Staff Publications

Staff Publications

  • external user (warningwarning)
  • Log in as
  • language uk
  • About

    'Staff publications' is the digital repository of Wageningen University & Research

    'Staff publications' contains references to publications authored by Wageningen University staff from 1976 onward.

    Publications authored by the staff of the Research Institutes are available from 1995 onwards.

    Full text documents are added when available. The database is updated daily and currently holds about 240,000 items, of which 72,000 in open access.

    We have a manual that explains all the features 

Current refinement(s):

Records 1 - 20 / 295

  • help
  • print

    Print search results

  • export
    A maximum of 250 titles can be exported. Please, refine your queryYou can also select and export up to 30 titles via your marked list.
  • alert
    We will mail you new results for this query: keywords==biological control agents
Check title to add to marked list
Kleine lieveheersbeestjes bieden perspectief tegen luizenprobleem: nuttig bij preventie van grote luisuitbraken
Messelink, Gerben - \ 2017
biological control - biological control agents - natural enemies - aphididae - greenhouse horticulture - sweet peppers - organic farming - propylea quatuordecimpunctata
Management of water hyacinth (Eichhornia crassipes [Mart.] Solms) using bioagents in the Rift Valley of Ethiopia
Gebregiorgis, Firehun Yirefu - \ 2017
University. Promotor(en): Paul Struik, co-promotor(en): Egbert Lantinga; Taye Tessema. - Wageningen : Wageningen University - ISBN 9789463430562 - 174
eichhornia crassipes - biological control agents - biological control - neochetina - curculionidae - mycoherbicides - ethiopia - organismen ingezet bij biologische bestrijding - biologische bestrijding - mycoherbiciden - ethiopië

This thesis presents a study on management of water hyacinth (Eichhornia crassipes [Mart.] Solms) using insects and fungal pathogens as bioagents. The main goal was to develop an effective biocontrol strategy for water hyacinth in the Rift Valley of Ethiopia. To this end, a field survey was conducted to assess the agro-ecological distribution of water hyacinth and of native fungal pathogens found in association with water hyacinth. We also performed laboratory and lath house experiments on (i) pathogenicity and host specificity of the fungal pathogens; (ii) adaptability, life table, efficacy and host specificity of the two Neochetina weevils; and (iii) the synergetic effects of integrated use of Neochetina weevils and fungal pathogen as bioagents. Survey results indicated that the weed is distributed in the Rift Valley water bodies located in low, mid and high altitude. The survey results also identified 25 fungal species found in association with water hyacinth that belonged to nine genera. Among the isolates, Alternaria alternata, A. tenuissima, and Alternaria spp. hold promise as possible bioagents of water hyacinth.

Laboratory study on life cycle and development of Neochetina weevils indicated the two weevils took shorter generation time in Ethiopia than in Argentina but relatively similar to Kenya and Uganda. In Ethiopia, the two weevils produced four generations per year indicating their successful establishment. Feeding by adult weevils and tunneling by larvae significantly impacted the vigour and reproduction of water hyacinth plants. A herbivory loads of three pairs of N. bruchi and two pairs of N. eichhorniae showed the highest level of leaf damage and defoliated petioles. The study also reinforced that the two weevils are sufficiently host-specific. Finally, a study on integrated use of Neochetina weevils and an indigenous plant pathogen revealed that the two Neochetina weevils and the fungus A. alternata were together able to reduce the vegetative growth and fresh weight of water hyacinth plants considerably.

This study recommends integrated use of fungal species and the two weevils to control water hyacinth. Implications of the findings are also discussed in the context of integrated water hyacinth management using the native fungal pathogens and the two weevils.

