusie van deze proef is dat als aan dierlijke mest een juiste N-werking wordt toegekend, de uitspoeling van N uit mest op korte termijn niet hoger is dan bij gebruik van kunstmest-N. Voor zover uitspoeling dreigt op te treden, kunnen tijdig gezaaide vanggewassen de N-uitspoeling verlagen en de N-beschikbaarheid voor een volgteelt verhogen.
"Bodem krijgt meer functies dan productie" : Interview met medewerkers PPO-agv op de praktijkdag Bodem op Proefboerderij Vredepeel
Jonge, H. de; Sukkel, W. ; Haan, J.J. de; Kroonen, M.J.E. ; Meuffels, G.J.H.M. - \ 2012
Nieuwe oogst / Magazine gewas 8 (2012)16. - ISSN 1871-093X - p. 4 - 5.
bouwland - akkerbouw - bodembeheer - bodemvruchtbaarheid - bemesting - duurzaam bodemgebruik - duurzame landbouw - klimaatverandering - arable land - arable farming - soil management - soil fertility - fertilizer application - sustainable land use - sustainable agriculture - climatic change
Akkerbouwers zoeken naar een rendabel bodembeheer, waarbij waterbeheer, klimaatverandering en biodiversiteit een rol spelen.
Ammoniakemissie bij mesttoediening in wintertarwe op kleibouwland
Huijsmans, J.F.M. ; Hol, J.M.G. - \ 2012
Wageningen : Plant Research International (Rapport / Plant Research International 446) - 24
bemesting - plaatsing (van meststoffen) - wintertarwe - ammoniakemissie - veldproeven - akkerbouw - meting - bouwland - fertilizer application - placement - winter wheat - ammonia emission - field tests - arable farming - measurement - arable land
In de graanteelt is mesttoediening in sleufjes een voor de hand liggende vorm voor de emissiearme mesttoediening. Het effect op de ammoniakemissie bij mesttoediening in stroken op de grond ten opzichte van mesttoediening in sleuven is onvoldoende bekend. Om hier inzicht in te krijgen zijn onder praktijkomstandigheden emissiemetingen verricht. In dit onderzoek gaf de mesttoediening in sleuven bij wintertarwe een gemiddelde ammoniakemissiereductie van meer dan 40% ten opzichte van mesttoediening in stroken op de grond.
Ammoniakemissie bij mesttoediening en inwerken in aardappelruggen bij mesttoediening in sleuven op niet beteeld geploegd kleibouwland
Huijsmans, J.F.M. ; Hol, J.M.G. - \ 2012
Wageningen : Plant Research International (Rapport / Plant Research International 445) - 22
bemesting - plaatsing (van meststoffen) - ammoniakemissie - akkerbouw - veldproeven - meting - aardappelen - ruggen - bouwland - fertilizer application - placement - ammonia emission - arable farming - field tests - measurement - potatoes - ridges - arable land
Voor de mesttoediening in aardappelen is een methode ontwikkeld waarbij de mest kort na het poten (voor opkomst van het gewas) op de aardappelruggen wordt verspreid en met sterwielen intensief met de grond wordt gemengd. Onbekend is of deze methode van mesttoediening op aardappelruggen leidt tot een voldoende lage ammoniakemissie. Daarnaast is ook onbekend hoe hoog de ammoniakemissie is bij mesttoediening in sleufjes op niet beteeld bouwland. Om inzicht te krijgen in de hoogte van de ammoniakemissie bij deze methoden zijn in 2011 onder praktijkomstandigheden emissiemetingen verricht.
Ammoniakemissie bij toediening van mineralenconcentraat op beteeld bouwland en grasland
Huijsmans, J.F.M. ; Hol, J.M.G. - \ 2011
Wageningen : Plant Research International (Rapport / Plant Research International 387) - 44
bemesting - concentraten - ammoniakemissie - akkerbouw - aardappelen - graangewassen - graslanden - vloeibare meststoffen - bouwland - fertilizer application - concentrates - ammonia emission - arable farming - potatoes - grain crops - grasslands - liquid manures - arable land
Meerdere mestverwerkingproducten komen momenteel op de markt, waaronder mineralenconcentraten, die toegepast worden als meststof in het kader van het door de EU goedgekeurde Experiment Mineralenconcentraat van het ministerie van EL&I. Bij de toepassing van deze nieuwe producten speelt naast mestbenutting (opbrengsten, werkingscoëfficiënten) ook de optredende ammoniakemissies een belangrijke rol. In overleg met het ministerie van EL&I is najaar 2009 een project geformuleerd om een eerste inzicht te verkrijgen in de verwachte ammoniakemissie bij de verschillende toepassingen van deze producten. In 2010 is in opdracht van EL&I het onderzoek naar de optredende ammoniakemissie uitgevoerd bij toediening van concentraat in graan, aardappelen en op grasland. In dit rapport worden de resultaten van de metingen weergegeven.
Bio-economic farm modelling to analyse agricultural land productivity in Rwanda
Bidogeza, J.C. - \ 2011
Wageningen University. Promotor(en): Alfons Oude Lansink, co-promotor(en): Jan de Graaff; Paul Berentsen. - [S.l.] : S.n. - ISBN 9789085859567 - 184
landbouwbedrijven - landbouwhuishoudens - duurzaamheid (sustainability) - technologie - multivariate analyse - landdegradatie - voedselzekerheid - simulatiemodellen - gewassen - organische meststoffen - kunstmeststoffen - overheidsbeleid - bouwland - grondproductiviteit - rwanda - farms - agricultural households - sustainability - technology - multivariate analysis - land degradation - food security - simulation models - crops - organic fertilizers - fertilizers - government policy - arable land - land productivity

Keywords: Rwanda; farm household typology; sustainable technology adoption; multivariate analysis;
land degradation; food security; bioeconomic model; crop simulation models; organic fertiliser; inorganic fertiliser; policy incentives

In Rwanda, land degradation contributes to the low and declining agricultural productivity and consequently to food insecurity. As a result of land degradation and increasing population pressure, there is urgent need to simultaneously enhance food security and agro-ecological sustainability. The main objective of this PhD thesis was to make an assessment of technology options and policy incentives that can enhance sustainable farming in Rwanda.
A multivariate analysis approach was used to clearly identify five types of farm households and their socio-economic characteristics. The main differences between the five farm types relate to gender, age, education, risk perception, risk attitude, labour availability, land tenure and income. A bio-economic model capable of analysing the impacts of soil erosion, family planning and land consolidation policies on food security in Rwanda was developed, and applied for one typical farm household. Calculations with the bio-economic model showed that a higher availability of good farm land would increase the farm income. Additionally, preserving soils against erosion and reducing risk would allow for using more marginal land which would increase food production for home consumption and for the market. Increasing the opportunities for off-farm employment can also increase farm household income. The simulation of crop yields under sustainable land management showed that predicted crop yields were distinctly higher than the actual yields for the current small-scale farming practices that are common in the region. Using the developed bio-economic model, model results showed that these sustainable agricultural technologies will clearly enhance food production (after a learning period) and income for all farm household types except the household with the largest farm for which cash at the beginning of the season is too restricted to switch to the new technologies. Provision of credit and availability off-farm activities have emerged as the most serious policies likely to affect the adoption of alternative technologies in all the farm households.
The bio-economic farm model and its applications developed in this study give more insights into the possibilities of transforming the current farming system towards more sustainable farming.

.

Bodemleven geeft structuur aan akkergrond, Thema: Functionele biodiversiteit BO-12.03-004-004
Faber, J.H. ; Bloem, J. - \ 2011
S.n.
grondbewerking - bodemstructuur - bouwland - bodemecologie - tillage - soil structure - arable land - soil ecology
Uit de praktijk komen vragen over achteruitgang van bodemstructuur door intensieve grondbewerking, bodemverdichting door zware machines en de hiermee samen hangende tendens tot toenemende problemen met water infiltratie. Er is behoefte aan kennis over bedrijfsmaatregelen als minimale grondbewerking en gerichte bemesting, die het bodemleven zo stimuleren dat er meer natuurlijke regulatie is van bodemstructuur en bodemvruchtbaarheid.
Aanvullend onderzoek mineralenconcentraten 2009-2010 op bouwland en grasland : samenvatting van de resultaten uit de veldproeven en bepaling van de stikstofwerking
Geel, W.C.A. van; Berg, W. van den; Dijk, W. van; Wustman, R. - \ 2011
Wageningen : Praktijkonderzoek Plant & Omgeving B.V. - 39
bemesting - bouwland - graslanden - concentraten - kunstmeststoffen - veldproeven - mesttechnologie - nutriëntengebruiksefficiëntie - stikstof - fertilizer application - arable land - grasslands - concentrates - fertilizers - field tests - fertilizer technology - nutrient use efficiency - nitrogen
Bij mestscheiding volgens het proces van ultrafiltratie en omgekeerde osmose ontstaat een mineralenconcentraat (MC), dat voornamelijk stikstof en kali bevat en wordt beoogd als kunstmestvervanger. Voor (wettelijke) erkenning als kunstmestvervanger is het belangrijk dat de stikstofwerking van het MC hoog is. In 2009 is de Rijksoverheid (de ministeries van LNV thans EL&I en VROM thans I&M) samen met het landbouwbedrijfsleven (LTO en NAV) een pilot gestart waarbinnen onder andere onderzoek plaatsvindt naar de landbouwkundige en milieukundige effecten van het gebruik van mineralenconcentraten. Daartoe zijn ondermeer verdiepende veldproeven uitgevoerd in 2009 en 2010 met aardappelen en grasland. Als aanvulling op deze pilot wordt van 2009 t/m 2011 een project uitgevoerd waarin een goede toedieningstechniek met praktijkmachines centraal staat. Dit project omvat veldproeven en demonstraties in diverse akkerbouwgewassen, in snijmaïs en op grasland. Dit verslag vat de resultaten van deze aanvullende veldproeven in 2009 en 2010 samen en gaat ook in op de stikstofwerking van het MC in de diverse proeven bij verschillende toedieningstechnieken. De proeven zijn in 2009 en 2010 uitgevoerd met zetmeelaardappelen op dalgrond, wintertarwe op zware zeeklei (Oldambt) en zomergerst op dalgrond (2009) en NO zandgrond (2010). Verder zijn in 2010 proeven uitgevoerd op ZO zandgrond met consumptieaardappelen, snijmaïs en op grasland en op ZW zeeklei met consumptieaardappelen.
