Staff Publications

Staff Publications

  • external user (warningwarning)
  • Log in as
  • language uk
  • About

    'Staff publications' is the digital repository of Wageningen University & Research

    'Staff publications' contains references to publications authored by Wageningen University staff from 1976 onward.

    Publications authored by the staff of the Research Institutes are available from 1995 onwards.

    Full text documents are added when available. The database is updated daily and currently holds about 240,000 items, of which 72,000 in open access.

    We have a manual that explains all the features 

Current refinement(s):

Records 1 - 20 / 346

  • help
  • print

    Print search results

  • export
    A maximum of 250 titles can be exported. Please, refine your queryYou can also select and export up to 30 titles via your marked list.
  • alert
    We will mail you new results for this query: keywords==fungiciden
Check title to add to marked list
Fungicide evaluation to rate efficacy to control leaf late blight for the EuroBlight table Results 2006-2015
Evenhuis, A. ; Bain, R. ; Hausladen, H. ; Nielsen, B.J. ; Berg, W. van den; Schepers, H.T.A.M. - \ 2016
Lelystad : Applied Plant Research - 46 p.
solanum tuberosum - potatoes - plant pathogenic fungi - oomycetes - phytophthora infestans - fungicides - protocols - field experimentation - europe - aardappelen - plantenziekteverwekkende schimmels - oömyceten - fungiciden - protocollen - experimenteel veldonderzoek - europa
The origin, versatility and distribution of azole fungicide resistance in the banana black Sigatoka pathogen Pseudocercospora fijiensis
Chong Aguirre, Pablo A. - \ 2016
University. Promotor(en): Gert Kema; Pedro Crous. - Wageningen : Wageningen University - ISBN 9789462578791 - 289
pseudocercospora - plant pathogenic fungi - fungicides - pesticide resistance - defence mechanisms - genetic diversity - genetic mapping - sensitivity - musa - bananas - fungal diseases - disease control - plantenziekteverwekkende schimmels - fungiciden - resistentie tegen pesticiden - verdedigingsmechanismen - genetische diversiteit - genetische kartering - gevoeligheid - bananen - schimmelziekten - ziektebestrijding

Pseudocercospora fijiensis causes black Sigatoka disease of banana. It is one of the most damaging threats of the crop requiring excessive fungicide applications for disease control as the major export “Cavendish” clones are highly susceptible. The consequence of this practice is the reduced efficacy of disease management strategies due to increasing levels of fungicide resistance. In this thesis the history and current practices of black Sigatoka disease management as well as the underlying mechanisms of fungicide resistance to a major group of fungicides are described. We discovered that both target site mutations and promotor insertions are crucial for modulating sensitivity. The more insertions, the higher the expression of the gene and the more resistant the strain. Using this information, we advocate modern monitoring techniques and improved disease control strategies as well as the urgent need for innovative banana breeding to develop resistant varieties for a sustainable global banana production.

