Staff Publications

Staff Publications

  • external user (warningwarning)
  • Log in as
  • language uk
  • About

    'Staff publications' is the digital repository of Wageningen University & Research

    'Staff publications' contains references to publications authored by Wageningen University staff from 1976 onward.

    Publications authored by the staff of the Research Institutes are available from 1995 onwards.

    Full text documents are added when available. The database is updated daily and currently holds about 240,000 items, of which 72,000 in open access.

    We have a manual that explains all the features 

Current refinement(s):

Records 1 - 20 / 596

  • help
  • print

    Print search results

  • export
    A maximum of 250 titles can be exported. Please, refine your queryYou can also select and export up to 30 titles via your marked list.
  • alert
    We will mail you new results for this query: keywords==kosten
Check title to add to marked list
Weidevogelscenario’s : Mogelijkheden voor aanpak van verbetering van de weidevogelstand in Nederland
Melman, Dick ; Sierdsema, Henk - \ 2017
Wageningen : Wageningen Environmental Research (Wageningen Environmental Research rapport 2769) - 29
weidevogels - graslanden - populatiebiologie - landschapsbeheer - kosten - habitats - natuurbescherming - nederland - grassland birds - grasslands - population biology - landscape management - costs - nature conservation - netherlands
Onderhoudsstaat en onderhoudskosten van groen erfgoed in Nederland
Paulissen, Maurice ; Debie, Patricia ; Brus, Dick ; Koomen, Arjen ; Nieuwenhuizen, Wim ; Schuiling, Rini ; Verkuijl, Paul - \ 2016
Wageningen : Wageningen Environmental Research (Wageningen Environmental Research rapport 2773) - 81
tuinen - parken - nederland - kosten - onderhoud - groenbeheer - buitenplaatsen - gardens - parks - netherlands - costs - maintenance - management of urban green areas - country estates
Het onderzoek is uitgevoerd door Wageningen Environmental Research en onderzoeksbureau Debie & Verkuijl. De resultaten van het onderzoek naar de staat en onderhoudsbehoefte van groene rijksmonumenten zijn bij brief van 8 mei 2017 (TK 32 156, nr. 81) door de Minister aan de Tweede Kamer aangeboden. Kort samengevat blijkt dat 69% redelijk scoort, 20% goed, 11% matig en 0% slecht. Verontrustend is dat uit het onderzoek is gebleken dat van de beschermde groenaanleg in Nederland 30% totaal is verdwenen en dat 14% is aangetast. Grof afgerond betekent dit dus dat bijna de helft van de als groen aangewezen rijksmonument niet meer of nog slechts deels bestaat. Kanttekening hierbij is dat de beschrijvingen vaak decennia geleden zijn opgesteld en soms summier zijn. Controle is dus soms lastig. Het onderzoek betreft de instandhoudingsbehoefte van de onderhoudskosten om de groenaanleg door middel van sober en doelmatig onderhoud in redelijke staat te houden volgens de normen van de Leidraad subsidiabele instandhoudingskosten. De restauratiebehoefte is daarbij niet in kaart gebracht.
Een haalbaarheidsstudie naar integratie van elektrische voortstuwing in de visserijsector : Academic Consultancy Training
Born, Michael van den; Geurts, Joris ; Jong, Hermen de; Langezaal, Hugo ; Dreessen, Sebastiaan - \ 2016
Kenniskringvisserij.nl - 68 p.
fisheries - costs - fuels - electricity - visserij - kosten - brandstoffen - elektriciteit
De visserijsector heeft de laatste jaren te maken gehad met grote fluctuaties in visprijzen en brandstofkosten. Om de sector toekomstbestendig te maken moeten brandstofkosten worden verlaagd om zo minder invloed te hebben op de financiële resultaten. Daarnaast is het terugdringen van emissies en onafhankelijkheid van fossiele brandstoffen een steeds belangrijker thema. Daarom is in dit project onderzocht in hoeverre het mogelijk is om vissersschepen volledig elektrisch aan te drijven. De focus gelegd op drie thema’s: technische haalbaar, ecologisch verantwoord en economisch rendabel. Tevens is er een stakeholderanalyse uitgevoerd. De resultaten zijn samengevat in een sterkte-zwakte analyse.
Beprijzen van water voor de landbouw - geactualiseerde versie
Linderhof, Vincent ; Snellen, W.B. ; Schipper, P.N.M. ; Hattum, T. van; Veraart, J.A. - \ 2016
Stowa (Deltafactsheet ) - 6 p.
landbouw - beregening - oppervlaktewater - watergebruik - kosten - marktregulaties - agriculture - overhead irrigation - surface water - water use - costs - market regulations