Geïntegreerde bestrijding van plagen in de sierteelt onder glas : een systeembenadering met preventieve biologische bestrijding als basis
Messelink, G.J. ; Leman, A. ; Ghasemzadeh Dizaji, Somaiyeh ; Bloemhard, C.M.J. ; Holstein, R. van; Vijverberg, Roland ; Muñoz-Cárdenos, Karen - \ 2016
Bleiswijk : WageningenUR Glastuinbouw (Rapport GTB 1420) - 98 p.
siergewassen - glastuinbouw - kasgewassen - rozen - chrysanten - alstroemeria - biologische bestrijding - organismen ingezet bij biologische bestrijding - geïntegreerde bestrijding - geïntegreerde plagenbestrijding - thrips - neoseiulus cucumeris - trialeurodes vaporariorum - aleyrodes - bemisia tabaci - amblyseius swirskii - euseius - iphiseius - roofmijten - orius - cryptolaemus montrouzieri - anagyrus pseudococci - planococcus citri - ornamental crops - greenhouse horticulture - greenhouse crops - roses - chrysanthemums - biological control - biological control agents - integrated control - integrated pest management - predatory mites
The control of greenhouse pests in ornamental crops is getting more difficult because of the decreasing number of available pesticides. Alternative methods of pest control, based on biopesticides and natural enemies is promising, but not yet robust and reliable enough. In this project we developed and evaluated several methods to enhance the biological control of western flower thrips, Echinothrips americanus, whiteflies and mealybugs. Most studies were focused on preventive control measures that promote the establishment and efficacy of natural enemies by using top layers, alternative food, artificial domatia and a banker plant system. Furthermore we studied the interaction between parasitoids and predatory beetles for curative control of mealybugs. Finally, a number of (bio)pesticides was evaluated for their potential use as a correction tool against western flower thrips.
Gebruik van groene middelen : Inventarisatie laanboomkwekerij
Sluis, B.J. van der; Kuik, A.J. van; Baltissen, A.H.M.C. - \ 2016
Wageningen : Wageningen Plant Research, Bloembollen, Boomkwekerij & Fruit - 22 p.
bos- en haagplantsoen - straatbomen - aantrekkelijke bomen - gelderland - gewasbescherming - geïntegreerde plagenbestrijding - biologische bestrijding - natuurlijke producten - bladvoeding - natuurlijke vijanden - organismen ingezet bij biologische bestrijding - woody nursery stock - street trees - amenity trees - plant protection - integrated pest management - biological control - natural products - foliar nutrition - natural enemies - biological control agents
In de laanboomteelt in de regio Opheusden wordt al jarenlang gewerkt aan verduurzaming van de teeltmethoden. Het verantwoord toepassen van gewasbeschermingsmiddelen is daarvan een belangrijk onderdeel. Door strengere regelgeving wordt het chemische middelenpakket steeds verder beperkt en komen boomkwekers in toenemende mate voor knelpunten te staan. Uit oriënterende gesprekken in de regio blijkt dat een deel van de boomkwekerijbedrijven zich inmiddels toelegt op het gebruik van groene middelen om zo de afhankelijkheid van chemische middelen te verkleinen. Volgens de definitie van het Ctgb zijn dit gewasbeschermingsmiddelen van natuurlijke oorsprong (planten, dieren, microorganismen) met een laag risico voor mens, dier, milieu en niet-doelorganismen. In dit project wordt geïnventariseerd wat de mate van gebruik is van groene middelen door laanboomkwekers in de regio Rivierenland én wat hun ervaringen zijn met deze middelen. De uitkomst kan de sector in de regio benutten om de kennisuitwisseling voor duurzaam telen te bevorderen, zowel tussen kwekers als naar de burgers.
Stap verder tegen wittevlieg in gerbera, maar nog niet ver genoeg : Omnivore roofwansen : kansen, maar soms bloemschade
Staalduinen, J. van; Messelink, G.J. - \ 2015
Onder Glas 12 (2015)2. - p. 36 - 37.
glastuinbouw - snijbloemen - gerbera - organismen ingezet bij biologische bestrijding - reduviidae - bestrijdingsmethoden - nuttig gebruik - landbouwkundig onderzoek - proeven - greenhouse horticulture - cut flowers - biological control agents - control methods - utilization - agricultural research - trials
Omnivore roofwantsen voeden zich zowel met prooien (plagen) als plantmateriaal. Hierdoor zijn zij in principe inzetbaar wanneer er nog géén plagen aanwezig zijn in het gewas. Wageningen UR Glastuinbouw onderzocht welke omnivore roofwantsen perspectief bieden tegen wittevlieg in de gerberateelt. De bestrijdingsresultaten waren bemoedigend, maar in een aantal gevallen veroorzaakten de alleseters ook zuigschade aan de bloemen. Vervolgonderzoek moet meer duidelijkheid verschaffen over hun waarde voor de praktijk.
