Staff Publications

Staff Publications

  • external user (warningwarning)
  • Log in as
  • language uk
  • About

    'Staff publications' is the digital repository of Wageningen University & Research

    'Staff publications' contains references to publications authored by Wageningen University staff from 1976 onward.

    Publications authored by the staff of the Research Institutes are available from 1995 onwards.

    Full text documents are added when available. The database is updated daily and currently holds about 240,000 items, of which 72,000 in open access.

    We have a manual that explains all the features 

Current refinement(s):

Records 1 - 20 / 376

  • help
  • print

    Print search results

  • export
    A maximum of 250 titles can be exported. Please, refine your queryYou can also select and export up to 30 titles via your marked list.
  • alert
    We will mail you new results for this query: keywords==geïntegreerde bestrijding
Check title to add to marked list
Geïntegreerde bestrijding van plagen in de sierteelt onder glas : een systeembenadering met preventieve biologische bestrijding als basis
Messelink, G.J. ; Leman, A. ; Ghasemzadeh Dizaji, Somaiyeh ; Bloemhard, C.M.J. ; Holstein, R. van; Vijverberg, Roland ; Muñoz-Cárdenos, Karen - \ 2016
Bleiswijk : WageningenUR Glastuinbouw (Rapport GTB 1420) - 98 p.
siergewassen - glastuinbouw - kasgewassen - rozen - chrysanten - alstroemeria - biologische bestrijding - organismen ingezet bij biologische bestrijding - geïntegreerde bestrijding - geïntegreerde plagenbestrijding - thrips - neoseiulus cucumeris - trialeurodes vaporariorum - aleyrodes - bemisia tabaci - amblyseius swirskii - euseius - iphiseius - roofmijten - orius - cryptolaemus montrouzieri - anagyrus pseudococci - planococcus citri - ornamental crops - greenhouse horticulture - greenhouse crops - roses - chrysanthemums - biological control - biological control agents - integrated control - integrated pest management - predatory mites
The control of greenhouse pests in ornamental crops is getting more difficult because of the decreasing number of available pesticides. Alternative methods of pest control, based on biopesticides and natural enemies is promising, but not yet robust and reliable enough. In this project we developed and evaluated several methods to enhance the biological control of western flower thrips, Echinothrips americanus, whiteflies and mealybugs. Most studies were focused on preventive control measures that promote the establishment and efficacy of natural enemies by using top layers, alternative food, artificial domatia and a banker plant system. Furthermore we studied the interaction between parasitoids and predatory beetles for curative control of mealybugs. Finally, a number of (bio)pesticides was evaluated for their potential use as a correction tool against western flower thrips.
Geïntegreerde onkruidbestrijding in suikerbieten : "Hoe houden we de bieten in de toekomst schoon?"
Huiting, H.F. ; Bom, M. - \ 2016
Lelystad : Wageningen Plant Research (Wageningen Plant Research Rapport 3750336300) - 23 p.
beta vulgaris var. saccharifera - suikerbieten - geïntegreerde bestrijding - onkruidbestrijding - sugarbeet - integrated control - weed control
Onkruidbestrijding in suikerbieten is momenteel goed uitvoerbaar met een aantal bespuitingen met het lage doseringensysteem (LDS), maar dit beeld lijkt te gaan veranderen, door eisen aan driftreductie, mogelijke inperkingen aan herbicide-toelatingen, en Europese richtlijnen. Daarom is een aantal onkruidbestrijdingsstrategieën in suikerbieten met elkaar vergeleken, met als randvoorwaarde een schoon eindresultaat, en met minder inzet van actieve stof. In een demo in twee herhalingen zijn acht onkruidbestrijdingsstrategieën vergeleken op werking en mate van driftbeperking. Dit betrof spuittechnieken en combinaties van chemische en mechanische onkruidbestrijding.