Deze deltafact behandelt de achtergronden en mogelijkheden om water te beprijzen dat door de landbouw wordt gebruikt voor beregening. De nadruk hierbij ligt op het gebruik van oppervlaktewater en de haalbaarheid om water te beprijzen in tijden van watertekorten.
Onafhankelijke bemonstering vaste mest : globale indicatie van de kosten en administratieve lasten
Koeijer, T.J. de; Luesink, H.H. - \ 2016
Wageningen : LEI Wageningen UR (Rapport / LEI Wageningen UR 2016-050) - ISBN 9789462578494 - 35 p.
dierlijke meststoffen - rundvee - varkens - bemonsteren - kosten - methodologie - animal manures - cattle - pigs - sampling - costs - methodology
Bij invoering van de nieuwe systematiek van onafhankelijke bemonstering van de dikke fractie van rundvee- en varkensdrijfmest nemen de kosten voor de sector naar schatting toe met circa 2 mln. euro per jaar. Daarbij is aangenomen dat ondernemers kiezen voor de goedkoopste methode op basis van de gegeven inschatting van de kosten van de verschillende opties voor bemonstering en de logistieke situatie en aantallen transporten van dikke fractie van 2015. In dat geval zullen de ondernemers kiezen voor een variant waarin zo veel mogelijk met geautomatiseerde vrachtbemonstering wordt gewerkt, in combinatie met ‘handmatige bemonstering per partij vlak voor afvoer.
Effecten van derogatie op de kosten van mestafzet
Koeijer, T.J. de; Luesink, H.H. ; Blokland, P.W. - \ 2016
Wageningen : LEI Wageningen UR (Nota / LEI Wageningen UR 2016-024) - 15 p.
dierlijke meststoffen - mestverwerking - kosten - nitraten - mestbeleid - nederland - animal manures - manure treatment - costs - nitrates - manure policy - netherlands
De Nederlandse Zuivelorganisatie en LTO Nederland hebben LEI Wageningen UR gevraagd om de effecten van het eventueel wegvallen van de derogatie op de kosten van mestafzet en de benodigde mestverwerkingscapaciteit in beeld te brengen. Inzichten zijn verkregen via berekeningen met het LEI-mestmodel MAMBO, gebaseerd op het aantal bedrijven en dieren van het jaar 2013 en het mestbeleid van 2015. Gegeven de gehanteerde uitgangspunten, zoals voldoende beschikbaarheid van mestverwerkingscapaciteit, tonen de resultaten aan dat bij het wegvallen van de derogatie de totale mestafzetkosten voor de rundveehouderijsector met circa 116 mln. euro toenemen en die voor de varkenshouderij met 3 mln. euro afnemen. Voor de rundveehouderij komen daar circa 30 mln. euro aan kosten van extra stikstofkunstmest en 9 mln. euro aan kosten voor extra fosfaatkunstmest bij. In de akkerbouw nemen de kunstmestkosten met 3 mln. euro af. De benodigde mestverwerkingscapaciteit zal bij het wegvallen van de derogatie met ruim 75% moeten toenemen tot circa 41 mln. kg fosfaat. Omdat de benodigde mestverwerkingscapaciteit op het moment van het eventueel verlies van derogatie mogelijk niet beschikbaar is, is ook nagegaan wat het effect van het wegvallen van derogatie op het extra mestaanbod op de mestmarkt is als deze wordt gecompenseerd door een vermindering van het aantal graasdieren. Op basis van de dieraantallen van 2013 is dan een reductie van 20% van het aantal graasdieren nodig.
Een overzicht van de benodigde vergunningen en regelgeving voor de start van een viskweekbedrijf
Abbink, W. - \ 2016
Yerseke : IMARES (Rapport / IMARES C011/16) - 15 p.
vergunningen - visteelt - milieuwetgeving - wetgeving - overheid - kosten - permits - fish culture - environmental legislation - legislation - public authorities - costs
Het ministerie van EZ heeft IMARES Wageningen UR gevraagd om een overzicht te maken van de aanvraagprocedures voor benodigde vergunningen en bepalende regelgeving voor het opzetten van een viskweekbedrijf. In dit rapport zijn de procedures opgedeeld in de twee hoofdonderdelen Bouw en Milieu, en Dieren. De laatste jaren zijn met de invoering van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo, 2010) en de Waterwet (2009) tientallen wetten en regelgevingen samengevoegd en geïntegreerd. Dit heeft onder andere geleid tot de omgevingsvergunning, milieuvergunning en watervergunning, die van belang zijn bij het starten van een viskweekbedrijf. Via online modules kan gecontroleerd worden welke vergunningen of onderdelen van de vergunningen nodig zijn (de vergunningcheck), en de aanvraag van de benodigde vergunningen verloopt ook via een van deze modules. De aanvraag wordt automatisch naar de bevoegde lokale of regionale overheid gestuurd, die deze afhandelt. Door al deze maatregelen zijn de procedures om de verschillende benodigde vergunningen aan te vragen sterk versimpeld. De inhoudelijke wet- en regelgeving is