Staff Publications

Staff Publications

  • external user (warningwarning)
  • Log in as
  • language uk
  • About

    'Staff publications' is the digital repository of Wageningen University & Research

    'Staff publications' contains references to publications authored by Wageningen University staff from 1976 onward.

    Publications authored by the staff of the Research Institutes are available from 1995 onwards.

    Full text documents are added when available. The database is updated daily and currently holds about 240,000 items, of which 72,000 in open access.

    We have a manual that explains all the features 

Current refinement(s):

Records 1 - 20 / 750

  • help
  • print

    Print search results

  • export
    A maximum of 250 titles can be exported. Please, refine your queryYou can also select and export up to 30 titles via your marked list.
  • alert
    We will mail you new results for this query: keywords==animal husbandry
Check title to add to marked list
Emissies naar lucht uit de landbouw in 2014 : berekeningen met het model NEMA
Bruggen, C. van; Bannink, A. ; Groenestein, C.M. ; Huijsmans, J.F.M. ; Luesink, H.H. ; Oude Voshaar, S.V. ; Sluis, S.M. van der; Velthof, G.L. ; Vonk, J. - \ 2017
Wageningen : Statutory Research Tasks Unit for Nature & the Environment (WOt-technical report 90) - 96
ammoniak - landbouw - emissie - mest - distikstofmonoxide - dierhouderij - modellen - nederland - ammonia - agriculture - emission - manures - nitrous oxide - animal husbandry - models - netherlands
Landbouwkundige activiteiten zijn in Nederland een belangrijke bron van ammoniak (NH3), stikstofoxide (NO), lachgas (N2O),methaan (CH4) en fijnstof (PM10 en PM2,5). De emissies in 2014 zijn berekend met het National Emission Model for Agriculture(NEMA). Tegelijk zijn enkele cijfers in de reeks 1990-2013 aangepast op basis van nieuwe inzichten. De rekenmethodiek gaatbij de berekening van de ammoniakemissie uit dierlijke mest uit van de hoeveelheid totaal ammoniakaal stikstof (TAN) in demest. De ammoniakemissie uit dierlijke mest, kunstmest en overige bronnen in 2014 bedroeg 121 miljoen kg NH3, bijna4 miljoen kg meer dan in 2013. De stijging komt voornamelijk door uitbreiding van de melkveestapel en een hogerstikstofgehalte van het ruwvoer. De N2O-emissie nam toe van 19,1 miljoen kg in 2013 naar 19,4 miljoen kg in 2014. De NOemissienam toe van 16,9 naar 17,2 miljoen kg. De methaanemissie nam iets toe van 499 tot 503 miljoen kg. De emissie vanfijnstof nam licht toe van 6,3 miljoen kg PM10 tot 6,4 miljoen kg, door een toename van het aantal stuks pluimvee. De emissievan PM2,5 bedroeg in beide jaren 0,6 miljoen kg. Sinds 1990 is de ammoniakemissie uit dierlijke mest en kunstmest mettweederde gedaald, vooral door een lagere stikstofuitscheiding door landbouwhuisdieren en emissiearme mesttoediening.Emissies van lachgas en stikstofoxide daalden in dezelfde periode eveneens, maar minder sterk (ca. 40%) omdat doorondergronds toedienen van mest de emissies hoger zijn geworden en door de omschakeling van stalsystemen met dunne naarvaste mest bij pluimvee. Tussen 1990 en 2014 daalde de emissie van methaan met 16% door een afname in de dieraantallenen een hogere voeropname en productiviteit van melkvee---Agricultural activities are in the Netherlands a major source of ammonia (NH3), nitrogen oxide (NO), nitrous oxide (N2O),methane (CH4) and particulate matter (PM10 and PM2.5). The emissions in 2014 were calculated using the National EmissionModel for Agriculture (NEMA). At the same time some figures in the time series 1990-2013 were revised. The method calculatesthe ammonia emission from livestock manure on the basis of the total ammonia nitrogen (TAN) content in manure. Ammoniaemissions from livestock manure, fertilizers and other sources in 2014 were 121 million kg, which was almost 4 million kghigher than in 2013, mainly due to expansion of the dairy herd and a higher N-content of roughage. N2O emissions increasedfrom 19.1 million kg in 2013 to 19.4 million kg in 2014. NO emission increased slightly from 16.9 to 17.2 million kg. Methaneemissions increased from 499 to 503 million kg. Emissions of particulate matter increased slightly from 6.3 to 6.4 million kgPM10 as a result of higher poultry