Staff Publications

Staff Publications

  • external user (warningwarning)
  • Log in as
  • language uk
  • About

    'Staff publications' is the digital repository of Wageningen University & Research

    'Staff publications' contains references to publications authored by Wageningen University staff from 1976 onward.

    Publications authored by the staff of the Research Institutes are available from 1995 onwards.

    Full text documents are added when available. The database is updated daily and currently holds about 240,000 items, of which 72,000 in open access.

    We have a manual that explains all the features 

Current refinement(s):

Records 1 - 20 / 683

  • help
  • print

    Print search results

  • export
    A maximum of 250 titles can be exported. Please, refine your queryYou can also select and export up to 30 titles via your marked list.
  • alert
    We will mail you new results for this query: keywords==costs
Check title to add to marked list
Weidevogelscenario’s : Mogelijkheden voor aanpak van verbetering van de weidevogelstand in Nederland
Melman, Dick ; Sierdsema, Henk - \ 2017
Wageningen : Wageningen Environmental Research (Wageningen Environmental Research rapport 2769) - 29
weidevogels - graslanden - populatiebiologie - landschapsbeheer - kosten - habitats - natuurbescherming - nederland - grassland birds - grasslands - population biology - landscape management - costs - nature conservation - netherlands
Onderhoudsstaat en onderhoudskosten van groen erfgoed in Nederland
Paulissen, Maurice ; Debie, Patricia ; Brus, Dick ; Koomen, Arjen ; Nieuwenhuizen, Wim ; Schuiling, Rini ; Verkuijl, Paul - \ 2016
Wageningen : Wageningen Environmental Research (Wageningen Environmental Research rapport 2773) - 81
tuinen - parken - nederland - kosten - onderhoud - groenbeheer - buitenplaatsen - gardens - parks - netherlands - costs - maintenance - management of urban green areas - country estates
Het onderzoek is uitgevoerd door Wageningen Environmental Research en onderzoeksbureau Debie & Verkuijl. De resultaten van het onderzoek naar de staat en onderhoudsbehoefte van groene rijksmonumenten zijn bij brief van 8 mei 2017 (TK 32 156, nr. 81) door de Minister aan de Tweede Kamer aangeboden. Kort samengevat blijkt dat 69% redelijk scoort, 20% goed, 11% matig en 0% slecht. Verontrustend is dat uit het onderzoek is gebleken dat van de beschermde groenaanleg in Nederland 30% totaal is verdwenen en dat 14% is aangetast. Grof afgerond betekent dit dus dat bijna de helft van de als groen aangewezen rijksmonument niet meer of nog slechts deels bestaat. Kanttekening hierbij is dat de beschrijvingen vaak decennia geleden zijn opgesteld en soms summier zijn. Controle is dus soms lastig. Het onderzoek betreft de instandhoudingsbehoefte van de onderhoudskosten om de groenaanleg door middel van sober en doelmatig onderhoud in redelijke staat te houden volgens de normen van de Leidraad subsidiabele instandhoudingskosten. De restauratiebehoefte is daarbij niet in kaart gebracht.
Een haalbaarheidsstudie naar integratie van elektrische voortstuwing in de visserijsector : Academic Consultancy Training
Born, Michael van den; Geurts, Joris ; Jong, Hermen de; Langezaal, Hugo ; Dreessen, Sebastiaan - \ 2016
Kenniskringvisserij.nl - 68 p.
fisheries - costs - fuels - electricity - visserij - kosten - brandstoffen - elektriciteit
