Staff Publications

Staff Publications

  • external user (warningwarning)
  • Log in as
  • language uk
  • About

    'Staff publications' is the digital repository of Wageningen University & Research

    'Staff publications' contains references to publications authored by Wageningen University staff from 1976 onward.

    Publications authored by the staff of the Research Institutes are available from 1995 onwards.

    Full text documents are added when available. The database is updated daily and currently holds about 240,000 items, of which 72,000 in open access.

    We have a manual that explains all the features 

Current refinement(s):

Records 1 - 20 / 65

  • help
  • print

    Print search results

  • export

    Export search results

  • alert
    We will mail you new results for this query: keywords==krimpenerwaard
Check title to add to marked list
Belasting van waterlichamen in de Krimpenerwaard met stikstof en fosfor
Schipper, P.N.M. ; Hendriks, R.F.A. ; Massop, H.T.L. ; Boekel, E.M.P.M. - \ 2016
Wageningen : Wageningen Environmental Research (Wageningen Environmental Research rapport 2738) - 75
waterbalans - voedingsstoffenbalans - voedingsstoffen - drainage - oppervlaktewater - modellen - krimpenerwaard - water balance - nutrient balance - nutrients - surface water - models
Om inzicht te krijgen in de herkomst van nutriënten in de Krimpenerwaard is een modelinstrumentarium gebouwd dat de waterbalans en nutriëntenbalans in beeld brengt voor vier afwateringsgebieden binnen de Krimpenerwaard. Vervolgens is de beïnvloedbaarheid van bronnen afgeleid conform de werkwijze die wordt toegepast door de Nutriëntenwerkgroep Rijn-West. Uit de resultaten blijkt dat er tussen de vier afwateringsgebieden duidelijke verschillen zijn in herkomst van de stikstof- en fosforbelasting van het oppervlaktewater en de beïnvloedbaarheid hiervan. In de Nesse is het grootste gedeelte moeilijk/niet beïnvloedbaar door de relatief hoge bijdrage van de uit- en afspoeling vanuit natuurgronden, voor de Krimpenerwaard is het grootste gedeelte beïnvloedbaar met een direct effect door de aanvoer van nutriënten via inlaatwater. Met het modelinstrumentarium is verder verkend wat het effect is van een aantal scenario’s op de nutriëntenbelasting naar het oppervlaktewater. In het autonome scenario daalt de af- en uitspoeling van stikstof in de periode 2015–2029 t.o.v. de huidige situatie (2014) met ca. 15%, de fosforbelasting verandert door de sterke buffering van de bodem bijna niet of neemt zelfs wat toe. Door verruiming van het areaal natuur, aanleg van onderwaterdrainage op koopveengronden en lagere bodemoverschotten door kringlooplandbouw, neemt de af- en uitspoeling ten opzichte van de autonome situatie met ca. 10 à 20% af.
Monitoring landbouwkundige risico’s bij actief bodembeheer in Krimpenerwaard : monitoringsplan en nulmeting
Groenenberg, J.E. ; Rietra, R.P.J.J. - \ 2016
Wageningen : Alterra, Wageningen-UR (Alterra-rapport 2726) - 27 p.
sloten - stortterreinen - vuilnisbelten - verontreiniging - bodemverontreiniging - monitoring - afdeklagen - bodembeheer - krimpenerwaard - ditches - landfills - refuse tips - pollution - soil pollution - coatings - soil management
In de Krimpenerwaard liggen circa 6500 slootdempingen en vuilstorten. Het dempingsmateriaal bevat regelmatig verontreinigingen, zodat voor de hele regio sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Het gebiedsgerichte bodembeheerplan voorziet in het afdekken van de verontreinigde slootdempingen met gebiedseigen schone grond. De effectiviteit van de sanering wordt geëvalueerd op basis van monitoring van ecologische en landbouwkundige risico’s. Dit rapport beschrijft de resultaten van de monitoring in het kader van de landbouwkundige risico’s. Er zijn metingen verricht aan het dempingsmateriaal, de afdeklaag en het gras, zowel voorafgaand aan als na het afdekken. Het gras dat groeide op de demping had verhoogde gehalten aan met name zink. De kwaliteit van het gras op de afgedekte dempingen wijkt niet af van de referentielocaties zonder dempingsmateriaal. De zeer lage PCB-concentraties in de afdeklaag en de hoge concentraties in de demping op de monitoringslocaties maken het in principe mogelijk om eventueel optredende veranderingen als gevolg van bioturbatie te monitoren.
Laat het ons nou doen! : Voorlopige ervaringen met nieuwe vormen van beheer in de Pilot Natuurbeheer Krimpenerwaard : onderzoek ten bate van de tussenevaluatie
Westerink, J. ; Smit, A. ; Ottburg, F.G.W.A. - \ 2016
Alterra, Wageningen-UR (Alterra-rapport 2694) - 35 p.
natuurbescherming - boeren - bewoning - krimpenerwaard - zuid-holland - nature conservation - farmers - tenancy