numbers. Emission of PM2.5 in both years was 0.6 million kg. Ammonia emissions fromlivestock manure in the Netherlands dropped by almost two thirds since 1990, mainly as a result of lower nitrogen excretionrates by livestock and low-emission manure application. Nitrous oxide and nitrogen oxide also fell over the same period, butless steeply (by about 40%), due to higher emissions from manure injection into the soil and to the shift from poultry housingsystems based on liquid manure to solid manure systems. Methane emissions fell by 16% between 1990 and 2014 caused by adrop in livestock numbers and increased feed uptake and productivity of dairy cattle
Open normen licht bij het bedrijfsmatig houden van gezelschapsdieren : praktische handvatten voor de controle op het voldoen aan ethologische en fysiologische behoeften van honden en konijnen
Ruis, Marko A.W. ; Borg, Joanne A.M. van der - \ 2017
Wageningen : Wageningen Livestock Research (Wageningen Livestock Research rapport 981) - 42
honden - konijnen - licht - kunstlicht - dierenwelzijn - dierhouderij - gezelschapsdieren - diergedrag - huisvesting, dieren - diergezondheid - dogs - rabbits - light - artificial light - animal welfare - animal husbandry - pets - animal behaviour - animal housing - animal health
This report describes the development of practical tools for inspectors to monitor compliance with the target welfare regulations with regard to provison of light for dogs and rabbits that are kept and sold commercially. On the basis of a literature study on the influence of light on the welfare and functioning of dogs and rabbits, and in the context of the situation in practice, tools were developed to supervise and advice in a systematic way. By this the inspector can make an informed assessment about whether or not enforcing rules on the provision of light.
Actualisering ammoniak emissiefactoren pluimvee : advies voor aanpassing van ammoniak emissiefactoren van pluimvee in de Regeling ammoniak en veehouderij (Rav)
Ellen, H.H. ; Groenestein, C.M. ; Ogink, N.W.M. - \ 2017
Wageningen : Wageningen UR Livestock Research (Livestock Research rapport 1015) - 60
pluimvee - pluimveehouderij - ammoniakemissie - regulatie - dierhouderij - poultry - poultry farming - ammonia emission - regulation - animal husbandry
Verkenning regionale kringlopen : sluiten van nutriëntenkringloop op het niveau van Noordwest-Europa
Leenstra, Ferry ; Vellinga, Theun - \ 2017
Wageningen : Wageningen Livestock Research (Wageningen Livestock Research rapport 987) - 34
voer - voedingsstoffen - dierlijke producten - kringlopen - dierhouderij - dierlijke meststoffen - noord-brabant - noordwest-europa - feeds - nutrients - animal products - cycling - animal husbandry - animal manures - northwestern europe
LPS challenge in jonge biggen : VDI-12: effect voerinterventie op biggen
Greeff, Astrid de; Allaart, Janneke ; Bruijn, Carlijn de; Schokker, Dirkjan ; Roubos, Petra ; Winkelman-Goedhart, Hélène ; Vastenhouw, Stéphanie ; Ruuls, Lisette ; Rebel, Johanna ; Smits, Mari - \ 2016
Wageningen : Wageningen Livestock Research (Wageningen Livestock Research rapport 1009) - 21
biggen - maatregel op voedingsgebied - adequate immuniteit - diergezondheid - lipopolysacchariden - varkenshouderij - dierhouderij - immunologie - piglets - nutritional intervention - immune competence - animal health - lipopolysaccharides - pig farming - animal husbandry - immunology
Methaanemissie uit mest : schatters voor biochemisch methaan potentieel (BMP) en methaanconversiefactor (MCF)
Groenestein, C.M. ; Mosquera, J. ; Melse, R.W. - \ 2016
Wageningen : Wageningen Livestock Research (Livestock Research rapport 961) - 28
mest - methaan - emissie - broeikasgassen - dierhouderij - manures - methane - emission - greenhouse gases - animal husbandry
This report presents the results of a desk study performed to determine and justify the use of new BMP and MCF values for cattle, pig and poultry manure under Dutch conditions.
Emissiefactoren mestbewerking : inschatting van emissiefactoren voor ammoniak en lachgas uit mestbewerking
Melse, R.W. ; Groenestein, C.M. - \ 2016
Wageningen UR, Livestock Research (Livestock Research rapport 962) - 19 p.
