Staff Publications

  • external user (warningwarning)
  • Log in as
  • language uk

Current refinement(s):

Records 1 - 20 / 196

  • help
  • print

    Print search results

  • export

    Export search results

  • alert
    We will mail you new results for this query: keywords==kalveren
Check title to add to marked list
Consequences of dry period length and dietary energy source on physiological health variables in dairy cows and calves
Mayasari, Nova - \ 2017
University. Promotor(en): Bas Kemp, co-promotor(en): Ariette van Knegsel; Henk Parmentier. - Wageningen : Wageningen University - ISBN 9789463431408 - 221
dairy cows - calves - dry period - feed rations - feeds - energy balance - animal health - inflammation - antibodies - adaptation physiology - immunology - melkkoeien - kalveren - gustperiode - voedingsrantsoenen - voer - energiebalans - diergezondheid - ontsteking - antilichamen - adaptatiefysiologie - immunologie

During the transition period, dairy cows experience a negative energy balance (NEB) caused by the high energy requirement for milk yield, while feed intake is limited. Severity of the NEB has been associated with an increased incidence of metabolic disorders and infectious diseases, inflammation, immunosuppression and oxidative stress. It is known that shortening or omitting the dry period or feeding a glucogenic ration improves the energy balance (EB) in dairy cows in early lactation. It can be expected that an improvement of the EB due to shortening or omitting the dry period results in reduced inflammation, immunosuppression and less oxidative stress in dairy cows in early lactation. The first objective of this thesis was to study the effects of dry period length and dietary energy source on immune competence, inflammatory biomarkers and oxidative stress in dairy cows over 2 subsequent lactations. The second objective was to study the consequences of maternal dry period length on colostrum immunoglobulin content and immune competence of calves in the first 12 weeks of life. In the current study, 167 cows were assigned to 3 dry period lengths (0, 30, or 60 d) and 2 early lactation rations (glucogenic or lipogenic). Cows were planned to have the same dry period length and ration over 2 subsequent lactations. Omitting the dry period reduced plasma bilirubin levels compared with a conventional dry period, which is line with the better EB in cows with a 0-d dry period. Effects of dry period length on inflammatory biomarkers, oxidative stress variables and natural antibodies (NAb) titers were, however, less consistent. Omitting the dry period increased not only negative acute phase proteins (APP) in plasma, but also positive APP, oxidative stress variables in plasma, and NAb in milk. Shortening the dry period to 30-d did not influence inflammatory biomarkers and oxidative stress compared with a conventional dry period of 60-d. Occurrence of clinical health problems did not differ between cows with different dry period lengths. In the current study, changes in positive APP and oxidative stress variables in plasma and NAb in milk could be explained by the occurrence of clinical health problems related to inflammation (clinical mastitis, fever, metritis and retained placenta), rather than a better EB due to a shorter or no dry period. Moreover, a higher titer of IgG binding lipopolysaccharide in plasma was associated with decreased odds of high somatic cell count and occurrence of clinical mastitis. In the first lactation after implementation of dry period length and dietary treatments, feeding a glucogenic ration in early lactation increased NAb titers in milk compared with a lipogenic ration, which could be explained partly by a better EB. In the second lactation after implementation of dry period length and dietary treatments, feeding a lipogenic ration in early lactation increased cholesterol levels in plasma compared with a glucogenic ration, which could be related to the high fat content in this ration. Cows with a 0-d dry period had a lower colostrum production and less immunoglobulins in colostrum compared with cows with a 30-d or 60-d dry period. After colostrum uptake, NAb titers in plasma of calves from cows with a 0-d dry period were lower during the first week of life compared with calves from cows with a 30-d or 60-d dry period. Levels of specific antibodies in calves, after immunization in week 6 and 10, in calves were not affected by the maternal dry period length. Birth weight of calves from cows with a 0-d dry period was lower compared with calves from cows with a 30-d dry period, but not compared with calves from cows with a 60-d dry period. Growth of calves until 12 weeks of life was not affected by dry period length. In conclusion, although shortening and omitting the dry period improved the EB in early lactation, this did not result in clear consistent effects of dry period length on inflammation or oxidative stress. Changes in inflammation biomarkers, oxidative stress variables and NAb in milk were a reflection of the occurrence of health problems related to inflammation in particular clinical mastitis and compromised uterine health. Furthermore, albeit omitting the dry period compared with shortening or conventional dry period cows resulted in a reduced immunoglobulin content in colostrum and reduced NAb titers in plasma of their calves in the first week of life, but did not affect specific immune response of the calves in the first 12 weeks of life.