Inventarisatie van faunaschade in 10 grote akkerbouwgewassen
Wijk, C.A.P. van - \ 2010
Kennisakker.nl 2010 (2010)3 maart.
akkerbouw - bouwland - oogstschade - vogels - fauna - wildbescherming - inventarisaties - financieren - arable farming - arable land - crop damage - birds - wildlife conservation - inventories - financing
Faunaschade is in de akkerbouw een groot probleem en volgens de praktijk wordt faunaschade niet altijd of maar gedeeltelijk vergoed. Op verzoek van het Productschap Akkerbouw is daarom eerst een inventarisatie van de faunaschade uitgevoerd. Doel van deze inventarisatie is om in beeld te brengen welke informatie beschikbaar is over de financiële gevolgen van wildschade voor de qua areaal 10 belangrijkste akkerbouwgewassen en de achterliggende regels voor schadevergoeding.
De ongewervelde fauna in akkerranden van verschillende ouderdom
Noordijk, J. ; Musters, C.J.M. ; Snoo, G.R. de - \ 2010
De Levende Natuur 111 (2010)3. - ISSN 0024-1520 - p. 148 - 151.
bouwland - biodiversiteit - ongewervelde dieren - akkerranden - agrarisch natuurbeheer - zeeland - arable land - biodiversity - invertebrates - field margins - agri-environment schemes
Via diverse agrarische natuurbeheerovereenkomsten is het mogelijk gemaakt om kruidenrijke randen langs akkers aan te leggen. De vraag is welke bijdrage deze randen hebben in termen van biodiversiteit. In 2006 en 2007 zijn daartoe akkerranden in Zeeland onderzocht op het voorkomen van ongewervelde dieren. De nadruk lag daarbij op de relatie tussen de diversiteit aan ongewerveldengroepen, met name functionele groepen van ongewervelden met eenzelfde dieet, en de leeftijd van de betreffende randen. Aan de hand van de onderzoeksresultaten gaan auteurs in op de vraag of de richtlijnen voor de beheerovereenkomsten aangepast zouden moeten worden.
Anecic earthworms and associated ecosystem services in a ley-arable crop
Eekeren, N.J.M. van; Bommele, L. ; Bokhorst, J.G. ; Schouten, T. ; Reheul, D. ; Brussaard, L. - \ 2010
In: 19th World Congress of Soil Science, Soil Solutions for a Changing World, 1–6 August 2010, Brisbane, Australia. - - p. 9 - 11.
aardwormen - graslanden - bouwland - bodemvruchtbaarheid - bodemecologie - ecosysteemdiensten - earthworms - grasslands - arable land - soil fertility - soil ecology - ecosystem services
Een vruchtwisseling van gras en maïs zou duurzaam kunnen zijn in termen van nutriëntengebruik, maar het effect op regenwormen is nog onvoldoende bekend. Regenwormen zijn verzameld in permanent akkerland, permanent grasland en grond waarop een vruchtwisseling was toegepast. De hoeveelheid regenwormen was het hoogst in permanent grasland. Na gebruik als akkerland heeft de populatie heeft minstens drie jaar nodig om te herstellen. De populatie anenic wormen waren echter na deze periode nog niet hersteld.
Wat kost het behoud van onze akkervogels?
Bos, J.F.F.P. ; Sierdsema, H. ; Schekkerman, H. ; Scharenburg, C.W.M. - \ 2010
De Levende Natuur 111 (2010)6. - ISSN 0024-1520 - p. 259 - 263.
vogels - bouwland - gemeenschappelijk landbouwbeleid - kosten - agrarisch natuurbeheer - birds - arable land - cap - costs - agri-environment schemes
Het Planbureau voor de Leefomgeving wilde weten welke maatregelen in de Nederlandse landbouw nodig zijn om akkervogeldoelen te halen en wat deze maatregelen kosten. In het rapport "Een veldleeuwerik zingt niet voor niets!" zijn deze vragen beantwoord. Dit artikel geeft de belangrijkste bevindingen.
Infoblad herstel van akkerflora
Kloen, H. ; Haveman, R. - \ 2010
bouwland - vegetatietypen - vegetatiebeheer - plantenecologie - akkerranden - natuurbeheer - arable land - vegetation types - vegetation management - plant ecology - field margins - nature management
Akkers met een goed ontwikkelde begroeiing van akkerkruiden hebben een grote nostalgische waarde. Het beeld van wuivende korenhalmen, met daartussen het rood van klaprozen, het wit van kamilles en het blauw van korenbloemen appelleert sterk aan ons gevoel van oorspronkelijkheid. Het is mede daardoor dat veel natuurbeheerders proberen om op delen van hun terreinen dit soort akkerflora weer te herstellen. De kleurrijke akkers hebben bovendien niet alleen een grote natuurwaarde, maar ook een belangrijke cultuurhistorische waarde. Tot voor honderd jaar geleden namelijk domineerden graanvelden het Nederlandse landschap. Het beheer en het herstel van deze akkers gaat echter lang niet altijd even goed. Dit infoblad geeft in het kort aan wat de eigenschappen zijn van die typische akkerflora en welke maatregelen kunnen leiden tot het herstel ervan en bovendien wat kansrijke locaties zijn voor het nieuwe natuurakkers.
Evenwichtsbemesting en opbrengst
Ehlert, P.A.I. ; Dekker, P.H.M. - \ 2010
Wageningen : Wageningen UR (Informatieblad mineralen en milieukwaliteit nr. 01) - 2
bouwland - voedingsstoffenbalans - fosfaat - fosformeststoffen - akkerbouw - bodemchemie - bemesting - arable land - nutrient balance - phosphate - phosphorus fertilizers - arable farming - soil chemistry - fertilizer application
Fosfaat is een essentiële voedingsstof voor gewassen. Fosfaatbemesting is noodzakelijk als de beschikbaarheid in de bodem niet beantwoordt aan de vraag van het gewas. Is fosfaatbemesting hoger dan de gewasafvoer nodig indien de fosfaattoestand van de bodem hoger is dan ‘voldoende’? De sector is bezorgd over de gevolgen van een verminderd gebruik van fosfaat op opbrengst en kwaliteit van het gewas, en op de fosfaattoestand van de grond op termijn. Dit zevende infoblad gaat in op deze kwestie aan de hand van recente resultaten uit veeljarige fosfaatveldproeven op bouwland
Faunaschade; Inventarisatie bij 10 grote akkerbouwgewassen
Vlaswinkel, M.E.T. ; Wijk, C.A.P. van; Uijthoven, W. - \ 2009
Lelystad : PPO AGV (PPO-AGV / Rapport ) - 51
akkerbouw - bouwland - oogstschade - vogels - fauna - wildbescherming - inventarisaties - financieren - arable farming - arable land - crop damage - birds - wildlife conservation - inventories - financing
In dit verslag wordt weergegeven welke informatie beschikbaar is betreffende de financiële gevolgen van faunaschade voor de qua areaal 10 belangrijkste akkerbouwgewassen. Hiervoor zijn de cijfers van het Faunafonds gebruikt. Deze opdracht is uitgevoerd voor het Productschap Akkerbouw. Uit de gegevens blijkt dat de grauwe gans met 42% de grootste schadeveroorzaker is. Wordt er naar het areaal dat beschadigd is gekeken dan is dit 38%. Ganzen (grauwe gans, brandgans, kolgans, rotgans en smient) veroorzaken 79% bedrag dat getaxeerd wordt. Wordt er naar het areaal dat beschadigd is gekeken dan betreft dit 81%. Voor een tegemoetkoming van het Faunafonds bij schade is het van belang dat men weet welke soorten ganzen er op een perceel aanwezig zijn. Niet alle schade aan ganzensoorten bijv. Nijlgans, Canadese gans en soepgans, wordt uitgekeerd. Qua gewas is wintertarwe het gewas met de meeste schade (62%). 72% van het areaal dat beschadigd is, is wintertarwe. De uitgekeerde schade per jaar blijkt iets meer dan 1,6 miljoen. Het areaal met schade was in 2007 7450 en in 2008 7150 ha. In werkelijkheid is dat meer, want niet alle schade wordt opgegeven en niet alle faunasoorten komen in aanmerking voor een tegemoetkoming
Ammonia and nitrous oxide emissions following field-application of manure: state of the art measurements in the Netherlands
Huijsmans, J.F.M. ; Schils, R.L.M. - \ 2009
York : International Fertiliser Society (Proceedings / International Fertiliser Society 655) - ISBN 9780853102922 - 36
mest - ammoniak - emissie - distikstofmonoxide - toedieningswijzen - graslanden - bouwland - ammoniakemissie - manures - ammonia - emission - nitrous oxide - application methods - grasslands - arable land - ammonia emission
Manure application to grassland and arable land is an important source of ammonia and nitrous oxide losses. For both gasses, national and international policies have been developed with the objective of reducing the emissions. Since the early 1990s, measurements have been carried out in The Netherlands to assess the gaseous losses from manure application, especially for ammonia. Measurements of nitrous oxide emissions are relatively scarce. This paper presents the results of these measurements with the objective of providing an updated quantification of the effect of techniques for application and incorporation of manure, and to assess influencing factors. The manure application techniques differ in their spreading or placement of the manure onto the grass or soil surface or into the soil. The following techniques are treated in this paper: surface spreading, narrow-band application, shallow injection with open slots on grassland, and surface spreading, surface incorporation, deep placement on arable land. Low emission techniques such as narrow band application, shallow injection, incorporation or injection on arable land show a significant reduction of ammonia emission compared to surface spreading. On grassland, average emission factors (% of total ammonium nitrogen) were 74% for surface spreading and 16% for shallow injection. On arable land, the emission factors were 69% for surface spreading and 2% for deep placement. However, the nitrous oxide emission factor from manure applied with low ammonia emissions techniques is higher than the emission factor for surface applied manures. In a whole farm context, the higher nitrous oxide emission with shallow injection is partly offset directly by reduced emissions from fertiliser savings and indirectly from lower ammonia losses.
Introductie van regenwormen ter verbetering van bodemkwaliteit
Faber, J.H. ; Hout, A. van der - \ 2009
Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 1905) - 59
aardwormen - bodemstructuur - bodemwater - graslanden - bouwland - landbouw - bodemkwaliteit - earthworms - soil structure - soil water - grasslands - arable land - agriculture - soil quality
Het is goed mogelijk om regenwormen te introduceren zodanig dat populaties zich blijvend vestigen. Op een termijn van enkele jaren kunnen geïntroduceerde regenwormen de eigenschappen van de bodem verbeteren door meer aggregaatvorming, grotere porositeit, betere doorluchting en waterinfiltratie en meer vochtleverend vermogen van de bodem. Daarmee hebben introducties in agrarisch grasland en akkerland potentie voor toepassing als teeltondersteunende maatregel. De succesfactoren bij de maatregel zijn echter nog onvoldoende bekend voor onmiddellijke toepassing in de praktijk. Dit rapport geeft een overzicht van de resultaten van introducties in Nederland en elders in gematigde streken. De gegevens van Nederlandse introducties komen voort uit historisch onderzoek en recent uitgevoerde veldinventarisaties. Op basis van literatuurstudie worden succes- en faalfactoren kort op een rijtje gezet, evenals de effecten van introducties op de kwaliteit van de bodem in grasland en akkerland.
