Staff Publications

Staff Publications

  • external user (warningwarning)
  • Log in as
  • language uk
  • About

    'Staff publications' is the digital repository of Wageningen University & Research

    'Staff publications' contains references to publications authored by Wageningen University staff from 1976 onward.

    Publications authored by the staff of the Research Institutes are available from 1995 onwards.

    Full text documents are added when available. The database is updated daily and currently holds about 240,000 items, of which 72,000 in open access.

    We have a manual that explains all the features 

Current refinement(s):

Records 1 - 20 / 524

  • help
  • print

    Print search results

  • export
    A maximum of 250 titles can be exported. Please, refine your queryYou can also select and export up to 30 titles via your marked list.
  • alert
    We will mail you new results for this query: keywords==bodemvruchtbaarheid
Check title to add to marked list
Biologische teelt op een zuidelijke zandgrond: opbrengst, bemesting, bodemkwaliteit en stikstofverliezen
Haan, J.J. de; Wesselink, M. ; Dijk, W. van; Verstegen, H.A.G. ; Geel, W.C.A. van; Berg, W. van den - \ 2018
biologische landbouw - organische stof - stikstofuitspoeling - gewasopbrengsten - bodemvruchtbaarheid - akkerbouw - vollegrondsgroenten - zandgrond - mest - bedrijfssysteemonderzoek
In deze dataset en het bijbehorende rapport worden de resultaten van het biologische bedrijfssysteem op WUR-proeflocatie Vredepeel in de periode 2001-2016 gepresenteerd met focus op gewasopbrengst, bodemkwaliteit, bemesting en stikstofuitspoeling. Het biologisch systeem heeft opbrengsten die gemiddeld 6% onder het streven liggen, een goede bodemvruchtbaarheid en een nitraatconcentratie in het grondwater onder de norm van de nitraatrichtlijn. De nutriëntenoverschotten van stikstof, fosfaat en kali zijn hoger dan de streefwaarde. De opbrengsten liggen gemiddeld ruim onder die van de gangbare teelt door het optreden van ziekten en plagen. Veranderingen in opbrengst, bodemkwaliteit en uitspoeling in de periode 2000-2016 zijn niet met metingen vastgesteld behalve een stijging in organisch stofgehalte. Hierdoor kan ook niet aangetoond worden dat door biologische landbouw de bodemkwaliteit verbetert en ecosysteemdiensten verbeteren. Onduidelijk is hoe het biologisch systeem tot een lage uitspoeling komt bij een relatief hoge stikstof- en organische stofaanvoer. Nader onderzoek is hiervoor nodig.
Effect van organische stofbeheer op opbrengst, bodemkwaliteit en stikstofverliezen op een zuidelijke zandgrond
Haan, J.J. de; Wesselink, M. ; Dijk, W. van; Verstegen, H.A.G. ; Geel, W.C.A. van; Berg, W. van den - \ 2018
organische stof - stikstofuitspoeling - gewasopbrengsten - bodemvruchtbaarheid - akkerbouw - vollegrondsgroenten - zand - mest - bedrijfssysteemonderzoek
In het bedrijfssysteemonderzoek Bodemkwaliteit op zand op WUR-proeflocatie Vredepeel worden twee gangbare bedrijfssystemen met elkaar vergeleken gedurende de periode 2011-2016: één systeem met een gebruikelijke organische stofaanvoer met gebruik van drijfmest (STANDAARD) en één systeem met een lage organische stofaanvoer met gebruik van meststoffen zonder of met een laag gehalte organische stof (LAAG). Systeem LAAG heeft een 5% lagere totale droge stofproductie (p<0,05) en een lager risico op stikstofuitspoeling. De nitraatconcentraties in het grondwater (n.s.), de N-min voorraden in de bodem in het najaar (p<0,1), en het stikstofoverschot (n.s.) zijn in LAAG in alle gevallen lager dan STANDAARD. In beide systemen ligt de nitraatconcentratie in het grondwater boven de norm in de Europese nitraatrichtlijn (50 mg/l). Het organisch stofgehalte in LAAG is 0,4%-punt lager dan STANDAARD (p<0,01). Andere bodemparameters zijn in de loop van de tijd van de proef niet veranderd. Er kon geen duidelijk verband afgeleid worden tussen de aanvoer van organische stof en lachgasemissies. Aanvoer van extra organische stof in de vorm van compost in zowel LAAG als STANDAARD leidt tot hogere opbrengsten (n.s.), met name in systeem LAAG, maar geen verhoging van de uitspoeling. De opbrengsten in STANDAARD liggen gemiddeld 15% lager dan de praktijkopbrengsten op de proeflocatie, mogelijk veroorzaakt door de strikte bemestingsstrategie sinds de start van het bedrijfssystemenonderzoek in 1988. Met de indicaties voor lagere stikstofverliezen, hoewel nog steeds boven de nitraatnorm, bij een lagere aanvoer van organische stof, maar tegelijkertijd lagere opbrengsten geeft dit onderzoek een dilemma weer tussen een belangrijk milieuaspect en de economie van het boerenbedrijf.
Agronomic and socioeconomic sustainability of farming systems : A case in Chencha, South Ethiopia
Dersseh, Waga Mazengia - \ 2017
University. Promotor(en): Paul Struik, co-promotor(en): Rogier Schulte. - Wageningen : Wageningen University - ISBN 9789463436830 - 157
potatoes - solanum tuberosum - ethiopia - food security - farming systems - mixed farming - sustainability - optimization - efficiency - farm surveys - household surveys - socioeconomics - self sufficiency - profits - training - agronomic characteristics - productivity - soil fertility - rotation - animal feeding - improved varieties - inorganic fertilizers - aardappelen - ethiopië - voedselzekerheid - bedrijfssystemen - gemengde landbouw - duurzaamheid (sustainability) - optimalisatie - efficiëntie - bedrijfsonderzoeken - huishoudonderzoeken - sociale economie - zelfvoorziening - winsten - opleiding - agronomische kenmerken - productiviteit - bodemvruchtbaarheid - rotatie - diervoedering - veredelde rassen - anorganische meststoffen

