Staff Publications

Staff Publications

  • external user (warningwarning)
  • Log in as
  • language uk
  • About

    'Staff publications' is the digital repository of Wageningen University & Research

    'Staff publications' contains references to publications authored by Wageningen University staff from 1976 onward.

    Publications authored by the staff of the Research Institutes are available from 1995 onwards.

    Full text documents are added when available. The database is updated daily and currently holds about 240,000 items, of which 72,000 in open access.

    We have a manual that explains all the features 

Current refinement(s):

Records 21 - 40 / 135

  • help
  • print

    Print search results

  • export

    Export search results

  • alert
    We will mail you new results for this query: keywords==coleoptera
Check title to add to marked list
Temperature effects on pitfall catches of epigeal arthropods: a model and method for bias correction
Saska, P. ; Werf, W. van der; Hemerik, L. ; Luff, M.L. ; Hatten, T.D. ; Honek, A. - \ 2013
Journal of Applied Ecology 50 (2013)1. - ISSN 0021-8901 - p. 181 - 189.
carabid beetles - activity patterns - plant pathology - fallow field - coleoptera - metaanalysis - insects - ecology - density - weather
1.Carabids and other epigeal arthropods make important contributions to biodiversity, food webs and biocontrol of invertebrate pests and weeds. Pitfall trapping is widely used for sampling carabid populations, but this technique yields biased estimates of abundance (‘activity-density’) because individual activity – which is affected by climatic factors – affects the rate of catch. To date, the impact of temperature on pitfall catches, while suspected to be large, has not been quantified, and no method is available to account for it. This lack of knowledge and the unavailability of a method for bias correction affect the confidence that can be placed on results of ecological field studies based on pitfall data. 2.Here, we develop a simple model for the effect of temperature, assuming a constant proportional change in the rate of catch per °C change in temperature, r, consistent with an exponential Q10 response to temperature. We fit this model to 38 time series of pitfall catches and accompanying temperature records from the literature, using first differences and other detrending methods to account for seasonality. We use meta-analysis to assess consistency of the estimated parameter r among studies. 3.The mean rate of increase in total catch across data sets was 0·0863 ± 0·0058 per °C of maximum temperature and 0·0497 ± 0·0107 per °C of minimum temperature. Multiple regression analyses of 19 data sets showed that temperature is the key climatic variable affecting total catch. Relationships between temperature and catch were also identified at species level. Correction for temperature bias had substantial effects on seasonal trends of carabid catches. 4.Synthesis and Applications. The effect of temperature on pitfall catches is shown here to be substantial and worthy of consideration when interpreting results of pitfall trapping. The exponential model can be used both for effect estimation and for bias correction of observed data. Correcting for temperature-related trapping bias is straightforward and enables population estimates to be more comparable. It may thus improve data interpretation in ecological, conservation and monitoring studies, and assist in better management and conservation of habitats and ecosystem services. Nevertheless, field ecologists should remain vigilant for other sources of bias.
Monitoring taxuskever met val en lokstof
Tol, R.W.H.M. van; Elberse, I.A.M. ; Bruck, D. - \ 2012
Wageningen : Plant Research International, onderdeel van Wageningen UR Business Unit Biointeractions & Plant Health - 18
