Staff Publications

Staff Publications

  • external user (warningwarning)
  • Log in as
  • language uk
  • About

    'Staff publications' is the digital repository of Wageningen University & Research

    'Staff publications' contains references to publications authored by Wageningen University staff from 1976 onward.

    Publications authored by the staff of the Research Institutes are available from 1995 onwards.

    Full text documents are added when available. The database is updated daily and currently holds about 240,000 items, of which 72,000 in open access.

    We have a manual that explains all the features 

Current refinement(s):

Records 1 - 20 / 142

  • help
  • print

    Print search results

  • export

    Export search results

  • alert
    We will mail you new results for this query: keywords==emissiereductie
Check title to add to marked list
Overheidsmaatregelen biokerosine : mogelijkheden om de vraag naar biokerosine te stimuleren en de effecten op de luchtvaart en de economie
Faber, Jasper ; Smeets, E.M.W. - \ 2017
Delft : CE Delft - 112
biobrandstoffen - biobased economy - kerosine - overheidsbeleid - stimulatie - subsidies - emissiereductie - luchttransport - biofuels - kerosene - government policy - stimulation - emission reduction - air transport
De maatregel met het grootste potentieel om CO2-emissies van de luchtvaart te verminderen is het gebruik van brandstoffen met lage emissies over de levenscyclus, zoals bijvoorbeeld geavanceerde biobrandstoffen gemaakt van residuen uit de bos- en landbouw. Om de luchtvaart te laten bijdragen aan de afname van de wereldwijde emissies is het dus wenselijk een groter aandeel alternatieve duurzame brandstoffen in de luchtvaart in te zetten. Vanwege het prijsverschil tussen fossiele kerosine en biokerosine is hier overheidsbeleid voor nodig. Het doel van deze studie is het beantwoorden van de volgende twee centrale onderzoeksvragen: 1. Met welke beleidsmaatregelen kan de Nederlandse Rijksoverheid de vraag naar en productie van biokerosine laten toenemen? 2. Wat zijn de directe en indirecte effecten van de beleidsmaatregelen?
Green deals : van ruimte maken naar richting geven
Ganzevles, Jurgen ; Oorschot, Mark van; Potting, J.M.B. ; Henkens, R.J.H.G. - \ 2017
Tijdschrift Milieu : Vereniging van milieuprofessionals (2017)juni. - p. 35 - 39.
overheidsbeleid - milieubeleid - overeenkomsten - emissiereductie - samenwerking - evaluatie - duurzame ontwikkeling - government policy - environmental policy - agreements - emission reduction - cooperation - evaluation - sustainable development
Green Deals zijn vrijwillige afspraken tussen de Rijksoverheid en maatschappelijke partijen om innovatie en verduurzaming te bevorderen. Met deze aanpak geeft de overheid ruimte aan vernieuwing vanuit de maatschappij. Maar wat leveren Green Deals nu eigenlijk op? Partijen blijken warm te lopen voor samenwerking en vernieuwing. Maar wat mist is het vooraf goed doordenken van de ver wachte milieuwinst en het moni- toren er van tijdens de uitvoering van deals. Door meer richting te geven, zowel aan het begin als aan het einde van individuele deals, kan de Rijksoverheid bevorderen dat de Green Deals verder bijdragen aan maatschappelijke doelen.
Vervolgonderzoek emissiearme Lisianthus
Raaphorst, Marcel ; Eveleens, Barbara ; Burg, Rick van der; Schuddebeurs, Lisanne - \ 2017
Bleiswijk : Wageningen UR Glastuinbouw (Rapport GTB 1440) - 30
kasgewassen - kassen - glastuinbouw - snijbloemen - emissiereductie - voedingsstoffen - gewasbescherming - kooldioxide - substraten - cultuur zonder grond - fusarium - bodemschimmels - kunstmatige verlichting - kunstlicht - greenhouse crops - greenhouses - greenhouse horticulture - cut flowers - emission reduction - nutrients - plant protection - carbon dioxide - substrates - soilless culture - soil fungi - artificial lighting - artificial light
Lisianthus growers look for methods to minimise the emission of nutrients, crop protection chemicals and CO2. In 2014 and 2015, nine crops with Lisianthus have been tested at the Delphy Improvement Centre. This report describes the four trials that have been carried out in the extended research in 2016. With this extension, a distinction was made between different substrates and intensities of assimilation lighting. In addition to knowledge about light use efficiency, water use, heat use, substrate differences and growth development, these extra crop cycles have brought to light that growing Lisianthus on substrate gives a less resilient plant against soil fungi than was experienced during the first crop cycles.
