Staff Publications

Staff Publications

  • external user (warningwarning)
  • Log in as
  • language uk
  • About

    'Staff publications' is the digital repository of Wageningen University & Research

    'Staff publications' contains references to publications authored by Wageningen University staff from 1976 onward.

    Publications authored by the staff of the Research Institutes are available from 1995 onwards.

    Full text documents are added when available. The database is updated daily and currently holds about 240,000 items, of which 72,000 in open access.

    We have a manual that explains all the features 

Current refinement(s):

Records 1 - 20 / 2829

  • help
  • print

    Print search results

  • export
    A maximum of 250 titles can be exported. Please, refine your queryYou can also select and export up to 30 titles via your marked list.
  • alert
    We will mail you new results for this query: keywords==landbouw
Check title to add to marked list
Invloed van vaste rijpaden op de bodem
Balen, D.J.M. van - \ 2017
BIOpraktijk
landbouw - biologische landbouw - akkerbouw - grondbewerking - bodemdeeltjes - bodemverdichting - bodemsamenstelling - bodemstructuur - grondbewerking gericht op bodemconservering - bodemkwaliteit - rijspoorverdichtingen - verdichting - agriculture - organic farming - arable farming - tillage - aggregates - soil compaction - soil composition - soil structure - conservation tillage - soil quality - tractor pans - compaction
Landbewerking: video over de invloed van vaste rijpaden op de bodem
Perspectieven voor de afzet van (fosfaat-verarmd) zuiveringsslib naar de landbouw
Regelink, Inge ; Ehlert, Phillip ; Römkens, Paul - \ 2017
Wageningen : Wageningen Environmental Research (Wageningen Environmental Research rapport 2819) - 75
afvalwater - rioolslib - besmetters - zware metalen - mest - fosfaten - landbouw - afvalhergebruik - waste water - sewage sludge - contaminants - heavy metals - manures - phosphates - agriculture - waste utilization
Het project heeft als doel om nieuwe afzetroutes te formuleren waarbij zuiveringsslib op een duurzame wijze wordt verwerkt tot meststoffen en bodemverbeteraars zodat waardevolle nutriënten en organische stof worden hergebruikt.
Strokenteelt klaar voor de praktijk : aardappel drie tot tien dagen later branden
Apeldoorn, D.F. van; Rossing, W.A.H. ; Oomen, Gerard - \ 2017
Ekoland (2017)5. - ISSN 0926-9142 - p. 10 - 11.
strokenteelt - aardappelen - akkerbouw - phytophthora - zomertarwe - teeltsystemen - landbouw - biologische landbouw - teelt - strip cropping - potatoes - arable farming - spring wheat - cropping systems - agriculture - organic farming - cultivation
Na de eerste verkenningen met het telen in stroken zijn onderzoeken naar de effecten ervan verder uitgebreid. Inmiddels zijn er meerdere strokenproeven verdeeld over vier locaties – Droevendaal, ERF, De Graanrepubliek en NZ27 – en zijn de verwachte voordelen van dit teeltsysteem bevestigd. Afhankelijk van de inrichting van het bedrijf en aansluitende mechanisatie lijkt strokenteelt klaar voor de praktijk.
Maatregelen Natuurinclusieve landbouw
Erisman, Jan Willem ; Eekeren, Nick van; Doorn, Anne van; Geertsema, Willemien ; Polman, Nico - \ 2017
Wageningen : Wageningen Environmental Research (Wageningen Environmental Research rapport 2821) - 49
landbouw - natuur - agrarische bedrijfsvoering - maatregelen - biologische landbouw - dierenwelzijn - huisvesting, dieren - dierlijke productie - melkvee - agriculture - nature - farm management - measures - organic farming - animal welfare - animal housing - animal production - dairy cattle
In deze notitie wordt een overzicht gegeven van maatregelen voor natuurinclusieve landbouw. Dit is een vorm van duurzame landbouw die optimaal gebruik maakt van de natuurlijke processen en deze integreert in de bedrijfsvoering. Natuurinclusieve landbouw begint met een gezonde bodem, produceert voedsel binnen de grenzen van natuur, milieu en leefomgeving en heeft positieve effecten op de biodiversiteit en het klimaat.
Doorontwikkeling van de precisielandbouw in Nederland : een 360 graden-verkenning van de stand van zaken rond informatie-intensieve landbouw en in het bijzonder de plantaardige, openluchtteelt
Wal, T. van der; Vullings, L.A.E. ; Zaneveld-Reijnders, J. ; Bink, R.J. - \ 2017
Wageningen : Wageningen Environmental Research (Wageningen Environmental Research rapport 2820) - 89
precisielandbouw - landbouw - akkerbouw - drones - winsten - duurzaamheid (sustainability) - wetgeving - nederland - precision agriculture - agriculture - arable farming - profits - sustainability - legislation - netherlands
Emissies naar lucht uit de landbouw in 2014 : berekeningen met het model NEMA
Bruggen, C. van; Bannink, A. ; Groenestein, C.M. ; Huijsmans, J.F.M. ; Luesink, H.H. ; Oude Voshaar, S.V. ; Sluis, S.M. van der; Velthof, G.L. ; Vonk, J. - \ 2017
Wageningen : Statutory Research Tasks Unit for Nature & the Environment (WOt-technical report 90) - 96
ammoniak - landbouw - emissie - mest - distikstofmonoxide - dierhouderij - modellen - nederland - ammonia - agriculture - emission - manures - nitrous oxide - animal husbandry - models - netherlands