Duurzame beheersing van echte meeldauw
Hofland-Zijlstra, J.D. ; Breeuwsma, S.J. ; Noordam, Marianne - \ 2015
Bleiswijk : Wageningen UR Glastuinbouw (Rapport GTB 1385) - 44 p.
plantenziekteverwekkende schimmels - erysiphales - podosphaera pannosa - oidium - meeldauw - glastuinbouw - kasgewassen - ziekteresistentie - verbeteraars - fungiciden - geïntegreerde bestrijding - nederland - plant pathogenic fungi - mildews - greenhouse horticulture - greenhouse crops - disease resistance - amendments - fungicides - integrated control - netherlands
In this study Wageningen UR Greenhouse Horticulture developed together with LTO Glaskracht Nederland and a group of growers, advisors and producers a sustainable control strategy for mildew. Several green products with a systemic or a contact mode of action were tested on their contribution to a resilient plant system. Three systemic green products were able to stimulate hormonal signalling pathways against biotrophic organisms and effective combinations were possible with biological green products. This research shows the first proof-ofprinciple that in a young plant system with smart combining of green products infection of mildew spores can be prevented. Follow-up research in multiple cropping systems with longer cultivation periods have to indicate what the impact is on the disease development over a longer period of time under more commercial growing conditions. For the development of (early) indicators of plant resilience, it is clear that multiple measuring methods are needed at the same time, during a certain cultivation phase, because the germination and infection is dependent of several climate and plant factors.
Effectiviteit gewasbeschermingsmiddelen tegen koprot in ui : veld experiment 2012-2013
Evenhuis, A. ; Visser, C.L.M. de; Goorden, P. - \ 2015
Wageningen : Kennisakker
akkerbouw- en tuinbouwbedrijven - uien - gewasbescherming - chemische bestrijding - bewaarziekten - botrytis aclada - fungiciden - veldproeven - crop enterprises - onions - plant protection - chemical control - storage disorders - fungicides - field tests
Koprot is een voor de uiensector desastreuze ziekte. Enerzijds omdat de ziekte een forse aanslag pleegt op de kwaliteit en opbrengst van uien in de gehele keten en anderzijds omdat de ziekte maar moeilijk gemanaged kan worden. De ziekte komt infrequent voor en als koprot optreedt is de verrassing, net als de schade, meestal groot. Dit wordt veroorzaakt omdat op het veld geen symptomen van de ziekte te zien zijn in het loof. De uien worden nog schijnbaar gezond geoogst. Als de ziekte voorkomt dan kan de partij in bewaring snel achteruit gaan en onverkoopbaar worden. Op initiatief van het uienplatform in samenwerking met de uiensector is een veldexperiment uitgevoerd om de effectiviteit van gewasbeschermingsmiddelen ter bestrijding van Botrytis aclada gedurende het veldseizoen te bepalen. Hierbij is naast doorspuitschema’s in overleg met de sector ook gekozen voor spuitstrategieën zoals deze in de praktijk kunnen worden toegepast.
Beheersing Alternaria in de teelt van aardappelen
Evenhuis, A. ; Schepers, H.T.A.M. - \ 2015
Wageningen : Praktijkonderzoek Plant & Omgeving, Business Unit AGV
aardappelen - gewasbescherming - plantenziekteverwekkende schimmels - alternaria - fungiciden - chemische bestrijding - potatoes - plant protection - plant pathogenic fungi - fungicides - chemical control
Uit het onderzoek kwam naar voren dat de effectiviteit van beide referenties tegen Alternaria tegen viel. In hoeverre dit te maken heeft met resistentieontwikkeling binnen de Alternaria populatie is niet duidelijk. In elk geval is het wenselijk om bij de Alternaria bestrijding gebruik te maken van fungiciden met verschillende werkingsmechanismen. Met de toelating van Narita is er voor de Nederlandse telers een extra optie bijgekomen. Phytophthora middelen met een nevenwerking op Alternaria kunnen een goed onderdeel vormen van de bestrijdingsstrategie
Beheersing aarfusarium en bladvlekkenziekte in zomergerst
Evenhuis, A. ; Schepers, H.T.A.M. - \ 2015
Wageningen : Praktijkonderzoek Plant & Omgeving (Applied Plant Research), part of Wageningen UR Business Unit AGV - 24
