Staff Publications

Staff Publications

  • external user (warningwarning)
  • Log in as
  • language uk
  • About

    'Staff publications' is the digital repository of Wageningen University & Research

    'Staff publications' contains references to publications authored by Wageningen University staff from 1976 onward.

    Publications authored by the staff of the Research Institutes are available from 1995 onwards.

    Full text documents are added when available. The database is updated daily and currently holds about 240,000 items, of which 72,000 in open access.

    We have a manual that explains all the features 

Current refinement(s):

Records 1 - 20 / 131

  • help
  • print

    Print search results

  • export

    Export search results

  • alert
    We will mail you new results for this query: keywords==desiccation
Check title to add to marked list
Meer groen als wapen tegen de volgende hittegolf
Spijker, Joop ; Lenzholzer, Sanda - \ 2018
urban heat - green infrastructure
MetaNatuurplanner v2.0 : status A
Pouwels, R. ; Eupen, M. van; Adrichem, M.H.C. van; Knegt, B. de; Greft-van Rossum, J.G.M. van der - \ 2016
Wageningen : Wettelijke Onderzoekstaken Natuur & Milieu, Wageningen UR (WOt-technical report 64) - 102 p.
biodiversiteit - modellen - natuurbeleid - ecosysteembeheer - verdroging - habitatfragmentatie - milieuafbraak - klimaatverandering - wateropslag - biodiversity - models - nature conservation policy - ecosystem management - desiccation - habitat fragmentation - environmental degradation - climatic change - water storage
Het Planbureau voor de Leefomgeving en Alterra Wageningen UR hebben de MetaNatuurplanner ontwikkeld om op nationale of regionale schaal de effecten van beleid en beheeringrepen op de biodiversiteit te bepalen. Het model legt relaties tussen de milieu-, water- en ruimtecondities en de duurzame instandhouding van de biodiversiteit en wordt gebruikt voor zowel signalering, beleidsevaluatie en (nationale) verkenningen. De soortresultaten en het realiseren van duurzame leefgebieden worden geaggregeerd tot indicatoren die aansluiten op het Nederlandse en Europese beleid. In deze rapportage worden alle facetten beschreven van het model die nodig zijn om de kwaliteitsstatus A voor modellen van de WOT Natuur & Milieu te verkrijgen.
Inzicht in verdroging TOP-gebieden via stambuisregressie
Gelderen, van, J. ; Knotters, M. ; Winsen, van, S. - \ 2015
H2O online (2015). - 6 p.
natuurgebieden - verdroging - ecohydrologie - grondwaterstand - monitoring - provincies - utrecht - natural areas - desiccation - ecohydrology - groundwater level - provinces
De provincie Utrecht heeft als een van de eerste provincies de verdrogingssituatie van haar TOP-natuurgebieden bepaald met stambuisregressie. Hiervoor zijn meetrondes met gerichte grondwateropnames uit voorjaar en zomer gekoppeld aan stambuis-grondwatermeetreeksen. Deze methodiek heeft een statistische basis, waarmee zuivere schattingen zijn verkregen van oppervlaktepercentages die voldoen aan de hydrologische randvoorwaarden voor het betreffende (natuur)gebied (GxG). De intensieve veldmeetcampagne is met een gedegen voorbereiding goed uitvoerbaar. De provincie zal over enige jaren – opnieuw met deze methode – de aanpak van de verdrogingsbestrijding in de Utrechtse TOP-natuurgebieden evalueren.
De invloed van vegetatie op de verdroging van kleikades
Zee, F.F. van der; Frissel, J.Y. - \ 2014
Wageningen : Alterra, Wageningen-UR (Alterra-rapport 2590) - 51
dammen - bodemtypen - bodem-plant relaties - bodemwater - verdroging - dams - soil types - soil plant relationships - soil water - desiccation
In 2003 braken bij Wilnis en Terbregge de (veen)dijken door als gevolg van extreme droogte. Sinds die tijd is veel zorg en aandacht besteed aan deze nieuwe vorm van bezwijkende dijken. Naast de grondsoort (klei, veen) als belangrijkste factor is ook de vegetatie mogelijk van invloed op het ontstaan van scheuren in de kade.
Signal transduction pathway(s) in guard cells after prolonged exposure to low vapour pressure deficit
Ali Niaei Fard, S. - \ 2014
Wageningen University. Promotor(en): Ernst Woltering, co-promotor(en): Uulke van Meeteren. - Wageningen : Wageningen University - ISBN 9789462570627 - 167
arabidopsis thaliana - vicia faba - dampdruk - verdroging - huidmondjes - abscisinezuur - signaaltransductie - plantenfysiologie - vapour pressure - desiccation - stomata - abscisic acid - signal transduction - plant physiology