mest - emissie - distikstofmonoxide - ammoniakemissie - dierhouderij - manures - emission - nitrous oxide - ammonia emission - animal husbandry
In deze studie wordt een aantal emissiefactoren voorgesteld voor de belangrijkste mestbewerkingstechnieken die in Nederland worden toegepast, voor wat betreft methaan (CH4), stikstofmonoxide (NO), lachgas (N2O) en ammoniak (NH3). De emissiefactoren zijn bepaald op basis van beschikbare literatuur voor de diercategorieën rundvee (excl. vleeskalveren), vleeskalveren, varkens en pluimvee. De belangrijkste emissiefactoren zouden nader onderzocht kunnen worden met als doel om deze preciezer vast te stellen en/of experimenteel te valideren. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan de lachgasemissie die plaatsvindt bij de behandeling van vleeskalverendrijfmest (nitrificatie/denitrificatie) of aan de methaanemissie die optreedt tijdens opslag van dunne en dikke fracties die geproduceerd worden uit scheiding van rundvee- en varkensdrijfmest
Critical ethical issues in USA animal production : executive summary
Hoste, R. ; Oosterkamp, E.B. - \ 2016
LEI Wageningen UR (Factsheet / LEI Wageningen UR VR2015-137) - 2 p.
animal welfare - animal ethics - animal husbandry - legislation - european union - usa - eu regulations - animal production - animal housing - dairy cattle - pigs - veal calves - beef cattle - broilers - dierenwelzijn - dierethiek - dierhouderij - wetgeving - europese unie - vs - eu regelingen - dierlijke productie - huisvesting, dieren - melkvee - varkens - vleeskalveren - vleesvee - vleeskuikens
In 2014, the non-governmental organisation Wakker Dier in the Netherlands criticised ING for financing animal farms outside the European Union (EU). The NGO expressed its concern that local regulation would not sufficiently guarantee animal welfare standards up to the level guaranteed under EU regulations. Early 2015, LEI Wageningen UR was requested to identify potential detrimental activities in the United States of America (USA) animal husbandry sector due to gaps between EU and USA legislation and local animal welfare standards applied in the USA. Activities covered by ING clients in the USA and thus in scope of this research involve pigs, layers, broilers, veal calves, dairy cows and beef cows. The aim of this report is to provide a qualified comparison of animal welfare standards in the USA and the EU and to identify animal welfare and other potential ethical issues within animal farming in the USA and to identify critical issues on which ING is advised to take a strategic position.
Rekenregels van de KringloopWijzer : achtergronden van BEX, BEA, BEN, BEP en BEC: actualisatie van de 4 maart 2014 versie
Schroder, J.J. ; Šebek, L.B. ; Reijs, J.W. ; Oenema, J. ; Goselink, R.M.A. ; Conijn, J.G. ; Boer, J. - \ 2016
Wageningen UR (PRI-rapport 640) - 103 p.
dierhouderij - duurzame veehouderij - melkproducerende dieren - melkveehouderij - landbouw - mestbeleid - modules - berekening - dierlijke meststoffen - excretie - emissiereductie - nutriëntengebruiksefficiëntie - kringlopen - animal husbandry - sustainable animal husbandry - milk yielding animals - dairy farming - agriculture - manure policy - calculation - animal manures - excretion - emission reduction - nutrient use efficiency - cycling
Bijgaand rapport beschrijft de rekenregels van de KringloopWijzer. De KringloopWijzer is een model waarmee agrarische ondernemers op basis van hun eigen bedrijfsgegevens een schatting kunnen maken van de benutting van aangevoerde nutriënten, met name stikstof (N) en fosfor (P), en van de omvang en aard van verliezen aan N, P en koolstof (C). Die schatters kunnen gebruikt worden voor het benoemen van verbeterpunten binnen het bedrijf en als verantwoording naar overheden en verwerkers. Voor de overheid biedt de KringloopWijzer mogelijkheden om generieke wetgeving te vervangen door maatwerk. Voor de verwerkende industrie is het bovendien mogelijk om het streven naar duurzaamheid meetbaar te maken ten behoeve van consumenten. De hier beschreven rapportversie bevat een aantal verbeteringen en aanvullingen ten opzichte van de versie uit 2014. Ze heeft bovendien niet langer betrekking op alleen melkvee en ruwvoergewassen, maar is ook geschikt voor bedrijven met een neventak akkerbouw en/of een neventak hokdieren. De rekenregels zijn waar mogelijk voorzien van onderbouwende referenties. Aan een verdere toetsing van deze rekenregels wordt nog voortdurend onderzoek verricht.