Potato has multiple benefits and thus can play a vital role in ensuring food security in Ethiopia. However, for diverse reasons, its productivity is low. The farming systems in Ethiopia in which potato is grown, are predominantly mixed farming systems.

Most of the research in Ethiopia is focused on crop-specific constraints and thus there is limited research in which the interrelations between crop and livestock management practices are investigated. There is also not enough research focused on combined analysis of soil nutrient and animal feed balances and agronomic and socioeconomic efficiencies at farm level.

This study assessed production constraints and agronomic and socioeconomic sustainability of the farming systems in South Ethiopia and explored the possible synergetic options to alleviate major constraints. More specifically, the study intended to quantify the variation in input and output among farms, to identify constraints hindering expansion of potato production, to evaluate the sustainability of the farming systems at farm level, to identify constraints of sustainable intensification, and to explore synergetic solutions for the major constraints. Different research approaches were used ranging from lab analysis, household surveys, group discussions, to farm surveys.

Results showed that constraints related to input and product use in potato production vary across households indicating a need for a pluriform advisory model recognizing (and building upon alleviation of) the diversity of constraints identified in this analysis. The sustainability of the farming system is constrained by low agricultural productivity, low soil fertility, poor labour efficiency and limited economic return associated with improper crop rotation, inappropriate soil fertility management practices, shortage of animal feed, labour- and economically inefficient farm practices and labour shortage. However, there is ample scope to overcome the major constraints and simultaneously to optimize farm management.

The core messages of the study can be summarized as follows:

1) the current potato production is characterized by low productivity and economic returns due to various socioeconomic, agronomic and biological factors;

2) the soil fertility is low and there is uneven distribution of nutrients over plots with relatively high fertility levels in the homestead areas;

3) the current labour shortage can be attributed to mainly inefficiency of agricultural management practices and labour migration to towns for economic reasons indicating that the farming system is not sustainable in terms of labour;

4) considering the direct return from animal production, most of the farms had very low gross margin with the current management system and this reduced the overall operating profit of farms. The low return from animal rearing was offset by the relatively high profit from crop production indicating the benefit of mixed farming system in sustaining agricultural production; and

5) each farm can have a wide range of optimized solutions mainly through introduction of improved technologies and subsequent redesigning of the farm managements.

In general, the findings of the current study indicate that it is worthwhile to assess the sustainability of agricultural production in different farming systems and agro-ecologies of Ethiopia. In addition, the combined effect of introducing improved agricultural technologies and subsequent reconfiguring the farm management is very crucial to increase and sustain agricultural production.

On the role of soil organic matter for crop production in European arable farming
Hijbeek, Renske - \ 2017
University. Promotor(en): Martin van Ittersum, co-promotor(en): Hein ten Berge. - Wageningen : Wageningen University - ISBN 9789463436632 - 211
soil fertility - soil fertility management - soil management - soil conservation - organic matter - soil organic matter - nitrogen - nitrogen fertilizers - green manures - manures - straw - soil carbon sequestration - cover crops - crop yield - yields - meta-analysis - food security - europe - drivers - barriers - bodemvruchtbaarheid - bodemvruchtbaarheidsbeheer - bodembeheer - bodembescherming - organische stof - organisch bodemmateriaal - stikstof - stikstofmeststoffen - groenbemesters - mest - stro - koolstofvastlegging in de bodem - dekgewassen - gewasopbrengst - opbrengsten - meta-analyse - voedselzekerheid - europa - chauffeurs - barrières

The aim of this thesis was to improve understanding of the role of organic inputs and soil organic matter (SOM) for crop production in contemporary arable farming in Europe. For this purpose, long-term experiments were analysed on the additional yield effect of organic inputs and savings in mineral fertiliser. In addition, a farm survey was conducted to find drivers and barriers for the use of organic inputs and to assess if arable farmers in Europe perceive a deficiency of SOM.

The findings in this thesis suggest that at least on the shorter term, on average, there seems to be no immediate threat from a deficiency of SOM to crop production in arable farming in Europe. The long-term experiments showed that with sufficient use of only mineral fertilisers, on average, similar yields could be attained over multiple years as with the combined use of organic inputs and mineral fertiliser. This was reflected in the farm survey, in which a large majority of farmers indicated not to perceive a deficiency of SOM. Analysis of long-term experiments also showed that more mineral fertiliser N was saved when using farmyard manure at high N rates (with mineral fertiliser application) than at low N rates (without mineral fertiliser application), based on comparisons at equal yield.