hiermee echter niet versimpeld, en door de sterke digitalisatie is het moeilijk om gespecialiseerde ambtenaren rechtstreeks te benaderen. Op het gebied van de dieren zijn de vergunningen en de regelgeving veelal nationaal en/of Europees georganiseerd, en fungeert in de meeste gevallen de nVWA als centraal orgaan waarbij de regelgevingen kunnen worden bestudeerd en vergunningen moeten worden aangevraagd. De duur en de kosten voor het verkrijgen van de vergunningen zijn sterk afhankelijk van de precieze vergunningen of onderdelen van vergunningen die nodig zijn, en van de gemeente waar de vergunningen worden aangevraagd. Het invullen van de vergunningcheck is hierbij de belangrijkste leidraad. Ondernemers moeten rekening houden met een procedure tijd van zes maanden.
Beleid waterkwaliteit: kosten voor de landbouw : een quick scan : Een quick scan
Koeijer, T.J. de; Buurma, J.S. ; Luesink, H.H. ; Ruijs, M.N.A. - \ 2015
LEI Wageningen UR (Nota / LEI Wageningen UR LEI 2015-147) - 17 p.
landbouwsector - waterkwaliteit - mestbeleid - gewasbescherming - kosten - nederland - agricultural sector - water quality - manure policy - plant protection - costs - netherlands
Om een goede waterkwaliteit te realiseren, is er beleid voor het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen en mest. Dit rapport brengt de belangrijkste kostenposten op basis van de bij het LEI beschikbare informatie in beeld. De netto jaarkosten van het mestbeleid bedragen voor de landbouw in 2013 101 mln. euro. In 2015 is dit naar verwachting 159 mln. euro. Hiervan bedragen de kosten voor de veehouderijsectoren 386 mln. euro. De baten voor de akkerbouw, extensieve veehouderij en opengrondstuinbouw bedragen 227 mln. euro. De jaarkosten als gevolg van het gewasbeschermingsmiddelenbeleid bedragen voor 2013 in totaal 78 mln. euro. Hiervan is 18 mln. euro voor de akkerbouw en 60 mln. euro voor de glastuinbouw.
Recreatiemodule in Instrumentarium Kosten Natuurbeleid (IKN) : bepaling van de recreatiekosten
Blaeij, A.T. de; Michels, R. ; Verburg, R.W. ; Hennen, W.H.G.J. - \ 2015
Wettelijke Onderzoekstaken Natuur & Milieu (WOt-technical report 58) - 50 p.
openluchtrecreatie - natuurbescherming - natuurbeleid - bosrecreatie - economische modellen - kosten - nederland - recreatie - outdoor recreation - nature conservation - nature conservation policy - forest recreation - economic models - costs - netherlands - recreation
De Recreatiemodule in het Instrumentarium Kosten Natuurbeleid (IKN) is opgesteld om de kosten te bepalenvoor het toegankelijk en recreatief aantrekkelijker maken van natuur en landschap voor verschillendescenario’s. De module bestaat uit een rekenmodel en een kostendatabase. De kostendatabase is opgebouwdmet normkosten per eenheid recreatieve voorziening. Dit zijn voorzieningen die een gebied toegankelijk danwel recreatief aantrekkelijk maken. De Recreatiemodule is een aanvulling op het IKN-model. Dit technicaldocument is zo opgezet dat het op termijn kan dienen om de berekeningen met de Recreatiemodule teborgen conform ‘Status A’ van de WOT Natuur & Milieu. Het bevat daarom een theoretische onderbouwing eneen technische beschrijving van het model en de kostendatabase. Verder is er een beschrijving van dewerking ervan en de gebruikte gegevens. Doordat de inputkaarten voor het model nog ontbreken, heeftvalidatie van het model nog niet kunnen plaatsvinden
Opbrengsten en kosten in de kottersector : product van Kenniskringen visserij
Turenhout, M.N.J. ; Klok, A.J. ; Zaalmink, W. - \ 2015
visserij - vissersschepen - economische analyse - kosten - opbrengsten - duurzaamheid (sustainability) - fisheries - fishing vessels - economic analysis - costs - yields - sustainability
Als kottereigenaar is het van belang om economisch duurzaam te ondernemen. De kosten mogen gemiddeld niet hoger liggen dan de verkregen opbrengsten. Maar waar bestaan de kosten en opbrengsten in de kottersector daadwerkelijk uit? In deze factsheet van Kenniskringen Visserij wordt een overzicht gegeven van de belangrijkste kosten en opbrengsten.
Low cost drip irrigation in Burkina Faso : unravelling actors, networks and practices
Wanvoeke, M.J.V. - \ 2015
University. Promotor(en): Margreet Zwarteveen; Charlotte de Fraiture, co-promotor(en): J.P. Venot. - Wageningen University : Wageningen - ISBN 9789462576117 - 144
irrigatie - irrigatiesystemen - kosten - waterbeheer - waterbeleid - druppelbevloeiing - burkina faso - irrigation - irrigation systems - costs - water management - water policy - trickle irrigation