Stikstof- en fosfaatexcretie van gangbaar en biologisch gehouden landbouwhuisdieren : herziening excretieforfaits Meststoffenwet 2015
Groenestein, C.M. ; Wit, J. ; Bruggen, C. van; Oenema, O. - \ 2015
Wageningen : Wettelijke Onderzoekstaken Natuur & Milieu (WOt-technical report 45) - 48
dierlijke meststoffen - koeien - varkens - pluimvee - dierhouderij - biologische landbouw - excretie - animal manures - cows - pigs - poultry - animal husbandry - organic farming - excretion
Om de hoeveelheden stikstof en fosfaat in dierlijke mest te berekenen die op een bedrijf worden geproduceerd, kunnen veehouders gebruik maken van de zogenoemde excretieforfaits in de Uitvoeringsregeling van de Meststoffenwet. Deze excretieforfaits geven weer hoeveel stikstof en fosfaat in mest per dier en per diercategorie op jaarbasis wordt geproduceerd. Op verzoek van het Ministerie van Economische Zaken heeft de Commissie Deskundigen Meststoffenwet (CDM) een voorstel gemaakt voor herziening van de diercategorieën en de excretieforfaits van de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet. Dit rapport beschrijft het voorstel voor de herziening van de excretieforfaits voor de eerder aangepaste lijst van diercategorieën. Bij de excretieforfaits wordt onderscheid gemaakt tussen gangbare en biologische dierhouderijsystemen. De bruto stikstof- en fosfaatexcreties voor dieren in gangbare dierhouderijsystemen zijn gebaseerd op de resultaten van de Werkgroep Uniformering berekening Mest- en mineralencijfers (WUM) voor de jaren 2011, 2012 en 2013. De WUM berekent per jaar de gemiddelde excreties per diercategorie op basis van statistieken over veevoergebruik en dierlijke productie. De bruto stikstof- en fosfaatexcreties voor dieren in biologische dierhouderijsystemen zijn gebaseerd op die van gangbare dierhouderijsystemen en een diercategorie-specifieke correctiefactor. De bruto stikstofexcreties zijn vervolgens gecorrigeerd voor gasvormige stikstofverliezen op basis van gegevens van de werkgroep National Emission Model for Agriculture (NEMA).
N-verlies en bemestende waarde van een riet/veenbaggerbedding uit een vrijloopstal bij drie verschillende opslagmethoden
Boer, H.C. de - \ 2015
Wageningen : Wageningen UR Livestock Research (Livestock Research rapport 887) - 21
stikstof - phragmites - turf - uitloop - bodemkwaliteit - ammoniak - dierenwelzijn - organische meststoffen - opslag - dierhouderij - nitrogen - peat - outdoor run - soil quality - ammonia - animal welfare - organic fertilizers - storage - animal husbandry
Een toenemend aantal melkveehouders heeft interesse in de bouw van een vrijloopstal met een organische bedding, om daarmee o.a. het welzijn van de koeien te verhogen. Om de bedding voldoende droog te houden moet er regelmatig nieuw strooisel worden aangevoerd om het met mest uitgescheiden vocht te absorberen of door compostering te verdampen. Voor vochtabsorptie of verdamping kunnen verschillende organische materialen gebruikt worden. In het westelijk veenweidegebied is gedroogde veenbagger in combinatie met riet mogelijk een interessante optie voor vochtabsorptie. Riet en veenbagger zijn gebiedseigen materialen, waardoor hun gebruik bijdraagt aan het sluiten van de kringloop op het bedrijf en in de regio. Een bijkomend voordeel is dat door een relatief lage zuurgraad van veenbagger de emissie van ammoniak uit de bedding geremd kan worden. Riet is in de combinatie nodig om de bodem voldoende draagkracht te geven. Door riet en veenbagger in afwisselende lagen te stapelen ontstaat een zogenoemde ‘lasagne’ bedding.
Public morals in private hands? : a study into the evolving path of farm animal welfare governance
Toschi Maciel, C. - \ 2015
University. Promotor(en): Arthur Mol; Bernd van der Meulen, co-promotor(en): Bettina Bock. - Wageningen : Wageningen University - ISBN 9789462572799 - 149
dierenwelzijn - vee - dierhouderij - overheidsbeleid - europese unie - brazilië - governance - nederland - rechtssystemen - animal welfare - livestock - animal husbandry - government policy - european union - brazil - netherlands - legal systems
Executive summary

