Staff Publications

Staff Publications

  • external user (warningwarning)
  • Log in as
  • language uk
  • About

    'Staff publications' is the digital repository of Wageningen University & Research

    'Staff publications' contains references to publications authored by Wageningen University staff from 1976 onward.

    Publications authored by the staff of the Research Institutes are available from 1995 onwards.

    Full text documents are added when available. The database is updated daily and currently holds about 240,000 items, of which 72,000 in open access.

    We have a manual that explains all the features 

Current refinement(s):

Records 1 - 20 / 423

  • help
  • print

    Print search results

  • export
    A maximum of 250 titles can be exported. Please, refine your queryYou can also select and export up to 30 titles via your marked list.
  • alert
    We will mail you new results for this query: keywords==aquatic ecosystems
Check title to add to marked list
Ecologisch Gericht Suppleren: meetplan geïntegreerde ecosysteem survey 2017
Baptist, Martin ; Bolle, Loes ; Couperus, Bram ; Tulp, Ingrid ; Hal, Ralf van - \ 2017
Den Helder : Wageningen Marine Research (Wageningen Marine Research rapport C017/17) - 78
visfauna - benthos - zandsuppletie - natura 2000 - noordzee - kustbeheer - aquatische ecosystemen - habitatbeheer - mariene ecologie - fish fauna - sand suppletion - north sea - coastal management - aquatic ecosystems - habitat management - marine ecology
Suppleties van zand op vooroever of strand worden in opdracht van Rijkswaterstaat uitgevoerd om de Nederlandse kust tegen erosie te beschermen en om voldoende zand in het kustfundament te houden. Een groot deel van de suppleties vindt plaats in of nabij de kuststrook die binnen de Natura2000 regelgeving wordt beschermd, de Noordzeekustzone. Het is dus van belang de eventuele effecten van deze praktijk op de natuur zorgvuldig te bestuderen, zodat dit effect kan worden afgezet tegenover het algemene nut voor de maatschappij. Betere kennis van de effecten kan leiden tot beperking van eventuele schade aan- en mogelijk zelfs tot versterking van- gewenste natuurwaarden en ecosysteemdiensten. Tot nog toe is er relatief weinig aandacht geweest voor de gevolgen van suppleren op vispopulaties in vergelijking met benthos, terwijl de kinderkamerfunctie van de ondiepe kustzone een zeer belangrijke economische ecosysteemdienst levert. Kennis van de habitatfactoren die het voorkomen van juveniele vis in kinderkamers bepalen leidt tot een verbeterd inzicht van de gevolgen van suppleties op vispopulaties en van de voedselketen van viseters in de ondiepe kustzone. In overleg met natuurorganisaties en de kennisinstituten Deltares en Wageningen Marine Research is in 2016 het document `Ecologische effecten van zandsuppleties’ (Herman et al., 2016) geschreven met als doel onderzoek te formuleren naar ecologische effecten van zandsuppleties. In het onderdeel ‘uitvoeringsplan’ (deel C in Herman et al. 2016) zijn 3 onderzoekslijnen (ook wel Krachtlijnen genoemd) gedefinieerd, te weten: Vooroever, Duinen en Waddenzee. Het hier beschreven meetplan voor een survey in 2017 valt onder de onderzoekslijn Vooroever. De onderzoeksvraag die in dit meetplan wordt behandeld volgt uit de prioritering van de krachtlijn Vooroever: (Cumulatieve) gevolgen van reguliere suppleties op samenstelling en functioneren van het ecosysteem van de vooroever. Deze onderzoeksvraag luidt: “Wat zijn de cumulatieve gevolgen van reguliere suppleties op samenstelling en functioneren van het ecosysteem van de ondiepe vooroever van de Nederlandse kust?” Conform het plan van aanpak voor dit programma (Herman et al., 2016) wordt voorgesteld om een survey uit te voeren in de vooroever (0 tot 10-12 m diepte), waarbij benthos, vis en habitatkarakteristieken worden bemonsterd. Deze geïntegreerde ecosysteem survey is daarmee een onderdeel van een groter pakket van geplande dataverzameling in het kader van Ecologisch Gericht Suppleren II. Het hoofddoel van de survey is om data te verzamelen over het voorkomen van (juveniele) vis in relatie tot relevante omgevingsvariabelen, zowel abiotisch als biotisch. De survey zal inzicht verschaffen in het functioneren van het kustecosysteem en kennis opdoen over de wisselwerking met biotische en abiotische omgevingsvariabelen. De resultaten van de survey zullen dienen voor het opstellen van habitatmodellen voor juveniele vis om hiermee effecten van suppleties te kwantificeren. Dit rapport beschrijft de meetstrategie, de meetmethoden, de te meten variabelen (vis, benthos en omgevingsvariabelen) en de bemonsteringslocaties voor de ondiepe geïntegreerde ecosysteem survey 2017.
A blooming business : Identifying limits to Lake Taihu's nutrient input
Janssen, Annette B.G. - \ 2017
University. Promotor(en): Wolf Mooij, co-promotor(en): J.H. Janse; A.A. van Dam. - Wageningen : Wageningen University - ISBN 9789463431897 - 268
lakes - freshwater ecology - aquatic ecosystems - nutrients - cycling - nutrient flows - biodiversity - algae - models - critical loads - limnology - spatial variation - ecological restoration - china - meren - zoetwaterecologie - aquatische ecosystemen - voedingsstoffen - kringlopen - nutriëntenstromen - biodiversiteit - algen - modellen - limnologie - ruimtelijke variatie - ecologisch herstel