De visserijsector heeft de laatste jaren te maken gehad met grote fluctuaties in visprijzen en brandstofkosten. Om de sector toekomstbestendig te maken moeten brandstofkosten worden verlaagd om zo minder invloed te hebben op de financiële resultaten. Daarnaast is het terugdringen van emissies en onafhankelijkheid van fossiele brandstoffen een steeds belangrijker thema. Daarom is in dit project onderzocht in hoeverre het mogelijk is om vissersschepen volledig elektrisch aan te drijven. De focus gelegd op drie thema’s: technische haalbaar, ecologisch verantwoord en economisch rendabel. Tevens is er een stakeholderanalyse uitgevoerd. De resultaten zijn samengevat in een sterkte-zwakte analyse.
Beprijzen van water voor de landbouw - geactualiseerde versie
Linderhof, Vincent ; Snellen, W.B. ; Schipper, P.N.M. ; Hattum, T. van; Veraart, J.A. - \ 2016
Stowa (Deltafactsheet ) - 6 p.
landbouw - beregening - oppervlaktewater - watergebruik - kosten - marktregulaties - agriculture - overhead irrigation - surface water - water use - costs - market regulations
Deze deltafact behandelt de achtergronden en mogelijkheden om water te beprijzen dat door de landbouw wordt gebruikt voor beregening. De nadruk hierbij ligt op het gebruik van oppervlaktewater en de haalbaarheid om water te beprijzen in tijden van watertekorten.
Onafhankelijke bemonstering vaste mest : globale indicatie van de kosten en administratieve lasten
Koeijer, T.J. de; Luesink, H.H. - \ 2016
Wageningen : LEI Wageningen UR (Rapport / LEI Wageningen UR 2016-050) - ISBN 9789462578494 - 35 p.
dierlijke meststoffen - rundvee - varkens - bemonsteren - kosten - methodologie - animal manures - cattle - pigs - sampling - costs - methodology
Bij invoering van de nieuwe systematiek van onafhankelijke bemonstering van de dikke fractie van rundvee- en varkensdrijfmest nemen de kosten voor de sector naar schatting toe met circa 2 mln. euro per jaar. Daarbij is aangenomen dat ondernemers kiezen voor de goedkoopste methode op basis van de gegeven inschatting van de kosten van de verschillende opties voor bemonstering en de logistieke situatie en aantallen transporten van dikke fractie van 2015. In dat geval zullen de ondernemers kiezen voor een variant waarin zo veel mogelijk met geautomatiseerde vrachtbemonstering wordt gewerkt, in combinatie met ‘handmatige bemonstering per partij vlak voor afvoer.
Effecten van derogatie op de kosten van mestafzet
Koeijer, T.J. de; Luesink, H.H. ; Blokland, P.W. - \ 2016
Wageningen : LEI Wageningen UR (Nota / LEI Wageningen UR 2016-024) - 15 p.
dierlijke meststoffen - mestverwerking - kosten - nitraten - mestbeleid - nederland - animal manures - manure treatment - costs - nitrates - manure policy - netherlands
De Nederlandse Zuivelorganisatie en LTO Nederland hebben LEI Wageningen UR gevraagd om de effecten van het eventueel wegvallen van de derogatie op de kosten van mestafzet en de benodigde mestverwerkingscapaciteit in beeld te brengen. Inzichten zijn verkregen via berekeningen met het LEI-mestmodel MAMBO, gebaseerd op het aantal bedrijven en dieren van het jaar 2013 en het mestbeleid van 2015. Gegeven de gehanteerde uitgangspunten, zoals voldoende beschikbaarheid van mestverwerkingscapaciteit, tonen de resultaten aan dat bij het wegvallen van de derogatie de totale mestafzetkosten voor de rundveehouderijsector met circa 116 mln. euro toenemen en die voor de varkenshouderij