Staff Publications

Staff Publications

  • external user (warningwarning)
  • Log in as
  • language uk
  • About

    'Staff publications' is the digital repository of Wageningen University & Research

    'Staff publications' contains references to publications authored by Wageningen University staff from 1976 onward.

    Publications authored by the staff of the Research Institutes are available from 1995 onwards.

    Full text documents are added when available. The database is updated daily and currently holds about 240,000 items, of which 72,000 in open access.

    We have a manual that explains all the features 

Current refinement(s):

Records 1 - 20 / 107

  • help
  • print

    Print search results

  • export

    Export search results

  • alert
    We will mail you new results for this query: keywords==alternative methods
Check title to add to marked list
Alternative testing strategies for predicting developmental toxicity of antifungal compound
Li, H. - \ 2016
Wageningen University. Promotor(en): Ivonne Rietjens; Bennard van Ravenzwaay, co-promotor(en): Jochem Louisse. - Wageningen : Wageningen University - ISBN 9789462576780 - 197 p.
toxicity - fetal development - transfer - infant development - adolescent development - child development - pregnancy - in vivo experimentation - modeling - placenta - in vitro - risk assessment - tebuconazole - conazole fungicides - antifungal agents - alternative methods - toxiciteit - foetale ontwikkeling - overdracht - zuigelingenontwikkeling - adolescentenontwikkeling - kinderontwikkeling - zwangerschap - in vivo experimenten - modelleren - risicoschatting - tebuconazool - conazoolfungiciden - antimycotica - alternatieve methoden

Determination of safe human exposure levels of chemicals in toxicological risk assessments largely relies on animal toxicity data. In these toxicity studies, the highest number of animals are used for reproductive and developmental toxicity testing. Because of economic and ethical reasons, there is large interest in the development of in vitro and/or in silico test systems as alternatives for the animal studies. The aim of the present thesis was to evaluate the applicability of combined in vitro approaches taking toxicokinetic and toxicodynamic aspects into account, as well as of an integrated in vitro and in silico approach for prediction of developmental toxicity using a series of antifungal compounds as the model compounds.

Transplacental transfer of compounds is highly likely to play an important role in developmental toxicity, so we developed and validated an in vitro placental barrier model using BeWo b30 cells to predict placental transfer. Then we investigated the applicability of the ES-D3 cell differentiation assay combined with the in vitro BeWo transport model to predict the relative in vivo developmental toxicity potencies of two sets of selected antifungal compounds. The data obtained show that the combined in vitro approach provided a correct prediction for the relative in vivo developmental toxicity, whereas the ES-D3 cell differentiation assay as stand-alone did not. In order to detect specific structural alterations induced by chemicals, we investigated the applicability of the ex ovo assay of chicken embryos to predict the specific alterations induced by the antifungal compounds. Data revealed that the ex ovo assay of chicken embryos is able to assess the teratogenic potential of antifungal compounds, and, when combined with the in vitro BeWo transport model, is able to better predict relative in vivo prenatal developmental toxicity potencies.

Subsequently, we translated in vitro concentration–response data of the antifungal compound tebuconazole, obtained in the ES-D3 cell differentiation assay and the ex ovo assay of chicken embryos, into predicted in vivo dose–response data using physiologically based kinetic (PBK) modelling-facilitated reverse dosimetry. The results show that the BMD10 values from predicted dose–response data from both assays are in concordance with BMD10 values derived from in vivo data (within 5-fold difference). This revealed that PBK modeling is a promising tool to predict in vivo dose-response curves based on the results of in vitro toxicity assays, and may therefore be used to set a point of departure for deriving safe exposure limits in risk assessment.

It is concluded the combined in vitro approaches and the integrated in vitro-in silico approaches appear to be promising for the screening and prioritization of chemicals and to provide reference values, such as BMD10 values, without using animals, therefore contributing to the 3R principle of animal testing.