Title: Low cost drip irrigation in Burkina Faso: Unravelling Actors, Networks and Practices

In Burkina Faso, there is a lot of enthusiasm about Low Cost Drip Irrigation (LCDI) as a tool to irrigate vegetables, and thus improve food security, solve water scarcity and reduce poverty. Already for more than ten years, development cooperation donors, policy makers, and kit designers have invested in the technology, funded its dissemination, and encouraged farmers to adopt it. Yet, there are only very few farmers who are using the technology in their fields. This study shows that this is because the funds for paying the technology mostly do not come from them, but from external donors. For LCDI promoters and disseminators, LCDI is also importantly a tool to survive or make profits. For this, they need to continuously re-assert the success of the technology through reports and stories. Farmers agree to play this game, as they hope and do receive other benefits by associating themselves with LCDI projects.

Sixty-five data sets of profit, labour input, fertilizer and pesticide use in seventeen vegetable crops of the Arusha region, Tanzania
Everaarts, A.P. ; Putter, H. de - \ 2015
Lelystad : PPO AGV (PPO/PRI report 652) - 77
groenteteelt - rentabiliteit - input van landbouwbedrijf - kosten - arbeid (werk) - inkomen - tanzania - investering - penen - voederkool - koolsoorten - tomaten - aardappelen - bemesting - gewasbescherming - vegetable growing - profitability - farm inputs - costs - labour - income - investment - carrots - kale - cabbages - tomatoes - potatoes - fertilizer application - plant protection
This report contains the 65 individual crop data sets to the related report A.P. Everaarts, H. de Putter and A.P. Maerere, 2015. Profitability, labour input, fertilizer application and crop protection in vegetable production in the Arusha region, Tanzania.PPO Report 653.
Profitability, labour input, fertilizer application and crop protection in vegetable production in the Arusha region, Tanzania
Everaarts, A.P. ; Putter, H. de; Maerere, A.P. - \ 2015
Lelystad : PPO AGV (PPO/PRI report 653) - 37
groenteteelt - rentabiliteit - input van landbouwbedrijf - kosten - arbeid (werk) - inkomen - tanzania - investering - penen - voederkool - koolsoorten - tomaten - aardappelen - bemesting - gewasbescherming - vegetable growing - profitability - farm inputs - costs - labour - income - investment - carrots - kale - cabbages - tomatoes - potatoes - fertilizer application - plant protection
An analysis was made of the inputs, costs and profit of vegetable production in three areas in the Arusha region of Tanzania. The major aim of the study was to establish whether vegetable producers would have the means to invest in modern production methods, such as hybrid seeds and drip irrigation, to improve and intensify their production.
Aanpassing Instrumentarium Kosten Natuurbeleid (IKN) aan de typologie van het Subsidiestelsel Natuur en Landschap (SNL)
Verburg, R.W. ; Michels, R. ; Puister-Jansen, L.F. - \ 2015
Wageningen : Wettelijke Onderzoekstaken Natuur & Milieu (WOt-technical report 38) - 39
natuurbeleid - natuurbescherming - kosten - subsidies - natuur - nederland - nature conservation policy - nature conservation - costs - nature - netherlands
In de uitvoering van het natuurbeleid in Nederland is het Subsidiestelsel Natuur en Landschap (SNL) leidend geworden. In dit stelsel zijn nieuwe natuurtypen gedefinieerd en zijn maatregelen voor beheer uitgewerkt. Maatregelen om de stikstofdepositie te verlagen en verdrogingseffecten te verkleinen, zijn in de Programmatische Aanpak Stikstof (PAS) uitgewerkt. Het Instrumentarium Kosten Natuurbeleid (IKN) is een model dat de kosten van natuurbeleid kan doorrekenen. Deze kosten omvatten de kosten van (regulier) beheer en van eenmalige inrichtings- of herstelmaatregelen. Het Planbureau voor de Leefomgeving gebruikt het model IKN bij de doorrekening van veranderingen in het natuurbeleid, zoals in de Balans van de Leefomgeving en de Natuurverkenning. In dit rapport zijn de aanpassingen van IKN aan deze nieuwe ontwikkelingen beschreven en uitgewerkt