Landbouwkundige activiteiten zijn in Nederland een belangrijke bron van ammoniak (NH3), stikstofoxide (NO), lachgas (N2O),methaan (CH4) en fijnstof (PM10 en PM2,5). De emissies in 2014 zijn berekend met het National Emission Model for Agriculture(NEMA). Tegelijk zijn enkele cijfers in de reeks 1990-2013 aangepast op basis van nieuwe inzichten. De rekenmethodiek gaatbij de berekening van de ammoniakemissie uit dierlijke mest uit van de hoeveelheid totaal ammoniakaal stikstof (TAN) in demest. De ammoniakemissie uit dierlijke mest, kunstmest en overige bronnen in 2014 bedroeg 121 miljoen kg NH3, bijna4 miljoen kg meer dan in 2013. De stijging komt voornamelijk door uitbreiding van de melkveestapel en een hogerstikstofgehalte van het ruwvoer. De N2O-emissie nam toe van 19,1 miljoen kg in 2013 naar 19,4 miljoen kg in 2014. De NOemissienam toe van 16,9 naar 17,2 miljoen kg. De methaanemissie nam iets toe van 499 tot 503 miljoen kg. De emissie vanfijnstof nam licht toe van 6,3 miljoen kg PM10 tot 6,4 miljoen kg, door een toename van het aantal stuks pluimvee. De emissievan PM2,5 bedroeg in beide jaren 0,6 miljoen kg. Sinds 1990 is de ammoniakemissie uit dierlijke mest en kunstmest mettweederde gedaald, vooral door een lagere stikstofuitscheiding door landbouwhuisdieren en emissiearme mesttoediening.Emissies van lachgas en stikstofoxide daalden in dezelfde periode eveneens, maar minder sterk (ca. 40%) omdat doorondergronds toedienen van mest de emissies hoger zijn geworden en door de omschakeling van stalsystemen met dunne naarvaste mest bij pluimvee. Tussen 1990 en 2014 daalde de emissie van methaan met 16% door een afname in de dieraantallenen een hogere voeropname en productiviteit van melkvee---Agricultural activities are in the Netherlands a major source of ammonia (NH3), nitrogen oxide (NO), nitrous oxide (N2O),methane (CH4) and particulate matter (PM10 and PM2.5). The emissions in 2014 were calculated using the National EmissionModel for Agriculture (NEMA). At the same time some figures in the time series 1990-2013 were revised. The method calculatesthe ammonia emission from livestock manure on the basis of the total ammonia nitrogen (TAN) content in manure. Ammoniaemissions from livestock manure, fertilizers and other sources in 2014 were 121 million kg, which was almost 4 million kghigher than in 2013, mainly due to expansion of the dairy herd and a higher N-content of roughage. N2O emissions increasedfrom 19.1 million kg in 2013 to 19.4 million kg in 2014. NO emission increased slightly from 16.9 to 17.2 million kg. Methaneemissions increased from 499 to 503 million kg. Emissions of particulate matter increased slightly from 6.3 to 6.4 million kgPM10 as a result of higher poultry numbers. Emission of PM2.5 in both years was 0.6 million kg. Ammonia emissions fromlivestock manure in the Netherlands dropped by almost two thirds since 1990, mainly as a result of lower nitrogen excretionrates by livestock and low-emission manure application. Nitrous oxide and nitrogen oxide also fell over the same period, butless steeply (by about 40%), due to higher emissions from manure injection into the soil and to the shift from poultry housingsystems based on liquid manure to solid manure systems. Methane emissions fell by 16% between 1990 and 2014 caused by adrop in livestock numbers and increased feed uptake and productivity of dairy cattle
Research for AGRI Committee : preserving agricultural soils in the EU - Study
Berge, H.F.M. ten; Schroder, J.J. ; Olesen, Jørgen Eivind ; Giraldez Cervera, J.V. - \ 2017
Brussels : European Parliament - ISBN 9789184609550 - 135 p.
soil management - soil quality - european union - soil organic matter - biodiversity - agriculture - organic farming - bodembeheer - bodemkwaliteit - europese unie - organisch bodemmateriaal - biodiversiteit - landbouw - biologische landbouw
This study explains how threats to soils and soil services are linked to agricultural soil management, how threats can be mitigated, and which barriers complicate this. It highlights trade-offs and synergies that exist between different interests affected by soil management, such as climate change mitigation, water and air quality, biodiversity, food security and farm income. Conservation of peatland and extensive agro-forestry systems, and protecting soils against sealing, erosion and compaction are ranked as highest priorities. Potential policy elements are suggested.
‘Force of Nature’ : climate shocks, food crises and conflict in Colonial Africa and Asia, 1880-1960
Papaioannou, Kostadis J. - \ 2017
University. Promotor(en): Ewout Frankema; Erwin Bulte. - Wageningen : Wageningen University - ISBN 9789463431668 - 238
climatic change - environmental degradation - environmental impact - agricultural development - agriculture - agriculture and environment - historical ecology - history - colonialism - colonization - africa - asia - nigeria - rainfed agriculture - rain - klimaatverandering - milieuafbraak - milieueffect - landbouwontwikkeling - landbouw - landbouw en milieu - historische ecologie - geschiedenis - kolonialisme - kolonisatie - afrika - azië - regenafhankelijke landbouw - regen

