Staff Publications

Staff Publications

  • external user (warningwarning)
  • Log in as
  • language uk
  • About

    'Staff publications' is the digital repository of Wageningen University & Research

    'Staff publications' contains references to publications authored by Wageningen University staff from 1976 onward.

    Publications authored by the staff of the Research Institutes are available from 1995 onwards.

    Full text documents are added when available. The database is updated daily and currently holds about 240,000 items, of which 72,000 in open access.

    We have a manual that explains all the features 

Current refinement(s):

Records 1 - 20 / 593

  • help
  • print

    Print search results

  • export
    A maximum of 250 titles can be exported. Please, refine your queryYou can also select and export up to 30 titles via your marked list.
  • alert
    We will mail you new results for this query: keywords==insects
Check title to add to marked list
The art of being small : brain-body size scaling in minute parasitic wasps
Woude, Emma van der - \ 2017
University. Promotor(en): Marcel Dicke, co-promotor(en): Hans Smid. - Wageningen : Wageningen University - ISBN 9789463436564 - 231
brain - insects - neurons - scaling - cognitive development - vespidae - parasitoid wasps - cum laude - hersenen - insecten - neuronen - schaalverandering - cognitieve ontwikkeling - sluipwespen

Haller’s rule states that small animals have relatively larger brains than large animals. This brain-body size relationship may enable small animals to maintain similar levels of brain performance as large animals. However, it also causes small animals to spend an exceptionally large proportion of energy on the development and maintenance of energetically expensive brain tissue. The work that is presented in this thesis reveals how the smallest animals face the challenge to maintain ecologically required levels of cognitive performance, while being limited by small numbers of neurons and a restricted energy balance. Developing into a small adult has cognitive costs for the parasitic wasp Nasonia vitripennis, and relative brain size is strongly constrained in this species. The extremely small parasitic wasp Trichogramma evanescens forms an exception to Haller’s rule by showing isometric brain-body size scaling. Miniaturized insect species may apply this strategy to avoid the excessive energetic costs of relatively large brains, thereby achieving smaller brain and body sizes than would be possible in the situation that is described by Haller’s rule. This brain-scaling strategy does not result in affected memory performance of small T. evanescens compared to larger individuals, and appears to be facilitated by a large flexibility in the size of neural components, rather than in their number or structural complexity. Maintaining neural complexity may the underlying mechanism that maintains the cognitive abilities of the smallest brains, possibly at the cost of reduced longevity as a consequence of the small size of neuronal cell bodies. This strategy could form the art of being small.