Last century, Lake Taihu (China) became serious eutrophic due to excessive nutrient input. During the 1980s, the first algal blooms emerged in the lake, reaching disastrous proportions in 2007. During that year, the intake of drinking water had to be shut down and millions of people had to look for an alternative source of drinking water. This raises the question whether such problems can be avoided. Of crucial importance in avoiding and reducing toxic algal blooms is the identification of the maximum nutrient load ecosystems can absorb, while remaining in a good ecological state. In this thesis, I aim to determine the critical nutrient load for Lake Taihu. I approach the search for critical nutrient loads of Lake Taihu in five steps with diversity as an overarching topic throughout this thesis: diversity in lakes, diversity in models, diversity in spatial distribution of nutrient and water sources, diversity in the development of lakes around the earth and finally diversity within specific lakes. From the long list of available models I chose the model PCLake to use in my analysis because it is the most extensively used food web model applied for bifurcation analysis of shallow aquatic ecosystems. The approach has resulted in a range of critical nutrient loads for different parts of Lake Taihu. Furthermore, critical nutrient loads depend on management goals, i.e. the maximum allowable chlorophyll-a concentration. According to the model results, total nutrient loads need to be more than halved to reach chlorophyll-a concentrations of 30-40 μg.L-1 in most sections of the lake. To prevent phytoplankton blooms with 20 μg.L-1 chlorophyll-a throughout Lake Taihu, both phosphorus and nitrogen loads need a nearly 90% reduction. This range contrasts to the single point of recovery that is often found for small shallow lakes. The range in critical nutrient loads found for Lake Taihu can be interpreted as providing a path of recovery for which each step leads to water quality improvement in certain parts of the lake. To reach total recovery, nutrient reduction seems to be the most promising management option.

Safeguarding water availability for food and ecosystems under global change : modelling and assessment of the role of environmental flows
Pastor, Amandine V. - \ 2017
University. Promotor(en): Pavel Kabat, co-promotor(en): Fulco Ludwig; Hester Biemans. - Wageningen : Wageningen University - ISBN 9789463431767 - 177
water availability - water management - flow - water deficit - food security - food production - global warming - aquatic ecosystems - waterbeschikbaarheid - waterbeheer - stroming - watertekort - voedselzekerheid - voedselproductie - opwarming van de aarde - aquatische ecosystemen

In a context of future population increase and intensification of water cycle by climate change, water demand for irrigation is projected to double. However, freshwater resources have been degraded the last decades especially in rivers via fragmentation, dam contraction and pollution. Flow alteration and degradation lead to 80% of freshwater ecosystem species loss. In this thesis, a robust and reliable Environmental Flow (EF) method was developed for global scale: the Variable Monthly Flow (VMF) method. This method allowed estimating EF deficit at global scale including its origin, timing, frequency and magnitude. By setting EFRs as priority user in a global vegetation and hydrological model (LPJmL), irrigation loss due to EFRs implementation were assessed at 30% leading to 5% global calorie loss. To maintain water allocation to humans and ecosystems under global change, food imports would require to increase by 15% especially from Latin America to South of Asia.