Effectiviteit predatoren en sluipwespen tegen plagen kan beter : getrainde natuurlijke vijanden zoeken effectiever naar slachtoffers
Arkesteijn, M. ; Kruidhof, H.M. - \ 2015
Onder Glas 12 (2015)4. - p. 32 - 33.
glastuinbouw - plantenplagen - organismen ingezet bij biologische bestrijding - sluipwespen - entomologie - thrips - plaagbestrijding met predatoren - landbouwkundig onderzoek - greenhouse horticulture - plant pests - biological control agents - parasitoid wasps - entomology - predator augmentation - agricultural research
Natuurlijke vijanden om plagen in kassen te bestrijden zijn niet meer weg te denken. Maar de effectiviteit waarmee ze hun werk doen, kan volgens entomoloog Marjolein Kruidhof van Wageningen UR Glastuinbouw een stuk beter. Ze deed onderzoek naar het leergedrag van sluipwespen. De vertaalslag van fundamentele kennis naar een praktische toepassing is volgens haar echter nog niet gemaakt. Ze ziet wel potentie. Bijvoorbeeld getrainde sluipwespen die wolluishaarden opsporen. Of een ‘standing army’ van getrainde tripspredatoren in chrysant.
Hoe zorgen zombierupsen voor een beter milieu?
Vet, L.E.M. - \ 2015
Universiteit van Nederland
biodiversiteit - ecosystemen - sluipwespen - rupsen - plagenbestrijding - insectenplagen - organismen ingezet bij biologische bestrijding - milieubeheersing - gewasbescherming - verdedigingsmechanismen - biodiversity - ecosystems - parasitoid wasps - caterpillars - pest control - insect pests - biological control agents - environmental control - plant protection - defence mechanisms
Filmpje van de Universiteit van Nederland: Hoe zorgen zombierupsen voor een beter milieu? Als je verschillende soorten organismen in een ecosysteem hebt, houden ze elkaar in balans. Daarom is biodiversiteit goed voor het milieu. Dit is ook waarom insectenplagen soms erger kunnen worden door het gebruik van pesticiden. Prof. dr. Louise Vet van Wageningen UR onderzoekt daarom hoe zombierupsen plagen kunnen bestrijden.
Nieuwe mogelijkheden voor de bestrijding van wittevlieg in de sierteelt onder glas : onderzoek aan omnivore roofwantsen en gedragsbeïnvloedende geuren
Messelink, G.J. ; Kruidhof, H.M. ; Elfferich, C. ; Leman, A. - \ 2015
Bleiswijk : Wageningen UR Glastuinbouw (Rapport GTB 1350)
glastuinbouw - sierteelt - organismen ingezet bij biologische bestrijding - reduviidae - thrips - effecten - schade - gerbera - cultivars - limoneen - geurstoffen - greenhouse horticulture - ornamental horticulture - biological control agents - effects - damage - limonene - odours
This study explored new possibilities to control whiteflies in greenhouse ornamental crops with omnivorous predatory bugs and volatiles. Besides the well-known Macrolophus pygmaeus, we tested 4 new species of predatory bugs: Dicyphus errans, Dicyphus eckerleini, Dicyphus maroccanus and Dicyphus tamaninii. We assessed both their potential to control whiteflies and their possible plant damaging effects through plant feeding. The best control of whiteflies was achieved by the species M. pygmaeus, D. tamaninii and D. maroccanus. Significant flower damage was only observed for the predator M. pygmaeus. The degree of flower damage depended strongly on the gerbera cultivar, but damage was observed for both large-flowered and small-flowered types. All 5 species of predatory bugs were able to establish in a winter crop of 2 gerbera cultivars and the exotic plant Lantana camara. The most promising candidate predatory bug for biological control in gerbera is D. maroccanus. This species established well on the 2 tested gerbera cultivars, gave in all cases an excellent control of pests and no significant plant damage was observed. The predatory bugs gave, besides whiteflies, a good control of Echinothrips and in some cases a suppression of aphids and western flower thrips. The volatile limonene showed no significant effect on the oviposition of tobacco and greenhouse whiteflies. Neither did they repel adults of these whiteflies. The mixture of (E)-2-hexenal and 3-hexen-1-ol did not induce a significant attraction response of the adult whiteflies.
Detectie en bestrijding van wol- en schildluis in de sierteelt onder glas
Messelink, G.J. ; Leman, A. ; Vijverberg, R. ; Kruidhof, H.M. ; Woning, J. ; Bruin, A. de; Mumm, R. ; Kogel, W.J. de - \ 2015
Wageningen UR Glastuinbouw (Rapport GTB 1339) - 52
glastuinbouw - plantenplagen - sierteelt - glasgroenten - organismen ingezet bij biologische bestrijding - bestrijdingsmethoden - planococcus citri - detectie - methodologie - landbouwkundig onderzoek - greenhouse horticulture - plant pests - ornamental horticulture - greenhouse vegetables - biological control agents - control methods - detection - methodology - agricultural research
