Staff Publications

Staff Publications

  • external user (warningwarning)
  • Log in as
  • language uk
  • About

    'Staff publications' is the digital repository of Wageningen University & Research

    'Staff publications' contains references to publications authored by Wageningen University staff from 1976 onward.

    Publications authored by the staff of the Research Institutes are available from 1995 onwards.

    Full text documents are added when available. The database is updated daily and currently holds about 240,000 items, of which 72,000 in open access.

    We have a manual that explains all the features 

Current refinement(s):

Records 1 - 20 / 2907

  • help
  • print

    Print search results

  • export
    A maximum of 250 titles can be exported. Please, refine your queryYou can also select and export up to 30 titles via your marked list.
  • alert
    We will mail you new results for this query: keywords==farm management
Check title to add to marked list
Understanding entrepreneurship at the base of the pyramid in developing countries : insights from small-scale vegetable farmers in Benin
Yessoufou, Ahoudou Waliou - \ 2017
University. Promotor(en): Onno Omta, co-promotor(en): Vincent Blok. - Wageningen : Wageningen University - ISBN 9789463438216 - 196
entrepreneurship - farmers - vegetables - small businesses - farm management - management science - benin - west africa - ondernemerschap - boeren - groenten - kleine bedrijven - agrarische bedrijfsvoering - bedrijfswetenschap - west-afrika

Local small-scale entrepreneurship has recently become an important field of study and a tool for policymakers. However, there are some practical and theoretical issues regarding the promotion of local entrepreneurship. First, the dynamics of entrepreneurship are considered to be universal, whereas the Base of the Pyramid (BoP) context from Developing and Emerging (D&E) countries is different in terms of resource availability and institutional environment supporting production and transaction activities. Next, the prevailing conceptualization focuses on an individualistic and goal-oriented process which is determined by competencies related to alertness, recognition, and resource mobilization for the exploitation of opportunities, followed by business growth, whereas a multi-layered conceptualisation which transcends individual agent and structural-level analyses of entrepreneurship is required. This thesis brought the model of the entrepreneurial action of small businesses to light and revealed that three subprocesses are driving the development of entrepreneurship in BoP. It inductively examined the behavioural patterns of agropreneurs. The thesis also provided new insights to the entrepreneurial orientation (EO) of small firms operating within the BoP, by showing that three traditional dimensions – innovativeness, proactiveness, and risk taking - are necessary but not sufficient to capture the manifestation of EO. Two new context-specific dimensions - resource-acquisition capability and collaborative orientation - emerged as part of the entrepreneurial orientation strategy. The thesis developped clear measurement of the EO, and a proper measurement model of the construct. Finally, the thesis demonstrated an inverted U-shaped relationship between EO and business performance. The findings suggested that increasing levels of EO appear beneficial up to a point, after which positive returns cease, and business performance begins to decline. Furthermore, increasing EO in tandem with networking promotes the success of BoP entrepreneurial process. These results have important theroretical and practical implications for the growth of small businesses in Benin and other developing countries with similar contextual characteristics.