“Global climate change poses one of the most urgent challenges of our age. The increasing frequency and intensity of weather shocks, such as heat waves, droughts, floods, and hurricanes, are all anticipated to adversely affect conditions of agricultural production, and jeopardize efforts to achieve global food security. In recent years, there has been a rapidly growing body of literature across multiple disciplines aiming to quantify and assess the adverse consequences of climate on relatively poor rural societies. Building entirely on original primary sources, this dissertation provides evidence that weather shocks raised property crime, triggered civil conflict and shaped patterns of human settlement in British colonial Africa and Asia during the first half of the twentieth century (~1880-1960). By merging the theoretical and empirical insights of several strands of literature (e.g. economics, history, geography), this dissertation has both academic and social merit. Its academic merit lies in its promise to disentangle the net effect of climate on societies from the many other contextual factors that may affect them. And its social merit lies in its capacity to reveal key factors that can mitigate the adverse consequences of weather shocks, enabling tailor-made policy interventions. In sum, the present dissertation contributes to a better understanding of long-term agrarian development in tropical Africa and Asia, offering fresh input to academic debates on how to mitigate the effects of weather extremes”

Effecten van het mestbeleid op landbouw en milieu : Beantwoording van de ec-postvragen in het kader van de evaluatie van de meststoffenwet
Velthof, G.L. ; Koeijer, T. ; Schröder, J.J. ; Timmerman, M. ; Hooijboer, A. ; Rozemeijer, J. ; Bruggen, C. van; Groenendijk, P. - \ 2017
Wageningen : Wageningen Environmental Research (Wageningen Environmental Research rapport 2782) - 139
kunstmeststoffen - mest - landbouw - mestbeleid - oppervlaktewater - waterkwaliteit - fertilizers - manures - agriculture - manure policy - surface water - water quality
Evaluation of Socio-Economic Factors that Determine Adoption of Climate Compatible Freshwater Supply Measures at Farm Level : a Case Study in the Southwest Netherlands
Veraart, Jeroen A. ; Duinen, Rianne van; Vreke, Jan - \ 2017
Water Resources Management 31 (2017)2. - ISSN 0920-4741 - p. 587 - 608.
Adaptation - Adoption - Agriculture - Climate - Freshwater supply - Knowledge - water supply - fresh water - climate adaptation - drought - watervoorziening - zoet water - landbouw - klimaatadaptatie - droogte