Hooiwagenwaarnemingen uit Zeeuwse akkerranden
Noordijk, J. ; Wijnhoven, H. - \ 2009
Entomologische Berichten 69 (2009)3. - ISSN 0013-8827 - p. 78 - 82.
insecten - geleedpotigen - bouwland - akkerranden - zeeland - insects - arthropods - arable land - field margins
Hooiwagen gegevens voor Nederland zijn vrij schaars en Zeeland is een van de provincies met de minste waarnemingen. De auteurs (o.a. vanuit CML) hebben in 2006 en 2007 via bodemvalmonsters waarnemingen verricht bij Zeeuwse akkerranden. Het aantal waarnemingen kon voor Zeeland verviervoudigd worden. Er werden 10 soorten aangetroffen, waarvan vier nieuw voor de provincie
Beoordeling mesttoediening in de praktijk
Huijsmans, J.F.M. ; Verwijs, B.R. - \ 2008
Wageningen : Plant Research International (Rapport / Plant Research International 219) - 30
mest - toedieningswijzen - mestgiften - graslanden - bouwland - milieueffect - nederland - bemesting - ammoniakemissie - manures - application methods - dressings - grasslands - arable land - environmental impact - netherlands - fertilizer application - ammonia emission
Eind vorige eeuw is emissiearme mesttoediening geïmplementeerd binnen de regelgeving met het doel de ammoniakemissie vergaand te reduceren. Op grasland dient het werkresultaat dusdanig te zijn dat de mest in sleuven in de grond of in stroken op de grond tussen het gras is toegediend. Op bouwland moet de mest in één werkgang in de grond worden gebracht of in sleuven in de grond worden gebracht. Het werkresultaat van de mesttoediening (toegepaste techniek en de toepassing in de praktijk) is van belang voor de inschatting van de hoogte van de ammoniakemissie. Een onderzoek is uitgevoerd om inzicht te krijgen in het werkresultaat na mesttoediening in de praktijk binnen Nederland. Het werkresultaat van de mesttoediening werd in de praktijk in het veld beoordeeld gedurende het gehele mestseizoen 2008. Op grasland zijn in totaal 1056 waarnemingen gedaan, op niet beteeld bouwland 672 en bij mesttoediening in graan 59 waarnemingen
Measuring ammonia emissions from manured fields
Berkhout, A.J.C. ; Hoff, G.R. ; Bergwerff, J.B. ; Swart, D.P.J. ; Hensen, A. ; Kraai, A. ; Bleeker, A. ; Huijsmans, J.F.M. ; Mosquera Losada, J. ; Pul, W.A.J. van - \ 2008
Bilthoven : RIVM (RIVM Report / National Institute for Public Health and the Environment 680150003/2008)
dierhouderij - dierlijke meststoffen - luchtverontreiniging - monitoring - meting - ammoniakemissie - drijfmest - stikstof - graslanden - bouwland - animal husbandry - animal manures - air pollution - measurement - ammonia emission - slurries - nitrogen - grasslands - arable land
In this report, 2 novel instruments are described that are able to measure the ammonia emissions of manured fields. The 1st instrument, developed and operated by ECN, is a tuneable diode laser spectrometer (TDL), mounted in a van. It is used to measure the ammonia concentration patterns downwind from a manured field. Wind measurements, a nitrous oxide tracer and a simple Gaussian plume model are used to calculate the ammonia emission. The 2nd instrument, built by RIVM, is a mobile lidar system. It measures a 2-dimensional ammonia concentration profile, also downwind from a manured field
Possibilities to increase organic matter in arable production systems
Pronk, A.A. ; Korevaar, H. - \ 2008
Wageningen : Plant Research International (Report / Plant Research International 213) - 30
bodemchemie - organische stof - bouwland - nitraten - mest - bodemkwaliteit - bemesting - soil chemistry - organic matter - arable land - nitrates - manures - soil quality - fertilizer application
The aim of this study was to demonstrate the role of organic matter in agriculture and to some extent in soil biodiversity. It is part of a research project of NIOO Heteren and NWO
Indicator voor stikstofmineralisatie in gescheurd grasland; synthese
Velthof, G.L. ; Schooten, H.A. van; Hoving, I.E. ; Dekker, P.H.M. ; Dam, A.M. van; Reijneveld, A. ; Aarts, H.F.M. ; Smit, A. - \ 2008
Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 1768) - 41
graslanden - nitrificatie - bodemchemie - bodembiologie - nitraten - bouwland - grasslands - nitrification - soil chemistry - soil biology - nitrates - arable land
Op verzoek van LNV zijn in 2005, 2006 en 2007 verschillende laboratorium- en veldstudies uitgevoerd (proeven met aardappel, tulp en snijmais op zandgrond en kleigrond) met als doel het verkrijgen van een bodemanalyse-methode om de stikstofmineralisatie uit gescheurd grasland te voorspellen. Met deze methode kunnen laboratoria adviezen geven over de bemesting van het gewas dat na het vernietigen van grasland wordt geteeld. Dit bemestingsadvies is dan gebaseerd op de analyses van het gehalte aan minerale N en een voorspelling van de N-mineralisatie
Emissiearme mesttoediening : ammoniakemissie, mestbenutting en nevenaspecten
Huijsmans, J.F.M. ; Schröder, J.J. ; Vermeulen, G.D. ; Goede, R.G.M. de; Kleijn, D. ; Teunissen, W.A. - \ 2008
Wageningen : Plant Research International (Rapport / Plant Research International 195) - 66
mest - toedieningswijzen - ammoniak - emissie - bodemstructuur - bodembiologie - nadelige gevolgen - wetgeving - nederland - ammoniakemissie - weidevogels - graslanden - bouwland - manures - application methods - ammonia - emission - soil structure - soil biology - adverse effects - legislation - netherlands - ammonia emission - grassland birds - grasslands - arable land
Aan de orde komen: gewasbeschadiging en bodemstructuur; bodemleven: effecten op bodemorganismen; weidevogels en agrarisch landgebruik
Informatieblad mineralen en milieukwaliteit : veeljarige effecten van evenwichtsbemesting
Ehlert, P.A.I. ; Dekker, P.H.M. - \ 2008
Wageningen [etc.] : Alterra [etc.] (BO-05-infoblad 17) - 2
fosformeststoffen - fosfaat - bouwland - monitoring - mestgiften - toedieningswijzen - fosfaatuitspoeling - bemesting - mestbeleid - phosphorus fertilizers - phosphate - arable land - dressings - application methods - phosphate leaching - fertilizer application - manure policy
De landbouwsector maakt zich zorgen over de mogelijke gevolgen van verminderd fosfaatgebruik door de invoering van het stelsel van gebruiksnormen. Effecten van evenwichtsbemesting op de opbrengst en de kwaliteit en op het milieu worden onderzocht. In dit zesde infoblad over dit thema worden unieke gegevens besproken van uitvoerige meetprogramma’s in de periode 2002-2007 van veeljarige veldproeven op bouwland
Effecten van fosfaatoverschotten op gras- en bouwland op langere termijn : stand van zaken 2007
Ehlert, P.A.I. ; Middelkoop, J.C. van; Salm, C. van der; Dekker, P.H.M. - \ 2008
Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 1665) - 90
landbouwgrond - fosfaat - bodemwater - uitspoelen - kunstmeststoffen - graslanden - fosfaatuitspoeling - bouwland - agricultural land - phosphate - soil water - leaching - fertilizers - grasslands - phosphate leaching - arable land
Het gebruik van fosfaat op gras- en bouwland staat volop in de belangstelling nu het stelsel van gebruiksnormen in 2006 van kracht geworden is. Het voornemen om per 2015 evenwichtsbemesting in te voeren, heeft geleid tot maatschappelijke onrust. In dit rapport worden observaties besproken die gebaseerd zijn op uitvoerige meetprogramma’s voor fosfaat op veeljarige veldproeven op grasland en bouwland. Bij de proeven worden de mogelijke gevolgen van evenwichtsbemesting op de lange termijn voor opbrengst, kwaliteit, verdeling van fosfaatfracties in de bodem en fosfaatuitspoeling vastgesteld. Dit rapport geeft de stand van zaken van de periode 2002-2007 op basis van beschikbare gegevens
Rapportage FAB 2006 : Functionele Agro Biodiversiteit
Scheele, H. ; Gurp, H. van; Alebeek, F.A.N. van; Belder, E. den; Broek, R.C.F.M. van den; Buurma, J.S. ; Elderson, J. ; Meurs, E.J.J. ; Rijn, P. van; Spruijt, J. ; Vlaswinkel, M.E.T. ; Willemse, J. - \ 2007
Tilburg : LTO projecten - 148
biologische bestrijding - plantenplagen - bodembiologie - plantenziekten - bouwland - slootkanten - aardappelen - spruitjes - graansoorten - agrobiodiversiteit - biological control - plant pests - soil biology - plant diseases - arable land - ditch banks - potatoes - brussels sprouts - cereals - agro-biodiversity
Dit LTO project over functionele agrobiodiversiteit is mede gefinancierd door LNV, VROM, Hoofdproductschap Akkerbouw, Productschap Tuinbouw en Rabobank. Het bevat tekstbijdragen vanuit LEI, PRI, PPO, NIOO en DLV Plant. Het onderzoek betreft: akkerranden met bloemstroken, bodemfauana van die akkeranden, bladluizen in aardappelen, graan en spruitkool, wittelkoolvlieg en rupsen op spruitkool. Afsluitend een bedrijfseconomische bijdrage
Eindrapportage FAB 2005-2007 : functionele Agro Biodiversiteit (FAB)
Scheele, H. ; Gurp, H. van; Alebeek, F.A.N. van; Belder, E. den; Broek, R.C.F.M. van den; Buurma, J.S. ; Elderson, J. ; Rijn, P. van; Vlaswinkel, M.E.T. ; Willemse, J. - \ 2007
[Den Haag etc.] : Ministerie van LNV [etc.] - 47
biologische bestrijding - plagen - bouwland - plantenziekten - akkerbouw - slootkanten - bevordering van natuurlijke vijanden - agrobiodiversiteit - biological control - pests - arable land - plant diseases - arable farming - ditch banks - encouragement - agro-biodiversity
Het project Functionele Agro Biodiversiteit (FAB) werd in 2002 door LTO Nederland geformuleerd en ging in 2004 in de Hoeksche Waard van start. Het eerste doel was om binnen het agrarische gebied een hoge biologische diversiteit te bereiken, waardoor natuurlijke vijanden een maximale rol kunnen spelen bij de bestrijding van ziekten en plagen in de gewassen, en het gebruik van chemische middelen tot een minimum beperkt kan worden. Daarnaast is het project erop gericht om door onderzoek en praktijkervaring kennis op te doen over de manier waarop dat kan worden gerealiseerd met behoud van de productieve economische functies in het gebied. Omdat plaagdieren en hun natuurlijke vijanden zich in de ruimte bewegen waarbij dijken, bermen, watergangen, bosjes en slootkanten een remmend of juist stimulerend effect hebben, moet een dergelijk project niet op het niveau van een bedrijf maar op dat van een gebied worden gerealiseerd.
