Staff Publications

Staff Publications

  • external user (warningwarning)
  • Log in as
  • language uk
  • About

    'Staff publications' is the digital repository of Wageningen University & Research

    'Staff publications' contains references to publications authored by Wageningen University staff from 1976 onward.

    Publications authored by the staff of the Research Institutes are available from 1995 onwards.

    Full text documents are added when available. The database is updated daily and currently holds about 240,000 items, of which 72,000 in open access.

    We have a manual that explains all the features 

Current refinement(s):

Records 1 - 20 / 67

  • help
  • print

    Print search results

  • export

    Export search results

  • alert
    We will mail you new results for this query: keywords==invloeden
Check title to add to marked list
Effecten van militaire en civiele helikopters op vogels op het Kooijhoekschor
Smit, C.J. ; Schermer, D.S. - \ 2015
Den Burg : IMARES (Rapport C156/15) - 111
vogels - helikopters - militaire activiteiten - diergedrag - invloeden - menselijke invloed - noord-holland - birds - helicopters - military activities - animal behaviour - influences - human impact
Het Maritiem Vliegkamp De Kooy en de civiele medegebruiker van het vliegveld, Den Helder Airport, zijn gelegen op korte afstand van de Waddenzee. Bij de nadering of bij het vertrek van het vliegveld moet, afhankelijk van de windrichting, in de helft van de gevallen op relatief geringe hoogte over de Waddenzee worden gevlogen. Het vliegveld wordt vooral gebruikt ten behoeve van helikopterverkeer. Den Helder Airport gebruikt het vliegveld vooral voor het vervoer van offshore-arbeiders van en naar olie- en gasplatforms op het Nederlands Continentaal Plat. De groep Maritieme Helikopters is de belangrijkste gebruiker vanuit het Ministerie van Defensie. De 12 hier gestationeerde NH90 helikopters hebben De Kooy als thuisbasis. Ook het onderhoud aan deze helikopters vindt hier plaats. Het vliegkamp wordt vooral gebruikt voor trainingsvluchten. De effecten van de uitbreiding van civiel helikopterverkeer op vogels zijn de afgelopen jaren gemonitord. Tijdens deze onderzoeken zijn ook steeds de effecten van militair vliegverkeer meegenomen. Er is na 2006 echter vrijwel geen onderzoek uitgevoerd op de minder intensief gebruikte aan- en afvliegroute via het Kooijhoekschor. Doel van het in deze rapportage beschreven deelonderzoek was de effecten van militair vliegverkeer op deze route nauwkeuriger in kaart te brengen en te actualiseren. Primaire doel van het in deze rapportage beschreven onderzoek was het bepalen van het effect van vliegbewegingen met militaire helikopters op wad- en watervogels op de locatie Kooijhoekschor, gelegen aan de rand van het Balgzand, ten zuidoosten van het Maritiem Vliegkamp De Kooy. Daarbij is vooral gekeken of overvliegende helikopters vogels doen opvliegen, hoe vaak dit gebeurt en beoordeeld of dit wellicht negatieve effecten voor vogels kan hebben.
Feather pecking and monoamines - a behavioral and neurobiological approach
Kops, M.S. - \ 2014
Wageningen University; Utrecht University. Promotor(en): B. Olivier; O. Güntürkün, co-promotor(en): S.M. Korte; Liesbeth Bolhuis. - Utrecht, The Netherlands : Utrecht University - ISBN 9789039361283 - 172
pluimveehouderij - hennen - verenpikken - diergedrag - dierenwelzijn - pluimvee - diergezondheid - dierlijke productie - serotonine - dopamine - fenotypen - genotypen - neurotransmitters - invloeden - poultry farming - hens - feather pecking - animal behaviour - animal welfare - poultry - animal health - animal production - serotonin - phenotypes - genotypes - influences
