Staff Publications

Staff Publications

  • external user (warningwarning)
  • Log in as
  • language uk
  • About

    'Staff publications' is the digital repository of Wageningen University & Research

    'Staff publications' contains references to publications authored by Wageningen University staff from 1976 onward.

    Publications authored by the staff of the Research Institutes are available from 1995 onwards.

    Full text documents are added when available. The database is updated daily and currently holds about 240,000 items, of which 72,000 in open access.

    We have a manual that explains all the features 

Current refinement(s):

Records 1 - 20 / 179

  • help
  • print

    Print search results

  • export

    Export search results

  • alert
    We will mail you new results for this query: keywords==intensive livestock farming
Check title to add to marked list
Fokwaarde voeropname op volle kracht : vanaf komende Interbull-draai is de fokwaarde voeropname voor elke stier beschikbaar in Nederland en Vlaanderen
Haas, Yvette de; Veerkamp, Roel - \ 2016
cattle husbandry - bulls - milk production - dairy cows - feed intake - farm results - intensive livestock farming - breeding value - flanders - netherlands - australia
Met scheiding minder mestafvoer en lagere kunstmestkosten
Evers, A.G. ; Galama, P.J. - \ 2016
V-focus 2016 (2016)1. - ISSN 1574-1575 - p. 38 - 39.
mestverwerking - kunstmeststoffen - agrarische bedrijfsvoering - scheiding - melkveehouderij - intensieve veehouderij - kosten-batenanalyse - kostenbeheersing - manure treatment - fertilizers - farm management - separation - dairy farming - intensive livestock farming - cost benefit analysis - cost control
Toepassen van mestscheiding kan bij melkveehouders die veel mest moeten afvoeren een hoger inkomen opleveren. Besparing op kosten voor mestafvoer is mogelijk omdat de dikke fractie meer mineralen bevat dan drijfmest. Ook blijft er meer werkzame stikstof en kali uit dierlijke mest op het bedrijf, zodat minder kunstmestaankoop nodig is. In dit artikel is voor een intensief melkveebedrijf berekend hoeveel bespaard kan worden bij verschillende scheidingsrendementen en prijzen voor mestscheiding en -afzet.
Emissies naar lucht uit de landbouw, 1990-2013 : berekeningen van ammoniak, stikstofoxide, lachgas,methaan en fijn stof met het model NEMA
Bruggen, C. van; Bannink, A. ; Groenestein, C.M. ; Huijsmans, J.F.M. ; Luesink, H.H. ; Sluis, S.M. ; Velthof, G.L. ; Vonk, J. - \ 2015
Wettelijke Onderzoekstaken Natuur & Milieu (WOt-technical report 46) - 160 p.
luchtverontreiniging - ammoniakemissie - methaanproductie - dierlijke meststoffen - stikstof - intensieve veehouderij - fijn stof - begrazing - air pollution - ammonia emission - methane production - animal manures - nitrogen - intensive livestock farming - particulate matter - grazing
Landbouwkundige activiteiten zijn een belangrijke bron van ammoniak (NH3), stikstofoxiden (NO), lachgas (N2O), methaan
(CH4) en fijn stof (PM10 en PM2,5) in Nederland. De emissies voor de periode 1990-2013 zijn berekend met het National Emission
Model for Agriculture (NEMA) met toepassing van nieuwe wetenschappelijke inzichten rond emissiefactoren voor ammoniak uit
stallen en op basis van de nieuwe 2006 IPCC Guidelines. De rekenmethodiek gaat bij de berekening van de ammoniakemissie
uit van de hoeveelheid totaal ammoniakaal stikstof (TAN) in de mest. De ammoniakemissie uit dierlijke mest, kunstmest en
overige bronnen bedroeg in 2013 120 miljoen kg NH3, 1,5 miljoen kg minder dan in 2012, voornamelijk door meer emissiearme
huisvesting bij varkens en pluimvee. De N2O-emissie bedroeg zowel in 2012 als in 2013 ruim 19 miljoen kg. De NO-emissie