Specific crops and environments did benefit from organic inputs and more SOM in terms of crop production. Long-term experiments showed that organic inputs give benefit to crop production in wet climates and on sandy soils. In addition, farmers perceived a higher deficiency of SOM on steep slopes, sandy soils, wet and very dry climates. The additional yield effect of organic inputs was significant for potatoes. More in general, farmers who cultivated larger shares of their land with specialized crops (including potatoes, sugar beets, onions and other vegetables) than cereals perceived a higher deficiency of SOM. It seems that while the functions of SOM can be replaced with technical means to a large extent (e.g. tillage, use of mineral fertilisers), there are limits to this technical potential when environmental conditions are more extreme and crops are more demanding.

The farm survey revealed that farmers perceive a trade-off between improved soil quality on the one hand and increased pressures from weeds, pests and diseases and financial consequences on the other hand when using organic inputs. If policies aim to stimulate the maintenance or increase of SOM, more insight is needed into the conditions that regulate the pressures of weeds, pests and diseases in response to organic inputs. Financial consequences (at least on the short term) should also be accounted for. More importantly however, benefits from SOM for crop production cannot be taken for granted. Only in specific situations such benefits will exist. If European policies on SOM aim to include benefits for crop production, focus should be on areas with more extreme environmental conditions (very dry or wet climates, steep slopes, sandy soils), or cropping systems with more specialized or horticultural crops rather than cereals.

Species mixing effects on forest productivity in the Netherlands
Lu, Huicui - \ 2017
University. Promotor(en): Frits Mohren, co-promotor(en): Frank Sterck. - Wageningen : Wageningen University - ISBN 9789463436397 - 134
mixed forests - temperate zones - deciduous forests - soil fertility - light - yields - netherlands - gemengde bossen - gematigde klimaatzones - loofverliezende bossen - bodemvruchtbaarheid - licht - opbrengsten - nederland

Many monoculture forests (dominated by a single tree species) have been converted to mixed-species forests (dominated by more than one tree species) in Europe over the last decades. The main reason for this conversion was to increase productivity, including timber production, and enhance other ecosystem services, such as conservation of biodiversity and other nature values. In addition, it has been suggested that mixed-species forests are more resistant, resilient and stable to disturbances.

In line with the niche complementarity hypothesis, inter-specific differences in crown architecture, leaf phenology, shade tolerance and root distribution may allow tree species to partition resources in mixed forests. Such mechanisms may lead to a higher productivity of mixed forests versus monoculture forests, a phenomenon often referred to as overyielding. Interestingly, the stress-gradient hypothesis and the resource-ratio hypothesis suggests that such inter-specific interactions vary along a soil fertility gradient, but in different ways. The stress-gradient hypothesis emphasizes that more efficient partitioning increases overyielding at low fertility soils, whereas the resource ratio hypothesis considers that the denser packing of crowns on fertile soils allows for partitioning of light and overyielding on high fertility soils. Several studies have been carried out about species mixing effects on forest productivity, but so far their findings are ambiguous. Probably, this ambiguity comes from the sites that they studied, which differ in species, age, management history, and/or environmental conditions.

This thesis analyses the mixing effect on productivity in relation to the combination of species, stand age and soil fertility, and discusses possible consequences of forest management, for five two-species mixtures in the Netherlands: Douglas-fir (Pseudotsuga menziesii (Mirb.) Franco)beech (Fagus sylvatica L.), pine (Pinus sylvestris L.)oak (Quercus robur L.), oakbeech, oakbirch (Betula pendula Roth) and pinebirch. These mixtures and their corresponding monoculture stands were studied using long-term permanent forest plots over multiple decades, but also using two inventories (around 2003 and 2013) across the entire Netherlands. These forest plots data were used together with empirical models at total stand level (chapter 2), species level (chapter 3) and tree level (chapter 4) to evaluate the mixing effect on forest productivity.

In chapter 2, four two-species mixtures and their corresponding monospecific stands were compared for productivity (volume stem wood in m3 ha-1 year-1). It was explored whether mixing species differing in leaf phenology and shade tolerance would lead to overyielding of mixed forest stands, and whether overyielding changes with stand development. In line with the niche complementarity hypothesis, the two evergreen–deciduous species mixtures (Douglas-fir–beech and pine–oak) showed overyielding whereas deciduous–deciduous species mixtures (oakbeech and oakbirch) did not. The overyielding was strongest for the Douglas-fir–beech mixture than the pine–oak mixture, which can be attributed to the greater difference in shade tolerance in the former mixture. Overyielding did not significantly change with stand development. It is argued that the regular thinning maintained the ability of species to partition resources, i.e. the complementary resource use in those mixed stands over all stand ages.

In chapter 3, it was analysed which of the two species in these four mixtures contributed to overyielding, and whether this overyielding changed along a soil fertility gradient. It was discovered that both the fast-growing and the slow-growing species could contribute to overyielding. Yet, it was mainly the fast-growing Douglas-fir that contributed to higher productivity in the Douglas-fir–beech mixtures, and the slow-growing oak that did so in the pine–oak mixtures. For both mixtures, the greatest relative productivity gain was achieved by mixtures on the poorer soils. At first sight, these results seem in line with the stress-gradient hypothesis and not the resource-ratio hypothesis. Yet, it was argued that not only complementary use of soil resources, but also use of light, may contribute to the higher productivity of mixed stands on the poorer soils.