Opties vervanging Isis
Boois, I.J. de; Bolle, L.J. ; Troost, K. ; Perdon, K.J. ; Bol, R.A. ; Pasterkamp, T.L. ; Wiegerinck, J.A.M. - \ 2015
IJmuiden : IMARES (Rapport / IMARES Wageningen UR C132/15) - 33
visserij - schepen - vervanging - alternatieve methoden - monitoring - bemonsteren - fisheries - ships - replacement - alternative methods - sampling
In het kader van het vlootvervangingsprogramma van de Rijksrederij is het noodzakelijk om alternatieven aan te reiken voor de bemonsteringen die momenteel door RV Isis worden uitgevoerd. RV Isis zal vanaf 2017 niet meer beschikbaar zijn. Dit rapport beschrijft voor de verschillende monitoringen welke vereisten aan een vervangend schip gesteld worden en welke mogelijke alternatieven voorhanden zijn.
Duurzaam elektrisch beregenen
Spruijt, J. ; Russchen, H.J. - \ 2015
Lelystad : PPO AGV (Rapport / PPO-AGV 649) - 20
akkerbouw - beregening - duurzaamheid (sustainability) - watervoorziening - elektrische kracht - zonnecollectoren - alternatieve methoden - energiegebruik - kennisoverdracht - vergelijkingen - irrigatiesystemen - arable farming - overhead irrigation - sustainability - water supply - electric power - solar collectors - alternative methods - energy consumption - knowledge transfer - comparisons - irrigation systems
De landbouw wordt geconfronteerd met een aantal belangrijke knelpunten, onder andere klimaatverandering, de beschikbaarheid van voldoende water en afhankelijkheid van fossiele energie. Het praktijknetwerk Duurzaam elektrisch beregenen wil bijdragen aan kennisontwikkeling en kennisverspreiding over duurzame methoden van beregening. Als doel wil het praktijknetwerk beoordelen de economische en milieutechnische duurzaamheid van twee beregeningstechnieken. Als eerste de reguliere beregening met beregeningshaspel aangedreven met dieselmotor en als tweede een beregeningshaspel met een elektrische pomp voor de watervoorziening en aandrijving. Tevens wil het praktijknetwerk een dak met zonnepanelen in de optie meenemen, zodat de installatie vanuit eigen zonnepanelen kan worden voorzien van energie.
Duurzaam water in de glastuinbouw : WP1 alternatieve waterbronnen in en om de kas
Maas, A.A. van der; Winkel, A. van; Blok, C. ; Beerling, E.A.M. - \ 2015
Wageningen UR Glastuinbouw (Rapport GTB 1356) - 40
glastuinbouw - watersystemen - watervoorziening - regenwateropvang - warmtekrachtkoppeling - condensorwater - alternatieve methoden - hergebruik van water - kaderrichtlijn water - greenhouse horticulture - water systems - water supply - water harvesting - cogeneration - condenser water - alternative methods - water reuse - water framework directive
Good irrigation water is in Dutch horticulture essential for optimal crop growth and the reduction of the emission of fertilizers and pesticides. The most important source of water is rain water, but additional water sources are necessary in order to ensure the water supply. This study examined the prospects of (new) alternative water sources at the company level. There is specifically looked at the odds of CHP condensate collected in a combined heat and power (CHP) with a flue gas condenser. Dissolved heavy metals may pose a problem. Efficient use of available water resources is an important first step in the water supply. This can be achieved by a well-dimensioned water system and proper management. An adequate strategy to keep the nutrient solution in balance prevents discharge of water. On company measurements were performed on CHP-condensing water and laboratory experiments have been conducted with different types of steel and coated steel. The low discharge standards can hardly be met in practice. The measured concentrations of heavy metals did not lead to crop damage. Metal coating reduces the water pollution by heavy metals. The knowledge acquired is insufficient for concrete technical advices. Recommendation to the sector and the water boards to schedule the problem of the discharge of heavy metals for discussion