Duurzaamheid als leidraad voor roos : vervolg onderzoek Perfecte Roos: energiezuinig geteeld
Gelder, Arie de; Warmenhoven, Mary ; Knaap, Edwin van der; Burg, Rick van der - \ 2016
Bleiswijk : Wageningen UR Glastuinbouw (Rapport GTB 1412) - 50
rozen - teelt onder bescherming - kasgewassen - glastuinbouw - duurzame landbouw - energiebesparing - elektriciteit - assimilatie - kunstlicht - kunstmatige verlichting - verlichting - koelen - meeldauw - geïntegreerde bestrijding - geïntegreerde plagenbestrijding - roses - protected cultivation - greenhouse crops - greenhouse horticulture - sustainable agriculture - energy saving - electricity - assimilation - artificial light - artificial lighting - lighting - cooling - mildews - integrated control - integrated pest management
The project Sustainable rose cultivation aimed to achieve a sustainable and energy efficient rose cultivation by a controlled use of assimilation lighting, an optimum use of the cooling and an integrated control strategy for mildew. The production came to 320 stems.m-2 average weight 54 grams. The branch length and bud size varied through the season. There was no saving on electricity. There was a significant saving on heat. The improvement of the energy efficiency was totally determined by the reduction of the heat consumption. The light utilization efficiency was 2:44 g.mol-¹ and increased compared to the previous year. Cooling and forced ventilation had a positive effect on the stem elongation in the autumn. The installation with forced ventilation from above combined with the screen had a favourable effect on the climate, especially in the humidity control under a largely (95-98%) closed screen. The payback period of the investment in airconditioning is within 3 years.
Interactions among rice-Xanthomonas-Rhizoctonia and biostimulans : Design of a framword to test the effect of a multiple species control of Xanthomonas and Rhizoctonia in rice
Wurff, A.W.G. van der; Streminska, M.A. ; Elings, A. - \ 2016
Bleiswijk : Wageningen UR Glastuinbouw (Report GTB 1390) - 26 p.
arable farming - rice - oryza - sustainable agriculture - plant protection - biological control - integrated control - xanthomonas - rhizoctonia - indonesia - akkerbouw - rijst - duurzame landbouw - gewasbescherming - biologische bestrijding - geïntegreerde bestrijding - indonesië
The Indonesian Ministry of Agriculture has the ambition to boast the sustainable production of rice in order to meet the increasing demand. Resource use efficiency can be improved if production loss owing to plant
pathogens is resolved. Knowledge on the role of biodiversity on system stability must be translated Agricultural practices. Species with overlap in function may constitute biological control measures to create a resilient system against pathogens. As species may counteract, the approach needs to take into account the diverse effects caused by different pathogens, both above-ground and below-ground. Above-ground as well as belowground biological control may benefit from a multiple species approach. Pest-enemy interactions are often embedded in rich communities of multiple interacting pathogens and natural enemies. Designing IPM for multiple pests requires understanding of all interactions among species, both pests and natural enemies. The goal of the research is to investigate which currently available biological control agents are compatible or even act synergistically in order to build a resilient and sustainable crop protection system against Xanthomonas and Rhizoctonia in rice in Indonesia.
Verslag voorjaarsbijeenkomst. Debatmiddag ‘The Missing Link – de groene schakel tussen onderzoek en praktijk’
Goud, J.C. - \ 2015
Gewasbescherming 46 (2015)3. - ISSN 0166-6495 - p. 92 - 92.
conferenties - agrarisch onderwijs - wetenschappelijk onderzoek - akkerbouw- en tuinbouwbedrijven - universiteiten - publiek-private samenwerking - duurzaamheid (sustainability) - geïntegreerde bestrijding - biologische landbouw - innovaties - kennisoverdracht - marktconcurrentie - conferences - agricultural education - scientific research - crop enterprises - universities - public-private cooperation - sustainability - integrated control - organic farming - innovations - knowledge transfer - market competition
De debatmiddag werd bezocht door ongeveer tachtig personen. Grofweg een derde deel van de aanwezigen was student. Vooral van de CAH Vilentum in Dronten was er een grote groep. Een derde deel was werkzaam in het onderzoek en de overige deelnemers waren afkomstig uit de praktijk, het onderwijs of werkzaam bij de overheid. In drie rondes gingen de aanwezigen in op respectievelijk de huidige situatie, de uitdagingen voor de nabije toekomst (de komende vijf jaar) en de visie voor de lange termijn (vijfentwintig jaar).