nam licht toe van 16,7 naar 16,9 miljoen kg. De methaanemissie nam toe van 487 tot 499 miljoen kg. De emissie van fijn stof
nam licht toe van 6,4 miljoen kg PM10 in 2012 tot 6,5 miljoen kg in 2013 door een toename van het aantal leghennen. De
emissie van PM2,5 bedroeg in beide jaren 0,6 miljoen kg. Sinds 1990 is de ammoniakemissie uit dierlijke mest en kunstmest
met bijna 70% gedaald, vooral door een lagere stikstof-uitscheiding door landbouwhuisdieren en emissiearme mesttoedieningstechnieken.
Lachgas en stikstofoxiden daalden in dezelfde periode eveneens, maar minder scherp (ca. 40%) vanwege hogere
emissies door het ondergronds aanwenden van mest (N2O) en door de omschakeling van stalsystemen met dunne naar vaste
mest bij pluimvee (N2O en NO). Tussen 1990 en 2013 daalde de emissie van methaan met 17%, wat vrijwel geheel verklaard
kan worden door een afname in de dieraantallen
GLAMUR case-study report: The comparison of three Dutch pork cases (Tasks 3.5)
Oostindië, H.A. ; Horlings, L.G. ; Broekhuizen, R.E. van; Hees, E. - \ 2015
Wageningen : Wageningen UR - 72
pig farming - case studies - netherlands - supply chain management - performance - animal production - intensive livestock farming - sustainable animal husbandry - regional food chains - animal welfare - pigs - animal housing - varkenshouderij - gevalsanalyse - nederland - ketenmanagement - prestatieniveau - dierlijke productie - intensieve veehouderij - duurzame veehouderij - regionale voedselketens - dierenwelzijn - varkens - huisvesting, dieren
This report presents the case study results of local-global pork chain performances in The Netherlands. As part of Work Package 3, this case study was carried out in cooperation with our Italian GLAMUR partner. The Dutch pork production sector came up after World War 2 and developed into a highly intensified and specialized sector, with emphasis in the southern part of the country. As it became possible and economically attractive to transport fodder ingredients over great distances, pig husbandry became a booming sector, with high technology and knowledge input, and a major exporting sector. In the last decade, the number of pig farms reduced sharply, whereas the number of pigs per farm rose constantly. As a consequence of a combination of factors as pig disease outbreaks in the late 90-s, environmental externalities, growing national opposition against animal welfare conditions ánd growing international competition, the pig sector came to a standstill. In this study three chains are compared: first the Good Farming Global pork chain, to be considered Dutch most typical bulk pork chain, oriented towards more anonymous far-from-home markets with basic requirements in terms of low-priced, food safe and mainstream qualified. The second is the Sustainable Pork Chain, developed some 10 years ago on the Environmental certification schema (MK) as a transparent pork chain towards specialized butchers and more critical retailers. Third, the so-called Lupine Pig project has been analyzed, an early-life cycle initiative that responds to national growing demand for more locally sourced pork production.
Naar een samenhangend monitoring- en beoordelingssysteem voor het natuurbeleid : Deel I. Evaluatie van de bruikbaarheid van gegevens van de Werkwijze Monitoring en Beoordeling Natuurnetwerk en Natura 2000/PAS voor de Europese rapportages
Schmidt, A.M. ; Bijlsma, R.J. ; Soldaat, L. ; Turnhout, C.A.M. van; Swaay, C.A.M. van; Zoetebier, T.K.G. ; Woltjer, I. - \ 2015
Wageningen : Alterra, Wageningen-UR (Alterra-rapport 2645) - 69
vogelrichtlijn - habitatrichtlijn - natura 2000 - eu regelingen - monitoring - ecologische hoofdstructuur - intensieve veehouderij - emissiereductie - birds directive - habitats directive - eu regulations - ecological network - intensive livestock farming - emission reduction