akkerbouw - graangewassen - hordeum vulgare - gerst - schimmelziekten - fusarium - gibberella zeae - bladvlekkenziekte - bestrijdingsmethoden - proeven - detectie - fungiciden - arable farming - grain crops - barley - fungal diseases - leaf spotting - control methods - trials - detection - fungicides
Aarfusarium leidt tot kwaliteitsverlies in graangewassen. Aarfusarium in granen wordt veroorzaakt door verschillende ziekteverwekkers van het geslacht Fusarium: De belangrijkste veroorzaker van aarfusarium is F. graminearum. De schimmel infecteert de aar tijdens de bloeiperiode, onder vochtige omstandigheden. Is het tijdens de bloei droog dan is er weinig kans op Fusarium. Is het tijdens en voor de bloei nat dan vergroot dat de kans op aarfusarium. Als een partij tarwe of gerst te zwaar geïnfecteerd is kan dat leiden tot een lagere bakkwaliteit, respectievelijk een lagere brouwkwaliteit. In opdracht van het Productschap Akkerbouw is onderzoek gedaan naar de bestrijding van Fusarium in de teelt van brouwgerst. Het onderzoek is uitgevoerd in samenwerking met de gewasbeschermingsindustrie.
Ketenanalyse residu gewasbeschermingsmiddelen : Bloembollen, boomkwekerijproducten en vaste planten
Werd, H.A.E. de; Dalfsen, P. van; Kuik, A.J. van - \ 2015
Randwijk : Praktijkonderzoek Plant en Omgeving, Bloembollen, Boomkwekerij & Fruit - 87
pesticiden - bloembollen - sierplanten - houtachtige planten - apidae - honingbijen - bijensterfte - bemonsteren - insecticidenresiduen - analyse - fungiciden - acariciden - pesticides - ornamental bulbs - ornamental plants - woody plants - honey bees - bee mortality - sampling - insecticide residues - analysis - fungicides - acaricides
Greenpeace heeft in het voorjaar van 2014 bloembol- en knolproducten en tuinplanten in pot op residuen van gewasbeschermingsmiddelen en biociden laten onderzoeken. PPO Wageningen UR heeft op verzoek van KAVB, Anthos en de LTO Vakgroep Boomkwekerij en Vaste planten, de herkomst van de gevonden residuen geanalyseerd. Hierbij is voor 18 van de bemonsterde en 2 extra gewassen in beeld gebracht wat het toegelaten gebruik van fungiciden, insecticiden en acariciden in Nederland is. Vervolgens zijn voor dezelfde 18 gewassen de gevonden residuen vergeleken met de te verwachten residuen op basis van het toegelaten gebruik. Ook de herkomst van de residuen die niet te verklaren zijn op basis van het in Nederland toegelaten gebruik is geanalyseerd. Binnen deze studie zijn geen nieuwe proeven of metingen uitgevoerd, maar zijn schattingen van het verloop van de ordegrootte van residugehaltes gemaakt op basis van de eigenschappen van de betreffende stoffen.
Agrarisch natuurbeheer verdraagt zich niet met marktgerichte bedrijfsvoering
Berendse, F. - \ 2014
Vork 1 (2014)1. - ISSN 2352-2925 - p. 68 - 73.
agrarisch natuurbeheer - biodiversiteit - graslandbeheer - akkerbouw - agrarische bedrijfsvoering - grondwaterstand - bemesting - fungiciden - pesticiden - rentabiliteit - landbouwbedrijven - weidevogels - agri-environment schemes - biodiversity - grassland management - arable farming - farm management - groundwater level - fertilizer application - fungicides - pesticides - profitability - farms - grassland birds
De sleutelvariabelen voor biodiversiteit in weidegebieden zijn een hoge grondwaterstand en een laag bemestingsniveau. In de akkerbouw is het gebruik van insecticiden en fungiciden bepalend voor biodiversiteit. Diezelfde sleutelvariabelen, maar dan omgekeerd zijn bepalend voor de rentabiliteit van het boerenbedrijf. Volgens Frank Berendse, hoogleraar Natuurbeheer in Wageningen, past agrarisch natuurbeheer daarom slecht in een marktgerichte bedrijfsvoering.
Influence of adjuvants on the deposition of mancozeb
Schepers, H.T.A.M. ; Evenhuis, A. ; Topper, C.G. - \ 2014
Wageningen : Wageningen UR (vegIMPACT report 5) - 14
solanum tuberosum - aardappelen - plantenziekten - oömycota - phytophthora infestans - fungiciden - mancozeb - hulpstoffen - depositie - indonesië - potproeven - nederland - potatoes - plant diseases - oomycota - fungicides - adjuvants - deposition - indonesia - pot experimentation - netherlands