De pilot Natuurbeheer Krimpenerwaard is nu halverwege de looptijd van zes jaar. In deze pilot wordt geëxperimenteerd met beheer van natuur in het NNN (Nationaal Natuur Netwerk, voorheen EHS) door een collectief van boeren: de Natuurcoöperatie Krimpenerwaard (NCK). NCK pacht grond van de provincie Zuid-Holland en verpacht dit aan leden via een proces van selectie en toedeling. De pachters worden intensief begeleid door een lokale deskundige van bureau Bui-tegewoon. In de pilot wordt de aanpak van NCK vergeleken met die van Zuid-Hollands Landschap (ZHL), de grootste terreinbeherende organisatie in de Krimpenerwaard. De meeste grond van ZHL wordt normaal ook al verpacht aan boeren. In het kader van de pilot pacht ZHL echter ook grond van de provincie en verpacht dit aan boeren in de Krimpenerwaard (zie Figuur 1). De pachters worden bij beide organisaties begeleid door dezelfde deskundige. Door middel van het bestuderen van beschikbare documenten (zoals de pachtcontracten) en interviews met diverse betrokkenen, hebben wij geprobeerd inzicht te krijgen in de tussenresultaten van de pilot, om aanbevelingen te kunnen doen voor de tweede helft en vooruit te kijken naar de periode na de pilot.
Monitoring van ecologische risico’s bij actief bodembeheer van slootdempingen in de Krimpenerwaard : afrondende rapportage T1-monitoring Ecologie
Lange, H.J. de; Hout, A. van der; Faber, J.H. - \ 2016
Alterra, Wageningen-UR (Alterra-rapport 2703) - 61 p.
bodemverontreiniging - zware metalen - polychloorbifenylen - bodemsanering - ecologische risicoschatting - risico - aardwormen - talpidae - krimpenerwaard - zuid-holland - soil pollution - heavy metals - polychlorinated biphenyls - soil remediation - ecological risk assessment - risk - earthworms
In de Krimpenerwaard liggen circa 6500 slootdempingen en vuilstorten. Het dempingsmateriaal bevat
regelmatig verontreinigingen, zodat voor de hele regio sprake is van een geval van ernstige
bodemverontreiniging. Het gebiedsgericht bodembeheerplan voorziet in het afdekken van de
verontreinigde slootdempingen met gebiedseigen schone grond. De effectiviteit van de sanering wordt
geëvalueerd op basis van monitoring van ecologische risico’s. Dit rapport beschrijft de resultaten van
de T1-monitoring, waarin in een relatief korte tijd na afdekken (twee tot vier jaar) de effectiviteit van
de maatregel wordt beoordeeld. De saneringsmaatregel blijkt de meeste nadelige effecten van de
slootdemping op soortensamenstelling en aantallen regenwormen te hebben weggenomen. De
gehalten zware metalen in twee onderzochte regenwormsoorten zijn na sanering over het algemeen
lager dan de gebiedseigen referentie in de T0-monitoring. De saneringsmaatregel is dus op de korte
termijn effectief om de risico’s voor doorvergiftiging van zware metalen terug te brengen tot
gebiedseigen niveau. De PCB-gehalten in de twee soorten regenwormen vertonen veel variatie tussen
de jaren. De tendens is dat de gehalten in dempingmonsters lager zijn dan in referentiemonsters.
Vanwege de grote variatie en het beperkt aantal onderzochte locaties zijn deze conclusies alleen met
voorzichtigheid te trekken. Het PCB-gehalte in mollen bleek ook sterk variabel, in ruimte en in tijd.
Mollen die in de T1-monitoring gevangen zijn op afgedekte Shredder en Huishoudelijk afval
dempingen hebben significant hogere PCB-gehalten dan de dieren op de referentiepercelen. Het
afdekken van de demping heeft voor deze dempingcategorieën de ecologische risico’s onvoldoende
weggenomen. De effectiviteit op langere termijn met betrekking tot het al dan niet optreden van
herverontreiniging als gevolg van bioturbatie en capillaire opstijging werd niet onderzocht
Pilot onderwaterdrains Utrecht
Hendriks, R.F.A. ; Akker, J.J.H. van den; Houwelingen, K.M. van; Kleef, J. van; Pleijter, M. ; Toorn, A. van den - \ 2014
Wageningen : Alterra, Wageningen-UR (Alterra-rapport 2479) - 146
landbouw - peilbeheer - veenweiden - weidevogels - eutrofiëring - wateraanvoer - drainage - modellen - utrecht - krimpenerwaard - agriculture - water level management - peat grasslands - grassland birds - eutrophication - water advance - models
Dit rapport beschrijft het onderzoek dat in 2011 en 2012 is uitgevoerd aan twee pilots met onderwaterdrains in Utrecht, in Demmeriksekade (polder Groot-Wilnis) en De Keulevaart (Lopikerwaard). In het onderzoek is voornamelijk het effect van onderwaterdrains op de waterkwantiteit (debieten) en de waterkwaliteit onderzocht. De meetresultaten zijn uitgewerkt en geëvalueerd met de modellen SWAP en ANIMO. Een overzicht van eerder en lopend onderzoek naar maaivelddaling, waterkwantiteit, waterkwaliteit, bedrijfseconomische aspecten en effect op weidevogels is gegeven en betrokken in de conclusies. In de conclusies zijn ook de resultaten van een pilot in de Krimpenerwaard opgenomen (gerapporteerd in Alterra-rapport 2466). De hoeveelheden in en uit te pompen water blijken in het algemeen toe te nemen. Het effect op de waterkwaliteit is in het algemeen neutraal of gunstig. Melkveehouders zijn in het algemeen positief over de effecten van onderwaterdrains.
Stories becoming sticky : how civic initiatives strive for connection to governmental spatial planning agendas
Stoep, H. van der - \ 2014
Wageningen University. Promotor(en): Adri van den Brink; Noelle Aarts. - Wageningen : Wageningen University - ISBN 9789461738295 - 282
ruimtelijke ordening - publieke participatie - maatschappelijk middenveld - bestuurskunde - besluitvorming - maatschappelijke betrokkenheid - regionale planning - communicatie - verhoudingen tussen bevolking en staat - burgers - participatie - zuid-holland - krimpenerwaard - zuid-limburg - physical planning - public participation - civil society - public administration - decision making - community involvement - regional planning - communication - relations between people and state - citizens - participation