Revisited: van burger naar boer : Wordt vervolgd: Bedrijfscontinuïteit in de biologische landbouw
Vijn, M.P. - \ 2017
Ekoland 37 (2017)10. - ISSN 0926-9142 - p. 28 - 29.
agrarische bedrijfsvoering - ondernemerschap - agrarische bedrijfsplanning - biologische landbouw - financieren - farm management - entrepreneurship - farm planning - organic farming - financing
Je familie heeft geen agrarisch bedrijf en je wilt toch boer worden. Ekoland schreef al eerder over deze nieuwe intreders (Ekoland 6-2011). Twaalf ondernemers die nog steeds een agrarisch bedrijf hebben, zijn door student Marisa de Later opnieuw geïnterviewd. Hoe gaat het met deze intreders? Hoe heeft hun bedrijf zich ontwikkeld, welk netwerk hebben ze gevormd? Met wie werken ze samen? En hoe zijn ze gefinancierd?
10 voorwaarden voor een kansrijke start als sociaal ondernemer in de (stads)landbouw
Vijn, M.P. - \ 2017
Ekoland 37 (2017)9. - ISSN 0926-9142 - p. 12 - 13.
ondernemerschap - agrarische bedrijfsvoering - stadslandbouw - entrepreneurship - farm management - urban agriculture
De financiële doelstelling van sociale ondernemingen staat ten dienste van het primaire maatschappelijke doel. In de (stads)landbouw zie je steeds meer sociale ondernemingen. Interesse om ook zo’n onderneming te starten? Wageningen University & Research formuleerde tien voorwaarden voor een kansrijke start.
Van informeren naar doorvertellen : Praktische tips voor het vinden en binden van gasten
Vijn, M.P. - \ 2017
Ekoland 37 (2017)7-8. - ISSN 0926-9142 - p. 32 - 33.
vakanties op de boerderij - recreatie op het platteland - multifunctionele landbouw - agrarische bedrijfsvoering - ondernemerschap - farm holidays - rural recreation - multifunctional agriculture - farm management - entrepreneurship
Steeds meer mensen hebben belangstelling voor een vakantie op het platteland. Daar liggen kansen voor agrarische ondernemers. Maar hoe vind je mensen die op jouw bedrijf willen verblijven en misschien nog wel belangrijker: hoe zorg je ervoor dat ze terugkomen? Wageningen University & Research heeft hier onderzoek naar gedaan en komt met een aantal praktische handvatten.
Maatregelen Natuurinclusieve landbouw
Erisman, Jan Willem ; Eekeren, Nick van; Doorn, Anne van; Geertsema, Willemien ; Polman, Nico - \ 2017
Wageningen : Wageningen Environmental Research (Wageningen Environmental Research rapport 2821) - 49
landbouw - natuur - agrarische bedrijfsvoering - maatregelen - biologische landbouw - dierenwelzijn - huisvesting, dieren - dierlijke productie - melkvee - agriculture - nature - farm management - measures - organic farming - animal welfare - animal housing - animal production - dairy cattle
In deze notitie wordt een overzicht gegeven van maatregelen voor natuurinclusieve landbouw. Dit is een vorm van duurzame landbouw die optimaal gebruik maakt van de natuurlijke processen en deze integreert in de bedrijfsvoering. Natuurinclusieve landbouw begint met een gezonde bodem, produceert voedsel binnen de grenzen van natuur, milieu en leefomgeving en heeft positieve effecten op de biodiversiteit en het klimaat.
Verkenning naar een grondgebonden melkveehouderij : minder koeien om binnen milieugrenzen te komen
Wit, Jan de; Veluw, Kees van - \ 2017
Driebergen : Louis Bolk Instituut (Publicatie / Louis Bolk Instituut nummer: 2017-015 VG) - 26
melkveehouderij - milieueffect - agrarische bedrijfsvoering - melkveestapel - duurzame veehouderij - melkproductie - emissiereductie - biologische landbouw - dairy farming - environmental impact - farm management - dairy herds - sustainable animal husbandry - milk production - emission reduction - organic farming
De Nederlandse melkveehouderij staat voor een enorme transitie. Met het beëindigen van de melkquotering is een grote dynamiek ontstaan die de intensivering, specialisatie en groei van de sector verder heeft versterkt. In voorliggende studie wordt duidelijk dat niet alleen vanwege waterkwaliteitsdoelstellingen maar ook voor ammoniak- en klimaat-doelstellingen een ombuiging van deze dynamiek noodzakelijk is. In deze studie is berekend hoe groot de melkveestapel moet zijn om aan deze doelen te voldoen en wat dit voor gevolgen heeft voor economie en externe maatschappelijke kosten. Rekening houdend met redelijke efficiëntieverbeteringen wordt ingeschat dat de Nederlandse melkveestapel van 1,6 miljoen melkkoeien in 2015 terug zal moeten gaan naar ongeveer 1,4 miljoen (vanwege de ammoniak-doelstelling voor 2030). Vanwege klimaat-doelstellingen zou de melkveestapel verder terug moeten (naar ongeveer 1,1 miljoen) maar de onzekerheden, over zowel de verwachte emissie per kg melk als de doelstelling, zijn te groot om hierover stellige uitspraken te doen. Met het dalend aantal dieren zullen de externe maatschappelijke kosten dalen, met circa €300-800 miljoen per jaar. Tegelijkertijd zal het een forse verlaging geven van de Netto Toegevoegde Waarde (jaarlijkse beloning voor arbeid en kapitaal), en daarmee de inkomens op de melkveebedrijven en zuivelverwerking, van €250 miljoen. Naar grove schatting kan de reductie van het aantal dieren middels opkoop tot 2030 jaarlijks maximaal €65 miljoen kosten. Aantrekkelijker lijkt het, indien mogelijk, om een harde sanering te voorkomen en tegelijkertijd het produceren binnen strenge milieugrenzen (via het verkleinen van de veestapel of anderszins) te waarderen door: Het stimuleren van brede duurzame zuivel-concepten, zoals biologische zuivel. Het stimuleren en faciliteren van alternatieve inkomstenbronnen (verbrede landbouw). Directe ondersteuning van bedrijven die binnen de milieugrenzen produceren, gefinancierd. Door bijvoorbeeld een CO2-equivalenten-belasting op (rund-)vlees en melk (waardoor tegelijkertijd het gebruik/consumptie wordt verminderd) en/of via het toestaan van ‘offsets’ in de agrarische sector bij verwerving van broeikasgasemissie-rechten binnen het ETS.
Sociaal ondernemerschap in de zorglandbouw : voorwaarden voor een kansrijke start
Elings, Marjolein ; Vijn, Marcel ; Kruit, Jeroen - \ 2017
Wageningen : Wageningen University & Research, Wetenschapswinkel (Wageningen University & Research Wetenschapswinkel rapport 335) - ISBN 9789463431446 - 54
multifunctionele landbouw - zorgboerderijen - stadslandbouw - ondernemerschap - agrarische bedrijfsvoering - biologische landbouw - multifunctional agriculture - social care farms - urban agriculture - entrepreneurship - farm management - organic farming
Het rapport ‘sociaal ondernemerschap in de zorglandbouw’ is voort gekomen uit de vraag van twee sociale ondernemingen: Stichting BREM en Stichting 4PK. Beide initiatiefnemers hebben de ambitie mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt te helpen re-integreren. Zij doen dat door de inzet van mensen bij het verbouwen van gewassen in stadslandbouwprojecten. De afgelopen jaren is het aantal sociale ondernemingen in de (stads)landbouw toegenomen. Sociale ondernemingen zijn zelfstandige ondernemingen die een product of dienst leveren en daarmee primair of expliciet een maatschappelijk doel nastreven (SER, 2015). De financiële doelstelling van deze ondernemingen staat ten dienste van het primaire maatschappelijke doel.
Het verlagen van de TAN-excretie als maatregel om de ammoniakemissie op het melkveebedrijf te verminderen : methodiek voor het vaststellen van de TAN-excretie: module ‘Bedrijfsspecifieke Emissie Ammoniak’ (BEA) van de Kringloopwijzer
Šebek, L. ; Migchels, G. ; Dijk, C. van - \ 2017
Wageningen : Wageningen Livestock Research (Wageningen Livestock Research rapport 1020) - 33
melkvee - melkveehouderij - ammoniakemissie - emissiereductie - rundveevoeding - rundveemest - agrarische bedrijfsvoering - dairy cattle - dairy farming - ammonia emission - emission reduction - cattle feeding - cattle manure - farm management
Advancement of farming by facilitating collaboration : reference architectures and models for farm software ecosystems
Kruize, Jan Willem - \ 2017
University. Promotor(en): Adrie Beulens, co-promotor(en): Huub Scholten; Sjaak Wolfert. - Wageningen : Wageningen University - ISBN 9789462579668 - 242
farming - information technology - computer software - farms - models - farm management - information systems - landbouw bedrijven - informatietechnologie - landbouwbedrijven - modellen - agrarische bedrijfsvoering - informatiesystemen

