Staff Publications

Staff Publications

  • external user (warningwarning)
  • Log in as
  • language uk
  • About

    'Staff publications' is the digital repository of Wageningen University & Research

    'Staff publications' contains references to publications authored by Wageningen University staff from 1976 onward.

    Publications authored by the staff of the Research Institutes are available from 1995 onwards.

    Full text documents are added when available. The database is updated daily and currently holds about 240,000 items, of which 72,000 in open access.

    We have a manual that explains all the features 

Current refinement(s):

Records 1 - 20 / 458

  • help
  • print

    Print search results

  • export
    A maximum of 250 titles can be exported. Please, refine your queryYou can also select and export up to 30 titles via your marked list.
  • alert
    We will mail you new results for this query: keywords==bestrijdingsmethoden
Check title to add to marked list
Socio-economic modelling of rabies control in Flores Island, Indonesia
Wera, Ewaldus - \ 2017
University. Promotor(en): Henk Hogeveen, co-promotor(en): Monique Mourits. - Wageningen : Wageningen University - ISBN 9789463430586 - 182
rabies - rabies virus - control programmes - control methods - dogs - indonesia - decision making - vaccination - hondsdolheid - hondsdolheidvirus - bestrijdingsprogramma's - bestrijdingsmethoden - honden - indonesië - besluitvorming - vaccinatie

Rabies is a zoonotic viral disease that can cause encephalomyelitis both in animals and humans. Since its introduction in Flores Island, Indonesia in 1997, it has been a serious public health threat with significant economic consequences. To control the disease, annual dog vaccination campaigns have been implemented to vaccinate all dogs free of any charge. Nevertheless, the campaigns have not been successful in eliminating rabies from the island.

The main objective of this dissertation was to support future decisions on the control of rabies in Flores Island by providing insight into the role of socio-demographic and psychological factors of dog owners in the uptake of rabies control measures and by analyzing the cost-effectiveness of alternative mass dog vaccination strategies.

By means of a cost accounting model, the costs of the currently applied rabies control measures in Flores Island were estimated at US$1.12 million (range: US$0.60–1.47 million) per year. The costs of culling roaming dogs resulted in the highest cost portion (39%), followed by the costs of post-exposure treatment (35%) and mass vaccination (24%).

Risk factors associated with the uptake level of rabies control measures were analysed based upon an extensive survey among 450 dog-owners in the regencies of Sikka and Manggarai. Only 52% of these dog owners had at least one of their dogs vaccinated during the 2012 vaccination campaign. Vaccination uptake was significantly higher for dog owners who resided in Sikka, kept female dogs for breeding, had a monthly income of more than one million rupiah, and had easy access to their village.

A study based on the Theory of Planned Behaviour demonstrated that the actual intention of dog owners to participate in a free-of-charge vaccination campaign was high (> 90%). The attitude item ‘vaccinating dogs reduces rabies cases in humans’, and the perceived behavioural control items ‘availability of time’ and ‘ability to confine dogs’ were shown to be significantly associated with this intention level. Relevant considerations to improve the participation level in future vaccination campaigns are therefore appropriate time management as well as the provision of skills to confine dogs during the vaccination.

The cost-effectiveness of different mass dog vaccination strategies was evaluated by means of a deterministic model simulating transmission of rabies virus through the dog population of one village. Annual vaccination using a short-acting vaccine at a coverage of 50% was far from being cost-effective, suggesting that the currently applied rabies control in Flores Island is not an efficient investment in reducing human rabies burden. An increased investment in either an increase in the current coverage or in a switch from the short-acting vaccine to the long-acting vaccine type would certainly pay off.