In chapter 4, it was assessed how the growth of individual trees in mixtures was influenced by inter- and intra-specific competition, and whether this competition was mainly size-symmetric for soil resources or size-asymmetric for light on soils differing in fertility. This chapter focussed on three mixtures, i.e. oak–birch, pine–oak and pine–birch, which were available at sufficient numbers in the Dutch national forest inventory data. It was concluded that intra-specific competition was not necessarily stronger than inter-specific competition and this competitive reduction was less seen at lower soil fertility and dependent on species mixtures, which is not in line with the stress-gradient hypothesis. Moreover, size-asymmetric competition for light was more associated with tree basal area growth than size-symmetric competition for soil resources, suggesting that light is the most limiting resource. Competition for light was generally much stronger at high fertility soils, supporting the resource-ratio hypothesis. These results suggest that light is the most limiting resource for tree basal area growth and that reduced competition for light can be explained to some degree by complementarity in light use to increase tree growth in mixed forests.

This thesis thus described the productivity patterns when mixing tree species and explored possible mechanisms of higher productivity in mixed stands compared with monoculture stands in the Netherlands. Complementary use of aboveground and belowground resources probably contributes to the higher productivity in mixed stands, but other factors including pathogens, nutrient cycling and litter decomposition were not addressed but cannot be excluded. Overyielding in Douglas-fir–beech and pine–oak mixtures was maintained over time, probably owing to the intensive thinning in Dutch forests. The results shed new light on the stress-gradient and resource-ratio hypotheses. For mixtures in Dutch forest, the greatest productivity gain in Douglas-fir–beech and pine–oak mixtures was achieved on the poorer soils, and it was argued that this is at least partially driven by complementary use of light, while the role of complementarity in use of soil resources is more obscure. Overall, this thesis suggest a substantial potential of species mixing for increasing productivity, which may run in parallel with enhancing other ecosystem services such as conservation of diversity and other nature values. Yet, more experimental studies on productivity in mixed stands are required to better unravel alternative mechanisms. Such understanding is required to manage the forests effectively in a century of unpreceded human driven changes in environmental conditions.