Monitoring vooroeververdediging Oosterschelde 2015 : locaties: Zeelandbrug en Lokkersnol
Tangelder, Martijn ; Heuvel-Greve, Martine van den; Kluijver, Maria de - \ 2016
Yerseke : Wageningen Marine Research (Wageningen Marine Research rapport C098/16) - 86
oeverbescherming van rivieren - dijken - steenwerk - aquatische ecosystemen - zware metalen - waterorganismen - oosterschelde - westerschelde - nederland - riverbank protection - dykes - stonework - aquatic ecosystems - heavy metals - aquatic organisms - eastern scheldt - western scheldt - netherlands
Rijkswaterstaat heeft aan Wageningen Marine Research opdracht gegeven om in 2015 de T6-monitoring uit te voeren voor Cluster 1 locaties Zuidhoek-De Val (“Zeelandbrug”) en Cauwersinlaag (“Lokkersnol”) in de Oosterschelde. Het doel van deze monitoring is het bepalen van de samenstelling en biodiversiteit van de aanwezige levensgemeenschappen op harde en zachte substraten, en de bepaling van de gehalten aan zware metalen in mosselen en oesters. Voor locatie Lokkersnol is de monitoring alleen op levensgemeenschappen van zachte substraten gericht. De monitoring is uitgevoerd in samenwerking met Stichting Zeeschelp en TNO.
Pulse fishing and its effects on the marine ecosystem fisheries : an update of the scientific knowledge
Rijnsdorp, Adriaan ; Haan, Dick de; Smith, Sarah ; Strietman, Wouter Jan - \ 2016
IJmuiden : Wageningen Marine Research (Wageningen Marine Research report C117/16) - 30
pulse trawling - fishing methods - fisheries - aquatic ecology - marine ecology - aquatic ecosystems - pulsvisserij - vismethoden - visserij - aquatische ecologie - mariene ecologie - aquatische ecosystemen
This report summarises the knowledge on the effects of pulse trawls used in the North Sea fishery for flatfish and brown shrimp. The report describes the electrical characteristics of the pulse trawl systems currently used (potential difference over electrode pairs, pulse frequency, pulse width, duty cycle and dimensions of the gear). The shrimp pulse applies a low frequency pulse that invokes a startle response (tailflip) in shrimps. The sole pulse applies a higher frequency that invokes a cramp response that immobilise the fish species facilitating the catching process.
The TOXSWA model version 3.3 for pesticide behaviour in small surface waters : description of processes
Horst, M.M.S. ter; Beltman, W.H.J. ; Berg, F. van den - \ 2016
Wageningen : Statutory Research Tasks Unit for Nature & the Environment (WOt-technical report 84) - 72
pesticides - surface water - models - modeling - aquatic ecosystems - drainage - runoff - pesticiden - oppervlaktewater - modellen - modelleren - aquatische ecosystemen - oppervlakkige afvoer
In the European Union (EU) the risk of plant protection products to aquatic organisms is assessed accordingto regulation 1107/2009. For this assessment the FOCUS Surface Water Scenarios have been developed. TheTOXSWA model is included in the FOCUS Surface Water Software tools to calculate the exposureconcentration in the water systems defined in those scenarios. At the national level the TOXSWA model isused to assess the exposure concentration in the water system defined in national scenarios. In this report adescription is given of the hydrology in the Dutch and EU water body systems and the fate of pesticides andtheir metabolites in water and sediment. The pesticide can enter the system by spray drift and/or drainageand run-off. The transport in the water system is described by advection, dispersion and diffusion. Theexchange at the water-sediment interface is described based on advection/diffusion. Other processes aresorption, volatilisation at the water – air interface and transformation in both the water layer and thesediment. The formation and transformation of metabolites in both compartments are described. The reportpresents an outlook on the improvements in the next version as well as on future developments.
The ecology of ditches : a modeling perspective
Gerven, Luuk P.A. - \ 2016
University. Promotor(en): W.M. Mooij, co-promotor(en): Jeroen de Klein; J.H. Janse. - Wageningen : Wageningen University - ISBN 9789462579316 - 137
ditches - aquatic ecology - ecology - modeling - aquatic plants - aquatic ecosystems - water flow - sloten - aquatische ecologie - ecologie - modelleren - waterplanten - aquatische ecosystemen - waterstroming