Late Blight demonstrations December 2013-February 2014
Schepers, H.T.A.M. ; Gunadi, N. ; Putter, H. de; Wustman, R. ; Moekasan, T.K. ; Laksminiwati, P. ; Karjadi, A.K. - \ 2014
Wageningen : Wageningen UR (vegIMPACT report 4) - 16
solanum tuberosum - aardappelen - solanum lycopersicum - tomaten - plantenziekten - phytophthora infestans - oömycota - gewasbescherming - fungiciden - experimenteel veldonderzoek - demonstratiebedrijven, landbouw - indonesië - potatoes - tomatoes - plant diseases - oomycota - plant protection - fungicides - field experimentation - demonstration farms - indonesia
Late blight caused by Phytophthora infestans is one of the most important diseases worldwide. Also in Indonesia control of late blight is very important in potato and tomato, especially in the rainy season. In order to learn more about the important factors that determine late blight control - such as product choice, application frequency, spray volume and use of adjuvants - two demo plots were laid out in the potato growing regions of Garut and Pangalengan. The treatments in the demo-plots consisted of different fungicide application strategies.
Beheersmaatregelen maïskopbrand in snijmaïs : maïskopbrand - heat smut (Sphacelotheca reiliana)
Groten, J.A.M. - \ 2014
Lelystad : Praktijkonderzoek Plant & Omgeving, Business Unit Akkerbouw, Groene Ruimte en Volegrondsgroenten - 26
akkerbouw - maïs - gewasbescherming - plantenziekteverwekkende schimmels - sphacelotheca reiliana - rassenkeuze (gewassen) - chemische bestrijding - fungiciden - zaaitijd - ziektebestrijdende teeltmaatregelen - wisselbouw - mycotoxinen - arable farming - maize - plant protection - plant pathogenic fungi - choice of varieties - chemical control - fungicides - sowing date - cultural control - ley farming - mycotoxins
Maïskopbrand kan veel schade veroorzaken. Na constatering van de ziekte in Nederland is de vraag hoe de ziekte te bestrijden of beheerst kan worden. Op een zwaar besmet perceel in Megen is in 2012 een indicatief onderzoek gestart. De resultaten zijn aangevuld met informatie verkregen uit literatuuronderzoek.
Beheersing Alternaria in de aardappelteelt
Evenhuis, A. ; Schepers, H.T.A.M. - \ 2014
Wageningen : Praktijkonderzoek Plant & Omgeving, Business Unit AGV - 14
akkerbouw - aardappelen - gewasbescherming - alternaria - plantenziekteverwekkende schimmels - schimmelbestrijding - fungiciden - solanum tuberosum - arable farming - potatoes - plant protection - plant pathogenic fungi - fungus control - fungicides
Uit het onderzoek kwam naar voren dat de effectiviteit van beide referenties tegen Alternaria tegen viel. In hoeverre dit te maken heeft met resistentieontwikkeling binnen de Alternaria populatie is niet duidelijk. In elk geval is het wenselijk om bij de Alternaria bestrijding gebruik te maken van fungiciden met verschillende werkingsmechanismen. Met de toelating van Narita is er voor de Nederlandse telers een extra optie bijgekomen. Phytophthora middelen met een nevenwerking op Alternaria kunnen een goed onderdeel vormen van de bestrijdingsstrategie.
Effectiviteit gewasbeschermingsmiddelen tegen koprot in ui : veld experiment 2013-20014, Valthermond
Evenhuis, A. ; Goorden, P. ; Visser, C.L.M. de - \ 2014
Wageningen : Praktijkonderzoek Plant & Omgeving, Business Unit AGV - 17
akkerbouw - uien - gewasbescherming - proeven op proefstations - veldproeven - chemische bestrijding - plantenziekteverwekkende schimmels - fungiciden - botrytis aclada - arable farming - onions - plant protection - station tests - field tests - chemical control - plant pathogenic fungi - fungicides
Veldexperiment om de effectiviteit van gewasbeschermingsmiddelen ter bestrijding van Botrytis aclada gedurende het veldseizoen te bepalen. Hierbij is naast doorspuitschema's in overleg met de sector ook gekozen voor spuitstrategieën zoals deze in de praktijk kunnen worden toegepast.
Sporulatie en beheersing echte meeldauw in aardbei : bouwstenen voor beslissing ondersteunend systeem (BOS) voor de beheersing van meeldauw in aardbei
Evenhuis, A. ; Topper, C.G. ; Wilms, J.A.M. - \ 2014
Wageningen : Praktijkonderzoek Plant & Omgeving, Business Unit AGV - 47