met 3 mln. euro afnemen. Voor de rundveehouderij komen daar circa 30 mln. euro aan kosten van extra stikstofkunstmest en 9 mln. euro aan kosten voor extra fosfaatkunstmest bij. In de akkerbouw nemen de kunstmestkosten met 3 mln. euro af. De benodigde mestverwerkingscapaciteit zal bij het wegvallen van de derogatie met ruim 75% moeten toenemen tot circa 41 mln. kg fosfaat. Omdat de benodigde mestverwerkingscapaciteit op het moment van het eventueel verlies van derogatie mogelijk niet beschikbaar is, is ook nagegaan wat het effect van het wegvallen van derogatie op het extra mestaanbod op de mestmarkt is als deze wordt gecompenseerd door een vermindering van het aantal graasdieren. Op basis van de dieraantallen van 2013 is dan een reductie van 20% van het aantal graasdieren nodig.
Een overzicht van de benodigde vergunningen en regelgeving voor de start van een viskweekbedrijf
Abbink, W. - \ 2016
Yerseke : IMARES (Rapport / IMARES C011/16) - 15 p.
vergunningen - visteelt - milieuwetgeving - wetgeving - overheid - kosten - permits - fish culture - environmental legislation - legislation - public authorities - costs
Het ministerie van EZ heeft IMARES Wageningen UR gevraagd om een overzicht te maken van de aanvraagprocedures voor benodigde vergunningen en bepalende regelgeving voor het opzetten van een viskweekbedrijf. In dit rapport zijn de procedures opgedeeld in de twee hoofdonderdelen Bouw en Milieu, en Dieren. De laatste jaren zijn met de invoering van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo, 2010) en de Waterwet (2009) tientallen wetten en regelgevingen samengevoegd en geïntegreerd. Dit heeft onder andere geleid tot de omgevingsvergunning, milieuvergunning en watervergunning, die van belang zijn bij het starten van een viskweekbedrijf. Via online modules kan gecontroleerd worden welke vergunningen of onderdelen van de vergunningen nodig zijn (de vergunningcheck), en de aanvraag van de benodigde vergunningen verloopt ook via een van deze modules. De aanvraag wordt automatisch naar de bevoegde lokale of regionale overheid gestuurd, die deze afhandelt. Door al deze maatregelen zijn de procedures om de verschillende benodigde vergunningen aan te vragen sterk versimpeld. De inhoudelijke wet- en regelgeving is hiermee echter niet versimpeld, en door de sterke digitalisatie is het moeilijk om gespecialiseerde ambtenaren rechtstreeks te benaderen. Op het gebied van de dieren zijn de vergunningen en de regelgeving veelal nationaal en/of Europees georganiseerd, en fungeert in de meeste gevallen de nVWA als centraal orgaan waarbij de regelgevingen kunnen worden bestudeerd en vergunningen moeten worden aangevraagd. De duur en de kosten voor het verkrijgen van de vergunningen zijn sterk afhankelijk van de precieze vergunningen of onderdelen van vergunningen die nodig zijn, en van de gemeente waar de vergunningen worden aangevraagd. Het invullen van de vergunningcheck is hierbij de belangrijkste leidraad. Ondernemers moeten rekening houden met een procedure tijd van zes maanden.
Beleid waterkwaliteit: kosten voor de landbouw : een quick scan : Een quick scan
Koeijer, T.J. de; Buurma, J.S. ; Luesink, H.H. ; Ruijs, M.N.A. - \ 2015
LEI Wageningen UR (Nota / LEI Wageningen UR LEI 2015-147) - 17 p.
landbouwsector - waterkwaliteit - mestbeleid - gewasbescherming - kosten - nederland - agricultural sector - water quality - manure policy - plant protection - costs - netherlands