Tussenevaluatie knelpuntaandoeningen en praktische uitvoerbaarheid UDD-regeling
Kluivers-Poodt, M. ; Binnendijk, G.P. ; Wijhe-Kiezebrink, M.C. van; Neijenhuis, F. ; Bokma-Bakker, M.H. - \ 2015
Wageningen : Wageningen UR Livestock Research (Livestock Research rapport 904) - 105 p.
diergezondheid - antibiotica - dierenwelzijn - dierlijke productie - kalveren - vleesvee - varkens - melkvee - animal health - antibiotics - animal welfare - animal production - calves - beef cattle - pigs - dairy cattle
In maart 2014 is de UDD-regeling in werking getreden, waarin is bepaald dat antibiotica alleen door dierenartsen voorgeschreven en toegediend mogen worden. In het hier beschreven onderzoek is de vooruitgang in het terugdringen van de knelpuntaandoeningen die vallen onder de uitzondering op de UDD-regeling, binnen de melkvee-, vleeskalveren en varkenssector geëvalueerd. Aanvullend is de praktische uitvoerbaarheid van de UDD-regeling in zijn geheel geëvalueerd, in genoemde sectoren, aangevuld met de vleeskuikensector.
A field trial on the effects of algae addition to calf feed. Project T2014
Elissen, H.J.H. ; Berg, W. van den; Kootstra, A.M.J. - \ 2015
Lelystad : Wageningen UR, PPO/Acrres (Rapport / PPO-AGV 662) - 41 p.
calves - calf feeding - feed formulation - feeds - veal calves - liveweight - animal health - feed conversion - algae - kalveren - kalvervoeding - voersamenstelling - voer - vleeskalveren - levend gewicht - diergezondheid - voederconversie - algen
This report describes a field trial that took place between 1 July and 2 October 2015 at a Dutch rose veal farm in which a group of 30 calves was fed with formula milk of which 2% of the dry matter was substituted with concentrated freshwater algae. The control group consisted of 25 calves. The farm owners collected the data, which were statistically analyzed and reported at ACRRES. During the trial the following parameters were monitored: calf weight, amounts of formula milk, water, solid feeds, feed additions and medication, deviations in manure structure, and disease incidence. Individual calf weights were determined at arrival and four weighing dates. The main conclusion of this field trial is that the addition of algae to the formula milk of rose veal calves during a period of 44 to 51 days did not have a statistically significant effect on calf weight increase up to 13 weeks after the start of the trial.
WHYDRY; Verkorten van de droogstand van melkvee: effecten op de melkproductie, energiebalans en koe- en kalfgezondheid
Knegsel, A.T.M. van - \ 2014
Wageningen : Wageningen University, leerstoelgroep Adaptatiefysiologie - 156
melkproductie - energiebalans - diergezondheid - koeien - kalveren - experimenten - melkopbrengst - lactatie - melkinterval - melkveehouderij - gustperiode - milk production - energy balance - animal health - cows - calves - experiments - milk yield - lactation - milking interval - dairy farming - dry period
Van Knegsel, A.T.M. (Editor), 2014. WHYDRY: Verkorten van de droogstand van melkvee: effecten op de melkproductie, energiebalans en koe- en kalf-gezondheid. Wageningen University, Wageningen, Nederland. 