aardbeien - fragaria ananassa - gewasbescherming - meeldauw - beslissingsondersteunende systemen - vruchtrot - teeltsystemen - alternatieve methoden - fungiciden - sporulatie - biologische processen - strawberries - plant protection - mildews - decision support systems - fruit rots - cropping systems - alternative methods - fungicides - sporulation - biological processes
Echte meeldauw in aardbei kan zowel het blad als de vrucht aantasten. In de praktijk wordt de schimmel bestreden door regelmatige inzet van gewasbeschermingsmiddelen. Het is gewenst om die inzet te beperken tot het noodzakelijke. Dit is zowel economisch en milieutechnisch aantrekkelijk. In het algemeen kunnen waarschuwingssystemen helpen om het tijdstip van de inzet van gewasbeschermingsmiddelen te optimaliseren. Voor echte meeldauw zijn er een aantal beslissingsondersteunende systemen (BOS) op de markt (PlantPLus van Dacom Plant service en Aardbei bericht van Agrovision). In de teelt van aardbei wordt een advies gegeven voor vruchtrot en een advies voor meeldauw. Ervaring leert dat het advies voor meeldauw toch lastig is door wisselende weersomstandigheden en daar komt nog bij de aardbeien geteeld op stellingen, al of niet met regenkapje, te maken hebben met een ander microklimaat dan aardbeien geteeld in de vollegrond. Voor meeldauw geldt dan ook nog dat de biologie van deze schimmel minder goed bekend is dan die van Botrytis cinerea (vruchtrot). Het project is er op gericht om een de biologie van echte meeldauw in aardbei verder te ontrafelen. Deze kennis kan gebruikt worden om de bestrijdingsstrategie voor echte meeldauw in aardbei te ontwikkelen, gebaseerd op de biologie van de schimmel, de weersomstandigheden en de vitaliteit van het gewas. Veel gegevens over kieming, infectie en kolonisatie van aardbeiblad zijn beschreven in de literatuur.
Middelen tegen cavity spot en zwarte vlekken : veld- en bewaaronderzoek van 2013 tot voorjaar 2014
Lamers, J.G. ; Topper, C.G. - \ 2014
Lelystad : Praktijkonderzoek Plant & Omgeving, Business Unit PPO-agv - 29
proeven op proefstations - groenteteelt - penen - daucus carota - veldproeven - gewasbescherming - bodemschimmels - plantenziekteverwekkende schimmels - fungiciden - houdbaarheid (kwaliteit) - station tests - vegetable growing - carrots - field tests - plant protection - soil fungi - plant pathogenic fungi - fungicides - keeping quality
De invloed van de ingezette experimentele middelen op het optreden van cavity spot en zwarte vlekken. Cavity spot werd in de proef op Vredepeel alleen betrouwbaar teruggedrongen door de eenmalige inzet van experimenteel middel 1. In de proef in de omgeving van Reusel was er geen effect te constateren van de eenmalige toepassing van experimenteel middel 1. Dit komt overeen met de resultaten van de proef in 2012, waarin een eenmalige toepassing van middel 1 niet en een tweemalige toepassing wel tot een betrouwbare verlaging leidde. De proef te Reusel gaf wel effecten te zien van enkele objecten waarin experimenteel middel 2 of middel 4 tijdens het groeiseizoen waren toegepast, op het optreden van zwarte vlekken na de bewaring. Deze middelen gaven een verlaging te zien van de zwarte vlekkenindex of het zwarte vlekken percentage. Niet alle objecten met deze middelen gaven een betrouwbare verlaging te zien, wellicht als gevolg van het feit dat de verschillen op de grens van betrouwbaarheid lagen. Daarom zijn de effecten van middel 2 en 4 op het terugdringen van de zwarte vlekken te beschouwen als goede aanwijzingen. De belangrijkste veroorzaker van de zwarte vlekken was Mycocentrospora acerina.
Geïntegreerde bestrijding van Septoria in selderij & peterselie : literatuuronderzoek & kwaliteit zaad 2002
Plentinger, M.C. ; Schepers, H.T.A.M. ; Mheen, H.J.C.J. van der; Wijk, C.A.P. van - \ 2014
Lelystad : Praktijkonderzoek Plant & Omgeving, Sector AGV (PPO rapport 520052-1) - 24
bladvlekkenziekte - septoria apiicola - apium graveolens - plantenziektebestrijding - fungiciden - veldgewassen - leaf spotting - plant disease control - fungicides - field crops