Duurzame beheersing van echte meeldauw
Hofland-Zijlstra, J.D. ; Breeuwsma, S.J. ; Noordam, Marianne - \ 2015
Bleiswijk : Wageningen UR Glastuinbouw (Rapport GTB 1385) - 44 p.
plantenziekteverwekkende schimmels - erysiphales - podosphaera pannosa - oidium - meeldauw - glastuinbouw - kasgewassen - ziekteresistentie - verbeteraars - fungiciden - geïntegreerde bestrijding - nederland - plant pathogenic fungi - mildews - greenhouse horticulture - greenhouse crops - disease resistance - amendments - fungicides - integrated control - netherlands
In this study Wageningen UR Greenhouse Horticulture developed together with LTO Glaskracht Nederland and a group of growers, advisors and producers a sustainable control strategy for mildew. Several green products with a systemic or a contact mode of action were tested on their contribution to a resilient plant system. Three systemic green products were able to stimulate hormonal signalling pathways against biotrophic organisms and effective combinations were possible with biological green products. This research shows the first proof-ofprinciple that in a young plant system with smart combining of green products infection of mildew spores can be prevented. Follow-up research in multiple cropping systems with longer cultivation periods have to indicate what the impact is on the disease development over a longer period of time under more commercial growing conditions. For the development of (early) indicators of plant resilience, it is clear that multiple measuring methods are needed at the same time, during a certain cultivation phase, because the germination and infection is dependent of several climate and plant factors.
Toplaag voor stimulatie bladroofmijten tegen trips in Alstroemeria
Bloemhard, C.M.J. ; Messelink, G.J. ; Garcia Victoria, N. - \ 2015
tuinbouw - glastuinbouw - gewasbescherming - frankliniella occidentalis - siergewassen - roofmijten - geïntegreerde bestrijding - vochtgehalte - alstroemeria - grondbehandeling - horticulture - greenhouse horticulture - plant protection - ornamental crops - predatory mites - integrated control - moisture content - soil treatment
Californische trips, Frankliniella occidentalis, is een groot probleem in de sierteelt onder glas. Het onderzoek met toplagen heeft laten zien dat het mogelijk is om tot een betere bestrijding van trips te komen door roofmijten in het gewas te ondersteunen met voedsel in de bodem. Met een mix van bark, zemelen en gist gestrooid over de grond of substraat kon de prooimijt Tyrophagus putrescentiae de bladroofmijt Neoseiulus cucumeris ondersteunen waardoor er een betere vestiging van N. cucumeris in het gewas was.
Strategies to support the greenhouse horticulture sector in Ghana
Elings, A. ; Saavedra, Y. ; Nkansah, G.O. - \ 2015
Wageningen : Wageningen UR (Report GTB 1353) - 52
glastuinbouw - ghana - groenteteelt - agrarische bedrijfsvoering - productie - kwaliteit na de oogst - kastechniek - zonne-energie - mechanisatie - geografische rassen - rassen (planten) - geïntegreerde bestrijding - greenhouse horticulture - vegetable growing - farm management - production - postharvest quality - greenhouse technology - solar energy - mechanization - geographical races - varieties - integrated control
Protected cultivation in Ghana is relatively small, though public and private interest is rapidly increasing. This report presents a quick scan of the sector, with a focus on business opportunities. From a value chain perspective, inadequate access to inputs, low production levels, poor storage facilities and low product quality are the main limitations. Key factors to improve the situation are: a) a country-wide seed supply system that makes available high quality cultivars, b) the availability of biological control agents, c) a greenhouse design that is suitable for the local, hot climate, d) a healthy growing medium, and e) well-trained management and staff. Business opportunities are: a) greenhouses adapted to the local climate, greenhouse equipment, solar energy, sensors and data loggers, and a local industry fabricating and maintaining goods, b) variety trials and hybrid varieties, and c) integrated pest management and biological control.
EUBerry – verhoging van duurzaamheid en consumptie kleinfruit : samenvatting activiteiten DLO Wageningen UR : PT Eindrapport EUBerry 2011-2014
Kruistum, G. van; Evenhuis, A. ; Groot, M.J. ; Roelofs, P.F.M.M. ; Sijtsema, S.J. ; Zimmermann, K.L. - \ 2015
Lelystad : Praktijkonderzoek Plant & Omgeving, Business Unit PPO-agv - 31
europese unie - kleinfruit - geïntegreerde bestrijding - residuen - teeltsystemen - voeding en gezondheid - consumptie - gewaskwaliteit - aardbeien - duurzaamheid (sustainability) - marketing - european union - small fruits - integrated control - residues - cropping systems - nutrition and health - consumption - crop quality - strawberries - sustainability
Doel van dit EU-project is de bevordering van de consumptie van kwalitatief hoogwaardig vers kleinfruit door geïntegreerde gewasbescherming en residuarme teelt, verbeterde teelttechnieken en aandacht voor gezondheidsaspecten.