Severe feather pecking (SFP) remains one of the major welfare issues in laying hens. SFP is the pecking at and pulling out of feathers, inflicting damage to the plumage and skin of the recipient. The neurobiological profile determining the vulnerability of individual hens to develop into a severe feather pecker is unknown, although brain monoamines such as serotonin (5-HT) and dopamine (DA) seem to play a role. Previous studies related lower 5-HT and DA turnover ratios to an increased risk to develop SFP.In this thesis, monoamine levels in brain areas involved in emotional regulation and motor control were compared between phenotypically and genetically selected high and low feather peckers at different ages. It was found that adult high feather peckers had higher monoaminergic activity (lower metabolite levels and/or turnover ratios) in comparison to low feather peckers, which is in contrast with results on young hens. Differences were seen in several brain areas, namely the dorsal thalamus, medial striatum, amygdala, caudocentral nidopallium, and the somatomotor arcopallium, but to a lesser extend or not in the caudolateral nidopallium and the hippocampus. To investigate the exact neurobiological mechanism behind severe feather pecking further extracellular levels of 5-HT and DA and their metabolites were measured by in vivo microdialysis. Up till now, microdialysis has only been executed in young chickens, but this thesis describes the first microdialysis study performed in adult laying hens. It was found that adult severe feather peckers had a higher baseline release of 5-HT in the caudal nidopallium, a large associative area in the chicken’s forebrain. This result could not be explained by the amount of 5-HT presynaptically stored, as both high and low SFP lines displayed a similar 5-HT release after d-fenfluramine administration. This confirms that genetic selection on SFP has altered the serotonergic system in feather pecking-phenotypes. With clear phenotypic and genotypic differences in brain areas related to emotional regulation and motor control, it can be assumed that brain deficits at a young age increase an individual’s vulnerability to stressful environmental changes, which is associated with the prevalence of SFP later in life. The cause of the inversion of neurochemical patterns in young and adult high and low feather pecking hens remains to be elucidated. Perhaps this inversion is caused by development itself. On the other hand, higher behavioral patterns (SFP and other types of allopecking) observed in the high feather pecking chickens might have influenced the monoaminergic activity since the brain influences behavior and vice versa. Altogether, this thesis demonstrates the importance of considering the impact of genetic selection and also environmental conditions on brain neurotransmission and with that, on the vulnerability of individual chickens to develop SFP. Both the serotonergic and dopaminergic systems are involved in the development of SFP. With SFP being a multifactorial problem both genotype and phenotype have to be taken into account. Furthermore, in vivo microdialysis is a valuable approach to investigate why individual laying hens start SFP. This will lead to further understanding and ultimately in the reduction of SFP.
Invloed van mengmoment, leefoppervlak en hokverrijking op gedrag, beenwerk en productie van opfokzeugen tot en met de eerste worp = Influence of mixing moment, space allowance and enrichment on behaviour, leg soundness and production of gilts till first weaning
Peet-Schwering, C.M.C. van der; Soede, N.M. ; Hoofs, A.I.J. ; Verheijen, R.G.J.A. ; Binnendijk, G.P. ; Opschoor, C. - \ 2014
Wageningen : Wageningen UR Livestock Research (Rapport / Wageningen UR Livestock Research 784) - 64
varkenshouderij - biggen - vrouwelijke dieren - zeugen - opfoktechnieken - diergedrag - invloeden - lichaamsconditie - dierenwelzijn - pig farming - piglets - female animals - sows - rearing techniques - animal behaviour - influences - body condition - animal welfare
At Swine Innovation Centre Sterksel the effects of mixing moment, space allowance (from day 14 after birth till day 232) and enrichment on behaviour, leg soundness and production of gilts from day 14 after birth till first weaning were investigated. The results are described in this report.
