Staff Publications

Staff Publications

  • external user (warningwarning)
  • Log in as
  • language uk
  • About

    'Staff publications' is the digital repository of Wageningen University & Research

    'Staff publications' contains references to publications authored by Wageningen University staff from 1976 onward.

    Publications authored by the staff of the Research Institutes are available from 1995 onwards.

    Full text documents are added when available. The database is updated daily and currently holds about 240,000 items, of which 72,000 in open access.

    We have a manual that explains all the features 

Current refinement(s):

Records 1 - 20 / 159

  • help
  • print

    Print search results

  • export

    Export search results

  • alert
    We will mail you new results for this query: keywords==manure policy
Check title to add to marked list
Effecten van het mestbeleid op landbouw en milieu : Beantwoording van de ec-postvragen in het kader van de evaluatie van de meststoffenwet
Velthof, G.L. ; Koeijer, T. ; Schröder, J.J. ; Timmerman, M. ; Hooijboer, A. ; Rozemeijer, J. ; Bruggen, C. van; Groenendijk, P. - \ 2017
Wageningen : Wageningen Environmental Research (Wageningen Environmental Research rapport 2782) - 139
kunstmeststoffen - mest - landbouw - mestbeleid - oppervlaktewater - waterkwaliteit - fertilizers - manures - agriculture - manure policy - surface water - water quality
Ex-ante-evaluatie van de mestmarkt en milieukwaliteit : evaluatie van de meststoffenwet 2016
Schoumans, O.F. ; Blokland, P.W. ; Cleij, P. ; Groenendijk, P. ; Koeijer, T.J. de; Luesink, H.H. ; Renaud, L.V. ; Roovaart, J. van den - \ 2017
Wageningen : Wageningen Environmental Research (Wageningen Environmental Research rapport 2785) - 93
kunstmeststoffen - wetgeving - mest - mestbeleid - nitraten - waterkwaliteit - oppervlaktewaterkwaliteit - fosfaten - uitspoelen - bemesting - fertilizers - legislation - manures - manure policy - nitrates - water quality - surface water quality - phosphates - leaching - fertilizer application
Voor de ex-ante-evaluatie van de meststoffenwet in 2016 is een analyse uitgevoerd van de gevolgen van drie mestbeleidscenario's voor de meststromen in de landbouw en van de milieukwaliteit.
Risicobeoordeling van contaminanten in afval- en reststoffen bestemd voor gebruik als covergistingsmateriaal
Ehlert, P.A.I. ; Wijnen, H.J. van; Struijs, J. ; Dijk, T.A. van; Schöll, L. van; Poorter, L.R.M. de - \ 2016
Wageningen : Wettelijke Onderzoekstaken Natuur & Milieu (WOt-technical report 70) - 158
biogas - co-vergisting - arsenicum - residuen - zware metalen - verontreinigende stoffen - pesticiden - biociden - mestbeleid - landbouwbeleid - organische verontreinigende stoffen - risicoschatting - co-fermentation - arsenic - residues - heavy metals - pollutants - pesticides - biocides - manure policy - agricultural policy - organic pollutants - risk assessment
A number of wastes and by-products were reviewed for their suitability as substrates for co-digestion with animalmanure to produce biogas and a digestate for use as a fertiliser. The review included 21 substances proposed byLTO Noord (Dutch Farmers Union – Northern Netherlands) and Biogas Branche Organisatie (BBO, the Dutch BiogasIndustry Association) for inclusion in Annex Aa of the Fertiliser Act. At the request of the Ministry of EconomicAffairs a further 6 substances were added (21+6). In addition, 119 substances were re-reviewed in connection witha change to the reference composition for animal manure. The review focused on the possible adverseenvironmental effects of using the digestate as a fertiliser and followed the protocol for assessing the value