Staff Publications

Staff Publications

  • external user (warningwarning)
  • Log in as
  • language uk
  • About

    'Staff publications' is the digital repository of Wageningen University & Research

    'Staff publications' contains references to publications authored by Wageningen University staff from 1976 onward.

    Publications authored by the staff of the Research Institutes are available from 1995 onwards.

    Full text documents are added when available. The database is updated daily and currently holds about 240,000 items, of which 72,000 in open access.

    We have a manual that explains all the features 

Current refinement(s):

Records 1 - 99 / 99

  • help
  • print

    Print search results

  • export

    Export search results

  • alert
    We will mail you new results for this query: keywords==zoogeography
Check title to add to marked list
Onderzoek naar het voorkomen van de wasbeer in Nederland
Grift, E.A. van der; Lammertsma, D.R. ; Jansman, H.A.H. ; Wegman, R.M.A. - \ 2016
Wageningen : Wageningen Environmental Research (Wageningen Environmental Research rapport 2764) - 43
procyon lotor - zoögeografie - dierecologie - nederland - duitsland - zoogeography - animal ecology - netherlands - germany
In opdracht van het Bureau Risicobeoordeling en onderzoeksprogrammering (BuRO) van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) is het voorkomen van de Wasbeer (Procyon lotor) in Nederland en de Duitse grensstreek in beeld gebracht en onderzocht of er sprake is van gevestigde populaties. Vooralsnog zijn er geen aanwijzingen dat er binnen Nederland sprake is van een lokaal gevestigde populatie. In de Duitse grensstreek met Nederland zijn de aantallen nog relatief laag, maar als de huidige populatietrends doorzetten, verandert dat naar verwachting op korte termijn. Hoewel concrete gegevens ontbreken, is de kans groot dat inmiddels, op een aantal plaatsen, gevestigde populaties dicht bij de Nederlandse landsgrens voorkomen.
De Knoflookpad in Nederland: ondergang of 'slechts' een bottleneck?
Bosman, W. ; Struijk, R.P.J.H. ; Zekhuis, M. ; Ottburg, F.G.W.A. ; Crombaghs, B. ; Schut, D. ; Hoof, P. van - \ 2015
De Levende Natuur 116 (2015)1. - ISSN 0024-1520 - p. 2 - 6.
amphibia - padden - fauna - habitats - zoögeografie - oost-nederland - toads - zoogeography - east netherlands
In 2001 werd het landelijk Beschermingsplan Knoflookpad opgesteld. Wat is er sindsdien gedaan om de stand van de Knoflookpad te verbeteren en tot welke resultaten heeft dat geleid? Wat betekent dit voor de toekomst? Waar liggen de kansen voor de Knoflookpad? In een drietal artikelen komen achtereenvolgens aan bod: de historie van de Knoflookpad in Nederland, waarom en hoe in 2010 werd overgegaan tot bijplaatsing en herintroductie en tot slot welke scenario’s er zijn voor de toekomst van de Knoflookpad.
Tracking butterflies for effective conservation
Swaay, C.A.M. van - \ 2014
Wageningen University. Promotor(en): Michiel Wallis de Vries; Marcel Dicke. - Wageningen : Wageningen University - ISBN 9789461739988 - 218
lepidoptera - zoögeografie - biogeografie - populatiedynamica - natuurbescherming - monitoring - nederland - europa - zoogeography - biogeography - population dynamics - nature conservation - netherlands - europe
Dit proefschrift bestaat uit drie delen: het volgen van veranderingen in de verspreiding van vlinders, het volgen van veranderingen in de populatiegrootte van vlinders en hoe deze kennis te gebruiken voor hun bescherming.
Het mosselbestand en het areaal aan mosselbanken op de droogvallende platen van de Waddenzee in het voorjaar van 2014
Ende, D. van den; Asch, M. van; Troost, K. - \ 2014
Yerseke : IMARES (Rapport / IMARES Wageningen UR C131/14) - 25
mossels - mosselteelt - zoögeografie - oppervlakte (areaal) - waddenzee - mussels - mussel culture - zoogeography - acreage - wadden sea
Onderzoek naar het areaal en bestand aan litorale mosselbanken in de Waddenzee. Doel is: Het maken van een biomassa-schatting van het mosselbestand op droogvallende platen in de Nederlandse Waddenzee in het voorjaar van 2014.
Elusive marine mammals explored : charting under-recorded areas to 160699 and distribution of cetaceans using multi-method approaches and platforms of opportunity
Boer, M.N. de - \ 2013
Wageningen University. Promotor(en): Peter Reijnders, co-promotor(en): Marten Scheffer. - Wageningen : Wageningen UR - ISBN 9789461737168 - 282
cetacea - zeezoogdieren - zeedieren - geografische verdeling - methodologie - dierecologie - aquatische ecologie - gegevens verzamelen - zoögeografie - marine mammals - marine animals - geographical distribution - methodology - animal ecology - aquatic ecology - data collection - zoogeography
Het mosselbestand en het areaal aan mosselbanken op de droogvallende platen van de Waddenzee in het voorjaar van 2013
Ende, D. van den; Troost, K. ; Zweeden, C. van; Asch, M. van - \ 2013
Yerseke : IMARES (Rapport / IMARES Wageningen UR C167/13) - 24
mossels - mosselteelt - zoögeografie - oppervlakte (areaal) - waddenzee - mussels - mussel culture - zoogeography - acreage - wadden sea
Onderzoek naar het areaal en bestand aan litorale mosselbanken in de Waddenzee. Doel is: Het maken van een biomassa-schatting van het mosselbestand op droogvallende platen in de Nederlandse Waddenzee in het voorjaar van 2013. Voor de kartering van het areaal aan mosselbanken worden bij laag water in de beschikbare tijd zo veel mogelijk banken te voet bezocht. Met behulp van GPS-apparatuur worden de positie en omtrek van de banken bepaald. Bij het bepalen van het totale areaal mosselbanken wordt voor de niet bezochte banken uitgegaan van gegevens in eerdere jaren, na middels een vliegtuig inspectie de aanwezigheid van deze banken vastgesteld te hebben.
Conservation genetics of local and wild pig populations : insight in genetic diversity and demographic history
Herrero Medrano, J. - \ 2013
Wageningen University. Promotor(en): Martien Groenen, co-promotor(en): Richard Crooijmans; Hendrik-Jan Megens. - S.l. : s.n. - ISBN 9789461737519 - 160
wilde varkens - sus scrofa - varkens - dna - genetische diversiteit - genetische bronnen van diersoorten - genomica - fylogenetica - zoögeografie - populatiedynamica - single nucleotide polymorphism - wildbescherming - wild pigs - pigs - genetic diversity - animal genetic resources - genomics - phylogenetics - zoogeography - population dynamics - wildlife conservation
Het doel van het onderzoek zoals beschreven in dit proefschrift was om de genetische diversiteit en demografische geschiedenis van lokale varkenspopulaties te verkennen middels het integreren van verschillende genetische merker systemen.
Hoe komt een zeehond in de amsterdamse grachten terecht? (interview met Geert Aarts)
Aarts, Geert - \ 2013
seals - population dynamics - canals - animal welfare - stress - zoogeography
Abundance of harbour porpoises (Phocoena phocoena) on the Dutch Continental Shelf, aerial surveys in July 2010 - March 2011
Geelhoed, S.C.V. ; Scheidat, M. ; Bemmelen, R.S.A. van; Aarts, G.M. - \ 2013
Lutra 56 (2013)1. - ISSN 0024-7634 - p. 45 - 57.
zeezoogdieren - phocoena - habitats - zoögeografie - monitoring - noordzee - marine mammals - zoogeography - north sea
De bruinvis (Phocoena phocoena) is de algemeenste zeezoogdiersoort in Nederlandse wateren. Desondanks waren er tot 2010 geen aantalsschattingen beschikbaar voor het Nederlands Continentaal Plat.
De amerikaanse nerts in Nederland
Dekker, J.J.A. - \ 2012
Nijmegen : Zoogdiervereniging - ISBN 9789079924318 - 33
pelsdieren - zoogdieren - invasieve exoten - zoögeografie - risicoschatting - nederland - furbearing animals - mammals - invasive species - zoogeography - risk assessment - netherlands
De Amerikaanse nerts Neovison vison is een Noord-Amerikaanse marterachtige die sinds 1920 in Europa als pelsdier wordt gehouden en sinds 1958 in het wild in Nederland voorkomt. Deze studie behandelt de verspreiding, voortplanting, dieet en herkomst van de in het wild levende Amerikaanse nertsen in Nederland. Daarnaast is een korte risicoanalyse voor Nederland gemaakt door raadplegen van literatuur. De nerts komt in Nederland vooral voor rond fokkerijen. De grootste afstand tussen waarnemingslocatie en fokkerij was 45 km. Het aantal in het wild waargenomen dieren is vele malen lager dan de aantallen die als bevrijd gerapporteerd worden.
Biodiversity in a changing Oosterschelde: from past to present
Tangelder, M. ; Troost, K. ; Ende, D. van den; Ysebaert, T. - \ 2012
Wageningen : Wettelijke Onderzoekstaken Natuur & Milieu, IMARES (WOt-werkdocument 288) - 52
vogels - vissen - zeehonden - zoögeografie - vegetatie - natuurgebieden - oosterschelde - birds - fishes - seals - zoogeography - vegetation - natural areas - eastern scheldt
De biodiversiteit onder vogels in de Oosterschelde neemt significant toe van 84 soorten in 1987 tot 105 soorten in 2008. Metname de herbivore en piscivore vogels zijn verantwoordelijk voor deze toename. Broedvogels nemen toe in aantal vanaf1994. Vissen vertonen echter weinig verandering in de gemeten periode (1970-2008) en vertonen een lichte significantetoename in het aantal soorten in de periode 1996-2001. De macrofauna-gemeenschap vertoont een constant hoge ShannonWiener-index tussen de 2,5 en 3,5, maar de aantallen tussen soorten zijn erg ongelijk verdeeld doordat er veel soorten metrelatief lage aantallen zijn en een paar soorten voorkomen in relatief hoge aantallen. De aantallen individuen voor suspensie- enfilter feeders en oppervlakte deposit- en facultatieve suspensie feeders nemen significant af over de gehele gemeten periode(1993-2008). Zeehonden (twee soorten) nemen in aantallen toe. Met name Gewone zeehond (Phoca vitulina) vertoont eenforse stijging in aantallen en ook de Grijze zeehond (Halichoerus grypus), hoewel minder abundant, vertoont een stijging inaantal waargenomen individuen. Bruinvissen (Phocoena phocoena) zijn niet beschouwd in de analyse. Het areaal aan zeegrasvertoont een sterke daling in 1984-1993 van 657 tot 63, een afname van 90%. Ook het schorareaal neemt af.
Het mosselbestand en het areaal aan mosselbanken op de droogvallende platen in de Waddenzee in het voorjaar van 2011
Zweeden, C. van; Troost, K. ; Ende, D. van den; Stralen, M.R. van - \ 2011
Yerseke : IMARES (Rapport / IMARES Wageningen UR C154/14) - 29
mossels - mosselteelt - zoögeografie - oppervlakte (areaal) - waddenzee - mussels - mussel culture - zoogeography - acreage - wadden sea
Onderzoek naar het areaal en bestand aan litorale mosselbanken in de Waddenzee. Doel is: Het maken van een biomassa-schatting van het mosselbestand op droogvallende platen in de Nederlandse Waddenzee in het voorjaar van 2011
Aantallen en verspreiding van Eiders, Toppers en zee-eenden in de winter van 2010 - 2011
Smit, C.J. ; Jong, M.L. de - \ 2011
Den Burg : IMARES (Rapport / IMARES Wageningen UR C196/11) - 30
eenden - zoögeografie - monitoring - luchtkarteringen - waddenzee - ducks - zoogeography - aerial surveys - wadden sea
Dit rapport beschrijft de resultaten van de vliegtuigtellingen van november en december 2010 en februari 2011, die zijn uitgevoerd om de aantallen en verspreiding vast te stellen van overwinterende Eiders Somateria mollissima, Zwarte Zee-eenden Melanitta nigra, Grote Zee-eenden Melanitta fusca en Toppers Aythya marila in de Waddenzee en de aangrenzende Noordzeekustzone. In november 2010 werden 63.717 Eiders, 4209 Zwarte Zee-eenden en 10.960 Toppers geteld. In december 2010 waren de aantallen Eiders en Zwarte Zee-eenden lager en van de Toppers hoger: 53.662 Eiders, 1857 Zwarte Zee-eenden en 29.235 Toppers. In februari 2011 waren de aantallen Zwarte Zee-eenden vergelijkbaar met november 2010, maar waren de aantallen Eiders sterk afgenomen. In deze maand werden geen Toppers meer gezien maar wel 38.074 Eiders en 4167 Zwarte Zee-eenden. Tijdens alle drie tellingen zijn er geen Grote Zee-eenden waargenomen.
Noodklok voor de stronkmier (Formica truncorum) op de Besthmenerberg
Mabelis, A.A. - \ 2011
Entomologische Berichten 71 (2011)5. - ISSN 0013-8827 - p. 130 - 135.
formica - zoögeografie - habitats - overijssel - zoogeography
In de omgeving van Ommen komen zeldzame en kwetsbare mierensoorten voor van het geslacht Formica. Enkele soorten zijn wettelijk beschermd, onder andere de stronkmier. Deze komt in ons land vrijwel uitsluitend in deze regio voor. Op grond van de verspreidingsgegevens van de stronkmier van 1995 is de Besthmenerberg bij Ommen beschouwd als het kerngebied van de regionale metapopulatie. Het aantal nesten is echter gedurende de afgelopen 20 jaar aanzienlijk afgenomen.
The role of Mallard (Anas platyrhynchos) in the spread of avian influenza: genomics, population genetics, and flyways
Kraus, R.H.S. - \ 2011
Wageningen University. Promotor(en): Herbert Prins; Ron Ydenberg, co-promotor(en): Pim van Hooft. - [S.l.] : S.n. - ISBN 9789461730282 - 143
aviaire influenzavirussen - aviaire influenza - anas platyrhynchos - ziekteoverdracht - vogeltrek - genomica - populatiegenetica - evolutionaire genetica - zoögeografie - bioveiligheid - ziekteoverzichten - epidemiologie - avian influenza viruses - avian influenza - disease transmission - bird migration - genomics - population genetics - evolutionary genetics - zoogeography - biosafety - disease surveys - epidemiology