Reductie van ammoniak- en methaanemissie via het voerspoor : onderzoek naar de wisselwerking tussen de excretie van Totaal Ammoniakaal Stikstof (TAN) en de emissie van enterisch methaan (CH4) op de Koeien&Kansen praktijkbedrijven in de periode 2010-2013
Spek, J.W. ; Klop, A. ; Šebek, L.B. - \ 2017
Wageningen : Wageningen UR Livestock Research (Rapport / Koeien en kansen nr. 79) - 19
ammoniakemissie - methaan - emissiereductie - rundveevoeding - ammonia emission - methane - emission reduction - cattle feeding
Verkenning naar een grondgebonden melkveehouderij : minder koeien om binnen milieugrenzen te komen
Wit, Jan de; Veluw, Kees van - \ 2017
Driebergen : Louis Bolk Instituut (Publicatie / Louis Bolk Instituut nummer: 2017-015 VG) - 26
melkveehouderij - milieueffect - agrarische bedrijfsvoering - melkveestapel - duurzame veehouderij - melkproductie - emissiereductie - biologische landbouw - dairy farming - environmental impact - farm management - dairy herds - sustainable animal husbandry - milk production - emission reduction - organic farming
De Nederlandse melkveehouderij staat voor een enorme transitie. Met het beëindigen van de melkquotering is een grote dynamiek ontstaan die de intensivering, specialisatie en groei van de sector verder heeft versterkt. In voorliggende studie wordt duidelijk dat niet alleen vanwege waterkwaliteitsdoelstellingen maar ook voor ammoniak- en klimaat-doelstellingen een ombuiging van deze dynamiek noodzakelijk is. In deze studie is berekend hoe groot de melkveestapel moet zijn om aan deze doelen te voldoen en wat dit voor gevolgen heeft voor economie en externe maatschappelijke kosten. Rekening houdend met redelijke efficiëntieverbeteringen wordt ingeschat dat de Nederlandse melkveestapel van 1,6 miljoen melkkoeien in 2015 terug zal moeten gaan naar ongeveer 1,4 miljoen (vanwege de ammoniak-doelstelling voor 2030). Vanwege klimaat-doelstellingen zou de melkveestapel verder terug moeten (naar ongeveer 1,1 miljoen) maar de onzekerheden, over zowel de verwachte emissie per kg melk als de doelstelling, zijn te groot om hierover stellige uitspraken te doen. Met het dalend aantal dieren zullen de externe maatschappelijke kosten dalen, met circa €300-800 miljoen per jaar. Tegelijkertijd zal het een forse verlaging geven van de Netto Toegevoegde Waarde (jaarlijkse beloning voor arbeid en kapitaal), en daarmee de inkomens op de melkveebedrijven en zuivelverwerking, van €250 miljoen. Naar grove schatting kan de reductie van het aantal dieren middels opkoop tot 2030 jaarlijks maximaal €65 miljoen kosten. Aantrekkelijker lijkt het, indien mogelijk, om een harde sanering te voorkomen en tegelijkertijd het produceren binnen strenge milieugrenzen (via het verkleinen van de veestapel of anderszins) te waarderen door: Het stimuleren van brede duurzame zuivel-concepten, zoals biologische zuivel. Het stimuleren en faciliteren van alternatieve inkomstenbronnen (verbrede landbouw). Directe ondersteuning van bedrijven die binnen de milieugrenzen produceren, gefinancierd. Door bijvoorbeeld een CO2-equivalenten-belasting op (rund-)vlees en melk (waardoor tegelijkertijd het gebruik/consumptie wordt verminderd) en/of via het toestaan van ‘offsets’ in de agrarische sector bij verwerving van broeikasgasemissie-rechten binnen het ETS.
Het verlagen van de TAN-excretie als maatregel om de ammoniakemissie op het melkveebedrijf te verminderen : methodiek voor het vaststellen van de TAN-excretie: module ‘Bedrijfsspecifieke Emissie Ammoniak’ (BEA) van de Kringloopwijzer
Šebek, L. ; Migchels, G. ; Dijk, C. van - \ 2017
Wageningen : Wageningen Livestock Research (Wageningen Livestock Research rapport 1020) - 33
melkvee - melkveehouderij - ammoniakemissie - emissiereductie - rundveevoeding - rundveemest - agrarische bedrijfsvoering - dairy cattle - dairy farming - ammonia emission - emission reduction - cattle feeding - cattle manure - farm management