houtachtige planten als sierplanten - plantenplagen - coleoptera - lokstoffen - vangmethoden - biologische bestrijding - landbouwkundig onderzoek - boomkwekerijen - taxus - ornamental woody plants - plant pests - attractants - trapping - biological control - agricultural research - forest nurseries
De taxuskever blijft een groot knelpunt voor boomkwekers omdat er vrijwel geen middelen meer beschikbaar zijn. Het onderzoek naar traditionele insecticiden levert vooralsnog weinig nieuwe middelen op. Een oud middel van natuurlijke herkomst in een nieuw jasje gestoken, een lokstof en een nieuwe val gaan hier hopelijk verandering in brengen
Monitoring taxuskever met val en lokstof
Tol, R.W.H.M. van - \ 2012
houtachtige planten als sierplanten - taxus - plantenplagen - coleoptera - lokstoffen - vangmethoden - landbouwkundig onderzoek - tests - ornamental woody plants - plant pests - attractants - trapping - agricultural research
Beheersing van de taxuskever wordt steeds lastiger omdat er steeds minder middelen beschikbaar zijn. Voor deze plaag ontbreekt tevens een goed waarnemingshulpmiddel om de plaag eerder op te sporen. Dit zou een gerichtere aanpak met minder middel mogelijk maken. Een effectieve lokstof zou in combinatie met biologische of chemische middelen (Lokken & Infecteren/Doden) ook als bestrijding kunnen functioneren. In dit onderzoek wordt een lokstof en een nieuw type val voor de taxuskever getest. Parallel werd dit in de Verenigde Staten ook getest en tevens werd daar een nieuw natuurlijk middel getest op werking tegen de kevers.
Nematode doodt niet alleen de larf, maar ook de taxuskever : taxuskeverprobleem binnenkort opgelost?
Wrede, A. - \ 2012
Boom in business 3 (2012)6. - ISSN 2211-9884 - p. 61 - 63.
houtachtige planten als sierplanten - plantenplagen - taxus - coleoptera - nematoda - plagenbestrijding - organismen ingezet bij biologische bestrijding - insectenparasitaire nematoden - landbouwkundig onderzoek - ornamental woody plants - plant pests - pest control - biological control agents - entomophilic nematodes - agricultural research
De gevreesde taxuskever is schadelijk in de tuinbouw, maar voornamelijk op boomkwekerijen. Een onderzoek in het Duitse Ellerhoop laat echter zien dat niet alleen de larven van deze vervelende kever, maar ook de taxuskever zelf bestreden kan worden met nematoden.
Bestrijding van engerlingen in grasland : screening van middelen in lab- en veldproeven ter bestrijding van engerlingen (mei- en rozenkevers) in grasland 2010-2011
Rozen, K. van; Huiting, H.F. - \ 2012
Lelystad : Praktijkonderzoek Plant & Omgeving Wageningen UR, Business Unit PPO-agv - 67
graslanden - coleoptera - larven - insectenplagen - schade - bestrijdingsmethoden - insecticiden - proeven - laboratoriumproeven - nederland - veldproeven - grasslands - larvae - insect pests - damage - control methods - insecticides - trials - laboratory tests - netherlands - field tests
In 2009 werd de veehouderijsector geconfronteerd met sc hade door engerlingen in grasland. Engerlingen van de meikever en de rozenkever vreten aan de wortels van de grasplanten waarbij het contact van de resterende wortels met de ondergrond minder wordt. Bij droog weer verdroogt de zode en sterft de grasmat af, wat de primaire schade wordt genoemd. Het is echter voornamelijk de secundaire schade die zichtbaar wordt, veroorzaakt door zoogdieren en vogels op zoek naar de voedzame engerlingen. Een effectieve manier van bestrijding is het scheuren van de graszode in de nazomer en het najaar, waarna opnieuw gezaaid kan worden. Vanwege uitspoeling mag scheuren op zandgronden alleen in de periode van 1 februari t/m 10 mei. Een vrijstellingsregeling was noodzakelijk om in het najaar te mogen scheuren. Daarnaast brengt het herinzaaien van percelen extra kosten mee voor de veehouder. Dit resulteerde a ansluitend in een onderzoekswens om engerlingen te bestrijden met insecticiden. Op basis van oriënterend labonderzoek, toelatingskansen