156 blz. Sinds het begin van de 20ste eeuw worden melkkoeien enkele weken voor de verwachte kalfdatum drooggezet, d.w.z. niet meer gemolken. Het doel van deze droogstand is om de melkproductie in de daaropvolgende lactatie te maximaliseren. Daarnaast kunnen koeien met subklinische mastitis tijderns de droogstand behandeld worden met antibiotica. Recent is er discussie ontstaan of een droogstand van 6 tot 8 weken nog wel optimaal is vanwege een aantal redenen. Ten eerste is de vraag of een maximale melkproductie nog steeds wenselijk is, omdat een hoge melkproductie in begin lactatie wordt geassocieerd met een hoge ziekte-incidentie. Ten tweede is het droogzetten van hoogproductief melkvee met nog een hoge dagproductie bij droogzetten een risico voor uiergezondheid. Ten derde is sinds 2013 in Nederland het gebruik van antibiotica in de veehouderij sterk gelimiteerd. Dit geldt ook voor de antibiotica gebruikt in de droogstand, zgn. droogzetters. Deze antibiotica bepalen mede de lengte van de toegepaste droogstand, vanwege de wachttijd na gebruik van droogzetters voor de levering van melk. Het doel van WHYDRY was om via een integrale aanpak te onderzoeken wat de consequenties zijn van het verkorten van de droogstand voor melkproductie, melksamenstelling, energiebalans en koe- en kalfgezondheid. Het onderzoeksproject WHYDRY bestond hoofdzakelijk uit een groot dierexperiment waarin koeien 2 lactaties zijn gevolgd onder gecontroleerde omstandigheden. Binnen dit experiment zijn 168 Holstein-Friesian koeien random toegewezen aan een van de drie droogstandslengtes (0, 30 of 60 dagen) en een van twee lactatierantsoenen (glucogeen of lipogeen). Daarnaast is er een separaat experiment uitgevoerd naar pensontwikkeling van koeien met verschillende droogstandslengtes en zijn de melkcontrolegegevens geanalyseerd van 11 praktijkbedrijven die al een verkorte droogstand toepasten. De resultaten van WHYDRY laten zien dat het verkorten of weglaten van de droogstand resulteert in een verschuiving van de melkproductie van de kritische periode na afkalven naar de periode vóór afkalven wanneer de koe makkelijk in haar energiebehoefte kan voorzien. De verschillen in melkproductie en energiebalans tussen koeien met verschillende droogstandslengtes waren aanzienlijk. Verkorten van de droogstand resulteerde in beperkte reductie in melkproductie en melkopbrengst, maar met een duidelijke verbetering van de energiebalans in de daaropvolgende lactatie. Verkort droog zetten had geen gevolgen voor het celgetal in de melk, biestkwaliteit, antistofconcentratie in het bloed van de kalveren of groei van de kalveren. Een tweede lactatie opnieuw verkort droogzetten was goed mogelijk. Daarmee kan het verkorten van de droogstand naar 30 dagen een interessante strategie zijn om de energiebalans in vroege lactatie te verbeteren zonder dat het gevolgen heeft voor de totale lactatieproductie. Dit geldt zeker wanneer geen rekening gehouden hoeft te worden met de wachttijd van eventuele droogzetters en het gewenst is de melkproductie van koeien met een hoge dagproductie op 60 dagen voor afkalven de lactatieperiode te verlengen. Weglaten van de droogstand resulteerde in een sterke reductie in melkproductie en melkopbrengst, maar de energiebalans (qua duur en diepte) en metabole gezondheid werden sterk positief beïnvloed. Biestkwaliteit was significant minder, wat ook resulteerde in een lagere concentratie antistoffen in het bloed van de kalveren tot 6 weken leeftijd, maar daarna niet meer. Verder bestond het risico dat koeien vervetten en niet persistent genoeg waren om een tweede lactatie tot 4 aan afkalven gemolken te worden. Voor bepaalde koeien leek deze strategie echter wel succesvol. Koeien met een hoge dagproductie enkele maanden voor afkalven kenden geen negatieve gevolgen voor de melkproductie in de totale volgende lactatie wanneer zij gemolken werden tot aan afkalven. Onafhankelijk van droogstandslengte was ook het voeren van een glucogeen rantsoen in vroege lactatie gunstig voor de energiebalans en metabole gezondheid, in vergelijking met een meer lipogeen rantsoen.