Effect of Comfort Slat Mats with and without valves on ammonia emission from dairy housing : case control measurements at Dairy Campus Leeuwarden
Dooren, H.J.C. van; Zonderland, J.L. ; Blanken, K. ; Bokma, S. - \ 2016
Wageningen : Wageningen UR Livestock Research (Livestock Research report 1028) - 22
dairy cattle - dairy farming - cattle housing - floor type - valves - ammonia emission - emission reduction - melkvee - melkveehouderij - huisvesting van rundvee - vloertypen - kleppen - ammoniakemissie - emissiereductie
Rekenregels voor de enterische methaan-emissie op het melkveebedrijf en reductie van de methaan-emissie via mesthandling, het handelings-perspectief van het voerspoor inzichtelijk maken met de Kringloopwijzer
S̆ebek, L.B. ; Mosquera, J. ; Bannink, A. - \ 2016
Wageningen : Wageningen Livestock Research (Livestock Research rapport 976) - 65
methaan - emissie - dierlijke meststoffen - emissiereductie - melkveehouderij - methane - emission - animal manures - emission reduction - dairy farming
Monitoringsprotocol Energie Duurzame Zuivelketen
Hoogeveen, M.W. ; Helmes, R.J.K. ; Doornewaard, G.J. ; Smit, P.X. ; Reijs, J.W. - \ 2016
Wageningen : LEI Wageningen UR (Rapport / LEI Wageningen UR 2016-043) - ISBN 9789462578166 - 45
melkveehouderij - duurzaamheid (sustainability) - landbouw en milieu - duurzame energie - monitoring - emissiereductie - agro-industriële ketens - melkveebedrijven - nederland - dairy farming - sustainability - agriculture and environment - sustainable energy - emission reduction - agro-industrial chains - dairy farms - netherlands
With the Sustainable Dairy Chain initiative, dairy businesses and dairy farmers are pursuing a futureproof and responsible dairy sector. A monitoring protocol has been developed for the theme ‘Climateneutral development’. This protocol describes the calculation methods and data sources in a systematic manner. The protocol was created following a request by the Sustainable Dairy Chain steering group and developed by LEI Wageningen UR in collaboration with the ‘Climate-neutral development’ programme team and various other stakeholders. This project was also used to make improvements to the monitor thus providing more insight into sector developments in terms of the energy objectives.
Vergelijking tussen gangbaar en emissieloos teeltsysteem : waterefficiënte Emissieloze Kas
Os, Erik van; Ruijven, Jim van; Janse, Jan ; Beerling, Ellen ; Staaij, Marieke van der; Kaarsemaker, Ruud - \ 2016
Bleiswijk : Wageningen UR Glastuinbouw (Rapport GTB 1406) - 62
paprika's - capsicum annuum - teelt onder bescherming - kasgewassen - glasgroenten - glastuinbouw - emissiereductie - emissie - stikstof - fosfaat - voedingsstoffen - pesticiden - sweet peppers - protected cultivation - greenhouse crops - greenhouse vegetables - greenhouse horticulture - emission reduction - emission - nitrogen - phosphate - nutrients - pesticides
Stricter legislation forces growers to decrease discharge of water with nitrogen, phosphate and plant protection products. A demonstration was set-up to compare emission free cultivation with a traditional growing method. Goal was to achieve a comparable yield and quality. Essential differences were disinfection of rainwater, ring pipes for drip irrigation, no discharge of first drain in cultivation, a filter without rinsing and weekly analysis of the nutrient solution. It appeared that production and quality were similar as were other climate parameters. Water use was higher in emission free crop, discharge was 4% in traditional crop realizing 152 kg N discharge per ha per year, which was more than the allowed 133 kg. Specific end cultivation strategy is useful to decrease nitrogen and phosphate stored in slabs and stock containers.
Particulate matter emission from livestock houses: measurement methods, emission levels and abatement systems
Winkel, Albert - \ 2016
Wageningen University & Research. Promotor(en): Peter Groot Koerkamp, co-promotor(en): Nico Ogink; Andre Aarnink. - Wageningen : Wageningen University - ISBN 9789463320849 - 279
particulate matter - emission reduction - animal housing - application methods - spraying - filters - fijn stof - emissiereductie - huisvesting, dieren - toedieningswijzen - spuiten