Since time began, mankind has been threatened by the combination of growing populations and diminishing resources. Present-day, this threat is very pertinent as mankind is challenged by a growing world population that is expected to exceed 10 billion in 2050, while resources diminish. Simultaneously, increase of food production should be accomplished in a sustainable manner as consumers require food to be produced environmentally-friendly. Moreover, consumers require safe food produced in transparent agri-food supply chain networks. Farm enterprises can contribute by advancing their management to increase food production in a sustainable, safe and transparent manner. A well-known advanced farm management style, which is knowledge and information intensive, is precision agriculture. Precision agriculture increases the profitability of crop production, while simultaneously reducing the negative environmental impact by tight monitoring and control, in which applications rates of agricultural inputs are adjusted to local needs. Such advanced farm management requires integrated farm information systems as it is knowledge and information intensive. However, advancement is hindered because of interoperability issues between software systems of multiple vendors. An integrated farm information system, containing components of multiple vendors, is required as single organisations cannot develop all technical solutions and ICT Components (e.g. tractors, implements, FMIS, decision support tools) that farmers require. A global overarching system, developed by a single vendor, that can support all business functions of farmers is therefore neither a feasible nor, from a competitive point of view, a desirable solution in agriculture. To realize farm enterprise integration we combine the approaches ICT Mass Customisation with Best-of-Breed. ICT mass customisation combines advantages of standard and customised software by enabling on-demand configuration of information systems from standard components with standardised interfaces. These ICT components can be supplied by different software vendors, which allow Best-of-Breed solutions. By realization of these approaches farm enterprise integration can improve. A farm enterprise can be an arable farm, livestock farm or horticultural farm. In this thesis we focus on arable farm enterprises.