'De plant voedt ook de bodem' : 'Inzicht in bodem-plantrelaties gunstig voor bodemvitaliteit en productkwaliteit'
Sukkel, W. - \ 2017
Ekoland 37 (2017)1. - ISSN 0926-9142 - p. 14 - 15.
bodem-plant relaties - biologische landbouw - groenbemesters - grondbewerking - bodemvruchtbaarheid - soil plant relationships - organic farming - green manures - tillage - soil fertility
Een belangrijk uitgangspunt van biologische landbouw is dat de bodem de plant voedt. Maar het omgekeerde is ook waar. Aandacht voor variatie in gewassen en groenbemesters kan de bodem helpen verbeteren. Het is een van de zaken waar WUR-onderzoekers tijdens de BioBeurs op inzoomen in een serie workshops over de bodem.
Leve(n) de bodem! : de basis onder ons bestaan
Brussaard, L. ; Govers, F.P.M. ; Buiter, R.M. - \ 2016
Den Haag : Stichting Bio-Wetenschappen en Maatschappij (Cahier / Biowetenschappen en Maatschappij 35e jaargang (2016) kwartaal 3) - ISBN 9789073196834 - 88
bodemkunde - bodembiologie - bodemkwaliteit - landbouwgronden - bodemvruchtbaarheid - bodembeheer - bodemweerbaarheid - bodemmicrobiologie - duurzaam bodemgebruik - lesmaterialen - soil science - soil biology - soil quality - agricultural soils - soil fertility - soil management - soil suppressiveness - soil microbiology - sustainable land use - teaching materials
De bodem is niet alleen letterlijk de grond onder ons bestaan, ze is dat ook figuurlijk. Vruchtbare bodems leveren ons bijvoorbeeld voedsel, water en grondstoffen, maar ook een heel scala aan andere ecosysteemdiensten. In één theelepel zwarte grond leven meer organismen dan er mensen zijn op de hele aarde. Ze zorgen ervoor dat planten gebruik kunnen maken van de voedingsstoffen in de bodem en in een gezonde bodem krijgen ziekteverwekkers ook minder kans. Nu we steeds beter begrijpen hóe ze dat doen, kunnen wij zelfs nieuwe antibiotica vinden in de bodem! In dit cahier laten wetenschappers van naam op het gebied van het bodemonderzoek niet alleen zien welke diensten een gezonde bodem al vele eeuwen levert. Ze vertellen ook hoe de figuurlijke bodem onder ons bestaan tegelijk grond voor inspiratie is voor voedsel en technologie voor de toekomst.
Bodemverbeteraars met focus op biochar
Reuler, H. van; Baltissen, A.H.M.C. - \ 2016
- 15 p.
bodemverbeteraars - biochar - bodemkwaliteit - bodemvruchtbaarheid - bodembiologie - soil conditioners - soil quality - soil fertility - soil biology
Biochar is een stabiele organische verbinding die hoofdzakelijk uit koolstof bestaat. Het ontstaat bij verhitting van biomassa onder zuurstofloze omstandigheden, z.g. pyrolyse. Biochar wordt geproduceerd als bodemverbeteraar. De discussie gaat om het effect van Biochar toediening op een aantal bodemfuncties, zoals b.v. het vermogen om vocht en voedingsstoffen vast te houden, biologische activiteit.
Effecten bodem- en structuurverbeteraars : Onderzoek op klei- en zandgrond 2010-2015 eindrapportage
Balen, D.J.M. van; Topper, C.G. ; Geel, W.C.A. van; Berg, W. van den; Haas, M.J.G. de; Bussink, Wim ; Schoutsen, M.A. - \ 2016
Lelystad : Praktijkonderzoek Plant & Omgeving, onderdeel van Wageningen UR, Business Unit Akkerbouw, Groene Ruimte en Vollegrondsgroenten - 121 p.
bodemkwaliteit - bodemstructuur - fysische bodemeigenschappen - chemische bodemeigenschappen - bodembiologie - bodemvruchtbaarheid - bodemvruchtbaarheidsbeheer - zware kleigronden - zandgronden - calciummeststoffen - biochar - soil quality - soil structure - soil physical properties - soil chemical properties - soil biology - soil fertility - soil fertility management - clay soils - sandy soils - calcium fertilizers
In de praktijk lopen telers vaak tegen problemen aan van een slechte bodemkwaliteit. Intensieve bouwplannen, steeds zwaardere mechanisatie, uitloging (Ca-uitspoeling), piekneerslagen en de schaalvergroting in de landbouw leiden tot vermindering van de fysische bodemvruchtbaarheid en de structuur van de bodem. Dit veroorzaakt:  toenemende problemen bij de bewerkbaarheid van de bodem;  minder efficiënt gebruik van meststoffen;  verhoogd risico van uit- en afspoeling van nutriënten;  wateroverlast;  verlaging van de opbrengst. Om de bodemstructuur te verbeteren, worden door industrie en handel zogeheten bodemverbeteraars en kalkmeststoffen aangeboden. Er is een grote variatie in type producten, de wijze waarop ze werken en de mate waarin ze een directe dan wel indirecte invloed op de bodemvruchtbaarheid kunnen hebben. Objectieve informatie over het effect van deze producten op de gewasopbrengsten en de fysische, chemische en biologische bodemvruchtbaarheid ontbreekt. Uit eerdere proeven is bekend dat effecten van bodem verbeterende maatregelen vaak pas na enkele jaren zichtbaar worden. Om het effect van verschillende bodemverbeteraars op opbrengst en bodemeigenschappen op de langere termijn te toetsen, zijn proefvelden aangelegd op drie kleilocaties (Kollumerwaard, Lelystad en Westmaas) en twee zandlocaties (Vredepeel, Valthermond). Op deze proefvelden zijn bouwplannen toegepast die gangbaar zijn voor de betreffende regio. Eventuele positieve effecten worden sterker met het verstrijken der jaren. Bovendien zijn deze het duidelijkst te onderscheiden wanneer op alle locaties hetzelfde gewas wordt geteeld. Daarom stonden er in het laatste jaar op alle proefvelden aardappels. In de proef zijn de ontwikkeling van de gewasopbrengst, de gewaskwaliteit en de bodemeigenschappen gevolgd over een periode van zes jaar (2010-2015).
Ziekteweerbaarheid verhogen tegen wortelknobbelaaltjes (Meloidogyne spp.)
Kolk, J.P. van der; Voogt, W. ; Streminska, M.A. ; Wurff, A.W.G. van der - \ 2016
- 1 p.
tuinbouw - gewasbescherming - plagenbestrijding - meloidogyne - glastuinbouw - biologische bestrijding - compost - bodemvruchtbaarheid - tomaten - conferenties - biologische landbouw - plaagbestrijding met predatoren - vruchtgroenten - meloidogyne incognita - meloidogyne javanica - aaltjesdodende eigenschappen - plantenparasitaire nematoden - bodemweerbaarheid - horticulture - plant protection - pest control - greenhouse horticulture - biological control - composts - soil fertility - tomatoes - conferences - organic farming - predator augmentation - fruit vegetables - nematicidal properties - plant parasitic nematodes - soil suppressiveness
In de biologische glastuinbouw zijn bodem gebonden ziektes een groot knelpunt. Wortelknobbelaaltjes (Meloidogyne incognita en M. javanica) zijn belangrijke pathogenen die in de vruchtgroententeelt voor problemen zorgen.
Soil fertility management in organic greenhouses in Europe
Tittatelli, Fabio ; Bath, Brigitta ; Ceglie, Francesco Giovanni ; Garcia, M.C. ; Moller, K. ; Reents, H.J. ; Vedie, Helene ; Voogt, W. - \ 2016
[Netherlands] : BioGreenhouse - ISBN 9789462575363 - 46 p.
greenhouse horticulture - soil fertility - organic farming - europe - rotation - fertilizer application - nutrient management - cropping systems - glastuinbouw - bodemvruchtbaarheid - biologische landbouw - europa - rotatie - bemesting - nutrientenbeheer - teeltsystemen
