Staff Publications

Staff Publications

  • external user (warningwarning)
  • Log in as
  • language uk
  • About

    'Staff publications' is the digital repository of Wageningen University & Research

    'Staff publications' contains references to publications authored by Wageningen University staff from 1976 onward.

    Publications authored by the staff of the Research Institutes are available from 1995 onwards.

    Full text documents are added when available. The database is updated daily and currently holds about 240,000 items, of which 72,000 in open access.

    We have a manual that explains all the features 

Current refinement(s):

Records 1 - 20 / 759

  • help
  • print

    Print search results

  • export
    A maximum of 250 titles can be exported. Please, refine your queryYou can also select and export up to 30 titles via your marked list.
  • alert
    We will mail you new results for this query: keywords==maize
Check title to add to marked list
DNA sequence and shape are predictive for meiotic crossovers throughout the plant kingdom
Demirci, Sevgin ; Peters, Sander A. ; Ridder, Dick de; Dijk, Aalt D.J. van - \ 2018
The Plant Journal 95 (2018)4. - ISSN 0960-7412 - p. 686 - 699.
Arabidopsis thaliana - crossover - DNA shape - genome accessibility - machine learning - maize - meiotic recombination - prediction - rice - tomato

A better understanding of genomic features influencing the location of meiotic crossovers (COs) in plant species is both of fundamental importance and of practical relevance for plant breeding. Using CO positions with sufficiently high resolution from four plant species [Arabidopsis thaliana, Solanum lycopersicum (tomato), Zea mays (maize) and Oryza sativa (rice)] we have trained machine-learning models to predict the susceptibility to CO formation. Our results show that CO occurrence within various plant genomes can be predicted by DNA sequence and shape features. Several features related to genome content and to genomic accessibility were consistently either positively or negatively related to COs in all four species. Other features were found as predictive only in specific species. Gene annotation-related features were especially predictive for maize, whereas in tomato and Arabidopsis propeller twist and helical twist (DNA shape features) and AT/TA dinucleotides were found to be the most important. In rice, high roll (another DNA shape feature) and low CA dinucleotide frequency in particular were found to be associated with CO occurrence. The accuracy of our models was sufficient for Arabidopsis and rice (area under receiver operating characteristic curve, AUROC > 0.5), and was high for tomato and maize (AUROC ≫ 0.5), demonstrating that DNA sequence and shape are predictive for meiotic COs throughout the plant kingdom.

A comprehensive assessment of agriculture in lowlands of south Brazil: characterization and comparison of current and alternative concepts
Theisen, Giovani - \ 2017
University. Promotor(en): Niels Anten, co-promotor(en): Lammert Bastiaans. - Wageningen : Wageningen University - ISBN 9789463436380 - 234
cropping systems - farming systems - crop management - lowland areas - wetlands - pampas - brazil - intensification - sustainability - productivity - indicators - soil management - rice - flooded rice - oryza sativa - maize - zea mays - glycine max - cover crops - livestock - rotation - mixed farming - seedbed preparation - farm machinery - teeltsystemen - bedrijfssystemen - gewasteelt - laaglandgebieden - pampa's - brazilië - intensivering - duurzaamheid (sustainability) - productiviteit - indicatoren - bodembeheer - rijst - natte rijst - maïs - dekgewassen - vee - rotatie - gemengde landbouw - zaaibedbereiding - landbouwwerktuigen

Agriculture in the lowlands of south Brazil is of strategic importance at the national level, since it supplies around 80% of the rice consumed by the Brazilian population. In Rio Grande do Sul, the southernmost state in Brazil, three million hectares of lowlands are ready for grain-based agriculture. Of this area, about half is fallow, partly used for cattle grazing, and irrigated rice is the predominant crop, cultivated annually on 1.1 million ha. The remaining area is used for soybean and other crops. The predominant cropping system is a combination of irrigated rice and cattle. Over the last decades, rice yields have steadily increased, but this rise in yield level has to a large extent been obtained at the expense of a continuously higher use of external inputs. The recent introduction of soybean in rotation with rice has partially improved the system, but in most areas the situation is becoming incompatible with the modern demands for sustainability. This thesis presents a long-term study (2006-2015) of five cropping systems for lowlands. Next to monocrop rice and two rice-soybean rotations conducted in either conventional or minimum tillage, the experiment contained two novel systems based on large ridges, on which soybean and maize were combined with either cover crops or crop-livestock integration in winter. In these last systems, 8-m-wide ridges were built to avoid flooding, thus allowing for diversification of cash crops and the cultivation of cover crops or pastures in winter time, as well as the use of no-tillage. All systems were evaluated at process-level, including soil preparation, seeding, plant nutrition, pest management, irrigation, harvesting, transport and cattle management, as well as regarding their performance for the different dimensions of sustainability, particularly environment, land productivity, economics, energy-use and labour. Next to system assessment, two additional experiments were conducted for the evaluation of two specific technologies for soil management in these areas. Crop livestock integration on the ridge-based system offered the best balance between food production, environmental impact and economics. This system is well suited to be used in fields that are kept fallow, thereby enlarging the agricultural productivity of the lowlands. The additional experiments revealed that a knife-roller can successfully substitute plough-and-harrow for soil preparation after rice harvest, and that germination of weed seeds can be reduced if crop seeding is conducted at a lower speed or using a no-tillage seeder equipped with an improved cutting mechanism. Overall the results show that by using alternative cropping systems that allow for diversification and new methods of field management it is possible to simultaneously attain a larger agricultural production and improved sustainability in the lowlands.