To enable farm enterprise integration we have developed six artefacts that are presented in this thesis which are:

The Reference Architecture of Agricultural Enterprises (RAAgE) 1.0 that can describe farm enterprise architectures in a uniform and efficient manner;

A problem description, which is a case specific instantiation of RAAgE 1.0 generalized to a generic problem description;

An ontology that supports communication between collaborating actors and components;

Reference Architecture for Farm Software Ecosystems that defines generic relationships between actors and components;

RAAgE 2.0 that is a technical reference model to support configuration of business processes and ICT components, which is based on RAAgE 1.0;

Prototype software that serves as a proof of concept substantiating that all previous components will provide a solution for integration problems at farm enterprises.

RAAgE 1.0 supports designing enterprise architectures in a uniform and efficient manner. The reference model is described in a standard modelling language, named ArchiMate, and shows the interrelations between the business, application and technology layers of farm enterprises. The reference model includes an ontology to provide a concise and precise, formal specification of the object system. This is required to have a shared understanding and effective communication between researchers, farmers, software developers and other stakeholders involved. This ontology is used and extended in other parts of our research. The architectural descriptions can depict the relations between farm business processes and the ICT Components used. The model is validated by two experts that have experience in developing reference architectures and models.

A detailed problem description is created using RAAgE 1.0 to gain insight in the cause and nature of integration problems at farm enterprises. To find these problems a method was developed and applied in a case study research including three arable farm enterprises producing potatoes. These farm enterprises focused on improving their management and invested in new technologies for innovation. Within multiple steps of the method the architectural descriptions developed with RAAgE 1.0 facilitated communication and provided insight into problems of farm enterprises to achieve more advanced farm management. The case specific problems, described by instantiating RAAgE 1.0, have been analysed and formulated as more generic problems for farm enterprise integration. These generic problem descriptions have been validated with national and international experts. Based on this research we found that the cause and nature of current integration problems in farming are that ICT components used within the same farm enterprise:

have partly overlapping and partly unique application services, functions and interfaces (that are non-standard);

are missing required application services, functions and interfaces,

have disjoint data repositories;

have inadequate and incomplete data exchange as semantics are not unambiguously defined;

are hard to configure while this configuration is not supported by an actors and tools.

A design, addressing these problems is expected to solve current integration bottlenecks. First, this design must enable smooth data handling and seamless data exchange between ICT Components to solve inadequate and incomplete data exchange and enable integration of data repositories of multiple vendors. Second, it must include a configuration approach to link ICT Components to each other in a meaningful and coherent way. This should be supported by actors that are willing to configure ICT Component of multiple vendors into an integrated solution. Third, the design must enable the formation of a software enterprise to address the previous points and to organize collaboration between actors involved. This software enterprise should focus both on improving interoperability to contribute in solving problems with partly overlapping and partly unique application services, functions and interfaces as well as on organizing the development of missing application services, functions and interfaces.