Birds, in particular poultry and ducks, are a source of many infectious diseases, such as those caused by influenza viruses. These viruses are a threat not only to the birds themselves but also to poultry farming and human health, as forms that can infect humans are known to have evolved. It is believed that migratory birds in general play an important role in the global spread of avian influenza (AI). However, it is still debated how large this role precisely is and whether other modes of spread may be more important. The mallard (Anas platyrhynchos) is the world’s most abundant and well-studied waterfowl species. Besides being an important game and agricultural species, it is also a flagship species in wetland conservation and restoration. Waterfowl (Anseriformes: Anatidae) and especially ducks currently are the focal bird group in long distance dispersal of Avian Influenza in the wild, and the mallard has been identified as the most likely species to transport this virus.

In my thesis I report aspects of the biology of this important host species of AI by molecular ecological means. As molecular marker system I established a genome-wide set of more than 100,000 SNPs of which I developed a subset of 384 SNPs into an assay to genotype about 1,000 ducks. This subset was employed to study the evolutionary history and speciation processes in the Anas genus. Further investigations into the world-wide mallard population structure on a species level were based not only on this set of 384 SNPs but also on mitochondrial DNA sequences. Last but not last, I investigated an option of AI sampling and detection from duck faeces by technology that is safe from a biohazard perspective, and solves transportation issues related to cold chains.

The main results of my thesis include the development of a generally applicable improved analysis pipeline to develop genome-wide SNP sets for non-model organisms. Further, my results show that, from a migration system perspective, mallard flyways/populations can hardly be delineated from a biological point of view. Detailed phylogenetic, population genetic and coalescent analyses of a data set of samples spanning the whole northern hemisphere leads me to conclude that the only firm population boundaries that I can draw are between Eurasia and North America, within which panmixia is almost achieved. Mallards’ and other Anas-ducks’ whole continental to global distribution brings them together in sympatry. I can show that a combination of sympatric distribution, conflicting genetically determined and learned mate recognition mechanisms, and genomic compatibility between species helps to explain the long-standing puzzle of waterfowl hybridisation and introgression of genes from one duck species into another. Besides obvious management implications I propose that this fact can be part of the explanation why ducks are so well adaptable and successful, as well as why they show extraordinary abilities to withstand AI infections, or its consequences for health status.