The availability of freshwater resources in soil and groundwater bodies in the southwestern part of The Netherlands is expected to decrease during the agricultural growing season because of an expected increase of freshwater demands and a changing climate. This expected shortage of fresh water might negatively affect agricultural production. To cope with this problem, three pilots were initiated aimed at increasing freshwater supply at farm-level. The objective of this paper is to evaluate the socio-economic factors that determine the wider use of the measures investigated in these pilots. Therefore, the results of a feasibility study and a survey about drought risks were compared. The survey indicates that respondents do not make distinction between a dry and extremely dry year in their estimation of the return period. The results of a feasibility study illustrate that confidence and the level of common understanding regarding the reliability of these innovative measures has increased amongst project participants since 2012. The survey respondents were less optimistic about the wider implementation of the investigated technologies. A reliable freshwater supply and supportive legislation are the most decisive socio-economic factors for a future investment in additional freshwater supply for farmers in this region. Both studies illustrate that the impact of additional freshwater supply on farm economics strongly depends on farm type and crop cultivation plan. These insights may support the wider use of these innovations and may help to improve agro-hydrological models.

Rijksprojecten: hét natuurinclusieve werken? : een analyse van relaties tussen rijksprojecten en de Rijksnatuurvisie
Pleijte, M. ; Beunen, R. ; During, R. - \ 2016
Wageningen : Wettelijke Onderzoekstaken Natuur & Milieu (WOt-technical report 82) - 116
infrastructuur - natuurbeleid - milieubeleid - overheidsbeleid - projecten - landbouw - nederland - infrastructure - nature conservation policy - environmental policy - government policy - projects - agriculture - netherlands
In de Rijksnatuurvisie ‘Natuurlijk Verder’ zijn de concepten natuurcombinaties en natuurinclusiefgeïntroduceerd. In deze studie is nagegaan of rijksoverheden in rijksprojecten zelf met natuurcombinaties ennatuurinclusief werken en welke mogelijkheden er zijn om deze manier van werken te versterken. Om hetonderzoek uit te voeren, is gebruik gemaakt van inzichten uit Evolutionary Governance Theory. Dit is eentheoretisch kader om de co-evolutie van discoursen, actoren en institutionele kaders te analyseren. Voor vierbeleidsvelden, te weten windenergie, landbouw, water en infrastructuur is nagegaan hoe rijksoverhedenwerken. Het onderzoek laat zien dat de begrippen natuurinclusief werken en natuurcombinaties steeds meeraandacht krijgen in het beleid en de programma’s en projecten van de Rijksoverheid. Vooralsnog lijktnatuurinclusief werken nog meer uitzondering dan regel.---The government vision ‘The Natural Way Forward’ (2014) introduced the policy concepts of naturecombinations and the nature-inclusive approach. This study investigates whether national governmentagencies implement these strategies in national projects and what possibilities exist to strengthen this wayof working. The researchers made use of ideas from Evolutionary Governance Theory, a theoreticalframework for analysing the coevolution of discourses, actors and institutional frameworks. The workingmethods employed by national government agencies were investigated in four policy areas: wind energy,agriculture, water management and infrastructure. The study shows that nature-inclusive working andnature combinations are gradually being adopted in national government policies, programmes and projects,but that so far nature-inclusive working has been more the exception than the rule.
A new Global Agro-Environmental Stratification (GAES)
Mücher, Sander ; Simone, Lorenzo De; Kramer, Henk ; Wit, Allard de; Roupioz, Laure ; Hazeu, Gerard ; Boogaard, Hendrik ; Schuiling, Rini ; Fritz, Steffen ; Latham, John ; Cormont, Anouk - \ 2016
Wageningen : Wageningen Environmental Research (Wageningen Environmental Research rapport 2761) - 69
stratification - agriculture - environment - monitoring - agricultural production - sustainable agriculture - observation - stratificatie (zaden) - landbouw - milieu - landbouwproductie - duurzame landbouw - observatie