This thesis aims to understand the phenomenon of self-organizing civic initiatives, how they engage in and connect to planning practices aimed at the improvement of the quality of places and why these connections lead to alteration or transformation of governmental planning agendas or not. By providing greater understanding about these processes the thesis aims to contribute to debates about how planners can improve connections with civil society initiatives and how a more responsive and adaptive attitude towards a dynamically changing society can be achieved.

Conclusions were drawn from two in-depth case-studies of civic initiatives in two Dutch regions: 1) initiatives of business entrepreneurs and experts to develop New Markets which support the cultural landscape of the region Heuvelland, and 2) initiatives of citizens for the protection and development of landscape values in the urban-rural fringe Gouda-Krimpenerwaard. Building on agenda-setting and framing theory the analysis focused on how initiatives self-organized and connected to other stakeholders and how outcomes of their efforts in terms of their ambitions and government agendas could be understood.

The research results point to the crucial role of storytelling and the day-to-day interactions in which stories emerge and become ‘sticky’. Sticky stories are strong ‘attractors’ that mobilize attention and support. The stickiness of a story was enhanced through discursive processes in which the story was connected to the self-referential frames of targeted supporters. Thus, sticky stories could not emerge without empathic listening, timing and patience. Three interplaying conditions were critical in the process of a story becoming sticky or fading away: 1) formal and informal ‘catalytic’ conversations as the medium of storytelling; 2) storytelling by people who perform as connectors and enable the travelling of stories through a wider network, and 3) signalling and incorporating focusing events into evolving stories in ways considered meaningful and relevant by targeted supporters. This results in a model that offers a way to understand dynamical change of policy and planning agendas by focusing on the interactive construction, connection, and subtle alteration of stories in day-to-day conversations, by the right people, at the right moments.