Keywords: Abscisic acid, Arabidopsis thaliana, calcium, CYP707As, desiccation, environmental factors, guard cells’ signalling pathway, hydrogen peroxide, natural variation, nitric oxide, photosystem II efficiency, RD29A, relative water content, secondary messengers, stomata, vapour pressure deficit, Vicia faba

In short-term, guard cells close stomata in response to an increase in vapour pressure deficit (VPD) and they open the stomata after exposure to low VPDs. However, in long-term responses to low VPD, adaptation processes occur which make stomata less sensitive to stimuli which usually induce stomatal closure (stomatal malfunctioning). Cellular mechanism(s) leading to occurrence of stomatal malfunctioning is (are) still unknown. The aim of this project was to elucidate the processes that are involved in the malfunctioning of stomata after long-term exposure to low VPD. To elucidate whether the problem of stomatal malfunctioning is due to alterations in stomatal morphology and leaf anatomy or in the ABA signalling pathway, fava bean plants were grown at low or moderate VPDs and some plants that developed their leaves at moderate VPD were then transferred for four days to low VPD. Leaf anatomical and stomatal morphological alterations due to low VPD were not the main reason of stomatal malfunctioning in response to ABA and desiccation. Within one day exposure to low VPD, the level of foliar ABA decreased to the same level as in low VPD-grown plants, while the level of ABA-glucose ester was not affected. Spraying ABA during a 4-day exposure to low VPD maintained closing ability of the stomata after 4-day low VPD-exposure. Therefore, alteration in the signalling pathways due to low foliar ABA level was recognized as the main reason for stomatal malfunctioning after long-term low VPD-exposure. Coincidence in changes of Ca2+, ABA receptors, and positive and negative regulators of ABA signalling are proposed as early steps for stomatal malfunctioning induced by low VPD-exposure. Transcriptional activators, transcriptional repressors as well as E3 ligases are proposed for long-term adaptation of cellular processes which consequently cause decreased stomatal response to closing stimuli afterwards. In order to find the molecular mechanism(s) of stomatal malfunctioning, possible variation in stomatal response to closing stimuli was studied among Arabidopsis thaliana accessions after a 4-day low VPD-exposure. Accessions could be grouped to very sensitive, moderately sensitive and less sensitive to closing stimuli using principle component analysis. A positive correlation was found between foliar ABA level (before desiccation) and stomatal closure response to ABA (but not to desiccation) after exposure to different VPDs. Stomatal response to desiccation was positively correlated with the foliar ABA level after desiccation. In order to elucidate the molecular network underlying stomatal malfunctioning in response to ABA due to long-term low VPD-exposure, two groups of Arabidopsis accessions were used as accessions that maintained responsiveness to ABA after low VPD-exposure and accessions with low VPD induced non-ABA-responsive stomata. The foliar ABA content in all accessions correlated with the stomatal response to ABA: only when the ABA level was above a threshold value, stomata responded to ABA. After low VPD-exposure, mainly due to catabolism of ABA, the foliar ABA content decreased. This decrease in ABA level resulted in down regulation of RD29A, which caused decreased stomatal responsiveness to ABA.