Slapeloze nachten - Ernstige besmetting van bloedluis bij kippen
Jong, I.C. de - \ 2016
Wageningen Livestock Research
dermanyssus gallinae - pluimveehouderij - diergezondheid - bestrijdingsmethoden - parasieten - poultry farming - animal health - control methods - parasites
De vogelmijt (ook wel bloedluis genoemd) is een parasiet die bij grote aantallen grote effecten heeft op de pluimveehouderij. Bekijk in dit filmpje de effecten en de maatregelen.
Nieuwe methoden van bestrijding van bodemplagen in de glastuinbouw en zomerbloemen
Kruidhof, H.M. ; Vijverberg, Ruben ; Woelke, J.B. ; Bloemhard, C.M.J. ; Holstein, R. van; Leman, A. - \ 2016
- 1 p.
tuinbouw - glastuinbouw - enchytraeidae - phalaenopsis - sciaridae - plecoptera - bestrijdingsmethoden - substraten - insectenplagen - zomerbloemen - sluipwespen - horticulture - greenhouse horticulture - control methods - substrates - insect pests - summer flowers - parasitoid wasps
Doel van dit onderzoek is het ontwikkelen van bestrijdingsmethoden voor Lyprauta en Proceroplatus muggenlarven (“potwormen”) en het beperken van vraatschade aan Phalaenopsis orchideeën. Hiervoor wordt eerst meer basiskennis ontwikkelt over de biologie en leefwijze van de “potwormen”, en wordt er een kweekmethode ontwikkeld. Het onderzoek richt zich tevens op het ontwikkelen van een zogenaamde “push-pull” methode voor de bestrijding van rouwmuggen (Sciaridae) en oevervliegen (Scatella sp.). Poster van het PlantgezondheidEvent 2016.
Anaerobe Grondontsmetting (AGO) voor open teelten
Os, G.J. van; Lamers, J.G. - \ 2016
Wageningen UR - 8 p.
biologische grondontsmetting - biologische bestrijding - nematoda - bestrijdingsmethoden - bodemschimmels - fusarium - verticillium - biological soil sterilization - biological control - control methods - soil fungi
Anaerobe grondontsmetting is een biologische manier van grond ontsmetten. Hiermee wordt een breed scala aan schadelijke ziekten en plagen in de bodem beheersbaar. Het is een goed alternatief voor de chemische grondontsmetting (metamnatrium) ter bestrijding van aaltjes en veelal de enige bestrijdingsmaatregel tegen een aantal ziekteverwekkende bodemschimmels, zoals Fusarium en Verticillium.
Masterplan tripsbestrijding in bloemisterijgewassen
Messelink, G.J. ; Leman, A. ; Weel, P.A. van; Holstein, R. van; Vijverberg, Roland ; Kruidhof, H.M. ; Huang, T. ; Wiegers, G.L. ; Tol, R.W.H.M. van - \ 2016
Wageningen : Wageningen UR Glastuinbouw - 1 p.
tuinbouw - glastuinbouw - endofyten - natuurlijke vijanden - bestrijdingsmethoden - frankliniella occidentalis - chrysanthemum - rosaceae - alstroemeria - amaryllis - potplanten - tomatenbronsvlekkenvirus - afdekken - vallen - windtunnels - horticulture - greenhouse horticulture - endophytes - natural enemies - control methods - pot plants - tomato spotted wilt virus - casing - traps - wind tunnels
Het doel van dit project is om tot betere bestrijdingsstrategieën van trips in de sierteelt onder glas te komen door 1) een weerbaarder gewas met endofyten, 2) preventieve inzet van natuurlijke vijanden en 3) gedragsmanipulatie van volwassen tripsen. Deze pijlers worden vervolgens geïntegreerd tot een systeemaanpak. Poster van het PlantgezondheidEvent 2016.
Ontwikkeling systeemaanpak meeldauw
Hofland-Zijlstra, J.D. ; Breeuwsma, S.J. ; Noordam, Marianne - \ 2016
- 1 p.
biologische bestrijding - tuinbouw - glastuinbouw - bestrijdingsmethoden - meeldauw - kasproeven - potplanten - tomaten - gerbera - rosaceae - ziekteresistentie - biological control - horticulture - greenhouse horticulture - control methods - mildews - greenhouse experiments - pot plants - tomatoes - disease resistance