In dit rapport worden de resultaten van de evaluatie van de bruikbaarheid van de gegevens van de Werkwijze Monitoring en Beoordeling Natuur (WMBN) voor de EU-rapportages beschreven. Geconcludeerd is dat de gegevens van de WMBN voor de meetdoelen t.a.v. van de kwaliteit van habitattypen en leefgebieden van VR- en HR-soorten goed bruikbaar zijn, maar dat er nog wel wat verbeteringen wenselijk zijn. Voor de meetdoelen t.a.v. van VR- en HR-soorten is de WMBN minder geschikt en zullen ook in de toekomst de gegevens van het Netwerk Ecologische Monitoring (NEM), aangevuld met gegevens van andere monitoringprogramma’s zoals die van Rijkswaterstaat en IMARES, nodig zijn. Aanbevelingen worden gedaan ter verbetering.
Technieken voor reductie van bio-aerosol emissies uit stallen
Aarnink, A.J.A. ; Hagenaars, T.J. ; Ogink, N.W.M. - \ 2015
Wageningen : Wageningen UR Livestock Research (Livestock Research rapport 828) - 31
aërosolen - emissiereductie - broeikasgassen - stallen - veehouderij - bedrijfssystemen - intensieve veehouderij - gezondheidsgevaren - volksgezondheid - aerosols - emission reduction - greenhouse gases - stalls - livestock farming - farming systems - intensive livestock farming - health hazards - public health
Sinds de uitbraken van besmettelijke veeziekten zoals de vogelgriep (AI) en vooral Q-koorts is er bij de Nederlandse bevolking een toegenomen bezorgdheid over de negatieve effecten van de veehouderij op de gezondheid van de mens. Gezondheidsproblemen kunnen ontstaan als gevolg van bepaalde micro-organismen, maar ook als gevolg van bepaalde componenten afkomstig van microorganismen. Deze kiemen en kiemcomponenten kunnen op zichzelf staande deeltjes in de lucht vormen, maar zijn vaak onderdeel van grotere stofdeeltjes. Stofdeeltjes die geheel of gedeeltelijk een biologische oorsprong hebben noemen we bio-aerosolen. Het doel van dit onderzoek is te inventariseren welke technieken potentie hebben om de emissie en/of de verspreiding van bio-aerosolen (met kiemen en kiemcomponenten) te reduceren en tevens te inventariseren welke daaruit direct beschikbaar zijn voor de praktijk. In dit rapport wordt vooral ingegaan op generieke methoden om de emissie van bio-aerosolen te reduceren.
Processen en factoren die van invloed zijn op de emissie van bio-aerosolen uit stallen
Aarnink, A.J.A. ; Yang Zhao, Yang ; Dekker, A. ; Ogink, N.W.M. - \ 2015
Wageningen : Wageningen UR Livestock Research (Livestock Research rapport 829)
aërosolen - emissie - volksgezondheid - gezondheidsbescherming - intensieve veehouderij - landbouwkundig onderzoek - rundvee - huisvesting van rundvee - nederland - aerosols - emission - public health - health protection - intensive livestock farming - agricultural research - cattle - cattle housing - netherlands
In the Netherlands there are some regions with very high animal densities. From the sixties in the last century intensive livestock production has expanded largely, especially in the South and East of the Netherlands. The objective of this desk study was to describe the processes and factors that influences the formation and emission of bioaerosols. Based on this report priority and support can be given to those studies that help to prevent emission of pathogens from animal houses.
Beoordeling Programmatische Aanpak Stikstof. De verwachte effecten voor natuur en vergunningverlening : Beleidsstudie
Sanders, Marlies - \ 2014
natural areas - emission reduction - nitrogen - ammonia emission - intensive livestock farming - economic analysis - permits