To address these integration challenges a Reference Architecture for Farm Software Ecosystems and RAAgE 2.0 were developed, focusing on both technical and organizational aspects.

From literature we found that collaboration can take place within Software Ecosystems. Software Ecosystems are defined as the interaction of a set of actors on top of a common technological platform that results in a coherent set of ICT components or Services. They can provide an effective way to construct large software systems on top of a software platform by combining components, developed by actors that are part of different organisations. To support instantiation of Software Ecosystems for farming, a Reference Architecture was developed. This Reference Architecture describes how software developers, farmers and other stakeholders can collaborate to enable development, configuration and instantiation of integrated software solutions. More specifically, it can be used to map, assess, design and implement Farm Software Ecosystems to help to decrease current integration problems. The reference architecture comprises five main components:

Actors, which are basically app developers, business architects/software developers and end-users, i.e. farmers that finally use the configured ICT components and services;

Platform that enables configuration of Atomic Application Components into integrated information systems for farmers;

Open software enterprise that manages the relation between the actors and the platform;

Business services that support software configuration, development and hosting;

ICT Components that are configured application components from multiple vendors allowing seamless data exchange based on standards

After the design the reference architecture was first verified based on the requirements. Second, semi-structured interviews were held with experts to validate the model. Moreover, the assessment and mapping functionally was validated by using the reference architecture in a case study, in which two existing farm software ecosystems were assessed and mapped.

The Reference Architecture for Farm Software Ecosystems mainly addresses the organizational part of this research question. The technical part on the configuration of different ICT components into integrated solutions was not yet sufficiently covered in the Reference Architecture for Farm Software Ecosystems. Therefore we designed RAAgE 2.0 to improve the integrating capabilities of ICT Components, focussing on configuration and ICT Mass Customisation. In this research RAAgE 1.0 was extended into RAAgE 2.0 supporting technical aspects related to configuration of ICT Components by providing a hierarchical configuration methodology. This methodology divides configuration in two steps (i) business process configuration and (ii) software configuration. To enable business process configuration the model comprises three reference models, i.e. on products, processes and resources. The dependencies between these models are defined in rules that define possible combinations of products, processes and resources and that constrain the configuration of farm-specific models i.e. instances. The reference model also includes a configuration tree and templates. Templates describe a set of pre-configured product, process and resource models for typical cases. Variety in farm business processes can be modelled with business process variants. Such a variant realizes a similar kind of business services (e.g. basic fertilization, precision fertilization). Each variant has partly overlapping business processes and resources and unique ones. RAAgE 2.0 provides insight into these specific and generic parts. The other part of the methodology, software configuration, is divided in two additional sub-steps. The first sub-step is to create configuration templates that describe the required (generic) application services (capability types) to support specific business process variants. These configuration templates describe the interactions between the capability types. This sub step is typically performed by a business architect in close collaboration with software developers. The second sub-step is the selection and configuration of the specific capability of a capability type. Capabilities can be offered by atomic application components of multiple vendors that need to be selected. This second sub-step is performed by a business architect, in close collaboration with a farmer. With this extension RAAgE 2.0 supports (i) development of ICT components that fit within an ICT Mass Customisation and Best-of-Breed approach, (ii) selection of ICT components based on business processes that they should support and (iii) getting insight into configuration of different ICT components into an integrated farm information system.

To substantiate that our artefacts contribute to realizing ICT Mass Customisation in combination with Best-of-Breed in arable agriculture a proof of concept was developed. A proof of concept is defined as a phase in development, in which experimental hardware or software is constructed and tested to explore and demonstrate the feasibility of a new concept. Realizing ICT Mass Customisation requires: (i) software modularity, (ii) an information integration platform, (iii) component availability, (iv) configuration support and (v) reference information models. To fulfil these requirements a design was developed and instantiated for a specific use case on late blight protection in potato growing for a specific farmer in The Netherlands. For that purpose we:

configured the business processes that are involved in late blight protection using RAAgE 2.0 to identify which advanced ICT components are needed to support this process for this farmer;

developed the required advanced ICT components that were identified in the previous step using the FIspace platform. These components were provided by different app developers from 5 different European countries;

configured a composite application component within the FIspace platform using the configuration framework of RAAgE 2.0. This included involvement of 5 different European organizations;

instantiated and executed the application component within the FIspace platform for this specific farmer.