Het in kaart brengen van “witte vlekken” in de kennis omtrent Septoria in selderij en peterselie en aangeven op welke (teelt-)maatregelen het onderzoek moet worden gericht. (Teelt-)maatregelen die hiervoor in aanmerking komen zijn rassenkeuze, gezond uitgangsmateriaal (zaad, planten, potgrond), bemesting, plantafstanden, plantversterkers, grondbedekking, gewasresten verwijderen en bedrijfshygiëne. Het doel van het onderzoek is de bijdrage van de diverse (teelt-)maatregelen aan de bestrijding van Septoria in selderij- en peterseliegewassen duidelijk te krijgen. Uiteindelijk moeten de diverse maatregelen worden opgenomen in een beheersingsstrategie op bedrijfsniveau.
Sclerotinia vraag bouwplanbrede aanpak : proef in peen PPO Lelystad
PPO Akkerbouw, Groene Ruimte en Vollegrondsgroente, - \ 2014
Boerderij 99 (2014)36. - ISSN 0006-5617 - p. 36 - 36.
gewasbescherming - groenteteelt - sclerotinia - plantenziekteverwekkende schimmels - veldgewassen - akkerbouw - aardappelen - fungiciden - chemische bestrijding - penen - wortelgewassen - proeven op proefstations - plant protection - vegetable growing - plant pathogenic fungi - field crops - arable farming - potatoes - fungicides - chemical control - carrots - root crops - station tests
In groenten is sclerotinia een van de belangrijkste ziekten, en ook in aardappelen wordt deze ziekte in toenemende mate gevonden. Om de kracht van Signum aan te tonen is bij PPO in Lelystad een proef aangelegd waarbij in peen fungiciden in een doorspuitschema vergeleken zijn.
Concentratie gewasbeschermingsmiddelen na verhitting dompelbad bloembollen
Bulle, A.A.E. ; Lans, A.M. van der; Aanholt, J.T.M. van - \ 2014
Lisse : Praktijkonderzoek Plant & Omgeving BBF - 19
bloembollen - dompelbaden - fungiciden - ontsmettingsmiddelen - warmte - ph - effecten - projecten - gewasbescherming - ornamental bulbs - dips - fungicides - disinfectants - heat - effects - projects - plant protection
De meest gebruikte methode van ontsmetting van bloembollen en –knollen is een dompeling in een mix van fungiciden. In het proces van bolontsmetting worden partijen bollen na elkaar ontsmet in hetzelfde dompelbad. Met een partij bollen kan een dompelbad behoorlijk vervuild raken met bijvoorbeeld (stengel)aaltjes, mijten en sommige virussen. Hiermee vindt vervolgens verspreiding plaats naar andere partijen bollen. De middelen in het dompelbad doden deze organismen niet allemaal. Verspreiding van organismen via een dompelbad zou sterk verminderd kunnen worden wanneer het bad gedurende een half uur verhit kan worden tot 65°C. Het is echter niet bekend of de gewasbeschermingsmiddelen in het bad, voornamelijk fungiciden, bestand zijn tegen een dergelijke verhitting. Doel van dit project was na te gaan of verhitting van dompelbadvloeistof gevolgen heeft voor de concentratie, de effectiviteit en de pH van de dompelvloeistof. Een dompelbad met een mix aan fungiciden is een aantal keren verhit gedurende 30 minuten op 65°C. Al na een eerste verhitting was een duidelijk verschil in kleur en schuimlaag te zien in vergelijking met een normaal koud bad (20°C). Ondanks dat de dompelvloeistof voortdurend in beweging werd gehouden, ook tijdens de periode van afkoeling, ontstond er residu op de bodem van het verhitte bad. In plaats van een mix is vervolgens voor vier fungiciden, Brabant captan (captan), Mirage Elan (prochloraz), Rudis (prothioconazool) en Securo (pyraclostrobin + folpet), die afzonderlijk in oplossing waren gebracht, twee keer een serie analyses bepaald na een aantal keren verhitting. Ondanks het soms grillige verloop in opeenvolgende metingen vallen een aantal aspecten op: • van captan, folpet en prothioconazool werden voornamelijk de afbraakproducten gemeten. Er zijn geen grote verschillen gemeten in concentraties van deze stoffen tussen een koud en een verhit dompelbad. • de concentratie prochloraz was wisselend tussen een verhit en een normaal koud bad • in de concentratie pyraclostrobin zijn grote fluctuaties gezien, waarbij zelfs een hogere concentratie dan de beginwaarde werd gemeten. Dit was zowel bij een verhit als bij een koud bad het geval. Wanneer een mix aan fungiciden in het dompelbad aanwezig is daalt de pH sterk na verhitten. Al na één keer verhitten was de