Interessante waarnemingen van boor- en prachtvliegen in Nederland
Smit, J.T. ; Belgers, J.D.M. - \ 2011
Nederlandse Faunistische Mededelingen 36 (2011). - ISSN 0169-2453 - p. 29 - 48.
diptera - zoögeografie - inventarisaties - zoogeography - inventories
Van de verspreiding van boor- en prachtvliegen in Nederland is nog maar weinig bekend. In dit artikel worden waarnemingen van 17 soorten boorvliegen en drie soorten prachtvliegen behandeld. Het gaat hierbij of om zeldzame het gaat hierbij of om zeldzame soorten of om waarnemingen die een aanzienlijke uitbreiding van het areaal betreffen. Daarnaast wordt een nieuw overzicht gegeven van alle soorten prachtvliegen in Nederland met een verwijzing naar determinatieliteratuur.
Overlast van wespen, maar welke soorten?
Vliet, A.J.H. van - \ 2011
Wageningen : Nature Today
vespidae - insectenplagen - zoögeografie - insect pests - zoogeography
De verkoopcijfers van bestrijdingsmiddelen bieden interessante inzichten in de ontwikkeling van wespen door het jaar heen. Ze geven mede aan dat het wespenoverlastseizoen is begonnen. Van de verschillende wespensoorten zijn het vooral de Duitse wesp en gewone wesp die voor de overlast zorgen. De laatste jaren nemen de bergveldwesp en de Franse veldwesp toe. Ook de hoornaars nemen door heel Nederland toe nadat ze halverwege vorige eeuw vrijwel helemaal uit ons land verdwenen waren.
Sporen herkennen: de otter. De otter komt naar je toe deze winter.
Jansman, H.A.H. ; Lammertsma, D.R. - \ 2011
Zoogdier 21 (2011)4. - ISSN 0925-1006 - p. 7 - 10.
lutra lutra - zoögeografie - geïntroduceerde soorten - populatiedynamica - noordwest-overijssel - friesland - zoogeography - introduced species - population dynamics
De populatie otters groeit in Nederland. Ook buiten de uitzetgebieden in de Kop van Overijssel en Zuidwest-Friesland worden ze waargenomen. Maar om te weten hoe de otters zich verspreiden, is het nodig dat meer mensen die in de natuur komen, de sporen van de otter herkennen. Kenners geven tips waar u op moet letten.
Why elephant roam
Ngene, S.M. - \ 2010
University of Twente. Promotor(en): Andrew Skidmore; Herbert Prins; H.A.M.J. van Gils. - Enschede : University of Twente Faculty of Geo-Information and Earth Observation ITC - ISBN 9789061642909 - 195
loxodonta africana - geografische informatiesystemen - remote sensing - zoögeografie - geografische verdeling - beweging - menselijke activiteit - seizoenen - diergedrag - kenya - menselijke invloed - geographical information systems - zoogeography - geographical distribution - movement - human activity - seasons - animal behaviour - human impact
The expansion of human activities due to the increase in human population outside protected areas is reducing the range of elephant. This range reduction occurs when elephant habitats are cleared for more farms and settlements. This causes fragmentation of the elephant range, which changes the elephant’ distribution, movement patterns, intensity of occupancy, and speed of movement. The objectives of this study were to use GIS and remote sensing to identify the factors that influence the distribution, intensity of occupancy, and speed of movement of Marsabit elephant; to map and describe their wet and dry season range, intensity of occupancy, and speed of movement, as well as seasonal altitudinal movement in the fragmented mosaic of forest and savanna; to research the cost of humans sharing the environment with the elephant in areas adjacent to Marsabit Protected Area.
Doortrekkende en overwinterende ganzen in Nederland
Koffijberg, K. ; Beekman, J. ; Cottaar, F.J.H. ; Ebbinge, B.S. ; Jeugd, H. van der; Nienhuis, J.G. ; Tanger, D. ; Voslamber, B. ; Winden, E. van - \ 2010
De Levende Natuur 111 (2010)1. - ISSN 0024-1520 - p. 3 - 9.
ganzen - overwintering - populatie-ecologie - monitoring - zoögeografie - nederland - geese - population ecology - zoogeography - netherlands
Nergens anders in Europa vinden we zulke grote aantallen ganzen als in Nederland. Zachte winters en de combinatie van geschikte voedselbronnen en veilige slaapplaatsen maken van Nederland een ideaal winterverblijf. Hoewel ganzen de naam hebben traditioneel te zijn, blijken ze flexibel in te kunnen spelen op nieuwe ontwikkelingen. Aan de hand van de landelijke ganzentellingen wordt in deze bijdrage getoond hoe de verschillende populaties zich hebben ontwikkeld en wordt er ingegaan op de internationale context waarin dat is gebeurd. Een eerste bijdrage in een themanummer "Ganzen in Nederland en Vlaanderen"
Heteroptera
Dekkers, Dorine - \ 2009
heteroptera - insects - hemiptera - determination - identification - zoogeography - keys - netherlands
Monochamus in Nederland: voorkomen en vangmethoden. Eisrapport
Heijerman, Th. ; Keijl, G.O. ; Kalkman, V.J. - \ 2009
Leiden : Stichting European Invertebrate Survey (EIS EIS2009-5) - 19
cerambycidae - zoögeografie - bomen - bosschade - duingebieden - kennemerland - noord-holland - zoogeography - trees - forest damage - duneland
In opdracht van de Plantenziektenkundige Dienst is in 2009 informatie over het geslacht Monochamus (het dennenhoutaaltje), in Nederland bijeengebracht en is er een inventarisatie uitgevoerd op de enige Nederlandse locatie waarvan een populatie van een Monochamus-soort bekend is. Alle in Nederland in het vrije veld aangetroffen exemplaren van het geslacht Monochamus hebben betrekking op M. galloprovincialis en zijn afkomstig uit het duingebied van Bergen en Schoorl, Noord-Holland. In Nederland wordt door veel coleopterologen en andere entomologen naar boktorren gekeken; desondanks is Monochamus galloprovincialis nog nooit elders in het vrije veld aangetroffen. Om deze reden werd besloten het veldwerk te concentreren in het duingebied van Bergen, dat beheerd wordt door Provinciaal Waterleidingbedrijf Noord-Holland en het duingebied van Schoorl, in beheer bij Staatsbosbeheer.
Boomotters in de kop van Overijssel. Een onderzoek naar de verspreiding van de boommarter in het Nationaal Park Weerribben-Wieden en de knelpunten voor de soort in het gebied
Tuitert, A.H. ; Maanen, E. van; Messemaker, R. ; Jansman, H.A.H. - \ 2009
Zwolle : Natuur en Milieu Overijssel - 61
martes - fauna - habitats - zoögeografie - monitoring - nationale landschappen - natuurgebieden - noordwest-overijssel - zoogeography - national landscapes - natural areas
Naast de otter is de boommarter een zeldzaam en kwetsbaar roofdier dat voorkomt in het Nationaal Park. Het voorkomen van deze zeldzame zoogdiersoorten is een extra reden voor zorgvuldige bescherming van dit gebied. Het is de kunst om bij het beheer een goede balans te vinden tussen de verschillende waarden zoals het leefgebied van een beschermde soort als de boommarter. Een belangrijke en uitdagende opgave voor de terreinbeherende organisaties. Het onderzoek heeft zich met name gericht op het voorkomen van boommarters in het Nationaal Park Weerribben-Wieden en op de knelpunten die er voor deze soort in het gebied bestaan
An Atlas of Wader Populations in Africa and Western Eurasia
Delany, S. ; Scott, D. ; Helmink, A.T.F. ; Dodman, T. ; Flink, S. ; Stroud, D. ; Haanstra, L. - \ 2009
London : Wetlands International - ISBN 9789058820471 - 524
populatie-ecologie - conservering - zoögeografie - afrika - europa - waadvogels - vogeltrek - population ecology - conservation - zoogeography - africa - europe - waders - bird migration
This publication is a compilation of current knowledge of the numbers, distribution and movements of one of the most remarkable groups of birds in the region covered by the African-Eurasian Migratory Waterbird Agreement (AEWA). Long-term waterbird count data have been combined with an extensive literature review, especially published results of bird ringing and national bird atlases, to produce maps showing the population boundaries that are used as a basis of the conservation of these species. The maps are supported by informative species accounts that highlight the movements, population status and conservation of waders in the AEWA region.
Diadrome vissen in de Waddenzee: Monitoring bij Kornwerderzand 2000-2008
Tulp, I.Y.M. ; Boois, I.J. de; Willigen, J.A. van; Westerink, H.J. - \ 2009
IJmuiden : IMARES (Rapport / Wageningen IMARES C128/09) - 35
vissen - zout water - habitats - monitoring - zoögeografie - waddenzee - fishes - saline water - zoogeography - wadden sea
Sinds 2000 wordt een monitoringprogramma van zeldzame diadrome vis aan de Waddenzeezijde van de Afsluitdijk uitgevoerd. Het doel van het programma is om trends en ontwikkelingen in de zeldzame diadrome vissoorten (fint, houting, grote marene, rivierprik, zeeprik, zalm en zeeforel) aan de zoute kant van de Afsluitdijk te beschrijven. Deze monitoring levert inzicht in het voorkomen van diadrome vis en kan gebruikt worden voor de evaluatie van het effect van geplande veranderingen in het spuibeheer op de mogelijkheden voor vistrek.
Geography of mammalian herbivores in the Indian Trans-Himalaya: patterns and processes
Namgail, T. - \ 2009
Wageningen University. Promotor(en): Herbert Prins, co-promotor(en): Sip van Wieren. - [S.l.] : S.n. - ISBN 9789085855248 - 122
herbivoren - zoogdieren - zoögeografie - geografische verdeling - india - biogeografie - ecotonen - soortendiversiteit - soortenrijkdom - grote grazers - himalaya - herbivores - mammals - zoogeography - geographical distribution - biogeography - ecotones - species diversity - species richness - large herbivores
Animals need adequate resources so that their populations not only survive but thrive. So they seek places that can best provide them. Yet, they face several challenges, while obtaining these resources, e.g., predators, competitors and physical obstacles: mountains and rivers. Some animals are better-equipped to overcome these challenges, and are widely distributed, while others are not. These differences generate uneven pattern of distribution of life on earth. Tsewang Namgail’s study on the mammalian herbivores in the arid regions of the Himalayan mountains shows that interspecific competition is a major factor determining distribution and diversity patterns of these animals. Topography is also an important factor determining their coexistence, and thus it plays a crucial role in the formation and maintenance of herbivore assemblies in these drier, alpine regions. The study highlights that herbivores change their diet spectrum in response to the number of other herbivore species in an assemblage, and therefore emphasizes the inclusion of interspecific interactions in species distribution models.
Development of analysis techniques for the use of aerial photography in the monitoring of intertidal mussel beds and oyster beds
Fey-Hofstede, F.E. ; Cremer, J.S.M. ; Dijkman, E.M. ; Jansen, J.M. ; Roupioz, L.F.S. ; Schmidt, A.M. - \ 2009
Texel : IMARES (Report / Wageningen IMARES C004/09) - 27
mossels - luchtkarteringen - zoögeografie - kustgebieden - schaal- en schelpdierenvisserij - monitoring - mariene gebieden - wadden - visstand - mussels - aerial surveys - zoogeography - coastal areas - shellfish fisheries - marine areas - tidal flats - fish stocks
This project aimed at improving the analysis techniques of aerial photography for mussel bed recognition and mapping. In this project two techniques were tested; recognition and mapping by human eye and recognition and mapping by automatic detection software. The detection with the human eye was tested in two ways. The first test considered recognition of mussel beds in an area were contours of the previous year were available. The second test concerned a blind recognition test without any knowledge on previous locations of mussel beds.
Ecologische atlas Noordzee ten behoeve van gebiedsbescherming, 2e dr.
Lindeboom, H.J. ; Dijkman, E.M. ; Bos, O.G. ; Meesters, H.W.G. ; Cremer, J.S.M. ; Raad, I. de; Hal, R. van; Bosma, A. - \ 2008
Den Burg : Wageningen Imares - ISBN 9789074549127 - 289
zoögeografie - ecologie - natuurbescherming - noordzee - inventarisaties - fauna - aquatische ecologie - zoogeography - ecology - nature conservation - north sea - inventories - aquatic ecology