en overleg met de producthouders kwa men twee insecticiden in aanmerking voor het veldonderzoek. Daarnaast zijn enkele middelen op basis van kruidenextracten en etherische oliën geselecteerd voor proefveldonderzoek die op de particuliere markt en sportvelden worden toegepast tegen engerlingen . Eén middel zit nog in de testfase. In 2010 en 2011 zijn in totaal vier proeven aangelegd op percelen met een populatie engerlingen onder de graszode waaraan schade werd geconstateerd. In het eerste jaar lag de nadruk op het volvelds en bovengronds toepas sen. In het tweede jaar lag de nadruk op het injecteren van de middelen in de bodem. Alle niet toegelaten middelen zijn gecodeerd weergegeven .
Genetic linkage between melanism and winglessness in the ladybird beetle Adalia bipunctata
Lommen, S.T.E. ; Jong, P.W. de; Koops, K.G. ; Brakefield, P.M. - \ 2012
Genetica 140 (2012)4-6. - ISSN 0016-6707 - p. 229 - 233.
2-spot ladybird - phenotypic plasticity - thermal melanism - geographical variation - harmonia-axyridis - coleoptera - coccinellidae - consequences - polymorphism - evolution
We report a case of genetic linkage between the two major loci underlying different wing traits in the two-spot ladybird beetle, Adalia bipunctata (L.) (Coleoptera: Coccinellidae): melanism and winglessness. The loci are estimated to be 38.8 cM apart on one of the nine autosomes. This linkage is likely to facilitate the unravelling of the genetics of these traits. These traits are of interest in the context of the evolution of intraspecific morphological diversity, and for the application of ladybird beetles in biological control programs.
Intraguild predation behaviour of ladybirds in semi-field experiments explains invasion success of Harmonia axyridis
Raak-van den Berg, C.L. ; Lange, H.J. de; Lenteren, J.C. van - \ 2012
PLoS ONE 7 (2012)7. - ISSN 1932-6203
coccinella-septempunctata l - aphidophagous ladybirds - adalia-bipunctata - searching behavior - larval tracks - coleoptera - cannibalism - beetle - prey - ecology
Harmonia axyridis has been introduced as a biological control agent in Europe and the USA. Since its introduction, it has established and spread, and it is now regarded as an invasive alien species. It has been suggested that intraguild predation is especially important for the invasion success of H. axyridis. The aim of this study was to compare the intraguild predation behaviour of three ladybird species (Coccinella septempunctata, Adalia bipunctata, and H. axyridis). Predation behaviour was investigated in semi-field experiments on small lime trees (Tilia platyphyllos). Two fourth-instar larvae placed on a tree rarely made contact during 3-hour observations. When placed together on a single leaf in 23%–43% of the observations at least one contact was made. Of those contacts 0%–27% resulted in an attack. Harmonia axyridis attacked mostly heterospecifics, while A. bipunctata and C. septempunctata attacked heterospecifics as often as conspecifics. In comparison with A. bipunctata and C. septempunctata, H. axyridis was the most successful intraguild predator as it won 86% and 44% of heterospecific battles against A. bipunctata and C. septempunctata respectively, whilst A. bipunctata won none of the heterospecific battles and C. septempunctata won only the heterospecific battles against A. bipunctata. Coccinella septempunctata dropped from a leaf earlier and more often than the other two species but was in some cases able to return to the tree, especially under cloudy conditions. The frequency with which a species dropped did not depend on the species the larva was paired with. The results of these semi-field experiments confirm that H. axyridis is a strong intraguild predator as a consequence of its aggressiveness and good defence against predation from heterospecific species. The fact that H. axyridis is such a strong intraguild predator helps to explain its successful establishment as invasive alien species in Europe and the USA.