Het effect van temperatuur op de bloem aanleg en het doorbreken van de winterrust in tulp
Leeggangers, H.A.C.F. ; Hilhorst, H.W.M. ; Immink, G.H. - \ 2014
bloembollen - tulpen - verdroging - bloembeginsels - cultuurmethoden - proeven - temperatuur - kou - winter - groeistadia - ornamental bulbs - tulips - desiccation - flower primordia - cultural methods - trials - temperature - cold - growth stages
Temperatuur is een van de belangrijkste factoren die de ontwikkeling van tulpen beïnvloedt. Het warme voorjaar in 2008 leidde tot bloemverdroging in Strong Gold en in 2011 werd hetzelfde aangetroffen bij partijen van o.a. Yokohama, Purple Prince en Escape (Figuur 1). Niet alleen een warm voorjaar kan een probleem geven, maar ook een warme winter gevolgd door een koud voorjaar (2012). Hierdoor staan de tulpen laat in bloei gevolgd door een vertraagde aanleg van de bloem knop. Voortijdig rooijen kan de aanleg van de bloem knop beïnvloeden. Doel van dit onderzoek is om het effect van temperatuur op de bloem aanleg te bestuderen en de invloed van kou op de ontwikkeling binnen in de bol tijdens de winterrust.
Can frequent precipitation moderate the impact of drought on peatmoss carbon uptake in northern peatlands?
Nijp, J.J. ; Limpens, J. ; Metselaar, K. ; Zee, S.E.A.T.M. van der; Berendse, F. ; Robroek, B.J.M. - \ 2014
New Phytologist 203 (2014)1. - ISSN 0028-646X - p. 70 - 80.
sphagnum mosses - climate-change - water-content - co2 exchange - soil respiration - vegetation - accumulation - desiccation - boreal - bog
Northern peatlands represent a large global carbon store that can potentially be destabilized by summer water table drawdown. Precipitation can moderate the negative impacts of water table drawdown by rewetting peatmoss (Sphagnum spp.), the ecosystem's key species. Yet, the frequency of such rewetting required for it to be effective remains unknown. We experimentally assessed the importance of precipitation frequency for Sphagnum water supply and carbon uptake during a stepwise decrease in water tables in a growth chamber. CO2 exchange and the water balance were measured for intact cores of three peatmoss species (Sphagnum majus, Sphagnum balticum and Sphagnum fuscum) representative of three hydrologically distinct peatland microhabitats (hollow, lawn and hummock) and expected to differ in their water table–precipitation relationships. Precipitation contributed significantly to peatmoss water supply when the water table was deep, demonstrating the importance of precipitation during drought. The ability to exploit transient resources was species-specific; S. fuscum carbon uptake increased linearly with precipitation frequency for deep water tables, whereas carbon uptake by S. balticum and S. majus was depressed at intermediate precipitation frequencies. Our results highlight an important role for precipitation in carbon uptake by peatmosses. Yet, the potential to moderate the impact of drought is species-specific and dependent on the temporal distribution of precipitation.
Unsaturated hydraulic properties of xerophilous mosses: towards implementation of moss covered soils in hydrological models
Voortman, B.R. ; Bartholomeus, R.P. ; Bodegom, P.M. van; Gooren, H.P.A. ; Zee, S.E.A.T.M. van der; Witte, J.P.M. - \ 2014
Hydrological Processes 28 (2014)26. - ISSN 0885-6087 - p. 6251 - 6264.
evaporatie - bryophyta - hydraulisch geleidingsvermogen - korstmossen - mossen - hydrologie - waterbalans - bodemwaterretentie - modelleren - evaporation - hydraulic conductivity - lichens - mosses - hydrology - water balance - soil water retention - modeling - sphagnum moss - water - conductivity - bryophytes - desiccation - ecosystems - tolerance