Pilot onderwaterdrains Krimpenerwaard
Akker, J.J.H. van den; Hendriks, R.F.A. ; Hoving, I.E. ; Meerkerk, B. ; Houwelingen, K.M. van; Kleef, J. van; Pleijter, M. ; Toorn, A. van den - \ 2013
Wageningen : Alterra, Wageningen-UR (Alterra-rapport 2466) - 114
veenweiden - infiltratie - drainage - bodemdaling - melkveehouderij - economische evaluatie - krimpenerwaard - waterkwaliteit - modellen - peat grasslands - infiltration - subsidence - dairy farming - economic evaluation - water quality - models
Dit rapport beschrijft het onderzoek in 2011 en 2012 naar de pilot onderwaterdrains Krimpenerwaard, waarin voornamelijk het effect van onderwaterdrains op de waterkwantiteit (debieten) en de waterkwaliteit is onderzocht. De meetresultaten zijn uitgewerkt en geëvalueerd met de modellen SWAP en ANIMO. Daarnaast zijn de economische en bedrijfsmatige aspecten van onderwaterdrains voor de veehouderij onderzocht. Een overzicht van eerder en lopend onderzoek naar maaivelddaling, waterkwantiteit, waterkwaliteit, bedrijfseconomische aspecten en effect op weidevogels is gegeven en betrokken in de conclusies. In de conclusies zijn ook de resultaten van pilots in de Keulevaart en Demmeriksekade betrokken (gerapporteerd in een volgend Alterra-rapport). De hoeveelheden in en uit te pompen water blijken in het algemeen toe te nemen. Het effect op de waterkwaliteit is in het algemeen neutraal of gunstig. Melkveehouders zijn in het algemeen positief over de effecten van onderwaterdrains.
Sulfaat in veenweiden: gebiedsvreemd of gebiedseigen?
Hendriks, R.F.A. ; Twisk, J.W.R. ; Gerven, L. van; Harmsen, J. - \ 2013
H2O : tijdschrift voor watervoorziening en afvalwaterbehandeling 2013 (2013)mei. - ISSN 0166-8439 - p. 1 - 8.
waterbodems - geochemie - veenweiden - bodemchemie - zure gronden - waterbeheer - krimpenerwaard - water bottoms - geochemistry - peat grasslands - soil chemistry - acid soils - water management
Sulfaat is een belangrijke stof in sloten in veenweidegebieden. Het wordt in de zuurstofloze waterbodem door micro-organismen omgezet in sulfide, dat zich bindt aan ijzer. Daardoor komt fosfaat vrij, wat slecht is voor de ecologische kwaliteit van het slootwater. De gedachte was altijd dat de inlaat van gebiedsvreemd water in de polders de grootste bron van sulfaat is. De laatste jaren is duidelijk geworden dat het sulfaat vooral afkomstig is uit de veenweidebodem zelf. In de Krimpenerwaard gaat het om 75%. Het inlaatwater blijkt de sulfaatconcentraties in de gemiddelde veensloot zelfs omlaag te brengen!
Validatie van PLEASE op regionale schaal : fosfaatbelasting van het oppervlaktewater in de stroomgebieden Quarles van Ufford, Drentse Aa, Krimpenerwaard en Schuitenbeek
Pleijter, M. ; Salm, C. van der - \ 2013
Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 1968.3) - 90
fosfaat - fosfor - modellen - oppervlaktewater - waterkwaliteit - oppervlaktewaterkwaliteit - waterbeheer - stroomgebieden - oppervlakkige afvoer - landbouw - krimpenerwaard - zuid-holland - drenthe - phosphate - phosphorus - models - surface water - water quality - surface water quality - water management - watersheds - runoff - agriculture
Het model PLEASE berekent op basis van eenvoudig te meten perceelskenmerken, zoals grondwaterstand, fosfaattoestand en fosfaatbindend vermogen, de fosfaatbelasting van het oppervlaktewater. Voor het gebruik van PLEASE in de praktijk is het belangrijk om informatie te hebben over de validiteit van de berekende fluxen. In deze studie wordt het model PLEASE toegepast op vier stroomgebieden en zijn de door PLEASE berekende fosfaatverliezen vergeleken met de gemeten P-fluxen op het uitstroompunt van de stroomgebieden. Bij de berekening van de P-flux is gebruik