Mealybugs and armoured scales are major pest species in ornamental crops in greenhouses. The first part of this report focuses on mealybug detection. The research presented here builds on previous study in which it was shown on laboratory scale that the odour profile released by plants after damage by mealybugs differs from the odour profile released by undamaged plants and plants that suffer from spider mite or mechanical damage. In the present study the change of several compounds in response to mealybug infection was shown to depend on a number of different factors: the growth stage of the plant (flowering/non-flowering), the time of the day sampling took place, the mealybug density and the duration of the mealybug infection. Although in each of the laboratory experiments several plant volatiles were found to significantly differ between mealybug-infested plants and control plants, so far no candidate indicator-volatiles have been found that always reacted significantly and in the same manner to a mealybug infection. The screening of new pesticides showed one pesticide to be effective against both the citrus mealybug Planococcus citri and the rose scale Aulacapsis rosae. Several isolates of entomopathogenic fungi were able to infect mealybugs in the laboratory, but results obtained in the greenhouse were disappointing. Lacewing larvae of the species Chrysoperla lucasina were able to control mealybugs when released repeatedly. The addition of Ephestia eggs disrupted this control in some cases.
Bestrijding van wolluis en schildluis in de sierteelt onder glas
Wageningen UR, - \ 2015
greenhouse horticulture - plant pests - ornamental horticulture - greenhouse vegetables - integrated pest management - control methods - methodology - biological control agents - insecticides
Nieuwe Roofwantsen met potentie voor plaagbestrijding in de sierteelt
Messelink, G.J. ; Elfferich, C. ; Leman, A. - \ 2015
tuinbouw - glastuinbouw - gewasbescherming - biologische bestrijding - sierteelt - reduviidae - conferenties - organismen ingezet bij biologische bestrijding - horticulture - greenhouse horticulture - plant protection - biological control - ornamental horticulture - conferences - biological control agents
Wageningen UR Glastuinbouw heeft verschillende soorten roofwantsen verzameld van de familie Miridae. Dit zijn omnivoren die zich voeden met zowel dierlijk- als plantmateriaal. Dit is een interessante eigenschap omdat ze zich daardoor goed kunnen vestigen in gewassen bij lage plaagdichtheden en preventief inzetbaar zijn. Er zijn uitstekende resultaten behaald bij de bestrijding van witte vlieg, echinothrips, spint en bladluis. Verder onderzoek moet uitwijzen in hoeverre ze zich kunnen handhaven in verschillende teeltgewassen.Poster van PlantgezondheidEvent 12 maart 2015.
Bijvoeren van blad- en bodemroofmijten voor de bestrijding van trips in roos
Messelink, G.J. ; Leman, A. ; Muñoz-Cardénas, K. ; Janssen, A. - \ 2015
kasproeven - sierteelt - glastuinbouw - gewasbescherming - biologische bestrijding - organismen ingezet bij biologische bestrijding - rozen - roofmijten - conferenties - greenhouse experiments - ornamental horticulture - greenhouse horticulture - plant protection - biological control - biological control agents - roses - predatory mites - conferences
Doelstelling van dit onderzoek is om te bepalen of de bestrijding van trips verbeterd kan worden door 1) een gecombineerde inzet van bodem- en bladroofmijten en 2) het bijvoeren van deze roofmijten in zowel de bodem als op het gewas. Poster van PlantgezondheidEvent 12 maart 2015.
Extensive literature search for preparatory work to support pan European pest risk assessment: Trichilogaster acaciaelongifoliae RC/EFS/ALPHA/2014/07
Derkx, M.P.M. ; Brouwer, J.H.D. ; Breda, P.J.M. van; Helsen, H.H.M. ; Hoffman, M.H.A. ; Hop, M.E.C.M. - \ 2014
Parma, It. : EFSA (EFSA supporting publication 2015- EN-764) - 71
acacia - acacia longifolia - houtachtige planten als sierplanten - distributie - onkruiden - invasieve exoten - geïntroduceerde soorten - biologische bestrijding - organismen ingezet bij biologische bestrijding - hymenoptera - risicoschatting - europa - ornamental woody plants - distribution - weeds - invasive alien species - introduced species - biological control - biological control agents - risk assessment - europe