Regio heeft grote invloed op levensvatbaarheid
Pellikaan, F. ; Ouweltjes, W. ; Windig, J.J. ; Muskens, J. ; Linden, R. van der; Pelt, M.L. van; Calus, M.P.L. - \ 2014
Veeteelt 31 (2014)14. - ISSN 0168-7565 - p. 10 - 13.
melkveehouderij - kalveren - levensvatbaarheid - geboorte - vaarzen - grote landbouwbedrijven - bedrijfsgrootte in de landbouw - landbouwstatistieken - bedrijfsvergelijking in de landbouw - invloeden - dairy farming - calves - viability - birth - heifers - large farms - farm size - agricultural statistics - farm comparisons - influences
Een afname van zes procent levend geboren kalveren van vaarzen tussen 1995 en 2010 was aanleiding voor nieuw sectoronderzoek. Uit de inventarisatie blijkt dat naast bekende factoren als draagtijd en geboorteverloop de regio waar het bedrijf is gehuisvest en het seizoen van afkalven zorgen voor opmerkelijke verschillen in levensvatbaarheid van kalveren.
Veel soorten antibiotica in mest gevonden
Sikkema, A. ; Mevius, D.J. - \ 2014
Resource: weekblad voor Wageningen UR 9 (2014)6. - ISSN 1874-3625 - p. 10 - 10.
dierlijke meststoffen - antibiotica - antibioticumresiduen - antibioticaresistentie - varkensmest - kalveren - mest - animal manures - antibiotics - antibiotic residues - antibiotic resistance - pig manure - calves - manures
Het Rikilt vindt met nieuwe methode veel antibioticasoorten in dierlijke mest. Het gevaar voor de volksgezondheid is nog onbekend.
Schmallenberg virus : technical and scientific studies
Poel, W.H.M. van der - \ 2014
Lelystad : Central Veterinary Institute of Wageningen UR - 67
dierpathologie - schmallenbergvirus - epidemiologie - pathogenese - transmissie - vectoren - diagnose - reverse transcriptase pcr - serologie - wilde dieren - huisdieren - kalveren - lammeren - koeien - schapen - animal pathology - schmallenberg virus - epidemiology - pathogenesis - transmission - vectors - diagnosis - serology - wild animals - domestic animals - calves - lambs - cows - sheep
Schmallenberg virus primarily infects domestic and wild ruminants. Cattle and sheep seem to be the most susceptible species. Goats, pigs and camelids seem to be less susceptible. In pregnant cattle and sheep, the virus can infect multiple organs of the un-borne fetus. However, this infection often does not cause major lesions and infrequently leads to malformations.
JONKOS - Rekenprogramma om opfokkosten jongvee te berekenen
Evers, A.G. ; Haan, M.H.A. de - \ 2014
Verantwoorde veehouderij
rundvee - kalveren - jonge dieren - dierlijke productie - kosten - dierveredeling - berekening - cattle - calves - young animals - animal production - costs - animal breeding - calculation
Download of open hieronder de spreadsheet van het bedrijfstype dat u door wilt rekenen door erop te klikken. Vul in de spreadsheet de gele cellen van de hoofdpagina in. Zo berekent u de kosten voor jongveeopfok van uw bedrijf.
Beleidsvarianten voor de toekenning toeslagen in de kalversector, 2014-2019 : gevolgen van vier beleidsvarianten van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid voor een gemiddeld kalverbedrijf in Nederland
Bondt, N. ; Jager, J.H. - \ 2014
Den Haag : LEI Wageningen UR (LEI 14-027) - 15
kalveren - kalverproductie - gemeenschappelijk landbouwbeleid - rundveehouderij - landbouwbeleid - vleeskalveren - eu regelingen - melkveehouderij - ondersteunende maatregelen - calves - calf production - cap - cattle husbandry - agricultural policy - veal calves - eu regulations - dairy farming - support measures
In deze nota wordt een analyse gemaakt van de veranderingen in de omvang van de toeslagen uit de eerste pijler van het GLB voor Nederlandse vleeskalverbedrijven tussen 2014 en 2019, die het gevolg zijn van de overgang van het historisch naar het regionaal model. Daarvoor gebruiken we in deze studie vier beleidsvarianten: de Nederlandse variant wordt vergeleken met de voorgenomen varianten waarvan op dit moment verwacht wordt dat ze in Frankrijk (twee alternatieven) en Vlaanderen zullen worden toegepast.