Regio heeft grote invloed op levensvatbaarheid
Pellikaan, F. ; Ouweltjes, W. ; Windig, J.J. ; Muskens, J. ; Linden, R. van der; Pelt, M.L. van; Calus, M.P.L. - \ 2014
Veeteelt 31 (2014)14. - ISSN 0168-7565 - p. 10 - 13.
melkveehouderij - kalveren - levensvatbaarheid - geboorte - vaarzen - grote landbouwbedrijven - bedrijfsgrootte in de landbouw - landbouwstatistieken - bedrijfsvergelijking in de landbouw - invloeden - dairy farming - calves - viability - birth - heifers - large farms - farm size - agricultural statistics - farm comparisons - influences
Een afname van zes procent levend geboren kalveren van vaarzen tussen 1995 en 2010 was aanleiding voor nieuw sectoronderzoek. Uit de inventarisatie blijkt dat naast bekende factoren als draagtijd en geboorteverloop de regio waar het bedrijf is gehuisvest en het seizoen van afkalven zorgen voor opmerkelijke verschillen in levensvatbaarheid van kalveren.
Effect geboortegewicht en voeropname op S. suis
Peet-Schwering, C.M.C. van der; Troquet, L.M.P. ; Smith, H. ; Hout, J. van - \ 2014
V-focus 11 (2014)3. - ISSN 1574-1575 - p. 32 - 33.
varkenshouderij - biggen - biggenziekten - streptococcus suis - geboortegewicht - biggenvoeding - voeropname - invloeden - ziekte-incidentie - pig farming - piglets - piglet diseases - birth weight - piglet feeding - feed intake - influences - disease incidence
Er is geen duidelijk effect van geboortegewicht en van voeropname vóór spenen op het aantal biggen met klinische verschijnselen van een Streptococcus suis (S. suis) infectie. Dit blijkt uit onderzoek dat is uitgevoerd in opdracht van het Productschap Vee en Vlees en het ministerie van Economische Zaken.
Barriers and bottlenecks : a case study of the implementation of extension policy for enabling sustainable natural resource management in Queensland, Australia
Leach, G.J. - \ 2012
Wageningen University. Promotor(en): Cees Leeuwis; F. Vanclay. - [S.l. : S.n. - ISBN 9789461732293 - 432
voorlichting - beleid - invloeden - hulpbronnenbeheer - duurzaamheid (sustainability) - queensland - australië - extension - policy - influences - resource management - sustainability - australia
Internationally, extension has been a support instrument used by governments and commercial interests for improving agricultural production for hundreds, if not thousands of years. The application of extension theory and practice for natural resource management (NRM) is a more recent undertaking. However, over the last 20+ years, agencies sponsoring extension services appear to have lost confidence in extension’s ability to achieve desired outcomes. In Australia, Greg Leach’s PhD research has sought to understand the barriers and bottlenecks which have prevented the implementation of extension policy by the Queensland State Government. His research enquired into the institutionalisation of extension in Queensland, as well as approaches and mechanisms for negotiating extension policy at the national scale from 2000 to 2010. Learnings from the author’s involvement in operationalising a network of extension leaders from across Australia, underpin broader recommendations on institutionalising extension policy, and advice for extension policy to aid achievement of NRM outcomes.
Elephants of democracy : an unfolding process of resettlement in the Limpopo National Park
Milgroom, J. - \ 2012
Wageningen University. Promotor(en): Cees Leeuwis; Ken Giller, co-promotor(en): J.L.S. Jiggins. - S.l. : s.n. - ISBN 9789461732699 - 322
nationale parken - natuurbescherming - ontwikkelingsprojecten - politiek - natuurbeleid - wildbescherming - invloeden - inheemse volkeren - bevolkingsverplaatsing - zuid-afrika - zimbabwe - mozambique - national parks - nature conservation - development projects - politics - nature conservation policy - wildlife conservation - influences - indigenous people - resettlement - south africa