Duurzame gewasbescherming roos in 2020 : Kennisdeling in de praktijk - Eindrapport
Klein, E. ; Hoogendoorn, M. ; Buurma, J.S. - \ 2013
Zoetermeer : Productschap Tuinbouw - 32
gewasbescherming - geïntegreerde bestrijding - duurzaamheid (sustainability) - rozen - tuinbouw - sociale netwerken - gedragsveranderingen - plant protection - integrated control - sustainability - roses - horticulture - social networks - behavioural changes
Doel van dit project is het bewerkstelligen van verminderen van milieubelasting door effectiever gebruik van middelen en methoden en kennishiaten opheffen rondom gewasbescherming middels netwerken en onafhankelijke kennisdeling (digitaal handboek geïntegreerde gewasbescherming Roos). Dit moet mede leiden tot gedragsverandering bij telers.
Geïntegreerde bestrijding van trips
PPO Boomteelt, - \ 2013
houtachtige planten als sierplanten - plantenplagen - geïntegreerde bestrijding - thrips - biologische bestrijding - gewasbescherming - gewasmonitoring - ornamental woody plants - plant pests - integrated control - biological control - plant protection - crop monitoring
In boomkwekerijgewassen en vaste planten komen verschillende soorten trips voor die schade veroorzaken aan de plant. Omdat de problemen de laatste jaren toenemen, heeft de sector via het Productschap Tuinbouw geïnvesteerd in onderzoek naar de geïntegreerde bestrijding van trips. Het onderzoek is uitgevoerd door DLV Plant en PPO Bomen. Alert zijn op de aanwezigheid van trips is een belangrijke stap. In deze leaflet leest u hoe u trips kunt herkennen en bestrijden.
Details van virusoverdracht door bladluizen in lelie : een zoektocht naar optimale gewasbescherming met oog voor milieubelasting en kosten
Kock, M.J.D. de; Lemmers, M.E.C. ; Aanholt, J.T.M. van; Weijnen-Derkx, M.P.M. - \ 2013
Lisse : Praktijkonderzoek Plant & Omgeving, Business Unit Bloembollen, Boomkwekerij & Fruit - 60
lelies - virusziekten - aphididae - gewasbescherming - overdracht - symptoomloos lelievirus - milieubeheersing - landbouwkundig onderzoek - effecten - geïntegreerde bestrijding - kostenbeheersing - lilies - viral diseases - plant protection - transfer - lily symptomless virus - environmental control - agricultural research - effects - integrated control - cost control
Het in dit rapport beschreven onderzoek richt zich op de optimalisatie van bescherming van lelie tegen de overdracht van Lelie mozaïekvirus (LMoV) en Symptoomloos lelievirus (LSV) door bladluizen. Het onderzoek is in de periode 2009-2012 uitgevoerd. Elk onderzoeksjaar had eigen specifieke vraagstellingen met de daarbij behorende proefopzet. In de eerste twee onderzoeksjaren is de bladluizenpopulatie wekelijks in detail via vangbakken en vangplaten bestudeerd. Gedurende het teeltseizoen zijn er in beide jaren 40-50 soorten bladluizen aangetroffen, waaronder ook veel bladluissoorten waarvan bekend is dat deze LMoV en/of LSV kunnen verspreiden. Qua populatiesamenstelling is er tussen de twee jaar vrij veel overlap, maar er zijn ook verschillen tussen de twee jaar zichtbaar. Zelfs wanneer er geen gewasbescherming werd uitgevoerd, werd vier jaar lang geen kolonisatie van bladluizen op de lelies waargenomen. Deze leliebollen waren ook niet behandeld met Admire. Blijkbaar is lelie geen geschikte waardplant voor bladluis of zijn er voldoende natuurlijke vijanden aanwezig. Verspreiding van LMoV en LSV vond gedurende het hele teeltseizoen van lelie plaats. Verspreiding van LMoV vond iets meer in de eerste helft van het seizoen plaats en werd in meerdere herhalingen van proefveldjes waargenomen. Daarentegen vond de verspreiding van LSV iets meer in de tweede helft plaats en was meer lokaal van aard in één of twee van de vier herhalingen. In periodes met ‘normale’ weersomstandigheden zonder extremen kan met een wekelijkse dosis minerale olie en pyrethroïden de virusverspreiding goed beheerst worden, ondanks dat er tijdelijk grotere aantallen bladluizen aanwezig zijn geweest. Het bleek dat in een relatief warme periode met hogere zonkracht/straling en in een periode met veel neerslag de toegepaste gewasbescherming minder effectief is geweest waardoor in deze periode extra virusverspreiding heeft