pH-waarde gedaald naar 1.7. Bij verhitting van dompelbaden met één fungicide werd duidelijk dat de pH vooral bij captan en folpet sterk daalde. In een normaal dompelbad daalde de pH bij captan en folpet licht. Bij andere middelen daalde de pH lichtt of bleef stabiel. In dompelvloeistof waaraan een kunstmatige besmetting met Fusariumsporen was toegevoegd, bleek dat de dompeloplossingen met Brabant captan, Mirage Elan, Rudis of Securo na negen keer verhitten nog een goede bestrijding van Fusariumsporen gaven. In deze labproef was duidelijk te zien dat bij koude dompelvloeistof veel bacteriën uitgroeiden en na verhitting van de dompelvloeistof geheel niet. Voor de vier onderzochte fungiciden lijkt verhitting mogelijk, mits bij verlies van middelen voldoende wordt aangevuld en mits de pH voldoende op peil wordt gehouden. Verhitting van het dompelbad lijkt, gezien dit onderzoek, mogelijk. Op deze manier kunnen schadelijke organismen in het dompelbad worden gedood en kan verspreiding worden beperkt. De resultaten van dit project geven aan dat als een combinatie van fungiciden wordt verhit er reacties kunnen optreden waardoor de concentratie en daarmee de werking niet meer gegarandeerd is. Voor iedere combinatie zal bepaald moeten worden of verhitting mogelijk is zonder negatieve gevolgen. Bollen zijn niet bestand tegen de hoge temperatuur van 65°C. Verhitting zal dus moeten worden uitgevoerd op een moment dat geen bollen worden gedompeld, bijvoorbeeld aan het eind van de dag.
Modellen en beslisregels voor variabel doseren van gewasbeschermingsmiddelen op basis van variatie in bodem en gewas
Kempenaar, C. ; Heijting, S. ; Kessel, G.J.T. ; Michielsen, J.G.P. ; Wijnholds, K.H. - \ 2013
Wageningen : Plant Research International (Rapport / Plant Research International 496b) - 56
gewasbescherming - precisielandbouw - pesticiden - fungiciden - herbiciden - bodemecologie - akkerbouw - milieubeheersing - plant protection - precision agriculture - pesticides - fungicides - herbicides - soil ecology - arable farming - environmental control
Dit rapport bevat kennis en ervaring die nodig is voor brede introductie van variabel doseren van gewasbeschermingsmiddelen in de Nederlandse land- en tuinbouw. De resultaten komen uit Programma Precisielandbouwproject (PPL). Variabel doseren betekent het automatische aanpassen en toedienen van doseringen van middelen aan de plaatselijke behoefte binnen een perceel of gewas. Door enkele recente technische ontwikkelingen (positiebepalingstechnologie (GNSS), sensortechnologie en geavanceerde spuittechniek) komt variabel doseren van gewasbeschermingsmiddelen voor de praktijk binnen handbereik, met voordelen voor (bedrijfs)economie, ecologie en volksgezondheid.
Strategieën voor residuvermindering bij houtig kleinfruit (rode bes) : tussenrapportage - ersultaten 2012
Wenneker, M. ; Steeg, P.A.H. van der - \ 2013
Randwijk : Praktijkonderzoek Plant en Omgeving, Bloembollen, Boomkwekerij & Fruit (Rapport 2013-15) - 17
fruitteelt - kleinfruit - bessen - residuen - resteffecten - kwaliteit na de oogst - vruchtrot - ziektebestrijding - behandeling - reductie - ribes rubrum - rode aalbessen - fungiciden - fruit growing - small fruits - berries - residues - residual effects - postharvest quality - fruit rots - disease control - treatment - reduction - red currants - fungicides
Doel van het onderzoek is het opzetten en testen van strategieën om het aantal verschillende residuen en de residu gehaltes op rode bes te verminderen. Het onderzoek is gericht op de teelt van rode bessen voor de lange bewaring. In overleg met de telers worden verschillende strategieën opgesteld. Deze strategieën worden getest ten opzichte van het praktijkschema van de teler. Bij de pluk worden de residu-gehaltes van de vruchten bij de verschillende strategieën bepaald. Van de verschillende behandelingen (strategieën) wordt het effect op de bewaarkwaliteit bepaald (lange bewaring).
Check title to add to marked list
<< previous | next >>

Show 20 50 100 records per page

 
Please log in to use this service. Login as Wageningen University & Research user or guest user in upper right hand corner of this page.