Doel van dit onderzoek is het ontwikkelen van een systeemaanpak voor de beheersing van meeldauw door de inzet van groene producten (laag-risico profiel) die een bijdrage leveren aan het versterken van natuurlijke afweerreacties. Poster van het PlantgezondheidEvent 2016.
Plaagbestrijding met omnivore roofwantsen
Messelink, G.J. ; Leman, A. ; Elfferich, Caroline ; Kruidhof, H.M. - \ 2016
Wageningen : Wageningen UR Glastuinbouw - 1 p.
bestrijdingsmethoden - tuinbouw - glastuinbouw - plagenbestrijding - reduviidae - tomaten - gerbera - rosaceae - trialeurodes vaporariorum - thrips - tuta - cyrtopeltis tenuis - control methods - horticulture - greenhouse horticulture - pest control - tomatoes
Het doel van dit project is om tot robuuste bestrijdingsmethoden van meerdere plagen te komen door inzet van omnivore roofwantsen in de gewassen tomaat, gerbera en roos, waarbij eigenschappen van het gewas en de omgeving worden aangepast voor een optimale vestiging en plaagbestrijding met minimale risico’s op gewasschade. De bestrijding richt zich op de plagen witte vlieg (gerbera, roos, tomaat) en Echinothrips (gerbera en roos) en op de invasieve plagen Tuta aboluta en Nesidiocoris tenuis (tomaat), maar is ook van nut voor andere plagen zoals spint, mineervlieg en bladluis. Poster van het PlantgezondheidEvent 2016.
Eerste resultaten CATT-behandeling positief
Vreeburg, P.J.M. - \ 2015
BloembollenVisie (2015)325. - ISSN 1571-5558 - p. 20 - 21.
bloembollen - hyacinthus - thrips - methodologie - gecontroleerde omgeving - nematoda - landbouwkundig onderzoek - bestrijdingsmethoden - ornamental bulbs - methodology - controlled atmospheres - agricultural research - control methods
Het eerste jaar onderzoek naar de bestrijding van trips in hyacint door een CATT-behandeling geeft veel hoop op een effectieve bestrijding van trips bij holbollen en leverbaar. Een afdoende bestrijding van stengelaaltjes in bollen is nog niet behaald, maar de behandeling kan mogelijk wel de standaard lichtere warmwaterbehandeling bij narcis vervangen. In 2015 worden de behandelingen verder geoptimaliseerd.
Stap verder tegen wittevlieg in gerbera, maar nog niet ver genoeg : Omnivore roofwansen : kansen, maar soms bloemschade
Staalduinen, J. van; Messelink, G.J. - \ 2015
Onder Glas 12 (2015)2. - p. 36 - 37.
glastuinbouw - snijbloemen - gerbera - organismen ingezet bij biologische bestrijding - reduviidae - bestrijdingsmethoden - nuttig gebruik - landbouwkundig onderzoek - proeven - greenhouse horticulture - cut flowers - biological control agents - control methods - utilization - agricultural research - trials
Omnivore roofwantsen voeden zich zowel met prooien (plagen) als plantmateriaal. Hierdoor zijn zij in principe inzetbaar wanneer er nog géén plagen aanwezig zijn in het gewas. Wageningen UR Glastuinbouw onderzocht welke omnivore roofwantsen perspectief bieden tegen wittevlieg in de gerberateelt. De bestrijdingsresultaten waren bemoedigend, maar in een aantal gevallen veroorzaakten de alleseters ook zuigschade aan de bloemen. Vervolgonderzoek moet meer duidelijkheid verschaffen over hun waarde voor de praktijk.
Bacterieziekten in de bloemisterij
Slootweg, G. ; Dijkema, M.H.G.E. ; Wolf, J.M. van der; Meekes, E. ; Westerhof, J. - \ 2015
Lisse : Praktijkonderzoek Plant en Omgeving BBF - 59
sierteelt - plantenziekteverwekkende bacteriën - microbiële besmetting - vermeerderingsmateriaal - bedrijfshygiëne - maatregelen - bestrijdingsmethoden - elicitoren - bacterieziekten - ornamental horticulture - plant pathogenic bacteria - microbial contamination - propagation materials - industrial hygiene - measures - control methods - elicitors - bacterial diseases