kunnen plaatsvinden. De resultaten uit de eerste twee jaar van dit project (fase 1) hebben geleid tot een beter begrip voor het moment waarop virusverspreiding plaats kan vinden en op welke momenten gewasbescherming effectief moet zijn. Tevens heeft de monitoring van bladluizen meer inzicht gegeven in de bladluizen populatiedynamiek en de relatie met de virusverspreiding die tegelijkertijd kan optreden. In de tweede fase van dit onderzoeksproject is onderzocht wat het beste recept is voor optimale gewasbescherming tegen virusoverdracht door bladluizen waarbij tevens aandacht werd gegeven voor milieubelasting en de kosten van gewasbescherming. In twee opvolgende jaren is aangetoond dat wekelijkse toepassing van minerale olie een duidelijk positief effect had op de beheersing van virusoverdracht door bladluizen. Toevoeging van een pyrethroïde versterkte deze beheersing. De extra toevoeging van een insecticide resulteerde bij de lelies in de proefopzet niet in een extra reductie van virusoverdracht. Een insecticide heeft daarom op basis van deze resultaten geen toegevoegde waarde voor de beheersing van virusoverdracht door bladluizen. Negatieve effecten van een insecticide zijn ook niet waargenomen. Er wordt wel eens gesuggereerd dat toevoeging van een pyrethroïde of een insecticide het vluchtgedrag van bladluizen onrustiger zou maken wat een negatief effect zou hebben op virusverspreiding in een partij. Onderzoek heeft hiervoor geen aanwijzingen gevonden. Sinds enkele jaren is er een Luis/virus weerfax beschikbaar die op basis van weersverwachtingen advies geeft over het moment van gewasbescherming op de dag en de frequentie per week. Het tijdelijk verhogen van de frequentie van gewasbescherming in periodes met hogere temperaturen en veel zonkracht had geen effect op het viruspercentage. Grote meerwaarde van de Luis/virus weerfax zit hem in het inzicht in het optimale moment van gewasbescherming voor de eerstvolgende dagen. Met deze informatie kan een veel betere planning gemaakt worden. De frequentie van gewasbescherming tegen virusoverdracht door bladluizen kan vanaf half augustus gehalveerd worden tot 1x per twee weken. Onderzoek van twee opvolgende jaren toonde aan dat er bij dit recept niet extra virusinfectie optrad. Een belangrijk inzicht uit dit onderzoek is het feit dat gewasbescherming op de virusbron veel effectiever werkt dan gewasbescherming op de ontvangende plant. Van te voren was niet te verwachten dat de waargenomen verschillen zo groot zouden zijn. In de proefopzet moet hiermee dus rekening gehouden worden. In dit project is daarom in de loop van de tijd een steeds betere proefopzet ontwikkeld: - virusbron in de proefveldjes in netten geplant zodat deze bij het rooien apart te verwijderen zijn, - zones met bufferplanten die de proefveldjes met verschillende behandelingen voldoende van elkaar scheiden zodat naast elkaar gelegen behandelingen elkaar niet beïnvloeden. Er wordt geadviseerd deze indeling van een proefveld algemeen toe te gaan passen bij onderzoek naar effectiviteit van middelen. In het laatste deel van dit rapport wordt de achtergrond van functionele agrobiodiversiteit (FAB) beschreven en is er een analyse gemaakt in hoeverre de inzet van barrière planten een bijdrage kan leveren aan een verdere beheersing van virusoverdracht door bladluizen bij lelie. In de wetenschappelijke literatuur zijn diverse voorbeelden beschreven van een bijdrage van FAB bij de beheersing van virusverspreiding door bladluizen. Dit onderzoek is echter niet uitgevoerd onder teeltomstandigheden die in Nederland van toepassing zijn. Onderzoek naar FAB voor de beheersing van virusoverdracht onder Nederlandse teeltomstandigheden is zeker van belang vanwege de lokale populaties bladluizen en natuurlijke vijanden. Dit rapport somt een aantal aanbevelingen op die relevant zijn om te betrekken bij onderzoek naar functionele agrobiodiversiteit tegen virusoverdracht door bladluizen. Op basis van dit onderzoek zijn er diverse conclusies en aanbevelingen geformuleerd: o Voor een duurzame teelt van lelies wordt allereerst geadviseerd om zoveel als mogelijk met virusvrije of virusarme partijen lelie te werken. o