Staff Publications

Staff Publications

  • external user (warningwarning)
  • Log in as
  • language uk
  • About

    'Staff publications' is the digital repository of Wageningen University & Research

    'Staff publications' contains references to publications authored by Wageningen University staff from 1976 onward.

    Publications authored by the staff of the Research Institutes are available from 1995 onwards.

    Full text documents are added when available. The database is updated daily and currently holds about 240,000 items, of which 72,000 in open access.

    We have a manual that explains all the features 

Current refinement(s):

Records 1 - 20 / 33

  • help
  • print

    Print search results

  • export

    Export search results

  • alert
    We will mail you new results for this query: keywords==kostenbeheersing
Check title to add to marked list
Met scheiding minder mestafvoer en lagere kunstmestkosten
Evers, A.G. ; Galama, P.J. - \ 2016
V-focus 2016 (2016)1. - ISSN 1574-1575 - p. 38 - 39.
mestverwerking - kunstmeststoffen - agrarische bedrijfsvoering - scheiding - melkveehouderij - intensieve veehouderij - kosten-batenanalyse - kostenbeheersing - manure treatment - fertilizers - farm management - separation - dairy farming - intensive livestock farming - cost benefit analysis - cost control
Toepassen van mestscheiding kan bij melkveehouders die veel mest moeten afvoeren een hoger inkomen opleveren. Besparing op kosten voor mestafvoer is mogelijk omdat de dikke fractie meer mineralen bevat dan drijfmest. Ook blijft er meer werkzame stikstof en kali uit dierlijke mest op het bedrijf, zodat minder kunstmestaankoop nodig is. In dit artikel is voor een intensief melkveebedrijf berekend hoeveel bespaard kan worden bij verschillende scheidingsrendementen en prijzen voor mestscheiding en -afzet.
'Rode draad is dat kosten zuivering naar beneden moeten' (interview met Ellen Beerling en Jim van Ruijven0
Velden, P. van; Beerling, E.A.M. ; Ruijven, J.P.M. van - \ 2014
Onder Glas 11 (2014)1. - p. 42 - 43.
glastuinbouw - oppervlaktewater - waterzuivering - methodologie - irrigatiewater - technieken - recirculatiesystemen - kostenbeheersing - efficiëntie - greenhouse horticulture - surface water - water treatment - methodology - irrigation water - techniques - recirculating systems - cost control - efficiency
Actief kool, ozon, waterstofperoxide en UV zijn allen bruikbaar om er voor te zorgen dat er geen resten van gewasbeschermingsmiddelen in het oppervlaktewater terecht komen. Watervlooien waarschuwen of er misschien toch nog een toxische stof is achtergebleven. Onderzoekers Ellen Beerling en Jim van Ruijven vervolgen hun zoektocht naar een goede en betaalbare zuiveringsmethode.
Nieuwe kasconcepten: goed voor energierekening, sector nu aan zet (interview met Feije de Zwart, Frank Kempkes en Jan Janse)
Bezemer, J. ; Zwart, H.F. de; Kempkes, F.L.K. ; Janse, J. - \ 2013
Onder Glas 10 (2013)11. - p. 29 - 31.
glastuinbouw - kassen - kastechniek - vergelijkend onderzoek - energiebesparing - aangepaste technologie - bouwconstructie - kostenbeheersing - potplanten - groenten - greenhouse horticulture - greenhouses - greenhouse technology - comparative research - energy saving - appropriate technology - building construction - cost control - pot plants - vegetables
De afgelopen jaren is een aantal nieuwe kasconcepten ontwikkeld. Maar hoe presteren de verschillende nieuwe kassen, met elk een specifieke technologie, als het gaat om energiebesparing? En kunnen zij concurreren met de praktijk als het gaat om de producties? En wat kosten zij? We zetten de zaken op een rijtje.
Details van virusoverdracht door bladluizen in lelie : een zoektocht naar optimale gewasbescherming met oog voor milieubelasting en kosten
Kock, M.J.D. de; Lemmers, M.E.C. ; Aanholt, J.T.M. van; Weijnen-Derkx, M.P.M. - \ 2013
Lisse : Praktijkonderzoek Plant & Omgeving, Business Unit Bloembollen, Boomkwekerij & Fruit - 60