gemaakt van de gemeten fosfaattoestand op puntlocaties en vervolgens zijn deze gegevens opgeschaald naar het hele stroomgebied. De berekende waterfluxen worden door PLEASE, op basis van geïnterpoleerde invoergegevens, in het Schuitenbeek gebied met 12% overschat. In de andere drie stroomgebieden onderschat PLEASE de waterafvoerfluxen enigszins. De berekende P-afvoerfluxen liggen voor drie stroomgebieden hoger dan de gemeten P-afvoer op de uitstroompunten, in Krimpenerwaard is de berekende P-afvoer aanzienlijk lager dan de gemeten P-vracht op het uitstroompunt. Wanneer rekening wordt gehouden met 50% retentie van P in de waterlopen kan gesteld worden dat PLEASE de P-afvoer vanuit de stroomgebieden onderschat. De oorzaak van deze onderschatting is niet precies aan te geven. In de Krimpenerwaard waar eutrofe veenpakketten voorkomen worden waarschijnlijk te lage achtergrondconcentraties gehanteerd. Andere oorzaken voor de onderschatting kunnen zijn: het verwaarlozen van erfafvoeren en locale lozingen, onderschatting van de verliezen door oppervlakkige afspoeling, te hoge sorptieconstanten of een onderschatting van het voorkomen van hot-spots. Daarnaast kan ook de onzekerheid in de gemeten afvoercijfers, de inzichten over retentie in het oppervlaktewater leiden tot een mismatch tussen meting en modelresultaten.
Sturen op schoon water : eindrapportage project Monitoring Stroomgebieden
Woestenburg, M. ; Tol-Leenders, T.P. van - \ 2011
Wageningen [etc.] : Alterra [etc.] - 79
stroomgebieden - watersystemen - oppervlaktewaterkwaliteit - nutriëntenuitspoeling - agrarische bedrijfsvoering - dierlijke meststoffen - krimpenerwaard - drenthe - veluwe - watersheds - water systems - surface water quality - nutrient leaching - farm management - animal manures
Om de relatie tussen landbouw en oppervlaktewaterkwaliteit te kunnen leggen, zijn de afgelopen acht jaar in het project Monitoring Stroomgebieden diverse deelaspecten aan bod gekomen. Dit boek geeft een makkelijk leesbare samenvatting van alle onderzoeksresultaten die in het project Monitoring Stroomgebieden zijn geboekt. Daaraan ten grondslag liggen 37 wetenschappelijke rapporten. Het betreft de gebieden: Krimpenerwaard, Drentse Aa, Schuitenbeek en Quarles van Ufford
Nutriëntenhuishouding in de bodem en het oppervlaktewater van de Krimpenerwaard : bronnen, routes en sturingsmogelijkheden
Gerven, L.P.A. van; Grift, B. van der; Hendriks, R.F.A. ; Mulder, H.M. - \ 2011
Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 2220) - 76
fosfaatuitspoeling - bodemchemie - oppervlaktewaterkwaliteit - grondwaterkwaliteit - veenweiden - kaderrichtlijn water - krimpenerwaard - phosphate leaching - soil chemistry - surface water quality - groundwater quality - peat grasslands - water framework directive
In het project Monitoring Stroomgebieden zijn de afgelopen acht jaar vier stroomgebieden intensief bemeten en gemodelleerd met als hoofddoel de invloed van het mestbeleid op de oppervlaktewaterkwaliteit te kwantificeren en te onderzoeken hoe kan worden gestuurd op schoon water. Dit rapport beschrijft de eindresultaten van één van de onderzochte stroomgebieden, de veenweidepolder de Krimpenerwaard. De oppervlaktewaterkwaliteit in de Krimpenerwaard wordt bepaald door de afzonderlijke woorden in het woord 'veenweidepolder'; het 'veen' - de afbraak daarvan - en de 'weide' - de bemesting daarvan - zorgen samen voor ongeveer 80% van de totale nutriëntenbelasting van het oppervlaktewater en dragen hier ongeveer in gelijke mate aan bij, terwijl het 'polder'-aspect impliceert dat de inlaat van gebiedsvreemd water in de zomer de derde belangrijke nutriëntenbron is. Voor de oppervlaktewaterkwaliteit is in de Krimpenerwaard fosfor een probleem met zomerconcentraties die ver boven de KRWnorm liggen. In dit rapport wordt ondermeer uitgelegd hoe dit komt en wat hieraan kan worden gedaan.