In de bloemisterij kunnen een flink aantal bacterieziekten voorkomen, veroorzaakt door verschillende bacteriën. Ziekteverwekkende bacteriën kunnen een grote variatie aan symptomen laten zien, waaronder natrot, kankers, bladvlekken en dwerggroei. Uit bronnenonderzoek blijkt dat in de kasteelt van paprika bacteriën (Pectobacterium carotovorum subsp. carotovorum) in al het water op de kwekerij aanwezig kunnen zijn en ook goed kunnen overleven in grond en op oppervlakten. Daarnaast is deze bacterie aangetoond op fruitvliegjes in het gewas. In de buitenteelt van Prunus zijn ziekteverwekkende bacteriën (Xanthomonas arboricola pv. pruni en Pseudomonas syringae pv. morsprunorum) aangetoond op onkruidspuitkappen, laarzen, snoeischaren, het doek van het containerveld en buiten- én binnenzijde van beregeningsystemen. Ook op vliegen op vangplaten tussen besmette Prunusplanten zijn deze bacteriën gevonden. Visuele diagnostiek van bacterieziekten is erg lastig. De symptomen lijken erg op elkaar en kunnen snel worden verward met bladvlekkenziekten veroorzaakt door schimmels. In de meeste gevallen wordt de bacterie uit het aangetaste weefsel geïsoleerd. Voor het op naam brengen wordt altijd een serologische (ELISA) of PCR (DNA-)techniek gebruikt. Het is daarvoor echter wel noodzakelijk dat men beschikt over een positieve controle van de op naam te brengen soort. Als men niet weet om welke soort het zou kunnen gaan wordt DNA-sequencing toegepast, om de bacterie op naam te brengen. Bovengenoemde technieken worden zowel bij Naktuinbouw als bij Wageningen UR toegepast. In Sedum is onderzocht of latente besmettingen met Erwinia betrouwbaar zijn aan te tonen. Hiervoor is, onder andere, gebruikt gemaakt van een door PRI ontwikkelde methode waarmee het plantmateriaal onder vacuüm wordt gebracht. Erwinia’s vermeerderen wel goed uit bij een lage zuurstofconcentratie terwijl veel andere bacteriën dan afsterven. Uit dit onderzoek blijkt dat er bij de vacuümmethode niet meer infecties aangetoond worden dan bij (‘klassieke’) verrijking van plantenextracten in een groeimedium. Bij Sedum en Phlox is het effect van een warmwaterbehandeling om plantmateriaal vrij te maken van bacteriebesmetting onderzocht. Het onderzoek is uitgevoerd met stekken van Sedum, waarvan onbekend was of de stekken besmet waren met Dickeya dianthicola en/of Pectobacterium spp. En planten van Phlox, die besmet waren met woekerziek. Na twee dagen voorwarmte zijn twee warmwaterbehandelingen uitgevoerd (30 minuten bij 47°C en 15 min. Bij 50°C. De sedumplanten in de proef waren niet of nauwelijks besmet met Dickeya dianthicola en Pectobacterium spp. waardoor er geen conclusies getrokken kunnen worden over de effectiviteit van de geteste warmwaterbehandelingen. De warmwaterbehandelingen veroorzaakten aan het begin van de groei lichte schade (bladschade, groeivertraging). Al snel waren deze effecten in het gewas niet meer zichtbaar. Bij Phlox bleken beide warmwaterbehandelingen niet effectief tegen woekerziek en gaven veel schade (uitval en afname aantal stelen per plant). Er zijn verschillende stoffen bekend die het afweermechanisme van de plant stimuleren waardoor de plant weerbaarder wordt tegen ziekten en plagen (elicitors). Elicitors zijn met name voor beheersing van bacterieziekten interessant, omdat antibiotica (bacteriedodende middelen) geen toelating kennen voor gewassen. Deze geïnduceerde weerstand is niet specifiek en kan een effect hebben op zowel schimmels, bacteriën en virussen. Elicitors hebben geen direct effect op de bacterie, waardoor geen resistentie kan ontstaan. Het tijdstip van toediening is echter vaak kritischer dan bij toepassing van gangbare (chemische) gewasbeschermingsmiddelen, en bescherming wordt vaak pas enige tijd na toediening verkregen. Voor de beheersing van bacterieziekten op de bedrijven is een lijst met hygiënemaatregelen opgesteld. Deze maatregelen zijn ook kort samengevat in 10 geboden.
