Staff Publications

Staff Publications

  • external user (warningwarning)
  • Log in as
  • language uk
  • About

    'Staff publications' is the digital repository of Wageningen University & Research

    'Staff publications' contains references to publications authored by Wageningen University staff from 1976 onward.

    Publications authored by the staff of the Research Institutes are available from 1995 onwards.

    Full text documents are added when available. The database is updated daily and currently holds about 240,000 items, of which 72,000 in open access.

    We have a manual that explains all the features 

Current refinement(s):

Records 1 - 20 / 170

  • help
  • print

    Print search results

  • export

    Export search results

  • alert
    We will mail you new results for this query: keywords==fijn stof
Check title to add to marked list
Particulate matter emission from livestock houses: measurement methods, emission levels and abatement systems
Winkel, Albert - \ 2016
Wageningen University & Research. Promotor(en): Peter Groot Koerkamp, co-promotor(en): Nico Ogink; Andre Aarnink. - Wageningen : Wageningen University - ISBN 9789463320849 - 279
particulate matter - emission reduction - animal housing - application methods - spraying - filters - fijn stof - emissiereductie - huisvesting, dieren - toedieningswijzen - spuiten

Animal houses are extremely dusty environments. Airborne particulate matter (PM) poses a health threat not only to the farmer and the animals, but, as a result of emissions from ventilation systems, also to residents living in livestock farming areas. In relation to this problem, the objectives of this thesis were threefold.

The first objective was to increase our understanding and knowledge of concentrations and emission rates of PM in commonly applied animal housing systems. This objective is worked out in chapter 2 which presents a national emission survey into the concentrations and emissions of PM, which covered 13 common housing systems for poultry, pigs, and dairy in the Netherlands and included 202 24-h measurements at 36 farms. The emission figures from this work are currently used in the Netherlands in environmental permit granting procedures (to model the local dispersion of PM10 in the vicinity of livestock farms), to estimate national emissions, to compute large-scale pollutant concentration maps, and to annually evaluate the state of affairs of the National Air Quality Cooperation Programme (NSL).

The second objective was to develop, test, and validate technologies to mitigate PM concentrations and emissions in poultry farms and ultimately contribute to cleaner outdoor air. This objective is worked out in chapters 3 through 7. Chapters 3 and 4 describe two experiments, one in broilers, one in layers, that investigated the effects of spraying rapeseed oil droplets onto the litter of poultry houses which prevents particles from the litter from becoming airborne. On the basis of chapters 3 and 4, chapter 5 describes a field evaluation of four systems that mitigate PM emissions by reducing indoor concentrations: a fixed oil spraying system, an autonomously driving oil spraying vehicle, a negative air ionization system, and a positive air ionization system. Chapter 6 describes a field evaluation of two ‘end of pipe’ systems to remove PM from the exhaust air of poultry farms, namely: a dry filter wall and an electrostatic precipitator. Chapter 7 describes an emission survey carried out at a total of 16 commercial poultry farms with an ‘end of pipe’ manure drying tunnel. This chapter aimed to elucidate the PM abatement potential and possible additional emissions of ammonia and odor of these tunnels. Furthermore, this chapter aimed to elucidate the perspective of two strategies to reduce any additional emissions from the manure drying tunnels. The results from chapters 5 through 7, carried out at commercial farms, have been used to adopt accurate PM removal figures in Dutch regulations on PM emissions from livestock houses.