Doorontwikkeling biologische grondontsmetting (bodemresetten) als alternatief voor stomen
Garcia Victoria, N. ; Helm, F.P.M. van der; Streminska, M.A. ; Roelofs, T. - \ 2015
Wageningen : Wageningen UR Glastuinbouw (Rapport GTB 1342) - 68
biologische grondontsmetting - organische stof - grondbewerking - biologische processen - alternatieve methoden - bodemstructuur - glastuinbouw - proeven - energiebesparing - biological soil sterilization - organic matter - tillage - biological processes - alternative methods - soil structure - greenhouse horticulture - trials - energy saving
Biological Soil Disinfection (BSD) or ‘soil resetting’ can technically, energetically and economically be an effective alternative to soil steaming. The program ‘Greenhouse as energy source’ of the Ministry of Economy, Agriculture and Innovation and the Dutch Horticultural Board gave fi nancial support to practical demonstrations and further development of this technology, in order to stimulate implementation of BSD in practice. Chrysanthemum growers, DLV Plant B.V., Wageningen UR Greenhouse Horticulture and Thatchtec B.V. gained experience with BSD in four chrysanthemums companies. Additional research was conducted into possibilities to speed up the process and fi nd reliable process indicators. The disinfection and cultivation results (up to 5 cycles) was after BSD as good or better as after steaming in 3 of the 4 companies. Anaerobic conditions, one of the prerequisites for disinfection, were not achieved in the fourth company, which may explain the unsatisfactory disinfection. In intensive cultivation, three weeks without cultivation need to be included in the planning. Implementation in July offers the best fi t in terms of effectivity and income.The process can be shortened to 9 days by means of a higher Raw Proteine dose, but this leads to growth inhibition in the next cultivation. Adding a “primer” or “inoculum” with own soil bacteria does not suffi ciently increase the operational reliability, and is therefore deleted as a process step in the protocol. The disinfection process can be well monitored by means of oxygen measurement and total nematode counts. Additional indicators are the concentrations of nitrate, ammonium and bicarbonate in the 1:2 soil volume extract.
Sporulatie en beheersing echte meeldauw in aardbei : bouwstenen voor beslissing ondersteunend systeem (BOS) voor de beheersing van meeldauw in aardbei
Evenhuis, A. ; Topper, C.G. ; Wilms, J.A.M. - \ 2014
Wageningen : Praktijkonderzoek Plant & Omgeving, Business Unit AGV - 47
aardbeien - fragaria ananassa - gewasbescherming - meeldauw - beslissingsondersteunende systemen - vruchtrot - teeltsystemen - alternatieve methoden - fungiciden - sporulatie - biologische processen - strawberries - plant protection - mildews - decision support systems - fruit rots - cropping systems - alternative methods - fungicides - sporulation - biological processes
Echte meeldauw in aardbei kan zowel het blad als de vrucht aantasten. In de praktijk wordt de schimmel bestreden door regelmatige inzet van gewasbeschermingsmiddelen. Het is gewenst om die inzet te beperken tot het noodzakelijke. Dit is zowel economisch en milieutechnisch aantrekkelijk. In het algemeen kunnen waarschuwingssystemen helpen om het tijdstip van de inzet van gewasbeschermingsmiddelen te optimaliseren. Voor echte meeldauw zijn er een aantal beslissingsondersteunende systemen (BOS) op de markt (PlantPLus van Dacom Plant service en Aardbei bericht van Agrovision). In de teelt van aardbei wordt een advies gegeven voor vruchtrot en een advies voor meeldauw. Ervaring leert dat het advies voor meeldauw toch lastig is door wisselende weersomstandigheden en daar komt nog bij de aardbeien geteeld op stellingen, al of niet met regenkapje, te maken hebben met een ander microklimaat dan aardbeien geteeld in de vollegrond. Voor meeldauw geldt dan ook nog dat de biologie van deze schimmel minder goed bekend is dan die van Botrytis cinerea (vruchtrot). Het project is er op gericht om een de biologie van echte meeldauw in aardbei verder te ontrafelen. Deze kennis kan gebruikt worden om de bestrijdingsstrategie voor echte meeldauw in aardbei te ontwikkelen, gebaseerd op de biologie van de schimmel, de weersomstandigheden en de vitaliteit van het gewas. Veel gegevens over kieming, infectie en kolonisatie van aardbeiblad zijn beschreven in de literatuur.