Ammoniakemissies bij het uitrijden van verwerkte mest
Huijsmans, J.F.M. ; Mosquera, J. - \ 2007
Wageningen : Plant Research International (Rapport / Plant Research International 156) - 18
drijfmest - mest - ammoniak - veehouderij - vloeibare meststoffen - afvalhergebruik - mestverwerking - ammoniakemissie - graslanden - bouwland - slurries - manures - ammonia - livestock farming - liquid manures - waste utilization - manure treatment - ammonia emission - grasslands - arable land
De toename van de veehouderij heeft in Nederland een mestoverschot veroorzaakt. De hoeveelheid geproduceerde mest is voor sommige veehouders te groot t.o.v. het land dat ze ter beschikking hebben om de mest uit te rijden. De afgelopen jaren is veel onderzoek gedaan naar de NH3-emissies bij het (zowel bovengronds breedwerpig als emissiearm) toedienen van mest (voornamelijk gangbare vloeibare dierlijke mest) op zowel grasland en bouwland. Over de NH3-emissies bij het uitrijden van verwerkingsproducten is nog weinig bekend; op dit gebied is slechts een beperkt aantal studies beschikbaar en in veel gevallen ontbreken emissiegegevens. De doelstelling van dit rapport is het bijeenbrengen en analyseren van beschikbare data over optredende NH3- emissies bij het uitrijden van verwerkte mest. Wanneer voor een bepaalde mestverwerkingstechniek emissiegegevens ontbreken, wordt op basis van de samenstelling van de verwerkingsproducten een uitspraak gedaan over de verwachte NH3-emissie bij uitrijden van deze producten. Emissies tijdens het be- of verwerkingsproces worden buiten beschouwing gelaten
De uitspoeling van het stikstofoverschot naar grond- en oppervlaktewater op landbouwbedrijven
Fraters, B. ; Boumans, L.J.M. ; Leeuwen, T.C. van; Reijs, J.W. - \ 2007
Bilthoven : RIVM (RIVM rapport 680716002/2007) - 82
agrarische bedrijfsvoering - stikstofmeststoffen - stikstof - uitspoelen - oppervlaktewater - grondwater - bouwland - graslanden - waterverontreiniging - mestoverschotten - farm management - nitrogen fertilizers - nitrogen - leaching - surface water - groundwater - arable land - grasslands - water pollution - manure surpluses
In deze studie is per grondsoort berekend in welke mate een stikstofoverschot bij bouwland en grasland uitspoelt naar het grond- en oppervlaktewater. Bij bouwland op droge zandgrond spoelt negentig procent van het stikstofoverschot uit. Bij grasland op veengrond is dat slechts vijf procent. Deze informatie zal door de Werkgroep Onderbouwing Gebruiksnormen worden gebruikt bij de afleiding van milieuverantwoorde gebruiksnormen voor het totale stikstofgebruik en het stikstofgebruik met dierlijke mest.
Plant and soil community assembly in secondary succession on ex-arable land. Fundamental and applied approaches
Kardol, P. - \ 2007
Wageningen University. Promotor(en): Wim van der Putten, co-promotor(en): T.M. Bezemer. - [S.l.] : S.n. - ISBN 9789085046127 - 203
bouwland - conversie - plantengemeenschappen - bodembiologie - graslanden - plantensuccessie - bodemfauna - nematoda - arable land - conversion - plant communities - soil biology - grasslands - plant succession - soil fauna
Het omvormen van landbouwgronden tot half-natuurlijke ecosystemen kan het huidige verlies aan soortenrijke graslanden en heidevelden tegen gaan. Pogingen tot herstel van soortenrijke graslanden en heidevelden door landbouwgronden uit productie te nemen, zijn niet altijd succesvol gebleken. Dergelijke omvorming is een vorm van secundaire successie: de opeenvolging van soorten (planten of andere organismen) met als startpunt een ‘biologische’ nalatenschap na een initiële verstoring. Er is nog steeds veel onbekend omtrent de ontwikkeling van ecosystemen gedurende secundaire successie, met name als het gaat om interacties tussen planten en bodemorganismen. Bodemorganismen kunnen een belangrijke rol spelen in de opbouw en samenstelling van plantengemeenschappen
Wind erosion control with scattered vegetation in the Sahelian zone of Burkina Faso
Leenders, J.K. - \ 2006
Wageningen University. Promotor(en): Leo Stroosnijder, co-promotor(en): Geert Sterk; J.H. van Boxel. - [S.l. ] : S.n. - ISBN 9085044006 - 170
winderosie - erosiebestrijding - bouwland - vegetatie - windsnelheid - bodemdegradatie - simulatiemodellen - sahel - burkina faso - wind erosion - erosion control - arable land - vegetation - wind speed - soil degradation - simulation models
Uit de mest- en mineralenprogramma's : Relaties tussen fosfaatconcentraties in bodemvocht, fosfaatfracties in de bodem en fosfaatoverschot op bouwland
Dekker, P.H.M. ; Ehlert, P.A.I. - \ 2005
Lelystad : Praktijkonderzoek Plant & Omgeving B.V. (Informatieblad / PPO-AGV 398.66) - 2
mest - mineralen - bouwland - proefvelden - mestverwerking - mineralenboekhouding - manures - minerals - arable land - experimental plots - manure treatment - nutrient accounting system
PPO en Alterra beschikken over veeljarigeveldproeven waar al 16 tot 34 jaar goed gedefinieerde bemestingsstrategieën worden toegepast en waar situaties zijn gecreëerd met sterk uiteenlopende fosfaatoverschotten. Deze proefvelden zijn van groot belang om inzicht te krijgen in het lot van het fosfaatoverschot in de bodem en de gevolgen voor het fosfaatgehalte in het bodemvocht. Onderzocht is welke effecten fosfaatoverschotten hebben op de fosfaatconcentraties in het bodemvocht en wat de gevolgen zijn van de fosfaatoverschotten op de makkelijk en minder makkelijk beschikbare fosfaatfracties in kalkhoudende zavel en dekzand
Uit de mest- en mineralenprogramma's : Sturen op Nitraat; Regionale nitraat monitoring
Boels, D. ; Roelsma, J. - \ 2005
Wageningen : Alterra (Informatieblad / Alterra 398.85) - 2
monitoring - waterkwaliteit - nitraat - bouwland - grondwater - indicatoren - nitraatuitspoeling - bemesting - water quality - nitrate - arable land - groundwater - indicators - nitrate leaching - fertilizer application
Voor regionale monitoring van de nitraatconcentratie van het bovenste grondwater is door het project Sturen op Nitraat voor zand- en lössgronden een monitoringconcept ontwikkeld dat gebruik maakt van een indicator voor de schatting van de nitraatconcentratie. Gebruik van een indicator boven directe meting is ingegeven door gebruikersgemak en kostenbesef. In dit informatieblad worden de mogelijkheden van dit regionale monitoringsconcept nader belicht
Uit de mest- en mineralenprogramma's : Landbouwkundige en milieukundige gevolgen van evenwichtsbemesting met fosfaat op bouwland
Dekker, P.H.M. ; Ehlert, P.A.I. - \ 2005
Lelystad : Praktijkonderzoek Plant & Omgeving B.V. (Informatieblad / PPO-AGV 398.87) - 2
akkerbouw - fosfaat - waterkwaliteit - gewasopbrengst - mestgiften - bouwland - fosfaatuitspoeling - bemesting - arable farming - phosphate - water quality - crop yield - dressings - arable land - phosphate leaching - fertilizer application
De aankondiging van de overheid om de fosfaatgebruiksnormen op bouwland tot 2009 stapsgewijs te verlagen tot 80 kg/ha en in 2015 te streven naar volledige evenwichtsbemesting roept in de praktijk veel vragen op over het peil houden van de fosfaattoestand van de grond. Uit de resultaten van veeljarige veldproeven blijkt dat die vrees ongegrond is en dat een tot evenwichtsbemesting gereduceerde fosfaatbemesting slechts tot beperkte opbrengstreducties leidt. Bij een aanvoernorm van 80 kg/ha blijft de fosfaattoestand van de grond op peil of neemt zelfs wat toe. Alleen bij bouwplannen met veel fosfaatbehoeftige gewassen kan er sprake zijn van opbrengstreductie. Ook leveren de veeljarige proeven inzicht op over het lot van een fosfaatoverschot in de bodem en op de risico's op fosfaatemissie naar het milieu. Dit is het vierde informatieblad vanuit het project 'Kwantificering van de ophoping en mobiliteit van fosfaat in bouwland’
Vergelijking van SMART2SUMO en STONE in relatie tot de modellering van de effecten van landgebruiksverandering op de nutriëntenbeschikbaarheid
Kros, J. ; Groenendijk, P. ; Mol-Dijkstra, J.P. ; Oosterom, H.P. ; Wamelink, G.W.W. - \ 2005
Wageningen : WOT Natuur & Milieu (WOt-rapport 13) - 48
landgebruik - bouwland - conversie - bodemvruchtbaarheid - bodemverontreiniging - nitraten - fosfaten - modellen - nederland - natuur - land use - arable land - conversion - soil fertility - soil pollution - nitrates - phosphates - models - netherlands - nature
Bij de omvorming van landbouw naar natuur is het de vraag welke natuur op de vaak lang bewerkte en overbemeste grond zich zal gaan ontwikkelen en welke beheersmaatregelen de overheid kan treffen om deze natuur een kans te geven. Bij de daarop gerichte scenario-studies wordt voor de voorspelling van de milieukwaliteit gebruik gemaakt van de modellen STONE en SMART2SUMO. STONE is ontwikkeld om op landelijke schaal de uit- en afspoeling van stikstof (N) en fosfor (P) vanuit de landbouw naar grond- en oppervlaktewater te voorspellen, terwijl SMART2SUMO is ontwikkeld om de terrestrische milieukwaliteit (nutriëntenconcentraties en pH in de wortellaag) te voorspellen in bestaande natuur. Om de prestaties van STONE en SMART2SUMO voor de N- en P-modellering voor biodiversiteitsscenario’s te vergelijken, de consistentie te verhogen en waar mogelijk al te verbeteren, zijn beide modellen met elkaar vergleken. Trefwoorden: Landgebruikverandering, modellering, stikstof, fosfaat, natuurontwikkeling
Assessing the risks and benefits of flowering field edges. Strategic use of nectar sources to boost biological control
Winkler, K. - \ 2005
Wageningen University. Promotor(en): Joop van Lenteren, co-promotor(en): F.L. Wackers. - [S.l.] : S.n. - ISBN 9085043190 - 120
veldgewassen - biologische bestrijding - natuurlijke vijanden - nederland - nectarplanten - bouwland - organismen ingezet bij biologische bestrijding - insectenplagen - risicoschatting - grenzen - agrarisch natuurbeheer - bloeiende planten - arable land - field crops - insect pests - biological control agents - biological control - natural enemies - netherlands - nectar plants - risk assessment - boundaries - agri-environment schemes - flowering plants
Conceptprotocol voor bemesting op basis van een bodemanalyse
Velthof, G.L. ; Dekker, P.H.M. ; Hoving, I.E. ; Reijneveld, A. ; Aarts, H.F.M. - \ 2005
In: Randvoorwaarden aan het scheuren van grasland met betrekking tot volggewas, periode en bemesting / Velthof, G.L., Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 1204) - p. 55 - 70.