This resulted in prototype software that showed how we can configure business processes and multi-vendor atomic application components into a composite component to support late blight protection in potatoes for a specific farmer. It was made plausible that this approach is also applicable to other cases to create software able to support other business processes in agriculture.

Within this research we developed artefacts and substantiated that they facilitate collaboration between the actors involved and can help to develop ICT Components that improve farm enterprise integration. Still, to make ICT Mass Customisation and Best-of-Breed a more common practice, future research is required. In this research we recommend to focus on:

Development of business models to gain insight into the motives of software developers to become part of Farm Software Ecosystems. Insight into these motives can enhance the adoption of Software Ecosystems for agriculture, which makes the concept of ICT Mass Customisation more feasible.

Improving configuration of atomic application components and supporting tools as this is currently still cumbersome. We recommend focussing on one specific case to dig into all details of the case. Such a detailed description will be re-usable for many other farm business processes such as fertilization, other types of crop protection, seeding and harvesting.

Although, there are still hurdles to take we recommend continuing this research line as it can result in improved farm enterprise integration and adoption of advanced farm management styles by famers. This can enable farm enterprises to increase food production, while producing in a sustainable, safe and transparent manner.

Inspelen op veranderingen in de zorg : genoegzaam achterover leunen zou verkeerd zijn
Hassink, J. ; Bruin, Simone R. de; Verbeek, H. - \ 2016
Ekoland (2016)7/8. - ISSN 0926-9142 - p. 8 - 10.
social care farms - multifunctional agriculture - organic farming - care - entrepreneurship - farm management - zorgboerderijen - multifunctionele landbouw - biologische landbouw - zorg - ondernemerschap - agrarische bedrijfsvoering
De veranderingen in de zorg kunnen het voor zorgboeren ingewikkelder maken dan voorheen en creëren ook wel onzekerheden. Toch moeten zorgboeren zich vooral richten op de kansen die er liggen. De zorg en ondersteuning die zij leveren sluit goed aan bij de nieuwe beleidsdoelstellingen, zoals het bevorderen van zelfredzaamheid, het activeren van mensen en hen laten deelnemen aan de maatschappij. Treed daarmee naar buiten, laat zien wat je te bieden hebt, bepleiten Jan Hassink, Simone de Bruin en Hilde Verbeek.
Assessing the case for sequential cropping to produce low ILUC risk biomethane : final report
Peters, Daan ; Zabeti, Masoud ; Kühner, Ann-Kathri ; Spöttle, Matthias ; Werf, Wopke van der; Stomph, Jan - \ 2016
Utrecht : ECOFYS Netherlands - 39
methane - biofuels - sequential cropping - farmers' associations - biogas - ancillary enterprises - farm management - agricultural energy production - transport - biobased economy - fuel crops - biomass production - methaan - biobrandstoffen - estafetteteelt - boerenorganisaties - nevenactiviteiten - agrarische bedrijfsvoering - energieproductie in de landbouw - brandstofgewassen - biomassa productie
In recent years and especially since the COP - 21 climate agreement reached in Paris last year, efforts to mitigate climate change accelerate. All sectors need to contribute in order to achieve the well below 2 degree climate target. The agricultural sector is relevant for climate change in various ways. Like the agricultural sector, the transport sector is also responsible for significant greenhouse gas emissions. Advanced biofuels and biogas produced from wastes and residues can play an increasingly important role in the transport mix. In Italy, 600 Italian farmers are organised in the Italian Biogas Council (Consorzio Italiano Biogas e Gassificazione, CIB). Some years ago, CIB members developed a concept that they coined Biogasdoneright. In collaboration with various research institutes they seeked for a way to combine biogas feedstock production with crop production for food and feed as a way to generate additional income in a sustainable manner. The core of the Biogasdoneright concept is that farmers apply sequential cropping by growing a winter cover crop on land that was previously fallow during winter time, while maintaining the main crop production during summer time as previously. Multiple claims can be made about Biogasdoneright, for example related to the large potential role for biogas in our future energy system. This project focussed on the most relevant claims related to the use of biomethane in transport, with a focus on sustainability aspects.
Met Hoofd Hart en Handen
Adelhart Toorop, R.L. de; Veluw, C. van - \ 2016
Ekoland 2016 (2016)10. - ISSN 0926-9142 - p. 24 - 25.
biologische landbouw - agrarisch onderwijs - bedrijfssystemen - modelleren - agrarische bedrijfsvoering - geitenhouderij - organic farming - agricultural education - farming systems - modeling - farm management - goat keeping
Wageningen is een van de weinige plekken in Europa waar een masterprogramma Organic Agriculture wordt aangeboden. Hoewel het binnen WUR een van de meest praktische opleidingen is, wordt het gros van de kennis binnen de collegezalen overgedragen. In het vak ‘Analyse en Ontwerp van Biologische Bedrijfssystemen’ verdiepen studenten zich in de zomer vier weken lang in de praktijk van de boeren van een biologisch bedrijf.
Noord-Europa biedt kansen voor ‘local for local’ tomatenteelt: rekening houden met lagere productie en hogere kosten
Velden, Nico van der - \ 2016
tomatoes - greenhouse horticulture - northern europe - greenhouse vegetables - cropping systems - farm management