lelies - virusziekten - aphididae - gewasbescherming - overdracht - symptoomloos lelievirus - milieubeheersing - landbouwkundig onderzoek - effecten - geïntegreerde bestrijding - kostenbeheersing - lilies - viral diseases - plant protection - transfer - lily symptomless virus - environmental control - agricultural research - effects - integrated control - cost control
Het in dit rapport beschreven onderzoek richt zich op de optimalisatie van bescherming van lelie tegen de overdracht van Lelie mozaïekvirus (LMoV) en Symptoomloos lelievirus (LSV) door bladluizen. Het onderzoek is in de periode 2009-2012 uitgevoerd. Elk onderzoeksjaar had eigen specifieke vraagstellingen met de daarbij behorende proefopzet. In de eerste twee onderzoeksjaren is de bladluizenpopulatie wekelijks in detail via vangbakken en vangplaten bestudeerd. Gedurende het teeltseizoen zijn er in beide jaren 40-50 soorten bladluizen aangetroffen, waaronder ook veel bladluissoorten waarvan bekend is dat deze LMoV en/of LSV kunnen verspreiden. Qua populatiesamenstelling is er tussen de twee jaar vrij veel overlap, maar er zijn ook verschillen tussen de twee jaar zichtbaar. Zelfs wanneer er geen gewasbescherming werd uitgevoerd, werd vier jaar lang geen kolonisatie van bladluizen op de lelies waargenomen. Deze leliebollen waren ook niet behandeld met Admire. Blijkbaar is lelie geen geschikte waardplant voor bladluis of zijn er voldoende natuurlijke vijanden aanwezig. Verspreiding van LMoV en LSV vond gedurende het hele teeltseizoen van lelie plaats. Verspreiding van LMoV vond iets meer in de eerste helft van het seizoen plaats en werd in meerdere herhalingen van proefveldjes waargenomen. Daarentegen vond de verspreiding van LSV iets meer in de tweede helft plaats en was meer lokaal van aard in één of twee van de vier herhalingen. In periodes met ‘normale’ weersomstandigheden zonder extremen kan met een wekelijkse dosis minerale olie en pyrethroïden de virusverspreiding goed beheerst worden, ondanks dat er tijdelijk grotere aantallen bladluizen aanwezig zijn geweest. Het bleek dat in een relatief warme periode met hogere zonkracht/straling en in een periode met veel neerslag de toegepaste gewasbescherming minder effectief is geweest waardoor in deze periode extra virusverspreiding heeft kunnen plaatsvinden. De resultaten uit de eerste twee jaar van dit project (fase 1) hebben geleid tot een beter begrip voor het moment waarop virusverspreiding plaats kan vinden en op welke momenten gewasbescherming effectief moet zijn. Tevens heeft de monitoring van bladluizen meer inzicht gegeven in de bladluizen populatiedynamiek en de relatie met de virusverspreiding die tegelijkertijd kan optreden. In de tweede fase van dit onderzoeksproject is onderzocht wat het beste recept is voor optimale gewasbescherming tegen virusoverdracht door bladluizen waarbij tevens aandacht werd gegeven voor milieubelasting en de kosten van gewasbescherming. In twee opvolgende jaren is aangetoond dat wekelijkse toepassing van minerale olie een duidelijk positief effect had op de beheersing van virusoverdracht door bladluizen. Toevoeging van een pyrethroïde versterkte deze beheersing. De extra toevoeging van een insecticide resulteerde bij de lelies in de proefopzet niet in een extra reductie van virusoverdracht. Een insecticide heeft daarom op basis van deze resultaten geen toegevoegde waarde voor de beheersing van virusoverdracht door bladluizen. Negatieve effecten van een insecticide zijn ook niet waargenomen. Er wordt wel eens gesuggereerd dat toevoeging van een pyrethroïde of een insecticide het vluchtgedrag van bladluizen onrustiger zou maken wat een negatief effect zou hebben op virusverspreiding in een partij. Onderzoek heeft hiervoor geen aanwijzingen gevonden. Sinds enkele jaren is er een Luis/virus weerfax beschikbaar die op basis van weersverwachtingen advies geeft over het moment van gewasbescherming op de dag en de frequentie per week. Het tijdelijk verhogen van de frequentie van gewasbescherming in periodes met hogere temperaturen en veel zonkracht had geen