bouwland - rotaties - bodemchemie - nitraten - grondanalyse - bemesting - arable land - rotations - soil chemistry - nitrates - soil analysis - fertilizer application
Scheuren van grasland
Velthof, G.L. - \ 2005
In: Randvoorwaarden aan het scheuren van grasland met betrekking tot volggewas, periode en bemesting / Velthof, G.L., Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 1204) - p. 11 - 20.
graslanden - bouwland - landgebruik - landbouwgrond - bodemchemie - stikstof - grasslands - arable land - land use - agricultural land - soil chemistry - nitrogen
In dit hoofdstuk wordt achtergrondinformatie gegeven over 1) de motieven om grasland te scheuren in de melkveehouderij en akkerbouw, 2) het areaal grasland dat jaarlijks wordt gescheurd, 3) de huidige wetgeving met betrekking tot scheuren en 4) de N-processen die na het scheuren van grasland optreden.
Evertebraten in faunaranden en natuurbraak; een detailstudie in Noordoost-Groningen
Haveman, R. ; Burgers, J. ; Dimmers, W.J. ; Huiskes, H.P.J. ; Jagers op Akkerhuis, G.A.J.M. ; Kats, R.J.M. van; Lammertsma, D.R. ; Martakis, G.F.P. - \ 2005
Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 1076) - 63
ongewervelde dieren - soortendiversiteit - bouwland - fauna - plantengemeenschappen - vegetatie - natuurbescherming - nederland - veldwerk - agrarisch natuurbeheer - groningen - invertebrates - species diversity - arable land - plant communities - vegetation - nature conservation - netherlands - field work - agri-environment schemes
Op basis van een in 2004 uitgevoerd veldonderzoek in faunaranden zijn de soortensamenstelling van de vegetatie en de soortenaantallen en biomassa van de in de vegetatie levende evertebraten onderzocht. Uit het onderzoek blijkt het effect van het beheer van de faunaranden op de vegetatiesamenstelling en de samenstelling van de evertebratenfauna. Op basis hiervan zijn beheersaanbevelingen gedaan
Verschraalbeheer goed voor boer en natuur
Hopster, G.K. ; Voort, M.P.J. van der - \ 2004
Boerderij/Akkerbouw 89 (2004)19. - ISSN 0169-0116 - p. 10 - 11.
akkerbouw - bouwland - natuurbescherming - vegetatiebeheer - grasmaaisel - maaien - verwerking - afvalverwijdering - afvalverwerking - afvalhergebruik - agrarische bedrijfsvoering - kosten - agrarisch natuurbeheer - arable farming - arable land - nature conservation - vegetation management - grass clippings - mowing - processing - waste disposal - waste treatment - waste utilization - farm management - costs - agri-environment schemes
Verschraalbeheer van akkerranden is goed voor de natuur omdat de biodiversiteit toeneemt en goed voor de boer omdat probleemonkruiden langzamerhand verdwijnen. Akkerranden maaien levert op zich nauwelijks problemen op, maar veel onduidelijkheid bestaat over de wijze van afvoeren van het maaisel. Een en ander hangt vooral af van de inpasbaarheid in de bedrijfsvoering en de kosten. Een overzicht van de kosten van een aantal verwerkingsmethoden en de daarvoor noodzakelijke bewerkingen en machines, in eigen beheer of in loonwerk (maaisel opzij harken en na oogst in perceel ploegen; maaien, hakselen en maaisel over perceel blazen; maaisel op eigen compost/mesthoop brengen of aan eigen vee voeren; maaisel in balen persen als veevoer; maaisel afvoeren naar composteerbedrijf)
Economisch perspectief van gras- en bouwlanden bij meervoudig duurzaam landgebruik: wat zijn de opbrengsten van multifunctioneel landgebruik?
Geerts, R.H.E.M. ; Korevaar, H. - \ 2004
Wageningen : Plant Research International (Nota / Plant Research International 320) - 36
meervoudig landgebruik - agrarische bedrijfsvoering - graslanden - bouwland - rendement - rekeningen van landbouwbedrijf - multiple land use - farm management - grasslands - arable land - returns - farm accounts
Ammoniakemissie op de Marke : Onderzoek en resultaten van 1994 tot 2001
Koskamp, G.J. ; Kool, A. ; Middelkoop, N. ; Huijsmans, J.F.M. ; Hol, J.M.G. ; Smits, M.C.J. ; Huis in 't Veld, J.W.H. - \ 2003
Lelystad : Animal Sciences Group (CLM 593) - 44
luchtverontreiniging - ammoniak - emissie - melkveehouderij - melkvee - dierlijke meststoffen - huisvesting, dieren - beweidingssystemen - nederland - graslanden - bouwland - air pollution - ammonia - emission - dairy farming - dairy cattle - animal manures - animal housing - grazing systems - netherlands - grasslands - arable land
Strenge doelstelling gehaald Voor ammoniak is de landelijke norm een reductie van 70% ten opzichte van 1980. Dit is in het Nationaal Milieubeleidsplan (NMP3) vastgelegd en door De Marke overgenomen. Vertaald naar bedrijfsniveau betekent dit dat de totale ammoniakemissie teruggebracht moet worden van 149 naar 44 kg N per ha, waarvan 30 kg N uit dierlijke mest, beweiding en kunstmest. Inmiddels is het NMP4 opgesteld en is de landelijke norm aangescherpt naar 19 kg N per ha. Vertaald naar emissie uit dierlijke mest, beweiding en kunstmest is dit 13 kg N per ha. De Marke heeft haar doel ruimschoots gehaald. De ammoniakemissie uit dierlijke mest, beweiding en kunstmest is in 1999 en 2000 respectievelijk 21,7 en 19,7 kg N/ha terwijl de norm 30 kg N/ha is. Dit is een onderschrijding van ongeveer 31%. Echter de norm die uit NMP4 af te leiden is wordt daarmee nog niet gerealiseerd. De vraag is hoe hieraan te voldoen. Wellicht behoort een langere beweidingsperiode tot de mogelijkheden hoewel dit op gespannen voet kan staan met de nitraatproblematiek. Andere opties zijn terug naar zodeninjectie in plaats van zodenbemesting en een kleinere mestgift per bemestingsronde; beide maatregelen hebben een negatief effect op de economie. Om aan de norm afgeleid uit NMP4 te kunnen voldoen zijn dit soort aanpassingen of nieuwe innovaties noodzakelijk. In onderliggend onderzoeksrapport gaan de onderzoekers uitgebreid in op de verschillende onderdelen van het bedrijf. Stalemissie In 2002 is nieuwe wetgeving met betrekking tot ammoniakemissie in de veehouderij ingevoerd met de Wet Ammoniak en Veehouderij (WAV) en de AMvB Huisvesting. Aanvullend op de WAV en de AMvB Huisvesting is er de Regeling Ammoniak en Veehouderij. Deze ministeriële regeling bevat de emissiefactoren die nodig zijn ter beoordeling van de ammoniakemissie op veehouderijbedrijven. Deze emissiefactoren zijn gebaseerd op onderzoek naar de stalemissie gedurende het gehele jaar bij melkvee dat wordt geweid dan wel permanent op stal wordt gehouden (Monteny ea, 2001). De emissiefactoren liggen bij beweiding lager dan bij jaarrond opstallen. Zo zijn de emissiefactoren voor een melkveestal met sleufvloer en mestschuif, het vloertype dat vanaf september 1997 op De Marke wordt toegepast 7,7 en 9,2 kg NH3 per dierplaats voor resp. beweiden en jaarrond opstallen. Het Centrum voor Landbouw en Milieu heeft de stalemissie gemeten van 1994 tot 2000. De gemeten stalemissie op De Marke bedraagt 7,8 kg NH3 per dierplaats. Vertaald naar hectares verliest De Marke 10,5 kg N per hectare. Veldemissie De weide-emissie van De Marke is berekend door het Imag uitgaande van onderzoek dat elders heeft plaatsgevonden en op basis van weidegegevens van De Marke. De emissie bedraagt in 1999 3,1 kg en in 2000 0,7 kg N per hectare. Imag heeft in 1999 en 2000 metingen vericht bij de mestaanwending. De emissie bij mestaanwending ligt fors hoger dan de prognose. Dit is vrijwel volledig toe te schrijven aan de hogere emissie bij zodenbemester ten opzichte van de emissie bij injectie waar de prognose van uitgaat. De Marke verliest gemiddeld 7 kg N per hectare bij de aanwending van drijfmest. Het totaal Bij de prognose is een theoretische emissie uit dierlijke mest, beweiding en kunstmest van 17 kg N/ha bepaald. Praktisch is ruim 20 kg N/ha gerealiseerd terwijl de norm, die De Marke zich gesteld heeft, op 30 kg N/ha ligt.