Duurzaam bodembeheer maïs : Maïs en Bodem jaarrapport 2016
Riemens, Marleen ; Huiting, Hilfred ; Deru, Joachim ; Schooten, Herman van; Weide, Rommie van der - \ 2017
Wageningen : Wageningen Plant Research (Wageningen Plant Research rapport 731) - 61
maïs - zea mays - bodembeheer - ruwvoer (forage) - akkerbouw - maize - soil management - forage - arable farming
Hoe kunnen veetelers met minder input meer resultaten halen bij snijmaïsteelt? Dat is de centrale vraag van het project “Duurzaam bodembeheer maïs” (BO-31.03-001-003). Veel melkveehouderijbedrijven telen snijmaïs, een gemakkelijk te telen ruwvoergewas met een goede productie van constante hoge kwaliteit. Als zetmeelbron met een ruime energie/eiwitverhouding past het goed in het runderdieet, naast gras en graskuil. De maïsteelt kan echter nadelige effecten hebben voor de bodem door gewasbeschermingsmiddelen en het uit- en afspoelen van nutriënten. Wageningen UR en het Louis Bolk Instituut onderzoeken in opdracht van het ministerie van EZ duurzame en praktisch haalbare verbeteringen en vernieuwingen. Teeltsystemen die zorgen voor een gezonde bodem worden daarbij gezien als sleutel tot duurzame teelt. Op drie locaties worden diverse teeltsystemen vergeleken in meerjarige proeven uitgevoerd op zand- en kleigrond. Daarbij wordt onder andere gekeken naar opbrengst, onkruiddruk, bodemstructuur, aanwezigheid van regenwormen, indringingsweerstand, waterinfiltratie, stikstofdynamiek en economische aspecten. Deze kennis wordt vervolgens doorgegeven aan de praktijk middels o.a. de beslisboom snijmaïs, een instrument om praktische kennis naar veetelers en erfbezoekers te brengen. De resultaten uit het vijfde projectjaar (2016) worden in deze rapportage beschreven. Onderstaande paragrafen geven eerst per proeflocatie een korte samenvatting van de bevindingen van 2016.
Effect onkruidbestrijdingsstrategieën op de opbrengstreductie van snijmaïs : Resultaten van een éénjarige veldproef in 2016
Huiting, H.F. ; Schooten, H.A. van - \ 2017
Lelystad : Wageningen Plant Research - 25 p.
zea mays - maïs - onkruiden - onkruidbestrijding - herbiciden - experimenteel veldonderzoek - nederland - maize - weeds - weed control - herbicides - field experimentation - netherlands
Mais en bodem rapport 2015
Riemens, M.M. ; Huiting, H.F. ; Deru, J.G.C. ; Schooten, H.A. van; Weide, R.Y. van der - \ 2016
Wageningen Plant Research - 76 p.
zea mays - maïs - bodem - bodembeheer - teeltsystemen - maize - soil - soil management - cropping systems
Hoe kunnen veetelers met minder input meer resultaten halen bij snijmaïsteelt? Dat is de centrale vraag van het project “Duurzaam bodembeheer maïs” (BO-31.03-001-003). Veel melkveehouderijbedrijven telen snijmaïs, een gemakkelijk te telen ruwvoergewas met een goede productie van constante hoge kwaliteit. Als zetmeelbron met een ruime energie/eiwitverhouding past het goed in het runderdieet, naast gras en graskuil. De maïsteelt kan echter nadelige effecten hebben voor de bodem door gewasbeschermingsmiddelen en het uit- en afspoelen van nutriënten. Wageningen UR en het Louis Bolk Instituut onderzoeken in opdracht van het ministerie van EZ duurzame en praktisch haalbare verbeteringen en vernieuwingen. Teeltsystemen die zorgen voor een gezonde bodem worden daarbij gezien als sleutel tot duurzame teelt. Op drie locaties worden diverse teeltsystemen vergeleken in meerjarige proeven uitgevoerd op zand- en kleigrond. Daarbij wordt onder andere gekeken naar opbrengst, onkruiddruk, bodemstructuur, aanwezigheid van regenwormen, indringingsweerstand, waterinfiltratie, stikstofdynamiek en economische aspecten. Deze kennis wordt vervolgens doorgegeven aan de praktijk middels o.a. de beslisboom snijmaïs, een instrument om praktische kennis naar veetelers en erfbezoekers te brengen.
Wisselteelt goed voor grasopbrengst : elf procent hogere grasopbrengst op De Marke dankzij vruchtwisseling met mais
Aarts, Frans - \ 2016
grasslands - yields - rotations - maize - soil fertility - grasses - fertilizer application - agricultural research