Vleeskalf fit aan de start
Reenen, C.G. van - \ 2014
V-focus 2014 (2014)1. - ISSN 1574-1575 - p. 19 - 19.
rundveehouderij - kalveren - diergezondheid - huisvesting van kalveren - vleeskalveren - kalverproductie - dierenwelzijn - veevervoer - cattle husbandry - calves - animal health - calf housing - veal calves - calf production - animal welfare - transport of animals
'De diergezondheid en de weerstand van het kalf hebben momenteel bij ons de hoogste prioriteit', aldus Jacques de Groot, hoofd R&D van kalverhouderij-integratie VanDrie Group. 'We moeten het antwoord vinden op de vraag hoe we het kalf, dat we op een leeftijd van zo’n veertien dagen binnenkrijgen, naar een zo hoog mogelijk gezondheidsniveau tillen.'
Betere diagnostiek voor luchtweginfecties bij kalveren
Klein Haneveld, J. ; Antonis, A.F.G. - \ 2013
Tijdschrift voor Diergeneeskunde 138 (2013)11. - ISSN 0040-7453 - p. 38 - 41.
dierziekten - diagnostiek - kalverziekten - kalveren - diergezondheid - ademhalingsziekten - infecties - animal diseases - diagnostics - calf diseases - calves - animal health - respiratory diseases - infections
Adriaan Antonis werkt dertien jaar bij het Centraal Veterinair Instituut onderdeel van Wageningen UR in Lelystad. Daar wordt onderzoek gedaan naar de bedrijfsgebonden dierziekten, onder andere naar luchtweginfecties op kalverbedrijven. Adriaan werkt mee aan de ontwikkeling van nieuwe diagnostische tests. "Je moet weten wat er op een bedrijf aan de hand is, dan kun je gerichter behandelen".
Economische betekenis en perspectief van de Nederlandse veehandel
Hoste, R. ; Bolhuis, J. ; Wisman, J.H. - \ 2013
Den Haag : LEI, onderdeel van Wageningen UR (LEI-rapport : Onderzoeksveld Markt & ketens ) - ISBN 9789086156252 - 56
dierenhandel - melkkoeien - vleesvee - kalveren - zeugen - varkens - schapen - slachtdieren - aantallen vee - landbouwontwikkeling - landbouwstatistieken - internationale handel - trade in animals - dairy cows - beef cattle - calves - sows - pigs - sheep - meat animals - livestock numbers - agricultural development - agricultural statistics - international trade
De bruto toegevoegde waarde van de veehandels- en veetransportsector in Nederland bedraagt 300 mln. euro, op basis van prijzen en kosten in 2011. De belangrijkste sectoren zijn de runder- en kalverhandel met 160 mln. euro en de varkenshandel met 125 mln. euro. De totale omzet van de veehandel- en veetransportsector bedraagt 4,8 mld. euro. De bruto toegevoegde waarde bedraagt 6,3% van de omzet van veehandel en -transport in Nederland. De structurele veranderingen in de veehouderij (minder dieren en minder bedrijven) hebben niet geleid tot minder omzet voor de veehandel, omdat dit gepaard ging met een sterk toenemende internationale handel. Circa een derde van de handelaren in herkauwers en iets meer dan de helft van de varkenshandelaren is fulltimer. Neveninkomsten zijn een belangrijke pijler voor veehandelaren. Daar komt bij dat een op de tien veehandelaren minstens 65 jaar is. Van de handelaren, die al weten of er een opvolger zou kunnen zijn, heeft 70% geen opvolger. Het gebrek aan opvolgers zal ertoe leiden dat het aantal zelfstandige veehandelaren sterk krimpt. Veehandelaren hebben een groot netwerk van leveranciers en afnemers en diverse afzetkanalen. Ze weten daardoor de dieren op de juiste plaats af te zetten. De toegevoegde waarde van de handel verschilt tussen diersoorten, type handelaar en type veehouders. Naarmate de dierstromen kleinschaliger en meer divers zijn (zoals bij kalveren en runderen) is het nut van de veehandel voor herverdeling en selectie van dieren groter. Zowel de toegevoegde waarde als het imago van de veehandelaar bij veehouders en bij de maatschappij moet verbeterd worden.