Animal houses are extremely dusty environments. Airborne particulate matter (PM) poses a health threat not only to the farmer and the animals, but, as a result of emissions from ventilation systems, also to residents living in livestock farming areas. In relation to this problem, the objectives of this thesis were threefold.

The first objective was to increase our understanding and knowledge of concentrations and emission rates of PM in commonly applied animal housing systems. This objective is worked out in chapter 2 which presents a national emission survey into the concentrations and emissions of PM, which covered 13 common housing systems for poultry, pigs, and dairy in the Netherlands and included 202 24-h measurements at 36 farms. The emission figures from this work are currently used in the Netherlands in environmental permit granting procedures (to model the local dispersion of PM10 in the vicinity of livestock farms), to estimate national emissions, to compute large-scale pollutant concentration maps, and to annually evaluate the state of affairs of the National Air Quality Cooperation Programme (NSL).

The second objective was to develop, test, and validate technologies to mitigate PM concentrations and emissions in poultry farms and ultimately contribute to cleaner outdoor air. This objective is worked out in chapters 3 through 7. Chapters 3 and 4 describe two experiments, one in broilers, one in layers, that investigated the effects of spraying rapeseed oil droplets onto the litter of poultry houses which prevents particles from the litter from becoming airborne. On the basis of chapters 3 and 4, chapter 5 describes a field evaluation of four systems that mitigate PM emissions by reducing indoor concentrations: a fixed oil spraying system, an autonomously driving oil spraying vehicle, a negative air ionization system, and a positive air ionization system. Chapter 6 describes a field evaluation of two ‘end of pipe’ systems to remove PM from the exhaust air of poultry farms, namely: a dry filter wall and an electrostatic precipitator. Chapter 7 describes an emission survey carried out at a total of 16 commercial poultry farms with an ‘end of pipe’ manure drying tunnel. This chapter aimed to elucidate the PM abatement potential and possible additional emissions of ammonia and odor of these tunnels. Furthermore, this chapter aimed to elucidate the perspective of two strategies to reduce any additional emissions from the manure drying tunnels. The results from chapters 5 through 7, carried out at commercial farms, have been used to adopt accurate PM removal figures in Dutch regulations on PM emissions from livestock houses.