The advancement of regulatory instruments providing for farm animal welfare measures has been marked by various political and regulatory constraints in both domestic and international settings.In an attempt to overcome some of these constraints, a number of innovative governance arrangements have been developed over the two last decades, such as the use of private standards.This thesis offers a critical assessment on how and to what extent the policy field of farm animals welfare has been affected by these innovative developments. The assessment provided in this thesis resulted from four independent (but inter-related) studies.

The first study consisted of a theoretical inquiry into the engagement of non-state actors in farm animal welfare policy making in Europe. This study sought to establish the extent to which the changes observed in Europe, specifically in the Netherlands, are consistentwith political modernization theory. This study confirmed that the engagement of non-state actors in farm animal welfare policy-makingin Europe corresponds to themodernization of governance practices, where a new collation of actors, policy discourses and rules come to the fore.

The second study consisted of an empirical investigation ofthe rise of farm animal welfare governance in Brazil. The main objective of this study was to gain insight into a development that remains largely unexplored in the current social science literature, that is, into the factors triggering policy change related to animal protection in developing countries. Data collected through 36 semi-structured interviews amongdifferent groups of Brazilian stakeholders suggested that the main factors leading to the rise of animal welfare governance in Brazil were related to Europe and the World OrganisationforAnimal Health (OIE). The insights gained fromthis exploratory empirical study helped produce an analytical framework for assessing how farm animal welfare measures spread across jurisdictions, which is further elaborated in the third phase of this doctoral research.

Accordingly, in the third study, an empirical and theoretical examination ofanimal welfare governance in the European Union-Brazildyad is performed with the objective of assessing theactors and mechanisms currently in place to advance farm animal welfare in bilateral and international relations. Several initiatives have been identified as useful in coordinating animal welfare measures between theEU and Brazil. The study nonetheless found that initiatives based on policy diffusion mechanisms were the most prominent.