Finally, the third objective was to determine the applicability (in terms of acceptable accuracy and comparability) of alternative PM10 measurement methods – i.e., alternative to the ‘cyclone sampler’ developed prior to this thesis and used in chapters 2 through 7. Such alternative samplers could then be applied in future for determination of PM10 emission rates of animal houses. This objective has been worked out in chapter 8 as an equivalence study between the European reference sampler for PM10 (described in EN 12341) and five different candidate measurement methods (the cyclone sampler, a beta-ray attenuation sampler, a microbalance device, and two light-scattering devices) in four different environments (a fattening pig house, a laying hen house, a broiler house, and an office room). Results show that all samplers showed a systematic deviation from ‘true’ values, that between-device variation was relatively high, and that samplers started to dysfunction after about 432 to 500 h of operation. Therefore, appropriate measures (such as duplicate sampling, correction factors, and more frequent servicing) must be taken. The results can be used to harmonize PM10 measurement methods across institutes and to further increase the availability of samplers for the measurement of PM10 in animal production.

Referentieraming van emissies naar lucht uit de landbouw tot 2030 : achtergronddocument bij de Nationale Energieverkenning 2015, met emissies van ammoniak, methaan, lachgas, stikstofoxide en fijnstof uit de landbouw tot 2030
Velthof, G.L. ; Bruggen, C. van; Groenestein, C.M. ; Huijsmans, J.F.M. ; Luesink, H.H. ; Sluis, S.M. van der; Kolk, J.W.H. van der; Oude Voshaar, S.V. ; Vonk, J. ; Schijndel, M.W. van - \ 2016
Wageningen : Wageningen Environmental Research (Wageningen Environmental Research rapport 2746) - 75 p.
luchtverontreiniging - ammoniakemissie - methaan - distikstofmonoxide - stikstofoxide - fijn stof - landbouw - nederland - air pollution - ammonia emission - methane - nitrous oxide - nitric oxide - particulate matter - agriculture - netherlands
Emissies naar lucht uit de landbouw, 1990-2013 : berekeningen van ammoniak, stikstofoxide, lachgas,methaan en fijn stof met het model NEMA
Bruggen, C. van; Bannink, A. ; Groenestein, C.M. ; Huijsmans, J.F.M. ; Luesink, H.H. ; Sluis, S.M. ; Velthof, G.L. ; Vonk, J. - \ 2015
Wettelijke Onderzoekstaken Natuur & Milieu (WOt-technical report 46) - 160 p.
luchtverontreiniging - ammoniakemissie - methaanproductie - dierlijke meststoffen - stikstof - intensieve veehouderij - fijn stof - begrazing - air pollution - ammonia emission - methane production - animal manures - nitrogen - intensive livestock farming - particulate matter - grazing
Landbouwkundige activiteiten zijn een belangrijke bron van ammoniak (NH3), stikstofoxiden (NO), lachgas (N2O), methaan
(CH4) en fijn stof (PM10 en PM2,5) in Nederland. De emissies voor de periode 1990-2013 zijn berekend met het National Emission
Model for Agriculture (NEMA) met toepassing van nieuwe wetenschappelijke inzichten rond emissiefactoren voor ammoniak uit
stallen en op basis van de nieuwe 2006 IPCC Guidelines. De rekenmethodiek gaat bij de berekening van de ammoniakemissie
uit van de hoeveelheid totaal ammoniakaal stikstof (TAN) in de mest. De ammoniakemissie uit dierlijke mest, kunstmest en
overige bronnen bedroeg in 2013 120 miljoen kg NH3, 1,5 miljoen kg minder dan in 2012, voornamelijk door meer emissiearme
huisvesting bij varkens en pluimvee. De N2O-emissie bedroeg zowel in 2012 als in 2013 ruim 19 miljoen kg. De NO-emissie
nam licht toe van 16,7 naar 16,9 miljoen kg. De methaanemissie nam toe van 487 tot 499 miljoen kg. De emissie van fijn stof