The Netherlands is well-known for its extended networks of drainage ditches, with a total ditch length of about 300.000 km. Their main function is to enable agriculture by draining water. Nonetheless, ditches also have important ecological functions. They serve as ecological corridors and harbor a high biodiversity in which water plants play a crucial role. The last decades, the ecological quality of ditches is at stake. Enhanced nutrient inputs promoted the invasion by dense mats of free-floating plants like duckweed. Underneath these mats the water becomes dark and anoxic, which severely constrains aquatic life.

In this thesis I developed new concepts to better understand, predict and combat the dominance by free-floating plants in ditches. The following questions are addressed. Are floating plants a self-stabilizing state - an alternative stable state - which would make it more difficult to combat floating-plant dominance (chapter 2)? Does it make sense to fight floating-plant dominance by reducing nitrogen (N) inputs to the ditches or will it lead to an invasion of floating plants that can fix N2 from the atmosphere (chapter 3)? What about spatial aspects, does the vulnerability of a ditch to floating plants depend on the position of a ditch in a polder, like its distance to the polder outlet (chapter 4)? To answer these questions, I used ecological models that predict the abundance of free-floating plants based on the competition for nutrients and light with other plants such as submerged plants, and where possible validated these models with field data. Starting from the ecosystem model PCDitch, I developed and combined models with different complexity to see how theoretical concepts, developed in minimal models, translate to the ecosystem level. Chapter 5 deals with a method that facilitates this up- and downscaling in model complexity.

Are floating plants an alternative stable state? To answer this question I extended mechanistic resource competition theory with a framework (minimal model) describing the competition of floating and submerged plants for light and nutrients. The model predicts that the competitive advantage of floating plants - they have a primacy for light and shade submerged plants, giving rise to asymmetry in competition for light - makes that floating plants always dominate at high supply of light and nutrients. At intermediate nutrient supply, there can be alternative stable states: either the submerged plants or the floating plants dominate depending on who established first. However, based on the traits of common floating plants (duckweed; Lemna) and submerged plants (waterweed; Elodea) the model predicts, in line with field data, that floating plants are not an alternative stable state. Furthermore, from a theoretical point of view this study shows that the asymmetry in light competition ensures that common rules from standard competition theory do not apply anymore. Like the R* rule, which states that the species that can persist at the lowest resource levels always wins the competition.

Can duckweed-dominance be combatted by reducing N inputs to the ditches? Or does this promote other floating plants like water fern (Azolla) that can fix N2 from the atmosphere? Important is the question whether such N2-fixers can provide enough N to prevent N-limitation and keep the system P-limited, which would make steering on N inputs ineffective. To investigate this, I considered the competition between Lemna and Azolla for N, P and light. Both a minimal model, an ecosystem model (PCDitch) and field data reveal that N2-fixation is unlikely to lead to P-limitation. This can be explained by N2-fixers typically requiring higher P concentrations to persist, implying that they cannot keep the P concentration low enough for non-N2-fixers to become P-limited. In combination with field data that hint at constraints on N2-fixation that prevent N2-fixers from becoming abundant at low N availability, this suggests that it certainly pays off to combat floating plant-dominance by reducing N inputs.