The proposed paper will focus on the process of displacement taking place in the context of the creation of the Limpopo National Park in Mozambique. This park is part of the Great Limpopo Transfrontier Park, which also includes the Kruger National Park (South Africa) and Gonarezhou National Park (Zimbabwe). The creation of the Limpopo National Park – which involved the translocation of more than 3000 animals from Kruger park to Limpopo park, including more than a hundred elephants – is strongly associated by some local residents with political developments following the cease-fire in 1992 and the increased regional cooperation since South Africa’s transition to democracy in 1994. The paper will describe how the establishment of the larger transfrontier park resulted in pressure on the Mozambican government to favour the model of a national park over other conservation options that might have better accommodated the interests of local communities. About 26 000 people are currently living in the Limpopo National Park; about 6000 of whom are in the process of being resettled to an area southeast of the park. The Mozambican government and donors funding the creation of the park have maintained that no forced relocation will take place. However, the pressure created by restrictions on livelihood strategies resulting from park regulations, and the increased presence of wildlife has forced some communities to ‘accept’ the resettlement option. The paper will describe the negotiation process about alternative locations and compensation packages for the communities to be resettled, involving park officials, local and international NGOs, and communities. An analysis will be presented of the power struggles between those parties, but also of the internal contradictions and conflicts that each of the parties experience. Furthermore, an often neglected aspect will be explored, namely that of the possible consequences of resettlement for the hosting communities outside of the park
The contribution of town functions to the development of rural areas: empirical analyses for Ethiopia
Tadesse Woeldesenbet, T. - \ 2012
Wageningen University. Promotor(en): Arie Oskam. - S.l. : s.n. - ISBN 9789461731883 - 211
relaties tussen stad en platteland - steden - nutfunctie - invloeden - gezinsinkomen - inkomen - werkgelegenheid - huishoudens - landbouwhuishoudens - gewassen - bemesting - agrarische handel - overheidsdiensten - wegtransport - telefoons - elektriciteit - drinkwater - ontwikkeling - economische ontwikkeling - plattelandsontwikkeling - platteland - ethiopië - rural urban relations - towns - utility functions - influences - household income - income - employment - households - agricultural households - crops - fertilizer application - agricultural trade - public services - road transport - telephones - electricity - drinking water - development - economic development - rural development - rural areas - ethiopia
Rural areas in many developing countries often lack infrastructure and institutions. However, rural towns and towns possess some of the major services that rural and town households can use to advance their economic activities. The study of the contribution that towns and their functions make to different economic activities is still in development. The thesis sought to add to the literature by conceptually discussing the role of town functions and empirically examining the influence on income, employment opportunities, rural household crop marketing and fertilizer application. For these purposes, data from households in four major regional states of Ethiopia are used. Results show that shorter distances to roads, transport services and telephone centers, and connection to electricity and tap water are likely to increase income and non-farm wage employment. We find also that proximity to roads and markets and strong network connections are associated with improved input-output exchange among rural households
Who cares about research?! : a study on the role of research in policy processes in competing claims contexts
Schut, M. - \ 2012
Wageningen University. Promotor(en): Cees Leeuwis, co-promotor(en): Annemarie van Paassen. - S.l. : s.n. - ISBN 9789461731487 - 280