Finally, the third objective was to determine the applicability (in terms of acceptable accuracy and comparability) of alternative PM10 measurement methods – i.e., alternative to the ‘cyclone sampler’ developed prior to this thesis and used in chapters 2 through 7. Such alternative samplers could then be applied in future for determination of PM10 emission rates of animal houses. This objective has been worked out in chapter 8 as an equivalence study between the European reference sampler for PM10 (described in EN 12341) and five different candidate measurement methods (the cyclone sampler, a beta-ray attenuation sampler, a microbalance device, and two light-scattering devices) in four different environments (a fattening pig house, a laying hen house, a broiler house, and an office room). Results show that all samplers showed a systematic deviation from ‘true’ values, that between-device variation was relatively high, and that samplers started to dysfunction after about 432 to 500 h of operation. Therefore, appropriate measures (such as duplicate sampling, correction factors, and more frequent servicing) must be taken. The results can be used to harmonize PM10 measurement methods across institutes and to further increase the availability of samplers for the measurement of PM10 in animal production.

Goed Gietwater Werkpakket 3, taak 2 Industrieelonderzoek naar waterkringloopsluiting in opkweekbedrijven
Appelman, W.A.J. ; Brouwer, J.G.H. ; Blok, C. ; Maas, A.A. van der; Staaij, M. van der; Beerling, E.A.M. ; Meeuwsen, B. - \ 2016
Zeist : TNO - 61 p.
waterverontreiniging - emissie - emissiereductie - glastuinbouw - voedingsstoffen - waterbeheer - afvalwater - hergebruik van water - water pollution - emission - emission reduction - greenhouse horticulture - nutrients - water management - waste water - water reuse
Efficiënt omgaan met water speelt voor biologische en niet-biologische opkweekbedrijven van plantmateriaal een steeds grotere rol. Toenemende en strengere eisen met betrekking tot lozing van water en de emissie van nutriënten en gewasbeschermingsmiddelen naar het oppervlaktewater vragen nieuwe maatregelen. Overheden en de glastuinbouwsector hebben als doelstelling om de emissies van de glastuinbouwsector via het waterspoor in 2027 nagenoeg tot nul te reduceren waarbij er in 2018 al maatregelen moeten worden genomen met betrekking tot gewasbeschermingsmiddelen. Het doel van het Goed Gietwater project is om middels industrieel onderzoek te komen tot een vergaande waterkringloopsluiting in de opkweeksector. Met een geoptimaliseerd watermanagement en behandeling van het overtollige gietwater kunnen water en nutriënten worden teruggewonnen en emissies van nutriënten en gewasbeschermingsmiddelen naar het oppervlaktewater worden voorkomen.
Inpassen van maatregelen ter reductie van gasvormige emissies in de bedrijfsvoering van melkveebedrijven : Koeien & Kansen resultaten 2010-2013
Goselink, R.M.A. ; Sebek, L.B. ; Hilhorst, G.J. ; Evers, A.G. ; Haan, M.H.A. de - \ 2016
Wageningen : Wageningen UR Livestock Research (Rapport / Koeien & Kansen nr. 76) - 33 p.
broeikasgassen - emissie - maatregelen - ammoniakemissie - emissiereductie - luchtkwaliteit - agrarische bedrijfsvoering - melkveebedrijven - duurzame veehouderij - melkveehouderij - greenhouse gases - emission - measures - ammonia emission - emission reduction - air quality - farm management - dairy farms - sustainable animal husbandry - dairy farming