The management of soil fertility in organic greenhouse systems differs quite widely across Europe. The challenge is to identify and implement strategies which comply with the organic principles set out in (EC) Reg. 834/2007 and (EC) Reg. 889/2008 as well as supporting environmentally, socially and economically sustainable cropping systems. In this paper, written by a group of scientists of different geographical origin and with different background, the state of the art of the sector and the main characteristics of the European organic greenhouse cropping systems are described. The main bottlenecks and constraints are discussed with a particular reference to the regulatory framework in force. The most relevant issues that may influence the enforcement and future development of the sector have been identified as specific knowledge gaps. For each of them, the appropriate research needs were elaborated in a multidisciplinary perspective as forthcoming challenges for the whole sector. Although not exhaustive, given the wide heterogeneity of the implemented systems, this paper is able, for the first time, to give a structured outlook on soil fertility management in protected organic conditions on a European scale.
Kringlopen - Algemeen : Kennisclip Bogo-project e-learning
Baltissen, A.H.M.C. - \ 2016
Groenkennisnet
cycling - resource conservation - renewable resources - soil - soil fertility - biobased economy - horticulture - teaching materials - kringlopen - hulpbronnenbehoud - vervangbare hulpbronnen - bodem - bodemvruchtbaarheid - tuinbouw - lesmaterialen
Deze kennisclip maakt onderdeel uit van de lesmodule Biobased Economy van het CIV T&U.
Stikstofbinding voor kleine boeren in Afrika
Giller, K.E. - \ 2015
Vork 2 (2015)3. - ISSN 2352-2925 - p. 16 - 21.
tuinbouw - kleine landbouwbedrijven - afrika - stikstofbindende bacteriën - rhizobium - bodemvruchtbaarheid - inkomen van landbouwers - agrarische bedrijfsvoering - peulgewassen - sojabonen - voedselproductie - projecten - teeltsystemen - horticulture - small farms - africa - nitrogen fixing bacteria - soil fertility - farmers' income - farm management - legumes - soyabeans - food production - projects - cropping systems
Het project N2Africa is onlangs de tweede fase ingegaan met als doel dat in 2020 een half miljoen kleine boeren in Afrika, ten zuiden van de Sahara, stikstofbinding hebben geïntegreerd in hun bedrijfsvoering. Op een manier die hen past, zegt Ken Giller. Stikstofbinding verbetert de bodemvruchtbaarheid, terwijl de teelt van bonen, die samen met bacteriën de stikstof vastleggen, een belangrijke aanvulling vormt op het menu en op het inkomen van de boer.
Dossier Functionele Agrobiodiversiteit
Alebeek, F.A.N. van - \ 2015
Groen Kennisnet
agrobiodiversiteit - agrarische productiesystemen - plagenbestrijding - biologische bestrijding - agrarisch natuurbeheer - gewasbescherming - bodemvruchtbaarheid - agro-biodiversity - agricultural production systems - pest control - biological control - agri-environment schemes - plant protection - soil fertility
De diversiteit aan soorten organismen als planten, dieren, micro-organismen – in een woord biodiversiteit – is een samenhangend geheel. De soorten binnen een systeem kunnen elkaar op verschillende manieren beïnvloeden. Regenwormen en micro-organismen kunnen de bodemstructuur verbeteren, bijen zorgen voor bevruchting van planten en zweefvliegen kunnen de ontwikkeling van luizen onderdrukken.
Effecten bodem- en structuurverbeteraars; onderzoek op kleigrond 2010-2014
Balen, D.J.M. van; Topper, C.G. ; Geel, W.C.A. van; Haan, J.J. de; Haas, M.J.G. de; Bussink, D.W. - \ 2015
Lelystad : PPO AGV (Rapport / PPO-AGV 659) - 63
akkerbouw - bodemstructuur - structuur - lichte-matig zware kleigronden - flevoland - poldergronden - bodemvruchtbaarheid - kalkmeststoffen - bodemverbeteraars - arable farming - soil structure - structure - clay loam soils - polder soils - soil fertility - liming materials - soil conditioners
In de praktijk lopen telers steeds vaker tegen problemen aan van een slechte bodemkwaliteit. Intensieve bouwplannen, steeds zwaardere mechanisatie, uitloging (Ca-uitspoeling), piekneerslagen en de schaalvergroting in de landbouw leiden tot vermindering van de fysische bodemvruchtbaarheid en de structuur van de bodem. Om de bodemstructuur te verbeteren, worden door industrie en handel zogeheten bodemverbeteraars en kalkmeststoffen aangeboden. Er is een grote variatie in type producten, de wijze waarop ze werken en de mate waarin ze een directe dan wel indirecte invloed op de bodemvruchtbaarheid hebben. Objectieve informatie over het effect van de aanbevolen producten op gewasopbrengsten en fysische, chemische en biologische bodemvruchtbaarheid ontbreekt. Uit eerdere proeven blijkt dat de effecten binnen 1 of 2 groeiseizoenen vaak afwezig zijn. Veel fabrikanten geven aan dat pas op langere termijn effecten te verwachten zijn.
Ecologie van bosbodems : een verkennende studie naar ecologisch functioneren van bosbodems op zandgronden
Jong, J.J. de; Bloem, J. ; Delft, S.P.J. van; Hommel, P.W.F.M. ; Oosterbaan, A. ; Waal, R.W. de - \ 2015
Wageningen : Alterra, Wageningen-UR (Alterra-rapport 2657) - 89
bosecologie - bodemecologie - bodemvruchtbaarheid - humus - organische stof - zandgronden - forest ecology - soil ecology - soil fertility - organic matter - sandy soils
De bodem van een bos is bepalend voor het functioneren van het bos als productie- en ecosysteem. Het is het substraat waar organismen in leven en waar planten in wortelen. De bodem houdt vocht en nutriënten vast en levert deze aan planten en het bodemleven, terwijl planten organische stof aan de bodem leveren. De wijze waarop dit allemaal gebeurt, bepaalt in grote mate welke organismen er in en op voor kunnen komen en hoe die functioneren. De bodemorganismen en voedingstoestand van de bodem worden beïnvloed door beheer en externe factoren, zoals depositie. Kennis van de onderlinge relaties tussen de factoren die de bodemvruchtbaarheid bepalen of door de bodemvruchtbaarheid bepaald worden, is daarom van groot belang voor een duurzaam bosbeheer. Dit rapport bevat een verkenning van de kennis die er aanwezig is op dat gebied.
Achtergrondinformatie Praktijkdag Suikerbieten & Cichorei 2 juli 2015, Vredepeel
PPO Akkerbouw, Groene Ruimte en Vollegrondsgroente, - \ 2015
Vredenpeel : PPO - 17
akkerbouw - suikerbieten - cichorei - wortelgewassen - proeven op proefstations - zandgronden - organische meststoffen - bodemvruchtbaarheid - mechanische bestrijding - herbiciden - onkruidbestrijding - gewasbescherming - bladschimmels - rhizoctonia - rassenproeven - bemesting - arable farming - sugarbeet - chicory - root crops - station tests - sandy soils - organic fertilizers - soil fertility - mechanical control - herbicides - weed control - plant protection - phylloplane fungi - variety trials - fertilizer application
Deze Praktijkdag aandacht voor: Investeren in organische stof loont. Mechanische onkruidbestrijding. Bladschimmelbeheersing suikerbieten. Proefveld rhizoctoniaresistente suikerbietenrassen. Stikstof- en fosfaatbemesting in relatie tot het 5e actieprogramma. Nitraatrichtlijn. Stel de juiste diagnose van ‘zieke’ planten. Vooruitgang door nieuwe rassen bij cichorei. Onkruidbeheersing. Opbrengstverhoging. en Spuittechniek
Legacies of Amazonian dark earths on forest composition, structure and dynamics
Quintero Vallejo, E.M. - \ 2015
University. Promotor(en): Frans Bongers; Lourens Poorter, co-promotor(en): Marielos Pena Claros; T. Toledo. - Wageningen : Wageningen University - ISBN 9789462574267 - 168
bossen - bosgronden - bosdynamiek - bodemvruchtbaarheid - botanische samenstelling - soortensamenstelling - plantengemeenschappen - amazonia - bolivia - forests - forest soils - forest dynamics - soil fertility - botanical composition - species composition - plant communities
Summary