natuurlijke hulpbronnen - nuttig gebruik - hulpbronnengebruik - onderzoek - invloeden - beleidsprocessen - waterbeheer - ruimtelijke ordening - polders - biesbosch - nederland - biobrandstoffen - productie - duurzaamheid (sustainability) - mozambique - natural resources - utilization - resource utilization - research - influences - policy processes - water management - physical planning - netherlands - biofuels - production - sustainability
A study on the role of research in policy processes in competing claims contexts
Sit down at the ballgame; How export barriers make the world less food secure
Meijerink, G.W. ; Chant, L.J. ; Rutten, M.M. - \ 2011
Den Haag : LEI, onderdeel van Wageningen UR (LEI report : Research area International policy ) - ISBN 9789086155309 - 84
exportbeperkingen - invloeden - voedselzekerheid - tanzania - afrika - export controls - influences - food security - africa
If countries - after a shortfall in wheat harvests - impose export restrictions, African countries such as Tanzania will be especially hit; export restrictions push up global wheat prices.
Detectie en beheersing van bacterierot veroorzaakt door Pseudomonas cattleyae in Phalaenopsis
Ludeking, D.J.W. ; Hamelink, R. ; Kromwijk, J.A.M. ; Schenk, M.F. ; Vermunt, A. ; Woets, F. - \ 2011
Bleiswijk : Wageningen UR Glastuinbouw (Rapporten GTB 1096) - 31
phalaenopsis - bacterieziekten - infectie - pseudomonas - bladvlekkenziekte - black spot - moleculaire technieken - relatieve vochtigheid - waterzuivering - invloeden - bacterial diseases - infection - leaf spotting - molecular techniques - relative humidity - water treatment - influences
Phalaenopsis growers suffer from mayor losses up to 20% due to bacterial spot. This bacterial infection in caused by the Acidovorax avenae subsp. cattleyae. In practice this bacterial disease is also known as Pseudomonas. This bacterium is causing black leaf spots with a yellow border. Pseudomonas cattleyae is very contagious and is promoted by high temperatures en moist conditions. In this project Groen Agro Control laboratory (Delfgauw) has developed a molecular analysis method to detect Pseudomonas cattleyae in different matrices. The influence of the relative humidity on the development of Pseudomonas cattleyae is investigated during this research. The results show that a relative humidity of 90% strongly promotes infection of the bacteria. A relative humidity of 75% shows no extra dispersion of Pseudomonas cattleyae compared to a greenhouse compartment with a continuous relative humidity of 60%. This knowledge offers the opportunity to safe energy in the cultivation of Phalaenopsis. During this research the effects of water treatments on the dispersion of Pseudomonas cattleyae have been investigated. The results show that a treatment with hydrogen peroxide (20 ppm) offers the best reduction of dispersion. This treatment turns out to be better than the control and all other treatments. This research has led to new insights about the dispersal and optimal growing conditions of this bacteria, but leads to new questions. Questions, about other different dosages and the effects of other water treatments, but also about the optimal level to promote plant growth and reduce bacterial infections, have to be investigated in new research.
Control of Highly Pathogenic Avian Influenza; Epidemiological and economic aspects
Backer, J.A. ; Bergevoet, R.H.M. ; Fischer, E.A.J. ; Nodelijk, G. ; Bosman, K.J. ; Saatkamp, H.W. ; Roermund, H.J.W. van - \ 2011
Den Haag : LEI, part of Wageningen UR (LEI report 2011-032) - ISBN 9789086155200 - 80
aviaire influenzavirussen - pluimveeziekten - dierziekten - pluimvee - ziektebestrijding - vaccinatie - methodologie - efficiëntie - invloeden - epidemiologie - economische aspecten - economische situatie - economie - sociale economie - economische analyse - europese unie - nederland - avian influenza viruses - poultry diseases - animal diseases - poultry - disease control - vaccination - methodology - efficiency - influences - epidemiology - economic aspects - economic situation - economics - socioeconomics - economic analysis - european union - netherlands