Verkenning van de mogelijkheid om waterplanten in te zetten als natuurlijke stuwen
Keizer-Vlek, H.E. ; Verdonschot, P.F.M. - \ 2015
Wageningen : Alterra, Wageningen-UR - 62
waterplanten - waterlopen - stuwen - zoetwaterconstructies - kosten - maaien - nederland - waterstromingsweerstand - aquatic plants - streams - weirs - freshwater structures - costs - mowing - netherlands - water flow resistance
Waterplanten vormen een essentieel onderdeel van laaglandbeken. Naast hun ecologische functie hebben ze een significante impact op de geomorfologie, waterkwaliteit en waterkwantiteit van laaglandbeken. In Nederland heeft historisch gezien de nadruk altijd gelegen op het verwijderen van waterplanten uit waterlopen om de primaire functie, het watervoerend vermogen, te handhaven. De hoge kosten van het maaibeheer in Nederland in combinatie met de aandacht voor de positieve ecologische effecten van waterplanten vanuit de Kaderichtlijn Water, de mogelijkheden om water vast te houden met behulp van waterplanten om zo verdroging van natuurgebieden en de toenemende droogteschade in de landbouw tegen te gaan, hebben geleid tot het idee om te kijken in hoeverre het mogelijk is om de werking van de stuwen in watergangen te vervangen door waterplanten.
Economische evaluatie : Star+ voor dier- en milieuvriendelijk huisvesting vleesvarkens
Vermeij, I. ; Aarnink, A.J.A. ; Classens, P.J.A.M. ; Verdoes, N. - \ 2015
V-focus (2015)juni 2015. - ISSN 1574-1575 - p. 35 - 37.
varkenshouderij - varkensstallen - dierenwelzijn - huisvesting, dieren - dierlijke productie - kosten - mestverwerking - economische evaluatie - varkens - pig farming - pig housing - animal welfare - animal housing - animal production - costs - manure treatment - economic evaluation - pigs
Voor de Star+-stal is een economische evaluatie uitgevoerd. Hiertoe is de Star+ vergeleken met een reguliere stal. Uit deze evaluatie blijkt dat een meerprijs van 8 eurocent per kg geslacht gewicht nodig is ten opzichte van een reguliere stal. Maar met een besparing op de mestafzetkosten en een reguliere hokbezetting kan de benodigde meerprijs fors worden teruggebracht.
Synthese monitoring mestmarkt 2006-2012
Koeijer, T.J. de; Luesink, H.H. ; Daatselaar, C.H.G. - \ 2014
Wageningen : Wettelijke Onderzoekstaken Natuur & Milieu (WOt-technical report 18)
dierlijke meststoffen - markten - monitoring - landbouwtellingen - schattingen - aanbod - vraag - kosten - landbouw - nederland - animal manures - markets - agricultural censuses - estimates - supply - demand - costs - agriculture - netherlands
De aanvoer en afzet van dierlijke mest via de mestmarkt in Nederland zijn op verzoek van het ministerie van Economische Zaken (EZ) voor de periode 2006-2012 in beeld gebracht. Dit is gedaan op basis van analyses van de Vervoersbewijzen Dierlijke Mest (VDM’s) van RVO.nl (Rijksdienst voor Ondernemend Nederland) en op basis van modelberekeningen met MAMBO. Dit WOt-technical report geeft een synthese van de resultaten. Op basis van vergelijkbare meststromen is het aanbod op basis van de VDM’s 73 mln. kg fosfaat. Op basis van modelberekeningen is dit aanbod 74 mln. kg fosfaat. De afzet naar landbouwbedrijven vormt met 40% de belangrijkste afzetpost op de VDM’s. De overige afzetposten op de VDM’s zijn export (28%), verwerking (28%), particulieren (3%) en overige bestemmingen (1%)
Strategies to reduce electricity consumption on dairy farms : an economic and environmental assessment
Upton, J.R. - \ 2014
University. Promotor(en): Imke de Boer; Peter Groot Koerkamp, co-promotor(en): L. Shalloo. - Wageningen : Wageningen University - ISBN 9789462570771 - 171
elektriciteit - energiegebruik - melkveehouderij - reductie - kosten - technologie - innovaties - economische analyse - milieutoets - electricity - energy consumption - dairy farming - reduction - costs - technology - innovations - economic analysis - environmental assessment