Is every ditch in a polder equally vulnerable to floating plants? Each ditch in a polder receives water and nutrients from the adjacent land. This leads to a spatial gradient in water flow and associated nutrient loading, from low in the remote polder sites to high in the direction of the polder outlet where the water leaves the polder. I explored if this spatial gradient affects the vulnerability of a ditch to floating plants, by investigating with a simple nutrient model how this gradient affects the nutrient concentration of the ditches and by subsequently predicting the gradient's effect on the ditch ecology by applying the ecosystem model PCDitch spatially, through coupling PCDitch to the 1-D hydrodynamic model SOBEK. Surprisingly, we found that every ditch is equally vulnerable to floating plants, despite the spatial gradient in water flow and nutrient loading. It turned out that the ecological state of each ditch could already be predicted by regarding only the lateral supply of water and nutrients from the adjacent land, and not the supply from upstream ditches. However, these findings are violated when there is spatial heterogeneity in the water and nutrient supply from the adjacent land or in ditch characteristics like depth and sediment type. Then, the chance on floating-plant dominance differs throughout the network and a spatial modelling approach (PCDitch-SOBEK) is required to predict this chance.

Developing and combining models of different complexity plays an important role in this thesis. To do so, I used a Database Approach To Modelling (DATM), a recently developed method in which a model is stored in tables in a clear and clean way, which facilitates model development. In addition, with DATM a model can be automatically implemented in a modelling environment of choice. This relieves technical implementation issues and leaves room to focus on ecology rather than technology. I illustrated the use of DATM by implementing and analyzing the ecosystem model PCDitch and its twin model for shallow lakes PCLake in different modelling environments by using DATM. This showed that DATM allows one to use the environment one is familiar with and eases the switch to other environments for complementary analyses, including analysis in a spatial 1-D to 3-D setting.

The insights provided by this thesis can help us to improve the ecological quality of ditches. A challenging task, given the fast human-driven environmental changes at both local and global level. To predict and to anticipate the effect of these changes on the ecology, it is essential to understand how the ditch ecosystem functions. The developed and applied methods described in this thesis may be helpful in that. For example, using models of different complexity makes it possible to translate fundamental theory to the ecosystem scale, which is essential to better grasp the behavior of an ecosystem. Furthermore, the in this thesis established coupling between PCDitch and SOBEK breaks new grounds for spatial ecosystem modelling. In combination with the growing amount of remote sensing data from satellites and drones, which allow for the continuous and potentially real-time validation and calibration of spatial ecosystem models, such a spatial approach has the potential to greatly increase our ecological understanding of ditches. These advances facilitate the development of successful management strategies that make our ditch ecosystems future-proof.