andrisks of waste used as a fertiliser, version 2.1. The risk assessment included the inorganic contaminants (Cd, Cr, Cu,Hg, Ni, Pb, Zn, As) and organic contaminants (dioxine, PCBs, PAHs, mineral oil, residues of crop protectionproducts) as required by the Fertiliser Act. For all the wastes and by-products, data on composition were collectedfrom the literature and from analyses provided by stakeholders. Expert judgment was used where data were notavailable or were insufficient to conduct a risk assessment as prescribed by the protocol. Criteria for expertjudgment were developed for such situations. Two alternative risk assessment methods were developed for theresidues of pesticides and biocides, based partly on expert judgement. These methods were compared with themethod prescribed by the protocol. These three methods reflect different policy judgements; the protection level setby policymakers will determine which method should be used. The 21+6 substances were evaluated in accordancewith the protocol and using the three methods for evaluating the residues of pesticides and biocides. The resultswere compared with registered co-digestion materials in Flanders, Denmark and Germany. Recommendations aregiven to support policy decisions on the choice of alternative risk assessment method to be used to permit the codigestionof wastes and by-products in biogas production that produce an agronomically and environmentallyacceptable digestate for fertiliser use
Bronnen van nutriënten in het oppervlaktewater in het beheergebied van Wetterskip Fryslân : studie naar de herkomst en beïnvloedbaarheid van stikstof en fosfor in het oppervlaktewater voor zes polders in het beheergebied van Wetterskip Fryslân
Boekel, E.M.P.M. van; Groenendijk, P. ; Renaud, L.V. - \ 2016
Wageningen : Alterra, Wageningen-UR (Alterra-rapport 2727) - 50 p.
oppervlaktewater - voedingsstoffen - stikstof - fosfor - modellen - oppervlaktewaterkwaliteit - mestbeleid - friesland - surface water - nutrients - nitrogen - phosphorus - models - surface water quality - manure policy
Om inzicht te krijgen in de herkomst en beïnvloedbaarheid van stikstof en fosfor in het oppervlaktewater in het beheergebied van Wetterskip Fryslân zijn met de ECHO-methodiek stofbalansen opgesteld voor een zestal polders. De beïnvloedbaarheid van bronnen is afgeleid conform de werkwijze die wordt toegepast door de Nutriëntenwerkgroep Rijn-West. Daarnaast is het effect van het mestbeleid op de nutriëntenbelasting van het oppervlaktewater in beeld gebracht op basis van uit het landelijke STONE-model afgeleide resultaten voor de uitspoeling bij gebruiksnormen van het 5e Nitraat Actieprogramma (5e NAP). Uit de resultaten blijkt dat het grootste deel (46 −74%) van de stikstof- en fosforbelasting van het oppervlaktewater afkomstig is van beïnvloedbare bronnen (actuele bemesting en nalevering bodem) met een effect op de korte en lange termijn. Bronnen met een direct effect (voornamelijk inlaatwater) dragen voor 5 − 45% bij aan de totale nutriëntenbelasting. De stikstofbelasting van het oppervlaktewater is voor 7 − 22% afkomstig van niet of moeilijk te beïnvloeden bronnen, voor fosfor ligt dit tussen 1 en 12%. Het doorrekenen van het mestbeleid (5e NAP) resulteert in een reductie van de uit- en afspoeling tussen 1,9 en 9,1%. Voor de totale nutriëntenbelasting ligt de reductie als gevolg van de maatregelen in het 5e NAP tussen 1,1 en 7,7%.
Landbouwpraktijk en waterkwaliteit in Nederland: toestand (2012-2014) en trend (1992-2014)
Fraters, B. ; Hooijboer, A.E.J. ; Vrijhoef, A. ; Claessens, J. ; Kotte, M.C. ; Rijs, G.B.J. ; Denneman, A.I.M. ; Bruggen, C. van; Daatselaar, C.H.G. ; Begeman, H.A.L. ; Bosma, J.N. - \ 2016