Houd bij het maken van het teeltplan vooral ook rekening met de virusstatus van partijen en probeer virusvrije partijen apart te telen van partijen die besmet zijn met LMoV en/of LSV. o Een wekelijkse gewasbescherming met minerale olie en pyrethroïde is van groot belang wanneer men de lelies wil beschermen tegen virusinfecties door bladluizen. o Houdt bij het moment van gewasbescherming dan vooral ook rekening met het optimale moment van gewasbescherming. De Luis/virus weerfax is hierbij een zeer functionele hulpmiddel. o Dit onderzoek heeft geen additionele effecten van een insecticide aangetoond. o Daarentegen zijn er ook geen aanwijzingen gevonden dat pyrethroïden en insecticiden lokale virusverspreiding juist zouden stimuleren vanwege het onrustiger gedrag van bladluizen die worden blootgesteld aan pyrethroïden en insecticiden. o Het halveren van de frequentie van gewasbescherming vanaf half augustus levert geen extra risico op maar resulteert wel in een lagere milieubelasting en reductie in kosten voor gewasbescherming. Aanpassing van de frequentie vanaf half augustus is daarom zeker het overwegen waard wanneer de virusdruk in een partij/perceel laag is.
Perspectieven voor biologische aanpak tomatenroestmijt
Kierkels, T. ; Messelink, G.J. - \ 2013
Onder Glas 10 (2013)10. - p. 10 - 11.
glastuinbouw - solanum lycopersicum - plantenplagen - aculops lycopersici - roofmijten - geïntegreerde bestrijding - organismen ingezet bij biologische bestrijding - bevordering van natuurlijke vijanden - landbouwkundig onderzoek - greenhouse horticulture - plant pests - predatory mites - integrated control - biological control agents - encouragement - agricultural research
Tomatenroestmijt is een opkomend probleem. De aantaster is op zich chemisch te bestrijden, maar dat vergt een intensief spuitschema, wat bij een geïntegreerde teelt niet de gewenste weg is. Wageningen UR Glastuinbouw onderzoekt de biologische aanpak van de kleine mijt. Lastig, want het beestje is uitstekend toegerust om de aanvallen te ontlopen.
Verbeteren inwendige vruchtkwaliteit paprika
Helm, F.P.M. van der; Ludeking, D.J.W. ; Hofland-Zijlstra, J.D. - \ 2013
vruchtgroenten - paprika's - vruchtrot - plantenziekten - bestrijdingsmethoden - sporenverspreiding - geïntegreerde bestrijding - fruit vegetables - sweet peppers - fruit rots - plant diseases - control methods - spore dispersal - integrated control
Posterpresentatie over het zoeken naar oplossingen om vruchtrot tegen te gaan in paprika.
Betrouwbare spintbestrijding : Inzet van roofmijten in de boomkwekerij als onderdeel van de gewasbeschermingstrategie
Kuik, A.J. van; Dalfsen, P. van - \ 2012
Lisse : Praktijkonderzoek Plant & Omgeving BBF - 77
boomkwekerijen - organismen ingezet bij biologische bestrijding - geïntegreerde bestrijding - roofmijten - gewasbescherming - forest nurseries - biological control agents - integrated control - predatory mites - plant protection
Niet alle kwekers kiezen voor geïntegreerde bestrijding van spint, ondanks de voordelen van roofmijten. Hiervoor zijn verschillende redenen te noemen. Enerzijds zijn de mogelijkheden om spint geïntegreerd aan te pakken met behulp van roofmijten sterk afhankelijk van het gewas. Anderzijds spelen factoren als kosten en gebrek aan ervaring een rol. Nieuwe ontwikkelingen zoals een lagere prijs en andere methoden van inzetten kunnen er echter voor zorgen dat geïntegreerde bestrijding van spint steeds aantrekkelijker wordt. Een belangrijk voordeel is dat de roofmijten komen op plaatsen die met een bespuiting moeilijk bereikbaar zijn. Daarnaast vinden veel telers het prettiger om met roofmijten te werken dan om te spuiten. Voor bedrijven in de sector is het verder van belang dat er een goed alternatief aanwezig is voor chemische spintbestrijding. Chemische spintbestrijding kent tekortkomingen. Vaak is een intensief spuitregime nodig voor de bestrijding van spint. Toepassing van biologische spintbestrijding d.m.v. roofmijten, als aanvulling van de gangbare bestrijding kan het aantal bespuitingen terugbrengen. Door een combinatie van roofmijten en inzet van gewasbeschermingsmiddelen is een goede betrouwbare bestrijding van spint mogelijk.