effect op het viruspercentage. Grote meerwaarde van de Luis/virus weerfax zit hem in het inzicht in het optimale moment van gewasbescherming voor de eerstvolgende dagen. Met deze informatie kan een veel betere planning gemaakt worden. De frequentie van gewasbescherming tegen virusoverdracht door bladluizen kan vanaf half augustus gehalveerd worden tot 1x per twee weken. Onderzoek van twee opvolgende jaren toonde aan dat er bij dit recept niet extra virusinfectie optrad. Een belangrijk inzicht uit dit onderzoek is het feit dat gewasbescherming op de virusbron veel effectiever werkt dan gewasbescherming op de ontvangende plant. Van te voren was niet te verwachten dat de waargenomen verschillen zo groot zouden zijn. In de proefopzet moet hiermee dus rekening gehouden worden. In dit project is daarom in de loop van de tijd een steeds betere proefopzet ontwikkeld: - virusbron in de proefveldjes in netten geplant zodat deze bij het rooien apart te verwijderen zijn, - zones met bufferplanten die de proefveldjes met verschillende behandelingen voldoende van elkaar scheiden zodat naast elkaar gelegen behandelingen elkaar niet beïnvloeden. Er wordt geadviseerd deze indeling van een proefveld algemeen toe te gaan passen bij onderzoek naar effectiviteit van middelen. In het laatste deel van dit rapport wordt de achtergrond van functionele agrobiodiversiteit (FAB) beschreven en is er een analyse gemaakt in hoeverre de inzet van barrière planten een bijdrage kan leveren aan een verdere beheersing van virusoverdracht door bladluizen bij lelie. In de wetenschappelijke literatuur zijn diverse voorbeelden beschreven van een bijdrage van FAB bij de beheersing van virusverspreiding door bladluizen. Dit onderzoek is echter niet uitgevoerd onder teeltomstandigheden die in Nederland van toepassing zijn. Onderzoek naar FAB voor de beheersing van virusoverdracht onder Nederlandse teeltomstandigheden is zeker van belang vanwege de lokale populaties bladluizen en natuurlijke vijanden. Dit rapport somt een aantal aanbevelingen op die relevant zijn om te betrekken bij onderzoek naar functionele agrobiodiversiteit tegen virusoverdracht door bladluizen. Op basis van dit onderzoek zijn er diverse conclusies en aanbevelingen geformuleerd: o Voor een duurzame teelt van lelies wordt allereerst geadviseerd om zoveel als mogelijk met virusvrije of virusarme partijen lelie te werken. o Houd bij het maken van het teeltplan vooral ook rekening met de virusstatus van partijen en probeer virusvrije partijen apart te telen van partijen die besmet zijn met LMoV en/of LSV. o Een wekelijkse gewasbescherming met minerale olie en pyrethroïde is van groot belang wanneer men de lelies wil beschermen tegen virusinfecties door bladluizen. o Houdt bij het moment van gewasbescherming dan vooral ook rekening met het optimale moment van gewasbescherming. De Luis/virus weerfax is hierbij een zeer functionele hulpmiddel. o Dit onderzoek heeft geen additionele effecten van een insecticide aangetoond. o Daarentegen zijn er ook geen aanwijzingen gevonden dat pyrethroïden en insecticiden lokale virusverspreiding juist zouden stimuleren vanwege het onrustiger gedrag van bladluizen die worden blootgesteld aan pyrethroïden en insecticiden. o Het halveren van de frequentie van gewasbescherming vanaf half augustus levert geen extra risico op maar resulteert wel in een lagere milieubelasting en reductie in kosten voor gewasbescherming. Aanpassing van de frequentie vanaf half augustus is daarom zeker het overwegen waard wanneer de virusdruk in een partij/perceel laag is.
Regio producten, Usp of Utopie?
Scheer, F.P. ; Snels, J.C.M.A. - \ 2013
Wageningen : Wageningen UR - Food & Biobased Research (Rapport / Wageningen UR Food & Biobased Research 1359) - ISBN 9789461734839 - 28
logistiek - regionale voedselketens - streekgebonden producten - ketenmanagement - marketingkanalen - kostenbeheersing - agrodistributie - logistics - regional food chains - regional specialty products - supply chain management - marketing channels - cost control - agro distribution