Epidemieën van hoog pathogene aviaire influenza (HPAI) kunnen een grote invloed hebben op het dierenwelzijn, de pluimveesector en, vanwege de zoönotische aard, ook op de volksgezondheid. Vanwege de vele mogelijke insleeproutes, reservoirs en mutaties in laag pathogene AI (LPAI) loopt het pluimvee in Nederland voortdurend het gevaar te worden besmet met HPAI. In geval van een uitbraak moeten de besmette boerderijen worden geruimd, moet het transport worden gereguleerd, moeten er beschermings- en toezichtsgebieden worden opgezet en moeten gevaarlijke contacten worden opgespoord, dit alles volgens de vereisten van de EU. Er kunnen ook bestrijdingsmaatregelen worden genomen om de blootgestelde bedrijfsdichtheid in het getroffen gebied te verkleinen door preventief ruimen of vaccineren. Net zoals in 2003, kan een nieuwe HPAI epidemie grote gevolgen hebben voor de pluimveesector. Het bestrijden van aangifteplichtige ziektes zoals AI door grootschalig preventief ruimen, wordt maatschappelijk steeds minder geaccepteerd, en de roep om alternatieve bestrijdingsmaatregelen zoals vaccinatie wordt steeds luider. Dit onderzoek ondersteunt het besluitvormingsproces.
Opponents and supporters of water policy change in the Netherlands and Hungary
Werners, S.E. ; Warner, J.F. ; Roth, D. - \ 2010
Water Alternatives 3 (2010)1. - ISSN 1965-0175 - p. 26 - 47.
waterbeleid - verandering - individuen - interacties - communicatie - hongarije - nederland - invloeden - water policy - change - individuals - interactions - communication - hungary - netherlands - influences
This paper looks at the role of individuals and the strategies that they use to bring about or oppose major policy change. Current analysis of the role that individuals or small collectives play in periods of major policy change has focussed on strategies that reinforce change and on the supporters of change. This paper adds the perspective of opponents, and asks whether they use similar strategies as those identified for supporters. Five strategies are explored: developing new ideas, building coalitions to sell ideas, using windows of opportunity, playing multiple venues and orchestrating networks. Using empirical evidence from Dutch and Hungarian water policy change, we discuss whether individuals pursued these strategies to support or oppose major policy change. Our analysis showed the significance of recognition of a new policy concept at an abstract level by responsible government actors, as well as their engagement with a credible regional coalition that can contextualise and advocate the concept regionally. The strategies of supporters were also used by opponents of water policy change. Opposition was inherent to policy change, and whether or not government actors sought to engage with opponents influenced the realisation of water policy change.
Waarom houden we van groen? ('interview' met Agnes van den Berg)
Boot, L. ; Berg, A.E. van den - \ 2009
Mind Magazine 2009 (2009)mei. - ISSN 1875-502X - p. 122 - 125.
stadsomgeving - groene zones - gezondheid - sociaal welzijn - kwaliteit van het leven - perceptie - openbaar groen - omgevingspsychologie - belevingswaarde - invloeden - urban environment - green belts - health - social welfare - quality of life - perception - public green areas - environmental psychology - experiential value - influences
Onderzoek naar de positieve invloed van de natuur op het welzijn en gezondheid van de mens.
Relaties tussen planteigenschappen en welbevinden van mensen : literatuuronderzoek
Hoffman, M.H.A. - \ 2007
Wageningen : Wageningen UR (Rapport / Plant Research International 146) - 33
bloemen - sierplanten - welriekendheid - zintuiglijke waarneming - informatieverwerking - literatuuroverzichten - publicaties - databanken - informatiesystemen - invloeden - wetenschappelijk onderzoek - flowers - ornamental plants - fragrance - organolepsis - information processing - literature reviews - publications - databases - information systems - influences - scientific research