Om een goede waterkwaliteit te realiseren, is er beleid voor het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen en mest. Dit rapport brengt de belangrijkste kostenposten op basis van de bij het LEI beschikbare informatie in beeld. De netto jaarkosten van het mestbeleid bedragen voor de landbouw in 2013 101 mln. euro. In 2015 is dit naar verwachting 159 mln. euro. Hiervan bedragen de kosten voor de veehouderijsectoren 386 mln. euro. De baten voor de akkerbouw, extensieve veehouderij en opengrondstuinbouw bedragen 227 mln. euro. De jaarkosten als gevolg van het gewasbeschermingsmiddelenbeleid bedragen voor 2013 in totaal 78 mln. euro. Hiervan is 18 mln. euro voor de akkerbouw en 60 mln. euro voor de glastuinbouw.
Recreatiemodule in Instrumentarium Kosten Natuurbeleid (IKN) : bepaling van de recreatiekosten
Blaeij, A.T. de; Michels, R. ; Verburg, R.W. ; Hennen, W.H.G.J. - \ 2015
Wettelijke Onderzoekstaken Natuur & Milieu (WOt-technical report 58) - 50 p.
openluchtrecreatie - natuurbescherming - natuurbeleid - bosrecreatie - economische modellen - kosten - nederland - recreatie - outdoor recreation - nature conservation - nature conservation policy - forest recreation - economic models - costs - netherlands - recreation
De Recreatiemodule in het Instrumentarium Kosten Natuurbeleid (IKN) is opgesteld om de kosten te bepalenvoor het toegankelijk en recreatief aantrekkelijker maken van natuur en landschap voor verschillendescenario’s. De module bestaat uit een rekenmodel en een kostendatabase. De kostendatabase is opgebouwdmet normkosten per eenheid recreatieve voorziening. Dit zijn voorzieningen die een gebied toegankelijk danwel recreatief aantrekkelijk maken. De Recreatiemodule is een aanvulling op het IKN-model. Dit technicaldocument is zo opgezet dat het op termijn kan dienen om de berekeningen met de Recreatiemodule teborgen conform ‘Status A’ van de WOT Natuur & Milieu. Het bevat daarom een theoretische onderbouwing eneen technische beschrijving van het model en de kostendatabase. Verder is er een beschrijving van dewerking ervan en de gebruikte gegevens. Doordat de inputkaarten voor het model nog ontbreken, heeftvalidatie van het model nog niet kunnen plaatsvinden
Opbrengsten en kosten in de kottersector : product van Kenniskringen visserij
Turenhout, M.N.J. ; Klok, A.J. ; Zaalmink, W. - \ 2015
visserij - vissersschepen - economische analyse - kosten - opbrengsten - duurzaamheid (sustainability) - fisheries - fishing vessels - economic analysis - costs - yields - sustainability
Als kottereigenaar is het van belang om economisch duurzaam te ondernemen. De kosten mogen gemiddeld niet hoger liggen dan de verkregen opbrengsten. Maar waar bestaan de kosten en opbrengsten in de kottersector daadwerkelijk uit? In deze factsheet van Kenniskringen Visserij wordt een overzicht gegeven van de belangrijkste kosten en opbrengsten.
Low cost drip irrigation in Burkina Faso : unravelling actors, networks and practices
Wanvoeke, M.J.V. - \ 2015
University. Promotor(en): Margreet Zwarteveen; Charlotte de Fraiture, co-promotor(en): J.P. Venot. - Wageningen University : Wageningen - ISBN 9789462576117 - 144
irrigatie - irrigatiesystemen - kosten - waterbeheer - waterbeleid - druppelbevloeiing - burkina faso - irrigation - irrigation systems - costs - water management - water policy - trickle irrigation