Uit de mest- en mineralenprogramma's : Fosfaatoverschotten van bouwland op perceelsniveau II
Dekker, P.H.M. ; Ehlert, P.A.I. - \ 2003
Lelystad : Praktijkonderzoek Plant & Omgeving B.V. (Informatieblad / PPO-AGV 398.44) - 2
fosfaat - grondanalyse - bouwland - akkergronden - fosfaatuitspoeling - phosphate - soil analysis - arable land - arable soils - phosphate leaching
Veeljarige studies naar het lot van fosfaat in de bodem zijn van groot belang om fosfaat emissie naar het milieu te kunnen kwantificeren. Het project 'Kwantificering van de ophoping en mobiliteit van fosfaat in bouwland' draagt bij aan het inzicht van het lot van fosfaat op bouwland (zie informatieblad 398.11). In dit tweede informatieblad worden enkele opvallende resultaten van gedetailleerde bodemanalyses van de bouwvoor en ondergelegen bodemlagen op fosfaatfracties gegeven
Effect of application method, manure characteristics, weather and field conditions on ammonia volatilization from manure applied to arable land
Huijsmans, J.F.M. ; Hol, J.M.G. ; Vermeulen, G.D. - \ 2003
Atmospheric Environment 37 (2003)26. - ISSN 1352-2310 - p. 3669 - 3680.
varkenshouderij - varkensmest - bemesting - bouwland - dierlijke meststoffen - ammoniakemissie - vervluchtiging - weer - modellen - voorspelling - pig farming - pig manure - fertilizer application - arable land - animal manures - ammonia emission - volatilization - weather - models - prediction - cattle slurry - grassland - model
To predict ammonia (NH3) volatilization from field-applied manure, factors affecting volatilization following manure application need to be known. A database of field measurements in the Netherlands was analysed to identify these factors and to quantify their effects on the volatilization of NH3 from liquid pig manure applied and incorporated on arable land. The combination and the statistical analysis of these data, together with the models that were designed, yielded valuable information about the factors that influence NH3 volatilization, and about the magnitude of their effects when applying and incorporating manure on arable land. Factors analysed were application method, characteristics of the manure, weather and field conditions. The results show that useful prediction of ammonia volatilization following manure application on arable land in the Netherlands is feasible on the basis of information about application method, characteristics of the manure and weather conditions.
To predict ammonia (NH3) volatilization from field-applied manure, factors affecting volatilization following manure application need to be known. A database of field measurements in the Netherlands was analysed to identify these factors and to quantify their effects on the volatilization of NH3 from liquid pig manure applied and incorporated on arable land. The combination and the statistical analysis of these data, together with the models that were designed, yielded valuable information about the factors that influence NH3 volatilization, and about the magnitude of their effects when applying and incorporating manure on arable land. Factors analysed were application method, characteristics of the manure, weather and field conditions. The mean total volatilization, expressed as % of the total ammoniacal nitrogen (TAN) applied, was 68% for surface spreading, 17% for surface incorporation and 2% for deep placement. The volatilization rate increased with an increase in TAN content of the manure, manure application rate and air temperature. Wind speed had a substantial effect on the volatilization rate, only when manure was surface applied or surface incorporated. The results show that useful prediction of ammonia volatilization following manure application on arable land in the Netherlands is feasible on the basis of information about application method, characteristics of the manure and weather conditions. (C) 2003 Elsevier Ltd. All rights reserved.
Veranderingen in de samenstelling van akkerassociaties (Stellarietea mediea)
Weeda, E.J. ; Haveman, R. ; Schaminée, J.H.J. - \ 2003
Stratiotes 26 (2003). - ISSN 0928-2297 - p. 20 - 52.
bouwland - vegetatie - plantengemeenschappen - nederland - arable land - vegetation - plant communities - netherlands
Een inventarisatie van veranderingen van de afgelopen vijftig jaar in de akkergemeenschappen. Daarbij is de indeling van Sissingh (1950) gehanteerd. De presentatie van gegevens is naar voorkeur voor gewastypen (hakvruchten dan wel halmvruchten)
Mesttoediening op bouwland in het voorjaar : metingen ammoniakemissie bij mesttoediening in graan
Huijsmans, J.F.M. ; Hol, J.M.G. ; Verwijs, B.R. - \ 2002
Wageningen : IMAG-DLO (Nota / Dienst Landbouwkundig Onderzoek, Instituut voor Milieu- en Agritechniek P 2002-38) - 21
mest - stikstof - mestverwerking - bouwland - akkerbouw - lente - graangewassen - ammoniakemissie - manures - nitrogen - manure treatment - arable land - arable farming - spring - grain crops - ammonia emission
Op bouwland kan mest worden toegediend in het voorjaar vlak voor het zaaien of poten van gewassen of in een groeiend gewas. Voorjaarstoediening in een groeiend graangewas wordt gezien als een mogelijkheid voor betere benutting van de stikstof uit de mest. Een goede methode voor mesttoediening in een graangewas leidt bovendien tot een vergroting van de plaatsingsruimte voor mest op bouwland. Ook moeten bodem- en gewasschade tijdens de toediening zoveel mogelijk worden beperkt.
Ontwikkeling van meetmethoden voor gasvormige emissies van oppervlaktebronnen op landbouwpraktijkschaal. Deel 1: Overzicht van meetmethoden en rekenmethoden.
Hofschreuder, P. - \ 2002
Wageningen : IMAG (Rapport / Wageningen UR, Instituut voor Milieu- en Agritechniek (IMAG) 2002-13) - ISBN 9054062177 - 95
emissie - gassen - meting - velden - graslanden - bouwland - analytische methoden - berekening - emission - gases - measurement - fields - grasslands - arable land - analytical methods - calculation
Application of new measurement techniques and strategies to measure ammonia emissions from agricultural activities
Mosquera, J. ; Hofschreuder, P. ; Hensen, A. - \ 2002
Wageningen : IMAG (IMAG rapport 2002-11) - ISBN 9789054062158 - 113
ammoniak - emissie - landbouwtechniek - drijfmest - emissiereductie - graslanden - bouwland - ammonia - emission - agricultural engineering - slurries - emission reduction - grasslands - arable land
Agriculture is the main contributor to the ammonia emissions in the Netherlands. In order to comply with the ammonia emission reduction assigned to the Netherlands, new techniques have been implemented to reduce the ammonia emissions from animal houses, and after application of slurry into the field.
Plaggengronden in kaart
Vervloet, J.A.J. - \ 2002
Historisch Geografisch Tijdschrift 20 (2002)3. - ISSN 0167-9775 - p. 152 - 155.
bodemvruchtbaarheid - geschiedenis - zandgronden - bouwland - plaggenbodems - cultuurlandschap - gelderland - gelderse vallei - arable land - soil fertility - sandy soils - history - plaggen soils - cultural landscape
Door bemesting met plaggen zijn bouwlanden in de loop der tijd opgehoogd. De dikte van deze humeuze dekken varieert. Een nadere analyse van een kaart van Scherpenzeel
Minas-eindnormen vaak wel haalbaar
Langeveld, J.W.A. - \ 2002
Boerderij 87 (2002). - ISSN 0006-5617 - p. 24 - 24.
akkerbouw - landbouw bedrijven - bouwland - mineralen - voedingsstoffen - stikstofmeststoffen - nitraatmeststoffen - normen - uitspoelen - transportprocessen - verliezen uit de bodem - arable farming - farming - arable land - minerals - nutrients - nitrogen fertilizers - nitrate fertilizers - standards - leaching - transport processes - losses from soil
De minerale stikstof die in het najaar in de bodem zit is een maat voor de hoeveelheid uitspoelbare stikstof en het nitraatgehalte van het grondwater
Opbrengstdervingpercentages voor combinaties van bodemtypen en grondwatertrappen; geactualiseerde help-tabellen en opbrengstdepressiekaarten
Brouwer, F. ; Huinink, J.T.M. - \ 2002
Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 429) - 38
bodemwater - grondwaterspiegel - oogstverliezen - bodemkarteringen - kaarten - graslanden - bouwland - bedrijfseconomie - bodemgebruik - bodemgeschiktheid - grondwaterstand - landbouw - opbrengstderving - soil water - water table - soil surveys - maps - yield losses - grasslands - arable land
In 1983 heeft de Dienst Landelijk Gebied (voormalige Landinrichtingsdienst) de eerste HELP-tabellen samengesteld. Deze tabellen geven voor combinaties van bodemtypen en grondwatertrappen de opbrengstdervingspercentages voor akkerbouw en melkveehouderij. In 1987, 1993 en 1998 zijn de tabellen geactualiseerd en/of aangevuld voor andere landbouwkundige gebruiksvormen. In 2001 heeft het Expertisecentrum LNV de HELP-tabellen opnieuw aangepast, waarbij met name voor grasland wijzigingen zijn doorgevoerd. Deze aangepaste HELP-tabellen zijn gekoppeld aan de Bodemkaart van Nederland, schaal 1 : 50 000. Hieruit zijn voor vijf bodemgebruiksvormen opbrengstdepressiekaarten gemaakt: voor grasland, bouwland, (zomer)groente, fruitteelt (groot en klein) en boomteelt.
Rietmaaisel uit kavelsloten met een alternatief maaibeheer onderwerken?
Meerburg, B. ; Holshof, G. - \ 2001
Rundvee praktijkonderzoek 14 (2001)2. - ISSN 1569-805X - p. 16 - 16.
sloten - onderhoud - maaien - organisch bodemmateriaal - maïs - bouwland - bodemvruchtbaarheid - ditches - maintenance - mowing - soil organic matter - maize - arable land - soil fertility
In een proef zal worden gekeken of het onderwerken van (vers) rietmaaisel op maosland een goede oplossing is om van dit natuur-bijproduct af te komen.
Setaria faberi Herrm. (Chinese naaldaar) in Nederland over 't hoofd gezien
Dirkse, G.M. ; Reijerse, A.I. ; Abbink-Meijerink, C.G. - \ 2001
Gorteria 27 (2001)5. - ISSN 0017-2294 - p. 109 - 114.
setaria faberi - wilde planten - onkruiden - bouwland - akkergronden - flora - identificatie - karakteristieken - determinatietabellen - plantengeografie - plantenanatomie - plantenmorfologie - akkeronkruid - vegetatie - wild plants - weeds - arable land - arable soils - identification - characteristics - keys - phytogeography - plant anatomy - plant morphology
Setaria faberi, een adventief uit Oost- en Zuidoost-Azië, is volledig ingeburgerd als akkeronkruid in maïsakkers maar werd lange tijd over het hoofd gezien wegens de gelijkenis met S. viridis. Beschrijving van de soort, voorkomen binnen en buiten Nederland, en een nieuwe sleutel voor de determinatie van Setaria-soorten
Waar graaft de korenwolf?