Wissel snijmais af met minimaal drie jaar grasland. Dat advies geeft onderzoeker Frans Aarts van Wageningen UR. Verbetering van de bodemvruchtbaarheid leidt dan tot een hogere grasopbrengst, net als het gebruik van de nieuwste grassoorten.

Zetmeelkorrels als droogtebuffer
Hoekzema, Gerard ; Kroonen, Marc - \ 2016
starch - maize - zetmeel - maïs
Geraffineerd voeren : naar een sluitende mineralenkringloop door raffinage van lokaalgeteeld veevoer
Sanders, J.P.M. ; Liere, J. ; Wilt, J.J. de - \ 2016
Utrecht : Innovatie Agro & Natuur - Netwerkorganisatie voor grensverleggende vernieuwingen - ISBN 9789050595278 - 32 p.
veevoeding - melkveevoeding - varkensvoeding - bioraffinage - grasmaaisel - maïs - mineralenboekhouding - livestock feeding - dairy cattle nutrition - pig feeding - biorefinery - grass clippings - maize - nutrient accounting system
Raffinage van in Nederland geteeld voer kan bijdragen aan het verminderen van de import van voer en daarmee van de nutriënten fosfor en stikstof. Die verminderde import aan nutriënten is het gevolg van het verbeteren van de voerbenutting van de geraffineerde producten en dan met name van in gras en snijmais aanwezige eiwitten. De import van eiwit is immers de belangrijkste bron van onze fosfor- en stikstofoverschotten. In deze rapportage worden het raffinage proces beschreven, alsmede de stromen die bij de verschillende bewerkingen vrijkomen. De mogelijkheden voor inzet van deze stromen als voer voor runderen dan wel varkens passeren de revue. Tevens wordt een globale kosten- en opbrengstenberekening gemaakt. Tenslotte volgt een schets van de implicaties van de verschuivingen in eiwitbenutting op nationaal niveau. Zijdelings wordt aandacht besteed aan de productie van eendenkroos als eiwitbron.
Voederbieten : minder stikstofverliezen na scheuren grasland
Pijlman, J. ; Hilhorst, G.J. ; Gerner, L. ; Kessel, T. van - \ 2016
V-focus 13 (2016)2. - ISSN 1574-1575 - p. 32 - 33.
voederbieten - graslanden - mineralen - stikstof - oppervlaktewater - grondwater - maïs - melkveehouderij - fodder beet - grasslands - minerals - nitrogen - surface water - groundwater - maize - dairy farming
In het project Vruchtbare Kringloop Achterhoek en Liemers werken 250 melkveehouders aan het verbeteren van de mineralenbenutting op bedrijfsniveau en het beperken van verliezen naar oppervlakte- en grondwater. Wat betreft stikstof zijn de verliezen het hoogst bij maisteelt op gescheurd grasland. In de Kennisgroep Bodem van het project heeft melkveehouder Arjan Freriks de handschoen opgepakt om dit probleem op te lossen met de teelt van voederbieten.
Variation in phosphorus acquisition efficiency among maize varieties as related to mycorrhizal functioning
Wang, X.X. - \ 2016
University. Promotor(en): Thomas Kuijper; Ellis Hoffland, co-promotor(en): G. Feng. - Wageningen : Wageningen University - ISBN 9789462577985 - 168 p.
zea mays - mycorrhizas - maize - phosphorus - nutrient use efficiency - vesicular arbuscular mycorrhizas - nutrient uptake - varieties - mycorrhizae - maïs - fosfor - nutriëntengebruiksefficiëntie - vesiculair-arbusculaire mycorrhizae - voedingsstoffenopname (planten) - rassen (planten)