The European Commission is currently seeking advice from EFSA (Mandate M-2012-0272) to assess for Arabis mosaic virus, Raspberry ringspot virus, Strawberry latent ringspot virus, Tomato black ring virus, Strawberry mild yellow edge virus, Strawberry crinkle virus, Daktulosphaira vitifoliae, Eutetranychus orientalis, Parasaissetia nigra, Clavibacter michiganensis spp. michiganensis, Xanthomonas campestris pv. vesicatoria, Didymella ligulicola and Phytophthora fragariae the risk to plant health for the EU territory and to evaluate the effectiveness of risk reduction options in reducing the level of risk. In addition, the Panel is requested to provide an opinion on the effectiveness of the present EU requirements against these organisms laid down in Council Directive 2000/29/EC. As a consequence EFSA needs insight in the cropping practices of Citrus spp., Fragaria x ananassa, Ribes spp., Rubus spp., Vaccinium spp., Humulus lupulus, Vitis vinifera, Prunus armeniaca, P. avium, P. cerasus, P. domestica and P. persica, which are host plants for these pests. An extensive and systematic literature search was done in which scientific and grey/technical literature was retrieved from the 28 EU Member States, Iceland and Norway. All references were stored in EndNote libraries, separately for scientific literature and grey/technical literature. For each reference information is provided on the source/search strategy, the crop, the country, the topic (cropping practice, propagation, protection or irrigation (only for Citrus)) and protected cultivation vs. field production. Yields of references depended on the crop and on the country. Over 27,000 references were provided to EFSA. This allows EFSA to quickly find information on crop production, both indoors and outdoors, of all crops that were studied in this extensive literature search. The data can be used by EFSA for the present mandate, but are also an excellent basis for other current and future mandates.
Invloed van gewas, klimaat en licht op biologische bestrijding met roofmijten : literatuurstudie en temperatuurproeven
Messelink, G.J. ; Kok, L.W. ; Holstein, R. van - \ 2014
Wageningen UR Glastuinbouw (Rapport / Wageningen UR Glastuinbouw 1332) - 26
glastuinbouw - organismen ingezet bij biologische bestrijding - roofmijten - kasgewassen - teelt onder bescherming - licht - literatuuroverzichten - proeven - effecten - greenhouse horticulture - biological control agents - predatory mites - greenhouse crops - protected cultivation - light - literature reviews - trials - effects
Roofmijten van de familie Phytoseiidae zijn in veel gewassen van enorm belang voor de biologische plaagbestrijding van trips, witte vlieg en spint in de glastuinbouw. Inmiddels zijn er 9 soorten commercieel beschikbaar. Het doel van dit onderzoek was om de invloed van het gewas, klimaat en licht op biologische bestrijding met roofmijten op een rij te zetten met beschikbare kennis vanuit literatuur en door een aantal aanvullende laboratoriumproeven. Dit zal hopelijk helpen om een onderbouwd advies te kunnen geven over de inzet van roofmijten in de glastuinbouw. Er zijn duidelijke verschillen tussen roofmijtsoorten gevonden in gevoeligheid voor lage luchtvochtigheid, lage temperaturen, affiniteit met gewassen en effectiviteit in plaagbestrijding.
Vorderingen bij betere handhaving nuttige bestrijders in kas : Naar een echte geïntegreerde bestrijding
Kierkels, T. ; Messelink, G.J. - \ 2014
Onder Glas 11 (2014)10. - p. 23 - 25.
glastuinbouw - potplanten - organismen ingezet bij biologische bestrijding - bevordering van natuurlijke vijanden - bijvoeding - optimalisatiemethoden - uitzettingstechnieken - greenhouse horticulture - pot plants - biological control agents - encouragement - supplementary feeding - optimization methods - release techniques
Bij biologische bestrijding is de gebruikelijke vraag: welke natuurlijke vijand pakt de plaag het beste aan? Maar het is tijd voor een andere basisvraag: welke natuurlijke vijanden passen het best bij je gewas en het aangeboden voedsel? Zo’n insteek vergroot de kans dat ze zich lang handhaven in de kas en je ze dus veel minder vaak hoeft in te zetten. Uiteindelijk resulteert een effectievere niet-chemische gewasbescherming.
Harmonia axyridis: how to explain its invasion success in Europe
Raak-van den Berg, C.L. - \ 2014
University. Promotor(en): Joop van Lenteren, co-promotor(en): Peter de Jong; Lia Hemerik. - Wageningen : Wageningen University - ISBN 9789462571037 - 221
harmonia axyridis - organismen ingezet bij biologische bestrijding - geïntroduceerde soorten - invasieve exoten - predatie - voedingsgedrag - nederland - biological control agents - introduced species - invasive alien species - predation - feeding behaviour - netherlands