Nieuwe lokstof en oud middel ingezet in strijd tegen taxuskever
Tol, R.W.H.M. van; Bruck, D. ; Elberse, I.A.M. ; Meij, J. van der - \ 2012
De Boomkwekerij 25 (2012)49/50. - ISSN 0923-2443 - p. 28 - 30.
boomkwekerijen - plantenplagen - coleoptera - bestrijdingsmethoden - vangmethoden - lokstoffen - pesticiden - biologische bestrijding - landbouwkundig onderzoek - forest nurseries - plant pests - control methods - trapping - attractants - pesticides - biological control - agricultural research
De taxuskever blijft een groot knelpunt voor boomkwekers, omdat er vrijwel geen gewasbeschermingsmiddelen meer beschikbaar zijn. Het onderzoek naar traditionele insecticiden levert vooralsnog weinig nieuwe middelen op. Een natuurlijk, oud middel in een nieuw jasje, een lokstof en een nieuwe val gaan hier hopelijk verandering in brengen.
De zuidelijke halmboktor Calamobius filum (Coleoptera: Cerambycidae) nu ook in Nederland aangetroffen
Belgers, J.D.M. - \ 2012
Entomologische Berichten 72 (2012)4. - ISSN 0013-8827 - p. 228 - 230.
coleoptera - inventarisaties - habitats - nederland - duitsland - inventories - netherlands - germany
De boktor Calamobius filum wordt nieuw gemeld voor de Nederlandse fauna. De vondst in de provincie Gelderland sluit geografisch aan op het naar het noorden en westen uitbreidende areaal in Duitsland. Calamobius filum is een van de weinige Nederlandse boktorren die zich niet in hout of kruidachtige planten, maar in grassen ontwikkelt. Er wordt ingegaan op het voorkomen in Europa en op de biologie van de soort.
Field attraction of the vine weevil Otiorhynchus sulcatus to Kairomones
Tol, R.W.H.M. van; Bruck, D.J. ; Griepink, F.C. ; Kogel, W.J. de - \ 2012
Journal of Economic Entomology 105 (2012)1. - ISSN 0022-0493 - p. 169 - 175.
olfactory antennal responses - plant volatiles - host plants - fruit-fly - curculionidae - coleoptera - strawberry - oviposition - pheromone - varieties
Root weevils in the genus Otiorhynchus are cited as one of the most important pests in the major nursery and small fruit production areas throughout the United States, western Canada, and northern Europe. A major problem in combating weevil attack is monitoring and timing of control measures. Because of the night-activity of the adult weevils growers do not observe the emerging weevils in a timely manner and oviposition often starts before effective control measures are taken. Several vine weevil electroantennogram-active plant volatiles were identiÞed from a preferred host plant, Euonymus fortunei. Main compounds evoking antennal responses on the weevilsÕ antennae were (Z)-2-pentenol, (E)-2-hexenol, (Z)-3-hexenol, methyl benzoate, linalool, (E)-4,8-dimethyl-1,3,7- nonatriene, methyl eugenol, and (E, E)-_-farnesene. Several of these compounds were tested alone and in mixtures on attractiveness for the vine weevil Otiorhynchus sulcatus (F.) in Þeld-grown strawberry in Oregon. O. sulcatus were attracted to (Z)-2-pentenol (_3_ more than control) and a 1:1 ratio mixture of (Z)-2-pentenol and methyl eugenol (4.5_ more than control). This is the Þrst report of Þeld-active attractants for O. sulcatus which holds promise for the development of new monitoring strategies for growers in the near future
Zonder de gewone sachembij, Anthohora plumipes (Hymenoptera, Apidae), geen Sitaris muralis (Coleoptera, Meloidae) in Nederland
Belgers, J.D.M. ; Teunissen, A.P.J.A. - \ 2012
Entomologische Berichten 72 (2012)1-2. - ISSN 0013-8827 - p. 45 - 49.
anthophora - apidae - nesten - parasieten - coleoptera - nests - parasites
In Nederland komen tien oliekervers (Meloidae) voor. Slechts één daarvan is voor zijn voortbestaan afhankelijk van de gewone sachembij, Anthophora plumipes: Sitaris muralis. Sinds 2006 is er in Nederland sprake van en toename van meldingen van S. muralis. De uitbreiding heeft klimaatverandering als mogelijke oorzaak, maar wellicht ook de toegenomen aandacht voor voor S. muralis en wilde bijen onder natuurliefhebbers