Phosphorus (P) is a main limiting factor for agricultural production, but overusing P fertilizer has brought serious environmental damages in China. Improving P acquisition efficiency of agricultural crops is an urgent topic. It has been proven repeatedly that arbuscular mycorrhizal fungi (AMF) and genetic diversity within one crop plant can play important roles in P uptake by crops. The main objective of this thesis was to understand the role of the arbuscular mycorrhizal symbiosis in P acquisition efficiency of different maize varieties. The specific objectives were to test: 1) how P uptake by maize varieties responds to colonization by the native AMF community in the field; and 2) whether AMF hyphae take up P for plants from phytate which is the most abundant organic P form in soil; 3) whether mixing maize cultivars can improve maize productivity and whether AMF can play a role in this system; and 4) how AMF species (or community) legacy affects successional maize growth. In this thesis, I combined field experiments and greenhouse experiments and made use of maize genetic diversity and (native) AMF to improve P (including inorganic and organic P) acquisition.

The effects of one single AMF species on maize growth and nutrient uptake have been well studied, but how maize varieties respond to the native AMF community has been insufficiently studied. In Chapter 2, I focused on how maize varieties responded to the native AMF community by using rotated cores in the field, to compare mycorrhizal responsiveness among 20 maize varieties and the difference of the AMF native community of four maize varieties (two old landraces and two modern hybrids). The results indicated that, 1) increased P fertilizer significantly reduced mycorrhizal responsiveness in the field; 2) a complicated relationship exists between mycorrhizal responsiveness in the field and pot experiment; 3) there was no significant difference between old and modern maize varieties in terms of mycorrhizal responsiveness and colonization; 4) there were only small differences in AMF community composition among the four maize varieties. By comparing mycorrhizal responsiveness of maize varieties between in the pot experiment and in the field experiment (with in-growth cores), I found mycorrhizal responsiveness of maize varieties in the pot experiment was significantly larger than that in the field experiment. Thus, mycorrhizal responsiveness of varieties within one cereal plant species tested classically in pots may not present their realistically mycorrhizal responsiveness in field.

Phytate is the most abundant form of organic P in soil. To explore the potential of phytate utilization by plants is agriculturally and environmentally essential. Increased P nutrition of mycorrhizal plants derived from phytate has been reported, indicating that phytate can be a potential P source. However, earlier studies assessed phytate use by using acid phosphatase rather than phytase, and did not consider that phytate adsorption could lead to phosphate release. Thus, I investigated the effect of mycorrhizal hyphae-mediated phytase activity on P uptake by maize in Chapter 3. I conducted a rhizobox experiment to explore phytate use by mycorrhizal hyphae for two maize varieties. The results showed that: 1) phytate addition increased phytase and acid phosphatase activity, and resulted in increased P uptake and plant biomass; 2) the increase in P uptake and biomass were correlated with the increase of phytase activity but not with the increase of acid phosphatase activity; 3) lower phytate addition rate increased, but higher addition rates decreased hyphal length density. I conclude that P from phytate can be used by mycorrhizal plants, but that the phytate contribution to plant nutrition is likely limited. Phytase activity is a more relevant indicator to assess phytate use. In addition, there was a significant interaction between maize varieties and AMF species in taking up P from phytate, which implies there is a possibility to combine different maize varieties to increase total yield using phytate. Besides, I used an empirical relationship to assess phosphate release due to phytate addition. My calculation implies that phosphate desorption cannot be ignored when assessing phytate use, particularly when a large amount of phytate is applied as a P source.

In multispecies natural ecosystems, AMF can play a key role in enhancing plant productivity. However, their role in enhancing crop productivity in mixed cropping systems is still poorly understood. In Chapter 4, I conducted both greenhouse and field experiments to investigate whether mixing maize varieties with different P acquisition strategies could lead to overyielding, and what roles AMF play in this system with two maize varieties. The results showed that mixing maize varieties resulted in overyielding, both in P uptake and shoot biomass, but only when plants were mycorrhizal. At the same time, I found higher hyphal length density and higher AMF diversity in mixtures compared to the monocultures in the field experiment, and higher colonization rate and higher hyphal length density in mixtures in the pot experiment. Thus, I propose that overyielding by mixing maize varieties might be due to increased mycorrhizal performance leading to more P uptake. I also used the partitioning formula to calculate the contribution through the selection effect and complementarity effect to overyielding. I found that the increase of the total yield and P uptake in mixtures was largely due to complementarity effect, implying that relative overyielding and enhanced P uptake were not due to enhanced competitive ability by the larger variety. The results of Chapter 4 suggest that mixing mycorrhizal maize varieties might be beneficial for enhancing productivity and P uptake efficiency.