The GAES database (Version 01a) is a newly developed Global Agro-Environmental Stratification within the EU SIGMA (Stimulating Innovation for Global Monitoring of Agriculture) project. GAES will serve as a new agro-environmental stratification for better global monitoring of the agricultural production on the basis of Earth Observation data and crop growth models. It is anticipated that GAES will be exploited for a wider range of applications, some within SIGMA, towards data gap analysis that identifies agro-environmental strata with limited capacity and monitoring data on agricultural production. GAES was produced by applying segmentation techniques to newly available global agroenvironmental data with a high spatial resolution re-sampled to 1 km spatial resolution. The datasets were able to stratify the agricultural production zones according to the region’s agro-environmental characteristics, including climatic regimes, soil, terrain, elevation conditions, water availability and land cover proprieties. The GAES strata obtained by segmentation at four different spatial levels (with Level 4 as the most detailed) have been further characterised and described in terms of phenology (e.g. start and peak of the growing season), agricultural (water) management practices, field size, biotic constraints, national and sub-national crop production statistics, GDP, transport infrastructure conditions or market accessibility. The GAES database has four hierarchical layers, with 92 attributes. GAES Level 1 has 194 agro-environmental (AE) types (818 strata); GAES Level 2 has 300 AE types (1,688 strata); GAES Level 3 has 374 AE types (2,087 strata); GAES Level 4 has 516 AE types (3,208 strata). GAES typology is a combination of temperature, altitude, parent material and land cover characteristics. GAES Version 01 has become freely available.
Effectief inlaatregiem zoetwatervoorziening Pilot modellering €ureyeopener voor het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier
Schipper, Peter ; Veldhuizen, Ab ; Kroes, Joop - \ 2016
Wageningen : Wageningen Environmental Research (Wageningen Environmental Research rapport 2757) - 35
waterbeheer - zoet water - regionaal beleid - verzilting - beschadigingen door zout - landbouw - noord-holland - polders - water management - fresh water - regional policy - salinization - salt injury - agriculture
In de Nederlandse delta is een uitgekiend waterbeheer van wezenlijk belang voor veiligheid en zoetwatervoorziening. Nu het klimaat verandert en kapitaal intensievere landbouw en andere watergebruikers meer zekerheid willen over de levering van zoet water, is de vraag hoe de zoetwatervoorziening kan worden verbeterd en robuust kan worden gemaakt. In veel gebieden hebben de waterbeheerders nog geen goed overzicht hoe het complexe systeem van zoetwateraanvoer tijdens droge perioden functioneert. Dit komt omdat de zoet-zoutpatronen sterk van plaats tot plaats verschillen, inlaten vaak diffuus van aard zijn en niet worden bemeten en watergebruik voor beregening niet wordt geregistreerd. Zij weten daarom in veel gebieden niet hoe effectief het huidige inlaatregiem is en welke maatregelen geschikt zijn om de zoetwatervoorziening te verbeteren. Het modelconcept de €ureyeopener is ontwikkeld om inzichten te bieden in de effectiviteit van de huidige zoetwateraanvoer en effecten van maatregelen. Het model berekent de wateraanvoerbehoefte, zoutgehalten, gewasschades en de kosten en baten van maatregelen. Voor het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier (HHNK) zijn de toepassingsmogelijkheden van dit modelconcept voor HHNK onderzocht door voor de Anna Paulownapolder een €ureyeopener model te maken. In dit gebied spelen voor HHNK nadrukkelijk beleidsvragen voor het voorzieningenniveau, de effecten van de nieuwe sluis bij IJmuiden, slim water management (efficiënter doorspoelen) en de extra zoet watervraag vanuit het Markermeer. Tot vóór de modelstudie had HHNK weinig zicht op de effectiviteit van het doorspoelregiem en de consequenties daarvan voor beregening en mogelijk optredende zoutschade. Het opgezette model geeft transparant inzicht in de uitwerking van het doorspoelregiem en de opbrengstderving van gewassen als het zoutgehalte van het polderwater verandert. In deze rapportage worden de stappen en het resulterende model beschreven. Ten opzichte van eerdere modellen is specifiek aandacht besteed aan de modellering van tulpen en de wijze waarop in het model de waterinlaat kan worden geoptimaliseerd. Met het oog op de samenwerking met Deltares en Bakelse Stroom voor het ontwikkelen van regio-specifieke €ureyeopener modellen hebben zij meegewerkt aan een interne werksessie om een conceptversie van het model te beoordelen en verbeterpunten te identificeren. Ook heeft Deltares bijgedragen aan het formuleren van aanbevelingen.
Kansenkaarten voor duurzaam benutten Natuurlijk Kapitaal
Knegt, B. de; Hoek, D.C.J. van der; Veerkamp, C.J. ; Woltjer, I. ; Aa, N.G.F.M. van der; Boekel, E.M.P.M. van; Diederiks, J.F.H.A. ; Goosen, H. ; Koekoek, A. ; Lesschen, J.P. ; Staritsky, I.G. ; Vries, F. de; Hendriks, C.M.A. - \ 2016
Wageningen : Wettelijke Onderzoekstaken Natuur & Milieu (WOt-technical report 75) - 122
ecosysteemdiensten - natuur - water - drinkwater - hoogwaterbeheersing - landbouw - nederland - ecosystem services - nature - drinking water - flood control - agriculture - netherlands
Local projects conducted within the framework of the Natural Capital Netherlands (NKN) programmeidentified various opportunities for mutual improvement of natural capital and the economy. In a follow-upstudy we investigated whether the insights gained also apply to other parts of the Netherlands. Which areasoffer the best opportunities? What measures are needed in these areas to actually capitalise on theseopportunities, and who are the relevant stakeholders? To address these questions, the local opportunitiesidentified in the NKN projects were explored at the national level, using ‘opportunity maps’. The three localprojects are: Greening the Common Agricultural Policy, Clean Water and Delta Programme