In deze atlas zijn de verspreidingskaarten van bodemdieren, vissen, vogels en zeezoogdieren bij elkaar gebracht in relatie tot de potentieel te beschermen gebieden die door de Nederlandse overheid bij de EU zullen worden aangemeld. Het gaat om twee kustgebieden langs het zuidelijke en noordelijke deel van de Nederlandse kust, het Friese Front, de Klaverbank en de Doggersbank. Deze atlas dient om de ecologische waarden van de te beschermen gebieden in kaart te brengen en als basis voor het formuleren van de instandhoudingsdoelen voor de aangewezen gebieden. Omdat het beheer uiteindelijk zal gaan om de regulatie van menselijke invloeden zijn in deze atlas ook een aantal gebruikskaarten opgenomen. Met deze atlas wordt zo een verdere stap gezet in de richting van een duurzaam beheer en behoud van het mariene ecosysteem
Help de Knoflookpad!
Zekhuis, M. ; Ottburg, F.G.W.A. - \ 2008
De Levende Natuur 109 (2008)6. - ISSN 0024-1520 - p. 223 - 226.
amphibia - padden - zoögeografie - bedreigde soorten - toads - zoogeography - endangered species
Ondanks het Beschermingsplan Knoflookpad uit 2001 neemt de soort nog steeds in aantal af in Nederland en is daarmee sterk bedreigd. Vermoedelijk is er meer aan de hand dan alleen habitatverlies. Voor de kleine populaties zou genetische verarming wel eens de belangrijkste oorzaak kunnen zijn van die neerwaartse spiraal. Een pleidooi voor uitzetten of bijzetten om het behoud van de Knoflookpad (Pelobatus fuscus) voorlopig veilig te stellen.
Mesheften (Ensis directus), halfgeknotte strandschelpen (Spisula subtruncata), kokkels (Cerastoderma edule) en otterschelpen (Lutraria lutraria) in de Nederlandse kustwateren in 2008
Goudswaard, P.C. ; Kesteloo, J.J. ; Perdon, K.J. ; Jansen, J.M. - \ 2008
Yerseke : IMARES (Rapport / Wageningen IMARES nr. C069/08) - 27
ensis - solenidae - spisula - mactridae - kokkels - bivalvia - schaaldieren - inventarisaties - voorraden - zoögeografie - kustwateren - nederland - clams - shellfish - inventories - stocks - zoogeography - coastal water - netherlands
Ten behoeve van het beleid voor de visserij op Amerikaanse zwaardschedes (mesheften) (Ensis directus), halfgeknotte strandschelpen (Spisula subtruncata) en kokkels (Cerastoderma edule) heeft Wageningen IMARES, in opdracht van LNV het bestand in de Nederlandse kustwateren geïnventariseerd. Deze inventarisatie is uitgevoerd in het voorjaar van 2008 en is daarmee de veertiende opeenvolgende survey die op deze manier sinds 1995 wordt uitgevoerd.
Ecologische Atlas Noordzee ten behoeve van gebiedsbescherming
Lindeboom, H.J. ; Dijkman, E.M. ; Bos, O.G. ; Meesters, H.W.G. ; Cremer, J.S.M. ; Raad, I. de; Bosma, A. - \ 2008
Den Burg : Wageningen Imares - ISBN 9789074549127 - 289 p.
zoogeography - ecology - nature conservation - north sea - inventories - fauna - aquatic ecology
Verspreidingsatlas Nederlandse kokerjuffers (Trichoptera)
Higler, L.W.G. - \ 2008
Leiden : European Invertebrate Survey - Nederland - ISBN 9789076261058 - 248
trichoptera - zoögeografie - dierecologie - habitats - nederland - zoogeography - animal ecology - netherlands
Omdat jarenlang sprake was van waterverontreiniging, is de soort afgenomen. Van kokerjuffers zijn er thans 181 soorten bekend; door verder onderzoek wordt een stijging van dat aantal verwacht
Steekmuggenoverlast op Schiermonnikoog in 2007
Verdonschot, P.F.M. - \ 2007
Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 1652) - 39
culicidae - populaties - zoögeografie - nederlandse waddeneilanden - populations - zoogeography - dutch wadden islands
Op Schiermonnikoog hebben mensen (bevolking en toeristen) afgelopen zomer veel overlast van steekmuggen gehad. De overlast was dusdanig, dat vakantiegangers voortijdig het eiland verlieten. De gemeente heeft zich de situatie aangetrokken en heeft om een studie verzocht over oorzaak en omvang van de muggenplaag. Dat zijn: 1. een extreem natte periode in het voorjaar en de vroege zomer van 2007 (de natste sinds 1995), hetgeen leidde tot veel tijdelijke plassen verspreid over het gehele eiland; 2. een zachte winter en een warm voorjaar van 2007 waardoor zich een grotere aanvangspopulatie steekmuggen heeft kunnen ontwikkelen; 3. uitzonderlijk zware regenval in juli (de laatste was in 1987), waardoor veel extra plassen ontstonden die nog lange tijd water behielden, hetgeen onder de zomerse temperaturen leidde tot een snelle opbouw van een omvangrijke steekmuggenpopulatie; 4. door de aanwezigheid van veel opgaande vegetatie op het eiland konden steekmuggen in grotere aantallen overleven en zich gemakkelijker verschuilen en verplaatsen.
Nulmeting volwassen steekmuggen herinrichtingsgebied Peize en herinrichtingsgebied Roden-Norg
Verdonschot, P.F.M. ; Wiggers, R. - \ 2007
Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 1640) - 58
culicidae - populaties - zoögeografie - waterbeheer - regionale planning - risicoschatting - landinrichting - nederland - natuurtechniek - drenthe - populations - zoogeography - water management - regional planning - risk assessment - land development - netherlands - ecological engineering
De wateroverlast van 1998 was aanleiding om het waterbeheer in Noord-Nederland aan te passen. Hiervoor zijn drie plannen opgesteld: Inrichtingsplan waterberging - natuur Roden Norg; Herinrichting Peize; Herstel bovenlopen Peizerdiep. Bij de herinrichting Peize en de inrichting Roden-Norg zijn waterbergingsgebieden voorzien. In deze gebieden vindt na herinrichting moerasvorming plaats. De locale bevolking heeft ongerustheid getoond over eventueel in de toekomst optredende overlast van steekmuggen. Daarom heeft de provincie Alterra verzocht een nulmeting van de zomersituatie te verrichten
Geschiktheid van de Palmerswaard (gemeente Rhenen) als migratieroute voor het Edelhert
Groot Bruinderink, G.W.T.A. ; Lammertsma, D.R. ; Griffioen, A.J. ; Spek, G.J. - \ 2007
Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 1641) - 25
cervus elaphus - regionale planning - habitats - migratie - zoögeografie - nederland - ecologische hoofdstructuur - veluwe - utrecht - utrechtse heuvelrug - natuurgebieden - regional planning - migration - zoogeography - netherlands - ecological network - natural areas
Onderzocht is de haalbaarheid van een robuuste verbinding met doelsoort edelhert tussen de Veluwe en de Utrechtse Heuvelrug via het Renkums Beekdal, de Bovenste Polder onder Wageningen, de Blauwe Kamer, Grebbeberg en de Palmerswaard. Naar verwachting is deze migratiezone voor edelherten te realiseren. Bestaande functies van de uiterwaarden ter hoogte van de Veerwei zijn agrarisch, natuur en recreatie. Belangrijke voorwaarde is, dat verstoringen in de winterperiode beperkt blijven tot het daggedeelte. Het aanbrengen van struiken is een gewenste aanpassing
Ecologische basiskaarten voor de Nederlandse mariene wateren ten behoeve van advisering bij crisismanagement : selectie vogels en zeezoogdieren
Lange, H.J. de - \ 2007
Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 1566) - 48
ecologie - dierecologie - kaarten - zeevogels - zeezoogdieren - zoögeografie - nederland - noordzee - rampen - bedrijfsvoering - aquatische ecologie - waddenzee - oosterschelde - westerschelde - ecology - animal ecology - maps - sea birds - marine mammals - zoogeography - netherlands - north sea - disasters - management - aquatic ecology - wadden sea - eastern scheldt - western scheldt
Als waterkwaliteitsbeheerder van de zoute wateren is Rijkswaterstaat verantwoordelijk voor het adequaat optreden bij calamiteiten op water om de mogelijke schade aan kwetsbare gebieden te voorkomen dan wel te minimaliseren. Correcte informatievoorziening bij calamiteiten is van cruciaal belang. Met het werk beschreven in dit rapport is de eerste stap gezet om voor calamiteitenadvisering op zoute wateren de benodigde ecologische informatie te inventariseren, selecteren en te completeren. De inventarisatie richt zich in eerste instantie op vogels en zeezoogdieren van Noordzee, Waddenzee, Oosterschelde en Westerschelde. De inventarisatie resulteerde voor de Noordzee in 40 soorten, voor de Waddenzee in 47 soorten, voor de Oosterschelde in 43 soorten en voor de Westerschelde in 38 soorten. Voor de meeste soorten is al een verspreidingskaart beschikbaar. Voor 18 soorten is de beschikbaarheid van data om de verspreiding op de Noordzee te beschrijven onvoldoende. Van drie soorten is tevens de beschikbaarheid van data voor Waddenzee, Oosterschelde en Westerschelde onvoldoende. Het gaat om 12 vogels, vijf zeezoogdieren, en één schelpdier. Voor deze soorten is aanvullende monitoring gewenst.
Veterinaire risico's en mogelijkheden voor recreatief medegebruik van een robuuste verbinding tussen de Oostvaardersplassen en het Horsterwold
Groot Bruinderink, G.W.T.A. ; Snoep, J.J. ; Henkens, R.J.H.G. - \ 2007
Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 1554) - 100
natuurbescherming - beschermingsgebieden - zoögeografie - groene zones - planning - dierziekten - epidemiologie - recreatieactiviteiten - nederland - natuur - ecologische hoofdstructuur - zuidelijk flevoland - nature conservation - conservation areas - zoogeography - green belts - animal diseases - epidemiology - recreational activities - netherlands - nature - ecological network
Tussen Oostvaardersplassen en het Horsterwold komt een groen-blauwe zone. Deze zone, ook wel OostvaardersWold genoenmd, krijgt zowel een woonfunctie, wordt recreatiegebied en heeft een natuurfunctie. Voor dat laatste is een robuuste verbinding gepland voor o.a. hoefdieren uit de Oostvaardersplassen. Op voorhand moet duidelijkheid bestaan over veterinaire risico's, wanneer heckrunderen, konikpaarden en edelherten gebruik maken van de passage
Mesheften (Ensis directus), halfgeknotte strandschelpen (Spisula subtruncata) en kokkels (Cerastoderma edule) in de Nederlandse kustwateren in 2007
Perdon, K.J. ; Goudswaard, P.C. - \ 2007
IJmuiden : IMARES (Rapport / IMARES nr. C087/07) - 27
ensis - solenidae - spisula - mactridae - kokkels - bivalvia - schaaldieren - inventarisaties - voorraden - zoögeografie - kustwateren - nederland - clams - shellfish - inventories - stocks - zoogeography - coastal water - netherlands
Ecologische basiskaarten voor de Nederlandse mariene wateren ten behoeve van advisering bij crisismanagement : selectie vissen
Mesel, I.G. de; Zweeden, C. van; Hofstede, R. ter - \ 2007
IJmuiden : IMARES (Rapport / Wageningen IMARES nr. C085/07) - 33
zeevissen - kustwateren - crises - noodgevallen - mariene ecologie - zoögeografie - nederland - noordzee - waddenzee - oosterschelde - westerschelde - marine fishes - coastal water - emergencies - marine ecology - zoogeography - netherlands - north sea - wadden sea - eastern scheldt - western scheldt
Bij dreigende calamiteiten wil men over kennis beschikken van de verspreiding van onder andere de visfauna op het Nederlands Continentaal Plat en de Nederlandse kustwateren om effectief te kunnen ingrijpen bij rampen en milieucalamiteiten. Het doel van dit project is het toekennen van kwetsbaarheidscores aan een aantal vissoorten in viier deelgebieden binnen de Nederlandse wateren. Per vissoort is de beschermingsstatus bepaald en het relatieve belang van het deelgebied als paaigebied, opgroeigebied of leefgebied
The distribution of the invasive harvestman Dicranopalpus ramosus in the Netherlands (Arachnida: Opiliones)
Noordijk, J. ; Wijnhoven, H. ; Cuppen, J.G.M. - \ 2007
Nederlandse Faunistische Mededelingen 2007 (2007)26. - ISSN 0169-2453 - p. 65 - 68.
arachnida - opiliones - zoögeografie - verspreiding - fenologie - dierecologie - habitats - zoogeography - dispersal - phenology - animal ecology
Dicranopalpus ramous is one of the most characteristic harvestmen in our country. Because this species is quite easy to identify, many persons were able to contribute to the first distribution map ever presented for a harvestman species in the Netherlands. Remarkably, D. ramosus has succeeded to colonize most regions of the country within fourteen years after its discovery
Recente waarnemingen van de loopkever Harpalus griseus: is er een trend (Coleoptera: Carabidae)
Noordijk, J. ; Heijerman, Th. ; Turin, H. - \ 2007
Nederlandse Faunistische Mededelingen 2007 (2007)26. - ISSN 0169-2453 - p. 43 - 50.
carabidae - harpalus - zoögeografie - nederland - heidegebieden - habitats - verspreiding - insectenvallen - biologische technieken - veluwe - zoogeography - netherlands - heathlands - dispersal - insect traps - biological techniques