The fourth study entailed a legal analysis ofthe relationship between the regulatory framework of the World Trade Organisation (WTO) and the advancement of animal welfare measures through private standards. The objective of this study was to determine the possibility thatprivate standards fall within the scope of WTO Member States’ obligations listedin Article 13 of the Sanitary and Phytosanitary Agreement (SPS). For that purpose, three fundamental factorsfor claims of breaches of Article 13 to be pursuedwere examined: (i) the applicability of the SPS Agreement to farm animal welfare measures; (ii) the scope of the term ‘non-governmental entities’; and (iii) the existence of factual evidence that a WTO Member has not taken reasonable measures to ensure that SPS disciplines are observed by non-governmental entities or that a WTO Member has encouraged non-governmental entities or have relied upon the services of non-governmental entities that are not SPScompliant. The conclusion drawn from this examination is that convincing legal arguments and factual evidence exist to pursue WTO disputes over the use of private farm animal welfare standards.

Based on all the above findings, the overall assessment of this thesis regarding the evolving path of farm animal welfare governance is four-fold.First, the policy field of farm animal welfare has significantly advanced in and between Europe and Brazil through a variety of non-legislative instruments, such as intergovernmental technical cooperation, capacity building programmes and private standards. Second, the political and regulatory implications of this research regarding the use of private standards in animal welfare indicate that a cautious approach to the use of this policy instrument is required. Third, the policy field of animal welfare has greatly benefited from the entry of the World Organisation for Animal Health (OIE), especially in engaging governments and industries in developing countriesin this area. Finally, a reverse shift (that is, a shift away from private governance and towards public governance) is likely to occur as the path of farm animal welfare policy evolves internationally.

Antibiotics in the chain : analyses of feces to study the life-cycle of antibiotics
Stolker, A.A.M. ; Kang, J.W. ; Lee, K.J. ; Park, H.C. ; So, B. ; Wegh, R.S. ; Berendsen, B.J.A. ; Zuidema, T. - \ 2014
feces - antibiotica - antibioticaresistentie - dierhouderij - vleesproductie - monitoring - faeces - antibiotics - antibiotic resistance - animal husbandry - meat production
To prevent further dissemination of resistance, the use of antimicrobial compounds in animal husbandry should be decreased. Therefore, instead of monitoring food products related to MRL regulations, antibiotic usage in general should be monitored in an effective way. The analysis of feces is a promising option.
Pig husbandry in a changing social and economic environment : societal attitudes, farm economics and animal welfare
Bergstra, T.J. - \ 2014
University. Promotor(en): Elsbeth Stassen; Alfons Oude Lansink, co-promotor(en): Henk Hogeveen. - Wageningen : Wageningen University - ISBN 9789462572058 - 237
varkens - dierhouderij - dierenwelzijn - agrarische economie - attitudes - inkomsten uit het landbouwbedrijf - zeugen - dierlijke productie - pigs - animal husbandry - animal welfare - agricultural economics - farm income - sows - animal production

Abstract

The Dutch pig sector is attempting to address citizens’ concerns about animal welfare practices. Measures to improve animal welfare that were introduced by the pig sector did, however, not have the desired effect on citizens’ attitudes toward pig husbandry. This indicates that an improvement of animal welfare does not necessarily result in an improvement of citizens’ attitudes. This thesis aimed to estimate the effects of measures to improve animal welfare in sow husbandry in the Netherlands on animal welfare, farm income and citizens’ attitudes. First, the attitudes of citizens and other stakeholders of sow husbandry, i.e., pig farmers (conventional and organic), pig husbandry advisors and pig veterinarians, were investigated using a survey. It was shown that the large majority of respondents of citizens have negative attitudes toward sow husbandry with respect to aspects related to animals, humans and the environment. Citizens differed in these attitudes from the other stakeholders, except organic pig farmers. Based on their attitudes, citizens could be divided into four separate clusters. These clusters differed in terms of their attitudes toward sow husbandry and in their socio-demographic features.

Basic values underlie attitudes, but this thesis showed that basic values related to sow husbandry are not one-on-one related to attitudes toward sow husbandry of citizens and conventional pig farmers. Between conventional pig farmers and clusters of citizens there were differences in basic values related to sow husbandry. The two clusters with the most negative attitudes toward sow husbandry did not agree on the valuation of basic values with conventional pig farmers, while the other two clusters did on most of the basic values. The biggest cluster of the latter two clusters did agree on the valuation of several basic values with the former two clusters. This cluster can be useful for pig farmers to learn to understand the interpretation and weighing of basic values by citizens. An understanding that can be used in the development of new systems and measures to improve animal welfare within sow husbandry and in the communication between the pig sector and citizens.