Plant - soil feedback experiments have shown that AMF can play a crucial role in determining the direction and magnitude of that feedback. Most studies investigated plant - soil feedback dynamics between different plant species. However, it is unknown to what extent one variety of an agricultural crop can affect the performance of another variety of that same crop through plant - soil feedback. In Chapter 5, I carried out a two-phase experiment in a greenhouse, including conditioning phase and test phase to determine plant - soil feedbacks in the absence and presence of AMF species or community, to test the effects of AMF on feedback dynamics. The results in Chapter 5 showed that: 1) in the conditioning phase, both maize varieties were differentially influenced by different AMF species compared to non-mycorrhizal control; 2) in the feedback phase, non-mycorrhizal maize exhibited negative feedback dynamics for biomass and P-uptake; 3) on the feedback phase, mycorrhizal maize generally exhibited positive feedback dynamics for biomass and P-uptake. The interaction coefficient was largest with the mixture of three different AMF species. The interaction coefficient for shoot and P uptake were significantly correlated with the coefficient for mycorrhizal colonization. These results imply that different maize varieties are affected differently by different AMF species, thereby influencing the productivity of the subsequent maize variety. The results also raise questions how AMF influence rhizosphere biota and how maize varieties may select more beneficial AMF.

In Chapter 6, I integrate the results from previous chapters. I discuss possible relationships between (negative) plant - soil feedback effect (due to pathogen) and the mycorrhizal effect on overyielding and improved P uptake due to mixing maize varieties (compared to the monoculture). I also discuss the linkage between phosphorus acquisition efficiency and mycorrhizal responsiveness within one crop species, and the relationship between plant genetic diversity and plant - soil feedback effects, and try to come up with a conceptual model how mixing maize varieties in the presence of AMF could be beneficial.