Bilthoven : Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM rapport 2016-0076) - 191 p.
oppervlaktewaterkwaliteit - grondwaterkwaliteit - mestbeleid - landbouw en milieu - nitraat - eutrofiëring - bemesting - monitoring - waterverontreiniging - surface water quality - groundwater quality - manure policy - agriculture and environment - nitrate - eutrophication - fertilizer application - water pollution
Stikstof en fosfaat zijn essentiële stoffen in mest die landbouwbedrijven gebruiken om de productie te bevorderen. Teveel stikstof en fosfaat is echter schadelijk. Het verschil tussen de aan- en afvoer van stikstof naar en van landbouwbedrijven in Nederland, het zogeheten stikstofoverschot, is tussen 1992 en 2014 gehalveerd. Het fosfaatoverschot is nagenoeg verdwenen. De nitraatconcentraties in het water op landbouwbedrijven zijn gedaald en de kwaliteit van het oppervlaktewater is verbeterd. Ten opzichte van de vorige monitoringronde (2008-2011) zijn de verbeteringen in de waterkwaliteit echter beperkt. De nutriëntenconcentraties zullen naar verwachting wel blijven dalen, maar de gewenste situatie zal in het grondwater niet overal worden bereikt. Ook zal de kwaliteit van het oppervlaktewater veelal onvoldoende blijven. Dit blijkt uit een inventarisatie van de grond­ en oppervlaktewaterkwaliteit en de landbouwpraktijk.
Effecten van derogatie op de kosten van mestafzet
Koeijer, T.J. de; Luesink, H.H. ; Blokland, P.W. - \ 2016
Wageningen : LEI Wageningen UR (Nota / LEI Wageningen UR 2016-024) - 15 p.
dierlijke meststoffen - mestverwerking - kosten - nitraten - mestbeleid - nederland - animal manures - manure treatment - costs - nitrates - manure policy - netherlands
De Nederlandse Zuivelorganisatie en LTO Nederland hebben LEI Wageningen UR gevraagd om de effecten van het eventueel wegvallen van de derogatie op de kosten van mestafzet en de benodigde mestverwerkingscapaciteit in beeld te brengen. Inzichten zijn verkregen via berekeningen met het LEI-mestmodel MAMBO, gebaseerd op het aantal bedrijven en dieren van het jaar 2013 en het mestbeleid van 2015. Gegeven de gehanteerde uitgangspunten, zoals voldoende beschikbaarheid van mestverwerkingscapaciteit, tonen de resultaten aan dat bij het wegvallen van de derogatie de totale mestafzetkosten voor de rundveehouderijsector met circa 116 mln. euro toenemen en die voor de varkenshouderij met 3 mln. euro afnemen. Voor de rundveehouderij komen daar circa 30 mln. euro aan kosten van extra stikstofkunstmest en 9 mln. euro aan kosten voor extra fosfaatkunstmest bij. In de akkerbouw nemen de kunstmestkosten met 3 mln. euro af. De benodigde mestverwerkingscapaciteit zal bij het wegvallen van de derogatie met ruim 75% moeten toenemen tot circa 41 mln. kg fosfaat. Omdat de benodigde mestverwerkingscapaciteit op het moment van het eventueel verlies van derogatie mogelijk niet beschikbaar is, is ook nagegaan wat het effect van het wegvallen van derogatie op het extra mestaanbod op de mestmarkt is als deze wordt gecompenseerd door een vermindering van het aantal graasdieren. Op basis van de dieraantallen van 2013 is dan een reductie van 20% van het aantal graasdieren nodig.
Manure: a valuable resource! : Introduction and scope of manure management
Vellinga, Th.V. - \ 2016
Wageningen UR Livestock Research
animal manures - manure policy - manure treatment - livestock farming - natural resources - climatic change - food security - farm management - dierlijke meststoffen - mestbeleid - mestverwerking - veehouderij - natuurlijke hulpbronnen - klimaatverandering - voedselzekerheid - agrarische bedrijfsvoering