nam licht toe van 6,4 miljoen kg PM10 in 2012 tot 6,5 miljoen kg in 2013 door een toename van het aantal leghennen. De
emissie van PM2,5 bedroeg in beide jaren 0,6 miljoen kg. Sinds 1990 is de ammoniakemissie uit dierlijke mest en kunstmest
met bijna 70% gedaald, vooral door een lagere stikstof-uitscheiding door landbouwhuisdieren en emissiearme mesttoedieningstechnieken.
Lachgas en stikstofoxiden daalden in dezelfde periode eveneens, maar minder scherp (ca. 40%) vanwege hogere
emissies door het ondergronds aanwenden van mest (N2O) en door de omschakeling van stalsystemen met dunne naar vaste
mest bij pluimvee (N2O en NO). Tussen 1990 en 2013 daalde de emissie van methaan met 17%, wat vrijwel geheel verklaard
kan worden door een afname in de dieraantallen
Emissiereductie door verneveling van probiotica over leefoppervlak : literatuurstudie en metingen bij vleesvarkens
Ellen, H.H. ; Groenestein, K. ; Hol, J.M.G. ; Ogink, N.W.M. ; Pas, L. - \ 2015
Wageningen : Wageningen UR Livestock Research (Livestock Research rapport 809) - 39
varkens - slachtdieren - afmesten - probiotica - ammoniakemissie - geurstoffen - fijn stof - varkenshouderij - pigs - meat animals - finishing - probiotics - ammonia emission - odours - particulate matter - pig farming
In twee identieke afdelingen met vleesvarkens is het effect gemeten van het aanbrengen van probiotica (PIP) via het vernevelen er van in de afdeling. Uit de gemeten waarden blijkt er geen significant effect te zijn van het toepassen van probiotica op de emissies van ammoniak (NH3), geur en fijnstof (PM10) en de concentratie van ammoniak.
Metingen aan een biofilter voor de behandeling van ventilatielucht van een vleesvarkensstal - locatie 2 = Measurements on a biofilter for treatment of exhaust air from a fattening pig house in the Netherlands
Melse, R.W. ; Hol, J.M.G. ; Ploegaert, J.P.M. ; Nijeboer, G.M. ; Hattum, T.G. van - \ 2015
Wageningen : Wageningen UR Livestock Research (Livestock Research report 896) - 35
ventilatie - biologische filtratie - varkensstallen - slachtdieren - luchtfilters - emissiereductie - luchtkwaliteit - ammoniak - stankemissie - fijn stof - broeikasgassen - ventilation - biological filtration - pig housing - meat animals - air filters - emission reduction - air quality - ammonia - odour emission - particulate matter - greenhouse gases
In this study the emission reduction of ammonia (NH3), odour, fine dust (PM10, PM2.5), and greenhouse gases (CO2, N2O, CH4) was determined for a biofilter (440 m2) treating exhaust air from a pig house (total ventilation capacity: 290.000 m3.uur-1). The average removal for ammonia, odour and fine dust (PM10) was 38%, 43%, and > 93%, respectively. For CO2, N2O, and CH4, no significant difference between inlet and outlet concentration was found for the biofilter.
Metingen aan het windveld van een ventilator van een kippenstal
Pronk, A.A. ; Holterman, H.J. ; Meurs, E.J.J. ; Geerts, R.H.E.M. - \ 2015
Wageningen : Plant Research International, Business Unit Agrosysteemkunde (Rapport / Plant Research International 612) - 28
huisvesting van kippen - stallen - ventilatoren - meting - pluimveehouderij - emissie - luchtkwaliteit - fijn stof - ammoniakemissie - chicken housing - stalls - ventilators - measurement - poultry farming - emission - air quality - particulate matter - ammonia emission
Dust, both coarse and fine (PM10), is emitted mainly through the exhaust fans of livestock housing and especially through the exhaust fans of poultry housing. There is little known about the dispersion of the emission plume of an exhaust fans of funnel ventilation systems at a short distance of the housing (30 to 40 m). It is known that a hedgerow has a profound effect on an emission plume as both wind speed and wind direction are affected. However, up till now it is not clear how an emission plume is changed.