Grondig boeren met maïs in Drenthe: eindverslag project periode 2012-2015
Verhoeven, J.T.W. ; Schans, D.A. van der; Schooten, H.A. van; Groten, J. - \ 2015
Lelystad : Praktijkonderzoek Plant & Omgeving, onderdeel van Wageningen UR, Business Unit Akkerbouw, Groene Ruimte en Vollegrondsgroenten - 94
zea mays - maïs - drenthe - duurzame landbouw - duurzaam bodemgebruik - duurzame ontwikkeling - plattelandsontwikkeling - systeeminnovatie - innovaties - onderzoeksimplementatie - demonstratiebedrijven, landbouw - maize - sustainable agriculture - sustainable land use - sustainable development - rural development - system innovation - innovations - implementation of research - demonstration farms
De duurzaamheid van agroproductie in Nederland staat onder toenemende belangstelling. Duurzaamheid wordt niet alleen meer gezien als een ecologisch en sociaal-economisch aspect van agroproductie maar ook steeds meer als unique selling point. De duurzaamheid van de maïsteelt in Nederland staat onder druk en de noodzaak om een flinke stap te zetten naar meer duurzaamheid is groot. Inmiddels worden steeds meer duurzaamheidsproblemen geassocieerd met de huidige maïsteelt, zoals uit- en afspoeling van nutriënten, een slechte bodemstructuur, lager wordende gehaltes aan organische stof in de bodem, achteruitgaande bodembiodiversiteit, toenemende druk van ziekten en plagen en productie van broeikasgassen als lachgas. Op de langere termijn zal dit niet houdbaar blijken te zijn. Om deze problemen de baas te worden is een stap nodig naar een ander, innovatief teeltsysteem dat genoemde problemen niet heeft en daardoor de maïssector een substantiële stap op het pad naar meer duurzaamheid te zetten. Dit nieuwe teeltsysteem bestaat uit een vruchtwisseling met gras, een geslaagde nateelt en een maïs met kortere groeiduur die de nateelt ondersteunt aangevuld met innovaties als niet-kerende grondbewerking en aangepaste teeltwijze. Dit nieuwe teeltsysteem geeft het gebruikelijke rendement als de huidige teeltwijze, maar draagt bij aan 1) een beter bodemkwaliteit en structuur met een geleidelijk hoger wordend organisch stofgehalte (koolstof vastlegging) en een lager wordende uitstoot van overige broeikasgassen (lachgas) 2) vermindering van de ziektedruk door bodem- en gewasgebonden ziekten, plagen en onkruiden 3) een hogere bodembiodiversiteit en 4) vermindering van de uit- en afspoeling van nutriënten naar het grond- en oppervlaktewater. 5) Een rendabele teeltwijze ook na aanscherping van mineralen gebruiksnormen. Dit teeltsysteem is in onderzoek nu zo ver ontwikkeld dat implementatie in de praktijk mogelijk is. Voor de provincie Drenthe is daarom een demonstratieproject ontwikkeld onder de titel “Grondig Boeren met Maïs”. In dit project zullen de projectpartners Agrifirm en Wageningen UR een tweetal demonstratiepercelen in de praktijk aanleggen waarin verschillende systeemvarianten getoond worden samen met relevante deelinnovaties. De demonstraties worden ondersteund met waarnemingen om de beoogde milieueffecten aan te tonen. Via zomer- en winterbijeenkomsten worden maïstelers en loonwerkers uitgenodigd mee te denken. Een communicatieplan zal er zorg voor dragen dat inzicht, kennis en kunde over dit nieuwe teeltsysteem ingebed wordt in de Drentse maïspraktijk.
Plantenziektekunde anders
Goud, J.C. - \ 2015
Gewasbescherming 46 (2015)5. - ISSN 0166-6495 - p. 145 - 146.
gewasbescherming - plantenziektebestrijding - kassen - kasproeven - landbouwkundig onderzoek - dijken - wortels - klimaatverandering - abiotische beschadigingen - solanum dulcamara - maïs - capsicum - slakkenbestrijding - plant protection - plant disease control - greenhouses - greenhouse experiments - agricultural research - dykes - roots - climatic change - abiotic injuries - maize - mollusc control
Onlangs is bij de Radboud Universiteit Nijmegen een nieuw kassencomplex met faciliteiten in gebruik genomen. Er worden voedselkeuzeproeven gedaan met slakken, rupsen en coloradokevers, er wordt gewerkt aan planten die tolerant zijn tegen abiotische stress, zoals hitte, droogte en overstroming, er worden invasieve plantensoorten bestudeerd, zoals de waterhyacint, en er blijkt al een halve eeuw een grote genenbank van nachtschade-soorten (Solanaceae) te zijn. Genoeg interessants om eens een kijkje te gaan nemen bij de informatiedag. Bezoekers werden niet teleurgesteld. Maar het woord ‘plantenziektekunde’ is niet gevallen.
Handboek snijmaïs
Schooten, H.A. van; Philipsen, A.P. ; Groten, J.A.M. - \ 2015
Wageningen UR Livestock Research (Handboek / Wageningen UR Livestock Research 27) - 199 p.
voederkwaliteit - maïs - voedergewassen - maïskuilvoer - zea mays - rassen (planten) - rassenlijsten - teeltsystemen - teelt - plantenvoeding - bemesting - rentabiliteit - melkveehouderij - akkerbouw - forage quality - maize - fodder crops - maize silage - varieties - descriptive list of varieties - cropping systems - cultivation - plant nutrition - fertilizer application - profitability - dairy farming - arable farming