Omgaan met mogelijke overlast van stekende insecten in en rondom de natuurgebieden Punthuizen, Stroothuizen en Beuninger Achterveld
Verdonschot, Piet F.M. - \ 2017
Wageningen : Wageningen Environmental Research, Zoetwaterecosystemen - ISBN 9789463436175 - 28 p.
culicidae - insecten - steken - natuurgebieden - overijssel - insects - stings - natural areas
Stekende insecten rondom de Groote Peel : nulmeting 2016
Verdonschot, Piet F.M. ; Dekkers, Dorine D. - \ 2017
Wageningen : Wageningen Environmental Research (Alterra), Zoetwatersystemen (Notitie / Zoetwaterecosystemen, Wageningen Environmental Research ) - ISBN 9789463431231 - 40
culicidae - steken (activiteit) - insecten - hoogveengebieden - moerassen - noord-brabant - stinging - insects - moorlands - marshes
Het doel van het project ‘Stekende insecten rondom de Groote Peel’ is tweeledig: a) Het verrichten van een Quick-scan risico-analyse van het gebied Groote Peel en met name de mogelijke effecten van de voorgenomen maatregelen in het project LIFE+ op eventuele overlast veroorzaakt door steekmuggen en knutten. b) Het in 2016 rondom de Groote Peel uitvoeren van een nulmeting om inzicht te krijgen in en het vastleggen van het voorkomen van steekmuggen en knutten rondom de lokaal aanwezige bebouwing en nabij natte randzones.
Stekende insecten Griendtsveen 2016
Verdonschot, Piet F.M. ; Dekkers, Dorine D. - \ 2017
Wageningen : Wageningen Environmental Research (Alterra), Zoetwatersystemen (Notitie / Zoetwaterecosystemen, Wageningen Environmental Research ) - ISBN 9789463431248 - 81
insecten - steken (activiteit) - culicidae - moerassen - hoogveengebieden - noord-brabant - insects - stinging - marshes - moorlands
Het doel van het project is het terugdringen van de steekmuggenoverlast in Griendtsveen door: 1) Het in het maatregelenpakket van LIFE+ in de Mariapeel opnemen van een aangepast peilbeheer om de ontwikkeling van langdurig tijdelijke wateren tegen te gaan en de isolatie van langdurig tijdelijke wateren op te heffen. Hiervoor dienen de langdurig tijdelijke wateren die functioneren als broedplaats voor moerassteekmuggen te worden gekarteerd en dient de gebiedshydrologie en –morfologie te worden vastgelegd om doelgerichte maatregelen te kunnen formuleren. 2) Het instellen van een monitoringsmeetnet om de overlast van stekende insecten in en rondom het dorp Griendtsveen te kunnen volgen in de tijd. 3) Eventueel de verbindingszone waarlangs moerassteekmuggen migreren van het natuurgebied naar het dorp zo in te richten dat deze dient als barrière voor stekende insecten.
The importance of phenology in studies of plant-herbivore-parasitoid interactions
Fei, Minghui - \ 2016
University. Promotor(en): Louise Vet; J.A. Harvey; Rieta Gols. - Wageningen : Wageningen University - ISBN 9789462576551 - 170 p.
016-3952 - phenology - plant-herbivore interactions - parasitoids - interactions - annuals - insects - pieris brassicae - cotesia glomerata - brassicaceae - host plants - fenologie - plant-herbivoor relaties - parasitoïden - interacties - eenjarigen - insecten - waardplanten
Tonderzwammen en insecten
Moraal, L.G. - \ 2015
Vakblad Natuur Bos Landschap 12 (2015)120. - ISSN 1572-7610 - p. 20 - 21.
fomes fomentarius - insecten - bedreigde soorten - soorten - parasieten - coleoptera - gastheer parasiet relaties - insects - endangered species - species - parasites - host parasite relationships
Parasieten op bomen, zijn op hun beurt ook weer een plek waar allerlei soorten voorkomen. Op de zeldzame tonderzwam kunnen zich unieke insectencombinaties ontwikkelen. Nu de tonderzwam aan een opmars bezig is, komen ook deze bijzondere insecten weer terug.
Gebakken insect kan allergie uitlokken
Ramaker, Rob ; Broekhoven, S. van - \ 2015
Resource: weekblad voor Wageningen UR 10 (2015)9. - p. 8 - 8.
insecten - insecten als voedsel - ongewoon voedsel - voedselallergieën - allergieën - voeding en gezondheid - insects - insects as food - unconventional foods - food allergies - allergies - nutrition and health
Mensen die allergisch zijn voor schaaldieren en huisstofmijt lopen kans ook te reageren op eetbare insecten, zelfs als deze zijn gebakken. Dit vraagt om voorzichtigheid nu het eten van insecten normaler wordt in het westen. Dat concludeert Sarah van Broekhoven in het proefschrift dat ze vandaag verdedigt.
Stekende insecten Griendtsveen : situatie 2015
Verdonschot, P.F.M. ; Dekkers, T.B.M. ; Besse-Lototskaya, A.A. - \ 2015
Wageningen : Alterra, Wageningen-UR (Alterra-rapport 2680)
culicidae - insecten - steken - steken (activiteit) - limburg - waterstand - insects - stings - stinging - water level