Hoe kan de logistiek rondom de vele initiatieven om streekproducten bij de consument te krijgen slimmer worden georganiseerd? Lastig, blijkt uit de discussie tijdens de bijeenkomst over Agrologistiek georganiseerd door het platform Agrologistiek bij Connekt in Delft. Toch lijken de oplossingen dichterbij te zijn dan iedereen denkt.
Ecologische Hoofdstructuur en Recreatie om de Stad (2007-2010) Evaluatie van methoden, kosten en prestaties in ILG-kader
Silvis, H.J. ; Schrijver, R.A.M. ; Rijk, P.J. ; Gaaff, A. - \ 2012
Den Haag : LEI Wageningen UR (Nota / LEI : Werkveld, Sector & ondernemingsschap ) - 28
regionale planning - regionale ontwikkeling - recreatie - ecologische hoofdstructuur - kostenbeheersing - provincies - inventarisaties - regional planning - regional development - recreation - ecological network - cost control - provinces - inventories
In het kader van het Investeringsbudget Landelijk Gebied (ILG) hebben de provincies in de periode 2007-2010 grond verworven en ingericht voor de Ecologische Hoofdstructuur (EHS) en de Recreatie om de Stad (RodS). Dit rapport beschrijft hoe ze dit hebben gedaan en beoordeelt de gerealiseerde uitgaven op marktconformiteit. Het gaat hierbij om verwervingskosten en inrichtingskosten per hectare, waarbij op hoofdlijnen inzicht wordt gegeven in de verschillen tussen de provincies. Het oordeel over de kosten en prestaties is gebaseerd op gegevens die aangeleverd zijn door DLG (Dienst Landelijk Gebied), die uitvoerder is van de gemaakte afspraken tussen Rijk en provincies om de doelstelling voor EHS en RodS te realiseren.
Mountainbikers op de Utrechtse Heuvelrug : een voorstel voor een uitdagende en financieel haalbare routestructuur waarbij beheer en aansprakelijkheid geregeld zijn
Hoofwijk, H. ; Stobbelaar, D.J. - \ 2012
Wageningen : Wageningen UR, Wetenschapswinkel (Rapport / Wageningen UR, Wetenschapswinkel rapport 281) - ISBN 9789085857372 - 72
fietsen - openluchtrecreatie - bosschade - landschapsbeheer - kostenbeheersing - natuurgebieden - ecosysteemdiensten - utrechtse heuvelrug - bicycling - outdoor recreation - forest damage - landscape management - cost control - natural areas - ecosystem services
Het Nationaal Park Utrechtse Heuvelrug (NPUH) is een belangrijk gebied voor mountainbikers. Terreinfietsers (lokaal, regionaal en uit andere delen van het land) komen naar de omgeving van Amerongen, Leersum en Veenendaal om daar hun sport te beoefenen. De huidige mountainbikeroutes (vier routes tussen Rhenen, Veenendaal, Amerongen en Leersum) schieten tekort doordat de routes te druk, te kort en niet uitdagend genoeg zijn. Bovendien zijn er geen routes te vinden in het westelijk gedeel van het gebied. Sommige mountainbikers kiezen daardoor geheel of gedeeltelijk hun eigen route. Voor de meeste terreineigenaren is deze ongereguleerde aanwezigheid van mountainbikers op hun terrein niet gewenst. De conflicten tussen terreineigenaren, wandelaars en natuur aan de ene kant en mountainbikers aan de andere kant zullen daarom bij ongewijzigd beleid alleen maar toenemen. Uit onderzoek onder terreinfietsers is gebleken dat zij bereid zijn voor een verbeterde routestructuur toegang te betalen, bij conservatieve schattingen: 2 euro voor een dagkaart, 15 euro voor een jaarkaart. Deze bedragen vermenigvuldigd met de huidige aantallen bezoekers (conservatieve schattingen) geven voldoende inkomsten om het recreatieschap te betalen voor het overnemen van beheer en aansprakelijkheid en de terreineigenaren te belonen voor het openstellen van hun terrein.
Nieuw poolfust Utilysys levert hele sector geld op (onderzoek Henk Gude)
Dwarswaard, A. ; Gude, H. - \ 2011
BloembollenVisie 2011 (2011)216. - ISSN 1571-5558 - p. 54 - 54.
kratten - vervoerskwaliteit - bloembollen - schadepreventie - kostenbeheersing - kwaliteitszorg - crates - transporting quality - ornamental bulbs - loss prevention - cost control - quality management