Amazonian forest is seen as the archetype of pristine forests, untouched by humans, but this romantic view is far from reality. In recent years, there is increasing evidence of long and extensive landscape modification by humans. Processes of permanent inhabitation, expansion and retreat of human populations have not always been obvious in those ecosystems, leaving sometimes weak and overlooked imprints in the landscape. An example of one of these inconspicuous alterations are the modifications in the soil known as Amazonian Dark Earths (ADE) or ‘terra preta’ (black earth in Portuguese), which are the product of the accumulation of residuals from permanent or semi-permanent human inhabitation. They are named after the black color of the soils, which is a consequence of the accumulation of charcoal pieces and organic matter in the soil. These soils also contain higher levels of phosphorous, calcium (mainly originated from bone residuals), and nitrogen that increase fertility of the naturally poor soils, thus favouring agricultural practices. Amazonian Dark Earths are distributed in Brazil, Bolivia, Colombia, and Peru, and it is estimated that they could occupy 3% of the area of the Amazon basin.

With the decrease in human population in the Americas after the encounter with European colonists, sites where ADE had been formed were abandoned and the vegetation recovered. So far, the effects of ADE on old growth forest had not been widely examined and we are just starting to understand the consequences of past human inhabitation on forest composition and structure. In my thesis, I evaluated the effects of ADE on the forest that has re-grown after abandonment by indigenous people in the La Chonta forest, situated at the southern edge of the Amazon basin, in Bolivia. First, I assessed the magnitude of the changes in the soil as a consequence of human occupation. Then, I studied how soil changes affected plant species composition in the forest understory, forest structure and forest dynamics, and finally I determined how seedlings of tree species respond to anthropogenic changes in soil properties.

Detailed information on soil characteristics and its heterogeneity in the landscape is needed to evaluate the effects of soil on the vegetation. Soil heterogeneity in some sites in the Amazon basin can be increased by the presence of ADE. Therefore, I did detailed soil surveys that allowed me to understand the relationship between past human occupation and alteration in the concentration of soil nutrients. I found that natural soils in the southern Amazonian forest are more fertile than their Central and Eastern Amazon counterparts. Past human presence in the area resulted in soil enrichment, due to increases in the concentration of phosphorus, calcium, potassium, and increases in soil pH. Thus, with this information I could test specific hypothesis about the effects of soil fertility on the vegetation that occurs in these sites.

In the Amazonian forest in general, soil characteristics influences the composition of understory angiosperm herbs, ferns and palm species. Thus, increases in soil fertility in ADE could affect the distribution of understory angiosperm herbs, ferns and palm species. I evaluated the effect of ADE on composition, richness and abundance of understory species (ferns, angiosperm herbs, and palms). I correlated soil variables associated with ADE, such as Ca, P, and soil pH, with species composition, richness and abundance. I found that the presence of ADE created a gradient in soil nutrients and pH, which changed the composition of understory species, especially of ferns and palms. Additionally, the higher nutrient concentration and the more neutral pH on ADE soils were associated with a decrease in the richness of fern species. I therefore conclude that the current composition of the understory community in La Chonta is a reflection of past human modification of the soil.