Recording of a webinar on Integrated Manure Management conducted on February 3, 2016 and organized by the Livestock and Manure Management project lead by Wageningen UR Livestock Research and Food and Agriculture Organization (FAO) of the United Nations: http://www.manurekiosk.org/ Key speakers:• Opening address: outlining the Climate and Clean Air Coalition (CCAC) and framing the Livestock and Manure Management Component by Mrs Helena MOLIN VALDÉS, Head of the CCAC Secretariat at the UN Environment Programme in Paris. • Setting the scope: Introduction to Integrated Manure Management and how this is an important element to feed the world. What are the principles that make it work? by Theun VELLINGA, Senior Researcher Livestock Systems and Climate Change at Wageningen UR (University & Research centre) Livestock Research in the Netherlands; and leader of the Livestock and Manure Management project. • How to get to practice change? by Eric KEMP-BENEDICT, Director of the Asian Centre of the Stockholm Environment Institute (SEI) in Bangkok; and partner in the Livestock and Manure Management project.
Rekenregels van de KringloopWijzer : achtergronden van BEX, BEA, BEN, BEP en BEC: actualisatie van de 4 maart 2014 versie
Schroder, J.J. ; Šebek, L.B. ; Reijs, J.W. ; Oenema, J. ; Goselink, R.M.A. ; Conijn, J.G. ; Boer, J. - \ 2016
Wageningen UR (PRI-rapport 640) - 103 p.
dierhouderij - duurzame veehouderij - melkproducerende dieren - melkveehouderij - landbouw - mestbeleid - modules - berekening - dierlijke meststoffen - excretie - emissiereductie - nutriëntengebruiksefficiëntie - kringlopen - animal husbandry - sustainable animal husbandry - milk yielding animals - dairy farming - agriculture - manure policy - calculation - animal manures - excretion - emission reduction - nutrient use efficiency - cycling
Bijgaand rapport beschrijft de rekenregels van de KringloopWijzer. De KringloopWijzer is een model waarmee agrarische ondernemers op basis van hun eigen bedrijfsgegevens een schatting kunnen maken van de benutting van aangevoerde nutriënten, met name stikstof (N) en fosfor (P), en van de omvang en aard van verliezen aan N, P en koolstof (C). Die schatters kunnen gebruikt worden voor het benoemen van verbeterpunten binnen het bedrijf en als verantwoording naar overheden en verwerkers. Voor de overheid biedt de KringloopWijzer mogelijkheden om generieke wetgeving te vervangen door maatwerk. Voor de verwerkende industrie is het bovendien mogelijk om het streven naar duurzaamheid meetbaar te maken ten behoeve van consumenten. De hier beschreven rapportversie bevat een aantal verbeteringen en aanvullingen ten opzichte van de versie uit 2014. Ze heeft bovendien niet langer betrekking op alleen melkvee en ruwvoergewassen, maar is ook geschikt voor bedrijven met een neventak akkerbouw en/of een neventak hokdieren. De rekenregels zijn waar mogelijk voorzien van onderbouwende referenties. Aan een verdere toetsing van deze rekenregels wordt nog voortdurend onderzoek verricht.
Advies 'Mestverwerkingspercentages 2017'
Oenema, O. - \ 2015
Wageningen : Wettelijke Onderzoekstaken Natuur & Milieu (WOt-technical report 76) - 68
dierlijke meststoffen - mestverwerking - mest - fosfaten - mestbeleid - milieubeleid - animal manures - manure treatment - manures - phosphates - manure policy - environmental policy