The aim of this thesis was to assess how, and to what extent, do managerial and technology changes affect electricity consumption, associated costs and greenhouse gas (GHG) emissions of dairy farms. Dairy farms in Ireland are expected to expand in the future, due to policy incentives and the abolishment of European Union milk quotas in 2015, which will result in an increased use of resources such as land, water, and energy, and increased emissions to the environment. In order to develop strategies to reduce electricity consumption associated costs and GHG emissions, it was necessary to understand the consumption trends and the hot-spots of electricity consumption within the farm. Therefore, we performed a life cycle assessment by quantifying the energy use on 22 commercial Irish dairy farms, from cradle-to-farm-gate. This analysis demonstrated that a total of 31.7 MJ of energy was required to produce one kg of milk solids, of which 20% was direct and 80% was indirect energy use. Electricity consumption was found to represent 12% of total cradle-to-farm-gate energy use or 60% of direct energy, and was centered on milk harvesting. Following this analysis we devised two main groups of strategies, i.e. ‘cost strategies’ and ‘energy strategies’. ‘Cost strategies’ consisted of measures that could save on-farm costs but no energy or related emissions, such as, moving to a new electricity tariff or decoupling large electricity users, such as water heating, from milking times and shifting them to off-peak periods when electricity price is lower. Examples of ‘energy strategies’ are; the use of variable speed vacuum pumps on the milking machine, pre-cooling of milk and solar thermal technologies to provide hot water for cleaning purposes. A mechanistic model of electricity consumption that simulates farm equipment on an hourly and monthly basis was developed to further evaluate the ‘cost’ and ‘energy’ strategies. We used this model to show that a Day & Night electricity tariff minimised annual electricity costs, while a Flat tariff would increase the electricity costs by between 16% and 34%, depending on farm size. We also discovered that milking earlier in the morning and later in the evening reduced the simulated annual electricity consumption and related GHG emissions by between 5% and 7%, depending on farm size. An analysis of ‘energy strategies’ was carried out which revealed that that the ideal blend of technologies to maximise farm profitability while also reducing electricity consumption and GHG emissions, consisted of a direct expansion milk tank with pre-cooling of milk with well water to 15°C, electrical water heating and standard vacuum pumps. An individual farmer can also choose to increase his or her use of renewable energy by adding solar thermal water heating with the trade-off of reduced profitability and negative return on investment figures. This analysis highlighted the need for an investment appraisal approach to technology investments on dairy farms.

Sustainable reverse logistics for household plastic waste
Bing, X. - \ 2014
University. Promotor(en): Jack van der Vorst; Jacqueline Bloemhof-Ruwaard. - Wageningen : Wageningen University - ISBN 9789462570870 - 205
logistiek - huishoudens - afval - duurzaamheid (sustainability) - kunststoffen - modelleren - transport - kosten - logistics - households - wastes - sustainability - plastics - modeling - costs

Summary of the thesis titled “Sustainable Reverse Logistics for Household Plastic Waste”

PhD Candidate: Xiaoyun Bing

Recycled plastic can be used in the manufacturing of plastic products to reduce the use of virgin plastics material. The cost of recycled plastics is usually lower than that of virgin plastics. Therefore, it is environmentally and economically beneficial to improve the plastic recycling system to ensure more plastic waste from households is properly collected and processed for recycling.