De loopkever Harpalus griseus staat bekend als zeldzaam in Nederland. Recentelijk zijn er echter relatief veel waarnemingen gedaan met behulp van bodemvallen, maar ook met zogenaamde raamvallen en op licht. Naast waarnemingen van heide- en stuifzandgebieden op de Veluwe, is de soort ook opvallend vaak waargenomen in enkele agrarische en ruderale gebieden rond Wageningen. Het aantal waarnemingen lijkt dus toe te nemen. Daarentegen lijkt het areaal van deze soort in Nederland juist in oppervlak af te nemen. Als gevolg van de effecten van verschillende verzamelmethoden is het vrijwel onmogelijk om voor deze soort een trend vast te stellen. Zeer waarschijnlijk geldt dit in meer of minder mate voor alle loopkevers
Resultaten van het RWS-RIKZ JAMP 2006 monitoringsprogramma van milieukritische stoffen in mosselen
Hoek-van Nieuwenhuizen, M. van; Kotterman, M.J.J. - \ 2007
IJmuiden : IMARES (Rapport / Wageningen IMARES nr. C030/07) - 10
mossels - zoögeografie - marien milieu - toxische stoffen - monitoring - noordzee - mussels - zoogeography - marine environment - toxic substances - north sea
In opdracht van RWS-RIKZ werden door Wageningen IMARES werkzaamheden uitgevoerd in het kader van het Joint Assessment and Monitoring Program van de OSPARCOM. De werkzaamheden bestonden uit analyse van milieukritische stoffen in mosselen en zijn dit jaar volgens protocol uitgevoerd. Ook dit jaar was een gebrek aan mosselen van lengte 58-70 mm. In de Eems-Dollard is deze grootste klasse in het geheel niet door het RIKZ aangetroffen. In de Westerschelde zijn dit jaar slechts vier mosselen van deze lengte verzameld, met een gemiddelde lengte van 68.0 mm.
Resultaten van het RWS-RIKZ JAMP 2006 monitoringsprogramma van bot (Platichthys flesus L.). Biologische gegevens van bot en milieukritische stoffen in bot
Kotterman, M.J.J. ; Barneveld, E. van - \ 2007
IJmuiden : IMARES (Rapport / Wageningen IMARES nr. C027/07) - 79
bot (vissen) - zoögeografie - marien milieu - toxische stoffen - monitoring - noordzee - waddenzee - flounder - zoogeography - marine environment - toxic substances - north sea - wadden sea
De in dit rapport beschreven werkzaamheden werden door IMARES uitgevoerd op basis van een opdracht van Rijkswaterstaat- Rijksinstituut voor Kust en Zee (RIKZ) in het kader van het Joint Assessment and Monitoring Program van de OSPARCOM. De opdracht hield in het verkrijgen van biologische gegevens van bot. De benodigde monsters bot werden verzameld door IMARES. Tevens werd materiaal van bot verzameld voor chemisch onderzoek en geanalyseerd.
Echte tonderzwam geeft bijzondere kever volop kansen; dood houtbeleid stimuleert "dubbelafhankelijke soorten"
Moraal, L.G. ; Veerkamp, M.T. ; Jagers op Akkerhuis, G.A.J.M. ; Cuppen, J.G.M. ; Heijerman, Th. - \ 2007
Vakblad Natuur Bos Landschap 4 (2007)2. - ISSN 1572-7610 - p. 20 - 21.
bomen - rottingsschimmels - waardplanten - insecten - coleoptera - zoögeografie - trees - decay fungi - host plants - insects - zoogeography
De tonderzwam is een zwakteparasiet, die groeit op verzwakte berken en beuken. Voor Europa zijn 21 soorten schimmels vastgesteld als indicatorsoorten voor natuurlijke beukenbossen; in Nederland komt de soort steeds vaker voor, doordat zwakke oude bomen minder snel verwijderd worden. Onderzocht is, of bijbehorende insecten de zwammen wel kan vinden, in verband met de ruimelijke spreiding van de zwam. Alterra doet verslag van onderzoek, in opdracht van LNV
Waarheen stuurt het weer de vlinderstand?
Swaay, Chr. van; Wallis de Vries, M.F. ; Baxter, W. ; Vliet, A.J.H. van - \ 2006
De Levende Natuur 107 (2006)6. - ISSN 0024-1520 - p. 265 - 269.
lepidoptera - zoögeografie - fenologie - fauna - migratie - klimaatverandering - weer - zoogeography - phenology - migration - climatic change - weather
Uit de data van het Landelijk Meetnet Vlinders (van Vlinderstichting en CBS) zijn jaarlijkse trends berekend. De veranderingen in populatiegrootte zijn vergeleken met weersfactoren; behalve gemiddelde wwersomstandigheden zijn voor het eerst ook extreme weersomstandigheden meegerekend. Met behulp van modellen is vervolgens nagegaan welk effect de verwachte klimaatsverandering op de Nederlandse vlinderstand zou kunnen hebben
Procraerus tibialis (Coleoptra: Elateridae), een nieuwe kniptor voor Nederland
Cuppen, J.G.M. ; Sande, C. van de - \ 2006
Entomologische Berichten 66 (2006)3. - ISSN 0013-8827 - p. 91 - 94.
elateridae - agriotes - populatie-ecologie - bodeminsecten - zoögeografie - limburg - population ecology - soil insects - zoogeography
De kniptor (procraerus tibialis) wordt nieuw gemeld voor de Nederlandse fauna. Hij komt op slechts weinig plekken in Nederland voor: in Midden Limburg en Zuid Limburg. Waarschijnlijk komt dit, omdat steeds vaker bomen met holle ruimtes in het landschap blijven staan. Dit zijn ideale plekken voor (voortplanting van) de kniptor
Hotspots dagvlinder biodiversiteit
Swaay, C.A.M. van; Mensing, V. ; Wallis de Vries, M.F. - \ 2006
Wageningen : Wettelijke Onderzoekstaken Natuur & Milieu (WOt-werkdocument 31) - 42
lepidoptera - inventarisaties - karteringen - biodiversiteit - zoögeografie - vegetatietypen - nederland - inventories - surveys - biodiversity - zoogeography - vegetation types - netherlands
Voor een betrouwbare en verifieerbare voorspelling van de verandering van de natuurwaarde voor flora en fauna zijn ruimtelijk gedetailleerde gegevens en rekenmodellen nodig. In deze studie van Vlinderstichting en WOT Natuur & Milieu wordt een modelopzet gemaakt voor kaarten met de hotspots voor dagvlinder diversiteit op een schaalniveau van 250bij 250 meter
Biodiversiteit en de ecologische hoofdstructuur: een studie naar de verdeling van soorten over Nederland en de dekking van hun leefgebieden door de ecologische hoofdstructuur
Jagers op Akkerhuis, G.A.J.M. ; Groot Bruinderink, G.W.T.A. ; Lammertsma, D.R. ; Kuipers, H. - \ 2006
Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 1319) - 108
biodiversiteit - natuurbescherming - zoögeografie - ecologische hoofdstructuur - biodiversity - nature conservation - zoogeography - ecological network
Een studie naar de verdeling van soorten over Nederland en de dekking van hun leefgebieden door de Ecologische Hoofdstructuur. Het is voor de Nederlandse overheid van belang te weten in hoeverre de ‘kapstok’ van het nationale natuurbeleid, de EHS, bijdraagt aan het behoud van 30.000 à 40.000 Nederlandse soorten.
Review of Ruegen herring larvae survey project
Dickey-Collas, M. ; Nash, R.D.M. - \ 2006
IJmuiden : IMARES (Report / Wageningen IMARES C079/06) - 16
haringen - larven - zoögeografie - mariene gebieden - visserijbiologie - wetenschappelijk onderzoek - oostzee - herrings - larvae - zoogeography - marine areas - fishery biology - scientific research - baltic sea
The data set held by the German Institute of Baltic Sea Fisheries on the survey of the Greifswalder Bodden herring larvae is probably the highest temporal and spatially resolved survey of the hatching of Atlantic herring larvae in the world. A review of the project that collects the German time series of Rügen herring larvae was carried out by members of the project team in Rostock and two external reviewers. This is the report of the external reviewers.
Nieuwe vondsten van watermijten in Nederland (Acari: Hydrachnidia)
Smit, H. ; Hoek, T.H. van den; Wiggers, R. - \ 2006
Nederlandse Faunistische Mededelingen 2006 (2006)25. - ISSN 0169-2453 - p. 33 - 38.
watermijten - acari - zoögeografie - water mites - zoogeography
Sinds de publicatie van de atlas van de Nederlandse watermijten in 2000 is de interesse voor watermijten sterk toegenomen. Er worden regelmatig nieuwe en zeldzame soorten gevonden en de kennis over biotoopvoorkeuren en trends wordt steeds verder uitgebreid. In dit artikel worden enkele bijzondere nieuwe vondsten besproken en een nieuwe stand van zaken gegeven
Hotspots van biodiversiteit in Nederland op basis van broedvogelgegevens
Turnhout, C. van; Loos, W.B. ; Foppen, R.P.B. ; Reijnen, M.J.S.M. - \ 2006
Wageningen / Beek-Ubbergen : WOT Natuur & Milieu / SOVON (WOt-werkdocument 33) - 58
broedvogels - biodiversiteit - inventarisaties - nestelen - zoögeografie - kaarten - nederland - landschapsecologie - breeding birds - biodiversity - inventories - nesting - zoogeography - maps - netherlands - landscape ecology
Dit WOT rapport richt zich op het vervaardigen van kaarten van broedvogels in Nederland. De inventarisatie is gemaakt op basis van landschapstype: open, halfopen en gesloten agrarisch, bos, duin, heide, kwelder en moeras. De basisgegevens zijn afkomstig uit verschillende bronnen, afhankelijk van de zeldzaamheid van de soort als broedvogel. Het onderzoek is verricht door Alterra en SOVON
Some rare and new caddis flies recorded for the Netherlands (Trichoptera)
Wiggers, R. ; Hoek, T.H. van den; Maanen, B. van; Higler, L.W.G. ; Kleef, H. van - \ 2006
Nederlandse Faunistische Mededelingen 25 (2006). - ISSN 0169-2453 - p. 53 - 68.
trichoptera - zoögeografie - waterdieren - aquatic animals - zoogeography
Since Higler published his list of extinct and endangered caddis fly species in 1995 a number of new and rare species have been recorded for The Netherlands
Verspreiding in beeld met kansenkaarten
Sierdsema, H. ; Pouwels, R. ; Kleunen, A. van; Foppen, R.P.B. - \ 2006
De Levende Natuur 107 (2006)6. - ISSN 0024-1520 - p. 275 - 278.
populatie-ecologie - zoögeografie - monitoring - cartografie - geostatistiek - population ecology - zoogeography - mapping - geostatistics
De afgelopen jaren zijn allerlei methoden ontwikkeld om onvolledige datasets om te zetten naar dekkende verspreidingsbeelden. Een gehanteerde techniek bestaat uit het genereren van de zogeheten 'kans op voorkomen', ofwel abundatiekaart, ook wel kansenkaart. Aan de hand van twee voorbeelden (Heivlinder en Gestreepte waterroofkever) wordt de verspreiding van soorten inzichtelijk gemaakt. Een analyse van gegevens verricht door Universiteit Amsterdam, Alterra en SOVON
Met stille trom? Nederland en de Europese lynx
Groot Bruinderink, G.W.T.A. ; Kuipers, H. ; Lammertsma, D.R. ; DeSmet, K. ; Petrak, M. ; Eylert, J.H. - \ 2006
De Levende Natuur 107 (2006)2. - ISSN 0024-1520 - p. 37 - 40.
lynx - bedreigde soorten - migratie - zoögeografie - west-europa - ecologische hoofdstructuur - endangered species - migration - zoogeography - western europe - ecological network
Dit artikel geeft gegevens over nieuwe vestigingen van de Europese lynx in Midden- en West-Europa; op grond van de mogelijkheid tot gebruikmaking van ecologische verbindingszones. Gecombineerd onderzoek vanuit Wageningen, Brussel en Bonn
Veldgids amfibieën en reptielen
Stumpel, T. ; Strijbosch, H. - \ 2006
Utrecht : KNNV (Veldgids nr. 20) - ISBN 9050111688 - 320
amphibia - reptielen - herpetologie - determinatietabellen - identificatie - zoögeografie - foto's - europa - reptiles - herpetology - keys - identification - zoogeography - photographs - europe
Distribution and ecology of Aulodrilus japonicus in the Netherlands (Oligochaeta: tubificidae)
Hoek, T.H. van den; Verdonschot, P.F.M. - \ 2005
Nederlandse Faunistische Mededelingen 23 (2005). - ISSN 0169-2453 - p. 103 - 112.
oligochaeta - habitats - waterorganismen - zoögeografie - aquatic organisms - zoogeography
In 1997 the worm Aulodrilus japonicus was identified for the first time in The Netherlands. This article gives more information on distribution, microhabitat and life history
Haften weer terug in de Grensmaas?
Brugmans, B.W. ; Franken, R.J.M. ; Beijer, J.A.J. ; Peeters, E.T.H.M. - \ 2005
Natuurhistorisch Maandblad 94 (2005)4. - ISSN 0028-1107 - p. 78 - 82.
ephemeroptera - zoögeografie - inventarisaties - habitats - macrofauna - maas - limburg - zoogeography - inventories - river meuse
Haften (Ephemeroptera) vertoonden in het verleden een grote diversiteit, maar die is in de loop van de tijd sterk gereduceerd in de Grensmaas. In het kader van afstudeerwerk is een aantal factoren van vermindering van de macrofauna onderzocht
Het voorkomen van zee- en eidereenden in de winter van 2004-2005 in de Waddenzee en de Noordzee-kustzone
Jong, M.L. de; Ens, B.J. ; Leopold, M.F. - \ 2005
Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 1208) - 44
eenden - zeevogels - kustgebieden - monitoring - zoögeografie - winter - overwintering - karteringen - noordzee - nederland - waddenzee - ducks - sea birds - coastal areas - zoogeography - surveys - north sea - netherlands - wadden sea