Effecten reducerende technieken op emissies bij biologisch gehouden pluimvee : deskstudie
Ellen, H.H. ; Ogink, N.W.M. - \ 2015
Wageningen : Wageningen UR Livestock Research (Livestock Research rapport 811)
pluimveehouderij - biologische landbouw - emissiereductie - ammoniakemissie - fijn stof - stankemissie - methaan - mestverwerking - dierenwelzijn - pluimvee - dierlijke productie - huisvesting, dieren - diergezondheid - poultry farming - organic farming - emission reduction - ammonia emission - particulate matter - odour emission - methane - manure treatment - animal welfare - poultry - animal production - animal housing - animal health
De eisen die worden gesteld aan de biologische houderij van pluimvee hebben mogelijk een effect op de emissies van ammoniak (NH3), geur, fijnstof (PM10), methaan (CH4) en lachgas (N2O). Op basis van beschikbare kennis is een inschatting gemaakt van dit effect. Daarna is aangegeven of emissie reducerende systemen zoals toegepast in de reguliere houderij, een vergelijkbaar effect hebben in de biologische houderij. Bij de systemen is ook aangegeven of ze, eventueel met een kleine aanpassing in de beschrijving, toegepast kunnen worden bij biologisch gehouden pluimvee.
Effect van snijmaissilage als strooiselmateriaal in vleeskuikenstallen op de emissies van ammoniak, geur en fijnstof
Harn, J. van; Nijeboer, G.M. ; Ogink, N.W.M. - \ 2015
Wageningen : Wageningen UR Livestock Research (Livestock Research rapport 845) - 49
emissie - ammoniak - stankemissie - fijn stof - methaan - distikstofmonoxide - vleeskuikens - huisvesting van kippen - pluimveehouderij - maïskuilvoer - emissiereductie - luchtkwaliteit - duurzame veehouderij - emission - ammonia - odour emission - particulate matter - methane - nitrous oxide - broilers - chicken housing - poultry farming - maize silage - emission reduction - air quality - sustainable animal husbandry
This report describes the results of emission measurements of ammonia, odour, PM10, methane and nitrous oxide from broiler houses bedded with white wood shavings (=control), fresh silage maize or pre-dried silage maize.
Goed stalklimaat en zeer lage emissies
Aarnink, A.J.A. ; Verhoijsen, R. ; Bokma, S. - \ 2014
V-focus 11 (2014)6. - ISSN 1574-1575 - p. 38 - 41.
varkenshouderij - varkensstallen - stalklimaat - ventilatie - recirculatiesystemen - ammoniakemissie - fijn stof - emissiereductie - pig farming - pig housing - stall climate - ventilation - recirculating systems - ammonia emission - particulate matter - emission reduction
Recirculatie van lucht in een vleesvarkensstal is technisch mogelijk. Door een belangrijk deel van de lucht te recirculeren en een deel te verversen, wordt een zeer stabiel stalklimaat verkregen en worden de emissies van ammoniak en fijnstof (en geur) tot vrijwel nul gereduceerd. De extra kosten moeten terug verdiend worden met betere productieresultaten.
Emissies uit mestdroogsystemen op leghennenbedrijven bij dagontmesting en versneld drogen = Emissions from manure drying systems on layer farms using 24-h manure removal and rapid drying
Winkel, A. ; Huis in 'T Veld, J.W.H. ; Nijeboer, G.M. ; Schilder, H. ; Hattum, T.G. van; Ellen, H.H. ; Ogink, N.W.M. - \ 2014
Lelystad : Wageningen UR Livestock Research (Report / Wageningen UR Livestock Research 731) - 43
pluimveehouderij - hennen - ammoniakemissie - emissiereductie - pluimveehokken - mestverwerking - drogen - fijn stof - luchtverontreiniging - poultry farming - hens - ammonia emission - emission reduction - poultry housing - manure treatment - drying - particulate matter - air pollution