Nalevering van fosfor naar het oppervlaktewater vanuit de waterbodem : metingen in een veengebied in de Krimpenerwaard
Gerven, L.P.A. van; Hendriks, R.F.A. ; Harmsen, J. ; Beumer, V. ; Bogaart, P.W. - \ 2011
Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 2217) - 49
veenweiden - desorptie - bodemchemie - fosfor - oppervlaktewaterkwaliteit - waterkwaliteit - krimpenerwaard - peat grasslands - desorption - soil chemistry - phosphorus - surface water quality - water quality
Het oppervlaktewater in de veenweidepolder de Krimpenerwaard kenmerkt zich door hoge fosforconcentraties in het zomerhalfjaar, gemiddeld vijf keer hoger dan de Kaderrichtlijn Water norm van 0,22 mg/l. De hoge concentraties kunnen niet worden verklaard door de bronnen die het oppervlaktewater dan belasten. De hypothese is dat de waterbodem de hoge concentraties in de zomer veroorzaakt door in het winterhalfjaar fosfor te adsorberen, fosfor afkomstig van de bronnen die het oppervlaktewater dan belasten, om dit fosfor in het zomerhalfjaar door desorptie na te leveren aan het oppervlaktewater. Deze hypothese is onderzocht door op een aantal locaties in de Krimpenerwaard de waterbodem te bemonsteren en te analyseren op het vermogen om fosfor na te leveren. Dit vermogen blijkt groot te zijn, meer dan voldoende om de hoge fosforconcentraties in het zomerhalfjaar te veroorzaken.
Meetgebieden in de gebieden Drentse Aa, Schuitenbeek, Krimpenerwaard en Quarles van Ufford : een eerste data-analyse ten behoeve van het tussenrapport Monitoring Stroomgebieden
Roelsma, J. ; Bogaart, P.W. ; Siderius, C. - \ 2010
Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 1957) - 84
stroomgebieden - waterkwaliteit - monitoring - voedingsstoffengehalte - stikstof - fosfaat - nederland - nutriëntenstromen - drenthe - veluwe - krimpenerwaard - land van maas en waal - watersheds - water quality - nutrient content - nitrogen - phosphate - netherlands - nutrient flows
Een eerste data-analyse ten behoeve van het tussenrapport Monitoring Stroomgebieden
Polders inrichten voor poldervissen
Ottburg, F.G.W.A. - \ 2009
Vakblad Natuur Bos Landschap 6 (2009)10. - ISSN 1572-7610 - p. 6 - 9.
vissen - sloten - polders - baggeren - aquatische ecologie - ecologisch herstel - krimpenerwaard - fishes - ditches - dredging - aquatic ecology - ecological restoration
Veel beheerders treffen in de praktijk maatregelen voor poldervissen. Dat doen ze echter vaak op het gevoel, zonder monitoring op effect. Toch blijkt regelmatig dat deze maatregelen succesvol kunnen zijn. Tijdens een veldwerkplaats afgelopen zomer in de Krimpenerwaard bekeken onderzoekers en beheerders samen habitatverbeterende maatregelen. In dit artikel een overzicht
Visstandbeheer : verslag veldwerkplaats Laagveen & zeeklei en Rivierenlandschap Ouderkerk a/d IJssel, 3 juli 2009
Klinge, M. ; Ottburg, F.G.W.A. ; Terlouw, R. de - \ 2009
[S.l. : S.n. - 6
waterkwaliteit - visbestand - sloten - natuurbeheer - ecologisch herstel - visstand - kaderrichtlijn water - krimpenerwaard - water quality - fishery resources - ditches - nature management - ecological restoration - fish stocks - water framework directive
Voor de natuurdoelstellingen in de Krimpenerwaard is het waterleven van groot belang. Ook de doelstellingen uit onder andere de Kaderrichtlijn water maken dat hier en in andere polders veel aandacht is voor de ecologie van de sloten. De wisselwerking tussen waterkwaliteit en de visstand is daarbij van groot belang. Er blijken diverse mogelijkheden om die visstand te beïnvloeden.