Financiële prikkels in de landbouw voor verbetering van de waterkwaliteit
Bergevoet, Ron ; Bondt, Nico ; Lauwere, Carolien de; Buurma, Jan ; Linderhof, Vincent ; Rijk, Piet - \ 2016
Wageningen : LEI Wageningen UR (Rapport / LEI Wageningen UR 2016-033) - ISBN 9789462577794 - 89
waterkwaliteit - waterverontreiniging - landbouw - financiële ondersteuning - emissie - nederland - water quality - water pollution - agriculture - financial support - emission - netherlands
While many instruments have already been implemented in various chains in order to limit the emission of pollutants into water, only a fraction of the existing instruments are economic in nature, and very few are geared towards the ‘polluter pays’ principle (as applied in this study). Despite this, agriculture and horticulture in general, and certain sectors in particular, incur expenses in their limiting of noxious substances. There is nevertheless potential to utilize new instruments in order to give further effect to the ‘polluter pays’ principle. These instruments could be most effectively implemented on a company level and/or during the removal of pollutants. New instruments must not be introduced in isolation; instead, an optimum mix must be created in conjunction with other instruments, both existing and new. Further research ought to shed light on the compatibility of proposed instruments within existing policy frameworks as well as in which areas there is a need for entirely new instruments to be developed.
Landbouw en de KRW-opgave voor nutriënten in regionale wateren : het aandeel van landbouw in de KRW-opgave, de kosten van enkele maatregelen en de effecten ervan op de uit- en afspoeling uit landbouwgronden
Groenendijk, Piet ; Boekel, Erwin van; Renaud, Leo ; Greijdanus, Auke ; Michels, Rolf ; Koeijer, Tanja de - \ 2016
Wageningen : Wageningen Environmental Research (Wageningen Environmental Research rapport 2749) - 149
kaderrichtlijn water - voedingsstoffen - oppervlaktewater - oppervlaktewaterkwaliteit - stikstof - fosfaten - uitspoelen - landbouw - oppervlakkige afvoer - water framework directive - nutrients - surface water - surface water quality - nitrogen - phosphates - leaching - agriculture - runoff
Het doel van de Europese Kaderrichtlijn Water is duurzame bescherming van ecosystemen en watervoorraden. Een deel van de regionale waterlichamen voldoet nog niet aan de normen voor stikstof- en fosforconcentraties die behoren bij een goede ecologische toestand. Om af te wegen welke maatregelen kunnen bijdragen aan het realiseren van de KRW-doelen, is inzicht nodig in de herkomst van stikstof en fosfor in het oppervlaktewater. In dit onderzoek is het aandeel van de landbouw in de overschrijding van de normen voor de stikstof- en de fosforconcentratie in regionale waterlichamen berekend met modellen. In deze analyse zijn verschillende brontermen onderscheiden die niet afzonderlijk te meten zijn (kwel, nalevering bodem, na-ijling uit overschotten in het verleden) en alleen met modellen zijn te berekenen. Vervolgens zijn van een viertal maatregelen (vervanging uitspoelingsgevoelige gewassen in het zuidelijke zandgebied, bodemverbetering, verbetering nutriëntenbenutting en drainage) de effecten op de uit- en afspoeling van stikstof en fosfor geschat. Ook zijn gevolgen voor het gebiedsgemiddelde financieel saldo geschat. Om te voldoen aan de normen voor stikstof- en fosforconcentraties in regionale waterlichamen, moet de uit- en afspoeling uit landbouwgronden landelijk gemiddeld met respectievelijk 12─17% en 12–38% worden verminderd, afhankelijk van de wijze waarop de uit- en afspoeling wordt vertaald naar een aandeel in de overschrijding van de concentratienormen. Tussen regio’s doen zich grote verschillen voor. Door een combinatie van de doorgerekende maatregelen lijkt in de zandgebieden een groot deel van de opgave voor reductie van de stikstofuitspoeling gerealiseerd te kunnen worden, terwijl de opgave voor het reduceren van de uit- en afspoeling van fosfor slechts voor een klein deel gerealiseerd kan worden met deze maatregelen. Voor fosfor zijn andere en/of aanvullende maatregelen nodig die voorkomen dat de opgehoopte voorraad fosfaat in de bovengrond kan uitspoelen naar het oppervlaktewater en/of maatregelen met een zuiverende werking in het oppervlaktewater.
Farmers’ perception of opportunities for farm development
Methorst, Ron - \ 2016
University. Promotor(en): Han Wiskerke, co-promotor(en): Dirk Roep; Jos Verstegen. - Wageningen : Wageningen University - ISBN 9789462579439 - 192
farm development - perception - agriculture - entrepreneurship - case studies - sociology - bedrijfsontwikkeling in de landbouw - perceptie - landbouw - ondernemerschap - gevalsanalyse - sociologie