In 2010 the dairy farmers of Cows & Opportunities have started working on a new project goal: gaseous emissions. To continue their role as pilot farm within the future developments in the dairy sector new goals have been added to their original goals on optimizing the nitrogen en phosphorus cycle: reducing greenhouse gas emissions and ammonia. The ultimate goal for 2013 was a 30% reduction of the average greenhouse gas emission of nitrous oxide (N2O) and methane (CH4) together, relative to the average Dutch dairy farm in 1990. In addition to the reduction of greenhouse gases, a second aim was to further reduce ammonia (NH3) emissions with 10% relative to the individual farm level in 2009. In 2009 the autonomously achieved reduction on greenhouse gas emissions turned out to be 29%, and this was further improved to 31% in 2013, reaching the project goal. This improvement was reached by both a reduction of N2O and CH4. The reduction of the N2O emission reached already 56% in 2009, but unexpectedly grew to 62% in 2013, partly by an increase in production intensity (kg FPCM per ha). The reduction of CH4 emission was less substantial, starting at 12% in 2009 and fluctuating around 13% in 2010-2013. The second aim was to further reduce NH3 emissions to an average of 3.2 kg NH3 per 1000 kg FPCM (10% reduction relative to the individual farm level in 2009). This was reached in 2013, showing that this goal was realistic even while working on other project goals like CH4 reduction in parallel. The decline in the NH3 emission is mainly achieved at the project farms situated on sandy soils and peat, while the emission of project farms on clay soils stayed relatively constant. Farm-specific circumstances such as the weather and roughage quality will influence the effect of measurements, thereby causing fluctuations in the emissions over the years. Working on the reduction of gaseous emissions is however possible on the average Dutch dairy farm and may lead to a reduction of 25% relative to 1990, looking at the autonomous reduction already reach in Cows & Opportunities in 2009. Further reduction of greenhouse gas emissions will cost more effort. If 50% of the Dutch dairy farmers also reaches a decrease in NH3 emission in 2020 comparable to the farmers in Cows & Opportunities have reached in 2013, the emission of the dairy sector wil be 3.6 kg NH3 per 1000 kg FPCM. Dairy farmers will however need high management skills, as they have to run a complex farming system and work simultaneously on a variety of financial, social and environmental objectives all-year.
Recirculatie bij Phalaenopsis technisch goed haalbaar : Investeringsdrempel voor hergebruik drainwater ligt hoog
Arkesteijn, Marleen ; Kromwijk, J.A.M. - \ 2016
Onder Glas 13 (2016)1. - p. 9 - 11.
tuinbouw - glastuinbouw - waterbeheer - potplanten - drainagewater - hergebruik van water - phalaenopsis - gewaskwaliteit - emissiereductie - normen - stikstof - mest - natrium - zink - ijzer - horticulture - greenhouse horticulture - water management - pot plants - drainage water - water reuse - crop quality - emission reduction - standards - nitrogen - manures - sodium - zinc - iron
Hergebruik van drainwater bij phalaenopsis heeft geen nadelige effecten voor de plantengroei. Dat is de eindconclusie uit het onderzoek dat het afgelopen jaar is uitgevoerd en dat de gewascoöperatie Potorchidee deels financierde. De gewascoöperatie is tevreden en wil het komende jaar een vervolgonderzoek naar het effect van gecontroleerd vrijkomende meststoffen. Hiermee kunnen ook niet recirculerende telers een stap zetten.
Rekenregels van de KringloopWijzer : achtergronden van BEX, BEA, BEN, BEP en BEC: actualisatie van de 4 maart 2014 versie
Schroder, J.J. ; Šebek, L.B. ; Reijs, J.W. ; Oenema, J. ; Goselink, R.M.A. ; Conijn, J.G. ; Boer, J. - \ 2016
Wageningen UR (PRI-rapport 640) - 103 p.