Koken en bolontsmetting narcis zonder formaline
Vreeburg, P.J.M. ; Korsuize, C.A. - \ 2014
Lisse : Praktijkonderzoek Plant en Omgeving BBF - 19
narcissus - bloembollen - fusarium - penicillium - desinfectie - alternatieve methoden - ontsmettingsmiddelen - ziektebestrijding - heetwaterbehandeling - ornamental bulbs - disinfection - alternative methods - disinfectants - disease control - hot water treatment
Bij narcis valt het gebruik van formaline weg als basis voor de bolontsmetting bij voorweken, koken en de ontsmetting vlak voor planten. In dit PPO-onderzoek is een aantal alternatieve middelen(combinaties) getest op hun werking tegen Fusarium bolrot, huidziek en Penicillium en beoordeeld op invloed op de opbrengst. Captan en combinaties van prochloraz + thiofanaat-methyl waren instaat formaline goed te vervangen ten aanzien van de opbrengst en huidkwaliteit. Als de bollen na het koken nog worden verwerkt is het gebruik van captan sterk af te raden i.v.m. blootstellingsrisico’s. De bestrijding van bolrot viel in alle gevallen zwaar tegen. Zowel bij de oude adviezen met formaline als bij de alternatieve middelencombinaties zonder formaline trad zeer veel bolrot op. Achteraf bleek de gebruikte partij Dutch Master zeer zwaar latent besmet te zijn met Fusarium. Een conclusie ten aanzien van de bolrotbestrijding viel daardoor niet met zekerheid te trekken. Vervolgonderzoek is noodzakelijk om na te gaan of formaline voor het voorkomen van de bolrotverspreiding, kan worden vervangen door de andere middelen captan, prochloraz en thiofanaat-methyl. De werking van de middelen werden niet meetbaar beïnvloed door het tijdstip van de warmwaterbehandelingen (vroeg of laat) met of zonder voorweken. Getest is zowel bij voorweken gevolgd door een warmwaterbehandeling van 4 uur 47°C, als bij een vroege (half augustus) en late (half september) warmwaterbehandeling bij 2 uur 45°C. Vroeg koken leidde soms wel tot meer bolrot dan laat koken. De geteste cultivars waren Tête-à-Tête (o.a. Penicillium), Barrett Browning (o.a. huidkwaliteit) en Dutch Master (o.a. bolrot).
Oplossing financieringsproblematiek ligt in rendementsverbetering : Behoefte aan vernieuwing op gebied financiering
Kierkels, T. ; Meulen, H.A.B. van der - \ 2014
Onder Glas 11 (2014)11. - p. 46 - 47.
glastuinbouw - tuinbouwbedrijven - financieren - krediet - alternatieve methoden - rendement - economische evaluatie - banken - financiële instellingen - innovaties - greenhouse horticulture - market gardens - financing - credit - alternative methods - returns - economic evaluation - banks - financial institutions - innovations
De bedrijfsvoering in de glastuinbouw steunt sterk op externe financiering en die stokt de laatste tijd. Oorzaken zijn de slechte rendementen, strengere banken en afname van het eigen vermogen. Vooral bij herhaalde kredietvraag dreigt een negatieve spiraal te ontstaan. Verruiming van de mogelijkheden en alternatieve financiering kunnen verlichting bieden. “Maar meer rendement is de sleutel van alles.”
Duurzaamheidsprestaties Greenport Westland-Oostland; Periode 2007-2012
Ruijs, M.N.A. ; Meer, R.W. van der - \ 2014
Den Haag : LEI Wageningen UR (Nota / LEI 14-068) - 30
glastuinbouw - duurzaamheid (sustainability) - energiegebruik - gebiedsontwikkeling - waterbeheer - alternatieve methoden - westland - zuid-holland - indicatoren - investering - monitoring - greenhouse horticulture - sustainability - energy consumption - area development - water management - alternative methods - indicators - investment