Recent developments and market opportunities for IPM in greenhouse tomatoes in southern Europe; Consequences for advanced IPM toolboxes and greenhouse engineering
Velden, N.J.A. van der; Suay, R. ; Urbaneja, A. ; Giorgini, M. ; Ruocco, M. ; Poncet, C. ; Lefèvre, A. - \ 2012
The Hague : LEI, part of Wageningen UR (LEI memorandum / LEI Wageningen UR 12-077) - 41
marktonderzoek - geïntegreerde bestrijding - tomaten - pesticidenresiduen - glastuinbouw - zuid-europa - duitsland - market research - integrated control - tomatoes - pesticide residues - greenhouse horticulture - southern europe - germany
The market for greenhouse tomatoes requires a production system with lower use and risks of pesticides. These requirements culminate in the tight restrictions on residues for German retailers, both in number and in levels of residues. Germany is an important import country for tomatoes because of the size of the German market. Furthermore, exports to Germany entail a price premium. For that reason the revenues of IPM in greenhouse tomatoes are more important than the costs. Consequently, the experiments in task 3 and the ex post assessment in task 4 of work package 7 of the Pure programme should focus on IPM strat egies by which the German residue restrictions can be respected.
Bestrijding van citruswolluis in potplanten
Pijnakker, J. ; Leman, A. - \ 2012
Bleiswijk : Wageningen UR Glastuinbouw (Rapporten GTB 1181) - 41
potplanten - insectenplagen - planococcus citri - natuurlijke vijanden - glastuinbouw - insectenbestrijding - preventie - geïntegreerde bestrijding - nederland - pot plants - insect pests - natural enemies - greenhouse horticulture - insect control - prevention - integrated control - netherlands
Referaat Momenteel worden wolluizen vaak biologisch bestreden in binnentuinen van kantoren, zwembaden, dierentuinen en kassen bij botanische tuinen. De resultaten van biologische bestrijding zijn voor deze toepassingsgebieden over het algemeen goed, maar dit geldt niet voor commerciële productie in kassen. In commerciele productiekassen zijn enkele praktijkervaringen opgedaan met curatieve introducties van natuurlijke vijanden. De kever Cryptolaemus wordt vaak niet teruggevonden en introducties van sluipwespen op het moment dat wolluis wordt waargenomen komen vaak te laat. Dan moet alsnog met insecticiden worden ingegrepen. In dit onderzoek werd onderzocht of de continue inzet van natuurlijke vijanden de uitbreiding van wolluisaantasting naar nog niet aangetaste planten kan voorkomen en of kleine haarden curatief kunnen worden bestreden. Met de commercieel beschikbare sluipwespen en lieveheersbeestjes waren we in staat kleine haarden curatief te bestrijden en de aantastingen van wolluizen te verkleinen en te remmen, maar niet om de plaag volledig te bestrijden. Leptomastix dactylopii en Anagyrus pseudococci bleken betere bestrijders te zijn dan Coccidoxenoides perminutus. Beheersing van de plaag was niet mogelijk zonder correctie-bespuitingen met chemische gewasbeschermingsmiddelen omdat een nul tolerantie wordt gehanteerd in potplanten. Flonicamid bleek een effectief en selectief middel om haarden van wolluizen te bestrijden met weinig invloed om biologische bestrijders. Dit middel heeft echter geen toelating tegen wolluis in de glastuinbouw. Telers die een nultolerantie hanteren zullen de jonge planten met insecticiden behandelen, nauwkeurig scouten en pleksgewijs spuiten. Vaak leidt dit uiteindelijk tot volvelds spuiten. Technieken die vroege detectie mogelijk maken (sensoren, camera’s) zouden het scouten kunnen vereenvoudigen. Telers die de goedkoopste strategie willen kiezen, zullen kiezen voor het toepassen van selectieve chemische bestrijdingsmiddelen (neonicotinoïden). Telers met een tolerantie voor wolluis zullen wekelijks introducties van sluipwespen uitvoeren (10 sluipwespen/m2/week?). De overlevingskans van sluipwespen zou verhoogd kunnen worden, met behulp van bijvoorbeeld een suikerbron of nectarplanten, om de interval tussen introducties te kunnen vergroten. Een bankerplantsysteem wordt in 2012 ontwikkeld om de sluipwespen in de kas buiten het gewas in stand te houden of indien mogelijk te kweken. Abstract Currently, mealybugs are often controlled with natural enemies in organic gardens or offices, swimming pools, zoos and botanical gardens under glass. The results of biological control for these applications is generally good, but these are not applied in commercial greenhouses. In commercial production greenhouses growers have some practical experience with curative releases of natural enemies. The beetle Cryptolaemus is often not retrieved, and releases of wasps when mealybugs are observed are often too late. Then still insecticide intervention is needed. In this project we investigated whether the continuous use of natural enemies can prevent the expansion of mealybugs towards not infested plants and if they can control small hot-spots. With the commercially available parasitic wasps and ladybugs we were able to eliminate small hot-spots and reduce infestations of mealybugs, but we couldn’t fully exterminate the pest. Controlling mealybugs was not possible without corrective spraying with chemical pesticides because a zero tolerance policy is applied in potted plants. Flonicamid proved to be an effective and selective compound to control outbreaks of mealybugs with little impact on biological control agents. This product is unfortunately niet registerd against mealybugs in greenhouses in The Netherlands.