Soil heterogeneity drives forest structure and forest dynamics across the Amazon region, but at a local scale the role of soils on forest dynamics is not well understood. The study of Amazonian Dark Earths (ADE) opens an opportunity to test how increases in soil fertility could affect forest structure and dynamics at local scales. I evaluated the effect of ADE on forest attributes, such standing basal area, tree liana infestation and successional composition, defined by the relative presence of pioneers, to shade tolerant species in the forest. I also evaluated the effect of ADE on individual components of forest dynamics: basal area growth, recruitment, and mortality. Surprisingly, I found that these fertile ADE affected only few forest attributes and components of forest dynamics. Soil pH was one of the edaphic variables that significantly explained forest structure and dynamics. A higher soil pH increased recruitment of intermediate-sized trees (with stem diameter between 20 and 40 cm) and decreased mortality of large trees (stem diameter > 40 cm). The most important effect of pH, however, was on initial basal area and successional composition, which directly affected growth in basal area of intermediate-sized trees.

Increases in soil nutrients can drive plant responses promoting higher growth rates and lower mortality. Plants respond to soil nutrient availability through a suite of traits, by adjusting their biomass allocation patterns, morphology, tissue chemistry and physiology, which allow them successful establishment and regeneration. The higher amount of nutrients found on ADE compared to natural soils could improve the growth of tropical tree species. I studied the effect of ADE on seedling growth, morphology and physiology in a greenhouse experiment with seedlings of 17 tree species from La Chonta. I found that seedlings did not invest more in roots in non-ADE (to take up scarce soil resources) but they invested in leaves and leaf area in ADE (to enhance light capture), although this did not lead to faster growth rate. Tree species responded differently to an increase in soil Ca concentration, which was 2.4 times higher in ADE than in non-ADE soils. Some species seemed to suffer from Ca toxicity as indicated by higher seedling mortality on ADE; others suffered from nutrient imbalance; whereas other species increased their leaf Ca, P and N concentrations in ADE. Only for this latter group of nutrient accumulators, there was a positive relationship between leaf Ca concentration and the growth rates of seedlings. Contrary to expectations, ADE did not lead to increased seedling growth. The ability of plants to colonize patches of ADE might depend on plant responses to increased soil Ca and their capacity to regulate internal tissue calcium to balance nutrition.

In summary, in this southern Amazon forest the increased soil nutrient concentrations are a legacy of the humans that inhabited the area. This nutrient addition caused changes in understory species composition and decreased fern species richness and had modest effects on forest structure and dynamics. Increases in nutrients, specifically Ca, can cause positive and negative responses of tree species, resulting in potentially long term effects on the tree species composition of the forest.

Houtoogst en bodemvruchtbaarheid : een modelstudie naar duurzaamheid van houtoogst op Nederlandse bosgroeiplaatsen
Bonten, L.T.C. ; Bijlsma, R.J. ; Delft, S.P.J. van; Jong, J.J. de; Spijker, J.H. ; Vries, W. de - \ 2015
Wageningen : Alterra, Wageningen-UR (Alterra-rapport 2618)
bosecologie - bodemvruchtbaarheid - bepaling van groeiplaatshoedanigheden - opbrengstregeling - nutrientenbeheer - bodemchemie - forest ecology - soil fertility - site class assessment - yield regulation - nutrient management - soil chemistry
Dit rapport brengt met een modelstudie de duurzaamheid van houtoogstscenario’s in beeld ten aanzien van nutriëntenbalansen op verschillende Nederlandse bosgroeiplaatsen. Tegelijkertijd geeft de studie aan waar (nog aanzienlijke) onzekerheden liggen bij de vertaling naar een adviessysteem voor houtoogst. De voor houtoogst relevante groeiplaatsen zijn gekarakteriseerd met 11 typen. Voor elk van deze groeiplaatstypen is met een model nagegaan in welke mate combinaties van boomsoort, groeiklasse (groeiverwachting) en oogstscenario leiden tot een negatieve nutriëntenbalans voor calcium (Ca), magnesium (Mg), kalium (K) en fosfor (P). Ook is nagegaan hoe snel de bosbodem wordt uitgeput.
Tot de bodem uitzoeken : micro-organismen beïnvloeden plantengroei
Beintema, N. ; Groenigen, J.W. van - \ 2015
WageningenWorld (2015)2. - ISSN 2210-7908 - p. 10 - 15.
bodembiologie - bodembeheer - organische stof - aardwormen - bodemkwaliteit - organisch bodemmateriaal - koolstof - micro-organismen - bodemvruchtbaarheid - gewasbescherming - plantenontwikkeling - soil biology - soil management - organic matter - earthworms - soil quality - soil organic matter - carbon - microorganisms - soil fertility - plant protection - plant development
Per vierkante meter bodem leven honderden wormen en insecten samen met kilometers aan schimmeldraden, vele miljoenen aaltjes en miljarden bacteriën. Onderzoek maakt steeds meer duidelijk van het precaire evenwicht ondergronds, en de grote invloed daarvan op het leven bovengronds. Het levert nieuwe strategieën op voor gewasbescherming.
Check title to add to marked list
<< previous | next >>

Show 20 50 100 records per page

 
Please log in to use this service. Login as Wageningen University & Research user or guest user in upper right hand corner of this page.