Detectie en bestrijding van wol- en schildluis in de sierteelt onder glas
Messelink, G.J. ; Leman, A. ; Vijverberg, R. ; Kruidhof, H.M. ; Woning, J. ; Bruin, A. de; Mumm, R. ; Kogel, W.J. de - \ 2015
Wageningen UR Glastuinbouw (Rapport GTB 1339) - 52
glastuinbouw - plantenplagen - sierteelt - glasgroenten - organismen ingezet bij biologische bestrijding - bestrijdingsmethoden - planococcus citri - detectie - methodologie - landbouwkundig onderzoek - greenhouse horticulture - plant pests - ornamental horticulture - greenhouse vegetables - biological control agents - control methods - detection - methodology - agricultural research
Mealybugs and armoured scales are major pest species in ornamental crops in greenhouses. The first part of this report focuses on mealybug detection. The research presented here builds on previous study in which it was shown on laboratory scale that the odour profile released by plants after damage by mealybugs differs from the odour profile released by undamaged plants and plants that suffer from spider mite or mechanical damage. In the present study the change of several compounds in response to mealybug infection was shown to depend on a number of different factors: the growth stage of the plant (flowering/non-flowering), the time of the day sampling took place, the mealybug density and the duration of the mealybug infection. Although in each of the laboratory experiments several plant volatiles were found to significantly differ between mealybug-infested plants and control plants, so far no candidate indicator-volatiles have been found that always reacted significantly and in the same manner to a mealybug infection. The screening of new pesticides showed one pesticide to be effective against both the citrus mealybug Planococcus citri and the rose scale Aulacapsis rosae. Several isolates of entomopathogenic fungi were able to infect mealybugs in the laboratory, but results obtained in the greenhouse were disappointing. Lacewing larvae of the species Chrysoperla lucasina were able to control mealybugs when released repeatedly. The addition of Ephestia eggs disrupted this control in some cases.
Bacteriën in de Bloemisterij
Slootweg, G. - \ 2015
Wageningen UR
sierteelt - vollegrondsteelt - vermeerderingsmateriaal - microbiële besmetting - plantenziekteverwekkende bacteriën - bedrijfshygiëne - maatregelen - bestrijdingsmethoden - ornamental horticulture - outdoor cropping - propagation materials - microbial contamination - plant pathogenic bacteria - industrial hygiene - measures - control methods
Bacterieziekten zijn een toenemend probleem in de bloemisterij. Ze zijn erg besmettelijk en nauwelijks te bestrijden. Beheersmaatregelen zijn het belangrijkste wapen. Waar komen bacteriën vandaan, hoe beheers je ze en welk onderzoek is er gedaan om besmetting tegen te gaan.
Beheersing aarfusarium en bladvlekkenziekte in zomergerst
Evenhuis, A. ; Schepers, H.T.A.M. - \ 2015
Wageningen : Praktijkonderzoek Plant & Omgeving (Applied Plant Research), part of Wageningen UR Business Unit AGV - 24
akkerbouw - graangewassen - hordeum vulgare - gerst - schimmelziekten - fusarium - gibberella zeae - bladvlekkenziekte - bestrijdingsmethoden - proeven - detectie - fungiciden - arable farming - grain crops - barley - fungal diseases - leaf spotting - control methods - trials - detection - fungicides