Een groeiende groep consumenten geeft de voorkeur aan lokaal geteelde groenten en fruit en wil daar ook wat meer voor betalen. In samenwerking met telersverenigingen en met steun van de Topsector Tuinbouw & Uitgangsmateriaal voerde Wageningen Economic Research (voorheen: LEI Wageningen UR) een studie uit naar de lokale teelt en afzet van tomaten in Noord-Europa. De kansen liggen niet voor het oprapen, maar zijn er wel degelijk, stelt onderzoeker Nico van der Velden vast.

Hygiëne en bewustwording kan beter bij bloembollen en vaste planten : protocol valt of staat met naleven gedragsregels
Staalduinen, Jan van; Dam, M.F.N. van - \ 2016
Onder Glas 13 (2016)10. - p. 48 - 49.
bedrijfshygiëne - bloembollen - glastuinbouw - agrarische bedrijfsvoering - tuinbouwbedrijven - industrial hygiene - ornamental bulbs - greenhouse horticulture - farm management - market gardens
Bedrijven in de deelsectoren bloembollen en vaste planten kunnen met betere hygiënemaatregelen problemen voorkomen, menen deskundigen van onderzoeksinstellingen en kwaliteitsdiensten. “Ook met simpele oplossingen is de verspreiding van ziekten al te beperken”, stelt Marco van Dalen van Naktuinbouw. “Tijdens een workshop van één dagdeel helpen we telers graag op de goede weg.”
Less at the top, more gain at the bottom : better light penetration leads to higher production
Heuvelink, E. ; Kierkels, T. - \ 2016
In Greenhouses : the international magazine for greenhouse growers 5 (2016)4. - ISSN 2215-0633 - p. 18 - 19.
greenhouse horticulture - greenhouses - light penetration - crop production - farm management - diffused glass - glastuinbouw - kassen - lichtpenetratie - gewasproductie - agrarische bedrijfsvoering - diffuus glas
If light penetrates the crop better, it results in higher production. This is because the leaves that are deeper in the crop are a long way from their light saturation point. Diffuse glass or coatings and the distribution of the crop are the most applicable ways to achieve better light penetration. Other methods are usually beyond the reach of the grower
Koeien kunnen omschakelen : On-off weiden maakt economisch geen verschil, maar spaart wel arbeid
Galama, Paul ; Holshof, Gertjan - \ 2016
dairy farming - grasslands - grazing - grazing systems - farm management - milk production - dairy cattle nutrition - dry matter - grasses - stalls - strip grazing - returns

Nederlandse melkveehouders ‘mixen’ weidegang met op stal bijvoeren. Maar dat hoeft niet, zo blijkt uit onderzoek met de koeien van het VIC in Zegveld. Met on-off weiden gaat de koe dag en nacht weiden als er gras is, óf staat ze op stal waar ze dan volledig gevoerd wordt. De melkproductie en de bij gevoerde kilo’s droge stof zijn bij on-off weiden hetzelfde als bij beperkt weiden en op stal voeren.