Biovoeding is een luxeproduct voor de middenklasse : Nederlandse voedselexpert en dwarsdenker Louise Fresco
Fresco, L.O. - \ 2014
De Tijd (België)
voedselproductie - voedselveiligheid - genetische modificatie - biologische voedingsmiddelen - biologische landbouw - intensieve veehouderij - food production - food safety - genetic engineering - organic foods - organic farming - intensive livestock farming
Binnenkort staan onze tafels weer vol exquise gerechten. Bij voorkeur gemaakt met biologische of ambachtelijke producten. Maar volgens de Nederlandse voedselexpert en dwarsdenker Louise Fresco is geïndustrialiseerde landbouw de toekomst. ‘We verlangen naar een verleden dat nooit heeft bestaan.
Afvoerkosten van mest voor de intensieve veehouderij
Wisman, J.H. - \ 2014
Agri-monitor 14-127a (2014). - ISSN 1383-6455 - p. 1 - 4.
mest - dierlijke meststoffen - melkproductie - quota's - intensieve veehouderij - productiekosten - marktprijzen - manures - animal manures - milk production - quotas - intensive livestock farming - production costs - market prices
De afschaffing van de melkquotering in 2015 leidt tot een grotere concurrentie op de Nederlandse mestmarkt. Hoewel de precieze invulling van de melkveewet nog niet bekend is, kan worden aangenomen dat de mestafzetkosten van de veehouderij erdoor zullen stijgen.1 De varkenshouderij is hiervoor veel gevoeliger dan de pluimveehouderij. Dit artikel blikt terug op de ontwikkeling van de mestafzetkosten in deze sectoren. Op pluimveebedrijven zijn de betaalde mestkosten sinds de top in 2007 gedaald naar gemiddeld circa 9.000 euro per bedrijf in 2013. Op varkensbedrijven zijn de kosten echter opgelopen tot gemiddeld 31.000 euro per bedrijf in 2013.
Afstand veehouderij tot woningen
Os, J. van; Smidt, R.A. ; Jeurissen, L.J.J. - \ 2014
Wageningen : Alterra - 5
veehouderij - landbouwbedrijfsgebouwen - woningen - intensieve veehouderij - ruimtelijke ordening - livestock farming - farm buildings - dwellings - intensive livestock farming - physical planning
Ter voorbereiding van het debat in de Tweede Kamer met staatssecretaris Dijksma over een initiatiefnota van de SP heeft het ministerie van EZ aan Alterra gevraagd om te bepalen hoeveel veehouderijbedrijven er liggen op een afstand van 250 m of minder van burgerwoningen. Daarbij blijven de agrarische bedrijfswoningen buiten beschouwing. In paragraaf 2 staat de aanpak vermeld, paragraaf 3 bevat de resultaten en de conclusie.
Decision document on the revision of the VERA protocol on air cleaning technologies March
Mosquera Losada, J. ; Edouard, N. ; Guiziou, F. ; Melse, R.W. ; Riis, A.L. ; Sommer, S. ; Brusselman, E. - \ 2014
Wageningen : Wageningen UR Livestock Research (Report / Wageningen UR Livestock Research 767) - 51
luchtreinigers - technologie - landbouwproductie - ammoniak - ammoniakemissie - emissiereductie - intensieve veehouderij - huisvesting, dieren - landbouw en milieu - duurzame landbouw - air cleaners - technology - agricultural production - ammonia - ammonia emission - emission reduction - intensive livestock farming - animal housing - agriculture and environment - sustainable agriculture
In the project “ICT-AGRI: Development of harmonized sampling and measurement methods for odour, ammonia and dust emissions” different subgroups have been formed focusing on either ammonia, odour or dust. In this report, the conclusions of the ammonia subgroup regarding harmonization of measurement methods for the estimation of the ammonia removal from air cleaning technologies are summarized.
Commissie van Deskundigen Meststoffenwet : taken en werkwijze, versie 2014
Velthof, G.L. ; Oenema, O. - \ 2014
Wageningen : Wettelijke Onderzoekstaken Natuur & Milieu (WOt-technical report 5) - 48