Dit rapport beschrijft het resultaat van twee vliegtuigtellingen, die in november 2004 en februari 2005 werden uitgevoerd om de aantallen en verspreiding vast te stellen van de in Nederland overwinterende Eidereenden Somateria mollisima, Zwarte Zee-eenden Melanitta nigra en Grote Zee-eenden Melanitta fusca. De Voordelta, alleen geteld door het RIKZ in januari 2005 is in deze rapportage buiten beschouwing gelaten. In november 2004 werden 84.950 Eidereenden, 4784 Zwarte Zee-eenden en 36 Grote Zee-eenden geteld. In februari 2005 werden 55.000 Eidereenden, 32.497 Zwarte Zee-eenden en 249 Grote Zee-eenden geteld. Het blijkt dat de aantallen Eidereenden sterk kunnen wisselen in de loop van de winter. Dit betekent dat één telling per winter onvoldoende is om een goede schatting te krijgen van het gebruik, gemeten in vogeldagen, dat de populatie maakt van de Waddenzee.
Vissen KRW
Leeuw, J.J. de; Buijse, A.D. - \ 2005
Lelystad : RIZA (RIZA Rapport 2005.010)
vissen - zoögeografie - inventarisaties - waterkwaliteit - monitoring - fishes - zoogeography - inventories - water quality
Voor de beoordeling van de ecologische toestand van rivieren moeten volgens de KRW verschillende biologische en chemische parameters worden beoordeeld met behulp van maatlatten. De bijvangst van beroepsmatige fuikvissers is een vorm van monitoring, die zeer van belang is
Riviervis
Winter, H.V. ; Leeuw, J.J. de - \ 2005
Lelystad : RIZA (RIZA Rapport 2005.010)
vissen - zoet water - aquatische gemeenschappen - rivieren - zoögeografie - ijsselmeer - fishes - fresh water - aquatic communities - rivers - zoogeography - lake ijssel
De toestand van veel riviervissen is verbeterd sinds het dieptepunt in de jaren zeventig, maar de visstand is nog ver verwijderd van de situatie rond 1900
De Knorrepos Micropogonias undulatus (L.), een nieuwe vissoort in Nederland
Dekker, W. ; Daan, N. ; Heessen, H.J.L. ; Hey, W. van der - \ 2005
De Levende Natuur 106 (2005)2. - ISSN 0024-1520 - p. 66 - 67.
vissen - zoögeografie - geïntroduceerde soorten - waddenzee - fishes - zoogeography - introduced species - wadden sea
De eerste bekende vangst van een Knorrepos uit Nederlandse wateren is afkomstig uit de oostelijke Waddenzee en werd gevangen door het schip LO 8. Daarna werden nog twee vangsten vanuit het Noordzeekanaal (via een fuik) gemeld. De vraag rijst, waar deze vandaan zijn gekomen
Combined Fish and Birds survey in the Dutch coastal zone
Ybema, M.S. ; Couperus, A.S. ; Grift, R.E. - \ 2004
IJmuiden : RIVO (Report / RIVO-Netherlands Institute for Fisheries Research C051/04) - 46
vogels - vissen - zoögeografie - monitoring - kustgebieden - birds - fishes - zoogeography - coastal areas
Knowledge on the relationship between birds and fish is important when assessing the impact of infrastructural development on birds and fish in the coastal zone. It can have a direct effect on bird migration routes and resting areas. It can also have an indirect effect by changing the fish community and hence food availability for the bird community. RIKZ assigned Bureau Waardenburg a continuation of the prematurely terminated Flyland project in which the relationship between fish and birds should have been studied. This renewed project aims at describing the ecological relationships between marine birds and their food sources, mainly pelagic fish. The present report describes the results of a study on the relationship between fish and birds in the Dutch coastal zone. With this knowledge, impact of future infrastructural development on birds and their food (fish) can be better assessed.
De halfgeknotte strandschelp, Spisula subtruncata, in de Nederlandse kustwateren in 2003
Craeymeersch, J.A.M. ; Perdon, K.J. - \ 2004
IJmuiden : RIVO (RIVO rapport nr. C040/04) - 12
schaaldieren - spisula - zoögeografie - noordzee - shellfish - zoogeography - north sea
Ten behoeve van het beleid voor de visserij op halfgeknotte strandschelpen (Spisula subtruncata) heeft het RIVO in opdracht van het ministerie van LNV het bestand in de Nederlandse kustwateren geïnventariseerd. Deze inventarisatie vond plaats in het voorjaar van 2003 en is daarmee de negende inventarisatie die op deze manier wordt uitgevoerd sinds 1995
Steenmarters ten westen van de IJssel
Broekhuizen, S. ; Müskens, G.J.D.M. - \ 2004
Zoogdier 15 (2004)3. - ISSN 0925-1006 - p. 14 - 17.
martes foina - zoögeografie - distributie - geografische verdeling - verspreiding - spreiding - expansie - ijssel - gelderland - zoogeography - distribution - geographical distribution - dispersal - spread - expansion - river ijssel
Overzicht van vondsten en zichtwaarnemingen van steenmarters ten westen van de IJssel, in de periode 1984-2003. Hieruit blijkt dat de steenmarter, die na de Tweede Wereldoorlog ten westen van de IJssel niet meer voorkwam, bezig is met een comeback. Verwacht wordt dat het dier over enige tijd ook in de Gelderse Vallei zal opduiken. Dit heeft consequenties voor het boommarteronderzoek dat hier plaats vindt
Ontwikkeling van de beverpopulaties in Nederland van 2000-2004
Niewold, F.J.J. - \ 2004
Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 982) - 62
Castor fiber - populatiedynamica - geïntroduceerde soorten - zoögeografie - verspreiding - Nederland - gelderse poort - flevoland - population dynamics - introduced species - zoogeography - dispersal - Netherlands
Dit rapport beschrijft de aantalsontwikkeling van de beverpopulaties in Nederland in de periode 2000-2004. Van twee populaties (Gelderse Poort en Flevoland) werden, mede met hulp van vrijwilligers, ook gegevens verzameld over voortplanting, sterfte, dispersie, bijplaatsingen, verstoringen, vraatschade en enkele gedragsaspecten. Dankzij de herintroductie van 135 Elbebevers groeide het aantal minimaal aanwezige bevers van 128 in 2000 naar 220 in maart 2004, met een gemiddelde jaarlijkse groei van 12%. Er is sprake van drie afzonderlijke populaties en twee nog onsamenhangende kerngebieden. Bij verdere groei zal binnen tien jaar sprake kunnen zijn van één aaneengesloten beverpopulatie in het Nederlandse rivierengebied. Kolonisatie van andere potentiële bevergebieden zal mede afhankelijk zijn van verdere herintroducties. Vanwege de geringe overlast, de belevingswaarde en de betekenis van bevers voor het verloop van een aantal natuurlijke processen, kan de terugkeer van de bever worden gezien als een voorbeeld van een succesvol herstel van natuurwaarden.
Nieuwe broedvogeldistricten van Nederland; een analyse van de verspreiding van broedvogels in Nederland op basis van de kartering in 1998-2000 als bijdrage aan de definiëring van de identiteit van de Nederlandse landschappen
Kwak, R.G.M. ; Berg, A. van den - \ 2004
Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 1006) - 175
broedvogels - zoögeografie - inventarisaties - karteringen - landschap - nederland - breeding birds - zoogeography - inventories - surveys - landscape - netherlands
In de periode 1998-2000 werd de verspreiding van de Nederlandse broedvogels nauwkeurig in kaart gebracht. Op grond van de kwalitatieve verspreidingsbeelden van alle soorten wordt het Nederlandse landschap ingedeeld (de zgn. ¿Nieuwe Broedvogeldistricten¿) en ornithologisch getypeerd. Er zijn 25 districten onderscheiden Een vergelijking met de broedvogelsdistricten op basis van de kartering in 1973-1977 leert dat de hoofdindeling weinig is veranderd, maar dat enerzijds de nieuwe landschappen (Flevopolders / Lauwersmeer) sterk zijn gedifferentieerd en dat anderzijds de inhoud (ic de aanwezigheid van broedvogelsoorten) van de districten sterk is veranderd.
Kleine beestjes: sterk in beweging
Reemer, M. ; Moraal, L.G. - \ 2004
In: Opgewarmd Nederland; klimaatverandering, natuur, water, landbouw, effecten, aanpak / Roos, R., Woudenberg, S., Amsterdam : Stichting Natuurmedia - ISBN 9080815829 - p. 41 - 47.
dierecologie - populatiedynamica - ongewervelde dieren - klimaatverandering - insectenplagen - zoögeografie - animal ecology - population dynamics - invertebrates - climatic change - insect pests - zoogeography
Het worden interessante tijden voor liefhebbers van ongewervelde dieren. Tientallen, waarschijnlijk zelfs honderden soorten insecten en andere kleine diertjes hebben hun plaats in Nederland gevonden: nieuwe vindplaatsen van ongewervelden, maar ook nieuwe plagen
Geografische variatie bij ganzen; deel 5; de Oost-Siberische toendrarietgans Anser serrirostris serrirostris
Bergh, L.M.J. van den - \ 2004
Het Vogeljaar 52 (2004)1. - ISSN 0042-7985 - p. 14 - 22.
populatiedynamica - migratie - siberië - nederland - zoögeografie - ganzen - anser - geese - population dynamics - migration - zoogeography - netherlands - siberia
Vanaf het midden van de jaren negentig werden enkele aantallen ganzen in Nederland waargenomen. Een overzicht van tellingen sindsdien
Fauna
Kalkhoven, J.T.R. - \ 2003
In: Kleine bossen in het landschap; geschiedenis, waarde en beheer. / van Dort, K.W., Grashof-Bokdam, C.J., van Hees, A.F.M., Hommel, P.W.F.M., Kalkhoven, J.T.R., Schelhaas, M.J., Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 643) - p. 93 - 112.
fauna - dieren - zoögeografie - habitats - standplaatsfactoren - bossen - nederland - animals - zoogeography - site factors - forests - netherlands
Analyse van voorkomende dieren in het bos, met nadruk op zoogdieren, broedvogels, reptielen, amfibieën, dagvlinders en sprinkhanen
Kokkelhabitatkaarten voor de Oosterschelde en Waddenzee : eindrapport EVA II deelproject H3 (Evaluatie Schelpdiervisserij tweede fase)
Kater, B.J. ; Brinkman, A.G. ; Baars, J.M.D.D. ; Aarts, G. - \ 2003
Yerseke : RIVO Centrum voor Schelpdierenonderzoek (RIVO rapport CO60/03) - 167
kokkels - schaaldieren - habitats - zoögeografie - biomassa - schaal- en schelpdierenteelt - milieufactoren - nederland - waddenzee - oosterschelde - clams - shellfish - zoogeography - biomass - shellfish culture - environmental factors - netherlands - wadden sea - eastern scheldt
Veranderingen in aankomst, vertrek en verblijfsduur van rietganzen in het Fochteloërveen
Feenstra, H. ; Bergh, L.M.J. van den - \ 2003
Twirre: mededelingenblad van de Fryske Foriening foar Fjildbiology 14 (2003)3. - ISSN 1381-7558 - p. 86 - 89.
anser - ganzen - vogels - migratie - zoögeografie - friesland - geese - birds - migration - zoogeography
Na de recente eeuwwisseling verschenen de rietganzen steeds vroeger in de herfst. In het seizoen 2001/02 werd eind september al een groepje rietganzen gezien en in de herfst van 2002 waren er op 23 septmber al enkele tientallen waargenomen. Dit is twee maanden vroeger dan voorheen het geval was. De verblijfsduur van de rietganzen in Nederland is zodoende in een tijdsbestek van slechts enkele jaren met circa 2,5 maand verlengd
De Allier, ecologische referentie voor de Grensmaas? : de macrofaunalevensgemeenschap in relatie tot het ecologisch herstel met een signalering van nieuwe knelpunten
Lieshout, F. van; Peeters, E.T.H.M. ; Franken, R.J.M. - \ 2003
Natuurhistorisch Maandblad 92 (2003)januari. - ISSN 0028-1107 - p. 10 - 16.
rivieren - dierecologie - zoetwaterecologie - zoögeografie - vergelijkingen - habitats - onderzoeksprojecten - natuurbescherming - bedreigde soorten - geschiedenis - reconstructie - macrofauna - maas - limburg - rivers - animal ecology - freshwater ecology - zoogeography - comparisons - research projects - nature conservation - endangered species - history - reconstruction - river meuse
Een uiteenzetting over een ecologische vergelijking tussen dat deel van de rivier de Maas dat de grens vormt tussen Nederland en België en de rivier Allier in Frankrijk. Het voorgaande en huidige onderzoek in de Grensmaas laat een groot aantal problemen zien voor ecologisch herstel, zoals onder meer de slechte waterkwaliteit en het ontbreken van verscheidenheid aan habitats. Veel karakteristieke diersoorten uit de Grensmaas zijn dan ook verdwenen
Verleden, heden en toekomst van de hamster Cricetus cricetus in Nederland vanuit genetisch perspectief
Jansman, H.A.H. ; Teeffelen, Astrid van; Neumann, K. ; Koelewijn, H.P. - \ 2003
Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 861) - 54
cricetus cricetus - zoögeografie - populatiedynamica - populatiegenetica - genetische variatie - geschiedenis - nederland - zoogeography - population dynamics - population genetics - genetic variation - history - netherlands