Koeien & Kansen werkt aan beter waterbeheer
Verloop, J. ; Haan, M.H.A. de; Hoving, I.E. ; Noij, I.G.A.M. - \ 2016
V-focus 13 (2016)4. - ISSN 1574-1575 - p. 34 - 36.
melkveehouderij - waterbeheer - agrarische bedrijfsvoering - waterkwaliteit - waterschappen - dairy farming - water management - farm management - water quality - polder boards
Waterbeheer heeft een grotere rol gekregen in het project Koeien & Kansen. In samenwerking met waterschappen werkt Koeien & Kansen aan een instrument waarmee de melkveehouder het waterbeheer op zijn bedrijf in beeld brengt en op een hoger plan kan tillen: de BedrijfsWaterWijzer. Dat is nodig omdat nog te veel kansen worden gemist in het waterbeheer op en rond het melkveebedrijf.
Handboek melkveehouderij
Remmelink, G.J. ; Dooren, Henk Jan van; Curth-van Middelkoop, J.C. ; Ouweltjes, Wijbrand ; Wemmenhove, Harm - \ 2016
Wageningen : Wageningen Livestock Research (Handboek / Wageningen Livestock Research 32)
melkveehouderij - graslanden - graslandbeheer - agrarische bedrijfsvoering - dierlijke meststoffen - dairy farming - grasslands - grassland management - farm management - animal manures
Betaalbaarheid zuivering lozingswater glastuinbouw : addendum bij LEI-rapport 2015-001 naar aanleiding van aangescherpte zuiveringseisen
Buurma, J.S. ; Meer, R.W. van der; Os, E.A. van; Ruijven, J.P.M. van; Veen, H.B. van der - \ 2016
Wageningen : LEI Wageningen UR (LEI nota 2016-026) - 19 p.
glastuinbouw - waterzuivering - investering - hergebruik van water - teeltsystemen - kostenanalyse - agrarische bedrijfsvoering - nederland - greenhouse horticulture - water treatment - investment - water reuse - cropping systems - cost analysis - farm management - netherlands
Op verzoek van LTO Glaskracht Nederland hebben LEI Wageningen UR en Wageningen UR Glastuinbouw de benodigde extra investeringen voor de zuivering van afvalwater in de glastuinbouw en de betaalbaarheid van die investeringen verder onderzocht. Dit verzoek kwam voort uit onderhandelingen met het ministerie van I&M over het tempo van de invoering van zuiveringseisen. In eerder onderzoek, gepubliceerd in LEI-rapport 2015-001, werd uitgegaan van 80% zuivering in 2016. In de lopende onderhandelingen wordt aangestuurd op 95% zuivering in 2018. Hierbij is discussie over de vraag of dit gemiddeld 95% over het mandje van stoffen in standaardwater moet zijn, of dat het 95% per stof moet zijn. Bij toepassing van zuivering met H2O2+UV vergt de eis van 95% zuivering een grotere zuiveringscapaciteit en grotere investeringen. In dit addendum wordt aangegeven hoe verhoging van de zuiveringseisen doorwerkt in verhoging van de benodigde zuiveringscapaciteit en de bijbehorende investeringsbedragen. Tegelijkertijd wordt aangegeven hoe de extra investeringen doorwerken in het beslag op bedrijfssaldo, inkomen uit bedrijf en vrije investeringsruimte.
Van bodeminformatie naar bodemmaatregelen
Haan, Janjo de - \ 2016
arable farming - soil fertility - soil conservation - farm management - internet - information needs - soil management - teaching materials
Check title to add to marked list
<< previous | next >>

Show 20 50 100 records per page

 
Please log in to use this service. Login as Wageningen University & Research user or guest user in upper right hand corner of this page.