Naar aanleiding van het advies van de Tijdelijke Adviescommissie LIFE+ Mariapeel om een onderzoek naar de muggenoverlast te verrichten is door de gemeente Horst aan de Maas gezamenlijk met de provincie Limburg een onderzoeksopdracht aan Alterra – Wageningen UR verstrekt. Alterra is gevraagd om de muggenoverlast te monitoren en daarmee de nulsituatie vast te stellen, de mate van overlast aan te geven en te adviseren over de effecten van voorgenomen maatregelen op de overlast.
Insecten als eiwitrijke diervoedergrondstof : Gezonde Veehouderij 2023
Veldkamp, Teun - \ 2015
animal feeding - insects - animal protein - feed safety - nutritional adequacy
De bijdrage van (wilde) bestuivers aan de opbrengst van appels en blauwe bessen : kwantificering van ecosysteemdiensten in Nederland
Groot, G.A. de; Kats, R.J.M. van; Reemer, M. ; Sterren, D. van der; Biesmeijer, J.C. ; Kleijn, D. - \ 2015
Wageningen : Alterra, Wageningen-UR (Alterra-rapport 2636) - 71
bestuivers (dieren) - bestuiving - insecten - apidae - wilde bijenvolken - bevruchting - zetting - appels - blauwe bessen - biodiversiteit - ecosystemen - veldgewassen - wetenschappelijk onderzoek - nederland - pollinators - pollination - insects - wild honey bee colonies - fertilization - set - apples - blueberries - biodiversity - ecosystems - field crops - scientific research - netherlands
De bestuiving van landbouwgewassen door gehouden en in het wild levende soorten bijen en zweefvliegen vormt een relevante en veelgenoemde ecosysteemdienst, die echter onder toenemende druk staat. De honingbijen die traditioneel landbouwgewassen bestuiven, gaan in aantal sterk achteruit als gevolg van te hoge sterfte, met name gedurende de winterperiode. Momenteel wordt door meerdere instituten, waaronder Wageningen UR, onderzoek uitgevoerd naar de oorzaken van de sterfte van honingbijen. Waarschijnlijk speelt een complex van factoren een rol, waaronder het gebruik van bepaalde insecticiden en de parasitaire varroamijt, een gebrek aan natuurlijke voedselbronnen en/of klimaatsveranderingen. Ook veel wilde bijensoorten nemen in aantal af. Ongeveer de helft van de wilde bijensoorten in Nederland staat op de Rode Lijst. Hoofddoel van het voorliggende onderzoek was het agronomisch en economisch kwantificeren van de bijdrage van bestuivende diensten door wilde en gedomesticeerde (bijgeplaatste) insecten aan de landbouwkundige productie van twee belangrijke Nederlandse insecten-bestoven fruitgewassen: de appel en de blauwe bes. Op deze wijze levert het onderzoek een ‘proof-of-concept’ van het economisch belang van ecosysteemdiensten, en daarmee biodiversiteit, voor de Nederlandse samenleving.
Groendaken in Tiel : een onderzoek naar de betekenis van groendaken op Ziekenhuis Rivierenland Tiel en R.K. basisschool De Achtbaan in Tiel
Smit, A. ; Vries, E.A. de; Lammertsma, D.R. ; Boer, T.A. de; Ottburg, F.G.W.A. - \ 2015
Wageningen : Alterra, Wageningen-UR (Alterra-rapport 2662) - 29
groene daken - stedelijke gebieden - energiebesparing - belevingswaarde - insecten - vogels - flora - fauna - betuwe - green roofs - urban areas - energy saving - experiential value - insects - birds
In opdracht van de gemeente Tiel is een monitoring verricht aan biodiversiteit en beleving op twee groendaken en is een quickscan naar de effecten op energieverbruik gedaan. Het dak van het Ziekenhuis Rivierenland biedt meer mogelijkheden voor insecten dan het sedum-gedomineerde dak van de R.K. basisschool De Achtbaan. Vooral grote soorten bijen profiteren, terwijl de daken minder geschikt zijn voor kleine soorten. Gezien de uniforme structuur van de vegetatie, vooral op het groendak van De Achtbaan, valt er overigens nog wel het een en ander te winnen met aanpassingen in beheer. Groendaken een grotere bijdrage leveren aan de biodiversiteit dan traditionele platte daken, is evident. De waardering van het groendak is hoog, omdat een groendak mooier en levendiger is dan een gewoon dak. De respondenten beleven plezier aan het uitzicht, de kleuren van bloemen, vogels en bijen, hoewel ze in de winter kleur in het groendak missen. De belevingswaarde in de zomer zou nog verhoogd kunnen worden door de bijenkasten dichter bij de ramen te plaatsen. Op beide locaties was het niet mogelijk om de effecten op het energieverbruik te meten..
Vlieg als veevoer kost meer CO2 dan soja
Sikkema, A. ; Zanten, H.H.E. van - \ 2015
Resource: weekblad voor Wageningen UR 9 (2015)21. - ISSN 1874-3625 - p. 10 - 10.
veevoeding - insecten - milieueffect - diptera - insecten als voedsel - duurzaamheid (sustainability) - livestock feeding - insects - environmental impact - insects as food - sustainability
De grootschalige productie van on- ze huisvlieg voor veevoer levert nog geen betere klimaatscore op dan soja. Dat blijkt uit onderzoek van Hannah van Zanten, promovendus bij Dierlijke Productiesystemen en Livestock Research.