Herstel en ontwikkeling van laagdynamische, aquatische systemen in het rivierengebied
Arts, Gertie ; Verdonschot, Ralf ; Maas, Gilbert ; Massop, Harry ; Ottburg, Fabrice ; Weeda, Eddy - \ 2016
Driebergen : Vereniging van Bos- en Natuurterreineigenaren, VBNE (Alterra-rapport 2729) - 128
aquatische ecosystemen - aquatisch milieu - ecologisch herstel - rivierengebied - nederland - aquatic ecosystems - aquatic environment - ecological restoration - netherlands
Na een inleiding (Hoofdstuk 1) beschrijft het rapport achtereenvolgens de macro-evertebraten (Hoofdstuk 2); de vissen, amfibieën en reptielen (Hoofdstuk 3); en de waterplanten van het rivierengebied (Hoofdstuk 4). Hoofdstuk 5 beschrijft de uitgevoerde GIS analyse en presenteert de resultaten en de kansenkaarten. Alle gegenereerde kaarten zijn opgenomen in twee bijlagerapporten. Hoofdstuk 6 geeft een discussie van het uitgevoerde onderzoek ten aanzien van de methode, de beschikbare gegevens en de analyse en plaatst de resultaten in het licht van uitgevoerde herstelmaatregelen in het rivierengebied. Hoofdstuk 7 vat de voornaamste conclusies samen. Hoofdstuk 8 geeft een overzicht van de gebruikte literatuur.
Evaluatie van de ecologische effectiviteit van de houtconstructies in de Snelle loop
Verdonschot, R.C.M. ; Brugmans, Bart ; Moeleker, Mieke ; Verdonschot, P.F.M. - \ 2016
H2O online (2016)27 juli.
ecologie - waterlopen - noord-brabant - hydrologie - macrofauna - monitoring - bemonsteren - hout - aquatische ecosystemen - dood hout - ecology - streams - hydrology - sampling - wood - aquatic ecosystems - dead wood
In de Snelle Loop zijn in 2012 verschillende typen houtconstructies aangebracht. Waterschap Aa en Maas en studenten van de HAS Hogeschool in Den Bosch verrichten sindsdien jaarlijks fysisch-chemische, hydromorfologische en biologische metingen. In deze studie zijn de tot nu toe verzamelde gegevens over de effecten op de levensgemeenschap na drie jaar geëvalueerd. Het hout bleek effect te hebben op de levensgemeenschap, maar grote jaarlijkse verschillen lieten zien dat met name effecten op een groter schaalniveau een sturende rol spelen. Er worden aanbevelingen gedaan voor de opzet van monitoring om onderscheid te kunnen maken tussen effecten op verschillende schaalniveaus
Ecologische kantelpunten in de Nederlandse grote wateren : Discussie memo over recente inzichten, voorbeelden en onderzoeksvragen
Veraart, J.A. ; Reijers, Valerie ; Lange, H.J. de; Nes, E.H. van; Kosten, S. ; Baptist, M.J. ; Noordhuis, Ruurd ; Platteeuw, M. - \ 2016
- 33 p.
aquatische ecologie - watersystemen - waterbeheer - waterkwaliteit - aquatische ecosystemen - aquatic ecology - water systems - water management - water quality - aquatic ecosystems
Deze memo beschrijft recente inzichten op het terrein van ecologische kantelpunten die zijn opgedaan in onderzoek en bij Rijkswaterstaat. Gegeven de korte projectduur (twee maanden) is er niet gestreefd naar volledigheid, maar zijn er inzichten bijeengebracht die behulpzaam zijn om de discussie aan te zwengelen over wat de kantelpuntentheorie kan betekenen voor het beheer, evaluatie en monitoring van de grote wateren. In het sterk gemodificeerde Nederlandse watersysteem is het moeilijk om vast te stellen of alternatieve evenwichten onder gelijke condities mogelijk zijn en dat kantelpunten hiertussen plaatsvinden. Alternatieve evenwichten en terugkoppelingsmechanismen zijn het best onderbouwd en omschreven in de literatuur voor de Waddenzee en Veluwemeer. In de estuaria zijn er veel indicaties maar ook veel onzekerheden. In het rivierengebied is het de vraag of alternatieve evenwichten kunnen bestaan. Het beter begrijpen van terugkoppelingsmechanismen in de Nederlandse zoete en zoute wateren, en de interacties hiertussen, wordt echter breed onderschreven. Terugkoppelingsmechanismen