dierhouderij - duurzame veehouderij - melkproducerende dieren - melkveehouderij - landbouw - mestbeleid - modules - berekening - dierlijke meststoffen - excretie - emissiereductie - nutriëntengebruiksefficiëntie - kringlopen - animal husbandry - sustainable animal husbandry - milk yielding animals - dairy farming - agriculture - manure policy - calculation - animal manures - excretion - emission reduction - nutrient use efficiency - cycling
Bijgaand rapport beschrijft de rekenregels van de KringloopWijzer. De KringloopWijzer is een model waarmee agrarische ondernemers op basis van hun eigen bedrijfsgegevens een schatting kunnen maken van de benutting van aangevoerde nutriënten, met name stikstof (N) en fosfor (P), en van de omvang en aard van verliezen aan N, P en koolstof (C). Die schatters kunnen gebruikt worden voor het benoemen van verbeterpunten binnen het bedrijf en als verantwoording naar overheden en verwerkers. Voor de overheid biedt de KringloopWijzer mogelijkheden om generieke wetgeving te vervangen door maatwerk. Voor de verwerkende industrie is het bovendien mogelijk om het streven naar duurzaamheid meetbaar te maken ten behoeve van consumenten. De hier beschreven rapportversie bevat een aantal verbeteringen en aanvullingen ten opzichte van de versie uit 2014. Ze heeft bovendien niet langer betrekking op alleen melkvee en ruwvoergewassen, maar is ook geschikt voor bedrijven met een neventak akkerbouw en/of een neventak hokdieren. De rekenregels zijn waar mogelijk voorzien van onderbouwende referenties. Aan een verdere toetsing van deze rekenregels wordt nog voortdurend onderzoek verricht.
Monitoring en PAS : de les van het verleden
Haveman, R. - \ 2015
De Levende Natuur 116 (2015)2. - ISSN 0024-1520 - p. 49 - 50.
natuurgebieden - luchtverontreiniging - stikstofdioxide - emissiereductie - monitoring - beleidsevaluatie - natural areas - air pollution - nitrogen dioxide - emission reduction - policy evaluation
Nadenkend over monitoring ten behoeve van natuurbeleid komt Haveman (adviseur ecologie bij vastgoedbeheer) met drie adviezen. Stop uniformeringsdrang; verschillende typen monitoring niet met elkaar verwarren; bij PAS ligt verantwoordelijkheid waar die hoort: bij de beleidsmaker, niet bij beheerder.
Emissieloze kas haalbaar met gangbare techniek
Os, E.A. van; Beerling, E.A.M. ; Staaij, M. van der; Ruijven, J.P.M. van; Janse, J. - \ 2015
Kas techniek 2015 (2015)5. - p. 26 - 29.
glastuinbouw - teeltsystemen - emissiereductie - recirculatiesystemen - substraten - cultuur zonder grond - kweekmedia - vergelijkingen - kastechniek - landbouwkundig onderzoek - gewaskwaliteit - greenhouse horticulture - cropping systems - emission reduction - recirculating systems - substrates - soilless culture - culture media - comparisons - greenhouse technology - agricultural research - crop quality
Vorig jaar startte Wageningen UR Glastuinbouw samen met een aantal partijen uit de tuinbouw een project om te onderzoeken of emissieloos telen mogelijk is bij dezelfde productie en kwaliteit. En om te ontdekken welke technieken daarvoor nodig zijn. In dit artikel gaan de betrokken onderzoekers dieper in op deze waterefficiënte emissieloze kas en presenteren zij de eerste resultaten
Recirculatie tijdens opkweek, koeling en afkweek van Phalaenopsis : Behoud plantgezondheid en voorkomen groeiremming bij recirculatie potorchidee
Kromwijk, J.A.M. ; Haaster, Bram van; Kongkijthavorn, Songyos ; Blok, C. ; Os, E.A. van - \ 2015
Wageningen UR Glastuinbouw (Rapport GTB 1379) - 38 p.
phalaenopsis - orchideeën als sierplanten - recirculatiesystemen - hergebruik van water - drainagewater - emissiereductie - kunstmeststoffen - glastuinbouw - ornamental orchids - recirculating systems - water reuse - drainage water - emission reduction - fertilizers - greenhouse horticulture