Na een zorgvuldige voorbereiding werd op 31 maart 2011 onder de naam Utilysys een nieuwe krat voor de bloembollen- en vasteplantensector gepresenteerd. Geen gewoon fust, maar een poolfust, bestemd voor het transport van de ene naar de andere partij. De voordelen werden tijdens de officiële presentatie uit de doeken gedaan. Niet alleen aan kosten kan er fors worden bespaard, maar ook op kwaliteitsgebied, omdat er minder hoeft te worden omgestort.
Naar gesloten waterkringloop op substraatbedrijven: Met hergebruik van drainwater valt nog veel te besparen (interview met Ellen Beerling en Chris Blok)
Staalduinen, J. van; Beerling, E.A.M. ; Blok, C. - \ 2011
Onder Glas 8 (2011)1. - p. 4 - 5.
glastuinbouw - teelt onder bescherming - cultuur zonder grond - hergebruik van water - waterkwaliteit - zuiveren - drainagewater - pesticiden - gesloten systemen - kostenbeheersing - greenhouse horticulture - protected cultivation - soilless culture - water reuse - water quality - purification - drainage water - pesticides - closed systems - cost control
Het project Glastuinbouw Waterproof zet in op een gesloten waterkringloop op substraatbedrijven. Onderzoek moet daarvoor nieuwe mogelijkheden creëren en doorontwikkelen. De drie sporen waarlangs dat gestalte krijgt zijn het opheffen van groeiremmingen als aanleiding voor spuien, intensiever hergebruik van drainwater door optimalisatie van de bemesting en tenslotte het zuiveren van lozingswater. Intensiever hergebruik van drainwater kan bedrijven duizenden euro’s per jaar besparen.
Verkenning duurzame energieproductie landbouwbedrijven : een onderzoek naar de mogelijkheden voor energieproductie op het agrarische bedrijf (open teelten, melkveehouderij en intensieve veehouderij)
Terbijhe, A. ; Voort, M.P.J. van der; Reeuwijk, P. van; Veltman, R. - \ 2010
Wageningen : ACRRES - Wageningen UR - 87
landbouwsector - biomassa - duurzaamheid (sustainability) - kostenbeheersing - innovaties - duurzame energie - co-vergisting - biobrandstoffen - energieproductie in de landbouw - biobased economy - agricultural sector - biomass - sustainability - cost control - innovations - sustainable energy - co-fermentation - biofuels - agricultural energy production
De agrarische sector speelt een belangrijke rol bij het realiseren van duurzame energie in Nederland. De overheid kan dit verder ondersteunen door opwekking en gebruik van duurzame energie binnen landbouw-bedrijven te stimuleren, gebruikmaking van eigen grondstoffen mogelijk te maken en ruimte te bieden aan innovaties. Duurzame energie op basis van biomassa biedt daarbij de meeste kansen. Dit zijn de belangrijkste conclusies uit dit rapport, dat is samengesteld door het Application Centre for Renewable Resources (ACRRES in Lelystad, onderdeel Wageningen UR) en Energieonderzoek Centrum Nederland (ECN). Het geeft inzicht in de perspectieven voor duurzame energie op agrarische bedrijven en de mogelijkheden voor kostenreductie.
Vermindering van de uitstoot van broeikasgassen op het melkveebedrijf : berekeningen voor praktijkbedrijven = Decreasing greenhouse gas emissions on dairy farms
Vellinga, Th.V. ; Haan, M.H.A. de; Evers, A.G. - \ 2009
Lelystad : Animal Sciences Group (Rapport / Animal Sciences Group, Wageningen UR 211) - 26
emissie - kostenbeheersing - broeikasgassen - melkveehouderij - melkvee - melkveebedrijven - emission - cost control - greenhouse gases - dairy farming - dairy cattle - dairy farms
Calculations of greenhouse gas emissions on dairy farms and of mitigation options show that there is variation in cost-effectiveness of these options. An emission reduction of 100 to 200 gram can be realized by applying a combination of mitigation options. The farm income can vary from a slight decrease to a strong increase. The target of 30% reduction of emissions can be realized by adding the effects calculated to the reduction of emissions realized between 1990 and 2007
Aardappelteelt: grote verschillen in kosten en kostprijs pootgoed
Prins, H. ; Janssens, S.R.M. - \ 2008
Agri-monitor 2008 (2008)april. - ISSN 1383-6455 - 2