Na gras is snijmaïs het belangrijkste gewas voor de melkveehouderij. Dit handboek beschrijft de actuele stand van zaken over teelt, oogst, voeding en economie van snijmaïs.
Maatregelen emissiebeperking, effectiviteit en bereik via borgingsinstrumenten
Kool, S.A.M. de; Wijnands, F.G. ; Gooijer, Y.M. ; Leendertse, P.C. ; Brinks, H. - \ 2015
Praktijkonderzoek Plant & Omgeving, Business Unit Bloembollen, Boomkwekerij en Fruit (PPO publicatie 2015-665) - 67 p.
emissiereductie - emissie - chemische bestrijding - pesticiden - oppervlaktewater - grondwater - plantenkwekerijen - maïs - bloembollen - akkerbouw - tuinbouw - emission reduction - emission - chemical control - pesticides - surface water - groundwater - nurseries - maize - ornamental bulbs - arable farming - horticulture
In 2012 is het project Water ABC gestart om waterkwaliteitsproblemen veroorzaakt door gewasbeschermingsmiddelen verder terug te dringen. In de volgende werkgebieden is in 2012-2013 gewerkt aan het vaststellen van de belangrijkste emissieroutes van de probleemstoffen en de selectie van mogelijke maatregelen en passende borgingsinstrumenten: Regio Boskoop, werkgebied Hoogheemraadschap van Rijnland: hier ligt het accent op de boomkwekerij. Zuidoost Nederland, werkgebied Waterschap Aa en Maas: accent op mais. Regio Noord en Zuid Holland, werkgebied van Hoogheemraadschap Rijnland en Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier: accent bollenteelt. Friesland en Flevoland, werkgebied van Wetterskip Fryslân en Waterschap Zuiderzeeland: accent puntemissies akkerbouw. Brabant en Bommelerwaard, werkgebied van Brabant Water en Dunea: accent op kwetsbare gebieden (diverse sectoren: fruitteelt, akkerbouw), zowel oppervlaktewater als grondwater. Dit rapport documenteert de uitkomsten van het werk in de 5 gebieden. Achtereenvolgens komen per werkgebied aan de orde: de belangrijkste emissieroutes, de mogelijke maatregelen per route en de passende borgingsinstrumenten. Vervolgens wordt besproken hoe effectief het pakket geselecteerde maatregelen is in het beperken van de betreffende emissieroute. Daarna wordt ingezoomd op het bereik van de mogelijke borgingsinstrumenten. Zo ontstaat zicht op het werkelijke perspectief van beperking van emissie voor de verschillende werkgebieden en wordt duidelijk wat er eventueel nog gedaan moet worden.
Oogstmoment snijmais beïnvloedt methaanuitstoot : Later oogsten mais verlaagt methaanuitstoot zonder negatieve bijeffecten
Bannink, A. ; Hatew, B. ; Dijkstra, J. - \ 2015
Veeteelt 2015 (2015)Oktober. - ISSN 0168-7565 - p. 34 - 35.
landbouw en milieu - oogsttijdstip - droge stof - maïs - ruwvoer (forage) - methaan - emissiereductie - duurzame landbouw - broeikasgassen - agriculture and environment - harvesting date - dry matter - maize - forage - methane - emission reduction - sustainable agriculture - greenhouse gases
Wageningse diervoedingonderzoekers keken naar de gevolgen van het oogstmoment van mais op de methaanemissie. De conclusie is dat per procent drogestoftoename van snijmais in maisrijke rantsoenen de methaanvorming per kilogram meetmelk met 1,5 procent wordt verlaagd.
Duurzaam bodembeheer maïs; projectresultaat 2014
Riemens, M.M. ; Huiting, H.F. ; Deru, J.G.C. ; Schooten, H.A. van; Verloop, J. ; Weide, R.Y. van der - \ 2015
Wageningen : Wageningen UR (PPO/PRI rapport 632) - 72
akkerbouw - maïs - bodembeheer - veehouderij - voedergewassen - flevoland - nederland - teeltsystemen - duurzame landbouw - arable farming - maize - soil management - livestock farming - fodder crops - netherlands - cropping systems - sustainable agriculture
Hoe kunnen veetelers met minder input meer resultaten halen bij snijmaïsteelt? Dat is de centrale vraag van het project “Duurzaam bodembeheer maïs” (BO-31.03-001-003). Veel melkveehouderijbedrijven telen snijmaïs, een gemakkelijk te telen ruwvoergewas met een goede productie van constante hoge kwaliteit. Als zetmeelbron met een ruime energie/eiwitverhouding past het goed in het runderdieet, naast gras en graskuil. De maïsteelt kan echter nadelige effecten hebben voor de bodem door gewasbeschermingsmiddelen en het uit- en afspoelen van nutriënten. Wageningen UR en het Louis Bolk Instituut onderzoeken in opdracht van het ministerie van EZ duurzame en praktisch haalbare verbeteringen en vernieuwingen. Teeltsystemen die zorgen voor een gezonde bodem worden daarbij gezien als sleutel tot duurzame teelt. Op drie locaties worden diverse teeltsystemen vergeleken in meerjarige proeven uitgevoerd op zand- en kleigrond. Daarbij wordt onder andere gekeken naar opbrengst, onkruiddruk, bodemstructuur, aanwezigheid van regenwormen, indringingsweerstand, waterinfiltratie, stikstofdynamiek en economische aspecten. Deze kennis wordt vervolgens doorgegeven aan de praktijk middels o.a. de beslisboom snijmaïs, een instrument om praktische kennis naar veetelers en erfbezoekers te brengen.
Resource use efficiency, ecological intensification and sustainability of intercropping systems
Mao, L. ; Zhang, L. ; Zhang, S. ; Evers, J.B. ; Werf, W. van der; Wang, J. ; Sun, H. ; Su, Z. ; Spiertz, J.H.J. - \ 2015
Journal of Integrative Agriculture 14 (2015)8. - ISSN 2095-3119 - p. 1542 - 1550.