Aarfusarium leidt tot kwaliteitsverlies in graangewassen. Aarfusarium in granen wordt veroorzaakt door verschillende ziekteverwekkers van het geslacht Fusarium: De belangrijkste veroorzaker van aarfusarium is F. graminearum. De schimmel infecteert de aar tijdens de bloeiperiode, onder vochtige omstandigheden. Is het tijdens de bloei droog dan is er weinig kans op Fusarium. Is het tijdens en voor de bloei nat dan vergroot dat de kans op aarfusarium. Als een partij tarwe of gerst te zwaar geïnfecteerd is kan dat leiden tot een lagere bakkwaliteit, respectievelijk een lagere brouwkwaliteit. In opdracht van het Productschap Akkerbouw is onderzoek gedaan naar de bestrijding van Fusarium in de teelt van brouwgerst. Het onderzoek is uitgevoerd in samenwerking met de gewasbeschermingsindustrie.
Preventie steeds belangrijker bij stengelaaltje
Dwarswaard, A. ; Vreeburg, P.J.M. - \ 2014
BloembollenVisie (2014)296. - ISSN 1571-5558 - p. 52 - 53.
tulpen - plantenplagen - ditylenchus dipsaci - grondsterilisatie - bestrijdingsmethoden - ziektepreventie - bemonsteren - maatregelen - tulips - plant pests - soil sterilization - control methods - disease prevention - sampling - measures
Elk voorjaar is het schrikken voor een aantal telers van tulpen. Er is stengelaaltje gevonden. Sinds het wegvallen van het Produktschap Tuinbouw is een schadevergoeding niet vanzelfsprekend en is er minder geld voor onderzoek. Aan de teler om vooral preventieve maatregelen te nemen. In dit artikel is de laatste stand van zaken te lezen.
Werken aan bodemweerbaarheid
Broek, R.C.F.M. van den; Berg, W. van den; Lamers, J.G. ; Cuijpers, W.J.M. ; Hospers-Brands, A.J.T.M. ; Smits, S. - \ 2014
Praktijkonderzoek Plant & Omgeving B.V. - 63
teeltsystemen - bodemweerbaarheid - bestrijdingsmethoden - agrarische bedrijfsvoering - phytophthora cactorum - bodemeigenschappen - gewasbescherming - proeven - biotesten - fragaria - biologische technieken - vollegrondsteelt - cropping systems - soil suppressiveness - control methods - farm management - soil properties - plant protection - trials - bioassays - biological techniques - outdoor cropping
De land- en tuinbouw ontwikkelt zich in de richting van steeds intensievere en complexere bedrijfssystemen. Vanuit de sector groeit het besef dat de chemische benadering van ziekten en plagen haar grenzen begint te bereiken. Ook de consument verlangt van de producent dat de inzet van chemische middelen gereduceerd wordt en gezocht wordt naar andere, meer duurzame oplossingen. Een van de oplossingsrichtingen is het creëren van een gezonde, veerkrachtige en weerbare bodem. Op zulke bodems groeit een gezond gewas met een goede opbrengst die minder gevoelig is voor ziekten en plagen en efficiënter omgaat met nutriënten waardoor er minder verliezen optreden. Hierdoor hoeven telers minder gewasbeschermingsmiddelen en nutriënten te gebruiken en kunnen ze, met een beter inkomen, milieuvriendelijker telen. Aardbei is een voorbeeld van een zeer intensieve teelt, die erg gevoelig is voor ziekten en plagen. In de teelt worden relatief veel gewasbeschermingsmiddelen gebruikt, en er is een sterke behoefte aan kennis die de inzet van deze middelen kan beperken. Aardbei is ook een heel geschikt toetsgewas, omdat het sterk reageert op de bodemgezondheid van een perceel. Is deze goed dan ligt de aardbeienproductie veel hoger dan op percelen waarop de bodemgezondheid matig of slecht is. Opbrengstverschillen kunnen oplopen tot meer dan 50%. De verkregen resultaten bij aardbei kunnen ook vertaald worden naar andere vollegronds gewassen.
Ontwikkeling duurzame beheersmaatregelen ter preventie van Leucocoprinus birnbaumii
Beerens, N. ; Hofland-Zijlstra, J.D. ; Broek, R.C.F.M. van den; Breeuwsma, S.J. ; Noordam, M. - \ 2014
Wageningen : Wageningen UR Glastuinbouw (Rapport / Wageningen UR Glastuinbouw 1333) - 35