Plastic waste has a complex composition and is polluted, thus requires a substantial technical effort to separate the plastics from the waste and to sort these into recyclable materials. There are several alternatives in the existing collection methods (curb-side and drop-off) and separation methods (source separation and post-separation). It is challenging to select a suitable combination of these methods and to design a network that is efficient and sustainable. It is necessary to build a suitable, efficient and sustainable recycling network from collection to the final processor in order to provide solutions for different future scenarios of plastics household waste recycling. Decision support is needed in order to redesign the plastic waste reverse logistics so that the plastic waste recycling supply chain can be improved towards a more sustainable direction. To improve the efficiency in the recycling of plastic packaging waste, insights are required into this complex system. Insights solely on a municipal level are not sufficient, as the processing and end market are important for a complete network configuration. Therefore, we have investigated the problem at three levels: municipal, regional, and global. Decision support systems are developed based on optimization techniques to explore the power of mathematical modelling to assist in the decision-making process.

This thesis investigates plastic waste recycling from a sustainable reverse logistics angle. The aim is to analyse the collection, separation and treatments systems of plastic waste and to propose redesigns for the recycling system using quantitative decision support models.

We started this research project by identifying research opportunities. This was done through a practical approach that aimed to find future research opportunities to solve existing problems (Chapter 2). We started from a review of current municipal solid waste recycling practices in various EU countries and identified the characteristics and key issues of waste recycling from waste management and reverse logistics point of view. This is followed by a literature review regarding the applications of operations research. We conclude that waste recycling is a multi-disciplinary problem and that research opportunities can be found by considering different decision levels simultaneously. While analyzing a reverse supply chain for Municipal Solid Waste (MSW) recycling, a holistic view and considering characteristics of different waste types are necessary.

Municipal Level

In Chapter 3, we aim to redesign the collection routes of household plastic waste and compare the collection options at the municipal level using eco-efficiency as a performance indicator. The collection problem is modeled as a vehicle routing problem. A tabu search heuristic is used to improve the routes. Scenarios are designed according to the collection alternatives with different assumptions in collection method, vehicle type, collection frequency, and collection points, etc. The results show that the source-separation drop-off collection scenario has the best performance for plastic collection, assuming householders take the waste to the drop-off points in a sustainable manner.

In Chapter 4, we develop a comprehensive cost estimation model to further analyze the impacts of various taxation alternatives on the collection cost and environmental impact. This model is based on such variables as fixed and variable costs per vehicle, personnel cost, container or bag costs, as well as emission costs (using imaginary carbon taxes). The model can be used for decision support when strategic changes to the collection scheme of municipalities are considered. The model, which considers the characteristics of municipalities, including degree of urbanization and taxation schemes for household waste management, was applied to the Dutch case of post-consumer plastic packaging waste. The results showed that post-separation collection generally has the lowest costs. Curb-side collection in urban municipalities without residual waste collection taxing schemes has the highest cost. These results were supported by the conducted sensitivity analysis, which showed that higher source-separation responses are negatively related to curb-side collection costs.

Regional Level

Chapter 5 provides decision support for choosing the most suitable combination of separation methods in the Netherlands. Decision support is provided through an optimized reverse logistics network design that makes the overall recycling system more efficient and sustainable, while taking into account the interests of various stakeholders (municipalities, households, etc.). A mixed integer linear programming (MILP) model, which minimizes both transportation cost and environmental impact, is used to design this network. The research follows the approach of a scenario study; the baseline scenario is the current situation and other scenarios are designed with various strategic alternatives. Comparing these scenarios, the results show that the current network settings of the baseline situation is efficient in terms of logistics, but has the potential to adapt to strategic changes, depending on the assumptions regarding availability of the required processing facilities to treat plastic waste. In some of the tested scenarios, a separate collection channel for polyethylene terephthalate (PET) bottles is cost-efficient and saves carbon emission. Although the figures differ depending on the choices in separation method made by municipalities, our modeling results of all the tested scenarios show a reduction in carbon emissions of more than 25 percent compared to the current network.