Roodbergen, M. ; Apeldoorn, R.C. van; Schaminée, J.H.J. ; Haveman, R. - \ 2001
De Levende Natuur (2001). - ISSN 0024-1520
cricetus cricetus - habitats - milieu - habitat vernietiging - habitatselectie - bodem - bodemtypen - bodemtextuur - grondwater - grondwaterstand - grondwaterspiegel - vegetatie - vegetatiebeheer - bedrijfsvoering - onkruiden - onkruidassociaties - plantengemeenschappen - vegetatietypen - botanische samenstelling - bouwland - dierecologie - limburg - environment - habitat destruction - habitat selection - soil - soil types - soil texture - groundwater - groundwater level - water table - vegetation - vegetation management - management - weeds - weed associations - plant communities - vegetation types - botanical composition - arable land - animal ecology
Resultaten van onderzoek naar de habitat-voorkeur van de hamster (Cricetus cricetus), met name bodemtype (textuur; grondwatertrap) en de samenstelling van de onkruidvegetatie op graanakkers. Om leefgebieden voor de korenwolf te behouden zijn specifieke beheersmaatregelen voor akkerbouwgronden nodig; biologische landbouw en agrarisch natuurbeheer kunnen een belangrijke rol spelen
Ammoniakemissie bij het onderwerken van mest op bouwland in de tweede werkgang : effect van aanpasingen van de regelgeving
Huijsmans, J.F.M. ; Jong, A. de; Mol, R.M. de - \ 2000
Wageningen : IMAG-DLO (Nota / Dienst Landbouwkundig Onderzoek, Instituut voor Milieu- en Agritechniek P 2000-71) - 28
mestverwerking - ammoniakemissie - mest - modellen - bouwland - manure treatment - ammonia emission - manures - models - arable land
Beperking van de ammoniakemissie bij mesttoediening op onbeteeld bouwland kan worden bereikt door mest in of onder te werken. Bij het verspreiden en het onderwerken in twee opeenvolgende bewerkingen is, naast de werktuigkeuze, de tijdsduur tussen onderwerken en mesttoediening van belang. Ondanks de huidige regelgeving komt het in de praktijk nog voor, dat er een dusdanige tijdsduur optreedt tussen het verspreiden en onderwerken, dat grote delen van een perceel gedurende een lange periode niet ondergewerkt zijn. Hierdoor kan uiteindelijk toch nog een aanzienlijke emissie optreden. Een mogelijke aanpassing van de regelgeving om sneller onderwerken van de mest te bevorderen is dat de breedte van de nog niet ondergwerkte bemeste strook maximaal gelijk mag zijn aan twee keer de werkbreedte van de verspreider. Praktisch gezien betekent dit dat de nog niet ondergewerkte bemeste strook maximaal circa 30 m breed mag zijn. In een onderzoek zijn de gevolgen voor de ammoniakemissie van de voorgestelde aanpassing van de regelgeving berekend.
Nitraatuitspoeling naar het grondwater op de innovatiebedrijven geïntegreerde akkerbouw bij Valtherbos 1992-1998
Hack-ten Broeke, M.J.D. ; Moot, N.L. van der; Groot, W.J.M. de - \ 2000
Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 74) - 42
zandgronden - bouwland - bodemwater - uitspoelen - nitraten - waterverontreiniging - sandy soils - arable land - soil water - leaching - nitrates - water pollution
Op twee innovatiebedrijven voor geontegreerde akkerbouw zijn in 1992-1998 nitraatconcentraties in het grondwater gemeten. De Waterleidingmaatschappij Drenthe heeft een nadere analyse uitgewerkt om te schatten welke bijdrage de verschillende weerjaren hebben geleverd aan de onderzochte monsters. Een vertaling naar nitraatuitspoeling per jaar wordt gegeven. De gemeten nitraatconcentraties in Valtherbos liggen vooralsnog boven de drinkwaternorm van 50 mg nitraat per liter. In de meetjaren 1997-1998 waren de concentraties lager dan in de hydrologisch vergelijkbare periode 1992-1993. De voor de gehele periode berekende nitraatuitspoeling vertoont geen directe relatie met de bemesting in het voorafgaande groeiseizoen of met N min-gehalten. De bedrijven inValtherbos vertonen in de laatste jaren van de meetperiode overeenkomsten met het geontegreerde bedrijfssysteem van proefbedrijf Borgerswold.
Distelproblematiek in het Rivierengebied. Deelproject 1: Verspreiding van akkerdistel vanuit natuurterreinen in de Gelderse Poort. Deelproject 2: Beheersingsmethoden van akkerdistel en ridderzuring in de Heesseltse waarden
Lotz, L.A.P. ; Groeneveld, R.M.W. ; Zweerde, W. van der; Kempenaar, C. - \ 2000
Wageningen : Plant Research International - 33
asteraceae - cirsium arvense - rumex obtusifolius - distributie - onkruiden - plantengeografie - natuurreservaten - nationale parken - bouwland - zaadverspreiding - migratie - planten - nederland - gelderland - gelderse poort - distribution - weeds - phytogeography - nature reserves - national parks - arable land - seed dispersal - migration - plants - netherlands
Species richness and weed abundance in the vegetation of arable field boundaries
Kleijn, D. - \ 1997
Agricultural University. Promotor(en): M.J. Kropff; Frank Berendse; W. Joenje. - S.l. : Kleijn - ISBN 9789054857723 - 176
soortendiversiteit - onkruiden - plantengemeenschappen - bouwland - velden - dijken - kanaaloevers - vegetatie - kanaaloeverbeplantingen - flora - bescherming - conservering - Elymus repens - species diversity - weeds - plant communities - arable land - fields - dykes - canal banks - vegetation - canal plantations - protection - conservation
<br/>In the modem arable landscape, the vegetation of perennial field boundaries have important ecological functions such as providing a habitat for farmland wildlife, providing overwintering sites for predatory insects, providing movement corridors, reducing soil erosion and acting as an agrochemical buffer. In recent decades, plant diversity in these linear landscape structures has declined severely. The present study aims at identifying the most important factors that control botanical species richness in herbaceous arable field boundaries. The field boundary vegetation is usually managed by farmers who consider the boundary to be a source of weeds. Therefore, research concentrated on factors that simultaneously increase species richness and reduce weed abundance in the boundary vegetation.<p>Species richness was primarily affected by an accumulation of nutrients in the field boundary. Nutrients may reach the boundary in two ways: (i) by misplacement of fertilizer and (ii) by capture of arable nutrient resources (through root growth into the field) by plants in field boundaries. The high nutrient levels in the boundary resulted in an increased productivity of the vegetation and a dominance of tall, competitive species. Subsequently, low statured species disappeared from the habitat and species richness declined. The most common type of boundary management practiced by farmers did not include removal of the cut material after mowing which strengthens the eutrophication of arable field boundaries. Herbicide drift had adverse effects on species richness but the effects were less severe and consistent compared to the effects of nutrients.<p>The main factor promoting weed growth (in the study area primarily the clonal weeds <em>Cirsium arvense</em> and <em>Elymus repens)</em> was the presence of bare soil in the boundary. Bare soil may be created by cultivation activities of the farmer or by the smothering effects of cut material left lying in the boundary after mowing. Bare soil generally promotes the establishment of annual weed species. Furthermore, the perennial weed <em>Elymus repens</em> was found to be able to concentrate its biomass selectiveley in bare patches within the perennial vegetation. Additionally, bare soil was found to favour the establishment of tall competitive (early successional) species compared to later successional species which are indicative of more species rich plant communities.<p>The results of this study suggest that boundaries that are not regularly disturbed and low to moderately productive combine species richness with low weed abundance. This may be achieved by a regular and consistent mowing regime of the boundary vegetation that includes removal of the cuttings. A boundary management approach is suggested which may be combined easily with other farming activities.
De bijdrage van verruigde akkerranden aan de biodiversiteit van het landelijk gebied in Zuidelijk Flevoland
Siepel, H. ; Burgers, J. ; Kats, R.J.M. ; Lammertsma, D.R. ; Noordam, A.P. - \ 1996
Wageningen : IBN-DLO - 73
vegetatie - bouwland - velden - soortendiversiteit - nederland - zuidelijk flevoland - akkerranden - vegetation - arable land - fields - species diversity - netherlands - field margins
De fosfaatwerking van niet be- en verwerkte dierlijke meststoffen : een studie ten behoeve van FOMA-project 3.49
Alblas, J. - \ 1995
Lelystad : Proefstation voor de Akkerbouw en de Groenteteelt in de Vollegrond (Interne mededeling / Proefstation voor de Akkerbouw en de Groenteteelt in de Vollegrond nr. 1159) - 20
dierlijke meststoffen - fosfaten - bouwland - bemesting - animal manures - phosphates - arable land - fertilizer application
Simulatiemodel voor de reductie van de ammoniakemissie bij het toedienen en onderwerken van mest op bouwland
Mol, R.M. de; Huijsmans, J.F.M. - \ 1995
Wageningen : IMAG (Rapport / Dienst Landbouwkundig Onderzoek, Instituut voor Milieu- en Agritechniek 95-28) - ISBN 9789054061342 - 52
luchtverontreiniging - ammoniak - toedieningswijzen - computersimulatie - emissie - simulatie - simulatiemodellen - vervluchtiging - bouwland - air pollution - ammonia - application methods - computer simulation - emission - simulation - simulation models - volatilization - arable land
Beperking van de ammoniakemissie bij mesttoediening op bouwland is mogelijk door toedienen en onderwerken in twee opeenvolgende bewerkingen. De emissiereductie, t.o.v. niet onderwerken, is bekend uit metingen waarbij het tijdsverschil tussen toedienen en onderwerken zo klein mogelijk is gehouden. In werkelijkheid zal dit tijdsverschil varieren afhankelijk van de omstandigheden. In dit rapport wordt het simulatiemodel CAESAR (Computer simulation of the Ammonia Emission of Slurry application and incorporation on ARable land) beschreven waarmee de feitelijke emissiereductie bij mest toedienen en onderwerken op een bouwlandperceel wordt berekend.
Ammoniakemissie bij het in een tweede werkgang onderwerken van dunne varkensmest op bouwland
Huijsmans, J.F.M. ; Hol, J.M.G. - \ 1995
Wageningen : IMAG (Rapport / Dienst Landbouwkundig Onderzoek, Instituut voor Milieu- en Agritechniek 95-13) - ISBN 9789054061236 - 32
luchtverontreiniging - ammoniak - emissie - kunstmeststoffen - incorporatie - vervluchtiging - bouwland - air pollution - ammonia - emission - fertilizers - incorporation - volatilization - arable land
Beperking van de ammoniakemissie bij mesttoediening op onbeteeld bouwland kan worden bereikt door mest in of onder te werken. Bij het verspreiden en het onderwerken in twee opeenvolgende bewerkingen is, naast de werktuigkeuze, de tijdsduur tussen onderwerken en mesttoediening van belang. De emissie van ammoniak uit de mest begint namelijk direct na de bovengrondse toediening op het land en is het hoogst de eerste uren na het toedienen. Het onderwerken in een tweede werkgang is dan ook alleen effectief, wanneer dit zo snel mogelijk volgend op de mesttoediening wordt uitgevoerd.