The Beetle Eater
PPO Akkerbouw, Groene Ruimte en Vollegrondsgroente, ; Louis Bolk, - \ 2011
[S.l.] : YouTube
landbouwtechniek - asparagus - insectenplagen - plagenbestrijding - landbouwwerktuigen - coleoptera - vollegrondsgroenten - agricultural engineering - insect pests - pest control - farm machinery - field vegetables
Video over de Beetle Eater, die aspergekevers uit het gewas blaast en zuigt.
Beetle eater verslindt aspergekever
Broek, R.C.F.M. van den - \ 2011
In: BioKennis innovatie magazine / Wijnands, F.G., van Keulen, H., Dubbeldam, R., - p. 28 - 29.
asparagus - stengelgroenten - vollegrondsteelt - vollegrondsgroenten - coleoptera - insectenplagen - mechanische bestrijding - biologische bestrijding - landbouwtechniek - stem vegetables - outdoor cropping - field vegetables - insect pests - mechanical control - biological control - agricultural engineering
De Beetle eater doet wat haar naam doet vermoeden: kevers verslinden. Deze grote stofzuiger werkt goed bij het bestrijden van aspergekevers op aspergeplanten. Een teler en een onderzoeker hebben de machine daarvoor geoptimaliseerd.
De waterkever Yola bicarinata na meer dan honderderd jaar weer aangetroffen in Nederland
Verdonschot, R.C.M. ; Dekkers, T.B.M. ; Cuppen, J.G.M. - \ 2011
Nederlandse Faunistische Mededelingen 35 (2011). - ISSN 0169-2453 - p. 37 - 43.
coleoptera - macrofauna - plassen - duingebieden - zeeuwse eilanden - ponds - duneland
In een macrofaunamonster afkomstig van een duinplas in de Zeepeduinen, Schouwen-Duiveland, werden twee exemplaren van de waterkever Yola bicarinata aangetroffen. Deze soort, waarvan het zwaartepunt van de verspreiding in het westelijk Middellandse Zeegebied ligt, is eerder slechts op twee vindplaatsen in Nederland vastgesteld en werd voor het laatst gevonden in 1909 bij Bergen op Zoom. Nader onderzoek zal moeten uitwijzen of hier een bestendige populatie aanwezig is
Inzet van de beetle eater succesvol
Hamont, J. van; Broek, R.C.F.M. van den - \ 2011
Ekoland 32 (2011)10. - ISSN 0926-9142 - p. 8 - 8.
plagenbestrijding - plantenplagen - insectenplagen - mechanische bestrijding - coleoptera - asparagus - stengelgroenten - vollegrondsgroenten - landbouwtechniek - machines - pest control - plant pests - insect pests - mechanical control - stem vegetables - field vegetables - agricultural engineering
In de aspergeteelt is de asperge kever Crioceris asparagi een bekend insect, en dan niet in positieve zin. Een omgebouwde machine maakt korte metten met hem.
Using movement and habitat corridors to improve the connectivity for heathland carabid beetles
Noordijk, J. ; Schaffers, A.P. ; Heijerman, Th. ; Sykora, K.V. - \ 2011
Journal for Nature Conservation 19 (2011)5. - ISSN 1617-1381 - p. 276 - 284.
plant-species composition - roadside verges - coleoptera - dispersal - vegetation - conservation - diversity - restoration - netherlands - populations
Heathland areas in the Netherlands are declining in size and quality, and becoming more fragmented. The connectivity of the landscape for threatened insects might be improved by creating networks of corridors.We compared heathy roadside verges and linear forest clearings with heathland nature reserves and forests. The clearings were created in between the roadside verges and the nature reserves. In all four landscape types carabid beetles were inventoried with pitfall and window traps. Principal Component Analyses showed that the carabid species composition in roadside verges differed from that in nature reserves, both before and after the creation of the connecting forest clearings. However, an analysis of data on 31 target species (stenotopic species of drift sand, heathland and other nutrient-poor open habitats) selected from the pitfall trap catches