Differences in the perception of opportunities for farm development is researched in this thesis in relation to differences in the embedding of the farm in the socio-material context. This study contributes to a Sociology of Entrepreneurship in focusing on the decision-maker specific aspects using the concepts Opportunity Identification, Strategic Decision-Making and Embeddedness. In a case study of family dairy farmers operating in a highly comparable socio-material context at the level of the case study, a mix of quantitative and qualitative data were used to analyse differences at the level of the decision-makers on the family farm. Based on the perceived viability of 15 opportunities for farm development to contribute to farm income, four clusters of opportunities were found that represent different farm development strategies: 1) maximising production; 2) optimising the use of own resources; 3) diversifying production; and 4) ending dairy farming. Personal views and preferences showed to be the most influential driver, mediating the influence of the combined set of seven drivers on the perception of opportunities. Taking the perspective of embeddedness, every farm development strategy appeared to have different sets of relations for three dimensions of the socio-material context: the socio-cultural context, the dairy value chain and the use of resources for production. These sets of relations differ on a scale ranging from more ‘close’ to more ‘stretched’ set of relations, resembling a mixing paned of three sliders on which the family farmer positions itself, a positioning that is related to personal views and preference. The socio-material characteristics of a farm, thus, result from, and reflect how it is embedded in a set of heterogeneous relations. This finding supports the relevance of a relational perspective on farm development where strategic decision-making is the reiterative process of embedding farm practices in the different sets of relations of the farm with the socio-material context. The farmer’s interpretation of the complex and dynamic relations in the socio-material context affects the identification of opportunities for farm development. Approaching strategic decision-making as the positioning in sets of relations offers a non-normative approach to family farm development in relation to the socio-material context. Awareness of the influence of personal views and preferences combined with a non-normative approach is of relevance for effective policies and support programmes to support the development of vital farms in vital rural areas.