Het programma Duurzame Greenport Westland-Oostland (DGWO) richt zich op het versterken van de economische basis van de glastuinbouw door het stimuleren van de verduurzaming. Het programma DGWO omvat een aantal initiatieven en projecten, welke gericht zijn op de transitie naar een duurzamere glastuinbouw in de Greenport Westland-Oostland. In het projectplan zijn bij de start van het programma indicatoren opgenomen om de output en effecten aan het eind van het programma te tonen. Gemeente Westland - als penvoerder van de Taskforce DGWO - heeft behoefte aan een monitoring van enkele indicatoren op het terrein van de verduurzaming van de glastuinbouw. Dit betreft de ontwikkeling van het energiegebruik, van de investeringen in R&D, en investeringen in duurzaam energie- en waterbeheer op glastuinbouwbedrijven.
Chrysantenteelt krijgt meer grip op weerbaarheid en lagere ziektedruk : indicatoren en gericht ingrijpen verlagen inzet chemie
Staalduinen, J. van; Wurff, A.W.G. van der - \ 2014
Onder Glas 11 (2014)8. - p. 52 - 53.
glastuinbouw - snijbloemen - chrysanten - gewasbescherming - alternatieve methoden - pythium - bodemweerbaarheid - ziektebestrijdende teeltmaatregelen - tests - duurzaamheid (sustainability) - greenhouse horticulture - cut flowers - chrysanthemums - plant protection - alternative methods - soil suppressiveness - cultural control - sustainability
In een meerjarig, door het PT, TKI en telers gefinancierd project onderzocht Wageningen UR Glastuinbouw hoe de chrysantenteelt minder afhankelijk kan worden van chemische middelen in de strijd tegen grondgebonden ziekten en plagen, zoals Pythium. Vorig jaar beoordeelde de instelling een reeks van alternatieve middelen. Dat traject is nu aangevuld met een model en een snelle, indicatieve testmethode voor de bodemweerbaarheid tegen deze ziekte. Het plaatje is nog niet compleet, maar de voorlopige uitkomsten geven hoop, erkennen telers en DLV.
Beheersing Botrytis in potplanten (pilotgewas: cyclaam)
Hofland-Zijlstra, J.D. ; Broek, R. van den; Vries, R.S.M. de; Wensveen, W. van; Genuchten, L. van; Meer, J. van der - \ 2014
Wageningen : Wageningen UR Glastuinbouw (Rapport / Wageningen UR Glastuinbouw 1320) - 42
potplanten - botrytis - bestrijdingsmethoden - testen - alternatieve methoden - biologische bestrijding - fysische gewasbeschermingsmethoden - effecten - plantenziekteverwekkende schimmels - glastuinbouw - pot plants - control methods - testing - alternative methods - biological control - physical control - effects - plant pathogenic fungi - greenhouse horticulture
Botrytis leidt in potplanten nog steeds tot veel uitval. Chemische bestrijding werkt onvoldoende. Doel van dit onderzoek was om de effectiviteit te toetsen van niet-chemische en chemische producten op versterking van de natuurlijke plantafweersystemen en preventieve werking onder praktijkcondities. Omdat beheersing van vochtcondities in het klimaat een belangrijke rol speelt bij Botrytis zijn daarnaast verschillende combinaties getoetst van producten (substraat, afdekmateriaal, open potrand) om het vochtgehalte op en in de potgrond optimaal te verlagen.
Biostimulatoren, middelen en ziekteonderdrukking van Pythium in chrysant : indicatoren voor ziekteonderdrukking in de bodem
Wurff, A.W.G. van der; Streminska, M.A. ; Corsten, R. ; Sloten, M. - \ 2014
Bleiswijk : Wageningen UR Glastuinbouw (Rapport / Wageningen UR Glastuinbouw 1314) - 51
glastuinbouw - snijbloemen - chrysanthemum - plantenziekten - bodemweerbaarheid - proeven - pythium ultimum - alternatieve methoden - gewasbescherming - bemesting - irrigatie - substraten - greenhouse horticulture - cut flowers - plant diseases - soil suppressiveness - trials - alternative methods - plant protection - fertilizer application - irrigation - substrates