intensieve veehouderij - mestbeleid - ammoniakemissie - bemesting - stikstof - fosfaten - milieubeleid - deskundigen - waterkwaliteit - luchtkwaliteit - intensive livestock farming - manure policy - ammonia emission - fertilizer application - nitrogen - phosphates - environmental policy - experts - water quality - air quality
De Commissie van Deskundigen Meststoffenwet (CDM) is in het najaar van 2003 ingesteld op verzoek van het toenmalige ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (het huidige ministerie van Economische Zaken; EZ). De taak van de CDM is om het ministerie van EZ te adviseren over de wetenschappelijke onderbouwing en werking van de Meststoffenwet. De CDM hangt als onafhankelijke wetenschappelijke Commissie onder de unit WOT Natuur & Milieu van Wageningen UR. De CDM adviseert het ministerie van EZ over het mest- en ammoniakbeleid in het algemeen en specifiek over gewenste aanpassingen van aannames, regels, normen, onderbouwingen en forfaits in de Meststoffenwet. In dit document wordt uitgelegd wat de CDM is, welke taken zij verricht en welke procedures daarbij worden gehanteerd. Tevens geeft dit document een overzicht van de adviezen en rapporten die het CDM in de periode 2005 tot 2014 heeft opgeleverd
CoP in focus : community of practice on metropolitan food clusters, resource use efficiency and climate adaptation
Kranendonk, R.P. ; Hoechstetter, S. ; Castillo, A. ; Smeets, P.J.A.M. ; Mansfeld, M.J.M. van; Eetgerink, F. ; Cserhaty, M. ; Kalas, N. ; Schneider, U. - \ 2014
Wageningen : Alterra, Wageningen-UR (Alterra-report 2497) - 80
landbouw - landgebruik - broeikasgassen - kooldioxide - agroforestry - klimaatadaptatie - monitoring - landen van de europese unie - duitsland - intensieve veehouderij - de peel - agro-industriële ketens - agriculture - land use - greenhouse gases - carbon dioxide - climate adaptation - european union countries - germany - intensive livestock farming - agro-industrial chains
This Pathfinder project develops a focused EU Community of Practice (CoP) on development of Agro food-clusters that focuses on innovation of high tech, large scale, industrialized and sustainable agriculture and food production for Metropoles. The Metropolitan food clusters significantly contribute to reduction of the carbon and water footprint of metropolitan areas. In the exchange of concepts, this CoP will work out the benefits for climate from MFC in real regional innovation trajectories, towards business cases. The focus will be on co creation in KENGi networks and applyimg the innovation pathways of MFC design.
Developments in mineral surpluses and water quality in the Dutch dairy sector, 1960-2010
Ham, A. van den; Luesink, H.H. - \ 2014
Den Haag : LEI Wageningen UR (LEI 14-012) - 10
veehouderij - intensieve veehouderij - milieubeleid - milieubeheer - waterkwaliteit - nitraten - fosfaten - zandgronden - livestock farming - intensive livestock farming - environmental policy - environmental management - water quality - nitrates - phosphates - sandy soils
In line with the agricultural policy during 1950-1980, which aimed at increasing production levels, inputs of fertiliser and purchased fodder increased considerably, resulting in higher milk production levels per hectare and per cow on Dutch dairy farms. This intensification of the dairy farming system resulted in a nitrogen soil surplus of 400 kg/ha and a phosphate surplus of 82 kg/ha on average on dairy farms in 1985, which led to high nitrate contents in the water leaving the root zone, especially in the Sand region.
Emissies naar lucht uit de landbouw in 2012 : berekeningen van ammoniak, stikstofoxide, lachgas, methaan en fijn stof met het model NEMA