akkerbouw - aardappelen - pootaardappelen - agrarische bedrijfsvoering - kostenbeheersing - bedrijfsgrootte in de landbouw - bedrijfsresultaten in de landbouw - bedrijfsgegevens - arable farming - potatoes - seed potatoes - farm management - cost control - farm size - farm results - farm accountancy data
In de pootaardappelsector lopen de kosten tussen de bedrijven sterk uiteen. Gemiddeld genomen hebben grotere bedrijven lagere kosten, vooral vanwege de efficiëntere inzet van arbeid en werktuigen. Binnen de grootteklassen is de spreiding echter omvangrijker dan tussen de klassen. Daarnaast zijn er ook regionale verschillen in de kosten van pootaardappelbedrijven.
Bundel versnipperde plantenkennis in gemeentegroen
Hop, M.E.C.M. - \ 2008
Tuin en Landschap 30 (2008)14. - ISSN 0165-3350 - p. 15 - 16.
overblijvende planten - stedelijke gebieden - groene zones - soorten - kostenbeheersing - onderhoud - openbaar groen - gemeenten - perennials - urban areas - green belts - species - cost control - maintenance - public green areas - municipalities
Onderzoek toont aan dat er voldoende vaste planten zijn, die tegen lage kosten onderhouden kunnen worden. Versnipperde kennis weerhoudt de vaste planten vooralsnog van een terugkeer in het openbaar groen. Bundelen van die kennis, onder leiding van de gemeente is noodzakelijk
Energiebesparing met alternatieve verwarmingssystemen in de vleeskuikenhouderij = Reducing energy consumption with alternative haeting systems in the broiler sector
Ellen, H.H. ; Rijn, D. van; Smeets, J.H. - \ 2008
Wageningen : Animal Sciences Group (Rapport / Animal Sciences Group 130) - 35
pluimveehouderij - kippen - vleeskuikens - energiebehoefte - warmtepompen - warmtewisselaars - kostenbeheersing - bio-energie - biobased economy - poultry farming - fowls - broilers - power requirement - heat pumps - heat exchangers - cost control - bioenergy
Burning wooden chips or pellets is a good way to reduce costs of heating in broiler houses. Other applicable systems are heat pumps connected to floor heating and storage of heat in the soil or heat exchangers.
Praktijknetwerken onkruidbestrijding op verhardingen
Kempenaar, C. ; Weide, R.Y. van der - \ 2008
onkruidbestrijding - bestrating - bestrijdingsmethoden - ontwikkeling - duurzaamheid (sustainability) - kostenbeheersing - milieubeheersing - netwerken - weed control - pavements - control methods - development - sustainability - cost control - environmental control - networks
Onkruidbestrijding op verhardingen kent de laatste tijd veel nieuwe ontwikkelingen. Wageningen UR nam in 2006 het initiatief om met probleemhebbers, beheerders en toepassers in zogenaamde praktijknetwerken nieuwe kennis of inzichten te verspreiden, waar nodig kennis verder te ontwikkelen en implementatie van duurzame methoden te stimuleren. De netwerken zijn in 2007 voortgezet
Via lage kosten of high tech naar kostprijsbeheersing
Haan, M.H.A. de; Bokma, S. - \ 2007
ZuivelZicht 99 (2007)5. - ISSN 0165-8573 - p. 26 - 27.
agrarische bedrijfsvoering - melkveehouderij - kostenbeheersing - arbeid (werk) - inkomsten uit het landbouwbedrijf - farm management - dairy farming - cost control - labour - farm income
De doelstelling van de Stichting van het Lagekostenbedrijf en Hightechbedrijf op de Waiboerhoeve in Lelystad was om een zeer lage kostprijs te halen, maar wel via totaal verschillende sporen. Deze worden beiden besproken in dit artikel
Ontwikkeling P-AL getal op het lagekostenbedrijf (1997-2005) = Development P-AL number on low-cost farm (1997-2005)
Holshof, G. - \ 2006
Lelystad : Animal Sciences Group / Praktijkonderzoek (PraktijkRapport / Animal Sciences Group, Praktijkonderzoek : Rundvee ) - 18
melkveebedrijven - graslandbeheer - graslandverbetering - kunstmeststoffen - fosfaat - fosformeststoffen - dierlijke meststoffen - gewasopbrengst - kostenbeheersing - bemesting - mestbeleid - dairy farms - grassland management - grassland improvement - fertilizers - phosphate - phosphorus fertilizers - animal manures - crop yield - cost control - fertilizer application - manure policy