Abstract of the thesis entitled “Harmonia axyridis: how to explain its invasion success in Europe”

After introduction as biological control agent of aphids, the multicoloured Asian ladybird Harmonia axyridis has established and spread in Europe. Harmonia axyridis is now regarded as an invasive species because its establishment had negative effects on non-target species, fruit production, and human health. Life history characteristics were studied in order to find an explanation for its invasion success.

With a meta-analysis I showed that life-history traits of H. axyridis differed between Asian and invasive populations of H. axyridis. However, the greatest differences in development rate were observed at temperatures above 24°C, while at temperatures characteristic for spring and summer in northwestern Europe (17 to 24°C) invasive populations of H. axyridis do not differ from native Asian populations; thus, the invasive success cannot be attributed to a change in life history characteristics of the invasive population. Compared to native species European ladybirds (Adalia bipunctata, Coccinella septempunctata, and Propylea quatuordecimpunctata), H. axyridis develops slower and starts reproduction later, suggesting no competitive advantage for the invader.

Additionally, life history characteristics were studied under field conditions. I showed that in northwestern Europe H. axyridis has a period of real diapause starting at the end of October and shifts to a quiescent state in December. This diapause is relatively short and weak compared with published data of native ladybirds. Moreover, it appears to have become shorter over the last decade. Thus, H. axyridis can become active rapidly when temperature rises in spring, but, nevertheless, it is not reported to be active earlier in the year than native species.

Overwintering survival of H. axyridis in the Netherlands is between 71 and 88%. At five sample sites I found that ladybirds that were hibernating at the southwestern sides of buildings, where most aggregations of ladybirds were found, had a higher winter survival than ladybirds hibernating at other orientations. At sheltered sites survival was higher compared to exposed sites. A high overwintering survival results in a large post-hibernation population and a rapid population build-up in spring. Compared with most common native species, winter survival of H. axyridis is similar or higher.