Title: Low cost drip irrigation in Burkina Faso: Unravelling Actors, Networks and Practices

In Burkina Faso, there is a lot of enthusiasm about Low Cost Drip Irrigation (LCDI) as a tool to irrigate vegetables, and thus improve food security, solve water scarcity and reduce poverty. Already for more than ten years, development cooperation donors, policy makers, and kit designers have invested in the technology, funded its dissemination, and encouraged farmers to adopt it. Yet, there are only very few farmers who are using the technology in their fields. This study shows that this is because the funds for paying the technology mostly do not come from them, but from external donors. For LCDI promoters and disseminators, LCDI is also importantly a tool to survive or make profits. For this, they need to continuously re-assert the success of the technology through reports and stories. Farmers agree to play this game, as they hope and do receive other benefits by associating themselves with LCDI projects.

Sixty-five data sets of profit, labour input, fertilizer and pesticide use in seventeen vegetable crops of the Arusha region, Tanzania
Everaarts, A.P. ; Putter, H. de - \ 2015
Lelystad : PPO AGV (PPO/PRI report 652) - 77
groenteteelt - rentabiliteit - input van landbouwbedrijf - kosten - arbeid (werk) - inkomen - tanzania - investering - penen - voederkool - koolsoorten - tomaten - aardappelen - bemesting - gewasbescherming - vegetable growing - profitability - farm inputs - costs - labour - income - investment - carrots - kale - cabbages - tomatoes - potatoes - fertilizer application - plant protection
This report contains the 65 individual crop data sets to the related report A.P. Everaarts, H. de Putter and A.P. Maerere, 2015. Profitability, labour input, fertilizer application and crop protection in vegetable production in the Arusha region, Tanzania.PPO Report 653.
Profitability, labour input, fertilizer application and crop protection in vegetable production in the Arusha region, Tanzania
Everaarts, A.P. ; Putter, H. de; Maerere, A.P. - \ 2015
Lelystad : PPO AGV (PPO/PRI report 653) - 37
groenteteelt - rentabiliteit - input van landbouwbedrijf - kosten - arbeid (werk) - inkomen - tanzania - investering - penen - voederkool - koolsoorten - tomaten - aardappelen - bemesting - gewasbescherming - vegetable growing - profitability - farm inputs - costs - labour - income - investment - carrots - kale - cabbages - tomatoes - potatoes - fertilizer application - plant protection
An analysis was made of the inputs, costs and profit of vegetable production in three areas in the Arusha region of Tanzania. The major aim of the study was to establish whether vegetable producers would have the means to invest in modern production methods, such as hybrid seeds and drip irrigation, to improve and intensify their production.
Aanpassing Instrumentarium Kosten Natuurbeleid (IKN) aan de typologie van het Subsidiestelsel Natuur en Landschap (SNL)
Verburg, R.W. ; Michels, R. ; Puister-Jansen, L.F. - \ 2015
Wageningen : Wettelijke Onderzoekstaken Natuur & Milieu (WOt-technical report 38) - 39
natuurbeleid - natuurbescherming - kosten - subsidies - natuur - nederland - nature conservation policy - nature conservation - costs - nature - netherlands
In de uitvoering van het natuurbeleid in Nederland is het Subsidiestelsel Natuur en Landschap (SNL) leidend geworden. In dit stelsel zijn nieuwe natuurtypen gedefinieerd en zijn maatregelen voor beheer uitgewerkt. Maatregelen om de stikstofdepositie te verlagen en verdrogingseffecten te verkleinen, zijn in de Programmatische Aanpak Stikstof (PAS) uitgewerkt. Het Instrumentarium Kosten Natuurbeleid (IKN) is een model dat de kosten van natuurbeleid kan doorrekenen. Deze kosten omvatten de kosten van (regulier) beheer en van eenmalige inrichtings- of herstelmaatregelen. Het Planbureau voor de Leefomgeving gebruikt het model IKN bij de doorrekening van veranderingen in het natuurbeleid, zoals in de Balans van de Leefomgeving en de Natuurverkenning. In dit rapport zijn de aanpassingen van IKN aan deze nieuwe ontwikkelingen beschreven en uitgewerkt
Verkenning van de mogelijkheid om waterplanten in te zetten als natuurlijke stuwen
Keizer-Vlek, H.E. ; Verdonschot, P.F.M. - \ 2015
Wageningen : Alterra, Wageningen-UR - 62
waterplanten - waterlopen - stuwen - zoetwaterconstructies - kosten - maaien - nederland - waterstromingsweerstand - aquatic plants - streams - weirs - freshwater structures - costs - mowing - netherlands - water flow resistance
Waterplanten vormen een essentieel onderdeel van laaglandbeken. Naast hun ecologische functie hebben ze een significante impact op de geomorfologie, waterkwaliteit en waterkwantiteit van laaglandbeken. In Nederland heeft historisch gezien de nadruk altijd gelegen op het verwijderen van waterplanten uit waterlopen om de primaire functie, het watervoerend vermogen, te handhaven. De hoge kosten van het maaibeheer in Nederland in combinatie met de aandacht voor de positieve ecologische effecten van waterplanten vanuit de Kaderichtlijn Water, de mogelijkheden om water vast te houden met behulp van waterplanten om zo verdroging van natuurgebieden en de toenemende droogteschade in de landbouw tegen te gaan, hebben geleid tot het idee om te kijken in hoeverre het mogelijk is om de werking van de stuwen in watergangen te vervangen door waterplanten.