Evaporation from mosses and lichens can form a major component of the water balance, especially in ecosystems where mosses and lichens often grow abundantly, such as tundra, deserts and bogs. To facilitate moss representation in hydrological models, we parameterized the unsaturated hydraulic properties of mosses and lichens such that the capillary water flow through moss and lichen material during evaporation could be assessed. We derived the Mualem-van Genuchten parameters of the drying retention and the hydraulic conductivity functions of four xerophilous moss species and one lichen species. The shape parameters of the retention functions (2.17¿
Herstel Vogelkers-Essenbos in het Lankheet : resultaten van het OBN-onderzoek 2005-2010
Hommel, P.W.F.M. ; Kemmers, R.H. ; Querner, E.P. ; Waal, R.W. de - \ 2013
Driebergen : Bosschap, bedrijfschap voor bos en natuur (Rapport / Directie Agrokennis, Ministerie van Economische Zaken nr. 2013/OBN149-BE) - 96
bossen - ecohydrologie - ecologisch herstel - bosecologie - verdroging - natura 2000 - helofytenfilters - twente - achterhoek - forests - ecohydrology - ecological restoration - forest ecology - desiccation - artificial wetlands
In dit rapport wordt verslag gedaan van de resultaten van een praktijkproef gericht op herstel van een verdroogd beekdalbos in het landgoed Het Lankheet bij Haaksbergen (Ov.). De proef was gekoppeld aan een grootschalig experiment gericht op waterzuivering in rietvelden met een kunstmatig peilbeheer (vanaf 2006). De looptijd van het herstelproject bedroeg vijf jaar (2005 – 2010). Het doel was te onderzoeken in hoeverre het oorspronkelijk bostype (Vogelkers-Essenbos; Pruno-Fraxinetum) kon worden hersteld door vernatting met gezuiverd “afvalwater” van de zuiveringsmoerassen. Voor de praktijkproef werden in een bosperceel grenzend aan de zuiveringsmoerassen 18 meetpunten ingericht, in de helft waarvan strooisel en vegetatie werden verwijderd. Daarnaast werden elders op het landgoed, buiten de verwachte hydrologische invloed van de waterzuiveringsproef, nog eens zes meetpunten ingericht als referentie. Ook hier werden in de helft van de punten strooisel en vegetatie verwijderd.
Bloemverdroging: Cultivars met vroege bloemaanleg koeler bewaren
Dam, M.F.N. van - \ 2013
BloembollenVisie 2013 (2013)273. - ISSN 1571-5558 - p. 22 - 23.
bloembollen - tulpen - verdroging - cultivars - weersbeïnvloeding - schade - landbouwkundig onderzoek - ornamental bulbs - tulips - desiccation - weather control - damage - agricultural research
Uitval in de tulpenbroeierij door bloemverdroging kwam de afgelopen jaren veel meer voor dan daarvoor. Reden voor PPO om na te gaan wat hiervan de oorzaak zou kunnen zijn. In dit artikel legt onderzoeker Martin van Dam uit dat vooral in warme lentes bij vroege cultivars de kans op bloemverdroging sterk toeneemt.
Vroege bloemverdroging bij narcis cultivar Bridal Crown
Vink, P. ; Vreeburg, P.J.M. ; Leeuwen, P.J. van - \ 2013
Lisse : Praktijkonderzoek Plant & Omgeving BBF - 9
narcissus - bloembollen - verdroging - bloemen - afwijkingen - diagnostiek - landbouwkundig onderzoek - ornamental bulbs - desiccation - flowers - abnormalities - diagnostics - agricultural research