In dit onderzoek is de hypothese getoetst dat met het dagelijks afdraaien van alle stalmest naar een mestdroogsysteem (dagontmesting), gevolgd door snelle indroging, de extra ammoniakemissie uit deze droogsystemen aanzienlijk kan worden beperkt. Deze hypothese is bevestigd door het onderzoek. Daarnaast is gebleken dat de aangepaste manier van drogen nog steeds een aanzienlijke fijnstofreductie bewerkstelligt.
Maatregelen ter vermindering van fijnstofemissie uit de pluimveehouderij: validatie van een oliefilmsysteem op een leghennenbedrijf = Measures to reduce fine dust emission from poultry houses: validation of an oil spraying system on a layer farm
Winkel, A. ; Huis in 'T Veld, J.W.H. ; Nijeboer, G.M. ; Ogink, N.W.M. - \ 2014
Lelystad : Wageningen UR Livestock Research (Report / Wageningen UR Livestock Research 801) - 24
pluimveehouderij - hennen - pluimveehokken - stallen - luchtreinigers - fijn stof - emissiereductie - spuiten - film - plantaardige oliën - monitoring - luchtverontreiniging - poultry farming - hens - poultry housing - stalls - air cleaners - particulate matter - emission reduction - spraying - plant oils - air pollution
In this study, the emission reduction of an oil spraying system was determined through validation measurements in a layer house with aviary housing.
Windtunnelonderzoek naar de doorstroming van groenelementen rondom een veehouderijbedrijf : effecten van groenelementen op de luchtkwaliteit rond stalgebouwen door doorstroming van geventileerde stallucht
Pronk, A.A. ; Holterman, H.J. ; Meer, S. van der; Erbrink, H. ; Ogink, N.W.M. - \ 2014
Wageningen : Plant Research International, Business Unit Agrosystems Research (Rapport / Plant Research International 581) - 62
windtunnels - veehouderijbedrijven - veehouderij - luchtkwaliteit - ventilatie - huisvesting, dieren - stallen - fijn stof - groene infrastructuur - ventilatoren - wind tunnels - livestock enterprises - livestock farming - air quality - ventilation - animal housing - stalls - particulate matter - green infrastructure - ventilators
According to theoretical considerations, green buffers of trees placed around emission sources, the so-called ‘vegetative environmental buffers’ improve air quality by reducing the concentrations of fine dust from animal housing. The reduction occurs because particles deposit onto the vegetative environmental buffers. However, deposition can only occur when emissions enter the vegetative environmental buffers. The configuration of the vegetative environmental buffer, such as height, shape and distance to the source, affects the fraction of emitted pollution from the animal housing ventilators that actually is blown into the vegetative environmental buffer and thus is susceptible to deposition. To evaluate the efficiency of vegetative environmental buffers on the concentration of fine particles in the emitted pollution from animal housing by ventilators, this fraction needs to be estimated. The aim of this study is therefore: to determine the fraction of ventilated air from animal housing that is blown into a vegetative environmental buffer which totally surrounds the animal housing, at different wind directions and wind speeds.
Emissies naar lucht uit de landbouw in 2012 : berekeningen van ammoniak, stikstofoxide, lachgas, methaan en fijn stof met het model NEMA
Bruggen, C. van; Bannink, A. ; Groenestein, C.M. ; Haan, B.J. de; Huijsmans, J.F.M. ; Luesink, H.H. ; Sluis, S.M. ; Velthof, G.L. ; Vonk, J. - \ 2014
Wageningen : Wettelijke Onderzoekstaken Natuur & Milieu (WOt-technical report 3) - 79