On 1 January a system of compulsory manure treatment was introduced in the Netherlands. All livestock farmerswith a manure surplus (expressed in kg phosphate) are required to have part of this manure surplus treated. Eachyear the State Secretary for Economic Affairs determines the official manure treatment percentages per region inconsultation with the agricultural organisations. These percentages are based on the results of an analysis by theScientific Committee on the Nutrient Management Policy (CDM), which is carried out in accordance with a protocolagreed with the ministry. This report presents the results of the analysis of the calculated manure treatmentpercentages per region for 2017, under different assumptions. These percentages are based on an empiricalanalysis of the manure production per region in 2015 and an analysis of the maximum permitted manure allocation(in kg phosphate) and expected actual manure input per region in 2017. The analyses take account of the effects ofredistribution of manure between farms within and between regions, and of exemptions from the compulsorymanure treatment regulation. The total amount of manure to be treated in 2017 is 45±5 kg phosphate. The manuretreatment percentages in the ‘baseline’ variant are 10% for the region ‘Other’ (minimum manure treatmentpercentage), 55% for the region ‘East’, 60% the region ‘South’, and 45% for the whole of the Netherlands. Changesin the assumptions about manure production and the manure input ratio (the ratio of actual manure input, in kgphosphate, to the average total permitted phosphate input) have a large effect on the manure treatmentpercentages for region East (34–75%), region South (39–82%) and for the Netherlands as a whole (30–60%).Implementation of the Responsible Growth of Dairy Farming Act (Wet verantwoorde groei melkveehouderij) incombination with the Order in Council on ‘land-based growth of dairy farming’ leads to figure for the total amount ofdairy farm manure (in kg phosphate) to be treated of 3.7 million kg phosphate
Wettelijke normen ten aanzien van bodem en gewas in relatie tot de KringloopWijze
Schroder, J.J. ; Aarts, H.F.M. ; Oenema, J. ; Reijs, J.W. - \ 2015
Wageningen : Plant Research International (Rapport / Plant Research International 623) - 16 p.
melkveehouderij - akkerbouw - modellen - normen - mestbeleid - prestatieniveau - milieuwetgeving - agrarische bedrijfsvoering - duurzaam bodemgebruik - kringlopen - landbouwbedrijven - nederland - dairy farming - arable farming - models - standards - manure policy - performance - environmental legislation - farm management - sustainable land use - cycling - farms - netherlands
Om landbouwkundige en milieukundige prestaties van bedrijven te beoordelen, kan het nuttig zijn om prestaties te spiegelen aan normen. Eén van de normen die hiervoor gebruikt kan worden, zijn de normen (opbrengsten, afvoeren, bodemoverschotten, benuttingen) die behoren bij een bedrijf dat de wettelijke toegestane (kunst)mestgiften (‘gebruiksnormen’) maximaal opvult. Dit type normen kan modelmatig geschat worden. Een voorbeeld van een daarvoor geschikt model is het WOD-model. Dit model beschrijft relaties zoals die in proeven gevonden zijn en is geijkt met gegevens uit het BIN uit de periode 1998-2006.
Forfaitaire waarden met betrekking tot de veestapel in relatie tot de KringloopWijzer
Aarts, H.F.M. ; Sebek, L.B. - \ 2015
Wageningen : Plant Research International (PRI-rapport 636) - 17 p.
melkproductie - melkveehouderij - mestbeleid - modellen - berekening - dierlijke meststoffen - rundveemest - excretie - stikstof - fosfaat - ammoniakemissie - rundveevoeding - voederconversievermogen - milk production - dairy farming - manure policy - models - calculation - animal manures - cattle manure - excretion - nitrogen - phosphate - ammonia emission - cattle feeding - feed conversion efficiency