Keywords: family farm, farm development, strategy, opportunity identification, strategic decision-making, embeddedness

Environmental governance of pesticides in Ethiopian vegetable and cut flower production
Mengistie, Belay - \ 2016
University. Promotor(en): Arthur Mol, co-promotor(en): Peter Oosterveer. - Wageningen : Wageningen University - ISBN 9789462579491 - 254
pesticides - policy - ethiopia - private sector - supply chain management - agriculture - vegetables - cut flowers - environmental protection - pesticiden - beleid - ethiopië - particuliere sector - ketenmanagement - landbouw - groenten - snijbloemen - milieubescherming

Pesticides are intensively used in agriculture across the globe to prevent or control pests, diseases, and weeds. In this process, improper pesticide registration, distribution and use has become more serious, which has resulted in heavy environmental and human health risks in many parts of the world. This holds especially true for developing countries, including Ethiopia where good agricultural practices are often poorly implemented. To safeguard human health and the environment, a strict regulatory policy is essential. In line with this, Ethiopia has developed pesticide registration and control procedures, which are regulations and directives in which the country also included different international agreements related to agropesticides. Therefore, the overall policy with respect to pesticide plays a key role in improving the environment, the health of growers and the surrounding community and stimulates the economic performance of the Ethiopian agricultural sector. However, there was no clear answer to the question whether the policy on pesticide registration, distribution and use was implemented in an effective and sustainable way. Arguably, governance failures are the origin of many environmental and human health problems regarding pesticides in developing countries. This paper argues that the influence of state and non-state actors and the relative importance of their interactions are the major structural characteristics of pesticide governance. However, it is still important to ask what governing mechanisms and actors are available and what can be developed further to promote sustainable pesticide governance. Therefore, the aim of this thesis is to investigate the pesticide policy-and-practice nexus, which includes the roles of governmental actors, private actors(traders) and farmers, and to review the actual and potential contribution from various governance actors in changing the existing (unsafe) pesticide practices in vegetables and cut flowers sector in which pesticides are used intensively.I have to conclude that both state and private actors hardly contribute to significant improvements in achieving sound pesticide management in Ethiopia. The state regulatory system has revealed an inability in controlling proper registration, distribution and safe use. Pesticide registration systems are not well established. A major challenge in pesticide registration is the double/ triple registration of pesticides with the same active ingredient (ai) but under different commercial names. Importing unregistered pesticides (only with import permits) by most flower growers allowed them to use extremely harmful/chemicals toxic to the environment and workers for higher risks. The government’s political commitment in this regard has never been observed in the floriculture industries, where there is no supervision or monitoring at all. In addition, commercial pesticide traders prove unable/unwilling to comply with regulations prescribed by the government proclamation. Among other problems, importation of pesticides with the wrong labels, conflicts of interest between importers (registrants) and double/triple registration of pesticides with the same (ai) under different commercial names cause confusion for retailers and farmers. Moreover, importation without obtaining a prior import permit and requests to import unregistered pesticides have grown over time. At the same time, the responsibility for controlling the pesticide market (inspection) failed in terms of quality control in distribution and use. The retailing of pesticides has been handled by unqualified and unlicensed retailers in shops and open markets with other commodities. Finally, this challenge is particularly critical at farm (local) level. There is substantial overuse, misuse and abuse of pesticides by end users, especially by smallholder farmers, due to lack of knowledge, technical support and training on hazards and risks associated with pesticides. Challenges to pesticide governance throughout the pesticide supply chain has resulted in negative policy outcomes for the environment and human health, particularly with the failure of state authorities to actively engage non-state actors in the complex pesticide registration, distribution and use system. Following the findings in this thesis, these situations call for the reshaping of the pesticide governance system throughout the country. To effectively address the human health and environmental impacts of pesticides requires a pesticide governance system that facilitates agricultural and environmental sustainability.

Beprijzen van water voor de landbouw - geactualiseerde versie
Linderhof, Vincent ; Snellen, W.B. ; Schipper, P.N.M. ; Hattum, T. van; Veraart, J.A. - \ 2016
Stowa (Deltafactsheet ) - 6 p.
landbouw - beregening - oppervlaktewater - watergebruik - kosten - marktregulaties - agriculture - overhead irrigation - surface water - water use - costs - market regulations
Deze deltafact behandelt de achtergronden en mogelijkheden om water te beprijzen dat door de landbouw wordt gebruikt voor beregening. De nadruk hierbij ligt op het gebruik van oppervlaktewater en de haalbaarheid om water te beprijzen in tijden van watertekorten.
Een verkenning naar toepassing van drones in landbouw en natuur : drijfveren, kansen en consequenties
Wal, Tamme van der; Meijer, Marcel ; Rip, Frans I. - \ 2016
Wageningen : Wageningen Environmental Research (Wageningen Environmental Research rapport 2742) - 49
drones - landbouw - natuur - innovaties - technologie - wetgeving - agriculture - nature - innovations - technology - legislation
Dit rapport is een nadere uitwerking van het rapport van WODC (Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatie Centrum van het ministerie van Veiligheid en Justitie) uit begin 2015 naar het gebruik van drones. Deze uitwerking, gemaakt in opdracht van het ministerie van Economische Zaken, is gericht op de domeinen landbouw en natuur. Het rapport begint met een overzicht van de diverse aanduidingen voor drones. Daarnaast wordt de VITAAL-typologie voor drones gepresenteerd. Deze fungeert als raamwerk voor de beschouwing van zes in dit rapport onderscheiden aspecten van drones: Vlucht, Inzetbaarheid, Toepassing, Aansturing, Apparaat en Lading. In het tweede hoofdstuk zijn de VITAAL-aspecten in verband gebracht met al bestaande en mogelijke toekomstige inzet van civiele drones in landbouw en natuur. De maatschappelijke vraagstukken die drijfveren (kunnen) zijn voor de inzet van drones komen aan de orde in het derde hoofdstuk, waarbij ook de innovatieopgaven worden besproken die zijn afgeleid uit de maatschappelijke opgaven op het gebied van landbouw en natuur. Het rapport sluit af met de discussie, gevolgd door conclusies en aanbevelingen voor beleid en nader onderzoek. Deze liggen op het vlak van regeldruk, vergroeningsmaatregelen en verkenning van gevolgen van de inzet van drones in een Living Lab.
Check title to add to marked list
<< previous | next >>

Show 20 50 100 records per page

 
Please log in to use this service. Login as Wageningen University & Research user or guest user in upper right hand corner of this page.