In this research, i.e. under semi-field conditions, immature survival of H. axyridis and A. bipunctata reached high levels, but survival was generally considerably higher for H. axyridis than for the native A. bipunc­tata. Under semi-field conditions with high food availability, no effect of the presence of H. axyridis on the survival, development, weight, and size of the native species A. bipunctata was found. Under natural conditions, however, situations of prey scarcity do occur, as aphid colonies are relatively short-lived.

Additionally, I demonstrated that in absence of food under semi-field conditions, intraguild predation between C. septempunctata, A. bipunctata, and H. axyridis does occur, although the contact frequency is low. When two fourth instar larvae were placed together on a single leaf, at least one contact was made in 23–43% of the observations, depending on the tested species combination. When contacts between ladybirds do occur, H. axyridis larvae are the winners in contacts with larvae of the native species.

Finally, I found that several natural enemies are starting to use H. axyridis as a host but are as yet not sufficiently abundant and/or effective to have a profound impact on populations of the invader. In the years 2003—2007 no natural enemies were found in ladybird samples. From 2008 onwards H. axyridis adults were infested by: Hesperomyces virescens fungi (summer and winter), Parasitylenchus bifurcatus nematodes (winter), Coccipolipus hippodamiae mites (winter), and Dinocampus coccinellae parasitoids (summer and winter).

Summarising, the success­ful invasion of H. axyridis in the Netherlands cannot be explained by a change of the invasive H. axyridis populations in comparison with the native Asian population, but by a combi­nation of several characteristics: overwintering, immature survival, fecundity, longevity, number of generations per year, and intraguild predation. In comparison with native European ladybird species, H. axyridis survives better (in winter and the immature stages), it lays more eggs, has more generations per year, and lives longer: this results in a faster population growth than that of native ladybirds. Harmonia axyridis can potentially easily outnumber native species within a few years. Moreover, H. axyridis being a strong intra­guild predator, the slow immature development and late arrival at aphid colonies com­pared to native species is compensated by the ability of H. axyridis to feed on eggs, larvae, and pupae of other ladybirds, thereby completing its development.

However, several facts, e.g. the quite stable diversity and abundance of ladybird species in Asia and the first evidence that natural enemies attack H. axyridis, suggest that the current situation in Europe may not be the terminal stage, but a transition to a new balance where native species are strongly reduced in abundance, but do not become extinct.