potplanten - gewasbescherming - plantenziekteverwekkende schimmels - agaricaceae - bestrijdingsmethoden - proeven - bedrijfshygiëne - ziektepreventie - pot plants - plant protection - plant pathogenic fungi - control methods - trials - industrial hygiene - disease prevention
Dit onderzoek richtte zich op het ontwikkelen van duurzame beheersmaatregelen ter preventie van overmatige groei van de goudgele plooiparasol, Leucocoprinus birnbaumii en is gefinancierd door Productschap Tuinbouw. De schade die telers van groene planten, succulenten en orchideeën kunnen ondervinden door aanwezigheid van deze schimmel is groot. In de eerste fase van het onderzoek is informatie verzameld om besmettingsbronnen op teeltbedrijven in kaart te brengen. De resultaten hiervan zijn beschreven in het rapport van Ludeking et al. (2013) dat eerder als afzonderlijk rapport is verschenen. In het huidige rapport zijn de resultaten weergegeven van Fase 2 en 3 van het onderzoek. Daarin was het doel om meer zicht te krijgen op optimale groeicondities van de schimmel en duurzame beheersstrategiën te testen om problemen met plooipaddestoel in de teeltfase beter te beheersen.
Bestrijding van Phytophthora-vruchtrot bij peer (Conference)
Wenneker, M. ; Werd, H.A.E. de; Pham, K.T.K. - \ 2014
Randwijk : Praktijkonderzoek Plant & Omgeving, Business Unit Bloembollen, Boomkwekerij en Fruit - 22
peren - pyrus communis - phytophthora - vruchtrot - plantenziekten - aantasting - detectie - methodologie - bodemschimmels - real time pcr - bestrijdingsmethoden - ziekteoverdracht - pears - fruit rots - plant diseases - infestation - detection - methodology - soil fungi - control methods - disease transmission
De afgelopen jaren werd op verschillende perenpercelen (zware) aantasting met Phytophthora-vruchtrot vastgesteld. Ook in de bewaring werd aantasting van Phytophthora geconstateerd. Naar aanleiding daarvan is een project gestart met de volgende doelstellingen: • Het leveren van basiskennis over de epidemiologie en infectiewijze van Phytophthora bij peer. • Aanzet voor ontwikkelen van mogelijke bestrijdingsstrategiën voor Phytophthora-vruchtrot.
Plagen in de laanboomkwekerij: appelbloedluis en gleditsiabladgalmug
Helsen, H.H.M. ; Sluis, B.J. van der - \ 2014
Randwijk : Praktijkonderzoek Plant & Omgeving, Business Unit Bloembollen, Boomkwekerij en Fruit - 26
boomteelt - straatbomen - malus - eriosoma lanigerum - cecidomyiidae - bestrijdingsmethoden - geïntegreerde plagenbestrijding - detectie - rassen (planten) - gevoeligheid van variëteiten - arboriculture - street trees - control methods - integrated pest management - detection - varieties - varietal susceptibility
Appelbloedluis Eriosoma lanigerum is de belangrijkste plaag van Malus in de laanboomteelt. Omdat de soort zich zeer snel kan vermeerderen, kunnen enkele luizen in het voorjaar in korte tijd een plaag veroorzaken. Ook na een chemische bestrijding zullen de overlevende luizen zich snel weer uitbreiden. Er is dus een constante rem op de populatiegroei nodig om een explosie tegen te gaan. Het hier beschreven onderzoek richt zich op de geïntegreerde beheersing van deze plaag.
Aanpak van Burkholderia gladioli in gladiool
Dam, M.F.N. van; Dijkema, M.H.G.E. - \ 2014
Lisse : Praktijkonderzoek Plant & Omgeving, Sector Bomen, Bollen & Fruit - 29
bloembollen - gladiolus - burkholderia - bacterieziekten - bestrijdingsmethoden - ziekteoverdracht - besmetting - tests - verdedigingsmechanismen - ziekteresistentie - ornamental bulbs - bacterial diseases - control methods - disease transmission - contamination - defence mechanisms - disease resistance