Moet glyfosfaat van de straat? : onkruidbeheer 2.0... hoe nu verder?
Dijk, C.J. van - \ 2012
Greenkeeper 23 (2012)3. - ISSN 1386-2499 - p. 26 - 29.
sportterreinen - tennis - bestrating - duurzaamheid (sustainability) - herbiciden - geïntegreerde bestrijding - bestrijdingsmethoden - onkruidbestrijding - sports grounds - pavements - sustainability - herbicides - integrated control - control methods - weed control
Al enige tijd houdt de motie Grashoff, die de regering oproept ‘een verbod in te stellen voor gebruik van gewasbeschermingsmiddelen met glyfosaat voor niet-commerciële doeleinden’, de gemoederen bezig. In de discussie die daarop is ontstaan in aanloop naar het Nationaal Actieplan worden vergaande maatregelen aangekondigd voor het beheer van verhardingen, sport- en recreatieterreinen. Daar krijgen beheerders van tennisparken bij de bestrijding van onkruid ook nadrukkelijk mee te maken.
Toekomstbestendig trips beheersen in prei blijft pittig
Huiting, H.F. ; Kruistum, G. van; Wiegers, G.L. - \ 2012
Groenten en Fruit Actueel 2012 (2012)20/21. - ISSN 0925-9694 - p. 15 - 15.
preien - thrips - plantenplagen - plagenbestrijding - geïntegreerde plagenbestrijding - insecticiden - geïntegreerde bestrijding - landbouwkundig onderzoek - vollegrondsgroenten - bladgroenten - leeks - plant pests - pest control - integrated pest management - insecticides - integrated control - agricultural research - field vegetables - leafy vegetables
Bij trips in prei zijn flinke inspanningen nodig om met het huidige middelenpakket schade te voorkomen. De zoektocht naar een goede kwaliteit bestrijding met minder insecticiden loopt volop. PPO ziet wegen om met minder middel dezelfde kwaliteit te behalen.
Beleidsondersteunend onderzoek : verduurzaming plantaardige productieketen (BO-VPP) BO-12.03 : rapportage 2011 L duurzame gewasbescherming. BO.12-03
Boonekamp, P.M. - \ 2012
Wageningen : Plant Research International - 26
gewasbescherming - duurzame landbouw - geïntegreerde bestrijding - onderzoeksprojecten - plantenziektebestrijding - plagenbestrijding - onkruidbestrijding - plant protection - sustainable agriculture - integrated control - research projects - plant disease control - pest control - weed control
Informatie over projecten uit het onderzoeksprogramma Duurzame Gewasbescherming. De projecten in dit programma zijn deels innovatief en bieden vooral handvaten voor de iets langere termijn. Hoewel goede resultaten zijn behaald, zijn deze vaak nog onvoldoende uitontwikkeld om direct toegepast te kunnen worden in de praktijk. Een aantal andere projectresultaten wordt wel in de praktijk toegepast.
Check title to add to marked list
<< previous | next >>

Show 20 50 100 records per page

Please log in to use this service. Login as Wageningen University & Research user or guest user in upper right hand corner of this page.