luchtverontreiniging - ammoniakemissie - methaanproductie - dierlijke meststoffen - emissie - stikstof - intensieve veehouderij - fijn stof - landbouw - nederland - modellen - air pollution - ammonia emission - methane production - animal manures - emission - nitrogen - intensive livestock farming - particulate matter - agriculture - netherlands - models
Landbouwkundige activiteiten zijn een belangrijke bron van ammoniak (NH3), stikstofoxide (NO), lachgas (N2O), methaan (CH4) en fijn stof in Nederland. De emissies voor de periode 1990-2012 zijn berekend met NEMA. In 2013 is NEMA uitgebreid met modules voor N2O, NO, CH4 en fijn stof. De rekenmethodiek gaat bij de berekening van de ammoniakemissie uit van de hoeveelheid totaal ammoniakaal stikstof (TAN) in de mest. De ammoniakemissie uit dierlijke mest en kunstmest bedroeg in 2012 ruim 108 miljoen kg NH3, 5 miljoen kg minder dan in 2011, voornamelijk door een lagere stikstofuitscheiding in dierlijke mest en een toename van de mestexport. In lijn hiermee nam de N2O-emissie af van 22,4 tot 21,7 miljoen kg. De NO-emissie nam af van 19,9 naar 19,1 miljoen kg. Sinds 1990 is de ammoniakemissie uit dierlijke mest en kunstmest met bijna 70% gedaald, vooral door een lagere stikstofuitscheiding door landbouwhuisdieren en emissiearme toedieningstechnieken. Lachgas en stikstofoxiden daalden in dezelfde periode eveneens, maar minder scherp (ca. 40%) vanwege hogere emissies door ondergronds aanwenden van mest (N2O) en door de omschakeling van stalsystemen met dunne naar droge mest bij pluimvee (N2O en NO). De totale emissie van methaan veranderde tussen 2011 en 2012 nauwelijks, en komt uit op 437,3 miljoen kg. Tussen 1990 en 2012 daalde de emissie met 14%, wat vrijwel geheel verklaard kan worden door een afname in de dieraantallen. Fijn stof ten slotte, daalde van 6,6 naar 6,4 miljoen kg PM10 als gevolg van het toenemende aandeel stallen met luchtwasser. Hiervan is 0,6 miljoen kg PM2,5.
Comparing the environmental impact of a nitrifiying biotrickling filter with or without denitrification for ammonia abatement at animal houses
Vries, J.W. de; Melse, R.W. - \ 2014
Lelystad : Wageningen UR Livestock Research (Report / Wageningen UR Livestock Research 717) - 14
intensieve veehouderij - varkenshouderij - rundveehouderij - luchtreinigers - nitrificatie - denitrificatie - vergelijkend onderzoek - filters - ammoniakemissie - fijn stof - broeikasgassen - intensive livestock farming - pig farming - cattle husbandry - air cleaners - nitrification - denitrification - comparative research - ammonia emission - particulate matter - greenhouse gases
The aim was to assess the environmental impact of a biotrickling filter with nitrification only and with subsequent denitrification. Life cycle assessment was applied to assess greenhouse gases, nitrate, ammonia and fossil fuel depletion. The biotrickling filter with nitrification and denitrification had higher greenhouse gas emission, whereas nitrification only had higher nitrate leaching and ammonia emission from field application of discharge water
Beknopte milieueffectrapportage op planniveau : in het kader van het Vijfde Actieprogramma Nitraatrichtlijn
Schoumans, O.F. ; Schröder, J.J. ; Groenendijk, P. ; Koeijer, T.J. de; Renaud, L.V. ; Lusink, M. ; Kruseman, G. - \ 2013
Wageningen : Alterra, Wageningen-UR (Alterra-rapport 2461) - 44
landbouw - emissiereductie - fijn stof - nitraten - waterkwaliteit - luchtkwaliteit - monitoring - agriculture - emission reduction - particulate matter - nitrates - water quality - air quality