Het rekenmodel KringloopWijzer brengt op jaarbasis de waarden van een aantal kengetallen van het melkveebedrijf in beeld. Aan de veestapel gerelateerde kengetallen zijn 1) de excretie van stikstof (N) en fosfaat (P2O5) ‘onder de staart’, 2) de hoeveelheden N en P2O5 als voer geconsumeerd, 3) de efficiëntie waarmee de in het voer aanwezige N en P2O5 wordt omgezet in melk en groei en 4) de emissie van ammoniak (NH3) uit mest. De waarden van deze kengetallen kunnen vergeleken worden met referentie- en forfaitaire waarden. Referentiewaarden zijn waarden die door bedrijven gerealiseerd worden die in vergelijkbare omstandigheden verkeren wat betreft grondsoort en intensiteit (melkproductie per hectare). De veehouder weet daardoor hoe hij scoort in vergelijking met collega’s. Deze notitie gaat enkel in op de forfaitaire waarden voor de eerder genoemde kengetallen.
Beleid waterkwaliteit: kosten voor de landbouw : een quick scan : Een quick scan
Koeijer, T.J. de; Buurma, J.S. ; Luesink, H.H. ; Ruijs, M.N.A. - \ 2015
LEI Wageningen UR (Nota / LEI Wageningen UR LEI 2015-147) - 17 p.
landbouwsector - waterkwaliteit - mestbeleid - gewasbescherming - kosten - nederland - agricultural sector - water quality - manure policy - plant protection - costs - netherlands
Om een goede waterkwaliteit te realiseren, is er beleid voor het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen en mest. Dit rapport brengt de belangrijkste kostenposten op basis van de bij het LEI beschikbare informatie in beeld. De netto jaarkosten van het mestbeleid bedragen voor de landbouw in 2013 101 mln. euro. In 2015 is dit naar verwachting 159 mln. euro. Hiervan bedragen de kosten voor de veehouderijsectoren 386 mln. euro. De baten voor de akkerbouw, extensieve veehouderij en opengrondstuinbouw bedragen 227 mln. euro. De jaarkosten als gevolg van het gewasbeschermingsmiddelenbeleid bedragen voor 2013 in totaal 78 mln. euro. Hiervan is 18 mln. euro voor de akkerbouw en 60 mln. euro voor de glastuinbouw.
Barsten in het ammoniakbastion
Ploeg, J.D. van der - \ 2015
Huib Schoonhoven produkties
landbouw - ammoniakemissie - landbouw en milieu - bodembiologie - mestbeleid - emissiereductie - wetenschappelijk onderzoek - kennis van boeren - agriculture - ammonia emission - agriculture and environment - soil biology - manure policy - emission reduction - scientific research - farmers' knowledge
In deze korte film spreken Jan Douwe van der Ploeg en Jaap Hanekamp over het ammoniakbeleid. Jan Douwe van der Ploeg (WUR): "Het is echt een bastion geworden wat zich afkeert van de wereld, maar het wordt steeds duidelijker dat er enorme gaten en barsten zitten in hun redenering en bewijsvoering." Jaap Hanekamp: "Tot op heden hebben we nog geen gegevens gezien die ons inzicht kunnen geven in hoe nou de verhouding is tussen de emissiefactoren die voor de wetgever gelden en de fundamentele data die daaraan ten grondslag liggen."
Advies 'Mestverwerkingspercentages 2016'
Commissie Deskundigen Meststoffenwet, - \ 2015
Wageningen : Wettelijke Onderzoekstaken Natuur & Milieu (WOt-technical report 43) - 60
mestbeleid - mestverwerking - veehouderij - fosfaten - milieubeleid - dierlijke meststoffen - manure policy - manure treatment - livestock farming - phosphates - environmental policy - animal manures
Op 1 januari 2014 is in Nederland het stelsel van ‘verplichte mestverwerking’ ingevoerd. Deze verplichting houdt in dat alle veehouders met een ‘bedrijfsoverschot’ (mestoverschot, uitgedrukt in kg fosfaat) een deel van dat overschot verplicht moeten laten verwerken. In opdracht van het ministerie van Economische Zaken geeft de Commissie Deskundigen Meststoffenwet jaarlijks een wetenschappelijk advies over de hoogte van de mestverwerkingspercentages per regio, op basis van een door het ministerie geaccordeerd protocol. Dit rapport geeft een analyse van de mogelijke mestverwerkingspercentages per regio voor het jaar 2016. De