Van een potentiële plaagsoort is de hamster Cricetus cricetus in Nederland in de laatste decennia tot een sterk bedreigde diersoort verworden. De Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij heeft voor de periode 2000-2004 in het Soortbeschermingsplan beleid geformuleerd. Belangrijk voor verantwoord beheer was de genetische status van de hamster. In dit rapport wordt ingegaan op de vragen: hoe is het met de genetische variatie van de Nederlandse populatie gesteld en aan welke omliggende populaties is de Nederlandse populatie het meest verwant. In samenwerking met de Universiteit van Halle (Duitsland) is met behulp van microsatelliet (nucleair DNA) analyse en mitochondriaal DNA analyse deze vraagstelling onderzocht. In vergelijking met grote populaties uit naburige landen blijkt de genetische variatie in de huidige Nederlandse populatie zeer gering. Historisch is deze variatie ook al gering maar niet zo dramatisch als recent. De populatie blijkt het meest verwant aan de Belgische populatie. Op dit moment lijkt de geringe genetische variatie niet tot een ernstige fitness afname te leiden. Het is dan ook verantwoord met de fok en uitzet door te gaan. Wel is het aan te bevelen de genetische variatie te vergroten door hamsters van aangrenzende populaties aan het fokprogramma toe te voegen.
Vliegend hert in Gelderland - resultaten 2003
Kalkman, V. ; Wijdeven, S.M.J. - \ 2003
Leiden : EIS (Rapport EIS 2003-11)
insecten - coleoptera - zoögeografie - gelderland - insects - zoogeography
In 2003 is er in opdracht van provincie Gelderland en LNV door EIS-Nederland en Alterra voorbereidend onderzoek naar het Vliegend hert in de provincie Gelderland uitgevoerd. Dit met als doel om meer informatie over de verspreiding enbiotoopvoorkeur van de soort in de provincie Gelderland te verkrijgen. Deze gegevens moeten een basis vormen voor verder onderzoek voor een mogelijk in de toekomst op te stellen soortbeschermingsplan.
Otiorhynchus apenninus, een nieuwe snuitkever voor Nederland (Coleoptera: curculionidae)
Heijerman, Th. ; Moraal, L.G. ; Burgers, J. ; Goffau, L. de - \ 2003
Nederlandse Faunistische Mededelingen 2003 (2003)19. - ISSN 0169-2453 - p. 41 - 48.
coleoptera - zoögeografie - nederland - distributie - distribution - zoogeography - netherlands
In 1994 en 2001 werd deze (van oorsprong ten zuiden van de Alpen thuishorende) soort In Nederland aangetroffen, namelijk in Hoofddorp, Rijswijk en Heemstede. De tijd zal moeten uitwijzen of O. apennius zich in ons land tot een plaag zal ontwikkelen
Vreemde snuiten aan de Nederlandse kust
Reijnders, P.J.H. ; Brasseur, S.M.J.M. - \ 2003
Zoogdier 14 (2003)4. - ISSN 0925-1006 - p. 5 - 10.
zeedieren - phoca vitulina - zeehonden - populatiedynamica - odobenidae - zoögeografie - noordzee - marine animals - seals - population dynamics - zoogeography - north sea
Dit artikel gaat specifiek in op zeehonden en walrussen. Daarbij wordt voor de dwaalgasten eerst het normale verspreidingsgebied beschreven en worden de aantallen die de laatste 15 jaar aan de kust van Nederland zijn aangetroffen vermeld. Tevens wordt ingegaan op mogelijke effecten van klimaatsverandering
Hylis foveicollis (Coleoptera: Eucnemidae), een dood-houtkever nieuw voor de Nederlandse fauna
Moraal, L.G. ; Burgers, J. ; Vorst, O. - \ 2003
Entomologische Berichten 63 (2003)2. - ISSN 0013-8827 - p. 36 - 39.
coleoptera - biogeografie - zoögeografie - dood hout - nederland - biogeography - zoogeography - dead wood - netherlands
Hylis foveicollis is recorded for the first time from The Netherlands. This beetle is very rare throughout Europe, but it can lokally be found in large numbers under favourable conditions. The larvae develop in soft dead wood and probably feed on fungi
Protection of the common hamster (Cricetus cricetus L., 1758)
Apeldoorn, R.C. van; Stubbe, M. - \ 2002
Maastricht : Natuurhistorisch Genootschap in Limburg - 36
cricetus cricetus - bescherming - bedreigde soorten - conservering - zoögeografie - inventarisaties - europa - ecologie - fauna - hamster - natuurbescherming - zoogdieren - Nederland - Duitsland - België - protection - endangered species - conservation - zoogeography - inventories - europe
Aantallen eidereenden in en rond het Waddengebied in januari en maart 2002
Jong, M.L. de; Ens, B.J. ; Kats, R.K.H. - \ 2002
Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 630) - 25
eenden - monitoring - inventarisaties - distributie - zoögeografie - nederland - waddenzee - ecologie - eidereend - fauna - kustzone - mosselperceel - ornithologie - vogeltelling - watervogels - Noordzee - ducks - inventories - distribution - zoogeography - netherlands - wadden sea
Dit rapport beschrijft het resultaat van vliegtuigtellingen die in januari en maart 2002 werden gehouden om de aantallen en de verspreiding vast te stellen van de in Nederland overwinterende eidereenden Somateria mollissima. Alleen de Voordelta werd niet geteld. In januari 2002 werden 105 821 eidereenden geteld en in maart 2002 53 801. Ook de verspreiding van de eenden wordt beschreven. De dichtheden aan eidereenden in de Waddenzee zijn ten opzichte van het langjarig gemiddelde over de periode 1993-2001 sterk gedaald: op droogvallende platen met bijna 20%, op diep water met 57% en op en nabij mosselpercelen met 60%.
Eerste waarneming van de loopkever Elaphropus haemorrhoidales in Nederland (Coleoptera: Carabidae)
Heijerman, T. ; Booij, C.J.H. ; Alders, K. - \ 2002
Nederlandse Faunistische Mededelingen 17 (2002). - ISSN 0169-2453 - p. 33 - 39.
coleoptera - zoögeografie - natuurgebieden - gelderse vallei - zoogeography - natural areas
Tijdens een inventarisatie met enkele honderden bodemvallen in het natuurgebied de Blauwe Kamer bij Wageningen werd een enkel exemplaar aangetroffen van Elaphropus hoemorrhoidales, een nieuwe loopkever voor de Nederlandse fauna. Het betreft een mediterrane soort, die in heel Midden-Europa zeer zeldzaam is. Uit de weinige ecologische gegevens blijkt dat de soort vooral gebonden is aan moerassige gebieden. Het is de vraag of zich in de Blauwe Kamer een populatie bevindt, of dat er sprake is van een incidentele waarneming van een verdwaald exemplaar.
Veranderingen in de lijst van Nederlandse snuitkevers: Simo hirticornis vervalt voor onze fauna en S. variegatus wordt toegevoegd (Coleoptera: Curculionidae)
Heijerman, T. - \ 2002
Nederlandse Faunistische Mededelingen 16 (2002). - ISSN 0169-2453 - p. 91 - 98.
curculionidae - zoögeografie - nederland - zoogeography - netherlands
Bij bestudering van Nederlands materiaal snuitkevers, bleek maar één soort te bestaan. In deze bijdrage wordt het voorkomen van S. variegatus in Nederland besproken en de verschillen met S. hirticornis toegelicht
Het voorkomen van de regenworm Allolobophora cupulifera in Nederland (oligochaeta: lumbricidae)
Ma, W.C. ; Bodt, J.M. de - \ 2002
Nederlandse Faunistische Mededelingen 16 (2002). - ISSN 0169-2453 - p. 57 - 62.
oligochaeta - aardwormen - zoögeografie - land van maas en waal - alblasserwaard - uiterwaarden - bodemecologie - bodemfauna - regenworm - Gelderland - Zuid-Holland - earthworms - zoogeography - river forelands
In dit artikel worden de eerste twee Nederlandse vindplaatsen van de zeldzame regenworm A. cupulifera beschreven. Deze vochtminnende regenworm werd gevonden in het veenweidegebied van de polder Kortenbroek in de Alblasserwaard en in de uiterwaardengebied Afferdensche en Deestsche Waarden
Het voorkomen van de snuitkevers Ceratapion gibbirostre en C. carduorum in Nederland (Coleoptera: Apionidae)
Heijerman, T. ; Alders, K. - \ 2001
Nederlandse Faunistische Mededelingen 15 (2001). - ISSN 0169-2453 - p. 7 - 12.
apionidae - geografische verdeling - zoögeografie - spreiding - biogeografie - nederland - geographical distribution - zoogeography - spread - biogeography - netherlands
We re-examined the Dutch material of Ceratapion carduorum. It was found that in the past C. carduorum was confused with C. gibbirostre. C. gibbirostre is a common and widespread species in the Netherlands. The true C. carduorum appeared to be very rare in the Netherlands
De noordse woelmuis in Fryslân; naar een duurzame instandhouding
Nieuwenhuizen, W. ; Haye, M.J.J. La; Mertens, F. - \ 2000
Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 149) - 52
microtus oeconomus - microtus agrestis - zoögeografie - distributie - habitats - inundatie - conservering - muridae - nederland - friesland - zoogeography - distribution - flooding - conservation - netherlands
Dit rapport beschrijft de verspreiding van de noordse woelmuis (Microtus oeconomus) in Friesland. Het voorkomen wordt besproken in relatie tot knelpunten en er worden aanbevelingen gedaan om te komen tot een duurzame instandhouding.
Effecten van verkeersdruk en verontreinigingen op het regionale herstel van dassenpopulaties
Brink, N.W. van den; Ma, W.C. - \ 2000
De Levende Natuur 101 (2000)2. - ISSN 0024-1520 - p. 58 - 61.
meles meles - dassen (zoogdieren) - populatiedynamica - mortaliteit - verkeer - verkeersongevallen - verontreiniging - zware metalen - voortplanting - zoögeografie - badgers - population dynamics - mortality - traffic - traffic accidents - pollution - heavy metals - reproduction - zoogeography
Het relatieve effect van verkeersmortaliteit en blootstelling aan zware metalen (effect op de voortplanting) op de veranderingen van regionale populatie-aantallen van dassen. Met de verkeersdruk kon geen statistisch verband worden aangetoond; wat betreft zware metalen zijn vooral populaties in de nabijheid van de grote rivieren kwetsbaar
De kleine wrattenbijter Gampscoleis glabra herontdekt in Nederland (Orthoptera: Tettigoniidae)
Berg, A. van der; Haveman, R. ; Hornman, M. - \ 2000
Nederlandse Faunistische Mededelingen 11 (2000). - ISSN 0169-2453 - p. 1 - 12.
orthoptera - zoogeography - fauna - heathlands - zoögeografie - heidegebieden
Until recently, Gampsocleis glabra was considered to be extinct in The Netherlands since 1987. In 1999, this species was found in large accounts at the military firing range Oldebroek in the province of Gelderland. Gampsocleis glabra seems to prefer open heath (Genisto-Callunetum danthonietosum) and grassland communities (Galia hercynici-Festucetum ovinae) with a low moss abundance. On the Oldebroekse Heide the vegetation is burnt periodically, with a cyclus of 8 years. It is remarkable that on the Lüneburger Heide (Niedersachsen, Germany) the vegetation is burnt on a large scale too. This is the only other site where G. glabra survived in northwestern Europe.
Dagvlinders van Europa
Halder, I. van; Wynhoff, I. ; Swaay, C. van - \ 2000
Amsterdam : ETI Expert Center for Taxonomic Identification - ISBN 9789021595030
lepidoptera - identificatie - determinatietabellen - zoögeografie - ecologie - habitats - europa - identification - keys - zoogeography - ecology - europe
Dagvlinders is gebaseerd op de ETI CD-ROM Dagvlinders van Europa (Van Halder, Wynhoff en Van Swaay, 2000). Dit programma toont informatie over meer dan 400 Europese dagvlinders. Elke soort is geïllustreerd met gedetailleerde tekeningen en foto's. De tekst behandelt ecologie, verspreiding, habitat en vluchtperiode. Het programma bevat verder een kennistest en interactieve verspreidingkaarten.
De vuurspindoder Eoferreola rhombica, een voor Nederland nieuwe spinnendoder, en haar bijzondere waard : de lentevuurspin Eresus sandaliatus (Hymenoptera: Pompilidae; Araneae: Eresidae)
Raemakers, I. ; Helsdingen, P. van - \ 2000
Nederlandse Faunistische Mededelingen 9 (2000). - ISSN 0169-2453 - p. 1 - 6.
hymenoptera - zoögeografie - wegbermplanten - veluwe - zoogeography - roadside plants
In 1998 a female specimen of Eoferreola rhombica (Christ, 1791) was collected in a road-verge on the Veluwe. The nearest populations of this species are found in northern France and eastern Germany. It is possible that this insect was transported by traffic from one of these populations. However at the collection site a large population of the rare host spider Eresus sandaliatus (Martini & Goeze, 1778) is known to be present for many years. Therefore the presence of a population of E. rhombica cannot be excluded. Future observations have to reveal the status of this spider wasp in the Netherlands.
Het jaar van de hamster
Dekker, J.J.A. - \ 1999