Handhaven van sluipwespen tegen wolluis
Pijnakker, J. ; Leman, A. ; Messelink, G.J. - \ 2014
Bleiswijk : Wageningen UR Glastuinbouw (Rapport / Wageningen UR Glastuinbouw 1313) - 22
glastuinbouw - sierteelt - plagenbestrijding - planococcus citri - sluipwespen - organismen ingezet bij biologische bestrijding - waardplanten - gastheren (dieren, mensen, planten) - effecten - greenhouse horticulture - ornamental horticulture - pest control - parasitoid wasps - biological control agents - host plants - hosts - effects
De citruswolluis, Planococcus citri, is een hardnekkige en toenemende plaag in de sierteelt onder glas. In dit onderzoek is gekeken of de bestrijding van wolluis met sluipwespen verbeterd kan worden door de levensduur te verlengen met suikers. Het bijvoeren van sluipwespen met suikers (een mix van glucose, sucrose en fructose) verlengde de levensduur aanzienlijk, gemiddeld bleven de wespen van de soort Anagyrus pseudococci 5x zo lang in leven. In kooiproeven werd gevonden dat het toevoegen van suikers aan planten met citruswolluis resulteerde in een grotere populatieopbouw van de sluipwesp A. pseudococci. Blijkbaar hebben deze suikers een betere voedingswaarde dan de honingdauw die door de wolluis zelf wordt afgescheiden. Echter, bij het testen van suikers in een grotere kasproef kon om onduidelijke redenen geen toegevoegde waarde worden aangetoond. Een andere manier om sluipwespen te handhaven in kassen is door ze gastheren aan te bieden voor parasitering. In dit onderzoek is een bankerplantsysteem getest op basis van kalanchoë en citruswolluis. Om de kans op ontsnapping van wolluis naar een teeltgewas te minimaliseren werden deze planten omringd door een plexiglaskoker . Het bleek dat deze bankerplanten gedurende 16 weken honderden sluipwespen van A. pseudococci kunnen produceren. Bij toepassing in een kas werd wolluis sneller en effectiever bestreden door sluipwespen dan in een kas zonder bankerplanten en alleen sluipwespen.
Biodiversiteit onder glas : voedsel voor luizenbestrijders
Janmaat, L. ; Bloemhard, C.M.J. ; Kleppe, R. - \ 2014
Driebergen : Louis Bolk Instituut - 20
glastuinbouw - glasgroenten - aphididae - biologische landbouw - gewasbescherming - plagenbestrijding - biodiversiteit - organismen ingezet bij biologische bestrijding - nuttige insecten - bloemen - paprika's - nectarplanten - plaagbestrijding met natuurlijke vijanden - greenhouse horticulture - greenhouse vegetables - organic farming - plant protection - pest control - biodiversity - biological control agents - beneficial insects - flowers - sweet peppers - nectar plants - augmentation
In het praktijknetwerk 'Biodiversiteit onder glas' is door glastuinders geëxperimenteerd met bloemen in en rond de kas. Al dan niet in combinatie met bankerplanten zoals granen. Deze brochure is gemaakt om kennis over bloemen en biologische bestrijders te geven en specifiek het nut van biodiversiteit.
Duurzame bestrijding tulpengalmijt : onderzoek naar de effectiviteit van de roofmijt Neoseiulus paspalivorus tegen tulpengalmijt Aceria tulipae en onderzoek naar alternatieve voedselbronnen voor N. paspalivorus
Kuik, A.J. van; Silva, F. da; Lesna, I. ; Sabelis, M. - \ 2014
Lisse : Praktijkonderzoek Plant & Omgeving, Business Unit Bloembollen, Boomkwekerij & Fruit - 35
tulpen - opslag - gewasbescherming - roofmijten - aceria tulipae - neoseiulus - massakweek - organismen ingezet bij biologische bestrijding - tulips - storage - plant protection - predatory mites - mass rearing - biological control agents
Tulpengalmijt vormt de grootste plaag in de bewaring van tulpen, is een risico voor verspreiding van TVX en kost de sector jaarlijks miljoenen euro’s. Huidige bestrijdingsmethodes werken in praktijk niet voldoende. Eerder onderzoek heeft aangetoond dat de roofmijt Neoseiulus paspalivorus tulpengalmijt in de bewaring goed in toom kan houden (project 14745). In een vervolgproef werd weer aangetoond dat de kleine roofmijt een goede bestrijder is van tulpengalmijt. Verder is er een stap gezet naar massakweek van de roofmijt door het vinden van alternatieve voedselbronnen. Met producenten van biologische bestrijders zijn contacten gelegd om de mogelijkheden voor commerciële massakweek te verkennen.
Top layer enhances biological ontrol of thrips in ornamentals :"Predatory mites survive better on rich soil cover
Hoogstraten, K. van; Grosman, A.H. - \ 2014
In Greenhouses : the international magazine for greenhouse growers 3 (2014)2. - ISSN 2215-0633 - p. 40 - 41.
glastuinbouw - snijbloemen - organismen ingezet bij biologische bestrijding - plaagbestrijding met predatoren - roofmijten - organische gronden - sierteelt - greenhouse horticulture - cut flowers - biological control agents - predator augmentation - predatory mites - organic soils - ornamental horticulture
An organic top layer over the soil or substrate can enhance the biological control of thrips in roses and alstroemerias. The top layer contains food for prey mites, which in turn serve as food for predatory mites. In this way the predators survive longer. Thus, as the thrips population increases, an army of predatory mites is already at the ready.
Check title to add to marked list
<< previous | next >>

Show 20 50 100 records per page

 
Please log in to use this service. Login as Wageningen University & Research user or guest user in upper right hand corner of this page.