Praktijk weerbarstig bij aanpak kalverdiarree
Cappellen, J. van; Boumans, I.J.M.M. ; Stassen, E.N. - \ 2013
Veeteelt 30 (2013)7. - ISSN 0168-7565 - p. 38 - 39.
melkveehouderij - kalveren - kalverziekten - diarree - kalvervoeding - colostrum - maatregelen - dairy farming - calves - calf diseases - diarrhoea - calf feeding - measures
Veehouders weten goed welke maatregelen er zijn tegen kalverdiarree, maar passen ze in de praktijk vaak niet toe. ‘Geen noodzaak’, ‘te weinig tijd’ of ‘te onpraktisch voor de eigen situatie’ zijn veelgehoorde argumenten om geen actie te ondernemen.
Bedrijfsgebonden dierziekten
Antonis, A.F.G. - \ 2012
Lelystad : Central Veterinary Institute - 46
kalveren - kalverziekten - vleeskalveren - rundveeziekten - diagnostiek - diergezondheid - calves - calf diseases - veal calves - cattle diseases - diagnostics - animal health
Het diergezondheidsbeleid, zoals vastgelegd in de Nationale Agenda Diergezondheid (NAD), stelt de veehouder in de eerste plaats zelf verantwoordelijk voor de gezondheid van zijn dieren. Hoewel de meeste veehouders op professionele wijze omgaan met de gezondheidszorg van hun dieren, is er sprake van een aantal bedrijfsgebonden gezondheidsproblemen dat in grote mate voorkomt in de huidige veehouderij. Als gevolg van deze bedrijfsgebonden aandoeningen kan een hoog antibioticumgebruik ontstaan, met het gevaar van antibioticumresistenties. Voor de bedrijfsgebonden dierziekten die een zoönotische karakter hebben, kan de gezondheid van de veehouder en het deel van de (beroeps)bevolking dat met de dieren in aanraking komt een belangrijke extra reden voor aandacht zijn. Daarnaast wordt het welzijn van dieren in aanzienlijke mate geschaad door sommige bedrijfsgebonden diergezondheidsproblemen. De doelstellingen van de NAD om bedrijfsgebonden diergezondheidsproblemen zoveel mogelijk terug te dringen raakt derhalve aan de politieke agenda op het gebied van dierwelzijn, preventie van zoönosen en vermindering van antibioticumgebruik en -resistentie. Het terugdringen van bedrijfsgebonden aandoeningen is daarmee een onlosmakelijk onderdeel van het werken aan een duurzame veehouderij.
Familiekuddes : Cynthia Verwer over kalf bij de koe
Livestock Research, - \ 2012
Wageningen : Wageningen UR Livestock Research
dierenwelzijn - melkveehouderij - diergezondheid - dierlijke productie - melkvee - melkveestapel - kuddes (herds) - huisvesting, dieren - kalveren - biologische landbouw - zoogkoeienkuddes - stallen - diergedrag - duurzame veehouderij - animal welfare - dairy farming - animal health - animal production - dairy cattle - dairy herds - herds - animal housing - calves - organic farming - suckler herds - stalls - animal behaviour - sustainable animal husbandry
Met name op biologische bedrijven is er al veel ervaring met 'kalf bij koe'. Maar ook op gangbare bedrijven wordt het steeds vaker toegepast . De kalveren groeien goed en de koeien zijn gezond met minder antibiotica. En het is mogelijk om de kalveren te spenen zonder stress. Daar zijn verschillende oplossingen voor. Meer over de familiekudde op: http://www.familiekuddes.nl
Familiekuddes : Cor den Hartog houdt kalf bij de koe
Livestock Research, - \ 2012
Wageningen : Wageningen UR Livestock Research
melkveehouderij - dierenwelzijn - biologische landbouw - melkvee - dierlijke productie - melkveestapel - kuddes (herds) - diergezondheid - diergedrag - huisvesting, dieren - kalveren - melkkoeien - stallen - duurzame veehouderij - dairy farming - animal welfare - organic farming - dairy cattle - animal production - dairy herds - herds - animal health - animal behaviour - animal housing - calves - dairy cows - stalls - sustainable animal husbandry
Melkveehouder Cor den Hartog neemt deel aan het project Familiekudde. Den Hartog laat zijn kalveren tussen de melkkoeien door lopen zodat ze melk bij de moeder of bij een pleegmoeder kunnen drinken.