Entomofauna van Flevoland : Verslag van de 164e zomerbijeenkomst te Kraggenburg
Cuppen, J.G.M. - \ 2015
Entomologische Berichten 70 (2015)6. - ISSN 0013-8827 - p. 190 - 212.
heteroptera - coleoptera - isopoda - diploptera - insecten - inventarisaties - ecologische entomologie - natuurgebieden - flevoland - insects - inventories - ecological entomology - natural areas
Op terreinen van Staatsbosbeheer, Natuurmonumenten en Flovolandschap is een inventarisatie uitgevoerd door 36 leden van de NEV. De gebieden die onderzocht zijn: Kuinderbos, Urkerbos, Voorsterbos, Harderbos, Knarbos, Winkelse Zand en Harderbroek. In dit artikel worden gedetailleerd de vindplaatsen geïnventariseerd, met daarnaast uitvoerige beschrijvingen van de gevonden soorten
Meeste wilde bestuivers buiten boot bij focus op economisch nut
Kleijn, D. - \ 2015
Nature Today (2015)18 juni.
insecten - bestuivers (dieren) - apidae - wilde bijenvolken - bestuiving - biodiversiteit - ecosystemen - stuifmeel - rassen (dieren) - bedreigde soorten - wetenschappelijk onderzoek - soortendiversiteit - insects - pollinators - wild honey bee colonies - pollination - biodiversity - ecosystems - pollen - breeds - endangered species - scientific research - species diversity
Insecten leveren een bijdrage aan ecosysteemdiensten vanwege de bestuiving van allerlei gewassen. Maar uit nieuw onderzoek, gepubliceerd in Nature Communications, blijkt dat dat slechts geldt voor een kleine groep algemene soorten. Zeldzame soorten dragen nauwelijks bij aan bestuiving. In het internationale debat over biodiversiteitsbehoud kan de huidige focus op ecosysteemdiensten als argument voor soortbescherming voor zeldzame soorten dus slecht uitpakken.
Fitness consequences of indirect plant defence in the annual weed, Sinapis arvensis
Gols, R. ; Wagenaar, R. ; Poelman, E.H. ; Kruidhof, H.M. ; Loon, J.J.A. van; Harvey, J.A. - \ 2015
Functional Ecology 29 (2015)8. - ISSN 0269-8463 - p. 1019 - 1025.
pieris-brassicae - herbivory - tolerance - evolution - volatiles - insects - parasitoids - strategies - selection - ecology
Plant traits that enhance the attraction of the natural enemies of their herbivores have been postulated to function as an 'indirect defence'. An important underlying assumption is that this enhanced attraction results in increased plant fitness due to reduced herbivory. This assumption has been rarely tested. We investigated whether there are fitness consequences for the charlock mustard Sinapis arvensis, a short-lived outcrossing annual weedy plant, when exposed to groups of large cabbage white (Pieris brassicae) caterpillars parasitized by either one of two wasp species, Hyposoter ebeninus and Cotesia glomerata, that allow the host to grow during parasitism. Hyposoter ebeninus is solitary and greatly reduces host growth compared with healthy caterpillars, whereas C. glomerata is gregarious and allows the host to grow approximately as large as unparasitized caterpillars. Both healthy and parasitized P. brassicae caterpillars initially feed on the foliage, but later stages preferentially consume the flowers. In a garden experiment, plants damaged by parasitized caterpillars produced more seeds than conspecific plants damaged by unparasitized caterpillars. Reproductive potential (germination success multiplied by total seed number) was similar for plants that were not exposed to herbivory and those that were damaged by parasitized caterpillars and lower for plants that were damaged by healthy unparasitized caterpillars. However, these quantitative seed traits negatively correlated with the qualitative seed traits, individual seed size and germination success, suggesting a trade-off between these two types of traits. We show that parasitism of insect herbivores that feed on reproductive plant tissues may have positive fitness consequences for S. arvensis. The extent to which plant fitness may benefit depends on parasitoid lifestyle (solitary or gregarious), which is correlated with the amount of damage inflicted on these tissues by the parasitized host
Rhizobacterial modification of plant defenses against insect herbivores: from molecular mechanisms to tritrophic interactions
Pangesti, N.P.D. - \ 2015
University. Promotor(en): Marcel Dicke; Joop van Loon. - Wageningen : Wageningen University - ISBN 9789462572836 - 224
planten - rizosfeerbacteriën - insecten - multitrofe interacties - verdedigingsmechanismen - pseudomonas fluorescens - mamestra brassicae - pieris brassicae - plant-microbe interacties - insect-plant relaties - plant-herbivoor relaties - plants - rhizosphere bacteria - insects - multitrophic interactions - defence mechanisms - plant-microbe interactions - insect plant relations - plant-herbivore interactions