Zoogdier 10 (1999)4. - ISSN 0925-1006 - p. 3 - 6.
cricetus cricetus - hamsters - dieren - bedreigde soorten - uitsterven - bescherming - conservering - wildbescherming - distributie - zoögeografie - territorium - habitats - milieu - inventarisaties - onderzoek - nederland - limburg - animals - endangered species - extinction - protection - conservation - wildlife conservation - distribution - zoogeography - territory - environment - inventories - research - netherlands
Chronologisch overzicht van activiteiten van organisaties gericht op inventarisatie, onderzoek en bescherming van de hamster (Cricetus cricetus) in Nederland over de jaren '40 tot '80 en vanaf 1992
Overleeft de hamster?
Apeldoorn, R.C. van; Klein Douwel, C. ; Thomas, P. - \ 1999
Zoogdier 10 (1999)4. - ISSN 0925-1006 - p. 7 - 13.
cricetus cricetus - hamsters - dieren - bedreigde soorten - uitsterven - bescherming - conservering - wildbescherming - distributie - geografische verdeling - zoögeografie - territorium - habitats - milieu - populatie-ecologie - dierecologie - populatiebiologie - netwerken - limburg - animals - endangered species - extinction - protection - conservation - wildlife conservation - distribution - geographical distribution - zoogeography - territory - environment - population ecology - animal ecology - population biology - networks
Een analyse van de achteruitgang van de hamster (Cricetus cricetus) in Europa en Limburg, de oorzaken (veranderingen in de landbouw; versnippering van leefgebieden), en oplossingsrichtingen voor een duurzaam overleven van de hamster in Limburg (kernpopulaties in duurzame populatienetwerken)
Ecologische atlas van de Nederlandse wadvogels
Kam, J. van de; Ens, B.J. ; Piersma, T. ; Zwarts, L. - \ 1999
Haarlem : Schuyt - ISBN 9789060975091 - 368
vogels - watervogels - soorten - dierecologie - populatiedynamica - migratie - bescherming - habitats - zoögeografie - nederland - noordzee - waadvogels - waddenzee - birds - waterfowl - species - animal ecology - population dynamics - migration - protection - zoogeography - netherlands - north sea - waders - wadden sea
Ruim baan voor de vos: gevolgen voor grote natuurgebieden en het landelijk gebied
Niewold, F.J.J. ; Jonkers, D.A. - \ 1999
Wageningen : IBN-DLO, Instituut voor Bos- en Natuuronderzoek - 92
vulpes vulpes - bescherming - dierecologie - predatoren - predator prooi verhoudingen - habitats - distributie - zoögeografie - natuurreservaten - platteland - nederland - protection - animal ecology - predators - predator prey relationships - distribution - zoogeography - nature reserves - rural areas - netherlands
The atlas of European mammals
Mitchell-Jones, A.J. ; Amori, G. ; Bogdanowicz, W. ; Krystufek, B. ; Reijnders, P.J.H. ; Spitzenberger, F. ; Stubbe, M. ; Thissen, J.B.M. ; Vohralik, V. ; Zima, J. - \ 1999
London : Poyser (Poyser natural history ) - ISBN 9780856611308 - 484
zoogdieren - soorten - zoögeografie - populatiedynamica - distributie - populatiedichtheid - bescherming - kaarten - europa - mammals - species - zoogeography - population dynamics - distribution - population density - protection - maps - europe
Veldgids Dagvlinders
Wynhoff, I. ; Swaay, C. van; Made, J. van der - \ 1999
Utrecht [etc.] : KNNV [etc.] - ISBN 9789050111232 - 224
lepidoptera - identificatie - zoögeografie - soorten - taxonomie - illustraties - europa - noordwest-europa - identification - zoogeography - species - taxonomy - illustrations - europe - northwestern europe
Veldgids Natuurmonumenten
Habitat connectivity and fragmented nuthatch populations in agricultural landscapes
Langevelde, F. van - \ 1999
Agricultural University. Promotor(en): H.N. van Lier; R.H.G. Jongman. - S.l. : Van Langevelde - ISBN 9789054859925 - 205
zoögeografie - landschap - landbouwgrond - wild - bedreigde soorten - habitats - habitat vernietiging - wilde vogels - habitatfragmentatie - zoogeography - landscape - agricultural land - wildlife - endangered species - habitat destruction - wild birds - habitat fragmentation
<p>In agricultural landscapes, the habitat of many species is subject to fragmentation. When the habitat of a species is fragmented and the distances between patches of habitat are large relative to the movement distances of the species, it can be expected that the degree of habitat connectivity affects processes at population and individual level. In this thesis, I report on a study of effects of habitat fragmentation and opportunities to mitigate these effects by planning ecological networks. The objective of the study is to contribute to an improved knowledge about the effects of fragmentation and defragmentation of habitat on populations, in particular effects of differences in the degree of habitat connectivity on colonization and habitat selection. The main question of the research was: do networks of patches contribute to population sustainability of species in fragmented habitat?</p><p>The development of planning for nature in the Netherlands is sketched in the second chapter. It is illustrated with the spatial concepts for the rural areas that landscape planning became landscape ecological based. After this chapter, I addressed three questions that were derived from the main question.</p><p>The first question was: what variables can measure the degree of connectivity of habitat patches and are the differences in the degree of connectivity related to the colonization probability of patches? Therefore, habitat patches and the distances between these patches were modelled as networks. In landscapes with fragmented habitat for a certain species, these networks appear as so-called nonconnected networks consisting of disjointed subsets of patches. Between these subsets, exchange of individuals happens seldom of never.</p><p>We derived parameters that measure the degree of connectivity of the patches in those networks. The parameters can deal with the size (the number of elements) and the spatial configuration of these subsets. One of the parameters was used to investigate the relationship between the degree of connectivity measured at different spatial scales and colonization of unoccupied patches by the nuthatch <em>Sitta europaea</em> in three regions in the Netherlands.</p><p>To vary the spatial scale, I used threshold distances as maximum dispersal distances for which the degree of habitat connectivity was calculated. Habitat patches are assumed to be connected when the distances between the patches are less than this threshold distance. The degree of habitat connectivity measured for threshold distances of approximately 2.4 to 3 km best explains the differences in the colonization probability of unoccupied patches. These threshold distances give an indication of the distances covered by dispersing nuthatches that led to successful colonizations. Moreover, I could give an indication of the range of threshold distances where effects of constrained dispersal can be expected in the three regions.</p><p>The second question was: is habitat selection limited in landscapes with fragmented habitat? Therefore, effects of the degree of habitat connectivity on the selection of territories were investigated. Based on a spatially explicit individual-based model, it could be hypothesized that habitat selection is limited when the degree of connectivity is low. This hypothesis was tested with empirical data of nuthatches in four regions in the Netherlands. One of the regions can be considered as the reference region with contiguous habitat where dispersal is not constrained. The habitat quality for nuthatches could be measured by the mean trunk diameter of oaks and beeches.</p><p>We concluded that selection of territories is limited in fragmented habitat compared to selection in contiguous habitat. The quality of the occupied territories in fragmented habitat is lower than in contiguous habitat. This is especially the case when the population level is low. We showed that a lower average breeding success can be found in territories with low degree of connectivity. The results indicate the absence of a negative feedback between population level and the average breeding success in fragmented habitat, which contributes to the increased extinction probability of populations. Among other factors, limited habitat selection in fragmented habitat may thus result in a lower population density than in contiguous habitat.</p><p>The degree of habitat connectivity can increase due to the allocation of new habitat. This may mitigate the effects of fragmentation. The third question was: how can networks of patches be optimally allocated in agricultural landscapes that both meets the requirements for population sustainability and takes into consideration the suitability of the land for competing land uses? We developed two spatial allocation models that plan new habitat considering ecological guidelines of minimum patch sizes and maximum threshold distances and the suitability of the land for competing land uses. The model MENTOR adds new patches that may act as "stepping stones" between reserve sites. The model ENLARGE enlarges existing sites. We showed that both the allocation of stepping stones and the enlargement of existing sites provide a higher percentage of occupied habitat. An interesting question for further research is under which conditions either the allocation of stepping stones or the enlargement of existing sites is preferred as strategy for conservation planning in human-dominated landscapes.</p><p>The results of the research provide evidence that the degree of habitat connectivity determines both the colonization probability of unoccupied patches and the selection of habitat. They also give an indication at what spatial scale the degree of habitat connectivity affects these processes as observed for nuthatches. When through networks of patches the degree of habitat connectivity can be enhanced, positive effects on population sustainability can be expected. This thesis contributes to an improved problem detection of effects of habitat fragmentation and explores opportunities for defragmentation of habitat and optimization of land use allocation in human-dominated landscapes. With the knowledge about the effects of fragmentation and defragmentation, this study may be a step forward to enhance and preserve biodiversity.</p>
Zijn kleine marterachtigen te obscuur voor het soortenbeleid?
Broekhuizen, S. - \ 1998
De Levende Natuur 99 (1998)5. - ISSN 0024-1520 - p. 192 - 194.
mustelidae - soorten - zoögeografie - verspreiding - nederland - species - zoogeography - dispersal - netherlands
De das Meles meles in Keent, Noord-Brabant: de geschiedenis van een locale dassenpopulatie
Vink, J. ; Apeldoorn, R.C. van - \ 1995
Lutra 38 (1995). - ISSN 0024-7634 - p. 105 - 119.
mustelidae - nestelen - nesten - zoögeografie - uiterwaarden - noord-brabant - maas - nesting - nests - zoogeography - river forelands - river meuse
Gedurende een periode van 17 jaar zijn gegevens verzameld over de grootte van een dassenpopulatie in de Keentse uiterwaard, gelegen aan de Maas tussen Ravenstein en Grave. De waarnemingen betreffen veranderingen in de bewoning van hoofd- en bijburchten in de periode 1977-'93, waarbij de burchten op grond van hun ligging ingedeeld zijn volgens enkele typen agrarische grond
Integraal structuurplan Noorden des Lands: Ornithologie : een globaal overzicht van de vogelbevolking in het noorden des lands
Boer, J.A. de; Keij, P.G. - \ 1978
Leersum : Rijksinstituut voor Natuurbeheer - 122
vogels - nederland - zoögeografie - groningen - friesland - drenthe - overijssel - noord-nederland - birds - netherlands - zoogeography - north netherlands
Vogelinventarisatie RIN
Een onderzoek over het voorkomen van Gammarus (Rivulogammarus) lacustris Sars 1863 in Nederland (1963)
Wichers, H.J. - \ 1963
Zeist : Rivon
gammarus lacustris - zoögeografie - inventarisaties - nederland - zoogeography - inventories - netherlands
Onderzoek over het voorkomen en verspreiding van Gammarus (Rivulogammarus) lacustris in Nederland. In het algemeen werden plekken met stilstaand bezocht.
Check title to add to marked list

Show 20 50 100 records per page

 
Please log in to use this service. Login as Wageningen University & Research user or guest user in upper right hand corner of this page.