Om de doelstellingen van de Nitraatrichtlijn en de kaderrichtlijn Water te realiseren, voert de rijksoverheid actief beleid om de nutriëntenbelasting vanuit de landbouw naar het grondwater en oppervlaktewater terug te dringen. Ter voorbereiding van de invoering van het Vijfde Actieprogramma Nitraatrichtlijn (2014-2017) is een beknopte milieueffectrapportage (MER) op planniveau uitgevoerd. De MER richt zich vooral op het bodem- en watercompartiment, en meer precies op de verbetering van de nitraatconcentratie in het grondwater en de vermindering van de nutriëntenbelasting van het oppervlaktewater die behaald kan worden met het voorgenomen beleid. Hierbij is er speciale aandacht voor het Zuidelijke zand- en lössgebied omdat de overschrijdingen van de streefwaarde voor de nitraatconcentratie in het grondwater in deze regio het grootst zijn. Er wordt in deze planMER studie ook aandacht besteed aan andere milieueffecten. Ingeschat is wat de gevolgen zijn voor de emissies naar de lucht (NH3, NOx, N2O, CH4, CO2 en fijnstof), het mesttransport, gebruik aan grondstoffen en de gevolgen van de emissies voor het klimaat, de natuur en leefomgeving. De berekeningen geven aan dat met het voorgenomen beleid de nitraatconcentratie in het Zuidelijke zandgebied tot gemiddeld 50 mg L-1 kan dalen. Landelijk gemiddeld verandert de N- en P-belasting van het oppervlaktewater nagenoeg niet. Voor het Zuidelijk zand- en lössgebied wordt de sterkste daling van de nutriëntenbelasting van het oppervlaktewater verwacht. Naar verwachting kan met maatwerk van aanvullende maatregelen een verdere reductie van de belasting van grondwater en oppervlaktewater worden bereikt. De emissies naar de lucht van ammoniak (NH3), lachgas (N2O) en koolstofdioxide (CO2), methaan (CH4), overige gasvormige stikstofverbindingen en fijn stof zullen beperkt wijzigen, met als gevolg dat de veranderingen in de effecten voor het klimaat, de natuur en de leefomgeving minimaal zullen zijn.
Depositie van fijnstofdeeltjes : eigenschappen van fijnstofdeeltjes die de afvangkans door een gewas beïnvloeden
Pronk, A.A. ; Holterman, H.J. ; Ogink, N. - \ 2013
Wageningen : Plant Research International, Business Unit Agrosysteemkunde (Rapport / Plant Research International 498) - 26
fijn stof - deeltjesgrootte - luchtverontreiniging - veehouderij - vegetatie - bomen - emissie - modellen - particulate matter - particle size - air pollution - livestock farming - vegetation - trees - emission - models
De depositie van fijnstof op beplanting hangt af van veel factoren: de eigenschappen van de deeltjes, de eigenschappen van het botsingsoppervlak en van omgevingsfactoren. Recent onderzoek naar de depositie van kunstmatig fijnstof op een bomenrij laat zien dat deeltjes op de bomen terecht komen. Om deze resultaten te vertalen naar afvangpercentages van fijnstof uit veehouderij is het noodzakelijk de representativiteit van kunstmatig fijnstofdeeltjes voor fijnstof afkomstig uit de veehouderij vast te stellen. Welke eigenschappen van de deeltjes daarbij de doorslag geven, wordt in deze studie onderzocht.
Emissies uit een vleesvarkensstal voorzien van een V-vormige mestband voor het gescheiden afvoeren van mest en urine = Emissions from a housing system for fattening pigs with a V-shaped manure belt for separated removal of faeces and urine
Ellen, H.H. ; Hol, J.M.G. ; Mosquera, J. ; Aarnink, A.J.A. - \ 2013
Lelystad : Wageningen UR Livestock Research (Rapport / Wageningen UR Livestock Research 620) - 37
varkenshouderij - vleesproductie - vleesvee - varkensmest - drijfmest - scheidingstechnologie - urine - emissie - reductie - stankemissie - fijn stof - methaan - distikstofmonoxide - ammoniakemissie - mestverwerking - meting - pig farming - meat production - beef cattle - pig manure - slurries - separation technology - emission - reduction - odour emission - particulate matter - methane - nitrous oxide - ammonia emission - manure treatment - measurement