Validatie van modelsystemen voor het voorspellen van de oppervlaktewaterkwaliteit en -kwantiteit in het stroomgebied 'de Krimpenerwaard' : fases 1, 2 en 3
Walvoort, D.J.J. ; Bogaart, P.W. ; Kroes, J.G. ; Tol - Leenders, T.P. van - \ 2009
Wageningen : Alterra (Reeks monitoring stroomgebieden 18-III) - 78
stroomgebieden - waterkwaliteit - stikstof - fosfaten - watersystemen - afvoer - modellen - oppervlaktewaterkwaliteit - krimpenerwaard - zuid-holland - watersheds - water quality - nitrogen - phosphates - water systems - discharge - models - surface water quality
In het kader van het project `Monitoring Stroomgebieden' wordt een instrument ontwikkeld dat tot doel heeft de bijdrage van de landbouw aan de belasting van het oppervlaktewater met stikstof en fosfor te kwanti ceren en de veranderingen daarin als gevolg van het mestbeleid. Hiervoor is gekozen voor een aanpak waarbij naast metingen gebruik wordt gemaakt van modelsystemen. In dit rapport wordt de modelprestatie van de ontwikkelde modelsystemen gekwanti ceerd op basis van validatie. Daarbij wordt gekeken hoe goed de ontwikkelde modelsystemen in staat zijn om temporele patronen in en absolute waarden van debieten en stikstof- en fosforconcentraties te beschrijven en te voorspellen.
Veenweideboer anticipeert op natuur
Hietkamp, D. - \ 2009
Agraaf 13 (2009)14. - ISSN 1387-9839 - p. 7 - 7.
veehouderij - natuurbescherming - natuurbeheer - agrarisch natuurbeheer - veenweiden - krimpenerwaard - livestock farming - nature conservation - nature management - agri-environment schemes - peat grasslands
„Een kwart van deze Zuid-Hollandse polder wordt omgetoverd in natuur”, vertelt Theo Vogelzang van het LEI. Hij laat een kaart zien, waarop in totaal 2.400 hectare is ingekleurd. „In het kader van de plannen met de Krimpenerwaard moeten meer dan 20 veehouderijbedrijven in de noordrand van het gebied worden opgekocht. Tenzij de veehouders kijken naar andere mogelijkheden, zoals natuur, recreatie en toerisme.
Inventarisatie van het mestgebruik en de effecten op de belasting van het oppervlaktewater voor de gebieden Drentse Aa, Schuitenbeek, Krimpenerwaard en Quarles van Ufford
Roelsma, J. ; Corré, W.J. ; Paauw, J.G.M. ; Leenders, T.P. ; Bolt, F.J.E. van der; Schoumans, O.F. - \ 2009
Wageningen : Alterra (Reeks monitoring stroomgebieden 16) - 152
dierlijke meststoffen - oppervlaktewater - kunstmeststoffen - bodemchemie - uitspoelen - stikstof - fosfor - waterkwaliteit - nederland - mestbeleid - drenthe - krimpenerwaard - land van maas en waal - animal manures - surface water - fertilizers - soil chemistry - leaching - nitrogen - phosphorus - water quality - netherlands - manure policy
Voor het project ‘Monitoring Stroomgebieden’ is een inventarisatie naar het mestgebruik in de vier pilotgebieden uitgevoerd. Het geïnventariseerde mestgebruik in de vier gebieden is vertaald naar invoer voor het modelsysteem welke in Fase 3 is gebruikt. Met behulp van het modelsysteem zijn de effecten van de regionale mestgiften en bemestingstijdstippen op de uitspoeling van nutriënten naar het oppervlaktewater onderzocht. Voor de gebieden Drentse Aa, Schuitenbeek en Krimpenerwaard varieert de wijziging in de stikstofuitspoeling tussen de -11% en +22% als gevolg van de aanpassing van de stikstofbemesting en voor fosfor tussen de +1% en -20%. Voor het gebied Quarles van Ufford is het effect minder groot omdat voor dit gebied alleen het mestgebruik voor het landgebruik fruitteelt is bijgesteld. Het aanpassen van de bemestingstijdstippen heeft een minder groot effect op de uitspoeling. In één situatie in de Krimpenerwaard leidt het aanpassen van de bemestingstijdstippen tot een verhoogde uitspoeling van stikstof (+20%). Deze verhoogde uitspoeling