zijn met het kantelpuntenconcept goed te onderzoeken voor alle watersystemen en een beter begrip hierover is nuttig voor beleidsevaluaties, het inschatten van het effect van ecologische ingrepen en monitoringsplannen. Het is belangrijk om ook rekening te houden met ‘onbekende’ en niet kwantificeerbare factoren die de veerkracht van een ecosysteem kunnen beïnvloeden. Er is nog niet veel bekend over de invloed van microverontreinigingen, trofische cascades (vissen, vogels), microbiële bodemactiviteit en de rol van hydromorfologische dynamiek in rivieren en estuaria op de ecologische veerkracht van een watersysteem. Het is aan te bevelen om eerst met een aantal casestudies te
verkennen wat de mogelijkheden en datavereisten zijn om met langjarige tijdreeksen (ecologie, waterkwaliteit) indicatoren te bepalen die iets zeggen over verandering in ecologische veerkracht. Voorts doen wij de aanbeveling om het begrip ' Safe operating Space’ beter hanteerbaar te maken voor wateren natuurbeheerders.
Costs of seabed protection on the Frisian Front and Central Oyster Grounds for the Dutch fishing sector : addendum to LEI report 2015-145
Oostenbrugge, J.A.E. van; Turenhout, M.N.J. ; Hamon, K.G. - \ 2016
Wageningen : LEI Wageningen UR (Memorandum / LEI Wageningen UR 2016-062) - 29 p.
cost benefit analysis - fisheries - aquatic ecosystems - protection - benthos - ecosystems - oyster culture - north sea - kosten-batenanalyse - visserij - aquatische ecosystemen - bescherming - ecosystemen - oesterteelt - noordzee
This memorandum provides an estimation of the costs for four variant closures for the protection of the benthic ecosystem on the Frisian Front and the Central Oyster Grounds for the Dutch fishing sector in addition to the cost-benefit analysis carried out in Van Oostenbrugge et al. (2015). The two preferential variants lead to similar costs for the fisheries sector, whereas the costs of the two alternative combinations are either 20% higher or lower.
The ecological effects of deep sand extraction on the Dutch continental shelf : Implications for future sand extraction
Jong, M.F. de - \ 2016
University. Promotor(en): Han Lindeboom; P. Hoekstra, co-promotor(en): Martin Baptist. - Wageningen : Wageningen University - ISBN 9789462576834 - 164 p.
sand - coastal areas - ecology - marine environment - marine ecology - aquatic ecosystems - netherlands - zand - kustgebieden - ecologie - marien milieu - mariene ecologie - aquatische ecosystemen - nederland
Assessing the effects of chemicals on aquatic microbial ecosystems
Rocha Dimitrov, M. - \ 2016
University. Promotor(en): Hauke Smidt; Paul van den Brink. - Wageningen : Wageningen University - ISBN 9789462576667 - 264 p.
aquatic ecosystems - microorganisms - macroinvertebrates - microbial ecology - aquatic fungi - chemicals - tebuconazole - fungicide residues - pesticides - marine sediments - toxicity - enrofloxacin - fluoroquinolones - zooplankton - phytoplankton - antibiotic resistance - periphyton - bacteria - ecological risk assessment - aquatische ecosystemen - micro-organismen - macroinvertebraten - microbiële ecologie - waterschimmels - chemicaliën - tebuconazool - fungicidenresiduen - pesticiden - mariene sedimenten - toxiciteit - enrofloxacine - fluoroquinolonen - zoöplankton - fytoplankton - antibioticaresistentie - perifyton - bacteriën - ecologische risicoschatting
Ecotopenkaart voor het Eems-Dollard estuarium
Ysebaert, T. ; Wal, J.T. van der; Tangelder, M. ; Groot, A.V. de; Baptist, M.J. - \ 2016
Yerseke : IMARES (Rapport / IMARES C059/15) - 48 p.
estuaria - aquatische ecosystemen - habitatbeheer - ecologische beoordeling - aquatische ecologie - eems-dollard - estuaries - aquatic ecosystems - habitat management - ecological assessment - aquatic ecology
Dit rapport geeft een eerste aanzet tot het maken van een actuele ecotopenkaart voor het Eems-Dollard estuarium (NL en D deel, excl. Unterems) volgens de ZES.1 methodiek. Dit is één van de instrumenten die kan worden gebruikt voor het evalueren van mogelijke maatregelen in het MIRT-onderzoek en de mogelijke MIRT-verkenning Eems-Dollard. Daarnaast kan deze dienen als aanzet voor een operationele ecotopenkaart van het Eems-Dollard estuarium voor meer algemene beleidsondersteuning. De methode laat tevens toe een vergelijking te maken met ecotopenkaarten van bijv. de Westerschelde.