Potential of extensification of European agriculture for a more sustainable food system; the case for nitrogen and livestock
Grinsven, J.J.M. van; Erisman, J.W. ; Vries, W. de; Westhoek, H. - \ 2015
Environmental Research Letters 10 (2015)2. - ISSN 1748-9326 - 10 p.
dairy farms - management - intensification - welfare - trends - impact - costs - meat - pig
Most global strategies for future food security focus on sustainable intensification of production of food and involve increased use of nitrogen fertilizer and manure. The external costs of current high nitrogen (N) losses from agriculture in the European Union, are 0.3–1.9% of gross domestic product (GDP) in 2008. We explore the potential of sustainable extensification for agriculture in the EU and The Netherlands by analysing cases and scenario studies focusing on reducing N inputs and livestock densities. Benefits of extensification are higher local biodiversity and less environmental pollution and therefore less external costs for society. Extensification also has risks such as a reduction of yields and therewith a decrease of the GDP and farm income and a smaller contribution to the global food production, and potentially an i0ncrease of global demand for land. We demonstrate favourable examples of extensification. Reducing the N fertilization rate for winter wheat in Northwest Europe to 25–30% below current N recommendations accounts for the external N cost, but requires action to compensate for a reduction in crop yield by 10–20%. Dutch dairy and pig farmers changing to less intensive production maintain or even improve farm income by price premiums on their products, and/or by savings on external inputs. A scenario reducing the Dutch pig and poultry sector by 50%, the dairy sector by 20% and synthetic N fertilizer use by 40% lowers annual N pollution costs by 0.2–2.2 billion euro (40%). This benefit compensates for the loss of GDP in the primary sector but not in the supply and processing chain. A 2030 scenario for the EU27 reducing consumption and production of animal products by 50% (demitarean diet) reduces N pollution by 10% and benefits human health. This diet allows the EU27 to become a food exporter, while reducing land demand outside Europe in 2030 by more than 100 million hectares (2%), which more than compensates increased land demand when changing to organic farming. We conclude that in Europe extensification of agriculture is sustainable when combined with adjusted diets and externalization of environmental costs to food prices.
Economische evaluatie : Star+ voor dier- en milieuvriendelijk huisvesting vleesvarkens
Vermeij, I. ; Aarnink, A.J.A. ; Classens, P.J.A.M. ; Verdoes, N. - \ 2015
V-focus (2015)juni 2015. - ISSN 1574-1575 - p. 35 - 37.
varkenshouderij - varkensstallen - dierenwelzijn - huisvesting, dieren - dierlijke productie - kosten - mestverwerking - economische evaluatie - varkens - pig farming - pig housing - animal welfare - animal housing - animal production - costs - manure treatment - economic evaluation - pigs
Voor de Star+-stal is een economische evaluatie uitgevoerd. Hiertoe is de Star+ vergeleken met een reguliere stal. Uit deze evaluatie blijkt dat een meerprijs van 8 eurocent per kg geslacht gewicht nodig is ten opzichte van een reguliere stal. Maar met een besparing op de mestafzetkosten en een reguliere hokbezetting kan de benodigde meerprijs fors worden teruggebracht.
Information, trust and pesticide overuse: Interactions between retailers and cotton farmers in China
Jin, S. ; Bluemling, B. ; Mol, A.P.J. - \ 2015
NJAS Wageningen Journal of Life Sciences 72-73 (2015). - ISSN 1573-5214 - p. 23 - 32.
risk perceptions - bt cotton - knowledge - management - pest - workers - health - costs - crops - ipm
In the absence of adequate extension services, retailers have become the major information source for farmers’ pesticide use in rural China. Pesticide application for smallholders is rather complex, and mistakes can lead to significant crop losses. Farmers, therefore, seek sources of information regarding pesticide use. This paper first explores how different kinds of retailers may employ different strategies of providing information to farmers. We find that for village, town, and county retailers, the more familiar they are with farmers, the more likely they are to amplify the recommended dosage of pesticide use. In cooperatives, who buy pesticides from an extension station, the information is directly transferred to member farmers without information distortion. Apart from examining retailers’ different strategies of information provision, this paper also asks in how far farmers’ trust in retailers may affect pesticide use. It finds that trust in different kinds of retailers indeed varies and plays a critical role in converting information into farming behavior. Members of the cooperative show rather high levels of trust in their retailer, while farmers who are not members of a cooperative show low levels of trust in retailers. Pesticide use is a joint result of retailers’ information provision strategies and farmers’ trust. The lowest pesticide use occurs when accurate information is provided and when farmers highly trust the information provider. Overuse occurs with either information distortion or low levels of trust. Cooperatives have advantages both in terms of information provision and trust, thereby leading to the lowest use of pesticides.