In de zomer van 2011 bleek dat in een aanzienlijk aantal partijen narcisbollen van cultivar Bridal Crown sprake was van vroege bloemverdroging. Daarbij was na de oogst van de bollen sprake van een ver ontwikkelde spruit met deels of volledig verdroogde bloemknoppen. Uitwendig zagen de bollen er steeds volkomen normaal en gezond uit waardoor het zowel voor de teelt als de handel lastig tot onmogelijk was om de gezondheid en gebruikswaarde van de partijen goed vast te stellen. Als eenmaal vroege bloemverdroging bij de handel was vastgesteld dan werd de partij meestal terug gestuurd naar de teler om als plantgoed te kunnen worden opgeplant. Bij narcissen is vroege bloemverdroging echter een zeer uitzonderlijk fenomeen waarvan de oorzaak tot nu toe onbekend is. Omdat het soms om aanzienlijke percentages vroege bloemverdroging ging is op verzoek van zowel telers als bloembollenhandelaren geprobeerd om de oorzaak te achterhalen. Daartoe zijn van zowel partijen Bridal Crown met en zonder vroege bloemverdroging verschillende partijgegevens verzameld bij diverse bloembollentelers en met elkaar vergeleken. Ook zijn weerkaarten met temperatuur- en neerslaggegevens van het KNMI opgevraagd en beoordeeld. Het bleek uit de verzamelde gegevens van diverse telers van Bridal Crown, en uit de weerkaarten van het KNMI, dat bij zowel de partijen met als zonder vroege bloemverdroging sprake was geweest van droge en warme omstandigheden in het voorjaar van 2011. Dus warmte en droogte konden niet de enige oorzaak zijn van de vroege bloemverdroging. Narcisbollen van Bridal Crown worden bovendien normaliter langdurig warm en droog bewaard zonder dat problemen met verdroogde bloemen in de bol ontstaan. Wel werd duidelijk dat sommige telers van partijen met vroege bloemverdroging hun bollen wat minder diep hadden geplant dan gemiddeld, waardoor een zekere invloed van een hogere bodemtemperatuur de ontwikkeling (in de grond) van de bloemknoppen in de bol kan hebben beïnvloed. Bij narcis vindt de bloemaanleg vanaf mei plaats en is bij rooien veelal al voltooid. Ook bleek dat in de maanden juli en augustus 2011 sprake was geweest van uitzonderlijk veel regenval waardoor percelen met bloembollen soms blank moeten hebben gestaan of op zijn zachts gezegd erg nat zijn geweest. Metname in het teeltgebied in Noord Holland, waar de meeste problemen met vroege bloemverdroging waren vastgesteld, is sprake geweest van extreme nattigheid tot wel 116 mm neerslag meer dan normaal, met half juli meer dan 50mm op één dag. Zonder 100% bewijs in handen te hebben bestaat wel een sterk vermoeden dat hoogstwaarschijnlijk onder invloed van droogte en warmte in het voorjaar van 2011 de bloemknopontwikkeling gemiddeld verder is geweest dan normaal. Dit kan helaas niet worden gestaafd aan andere informatie omdat nog nooit systematisch de bloemontwikkeling bij Bridal Crown tijdens het teeltseizoen is gevolgd en vastgelegd. De verschijnselen van vroege bloemverdroging zijn mogelijk daarna ontstaan onder invloed van extreme regelval en uitzonderlijk natte grond in juli en augustus (de periode kort vóór het rooien) waardoor mogelijk een vorm van verstikking is opgetreden en de bloemknoppen vroeg (direct na het rooien) zijn gaan verdrogen. Op basis van dit vermoeden is het advies aan telers van narcissen cv. Bridal Crown om de bollen voldoende diep te planten zodat warmte en droogte minder effect heeft op de bloemknopontwikkeling. Neerslag is helaas niet te sturen, maar een goede structuur van de grond en voldoende afwatering van een perceel kunnen wel helpen om te natte omstandigheden zo veel mogelijk te beperken.
Kosten en baten van terrestrische natuur: methoden en resultaten : achtergronddocument bij Natuurverkenning 2010-2040
Leneman, H. ; Verburg, R.W. ; Heide, C.M. van der; Schouten, A.D. - \ 2013
Wageningen : Wettelijke Onderzoekstaken Natuur & Milieu (WOt-werkdocument 278) - 76
natuurbeheer - natuurgebieden - milieubeleid - depositie - kosten-batenanalyse - verdroging - koolstofvastlegging - biomassa productie - nature management - natural areas - environmental policy - deposition - cost benefit analysis - desiccation - carbon sequestration - biomass production