Aangetoond is dat een groene omgeving (natuur, stedelijk groen, tuinen, kamerplanten, etc.) positief werken op het welbevinden van mensen. Minder bekend is welke specifieke relaties hieraan ten grondslag liggen; welke kleuren, geuren, vormen, geluiden, specifieke plantensoorten, etc.? Resultaat van een zoektocht in verschillende databases en internet naar specifieke relaties tussen planteigenschappen en welbevinden van mensen. Hierbij is gezocht naar wetenschappelijke publicaties in het groene, medische en cosmetische circuit
Indicatoren voor 'Convention on biodiversity 2010'. Effecten van klimaatverandering op insectenplagen bij bomen
Moraal, L.G. - \ 2007
Wageningen : Wettelijke Onderzoekstaken Natuur & Milieu (WOt-werkdocument 53.7b) - 30
biodiversiteit - klimaatverandering - klimaatfactoren - insectenplagen - bomen - invasie - effecten - nederland - invloeden - biodiversity - climatic change - climatic factors - insect pests - trees - invasion - effects - netherlands - influences
De laatste decennia worden veel veranderingen bij plaaginsecten waargenomen. Zo treden er veranderingen op bij inheemse soorten: sommige eerst algemene plaagsoorten verdwijnen terwijl andere juist frequenter voorkomen. Daarnaast hebben we te maken met nieuwe soorten afkomstig uit Zuid-Europa en met uitheemse soorten (exoten) die bewust of onbewust zijn geïntroduceerd buiten het normale verspreidingsgebied en die bedreigend kunnen zijn voor biodiversiteit, volksgezondheid of economie. Het klimaat is een uiterst belangrijke factor bij de ontwikkeling van insecten. Veranderingen in het klimaatverandering zullen onherroepelijk veranderingen bij insectenpopulaties teweeg brengen. In dit rapport worden klimaat, en klimaatverandering in verband gebracht met sommige veranderingen van plagen zoals die worden waargenomen met het LNV project ‘Monitoring van insectenplagen op bomen en struiken sinds 1946'
Microklimaatmetingen bij chrysant : metingen op een praktijkbedrijf
Baas, R. ; Hoope, M.A. ten - \ 2006
Wageningen : Praktijkonderzoek Plant & Omgeving B.V. (PPO publicatie 324161500) - 28
microklimaat - omgevingstemperatuur - relatieve vochtigheid - effecten - richtlijnen (guidelines) - belichting - chrysanten - chrysanthemum - invloeden - energiebesparing - microclimate - environmental temperature - relative humidity - effects - guidelines - illumination - chrysanthemums - influences - energy saving
Op een praktijkbedrijf zijn in de periode december8januari 2005/2006 58minuutgegevens verzameld van de RV in het gewas op buishoogte en onder in het gewas met niet-geventileerde loggers, planttemperaturen van kop en op buishoogte met infraroodmeters, PAR, en meetgegevens/instellingen van de regelcomputer. Resultaten van onderzoek en aanbevelingen Getracht is om meer inzicht te verkrijgen in het microklimaat en de invloedsfactoren hierop
Effecten van klimaatverandering in Nederland
Bresser, A.H.M. ; Berk, M.M. ; Born, G.J. van den; Bree, L. van; Gaalen, F.W. van; Ligtvoet, W. ; Minnen, J.G. van; Witmer, M.C.H. ; Amelung, S.B. ; Bolwidt, L. ; Brinke, W. ten; Buiteveld, H. ; Dillingh, D. ; Dorland, R. van; Huynen, M. ; Leemans, R. ; Strien, A.J. van; Vermaat, J. ; Veraart, J.A. - \ 2005
Bilthoven : Milieu- en Natuurplanbureau (MNP-rapport 773001034) - ISBN 906960132X - 115
klimaat - klimaatverandering - klimaatfactoren - nederland - invloeden - climate - climatic change - climatic factors - netherlands - influences
Het klimaat verandert: de zeespiegel stijgt, de afvoeren van de rivieren nemen toe. De natuur reageert al op de opgetreden temperatuurveranderingen. De waarneembare effecten in Nederland zijn beperkt van omvang. De komende tientallen jaren zullen de ontwikkelingen naar verwachting sneller gaan. Extreem warme en droge zomers zullen vaker vóórkomen. Daarnaasy is de snelheid waarmee de temperatuur stijgt, waarschijnlijk te hoog voor veel organismen om zich te kunnen aanpassen of te kunnen verhuizen. Ook de landbouw en de toeristensector staan voor veranderingen, die economisch gezien zowel positief als negatief kunnen uitpakken; dat is onder andere afhankelijk van ontwikkelingen elders in Europa. De verwachte gezondheidswinst door algehele temperatuurstijging wordt waarschijnlijk grotendeels teniet gedaan door het verhoogde sterfterisico¿s bij extreem warm weer