In the Netherlands, the government and horticultural industry have agreed to lower the emission of nutrients to the environment. To reduce the emission of fertilizers in pot orchid cultivation research into the effects of reusing drainwater (recirculation) in Phalaenopsis was conducted at Wageningen UR Greenhouse Horticulture. The first treatment aimed to lower the emission to the standard of 2018. In the second treatment the emissions were lowered even more to meet the more stringent standards after 2018. Both treatments were compared with a third treatment without reuse of drain water. Sodium and zinc content increased in both recirculation treatments. The reuse of drainage water has shown no adverse effects on plant growth or disease incidence. In all treatments, virtually no plants were lost.
Sectorrapportage Duurzame Zuivelketen : prestaties 2014 in perspectief
Reijs, J.W. ; Doornewaard, G.J. ; Jager, J.H. ; Beldman, A.C.G. - \ 2015
Den Haag : LEI Wageningen UR (Report LEI 2015-126) - ISBN 9789086157273 - 161 p.
dairy farming - dairy farms - milk production - agriculture and environment - emission reduction - greenhouse gases - sustainability - policy goals - monitoring - animal welfare - animal production - dairy cattle - animal health - animal housing - melkveehouderij - melkveebedrijven - melkproductie - landbouw en milieu - emissiereductie - broeikasgassen - duurzaamheid (sustainability) - beleidsdoelstellingen - dierenwelzijn - dierlijke productie - melkvee - diergezondheid - huisvesting, dieren
Via het initiatief de Duurzame Zuivelketen streven zuivelondernemingen en melkveehouders gezamenlijk naar een toekomstbestendige en verantwoorde zuivelsector. De Duurzame Zuivelketen heeft doelen geformuleerd op 4 duurzaamheidsthema’s. Deze sectorrapportage doet verslag van de voortgang op deze doelen in 2014. Deze rapportage laat zien dat de Duurzame Zuivelketen sinds de nulmeting (2011) op het gebied van antibiotica, energie-efficiëntie en verantwoorde soja veel vooruitgang heeft geboekt en dat de doelen voor 2020 binnen handbereik zijn in 2014 of zelfs al gehaald. Ook bij levensduur en duurzame energie zijn er ontwikkelingen in de goede richting maar is er meer vooruitgang nodig om de doelen te kunnen halen. Op het gebied van broeikasgassen, fosfaat en ammoniak zorgt het toegenomen productievolume ervoor dat de afgesproken productieplafonds in gevaar komen. Op het thema weidegang is het vooralsnog niet gelukt om de ingezette dalende trend te keren. Voor dierenwelzijn en biodiversiteit is monitoring nog in ontwikkeling.
PAS: meer milieutechniek bij stal naast natuurgebied : Stikstofdepositie sleutel bij combinatie van natuur, landbouw en stallenbouw
Dekking, A.J.G. - \ 2015
Ekoland 2015 (2015)11. - ISSN 0926-9142 - p. 23 - 25.
veehouderij - emissiereductie - stikstof - ammoniakemissie - landbouw en milieu - agrarisch natuurbeheer - milieubescherming - biologische landbouw - vergunningen - natuurbeschermingsrecht - wetgeving - livestock farming - emission reduction - nitrogen - ammonia emission - agriculture and environment - agri-environment schemes - environmental protection - organic farming - permits - nature conservation law - legislation
Boeren beheren steeds meer natuurgebieden door natuurbeheer te combineren met landbouw, recreatie of zorg. Tot voor kort zette dreigende ammoniakvervuiling elk plan van deze boeren voor bedrijfsontwikkeling op slot. De overheid bedacht een oplossing: een veehouder mag groeien, mits hij milieuwinst behaalt. Voor stikstofdepositie is dat geregeld via de ‘PAS’. Hoe werkt dat?
Check title to add to marked list
<< previous | next >>

Show 20 50 100 records per page

 
Please log in to use this service. Login as Wageningen University & Research user or guest user in upper right hand corner of this page.