Dit werkdocument gaat in op de methoden en resultaten van de kosten en baten uit de atuurverkenning 2010- 2040, die met terrestrische natuur samenhangen. De kosten- en batenberekeningen worden getoond voor de vier kijkrichtingen uit de Natuurverkenning. De kostenberekeningen omvatten aankoop en inrichting, beheer en maatregelen om de verdroging en de depositie tegen te gaan. De effecten op houtproductie, biomassaproductie en koolstofvastlegging vormen de batenberekeningen. Ook zijn de secundaire kosten en baten van de kijkrichtingen voor de land- en tuinbouw geschat.
Onderzoek naar de oorzaak van vroege bloemverdroging in tulpen
Dam, M.F.N. van; Haaster, A.J.M. van - \ 2013
Lisse : Praktijkonderzoek Plant en Omgeving BBF - 29
bloembollen - tulipa - verdroging - bloemen - cultuurmethoden - bloembeginsels - proeven - temperatuur - opslag - landbouwkundig onderzoek - ornamental bulbs - desiccation - flowers - cultural methods - flower primordia - trials - temperature - storage - agricultural research
Sinds 2008 treedt er in tulpen vroege bloemverdroging op. Hierbij is de bloemknop in de bol al in augustus geheel verdroogd. Tijdens de uitbloei in de winterperiode wordt in partijen daarnaast ook een aantal onvol-ledige (deels verdroogde) bloemen aangetroffen. In de jaren na 2008 was er niet altijd sprake van bloem-verdroging in de bol, maar werden afwijkende bloemen nog wel vaak gezien. Steeds betrof het wisselende partijen Strong Gold, maar in 2011 was er een uitbraak in veel partijen met symptomen in de bollen. De bloemverdroging werd toen ook in andere cultivars aangetroffen (Yokohama, Cheirosa, Purple Flag, Purple Prince, Escape, Brigitta, Alibi), redenen genoeg om hier onderzoek naar te starten. Dat onderzoek bestond uit een enquête en teeltkundig onderzoek. In de enquête werd onder andere ge-vraagd naar teeltwijze en bewaring vooraf en na het teeltseizoen, om aanwijzingen voor de oorzaak van bloemverdroging te verkrijgen. In een perceel Strong Gold werd bloemaanleg kunstmatig vervroegd door het aanbrengen van grondverwarming. Er werd ook een deel van de bollen geremd in de ontwikkeling door ze af te dekken met een dikke laag stro. Deze bollen en bollen van 2 andere locaties werden na het rooien bij hoge en lage temperatuur bewaard. Tijdens de bewaring en bij de bloementeelt daarna werden bollen en bloemen beoordeeld op het percentage verdroging.
Natuurkwaliteit Drentse vennen opnieuw gemeten : bijna een eeuw ecologische veranderingen
Dam, H. van; Arts, G.H.P. ; Bijkerk, R. ; Boonstra, H. ; Belgers, J.D.M. ; Mertens, A. - \ 2013
Amsterdam [etc.] : Herman van Dam Adviseur Water en Natuur [etc.] (Alterra-rapport 2351) - 286
stilstaand water - plassen - zoetwaterecologie - biochemie - macrofauna - aquatische ecologie - ecologisch herstel - zure regen - verdroging - drenthe - standing water - ponds - freshwater ecology - biochemistry - aquatic ecology - ecological restoration - acid rain - desiccation
In 2010-2011 zijn in 18 Drentse vennen inventarisaties uitgevoerd van beïnvloeding en beheer, waterstandsfluctuaties, waterchemie, vegetatie, kiezelwieren, sieralgen en macrofauna. De resultaten worden vergeleken met die van vergelijkbare inventarisaties in 1990 – 1994 en 2003. In de afgelopen dertig jaar is de kwaliteit van de onderzochte vennen aanzienlijk toegenomen, vooral door de afname van verzurende atmosferische depositie, maar ook door maatregelen tegen eutrofiëring zoals het uitbaggeren van vennen en het bestrijden van meeuwenkolonies. Ook