growth - maize - yield - wheat - water - agriculture - radiation - capture - cotton - model
The rapidly growing demand for food, feed and fuel requires further improvements of land and water management, crop productivity and resource-use efficiencies. Combined field experimentation and crop growth modelling during the past five decades made a great leap forward in the understanding of factors that determine actual and potential yields of monocrops. The research field of production ecology developed concepts to integrate biological and biophysical processes with the aim to explore crop growth potential in contrasting environments. To understand the potential of more complex systems (multi-cropping and intercropping) we need an agro-ecosystem approach that integrates knowledge derived from various disciplines: agronomy, crop physiology, crop ecology, and environmental sciences (soil, water and climate). Adaptation of cropping systems to climate change and a better tolerance to biotic and abiotic stresses by genetic improvement and by managing diverse cropping systems in a sustainable way will be of key importance in food security. To accelerate sustainable intensification of agricultural production, it is required to develop intercropping systems that are highly productive and stable under conditions with abiotic constraints (water, nutrients and weather). Strategies to achieve sustainable intensification include developing tools to evaluate crop growth potential under more extreme climatic conditions and introducing new crops and cropping systems that are more productive and robust under conditions with abiotic stress. This paper presents some examples of sustainable intensification management of intercropping systems that proved to be tolerant to extreme climate conditions.
Productieslag en perceelgericht bemesten
Verloop, J. - \ 2015
Nieuwsbrief Koeien & Kansen (2015)41. - p. 3 - 3.
bemesting - gewasproductie - dierlijke meststoffen - mestbehoeftebepaling - maximum opbrengst - graslanden - maïs - melkveehouderij - fertilizer application - crop production - animal manures - fertilizer requirement determination - maximum yield - grasslands - maize - dairy farming
In het onderzoek ‘Productieslag’ werken 10 Koeien & Kansen bedrijven aan een hogere gewasproductie met de beschikbare meststoffen. Er zijn veel sleutels voor een productieslag, maar perceelgericht bemesten is overal een aandachtspunt. Het is de kunst om de bemesting zo goed mogelijk af te stemmen op de behoefte, waarbij meer precisie moet samengaan met een goede uitvoerbaarheid.
Voorstel voor een co-existentie monitoringsprogramma t.b.v. het naast elkaar bestaan van genetisch gemodificeerde (GG) en niet GG-teelten in toekomstige praktijksituaties. 1. Maïs
Wiel, C.C.M. van de; Kok, E.J. ; Scholtens, I.M.J. ; Dolstra, O. ; Smulders, M.J.M. ; Lotz, L.A.P. - \ 2015
Wageningen UR - 33
akkerbouw - veldgewassen - maïs - genetische modificatie - vermengen - uitkruisen - transgene planten - nederland - arable farming - field crops - maize - genetic engineering - blending - outcrossing - transgenic plants - netherlands
In het rapport wordt een voorstel voor een concreet co-existentiemonitoringprogramma (CMP) voor maïs beschreven dat is aangepast aan de specifieke gewaseigenschappen van maïs. De gemaakte keuzen t.b.v. een pragmatische invulling van het voorgestelde CMP worden in de opvolgende hoofdstukken toegelicht op basis van de huidige stand van zaken in het wetenschappelijk onderzoek aan (trans)genverspreiding in maïs. Er is nog beperkte ervaring met een CMP in maïs, bijvoorbeeld in Portugal, Tsjechië en Slowakije waar Bt MON810 maïs op beperkte schaal verbouwd wordt. Er is ook geen (Europese) standaard voor een CMP, maar er is wel voor maïs als eerste een Best Practice Document door het European Co-existence Bureau (ECoB) van het JRC uitgebracht (Rizov & Rodríguez-Cerezo 2014).
Juiste keuzes voor een maximale Vem-opbrengst : stappenplan maïsteelt deel 1
Groten, J.A.M. - \ 2015
Grondig : vakblad voor de cumelasector, specialisten in groen, grond en infra (2015)1. - ISSN 2210-3260 - p. 32 - 33.
akkerbouw - maïs - teeltsystemen - opbrengst - productie - productiefactoren - rassenkeuze (gewassen) - vroegheid - bemesting - drijfmest - kunstmeststoffen - arable farming - maize - cropping systems - outturn - production - factors of production - choice of varieties - earliness - fertilizer application - slurries - fertilizers
Vroeger was maïs telen vrij eenvoudig: (veel) mest uitrijden, ploegen met een vorenpakker, zaaien, onkruid bestrijden en oogsten. Anno 2015 is de maïsteelt een hele puzzel. Om dit jaar, maar ook in de toekomst een hoge Vem-opbrengst te kunnen realiseren, moeten de juiste keuzes worden gemaakt. In twee artikelen belichten we de juiste stappen voor een topopbrengst
Check title to add to marked list
<< previous | next >>

Show 20 50 100 records per page

 
Please log in to use this service. Login as Wageningen University & Research user or guest user in upper right hand corner of this page.