Operational decision making models for arable and grassland farms
Elderen, E. van; Kroeze, G.H. - \ 1994
Wageningen : IMAG-DLO (Report / Instituut voor Milieu- en Agritechniek 94-3) - ISBN 9789054060710 - 74
bouwland - computersimulatie - analyse van besluiten - besluitvorming - agrarische bedrijfsvoering - agrarische bedrijfsplanning - graslanden - simulatie - simulatiemodellen - arable land - computer simulation - decision analysis - decision making - farm management - farm planning - grasslands - simulation - simulation models
Een definitie voor natuur op biologische bedrijven.
Smeding, F.W. ; Koesveld, F. van - \ 1994
Ekoland 14 (1994)4. - ISSN 0926-9142 - p. 12 - 13.
landbouw - alternatieve landbouw - bouwland - klimaatverandering - velden - natuurlijke historie - natuurbescherming - biologische landbouw - plantengemeenschappen - bescherming - natuur - agriculture - alternative farming - arable land - climatic change - fields - natural history - nature conservation - organic farming - plant communities - protection - nature
It is desirable as well as a fact that a biological farmer is capable of interweaving agriculture and nature. But what is the definition of the word "nature" here?
Verdienste of bedrijfsongeval.
Smeding, F. - \ 1993
Ekoland 13 (1993)4. - ISSN 0926-9142 - p. 10 - 11.
alternatieve landbouw - bouwland - conservering - bedreigde soorten - uitsterven - velden - flora - recht - wetgeving - natuurbescherming - nederland - biologische landbouw - plantengemeenschappen - planten - bescherming - vegetatie - onkruiden - alternative farming - arable land - conservation - endangered species - extinction - fields - law - legislation - nature conservation - netherlands - organic farming - plant communities - plants - protection - vegetation - weeds
Besproken wordt wat er uit onderzoek en literatuur bekend is over het voorkomen van bedreigde akker(on)kruiden op biologische bedrijven en in hoeverre biologische bedrijfsvoering kan bijdragen aan de bescherming van deze akkerkruiden
Anglo - Dutch experiments on odour and ammonia emissions following the spreading of piggery wastes on arable land
Pain, B.F. ; Phillips, V.R. ; Huijsmans, J.F.M. - \ 1991
Wageningen : IMAG-DLO (Rapport / IMAG-DLO 91-9) - ISBN 9789054060024 - 28
luchtverontreiniging - ammoniak - dierlijke meststoffen - emissie - experimenten - varkens - drijfmest - vervluchtiging - bouwland - akkerbouw - air pollution - ammonia - animal manures - emission - experiments - pigs - slurries - volatilization - arable land - arable farming
Emissies die ontstaan bij het uitrijden van mest zijn een bekend verschijnsel. De bestrijding ervan is verschillend geregeld in de diverse landen van Noordwest Europa. Zo wordt in het Verenigd Koninkrijk veel aandacht besteed aan het terugdringen van de geurproblematiek terwijl in Nederland de nadruk ligt op het verminderen van de ammoniakemissies.
Competition between crops and weeds in the Zanderij area of Suriname
Everaarts, A.P. - \ 1991
Agricultural University. Promotor(en): J.D. Ferwerda; P. Zonderwijk. - S.l. : Everaarts - 129
veldgewassen - akkerbouw - biologische mededinging - concurrentie tussen planten - plantenecologie - plantengemeenschappen - bouwland - velden - onkruiden - Suriname - field crops - arable farming - biological competition - plant competition - plant ecology - plant communities - arable land - fields - weeds
A weed flora rapidly built up with the cultivation of annual crops on two experimental farms in the Zanderij area of Suriname, despite the fact that the farms were newly established in forested areas. Studies indicated that without adequate weed control, significant yield losses occurred in groundnuts, sorghum and soybeans due to competition with weeds. Plant density of the crops was not affected, but competition with weeds reduced ground-cover and leaf area index. Competition affected growth rates, leading to lower yields. The nature of the competitive effects is discussed and data are presented on the spatial distribution of weed growth in the crops. To prevent yield reduction in groundnuts and soybeans, competition during the period of pod initiation should be avoided. In sorghum, competition must be prevented during the period of floret establishment. In groundnuts, a period of 15 weed-free days after planting prevented yield loss and the presence of too much weed at harvest. Yield losses in sorghum were prevented with about 20 weed-free days after planting. A period up to around 30 days was needed to attain negligible weed growth at harvest. It was necessary to weed soybeans up to around 30 days after planting to avoid yield loss and too much weed growth at maturity. The response of weeds to fertilizer application varied, depending on the weed vegetation and the nutrient applied. Both stimulation of growth and increase in weed density were observed. Band-placement of fertilizers in planter press wheel furrows considerably reduced weed growth when compared with broadcast fertilizers.
Handleiding voor graslandvegetatiekartering
Sikkema, K. - \ 1990
Wageningen : CABO (CABO-verslag 126) - 24
bouwland - velden - flora - graslanden - plantengeografie - plantengemeenschappen - onderzoek - vegetatie - arable land - fields - grasslands - phytogeography - plant communities - research - vegetation
The effect of environmental conditions on the seasonal dormancy pattern and germination of weed seeds
Bouwmeester, H.J. - \ 1990
Agricultural University. Promotor(en): C.M. Karssen; P. Zonderwijk. - S.l. : Bouwmeester - ISBN 9789090034195 - 157
onkruiden - plantengemeenschappen - bouwland - velden - kieming - zaadkieming - kiemrust - weeds - plant communities - arable land - fields - germination - seed germination - seed dormancy
<p>Weeds cause considerable losses in horticultural and agricultural crops. Weeds are still predominantly controlled with herbicides. To reduce the use of chemicals, a better understanding of the biology of weeds is required. In this thesis the effect of environmental conditions on dormancy and germination of <em>Chenopodium album</em> L., <em>Polygonum persicaria</em> L., <em>P. lapathifolium L.</em> subsp. <em>lapathifolium, Sisymbrium officinale</em> (L.) Scop. and <em>Spergula arvensis</em> L. was investigated.<p>It was shown that changes in dormancy of these species were regulated by temperature. Soil moisture and nitrate content did not affect these changes. The dormancy status of the seeds was visualized by the range of temperatures over which germination of exhumed seeds was possible. During relief of dormancy, seeds could germinate over a progressively wider range of temperatures. During induction of dormancy, this range became narrower.<p>Germination of <em>C.</em><em>album, S. officinale</em> and <em>S.</em><em>arvensis</em> was stimulated by light, nitrate and desiccation. These factors all increased the width of the range of temperatures over which germination could proceed and therefore affected the expression of dormancy. That is, seeds seemed less dormant and they could germinate during a longer period of the year. Endogenous nitrate, that entered the seeds via the mother plant during seed development, only temporarily stimulated germination. After burial the effect disappeared because of equalization of the nitrate content. The effect of desiccation was stronger, the more seeds were desiccated.<p>With descriptive models the changes in the range of germination temperatures of the investigated species and the effect of nitrate upon these changes were simulated for a period of three years as a function of soil temperature during burial. When the field temperature after exhumation and the germination-temperature range overlapped, germination was possible. Accordingly, temperature had a dual effect. Germination depended on the one hand on the <strong>actual field temperature <u>after exhumation</u></strong> , on the other hand on the width of the germination-temperature range, which was determined by the dormancy status of the seeds and was regulated by <strong>soil temperature <u>during burial</u></strong> . When nitrate was added during the test, the germinationtemperature range became wider and germination could occur during a longer period of the year.
Handleiding voor graslandvegetatiekartering
Sikkema, K. - \ 1989
Wageningen : CABO (CABO-verslag 126) - 24
bouwland - velden - flora - graslanden - plantengeografie - plantengemeenschappen - onderzoek - vegetatie - arable land - fields - grasslands - phytogeography - plant communities - research - vegetation
Bij deze methode van indelen, die het CABO hanteert, wordt gebruik gemaakt van bezettingspercentages van groepen plantesoorten, die een aanwijzing geven omtrent bepaalde groeiomstandigheden
De reductie van de ammoniakemissie uit varkensmest na toediening op bouwland : in- en onderwerkmethoden en tijdstippen van de bewerking na de mesttoediening : mestsoorten van verschillende huisvestingssytemen
Bruins, M.A. ; Huijsmans, J.F.M. - \ 1989
Wageningen : IMAG (Rapport / Instituut voor Mechanisatie, Arbeid en Gebouwen nr. 225) - 27
dierlijke meststoffen - drijfmest - varkens - varkensstallen - lucht - hygiëne - luchtverontreiniging - atmosfeer - milieu - neerslag - chemische eigenschappen - zuurgraad - zure regen - ammoniak - opslagloodsen - mest - toedieningswijzen - bouwland - akkerbouw - animal manures - slurries - pigs - pig housing - air - hygiene - air pollution - atmosphere - environment - precipitation - chemical properties - acidity - acid rain - ammonia - stores - manures - application methods - arable land - arable farming
In het najaar van 1988 is in een Nederlands-Engelse samenwerking onderzoek verricht naar de mogelijkheden om de emissie uit varkensmest te beperken na toediening op bouwland.
Grondbewerking, akkerbouw en bouwland
Kuipers, H. - \ 1989
Wageningen : Landbouwuniversiteit Wageningen - 17
akkerbouw - bouwland - veldgewassen - colleges (hoorcolleges) - zaaibedbereiding - grondbewerking - arable farming - arable land - field crops - lectures - seedbed preparation - tillage
Operational aspects of surface water management in relation to the hydrology of agricultural areas and nature reserves
Bakel, P.J.T. van - \ 1988
Agricultural Water Management 14 (1988)1/4. - ISSN 0378-3774 - p. 377 - 387.
analogen - bouwland - ecologie - hydrologie - modellen - nationale parken - natuurreservaten - Nederland - regulatie - waterbeheer - watervoorraden - grondwaterspiegel - ecohydrologie - waterstand - analogues - arable land - ecology - hydrology - models - national parks - nature reserves - Netherlands - regulation - water management - water resources - water table - ecohydrology - water level
Check title to add to marked list
<< previous | next >>

Show 20 50 100 records per page

 
Please log in to use this service. Login as Wageningen University & Research user or guest user in upper right hand corner of this page.