Wateroverlast in een Teelt de grond uit-systeem kan grote schade geven aan lelies. Drie dagen wateroverlast in augustus leidde in dit onderzoek tot grote opbrengstderving. Eén dag wateroverlast in september of in oktober veroorzaakte nauwelijks uitval of een lager bolgewicht bij de oogst. Wateroverlast leidt tot ethanolvorming in de bollen. De ethanolvorming vertoonde dit jaar geen mooi verband met de tijd: drie dagen wateroverlast gaf meer ethanol dan één of twee dagen, maar twee dagen niet meer dan één. In 2013 vertoonde de concentratie ethanol een rechtlijnig verband met de duur van de wateroverlast. De voorspellende waarde van een ethanolmeting blijkt na de experimenten in 2014 minder zeker. Het beluchten van het natte substraat door het doorblazen van perslucht leidde bij de behandeling in augustus tot minder ethanolvorming, maar juist tot meer opbrengstderving. Het systeem van beluchting via een slang onderin het substraat had een iets gunstiger effect op de ethanolvorming dan beluchting via slangetjes, die in het substraat gestoken waren. De grotere opbrengstderving door beluchting tijdens de periode van wateroverlast is mogelijk een gevolg van mechanische beschadiging van de (haar)wortels door de beweging, of van structuurbederf die optreedt als het doorborrelde substraat weer droogvalt. Dit onderzoek bevestigt de conclusie uit 2013 dat lelies bestand zijn tegen maximaal 1 dag wateroverlast (anaerobie). Een periode van anaerobie leidt tot ethanolvorming in de bollen, maar de correlatie tussen duur van de anaerobie is te zwak om het ethanolgehalte als indicator toe te passen. Het beluchten van grond tijdens periodes van wateroverlast is geen oplossing voor het anaerobieprobleem.
Duurzame aanpak van plagen in de handel : duurzame bestrijding van plaaginsecten en plant parasitaire nematoden in de keten van internationale handel in plantmaterialen
Qiu, Y. ; Verschoor, J.A. ; Rozen, K. van; Kogel, W.J. de; Helsen, H.H.M. ; Vreeburg, P.J.M. ; Hoek, H. ; Kruistum, G. van - \ 2014
Lelystad : Praktijkonderzoek Plant & Omgeving, Business Unit PPO-agv - 38
quarantaine organismen - internationale handel - tuinbouwgewassen - bestrijdingsmethoden - insectenplagen - thrips - trialeurodes vaporariorum - nematoda - methodologie - quarantine organisms - international trade - horticultural crops - control methods - insect pests - methodology
Quarantaine organismen leveren cruciale problemen op in de internationale handel. Ondanks strikte maatregelen en controle worden insecten- en nematodenplagen regelmatig door toenemende internationale handel overgebracht naar niet besmette gebieden. Quarantaine plagen veroorzaken grote economische verliezen en leiden tot handelsbelemmeringen. Sommige kleine insecten zoals trips en witte vliegen of nematoden zijn moeilijk te bestrijden met pesticiden. Fumigatie met ontsmettingsmiddelen was een veel toegepaste methode om quarantaine plagen te bestrijden middels een pre-shipment behandeling. Een van de meest effectieve ontsmettingsmiddelen methylbromide (MeBr) is sinds 2010 niet meer toegelaten in Nederlands vanwege het chadelijke effect op de ozonlaag. Een effectief en milieuvriendelijk alternatief voor MeBr is zeer gewenst. Controlled atmosphere temperature treatment (CATT) is een fysieke behandelingsmethode en heeft een aantoonbaar dodelijk effect op diverse insecten- en nematodenplagen. De CATT methode is een combinatie van lucht en temperatuur over een bepaalde tijdsduur om plagen maximaal af te doden met een minimaal of acceptabel fytotoxisch effect op plantproducten. Dit is een milieuvriendelijke methode en heeft daardoor geen toelating nodig voor toepassing.
Check title to add to marked list
<< previous | next >>

Show 20 50 100 records per page

 
Please log in to use this service. Login as Wageningen University & Research user or guest user in upper right hand corner of this page.