SUMMARY

Plants as primary producers in terrestrial ecosystems are under constant threat from a multitude of attackers, which include insect herbivores. In addition to interactions with detrimental organisms, plants host a diversity of beneficial organisms, which include microbes in the rhizosphere. Furthermore, the interactions between plants and several groups of root-associated microbes such as mycorrhizae, plant growth promoting rhizobacteria (PGPR) and plant growth promoting fungi (PGPF) can affect plant interactions with foliar insect herbivores. The beneficial root-associated microbes are able to modify plant physiology by promoting plant growth and induced systemic resistance (ISR), in which the balance between both effects will determine the final impact on the insect herbivores. Using Arabidopsis thaliana Col-0, this thesis explores the molecular mechanisms on how plants integrate responses when simultaneously interacting with the rhizobacterium Pseudomonas fluorescens and the generalist and the specialist leaf-chewing insects Mamestra brassicae and Pieris brassicae respectively.

A literature review on the state-of-the-art in the field of microbe-plant-insect interactions (Chapter 2) explores how root-associated microbes and insect folivores can influence each other via a shared host plant. For more than a decade, both ecological and mechanistic studies mostly focused on exploring these belowground and aboveground interactions using single microbe and single herbivore species. The importance of increasing the complexity of the study system in order to understand the interactions in more natural situations is being emphasized. Furthermore, this review discusses the role of plant hormones in regulating plant growth and defense against folivores, while simultaneously being involved in associations with root-associated microbes.

Experimental evidence has shown patterns on the effects of mycorrhizal colonization on plant interactions with insect herbivores, and raises the question whether plant colonization by different groups of root-associated microbes has similar effects on particular categories of insect herbivores. In Chapter 3, plant-mediated effects of a non-pathogenic rhizobacterium on the performance of leaf-chewing insects, and the underlying mechanisms modulating the interactions, have been examined. Colonization of A. thaliana Col-0 roots by the bacterium P. fluorescens strain WCS417r resulted in decreased larval weight of the generalist leaf-chewing M. brassicae, and had no effect on larval weight of the specialist leaf-chewing P. brassicae. The crucial role of jasmonic acid (JA) in regulating rhizobacteria-mediated induced systemic resistance (ISR) against M. brassicae is confirmed by including plant mutants in the study. Interestingly, I also observed that rhizobacteria can induce systemic susceptibility to M. brassicae caterpillars. Comparison of M. brassicae performance and gene transcription in A. thaliana plants, grown in potting soil or a mixture of potting soil and sand in a 1:1 ratio, shows that in a mixture of potting soil and sand, rhizobacterial treatment had a consistently negative effect on M. brassicae, whereas the effect is more variable in potting soil. Rhizobacterial treatment primed plants grown in potting soil and sand for stronger expression of JA- and ethylene-regulated genes PDF1.2 and HEL, supporting stronger resistance to M. brassicae. Taken together, the results show that soil composition can be one of the factors modulating the outcome of microbe-plant-insect interactions.