anti-verdrogingsmaatregelen hebben rendement opgeleverd. Gemiddeld is de kwaliteit van de vegetatie, sieralgen en kiezelwieren nu even goed als of zelfs beter dan in de eerste helft van de twintigste eeuw. In de meeste vennen is de kwaliteit van de macrofauna sinds begin jaren negentig niet vooruitgegaan, mogelijk door het slechte koloniserende vermogen van veel macrofaunasoorten, de zuurstofarme waterbodem met toxische zwavelverbindingen en een eventuele ontoereikende omgevingskwaliteit van de vennen. In sommige vennen draagt externe belasting door overnachtende ganzen bij tot eutrofiëring. In vennen waar dat niet het geval is treedt soms interne eutrofiëring op. Door stijging van de pH door afname van verzuring wordt organische stof uit het sediment gemineraliseerd en komen voedingsstoffen vrij in de waterlaag. Vooral in de laatste vijf jaar heeft dat tot achteruitgang van de kwaliteit van algen en macrofauna geleid. Er worden aanbevelingen voor beheer en onderzoek gedaan, zoals het continueren van het huidige beheer, aangevuld met het opnieuw graven van veenputten in dichtgroeiende vennen, het beperken van de invloed van ganzen en grazende runderen en het voorkómen van invasies van exoten. Om de effecten van beleidsmaatregelen en beheer in de toekomst te blijven volgen wordt aanbevolen het onderzoek in alle vennen elke 10-12 jaar te herhalen, aangevuld met frequentere monitoring in een klein aantal vennen.
Droogte, verzilting en binnendijkse natuur in de Zuidwestelijke Delta
Greft-van Rossum, Janien van der - \ 2012
natural areas - south-west netherlands - salinization - desiccation - inventories
Watermaatregelen in Natura 2000-gebieden : rapportage over synergie van watermaatregelen in Natura 2000-gebieden en KRW-waterlichamen
Sanders, M.E. ; Keizer-Vlek, H.E. ; Greft-van Rossum, J.G.M. van der - \ 2012
Wageningen : Alterra, Wageningen-UR (Alterra-rapport 2356) - 66
waterbeheer - verdroging - natuurgebieden - natura 2000 - kaderrichtlijn water - water management - desiccation - natural areas - water framework directive
Informatie over de uitvoering van watermaatregelen in Natura 2000-gebieden geeft inzicht in de vorderingen van het beleid en geeft aan of bijsturing van de beleidsmaatregelen gewenst is voor het bereiken van de natuurdoelen. Echter watermaatregelen worden genomen om de doelstellingen van beleidsprogramma’s zoals de KRW, Natura 2000 en de PAS te realiseren. Het is onduidelijk in hoeverre de maatregelen van deze beleidsprogramma’s met elkaar interfereren? De behoefte van de overheid aan informatie over de uitvoering van watermaatregelen en het zoeken naar synergie tussen de maatregelen van de beleidsprogramma’s is niet eenmalig waardoor standaardisatie van de maatregelen noodzakelijk is. In dit rapport beschrijven we aan de hand van maatregelenlijsten hoe het zoeken naar synergie en de rapportage voor watermaatregelen in Natura2000-gebieden vorm kan krijgen.
Ziek en Zeer : Oorzaak vroege bloemverdroging 'Bridal Crown' nog niet helemaal duidelijk
Vink, P. - \ 2012
BloembollenVisie 2012 (2012)248. - ISSN 1571-5558 - p. 23 - 23.
narcissus pseudonarcissus - bloembollen - verdroging - cultivars - weersbeïnvloeding - regen - schade - landbouwkundig onderzoek - ornamental bulbs - desiccation - weather control - rain - damage - agricultural research
Bij de bollenteelt van narcissen van met name 'BridalCrown' bleek in de zomer van 2011 dat soms sprake was van vroege bloemverdroging. Middels een enquête bij gededupeerde bollentelers is nageggaan wat een mogelijke oorzaak zou kunnen zijn geweest. Het aanvankelijke idee dat het warme en droge voorjaar er debet aan zou kunnen zijn geweest is echter niet bevestigd. Wel zijn aanwijzingen verkregen dat de extreme regenval in juli 2011 op sommige percelen een rol heeft gespeeld bij het vroeg verdrogen van de bloemen.