Chapter 6 studies a plastic recycling system from a reverse logistics angle and investigates the potential benefits of a multimodality strategy to the network design of plastic recycling. The aim was to quantify the impact of multimodality in the network in order to provide decision support for the design of more sustainable plastic recycling networks in the future. A MILP model is developed in order to assess different plastic waste collection, treatment, and transportation scenarios. A baseline scenario represents the optimized current situation, while other scenarios allow multimodality options (barge and train) to be applied. With our input parameter settings, results show that transportation costs contribute to approximately 7 percent of the total costs, and multimodality can help reduce transportation costs by almost 20 percent (CO_2-eq emissions included). In our illustrative case with two plastic separation methods, the post-separation channel benefits more from a multimodality strategy than the source-separation channel. This relates to the locations and availability of intermediate facilities and the quantity of waste transported on each route.

Global Level

After the regional network redesign, Chapter 7 shows a global network redesign. The aim of this chapter was to redesign a reverse supply chain from a global angle based on a case study conducted on household plastic waste distributed from Europe to China. Emissions trading restrictions are set on processing plants in both Europe and China. We used a mixed-integer programming model in the network optimization to decide on location reallocation of intermediate processing plants under such restrictions, with the objective of maximizing total profit under Emission Trading Schemes (ETS). Re-locating facilities globally can help reduce the total cost. Once carefully set, ETS can function well as incentive to control emissions in re-processors. Optimization results show that relocating re-processing centers to China reduces total costs and total transportation emissions. ETS applied to re-processors further helps to reduce emissions from both re-processors and the transportation sector. Carbon caps should be set carefully in order to be effective. These results give an insight in the feasibility of building a global reverse supply chain for household plastic waste recycling and demonstrate the impact of ETS on network design. The results also provide decision support for increasing the synergy between the policy for global shipping of waste material and the demand of recycled material.

Conclusions

Chapter 8 summarizes the findings from chapters 2 to 7 and provides brief answers to the research questions. Beyond that, the integrated findings combine the results from different decision levels and elaborate the impacts of various system characteristics and external factors on the decision making in order to achieve an improved sustainable performance. Main findings are:

Regarding the impact of carbon cost, the results from different chapters are consistent in terms that emission cost is only a small part of the total cost, even when carbon cost is set at its historically highest figure. When carbon price is set to a different value, impact of carbon cost on the change of optimization results is higher on the upstream of the reverse supply chain for plastic waste than the downstream.In Emission Trading scheme (ETS), carbon cap has a larger impact on eco-efficiency performance of the global network than carbon price.On one decision level, models can help to find the ``best option". For example, in the collection phase, the average total collection costs per ton of plastic waste collected for source-separation municipalities are more than twice of the post-separation municipalities' collection costs due to the frequent stops made and idling time at each stop. From the regional network perspective, post-separation scenarios have higher costs and environmental impact than source separation due to the limited number of separation centers compared to the numerous cross-docking sites for source-separation. When combining decision levels, however, it is difficult to find one ``best option" that fits all, as there are contradictory results when looking at the same factor from different decision levels. Through decision support models, we provided clear insights into the trade-offs and helped to quantify the differences and identify key factors to determine the differences.Population density differences in various municipalities influence the performance of curbside collection more than drop-off collection.

This information is valuable for decision makers to consider in the decision making process. Finally, managerial insights derived from sustainable reverse logistics for household plastic waste are summarized in conclusion section.

Cisgenese drukt kosten phytophthorabestrijding
Kessel, G.J.T. - \ 2014
Boerderij 99 (2014)49. - ISSN 0006-5617 - p. 61 - 61.
akkerbouw - aardappelen - gewasbescherming - genetische gewasbescherming - resistentie van variëteiten - phytophthora infestans - plantenveredeling - cisgenese - kosten - opbrengst - veldproeven - arable farming - potatoes - plant protection - genetic control - varietal resistance - plant breeding - cisgenesis - costs - outturn - field tests
Wageningen UR test op aardappelen die via cisgenese zijn voorzien van een of meer genen, die ze beter bestand maken tegen phytophthora. Bij cisgenese worden soorteigen genen uit wilde aardappelplanten gebruikt. (Bij transgenese gaat het om soortvreemde genen.)
Check title to add to marked list
<< previous | next >>

Show 20 50 100 records per page

 
Please log in to use this service. Login as Wageningen University & Research user or guest user in upper right hand corner of this page.