Chapter 4 further addresses the mechanisms underlying rhizobacteria-mediated ISR against the generalist leaf-chewing M. brassicae by integrating plant gene transcription, chemistry and performance of M. brassicae in wild type A. thaliana Col-0 plants and mutants defective in the JA-pathway, i.e. dde2-2 and myc2, in the ET pathway, i.e. ein2-1, and in the JA-/ET-pathway, i.e. ora59. Results of this study show that rhizobacterial colonization alone or in combination with herbivore infestation induced the expression of the defense-associated genes ORA59 and PDF1.2 at higher levels than activation by herbivore feeding alone, and the expression of both genes is suppressed in the knock-out mutant ora59. Interestingly, the colonization of plant roots by rhizobacteria alters the levels of plant defense compounds, i.e. camalexin and glucosinolates (GLS), by enhancing the synthesis of constitutive and induced levels of camalexin and aliphatic GLS while suppressing the induced levels of indole GLS. The changes are associated with modulation of the JA-/ET-signaling pathways as shown by investigating mutants. Furthermore, the herbivore performance results show that functional JA- and ET-signaling pathways are required for rhizobacteria-mediated ISR against leaf-chewing insects as observed in the knock-out mutants dde2-2 and ein2-1. The results indicate that colonization of plant roots by rhizobacteria modulates plant-insect interactions by prioritizing the ORA59-branch over the MYC2-branch, although the transcription factor ORA59 is not the only one responsible for the observed effects of rhizobacteria-mediated ISR against leaf-chewing insects.

Taking a step further in increasing the complexity of the study system, Chapter 5 investigates how co-cultivation of P. fluorescens strains WCS417r and SS101 affects direct plant defense to the caterpillar M. brassicae. Inoculation of either P. fluorescens WCS417r or SS101 singly at root tips or simultaneously at two different positions along the roots resulted in a similar level of rhizobacterial colonization by each strain, whereas co-cultivation of both strains at either the root tips or at two different positions along the roots resulted in a higher colonization level of strain WCS417r compared to colonization by SS101. The results suggest that the site of inoculation influences the direct interactions between the two strains in the rhizosphere, as also confirmed by in vitro antagonism assays in the absence of plants. Both upon single inoculation and co-cultivation of both strains at the same or different sites along the roots, the two rhizobacterial strains induced the same strength of ISR against the caterpillar M. brassicae and the same degree of plant growth promotion. In the roots, colonization by the two strains as single or mixed culture resulted in a similar gene expression pattern of up-regulation of MYC2, down-regulation of WRKY70 and no effect on NPR1 expression, genes representing JA-signaling, SA-signaling and the node of crosstalk between the two pathways, respectively. We hypothesize that both rhizobacterial strains use negative crosstalk between JA- and SA-pathways as mechanism to suppress plant immunity and establish colonization. This study shows that competitive interactions between rhizobacterial strains known to induce plant defense in systemic tissue via different signaling pathways, may interfere with synergistic effects on ISR and plant growth promotion.

While the effect of root-associated microbes on direct plant defense against insect herbivores has been studied previously, the effect of these microbes on indirect plant defense to herbivores is much less known. Chapter 6 explores how colonization by the rhizobacterium P. fluorescens strain WCS417r affects indirect plant defense against the generalist herbivore M. brassicae by combining behavioral, chemical and gene transcriptional approaches. The results show that rhizobacterial colonization of A. thaliana roots results in an increased attraction of the parasitoid Microplitis mediator to caterpillar-infested plants. Volatile analysis revealed that rhizobacterial colonization suppressed emission of the terpene (E)-α-bergamotene, and the aromatics methyl salicylate and lilial in response to caterpillar feeding. Rhizobacterial colonization decreased the caterpillar-induced transcription of the terpene synthase genes TPS03 and TPS04. Rhizobacteria enhanced both growth and indirect defense of plants under caterpillar attack. This study shows that rhizobacteria have a high potential to enhance the biocontrol of leaf-chewing herbivores based on enhanced attraction of parasitoids.