Urgente maatregelen voor Habitatrichtlijn : behoud van urgent bedreigde typische soorten en vegetatietypen
Klimkowska, A. ; Dobben, H.F. van; Keizer-Vlek, H.E. ; Wallis de Vries, M.F. ; Bijlsma, R.J. ; Schotman, A.G.M. - \ 2011
Wageningen : Alterra, Wageningen-UR (Alterra-rapport 2278) - 239
vegetatietypen - natura 2000 - verdroging - ecologisch herstel - biodiversiteit - natuurbeleid - vegetation types - desiccation - ecological restoration - biodiversity - nature conservation policy
Om een gunstige staat van instandhouding van habitattypen te handhaven of te bereiken is het noodzakelijk dat er geen vegetatietypen en typische soorten van die habitattypen verdwijnen. Sommige van deze vegetatietypen en typische soorten staan echter op het punt om uit Nederland te verdwijnen, en herstelmaatregelen zijn dan een urgente noodzaak. Dit rapport geeft een overzicht van alle maatregelen die denkbaar zijn om deze typen en soorten te behouden.
Gevolgen van klimaatextremen voor de Nederlandse landbouw : noodzaak voor adaptatie?
Geijzendorffer, I.R. ; Smidt, R.A. ; Engelbertink, R.B.J. ; Hermans, C.M.L. ; Schaap, B.F. ; Verhagen, A. ; Blom, M. - \ 2011
Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 1994)
landbouw - akkerbouw - klimaatverandering - scenario-analyse - nadelige gevolgen - verzilting - verdroging - bodemwater - noord-nederland - flevoland - agriculture - arable farming - climatic change - scenario analysis - adverse effects - salinization - desiccation - soil water - north netherlands
De directe en indirecte gevolgen van klimaatextremen voor de landbouw in de provincies Friesland, Groningen, Drenthe en Flevoland zijn verkend voor de scenario’s G+ en W+. Circa 13% van het areaal ondervindt nauwelijks nadelige gevolgen van klimaatverandering. Meer dan de helft van het areaal krijgt in toenemende mate te maken met verdroging, al of niet in combinatie met verzilting en vernatting terwijl circa 40% van het areaal te maken krijgt met vernatting. In die gebieden ontkomen de ondernemers niet aan maatregelen. Die kunnen op veld/gewas, bedrijf, regio of nationaal niveau opgepakt worden door ondernemers, waterschappen, overheden en bedrijfsleven. Afstemming van maatregelen tussen de verschillende niveaus is nodig voor een maximaal effect.
Klimaateffecten op de Natura 2000 moerascorridor, Quick Scan in het Groene Hart
Verhoeven, S. ; Paulissen, M.P.C.P. ; Ouboter, M. ; Wielen, S. van der; Wegman, R.M.A. ; Masselink, L. ; Goosen, H. - \ 2011
nederland : Provincie Zuid-Holland - 44
natuurgebieden - natura 2000 - eutrofiëring - verdroging - verzilting - klimaatverandering - ecologische hoofdstructuur - moerassen - hydrologie - groene hart - utrecht - zuid-holland - natural areas - eutrophication - desiccation - salinization - climatic change - ecological network - marshes - hydrology
Dit onderzoek is uitgevoerd om antwoord te vinden op de volgende vraag: Welke gevolgen heeft klimaatverandering op eutrofiëring, verdroging en verzilting in acht Natura 2000 gebieden in het Groene Hart? De hydrologische gegevens zijn ontleend aan de acht gebieden: Naardermeer, Botshol, Oostelijke Binnenpolder van Tienhoven, Molenpolder, Groot Wilnis Vinkeveen, Nieuwkoop en Noorden, Oukoop en Krimpenerwaard
Check title to add to marked list
<< previous | next >>

Show 20 50 100 records per page

 
Please log in to use this service. Login as Wageningen University & Research user or guest user in upper right hand corner of this page.