mestverwerkingspercentages zijn gebaseerd op een empirische analyse van de mestproductie per regio voor het jaar 2014, en een analyse van de mestplaatsingsruimte en de verwachte mestplaatsingsgraden per regio, en van de mestdistributie tussen regio’s, voor het jaar 2016. Resultaten van gevoeligheidsanalyses tonen het effect van mogelijke veranderingen in mestproductie, mestplaatsing en vrijstellingen van de mestverwerkingsplicht op de mestverwerkingspercentages. Afhankelijk van de aannames variëren de mestverwerkingspercentages voor regio ‘Oost’ van 32 tot 78%, voor regio ‘Zuid’ van 46 tot 88%, voor regio ‘Overig’ van 2 tot 15%, en voor heel Nederland van 24 tot 62%. De staatsecretaris van EZ stelt in overleg met de landbouworganisaties de mestverwerkingspercentages per regio uiteindelijk vast. Trefwoorden: dierlijke mest, fosfaat, mestverwerking, mestproductie, mestplaatsing, mestmarkt.
Effect 5e Nitraat Actie Programma op de bodembelasting. Berekening bodembelasting voor berekening van de waterkwaliteit
Koeijer, T.J. de; Luesink, H.H. - \ 2015
Wageningen : LEI Wageningen UR (Nota / LEI Wageningen UR 2015-064) - 22
zandgronden - mestbeleid - bodemchemie - bemesting - fosfaat - stikstof - waterkwaliteit - modellen - sandy soils - manure policy - soil chemistry - fertilizer application - phosphate - nitrogen - water quality - models
Uit de MAMBO-berekeningen blijkt dat door invoering van het 5e NAP het gebruik van dierlijke mest op zandgrond daalt. De grootste daling treedt in het zuidelijk zandgebied op. Daarnaast treedt er een verschuiving op van de aanwending van varkensmest naar graasdiermest. Dit komt door de aanscherping van de gebruiksnormen voor fosfaat waardoor de plaatsingsruimte voor fosfaat afneemt. Door de lagere gehalten van stikstof en fosfaat in graasdiermest is het economisch aantrekkelijker om graasdiermest aan te wenden in plaats van varkensmest bij negatieve prijzen voor mestafzet. MAMBO is het Mest en Ammoniak Model voor beleidsondersteunend onderzoek.
Actualisering methodiek en protocol om de fosfaattoestand van de bodem vast te stellen
Ehlert, P.A.I. ; Geel, W.C.A. van; Koopmans, G.F. ; Curth-van Middelkoop, J.C. ; Römkens, P.F.A.M. ; Verloop, J. - \ 2015
Wageningen : Wettelijke Onderzoekstaken Natuur & Milieu (WOt-technical report 39) - 68
landbouwgronden - bodemchemie - fosfaten - grondanalyse - mestbeleid - agricultural soils - soil chemistry - phosphates - soil analysis - manure policy
De gebruiksnormen voor stikstof en fosfaat voor landbouwgronden zijn een belangrijke pijler van het Nederlandse mest- en ammoniakbeleid. Een goede bepaling en duiding van de fosfaattoestand van de bodem is daarbij van groot belang. Op verzoek van het ministerie van Economische Zaken heeft de CDM de methoden voor de bepaling van de fosfaattoestand van de bodem beoordeeld, en een advies opgesteld over de meest geschikte methoden voor de bemonstering van de bodem en de fosfaattoestand te bepalen
Landelijk meetnet effecten mestbeleid; resultaten van monitoring op de natte gronden in de Zandregio in de periode 2004–2009 : landbouwpraktijk en waterkwaliteit (hoofdrapport en bijlagenrapport)
Buis, E. ; Ham, A. van den; Daatselaar, C.H.G. ; Fraters, B. - \ 2015
Bilthoven : RIVM (RIVM rapport 2015-0055) - 100
zandgronden - drainage - waterkwaliteit - landbouwgronden - mestbeleid - oppervlaktewater - sloten - nitraten - sandy soils - water quality - agricultural soils - manure policy - surface water - ditches - nitrates