Taken together, the research presented in this thesis has shown how single or combined applications of rhizobacteria affect interactions of plants with leaf-chewing insects in terms of direct and indirect resistance. Furthermore, results presented in this thesis have revealed some of the molecular mechanisms underlying plant-mediated interactions between rhizobacteria and leaf-chewing insects that can be used in developing practical approaches by applying beneficial root-associated microbes for improving plant resistance.

Appropriateness, acceptance and sensory preferences based on visual information: A web-based survey on meat substitutes in a meal context
Elzerman, J.E. ; Hoek, A.C. ; Boekel, T. van; Luning, P.A. - \ 2015
Food Quality and Preference 42 (2015). - ISSN 0950-3293 - p. 56 - 65.
food acceptability - unfamiliar foods - future - expectations - consumption - neophobia - familiar - insects - liking
The aim of this study was to investigate the appropriateness, attractiveness, use-intention and (un)desirable sensory properties of meat substitutes in different dishes based only on visual information. A web-based survey was developed to let consumers assess the use of meat substitutes in different dishes. The survey consisted of 38 key questions with subdivisions and was completed by 251 respondents. Six different dishes (spaghetti, rice, wrap, pizza, pasta salad, and soup) were rated for their appropriateness for the use of meat substitutes. Subsequently, appropriateness, attractiveness, and use-intention were rated based on photographs of the six dishes prepared with meat substitutes that differed in shape and appearance. Respondents also had to indicate (un)desirable sensory properties of meat substitutes for every dish. Spaghetti, rice and wrap were more appropriate for the use of meat substitutes than the other dishes. The most appropriate meat substitute–meal combinations were those that are similar to common Dutch meal combinations (e.g. spaghetti with mince and rice with pieces). Attractiveness and intention scores were in line with the appropriateness scores. Furthermore, we found that current users of meat substitutes and younger respondents gave higher appropriateness ratings. This study demonstrates that appropriateness of meat substitutes in a dish is related to attractiveness and use-intention and that meal context should be taken into account in the development of new meat substitutes.
Tales on insect-flowering plant interactions : the ecological significance of plant responses to herbivores and pollinators
Lucas Gomes Marques Barbosa, D. - \ 2015
University. Promotor(en): Marcel Dicke, co-promotor(en): Joop van Loon. - Wageningen : Wageningen University - ISBN 9789462572119 - 207
bloeiende planten - insecten - insect-plant relaties - plant-herbivoor relaties - herbivoren - bestuivers (dieren) - trofische graden - parasitoïden - herbivoor-geinduceerde plantengeuren - flowering plants - insects - insect plant relations - plant-herbivore interactions - herbivores - pollinators - trophic levels - parasitoids - herbivore induced plant volatiles - cum laude
cum laude graduation
Eindrapportage: Bedrijven voor Bijen
Cornelissen, B. ; Alebeek, F.A.N. van; Berg, W. van den - \ 2015
Wageningen : Plant Research International, Wageningen UR - 46
apidae - wilde bijenvolken - detectie - drachtplanten - biodiversiteit - bedrijventerreinen - stadsomgeving - openbaar groen - bestuivers (dieren) - participatie - wilde bloemen - insecten - wild honey bee colonies - detection - pollen plants - biodiversity - business parks - urban environment - public green areas - pollinators - participation - wild flowers - insects
In het project “Bedrijven voor Bijen” (2012 – 2014) hebben verschillende partijen, waaronder De Gasunie en Wageningen UR, onderzocht hoe en met welke maatregelen populaties van bijen op bedrijventerreinen en in industriële infrastructuur versterkt kunnen worden. Het onderzoek bestaat uit drie onderzoekslijnen: a) Bijen op leidingtracés van de Gasunie, b) Bijen in de stad en c) beheer van gazons voor bestuivers. Dit rapport beschrijft de resultaten van de drie studies.
Insecten in je achtertuin (2) Praktisch: Zo krijg je meer vlinders en bijen in je tuin
Alebeek, Frans van - \ 2015
insects - apidae - lepidoptera - biotopes - habitats - gardens - construction - knowledge - biodiversity
Check title to add to marked list
<< previous | next >>

Show 20 50 100 records per page

 
Please log in to use this service. Login as Wageningen University & Research user or guest user in upper right hand corner of this page.