Bruggen, C. van; Bannink, A. ; Groenestein, C.M. ; Haan, B.J. de; Huijsmans, J.F.M. ; Luesink, H.H. ; Sluis, S.M. ; Velthof, G.L. ; Vonk, J. - \ 2014
Wageningen : Wettelijke Onderzoekstaken Natuur & Milieu (WOt-technical report 3) - 79
luchtverontreiniging - ammoniakemissie - methaanproductie - dierlijke meststoffen - emissie - stikstof - intensieve veehouderij - fijn stof - landbouw - nederland - modellen - air pollution - ammonia emission - methane production - animal manures - emission - nitrogen - intensive livestock farming - particulate matter - agriculture - netherlands - models
Landbouwkundige activiteiten zijn een belangrijke bron van ammoniak (NH3), stikstofoxide (NO), lachgas (N2O), methaan (CH4) en fijn stof in Nederland. De emissies voor de periode 1990-2012 zijn berekend met NEMA. In 2013 is NEMA uitgebreid met modules voor N2O, NO, CH4 en fijn stof. De rekenmethodiek gaat bij de berekening van de ammoniakemissie uit van de hoeveelheid totaal ammoniakaal stikstof (TAN) in de mest. De ammoniakemissie uit dierlijke mest en kunstmest bedroeg in 2012 ruim 108 miljoen kg NH3, 5 miljoen kg minder dan in 2011, voornamelijk door een lagere stikstofuitscheiding in dierlijke mest en een toename van de mestexport. In lijn hiermee nam de N2O-emissie af van 22,4 tot 21,7 miljoen kg. De NO-emissie nam af van 19,9 naar 19,1 miljoen kg. Sinds 1990 is de ammoniakemissie uit dierlijke mest en kunstmest met bijna 70% gedaald, vooral door een lagere stikstofuitscheiding door landbouwhuisdieren en emissiearme toedieningstechnieken. Lachgas en stikstofoxiden daalden in dezelfde periode eveneens, maar minder scherp (ca. 40%) vanwege hogere emissies door ondergronds aanwenden van mest (N2O) en door de omschakeling van stalsystemen met dunne naar droge mest bij pluimvee (N2O en NO). De totale emissie van methaan veranderde tussen 2011 en 2012 nauwelijks, en komt uit op 437,3 miljoen kg. Tussen 1990 en 2012 daalde de emissie met 14%, wat vrijwel geheel verklaard kan worden door een afname in de dieraantallen. Fijn stof ten slotte, daalde van 6,6 naar 6,4 miljoen kg PM10 als gevolg van het toenemende aandeel stallen met luchtwasser. Hiervan is 0,6 miljoen kg PM2,5.
Publiek-private samenwerking in het agrarisch kennis- en innovatiesysteem
Hermans, G.J.F.M. ; Geerling-Eiff, F.A. ; Potters, J.I. ; Overbeek, G. - \ 2014
Wageningen : Wageningen UR - 60
intensieve veehouderij - glastuinbouw - energiebronnen - publiek-private samenwerking - duurzame landbouw - innovaties - Nederland - intensive livestock farming - greenhouse horticulture - energy sources - public-private cooperation - sustainable agriculture - innovations - Netherlands
Dit onderzoek bestudeert de sterke en zwakke punten van de toepassing van publiek-private partnerschappen om duurzaamheid en het concurrentievermogen van de Nederlandse landbouwsector te bevorderen. In de twee cases Duurzame (intensieve) veehouderij en Kas als Energiebron is het middel van PPS vooral ingezet om systeeminnovatie richting duurzame landbouw te stimuleren, terwijl in de andere twee cases (Uitgangsmaterialen en Food & Nutrition) PPS werd ingezet om het Nederlandse kennissysteem en innovatiekracht bij bedrijven te versterken
Comparing the environmental impact of a nitrifiying biotrickling filter with or without denitrification for ammonia abatement at animal houses
Vries, J.W. de; Melse, R.W. - \ 2014
Lelystad : Wageningen UR Livestock Research (Report / Wageningen UR Livestock Research 717) - 14
intensieve veehouderij - varkenshouderij - rundveehouderij - luchtreinigers - nitrificatie - denitrificatie - vergelijkend onderzoek - filters - ammoniakemissie - fijn stof - broeikasgassen - intensive livestock farming - pig farming - cattle husbandry - air cleaners - nitrification - denitrification - comparative research - ammonia emission - particulate matter - greenhouse gases