This study reports the emissions of ammonia, odour, fine dust (PM10 and PM2.5), methane and nitrous oxide from an animal house for fattening pigs provided with V-shaped manure belts for separated removal of faeces and urine (the Kempfarm system).
Ecosysteemdiensten van natuur en landschap : aanpak en kennistabellen voor het opstellen van indicatoren
Henkens, R.J.H.G. ; Geertsema, W. - \ 2013
Wageningen : Wettelijke Onderzoekstaken Natuur & Milieu (WOt-werkdocument 351) - 91
ecosysteemdiensten - waterzuivering - wateropslag - kooldioxide - openluchtrecreatie - fijn stof - financieren - indicatoren - natuur - ecosystem services - water treatment - water storage - carbon dioxide - outdoor recreation - particulate matter - financing - indicators - nature
De natuur levert ecosysteemdiensten waarvan de meesten zich onvoldoende bewust zijn, maar die wel degelijk een concrete economische en/of maatschappelijke waarde hebben. Het verlies ervan zou toekomstige generaties met hoge(re) kosten kunnen opzadelen. Om bewustwording te stimuleren kunnen deze diensten worden gekwantificeerd en uiteindelijk ook gemonetariseerd. Hiertoe zijn een achttal ecosysteemdiensten nader uitgewerkt, te weten: waterkering, waterberging, oppervlaktewaterzuivering, CO2-vastlegging, plaagbestrijding, bestuiving, luchtzuivering (afvang fijnstof) en openluchtrecreatie. Per dienst is op basis van literatuuronderzoek en veronderstellingen een kennistabel opgesteld. Deze is gekoppeld aan de beheertypen van de IndexNL en geeft aan in welke mate de dienst door dat beheertype wordt geleverd. Ook worden bepalende ruimtelijke aspecten beschreven. In een volgende stap zouden van iedere dienst trendgrafieken kunnen worden opgesteld die laten zien in welke mate de dienst een aantal jaren terug werd geleverd, hoe het er nu voor staat en hoe dat zal verlopen met het huidige beleid
Inventarisatie emissies en geluidsoverlast van mestbewerkingsinstallaties en eventuele maatregelen
Buisonjé, F.E. de; Melse, R.W. ; Mosquera Losada, J. ; Verdoes, N. - \ 2013
Lelystad : Wageningen UR Livestock Research (Rapport / Wageningen UR Livestock Research 703) - 30
mestverwerking - emissie - ammoniak - stankemissie - broeikasgassen - geluid - geluidshinder - fijn stof - uitrusting - manure treatment - emission - ammonia - odour emission - greenhouse gases - noise - noise pollution - particulate matter - equipment
In this report the knowledge on emissions and noise from manure treatment techniques is summarized.
Maatregelen ter vermindering van fijnstofemissie uit de pluimveehouderij: validatie van een oliefilmrobot op een leghennenbedrijf = Measures to reduce fine dust emission from poultry houses: validation of an oil spraying robot on a layer farm
Winkel, A. ; Nijeboer, G.M. ; Huis in 'T Veld, J.W.H. ; Blanken, K. ; Schilder, H. ; Hattum, T.G. van; Ogink, N.W.M. - \ 2013
Lelystad : Wageningen UR Livestock Research (Rapport / Wageningen UR Livestock Research 686) - 26
hennen - huisvesting van kippen - pluimveehouderij - fijn stof - emissie - hens - chicken housing - poultry farming - particulate matter - emission
In this study, the emission reduction of an oil film robot was determined through validation measurements on a layer farm with houses with floor housing.
Check title to add to marked list
<< previous | next >>

Show 20 50 100 records per page

 
Please log in to use this service. Login as Wageningen University & Research user or guest user in upper right hand corner of this page.