Bodem gebonden ziekten en plagen veroorzaken schade in de teelt van chrysant onder glas. Op dit moment gebruiken telers grondstomen en chemische middelen. Grondstomen is duur, werkt kort en doodt antagonisten in de bodem. Chemische middelen zijn beperkt toegelaten, terwijl de bestaande toelatingen onder druk staan. Binnen dit onderzoek werd gezocht naar alternatieven voor chemische gewasbescherming tegen Pythium ultimum.
Middelenonderzoek ten behoeve van knelpunten in de bloembollenteelt : eindrapport onderzoek 2011-2013
Bulle, A.A.E. - \ 2014
Lisse : Praktijkonderzoek Plant & Omgeving, Business Unit Bloembollen, Boomkwekerij en Fruit - 40
bloembollen - gewasbescherming - bestrijdingsmethoden - plantenvirussen - plantenplagen - methodologie - alternatieve methoden - proeven - toelating van bestrijdingsmiddelen - ornamental bulbs - plant protection - control methods - plant viruses - plant pests - methodology - alternative methods - trials - authorisation of pesticides
De beschikbaarheid van voldoende en effectieve gewasbeschermingsmiddelen voor de teelt, de bewaring en de broei van bloembolgewassen staat regelmatig onder druk. Bestaande toelatingen vervallen en door het stringente toelatingsbeleid is het lastig en kostbaar om nieuwe toelatingen te realiseren. Ook in de herregistratie van middelen blijkt steeds vaker dat toepassingen verdwijnen door strengere toelatingseisen. In diverse bloembolgewassen leidt dit tot knelpunten in de bestrijding van ziekten en plagen. Bij het huidige, smalle, middelenpakket voor de bloembollenteelt zijn er veelal niet of nauwelijks alternatieven voorhanden met afdoende werking. Dit project wil voorzien in de behoefte aan kennis over de geschiktheid van nieuwe of in andere sectoren reeds toegelaten middelen voor ontstane knelpunten. Het gaat hierbij om een eerste screening op effectiviteit en fytoxiciteit van middelen. Voordat het benodigde toelatingsonderzoek wordt uitgevoerd is dan al duidelijk dat het middel toepasbaar is in het gewas. Het doel van het project is om bij knelpunten als gevolg van het wegvallen van middelen snel alternatieven te kunnen screenen voor de bestrijding van ziekten en plagen in bloembolgewassen.
Beheersing van Botrytis in potplanten
Hofland-Zijlstra, J.D. ; Broek, R. van den; Vries, R.S.M. de; Wensveen, W. van; Genuchten, L. van; Meer, J.W. van der - \ 2014
Bleiswijk :
potplanten - botrytis - bestrijdingsmethoden - testen - alternatieve methoden - biologische bestrijding - fysische gewasbeschermingsmethoden - infectiebestrijding - pot plants - control methods - testing - alternative methods - biological control - physical control - infection control
Botrytis leidt in potplanten nog steeds tot veel uitval. Chemische bestrijding werkt onvoldoende. Doel van dit onderzoek is het effect toetsen van niet-chemische en chemische producten op versterken van de plantafweer en preventieve werking onder praktijkcondities en combinaties toetsen van natuurlijke producten en fysische methoden (substraat, afdekmiddel, open potrand) om infectierisico te verlagen.
Beheersing van plooipaddestoel in potplanten
Hofland-Zijlstra, J.D. ; Breeuwsma, S.J. - \ 2014
Bleiswijk : Wageningen UR Glastuinbouw
potplanten - schimmels - basidiomycota - bestrijdingsmethoden - gewasbescherming - alternatieve methoden - verspreiding - bedrijfshygiëne - tests - pot plants - fungi - control methods - plant protection - alternative methods - dispersal - industrial hygiene
In de teelt van potplanten kan overmatige groei optreden van de goudgele plooiparasol, Leucocoprinus birnbaumii . Ook andere Leucocoprinus soorten worden waargenomen in de teelt. Hygiëne is belangrijk om verspreiding via grondresten en water te voorkomen. Dit onderzoek richt zich op het ontwikkelen van alternatieve beheersmaatregelen.
'Alleen duurzame substraten en mengsels hebben de toekomst' (interview met Chris Blok, André van der Wurff en Tycho Vermeulen)
Velden, P. van; Blok, C. ; Wurff, A.W.G. van der; Vermeulen, T. - \ 2014
Onder Glas 11 (2014)2. - p. 27 - 27.