Verlaging (kunstmest)fosfaatgebruik op het Lagekostenbedrijf leidt tot een P-Al daling, die bijnormaal gebruik maar net kan worden aangevuld. Bij herinzaai daalt de P-AL sterk en kan bij demestwetgeving van 2009 niet meer worden aangevuld.
Resultaten lagekostenbedrijf 2005 = Results low-cost farm in 2005
Evers, A.G. ; Haan, M.H.A. de; Blanken, K. ; Hemmer, J.G.A. ; Hollander, C.J. ; Holshof, G. ; Ouweltjes, W. - \ 2006
Lelystad : Animal Sciences Group / Praktijkonderzoek (PraktijkRapport / Animal Sciences Group, Praktijkonderzoek : Rundvee ) - 63
melkveehouderij - melkveebedrijven - melkvee - agrarische bedrijfsvoering - kosten - kostenbeheersing - bedrijfsresultaten in de landbouw - proefbedrijven - dairy farming - dairy farms - dairy cattle - farm management - costs - cost control - farm results - pilot farms
De ongunstige inkomensontwikkeling en de dalende opbrengsten zijn een belangrijke aanleiding voor het Lagekostenbedrijf in 1997. Tot en met 2003 is het een zuiver melkveebedrijf met 400.000 kg melkquotum en 32 hectare kleigrond. Vanaf 2003 is er o.a. een nieuwe veestapel gekomen (met de helft Montbéliardes) en zijn een aantal bouwkundige aanpassingen verricht. In 2004 en 2005 is het quotum met 50.000 kg uitgebreid. Het hoofddoel om een kostprijs te realiseren van ¿ 34,-/100 kg melk is in 2005 ruimschoots bereikt. De arbeidsdoelstelling van 50 arbeidsuren per week is niet gehaald door uitbreiding van de veestapel. Wel is een verbetering opgetreden ten opzichte van 2004. Dit rapport wil een goed beeld geven van de bedrijfsvoering, de bedrijfsresultaten en de resultaten van het onderzoek in 2005. Er is uitgebreid aandacht besteed aan de verschillen in resultaten van de groep Holsteins en de groep Montbéliardes.
Kosten milieumaatregelen tegen het licht : De Marke op zoek naar goedkopere beweiding
Sleurink, D. - \ 2005
Nieuwsbrief Koeien & Kansen 2005 (2005)19. - p. 4 - 4.
melkveehouderij - beweidingssystemen - begrazing - graslandbeheer - graastijd - bewerking - productiekosten - kostenbeheersing - dairy farming - grazing systems - grazing - grassland management - grazing date - handling - production costs - cost control
Onderzoekers denken dat de beweiding op De Marke anders en daarmee goedkoper kan. De siëstabeweiding tijdens een deel van de zomer veroorzaakt hogere kosten voor arbeid en loonwerk. Veel milieumaatregelen hebben als gemeenschappelijk trekje dat ze de bewerkingskosten verhogen.
Uit de mest- en mineralenprogramma's : Mineralenoverschotten lager dan Minas-2003: gevolgen voor vollegrondsgroentebedrijven
Schoot, J.R. van der - \ 2005
Lelystad : Praktijkonderzoek Plant & Omgeving B.V. (Informatieblad / Praktijkonderzoek Plant & Omgeving 398.70) - 2
veldgewassen - mineralen - mineralenboekhouding - kostenbeheersing - stikstofmeststoffen - fosformeststoffen - bodembeheer - duurzaamheid (sustainability) - vollegrondsteelt - maatregelen - field crops - minerals - nutrient accounting system - cost control - nitrogen fertilizers - phosphorus fertilizers - soil management - sustainability - outdoor cropping - measures
Binnen het LNV-mineralenprogramma 398-I staat de ontwikkeling van maatregelen om mineralenverliezen te beperken centraal. Voor telers is het belangrijk te weten welke maatregelen uiteindelijk gekozen moeten worden om voor hun bedrijfsspecifieke situatie tegen zo weinig mogelijk kosten te voldoen aan de gestelde normen. Het project 'Maatregelenpakketten in de open teelten' richt zich op de ontwikkeling van kosteneffectieve combinaties van maatregelen waarmee voldaan wordt aan verregaande beperking van stikstof- en fosfaatoverschotten onder de randvoorwaarde van een duurzaam bodembeheer. In dit infoblad wordt op de gevolgen voor de akkerbouwsector ingegaan
Check title to add to marked list
<< previous | next >>

Show 20 50 100 records per page

 
Please log in to use this service. Login as Wageningen University & Research user or guest user in upper right hand corner of this page.