revealed that 21 were present in the roadside verges. In addition, the occurrence of teneral individuals and flightless species indicate the verges provide valuable habitat where reproduction takes place. Forests themselves were barriers for almost all target carabids. In the forest clearings, similar amounts of target carabids were encountered in pitfall traps as in the nature reserves and roadside verges, but only teneral individuals of two species were found. In contrast, flying carabids were very abundant in the forest clearings: more than twice as many as in the nature reserves and the roadside verges. This indicates that dispersing carabids in particular make use of these linear forest clearings. We conclude that roadside verges can act as habitat corridors and that linear forest clearings are particularly used as movement corridors. Thus, both offer simple solutions for increasing the connectivity of fragmented landscapes for a threatened insect group.
Snuitkevers en engerlingen, houd ze onder controle!
Elberse, I.A.M. - \ 2011
woody plants - forest nurseries - melolontha - coleoptera - insects - life cycle - damage - control methods - public green areas - plant protection
Beetle eater: beheersing aspergekever
Broek, R.C.F.M. van den; Rovers, J.A.J.M. ; Willems, J. ; Bax, J. - \ 2011
asparagus - insectenplagen - coleoptera - mechanische bestrijding - vollegrondsteelt - veldproeven - insect pests - mechanical control - outdoor cropping - field tests
Poster met onderzoeksinformatie. Doel van het onderzoek is nagaan of de Beetle eater (grote stofzuiger) kan worden ingezet bij de beheersing van de aspergekever.
Actuele ziekten en plagen : op weg naar een gerichte aanpak
Dalfsen, Pieter van - \ 2010
ornamental woody plants - shrubs - bacterial diseases - cylindrocladium - wilts - coleoptera - plant protection
Oviposition Behaviors in Relation to Rotation Resistance in the Western Corn Rootworm
Knolhoff, L.M. ; Glas, J.J. ; Spencer, J.L. ; Berenbaum, M.R. - \ 2010
Environmental Entomology 39 (2010)6. - ISSN 0046-225X - p. 1922 - 1928.
diabrotica-virgifera-virgifera - east central illinois - larval injury - chrysomelidae - coleoptera - variant - adaptation - spread - maize - pest
Across a large area of the midwestern United States Corn Belt, the western corn rootworm beetle (Diabrotica virgifera virgifera LeConte, Coleoptera: Chrysomelidae) exhibits behavioral resistance to annual crop rotation. Resistant females exhibit increased locomotor activity and frequently lay eggs in soybean (Glycine max L.) fields, although they also lay eggs in fields of corn (Zea mays L.) and other locations. The goals of this study were (1) to determine whether there were any differences in ovipositional behavior and response to plant cues between individual rotationresistant and wild-type females in the laboratory and (2) to examine the roles of, and interaction between, host volatiles, diet, and locomotor behavior as they related to oviposition. Because rootworm females lay eggs in the soil, we also examined the influence of host plant roots on behavior. In the first year of the study, rotation-resistant beetles were significantly more likely to lay eggs in the presence of soybean foliage and to feed on soybean leaf discs than wild-type females, but this difference was not observed in the second year. Oviposition by rotation-resistant females was increased in the presence of soybean roots, but soybean herbivory did not affect ovipositional choice. Conversely, ovipositional choice of wild-type females was not affected by the presence or identity of host plant roots encountered, and wild-type females consuming soybean foliage were more likely to lay eggs.
Check title to add to marked list

Show 20 50 100 records per page

 
Please log in to use this service. Login as Wageningen University & Research user or guest user in upper right hand corner of this page.