The optimal number of heifer calves to be reared as dairy replacements
Mohd Nor, N. ; Steeneveld, W. ; Mourits, M.C.M. ; Hogeveen, H. - \ 2015
Journal of Dairy Science 98 (2015)2. - ISSN 0022-0302 - p. 861 - 871.
holstein-friesian heifers - genomic selection - simulation-model - rearing period - netherlands - costs - mortality - cattle - performance - fertility
Dairy farmers often keep almost all their newborn heifer calves despite the high cost of rearing. By rearing all heifer calves, farmers have more security and retain flexibility to cope with the uncertainty in the availability of replacement heifers in time. This uncertainty is due to mortality or infertility during the rearing period and the variation in culling rate of lactating cows. The objective of this study is to provide insight in the economically optimal number of heifer calves to be reared as replacements. A herd-level stochastic simulation model was developed specific for this purpose with a herd of 100 dairy cows; the biological part of the model consisted of a dairy herd unit and rearing unit for replacement heifers. The dairy herd unit included variation in the number of culled dairy cows. The rearing unit incorporated variation in the number of heifers present in the herd by including uncertainty in mortality and variation in fertility. The dairy herd unit and rearing unit were linked by the number of replacement heifers and culled dairy cows. When not enough replacement heifers were available to replace culled dairy cows, the herd size was temporarily reduced, resulting in an additional cost for the empty slots. When the herd size reached 100 dairy cows, the available replacement heifers that were not needed were sold. It was assumed that no purchase of cows and calves occurred. The optimal percentage of 2-wk-old heifer calves to be retained was defined as the percentage of heifer calves that minimized the average net costs of rearing replacement heifers. In the default scenario, the optimal retention was 73% and the total net cost of rearing was estimated at €40,939 per herd per year. This total net cost was 6.5% lower than when all heifer calves were kept. An earlier first-calving age resulted in an optimal retention of 75%, and the net costs of rearing were €581 per herd per year lower than in the default scenario. For herds with a lower or higher culling rate of dairy cows (10 or 40% instead of 25% in the default scenario), it was optimal to retain 35 or 100% of the heifer calves per year. Herds that had a lower or higher cost of empty slots (€50 or 120 per month instead of €82 in the default scenario) had an optimal retention of 49 or 83% per year; the optimal retention percentage was dependent on farm and herd characteristics. For Dutch dairy farming conditions, it was not optimal to keep all heifer calves.
The time-dependent two-echelon capacitated vehicle routing problem with environmental considerations
Soysal, M. ; Bloemhof, J.M. ; Bektas, T. - \ 2015
International Journal of Production Economics 164 (2015). - ISSN 0925-5273 - p. 366 - 378.
road freight transportation - city logistics - emission - optimization - models - algorithm - windows - impact - costs
Multi-echelon distribution strategies in which freight is delivered to customers via intermediate depots rather than direct shipments is an increasingly popular strategy in urban logistics. This is primarily to alleviate the environmental (e.g., energy usage and congestion) and social (e.g., traffic-related air pollution, accidents and noise) consequences of logistics operations. This paper presents a comprehensive MILP formulation for a time-dependent two-echelon capacitated vehicle routing problem (2E-CVRP) that accounts for vehicle type, traveled distance, vehicle speed, load, multiple time zones and emissions. A case study in a supermarket chain operating in the Netherlands shows the applicability of the model to a real-life problem. Several versions of the model, each differing with respect to the objective function, are tested to produce a number of selected key performance indicators (KPIs) relevant to distance, time, fuel consumption and cost. The paper offers insight on economies of environmentally-friendly vehicle routing in two-echelon distribution systems. The results suggest that an environmentally-friendly solution is obtained from the use of a two-echelon distribution system, whereas a single-echelon distribution system provides the least-cost solution.
Check title to add to marked list
<< previous | next >>

Show 20 50 100 records per page

 
Please log in to use this service. Login as Wageningen University & Research user or guest user in upper right hand corner of this page.