The aim was to assess the environmental impact of a biotrickling filter with nitrification only and with subsequent denitrification. Life cycle assessment was applied to assess greenhouse gases, nitrate, ammonia and fossil fuel depletion. The biotrickling filter with nitrification and denitrification had higher greenhouse gas emission, whereas nitrification only had higher nitrate leaching and ammonia emission from field application of discharge water
Ontwikkeling van de ammoniakdepositie op de Overijsselse Natura 2000-gebieden : analyse van de ammoniak-depositie als gevolg van Overijsselse stal- en opslagemissies in de periode van 1994, 1995, 2000 of 2004 tot 2009
Gies, T.J.A. ; Kros, J. ; Jeurissen, L.J.J. ; Voogd, J.C.H. - \ 2014
Wageningen : Alterra, Wageningen-UR (Alterra-rapport 2495) - 33
natura 2000 - ammoniakemissie - emissiereductie - intensieve veehouderij - stikstof - milieubeleid - ammonia emission - emission reduction - intensive livestock farming - nitrogen - environmental policy
In dit rapport wordt de ontwikkeling van de netto toe- of afname van de ammoniakdepositie als gevolg van de stal- en opslagemissies tussen verschillende peiljaren vanaf 1994 en 1 februari 2009 op de verschillende habitattypen in de Natura 2000-gebieden in de provincie Overijsel in beeld gebracht. Dit inzicht is nodig om in het kader van de Programmatische Aanpak Stikstof (PAS) de niet-Nb-wet vergunde economische ontwikkelingen uit het verleden (interim-uitbreiders) te vereffenen.
Framing scales and scaling frames : the politics of scale and its implications for the governance of the Dutch intensive agriculture
Lieshout, M. van - \ 2014
University. Promotor(en): Katrien Termeer; Noelle Aarts, co-promotor(en): Art Dewulf. - Wageningen : Wageningen University - ISBN 9789461738356 - 219
schaalvoordelen - governance - veehouderij op grote schaal - intensieve veehouderij - intensieve landbouw - landbouwbeleid - besluitvorming - geschiedenis - nederland - economies of scale - large scale husbandry - intensive livestock farming - intensive farming - agricultural policy - decision making - history - netherlands
With this thesis, I aim to get a better understanding of scale framing in interaction, and the implications of scale framing for the nature and course of governance processes about complex problems. In chapter 1, I introduce the starting points: the conceptual framework, the research aim, the research questions, the case, and the methodology. I begin from the idea that complex problems are not just out there, but that actors highlight different aspects of a situation as a problem. This process is also referred to as framing. The differences in frames, expressed by different actors, contribute to the complexity of the problem. In this thesis, I focus on how actors use scale in their framings. I call this scale framing. I define scales broadly as the spatial, temporal, or administrative dimensions used to describe a phenomenon. Apart from scales, levels can be distinguished. Levels are the different locations on a scale. Scale framing is not without consequences. It makes a difference in terms of actors, interests, and interdependencies whether problems are addressed at one scale-level or another. This process of strategically using scales as political devices is also known as the politics of scale, or scalar politics.
Check title to add to marked list
<< previous | next >>

Show 20 50 100 records per page

 
Please log in to use this service. Login as Wageningen University & Research user or guest user in upper right hand corner of this page.