Furthermore, in this thesis a simulation model was developed in which the effects of different measures for sow husbandry on animal welfare and farm income can be estimated. For each of the defined issues of sow husbandry, i.e., piglet mortality, tail biting and indoor housing, four measures were defined to improve animal welfare in an existing reference sow farm, representative for the Netherlands. The measures that aimed to reduce piglet mortality were the only measures with a positive effect on farm income. These measures had the best cost-effectiveness ratio compared to the other defined measures. When extending the simulation model with estimating the effects on citizens’ attitudes, the measure that includes straw provision, daylight and increased group sizes of gestating sows was the most efficient compared to the other defined measures. Results show that a positive effect of a measure on animal welfare does not necessarily lead to a similar relative improvement of citizens’ attitudes or a deterioration of farm income.

This thesis has shown that in order to achieve an improvement of citizens’ attitudes, it is essential for the pig sector to evaluate animal welfare measures using an approach that integrates the effects of measures on animal welfare, farm income and citizens’ attitudes.

"Neem het dier serieus als individu"
Kleis, R. ; Driessen, C.P.G. - \ 2014
Resource: weekblad voor Wageningen UR 9 (2014)7. - ISSN 1874-3625 - p. 8 - 8.
dierenwelzijn - dierethiek - computerspelen - dierhouderij - varkens - koeien - mens-dier relaties - dierlijke productie - animal welfare - animal ethics - computer games - animal husbandry - pigs - cows - human-animal relationships - animal production
Ethiek op de boerderij komt het beste uit de verf door samen met dieren nieuwe technologie te ontwikkelen. Filosoof Clemens Driessen, de man van het varkensspel Pig Chase, promoveerde afgelopen week cum laude op Animal deliberation, the co-evolution of technology and ethics on the farm. Resource stelt er een paar vragen over.
The green information chain : Groen Kennisnet brings agricultural knowledge from research to the classroom, on the farm, and into agri-business
Genderen, R.A. van; Ringersma, J. - \ 2014
kennisoverdracht - informatieverspreiding - informatiesystemen - kennis - landbouw - tuinbouw - voeding - dierhouderij - natuur - knowledge transfer - diffusion of information - information systems - knowledge - agriculture - horticulture - nutrition - animal husbandry - nature
“Groen Kennisnet” creates a content collection and professional “green” knowledge base (agriculture, horticulture, animal welfare, environmental protection, water management, food, fisheries). “Groen Kennisnet” makes these available to the Dutch agricultural education system and agri-business, and organizes communities around specific themes. “Groen Kennisnet” thus contributes to the connection between innovation in research and business & teaching. In our paper we explain how we organize the green information chain, the IT infrastructure and the communities. The combination of content, IT and community results in bringing new innovative knowledge available in the classroom and on the farm.
Assessing welfare of veal calves on farms : measures of behaviour and respiratory disorders and potential ways for welfare improvement
Leruste, H. - \ 2014
University. Promotor(en): Bas Kemp, co-promotor(en): Eddy Bokkers; B.J. Lensink. - Wageningen : Wageningen University - ISBN 9782954777207 - 142
dierenwelzijn - vleeskalveren - diergedrag - dierhouderij - ademhalingsziekten - animal welfare - veal calves - animal behaviour - animal husbandry - respiratory diseases