Mosselbanken en oesterbanken op droogvallende platen in de Nederlandse kustwateren in 2015: bestand en arealen
Ende, D. van den; Brummelhuis, E.B.M. ; Zweeden, C. van; Asch, M. van; Troost, K. - \ 2016
Yerseke : IMARES (Rapport / IMARES C168/15) - 45 p.
mossels - oesters - kustwateren - biomassa - inventarisaties - aquatische ecosystemen - nederland - mussels - oysters - coastal water - biomass - inventories - aquatic ecosystems - netherlands
IMARES carried out mussel (Mytilus edulis) and oyster (Crassostrea gigas) stock assessments in the littoral areas of the Dutch Wadden Sea, Oosterschelde bay and Westerschelde estuary in 2015. Both surface bed area as well as total biomass stock were assessed. These surveys are part of the annual shellfish inventories, as commissioned by the Dutch Ministry of Economic Affairs (EZ) and carried out by IMARES, in collaboration with both the fisheries industry and the ministry of EZ. These surveys are conducted to aid policy makers with regard to the shellfish industry, and are an important source of information for further ecosystem studies.
Impact Assessment of the Flyshoot fishery in Natura 2000 and MSFD areas of the Dutch continental shelf
Rijnsdorp, A.D. ; Bos, O.G. ; Slijkerman, D.M.E. - \ 2015
IJmuiden : IMARES (Report / IMARES C162/15) - 24 p.
marine fisheries - fishing methods - fishing gear - environmental impact - aquatic ecosystems - north sea - netherlands - zeevisserij - vismethoden - vistuig - milieueffect - aquatische ecosystemen - noordzee - nederland
Invasieve soorten Waddenzee: : Introductiekansen van probleemsoorten via schelpdiertransport
Tamis, J.E. ; Sneekes, A.C. ; Jak, R.G. - \ 2015
Den Helder : IMARES (Rapport / IMARES C173/15) - 49 p.
invasieve soorten - schaaldieren - veevervoer - verspreiding - aquatische ecosystemen - milieueffect - waddenzee - nederland - invasive species - shellfish - transport of animals - dispersal - aquatic ecosystems - environmental impact - wadden sea - netherlands
Invasieve soorten Waddenzee: : Ecosysteem resistentie en de Filipijnse tapijtschelp
Sneekes, A.C. ; Mendez Merino, Natalia ; Weide, B.E. van der; Glorius, S.T. ; Tamis, J.E. - \ 2015
Den Helder : IMARES (Rapport / IMARES C175/15) - 67 p.
invasieve soorten - schaaldieren - veevervoer - weerstand - aquatische ecosystemen - milieueffect - waddenzee - nederland - invasive species - shellfish - transport of animals - resistance - aquatic ecosystems - environmental impact - wadden sea - netherlands
Dynamiek van schelpdierbanken in de nederlandse kustzone
Kamermans, P. ; Goudswaard, P.C. ; Asch, M. van; Bos, O.G. - \ 2015
Yerseke : IMARES (Rapport / IMARES C186/15) - 31 p.
schaaldieren - dynamica - aquatische ecosystemen - kustgebieden - kustwateren - karteringen - nederland - shellfish - dynamics - aquatic ecosystems - coastal areas - coastal water - surveys - netherlands
Ecosysteemeffecten van lokaal veranderde slibgehaltes in de westelijke Waddenzee
Brinkman, A.G. - \ 2015
Den Helder : IMARES (Rapport / IMARES C157/15) - 121 p.
algen - schaaldieren - troebelheid - modellen - silt - aquatische ecosystemen - waddenzee - algae - shellfish - turbidity - models - aquatic ecosystems - wadden sea
Door middel van modelberekeningen is onderzocht hoe gevoelig primaire (algen) en secundaire (schelpdier‐)productie in de westelijke Waddenzee is voor een veranderde troebelheid. De studie is onderdeel van een gezamenlijke studie van Deltares‐IMARES naar antropogene invloeden op de primaire en secundaire productie. In de voorliggende studie worden ten behoeve van die analyse veel grotere troebelheidsveranderingen verondersteld dan welke in de praktijk kunnen voorkomen.
Check title to add to marked list
<< previous | next >>

Show 20 50 100 records per page

 
Please log in to use this service. Login as Wageningen University & Research user or guest user in upper right hand corner of this page.