glastuinbouw - potplanten - kweekmedia - substraten - alternatieve methoden - duurzaamheid (sustainability) - kwaliteitsnormen - projecten - greenhouse horticulture - pot plants - culture media - substrates - alternative methods - sustainability - quality standards - projects
In 2020 zullen er vermoedelijk andere substraten en mengsels in de pot zitten dan tot nu toe het geval is. Consumenten en telers stellen andere eisen en toeleveranciers van substraat willen innoveren. Dit jaar gaan verschillende partijen werken aan een visie op substraten. Dat is een gecompliceerd project, want er is bijna geen grondstof in de tuinbouw waaraan zoveel schakels in de keten eisen stellen.
Global collection of mushroom pathogens
Baars, J.J.P. ; Hendrickx, P.M. ; Sonnenberg, A.S.M. ; Korsten, L. - \ 2013
Wageningen : Plant Research International, Business Unit Plant Breeding - 40
eetbare paddestoelen - ziekten - diagnostische technieken - resistentie van variëteiten - alternatieve methoden - pathogenen - bedrijfshygiëne - monitoring - maatregelen - edible fungi - diseases - diagnostic techniques - varietal resistance - alternative methods - pathogens - industrial hygiene - measures
In many places in the world, increasingly less chemical crop protection agents are available for use in mushroom cultivation. As a consequence, mushroom cultivation will loose the ability to use crop protection agents. As a consequence, good hygiene management, early detection and monitoring of pathogens (diagnostics), alternative crop protection agents and disease resistant mushroom varieties have to play an important role. The number of researchers in several mushroom producing countries is decreasing already for a number of years. For an effective use of research funds, international collaboration on topics of mutual interest is important. At the workshop of the Global Mushroom Disease Diagnostic Initiative, held in 2008 just before the ISMS conference in Cape Town, it was decided to try and build a collection of reference pathogen strains for the white button mushroom diseases present world wide. This collection will play a vital role in the development of diagnostic methods for mushroom diseases. This project was funded in part by the ISMS and in part by the Dutch Horticultural Board.
Nieuwe teeltsystemen in de boomkwekerij
Reuler, Henk van - \ 2013
street trees - forest nurseries - cropping systems - cultural methods - alternative methods - container grown plants - ducts - plant development - roots - irrigation water - environmental policy
Teelt de grond uit mogelijk, maar niet zonder onderzoek. (over het onderzoek van: JJ de Haan, T. Vermeulen, H. van Reuler en S. de Kool)
Baakman, L. ; Haan, J.J. de; Vermeulen, T. ; Kool, S.A.M. de; Reuler, H. van; Blind, M. - \ 2013
BloembollenVisie 2013 (2013)286. - ISSN 1571-5558 - p. 58 - 59.
tuinbouw - gewasteelt - alternatieve methoden - substraten - gesloten systemen - cultuurmethoden - emissie - reductie - pesticiden - programmaontwikkeling - landbouwkundig onderzoek - horticulture - crop management - alternative methods - substrates - closed systems - cultural methods - emission - reduction - pesticides - program development - agricultural research
De meeste bolgewassen groeien gewoon in de grond. Toch zijn er nog andere manieren. Het programma 'Teelt de grond uit' onderzocht de verschillende mogelijkheden zoals telen op water, substraten en op een afgedichte ondergrond. Tijdnes een informatiedag in Venray werd de stand van zaken tot nu toe toegelicht. Er zijn mogelijkheden, maar vervolgonderzoek is gewenst. En dat komt er.
Teelt de grond uit: betekenis voor bodemmoeheid en groeiregulatie
Maas, Rien van der - \ 2013
fruit growing - malus - cropping systems - soilless culture - alternative methods - plant development - plant protection
Check title to add to marked list
<< previous | next >>

Show 20 50 100 records per page

 
Please log in to use this service. Login as Wageningen University & Research user or guest user in upper right hand corner of this page.