Ruimte voor reconstructie. Over de invloed van autonome en recente beleidsmatige ontwikkelingen op het aantal bedrijfsverplaatsingen in het kader van de reconstructie
Vogelzang, T.A. ; Bavel, M.A.H.J. van; Kuhlman, J.W. ; Wagenberg, C.P.A. van - \ 2005
onbekend : LEI (Rapport / LEI : Domein 4, Ruimte en economie ) - ISBN 9052420009 - 72
intensieve veehouderij - dierlijke meststoffen - overheidsbeleid - veehouderijbedrijven - platteland - zandgronden - ruimtelijke ordening - waterbeheer - richtlijnen (directives) - geografische verdeling - standplaatsfactoren - plattelandsplanning - reconstructie - invloeden - locatie - physical planning - geographical distribution - site factors - livestock enterprises - intensive livestock farming - sandy soils - water management - directives - government policy - rural planning - rural areas - netherlands - reconstruction - location - influences
In dit rapport wordt ingegaan op de vraag welke invloed autonome ontwikkelingen in de intensieve veehouderij en recente ontwikkelingen inzake het mestbeleid en de Kaderrichtlijn Water zullen hebben op het aantal te verplaatsen veehouderijbedrijven in het kader van de uitvoering van de Reconstructiewet. Op basis van een kwalitatieve en een kwantitatieve modelmatige analyse is bepaald hoeveel bedrijven er in principe in aanmerking komen voor hervestiging vanuit extensiveringsgebieden en hoeveel bedrijven daadwerkelijk de stap naar verplaatsing zullen gaan zetten. This report examines the question of how autonomous developments in intensive livestock farming and recent developments in the manure policy and the Water Framework Directive will affect the number of livestock holdings to be relocated under the Reconstruction Act. A qualitative and quantitative analysis model has been used to determine how many holdings are theoretically eligible for relocation and how many will actually decide to relocate.
Effecten van eilandvarianten in de Noordzee op de ecologie van strand en duin
Sanders, M.E. ; Slim, P.A. ; Dobben, H.F. van; Wegman, R.M.A. ; Schouwenberg, E.P.A.G. - \ 2004
Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 1092) - 100
plantensuccessie - plantenecologie - vegetatie - duinen - stranden - luchthavens - natuurbescherming - noordzee - invloeden - plant succession - plant ecology - vegetation - dunes - beaches - airports - nature conservation - north sea - influences
Door de toenemende groei in de internationale luchtvaartsector, ziet Schiphol zich genoodzaakt om uit te breiden. Gezien de ruimteclaims en de milieuwetgeving zal voor de lange termijn een verdere uitbreiding van Schiphol op de huidige locatie moeilijker worden. Een alternatief voor de locatie Schiphol is het aanleggen van een eiland in de Noordzee. Dit rapport beschrijft en waar mogelijk kwanitificeert de effecten van de aanleg van een luchthaveneiland in de Noordzee op de ecologie van strand en duin. De belangrijkste effecten van een eiland in de Noordzee op strand en duin, zijn gelegen in veranderingen in kustmorfologie en saltspray. Veranderingen in de morfologie hebben het grootste effect op het strand (en zeereep) en veranderingen in saltspray op de vegetatie in de duinen. Voor strand en zeereep geeft een aanwaskust in de luwte van het eiland mogelijkheden voor natuurontwikkeling, maar voor de duinen betekent de afname van saltspray een achteruitgang in natuurbehoudswaarde van deze internationaal beschermde gebieden.
Check title to add to marked list
<< previous | next >>

Show 20 50 100 records per page

 
Please log in to use this service. Login as Wageningen University & Research user or guest user in upper right hand corner of this page.