was terug te leiden tot één mestgift in het vroege voorjaar in een periode van intensieve neerslag. Het later geven van deze mestgift leidt tot een vermindering van de uitspoeling (-6%). Uit de gebiedsinventarisatie blijkt dat in de Drentse Aa het bodemoverschot groter is dan in de Schuitenbeek. Toch leidt een hoger bodemoverschot in de Drentse Aa niet tot een verslechtering van de waterkwaliteit. Wel bestaan er risico’s voor de waterkwaliteit in de (nabije) toekomst. Zo zal er door klimaateffecten (meer neerslag) of hydrologische maatregelen (vasthouden van water) meer nutriënten kunnen uitspoelen naar het oppervlaktewater.
Twee jaar ILG: tijd voor de gebieden. Provincies op zoek naar een nieuwe rol in gebiedsprocessen
Selnes, T. ; Kuindersma, W. ; Boonstra, F.G. - \ 2009
Landwerk 10 (2009)1. - ISSN 1567-1844 - p. 13 - 17.
regionale planning - regionaal beleid - platteland - investeringsbeleid - krimpenerwaard - utrecht - regional planning - regional policy - rural areas - investment policy
Met het ingaan van het Investeringsbudget Landelijk Gebied (ILG) in 2007, brak een nieuw hoofdstuk aan voor de verhoudingen tussen rijk en provincies in het landelijk gebied. Het ILG is bedoeld om gebiedsgerichte samenwerking te stimuleren en daarmee de rijksdoelen in het natuur- en plattelandsbeleid te realiseren. De verwachtingen zijn torenhoog, vooral voor provincies. In dit artikel bespreken we de gevolgen van het ILG voor de verhoudingen tussen provincies en gebieden. We doen dat aan de hand van twee gebieden: de Krimpenerwaard en Utrecht Midden-Noord.
Monitoring van ecologische risico's bij actief bodembeheer in de Krimpenerwaard : nulmeting
Faber, J.H. ; Lange, H.J. de; Hout, A. van der; Pol, J.J.C. van der - \ 2009
Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 1814) - 101
bodembeheer - toxicologie - ecologie - bodemverontreiniging - stortterreinen - sloten - risico - monitoring - krimpenerwaard - zuid-holland - ecotoxicologie - soil management - toxicology - ecology - soil pollution - landfills - ditches - risk - ecotoxicology
In de Krimpenerwaard liggen 5500 slootdempingen en vuilstorten. Het dempingsmateriaal bevat regelmatig verontreinigingen, zodat voor de hele regio sprake is van een geval van ernstige bodemverontreininging. Het gebiedsgericht bodembeheerplan voorziet in een functiegerichte sanering door afdekken van slootdempingen met gebiedseigen schone grond. Uit verificatieonderzoek van de uitgangspunten van dit beheer is eerder gebleken dat ecologische risico¿s na uitvoering van de standaardmaatregel niet kunnen worden uitgesloten. Mede hierom wordt de voorgenomen maatregel verzwaard uitgevoerd. Bij de monitoring van de resultaten van deze operatie wordt ook de toereikendheid en duurzaamheid van de standaardmaatregel geëvalueerd op basis van monitoring van ecologische risico¿s, landbouwkundige risico¿s en verspreidingsrisico¿s. Voor deze evaluatie zijn monitoringsparameters geselecteerd die aansluiten op het verificatieonderzoek en het Provinciaal Integraal Meetnet Milieukwaliteit. Dit rapport is resultaat van het deelproject Monitoring Ecologie en beschrijft ecologische risico¿s op dempinglocaties in de uitgangssituatie vóór de sanering, gespecificeerd voor bouw-en sloopafval, huishoudelijk afval, shredder, en bedrijfsafval. De studie omvat een veldinventarisatie van regenwormen, analyse van zware metalen en PCB¿s in regenwormen en mollen, en een CALUX-bioassay aan niet-uitgekomen eieren van weidevogels
Check title to add to marked list
<< previous | next >>

Show 20 50 100 records per page

 
Please log in to use this service. Login as Wageningen University & Research user or guest user in upper right hand corner of this page.