Binnen het reguliere programma in de Zandregio, wordt de waterkwaliteit in de bovenste meter van het grondwater gemeten door bemonstering in de zomer. In de natte (gedraineerde) delen van de Zandregio spoelt een deel van het neerslagoverschot af naar het oppervlaktewater. Om de invloed van de landbouw op de kwaliteit van het klein oppervlaktewater (slootwater) in beeld te brengen, is een apart winterprogramma in het leven geroepen. Hierin worden, naast het ondiepe grondwater, ook het drain- en slootwater bemonsterd. In de natte delen van de Zandregio is nitraat, net als in andere regio’s, een belangrijke parameter voor de waterkwaliteit.
Pilot bedrijfsspecifieke stikstofbemesting met drijfmest
Aarts, H.F.M. ; Schroder, J.J. - \ 2015
Nieuwsbrief Koeien & Kansen (2015)42. - p. 1 - 1.
bemesting - mestbeleid - mestgiften - drijfmest - stikstofmeststoffen - normen - milieueffect - gewasopbrengst - melkveehouderij - fertilizer application - manure policy - dressings - slurries - nitrogen fertilizers - standards - environmental impact - crop yield - dairy farming
Bemestingsnormen moeten voorkomen dat meststoffen het grond- en oppervlaktewater te zwaar belasten. Voor het verkennen van de hoogte ervan is door de Werkgroep Onderbouwing Gebruiksnormen een protocol ontwikkeld. Met kennis van de gewasopbrengst en de efficiëntie waarmee meststoffen door het gewas worden opgenomen, kan worden bepaald welke mestgiften milieukundig verantwoord zijn.
Opties voor benutten van de bodem voor schoon oppervlaktewater
Salm, C. van der; Groenendijk, P. ; Hendriks, R.F.A. ; Massop, H.T.L. ; Renaud, L.V. - \ 2015
Wageningen : Alterra, Wageningen-UR (Alterra-rapport 2588) - 111
bodemchemie - fosfaatuitspoeling - emissiereductie - waterverontreiniging - fosfor - maatregelen - drainage - milieueffect - mestbeleid - monitoring - voorspellingen - kaderrichtlijn water - modellen - soil chemistry - phosphate leaching - emission reduction - water pollution - phosphorus - measures - environmental impact - manure policy - forecasts - water framework directive - models
In deze studie is een quickscan uitgevoerd naar het effect van een zestal maatregelen op de uitspoeling van fosfaat naar het oppervlaktewater in 2027. De vergeleken maatregelen zijn: huidige mestbeleid, fosfaattoestand ‘voldoende’, drainage, uitmijnen, omzetten landbouw in natuur en structuurverbetering. De effecten van de maatregelen verschillen in omvang en vertonen grote regionale verschillen. Belasting van het oppervlaktewater vindt vooral plaats vanuit een smalle zone langs waterlopen. In een groot deel van Nederland is deze zone smaller dan 5 meter. Maatregelen zouden dus deels tot deze zones beperkt kunnen worden.
Global asessment of manure management policies and practices
Teenstra, E.D. ; Vellinga, Th.V. ; Aktasaeng, N. ; Amatayaku, W. ; Ndambi, A. ; Pelster, D. ; Germer, L. ; Jenet, A. ; Opio, C. ; Andeweg, K. - \ 2014
Wageningen : Wageningen UR Livestock Research (Livestock research report 844) - 33
mestbeleid - dierlijke meststoffen - veehouderij - best management practices - geïntegreerde bedrijfssystemen - azië - afrika - latijns-amerika - manure policy - animal manures - livestock farming - integrated farming systems - asia - africa - latin america
The Livestock and Manure Management Component (LMMC) of the CCAC Agriculture Initiative supports integrated manure management practices by increasing knowledge and awareness, removing barriers to action and enhancing practice change. This Global Assessment report provides an overview of manure policies and an in-depth assessment of on-farm manure management practices in three regions: Asia, Africa and Latin America.
Check title to add to marked list
<< previous | next >>

Show 20 50 100 records per page

 
Please log in to use this service. Login as Wageningen University & Research user or guest user in upper right hand corner of this page.