Concurrentiemonitor blank kalfsvlees
Bakker, T. ; Baltussen, W.H.M. ; Doorneweert, R.B. - \ 2012
Den Haag : LEI (LEI-rapport : Onderzoeksveld Markt & ketens ) - ISBN 9789086155668
rundveehouderij - kalveren - vleesvee - kalfsvlees - sectorale analyse - overheidsbeleid - sociaal-economische positie - marktconcurrentie - vleeskalveren - cattle husbandry - calves - beef cattle - veal - sectoral analysis - government policy - socioeconomic status - market competition - veal calves
In het kader van de jaarlijkse concurrentiemonitor heeft het LEI een studie gedaan naar de concurrentiekracht van de Nederlandse kalfsvleessector. Deze sector staat al sinds lang bekend om haar hoge kwaliteit en de belangrijke exportpositie. In dit rapport wordt de huidige internationale positie van de Nederlandse sector verder uitgediept. Daarnaast zijn aan de hand van een Porteranalyse de belangrijkste succesfactoren in kaart gebracht, te weten: de economische orde, het netwerk, de (thuis)markt en factorvoordelen. Ook het overheidsbeleid met betrekking tot de kalversector wordt belicht.
Bedrijfsspecifieke excretie voor bedrijven die uitsluitend jongvee voor de melkveehouderij opfokken = Farm specific N- and P-excretion for farms specialized in rearing young stock
Sebek, L.B. ; Derks, T. - \ 2012
Lelystad : Wageningen UR Livestock Research (Rapport / Wageningen UR Livestock Research 559) - 11
melkveehouderij - kalveren - opfoktechnieken - dierlijke meststoffen - excretie - normen - mineralenboekhouding - berekening - kwantitatieve methoden - dairy farming - calves - rearing techniques - animal manures - excretion - standards - nutrient accounting system - calculation - quantitative methods
Excretion forfaits (N and P) for young stock are based on animals on dairy farms. However N and P excretion of young stock kept on specialised young stock rearing farms differs from the forfaits. The farm specific excretion calculation method described in this report offers the possibility to deviate from the forfaits in a way accepted by the Dutch government.
Kalveren bij de Koe
Verwer, C.M. ; Wagenaar, J.P. - \ 2011
BioKennis bericht Zuivel & rundvlees 2011 (2011)24. - 4 p.
kalveren - dierenwelzijn - melkveehouderijsystemen - melkveehouderij - zoogkoeien - diergezondheid - calves - animal welfare - dairy farming systems - dairy farming - nurse cows - animal health
'Kalveren bij de koe’ is een heel aaibaar concept om dierenwelzijn te bevorderen. Het project was de afgelopen jaren goed voor veel aandacht. Het principe lijkt simpel, maar in de praktijk komt er veel bij kijken om succesvol kalveren bij de moeder op te fokken. In dit BioKennisbericht ervaringen van deelnemende boeren uit de periode 2009 tot 2011.
Kosten jongveeopfok berekenen met Jonkos
Evers, A.G. ; Haan, M.H.A. de - \ 2011
V-focus 8 (2011)5. - ISSN 1574-1575 - p. 44 - 45.
melkveehouderij - kalveren - opfoktechnieken - kalvervoeding - voer - kosten - bedrijfsinformatiesystemen - dairy farming - calves - rearing techniques - calf feeding - feeds - costs - management information systems
Wageningen UR Livestock Research, DLV, Wageningen UR Leerstoelgroep Bedrijfseconomie en de Universiteit Utrecht faculteit Diergeneeskunde hebben samen het rekenprogramma Jonkos ontwikkeld. Deze software brengt de kosten voor jongveeopfok in beeld. Er is een versie voor de melkveehouder en één voor de opfokker van jongvee gemaakt.
Check title to add to marked list
<< previous | next >>

Show 20 50 100 records per page

 
Please log in to use this service. Login as Wageningen University & Research user or guest user in upper right hand corner of this page.