Vleeskalveren zijn jonge runderen die geslacht worden op een leeftijd van maximaal 8 maanden. Vleeskalveren worden gehouden om mals en lichtroze vlees te produceren. Hiertoe worden ze op gespecialiseerde bedrijven gehouden waar ze gevoerd worden met hoofdzakelijk kunstmelk en vast voer (i.e. krachtvoer, maïssilage, stro). In de Europese Unie (EU), minimumnormen voor welzijn en huisvestingcondities voor vleeskalveren zijn gereguleerd via de EU richtlijnen. Deze minimumnormen garanderen niet noodzakelijkerwijze dat het welzijnsniveau van de kalveren altijd optimaal is, aangezien huisvesting- en managementcondities tussen bedrijven kunnen verschillen. Burgers willen geïnformeerd worden over het werkelijke welzijnsniveau van dieren op boerderijen en daardoor ook een noodzaak voor een wetenschappelijk onderbouwde welzijnsmaatlat. De EU heeft van 2004 to 2009 een onderzoeksproject gefinancierd genaamd Welfare Quality® met als doelstelling “het ontwikkelen van een gestandaardiseerd dierenwelzijnsmonitor” en “het identificeren van praktische oplossingen voor het verbeteren van dierenwelzijn”. Dit proefschrift heeft bijgedragen aan het ontwerpen van een welzijnsmonitor op bedrijfsniveau voor vleeskalveren met als specifieke doelstelling de kwaliteit van de verschillende waarnemingen te toetsen betreffende hun validiteit, betrouwbaarheid en uitvoerbaarheid. Verder is voor elke waarneming gekeken naar specifieke risicofactoren voor een verlaagd dierenwelzijn op in totaal 174 kalverbedrijven in de drie belangrijkste vleeskalverproductielanden in Europa (Frankrijk, Nederland en Italië).
Laat de varkens los : nieuw perspectief voor boer en landschapsbeheer in Overijssel
Holster, H.C. ; Mul, M.F. - \ 2013
Lelystad : Livestock Research Wageningen UR - 20
varkens - landschapsbeheer - scharrelhouderij - slachtdieren - overijssel - nederland - dierhouderij - rassen (dieren) - smaak - natuurlandschap - gezondheid - pigs - landscape management - free range husbandry - meat animals - netherlands - animal husbandry - breeds - taste - natural landscape - health
Wat zijn precies de functies die een varken in het landschap kunnen vervullen? Kan dat zomaar, varkens in het wild; waar moet je dan rekening mee houden? Is het wel rendabel om varkens te houden? Dit e-book geeft antwoorden, beelden en richting op deze vragen, specifiek voor de provincie Overijssel.
Options for closing the phosphorus cycle in agriculture : assessment of options for Northwest Europe and the Netherlands
Lesschen, J.P. ; Kolk, J.W.H. van der; Dijk, K.C. van; Willemse, J. - \ 2013
Wageningen : Wettelijke Onderzoekstaken Natuur & Milieu (WOt-werkdocument 353) - 47
veehouderij - dierhouderij - veevoeder - dierlijke meststoffen - fosfor - nutrientenbeheer - kringlopen - mestoverschotten - gesloten systemen - landbouwbeleid - regionaal landbouwbeleid - noordwest-europa - livestock farming - animal husbandry - fodder - animal manures - phosphorus - nutrient management - cycling - manure surpluses - closed systems - agricultural policy - regional agricultural policy - northwestern europe
This study assessed which options are available for closing the feed-manure phosphorus cycle in agriculture and their contribution to the reduction of the P surplus and P use efficiency. This was assessed at a national scale for the Netherlands as well as a regional scale for Northwest Europe. No export of animal products, with as a consequence the reduction in livestock numbers, is most effective in reducing external P inputs. An effective option that is easier to implement is the reduction in P excretion through changes in the feed intake. For Nortwest Europe the combination of all five options can lead to a reduction of external P inputs of about 50%. For the Netherlands the combination of the options result in a reduction in external P inputs of 35% and a reduction of the manure export of 26%. The effectiveness of large scale manure treatment in the Netherlands is limited
Innoveren in de veehouderij
Bos, Bram - \ 2013
animal husbandry - innovations - animal housing - animal welfare - sustainability - sustainable animal husbandry - livestock farming - education - teachers - continuing training - professional education - agricultural colleges
Check title to add to marked list
<< previous | next >>

Show 20 50 100 records per page

 
Please log in to use this service. Login as Wageningen University & Research user or guest user in upper right hand corner of this page.