Staff Publications

Staff Publications

  • external user (warningwarning)
  • Log in as
  • language uk
  • About

    'Staff publications' is the digital repository of Wageningen University & Research

    'Staff publications' contains references to publications authored by Wageningen University staff from 1976 onward.

    Publications authored by the staff of the Research Institutes are available from 1995 onwards.

    Full text documents are added when available. The database is updated daily and currently holds about 240,000 items, of which 72,000 in open access.

    We have a manual that explains all the features 

Current refinement(s):

Records 1 - 20 / 953

  • help
  • print

    Print search results

  • export
    A maximum of 250 titles can be exported. Please, refine your queryYou can also select and export up to 30 titles via your marked list.
  • alert
    We will mail you new results for this query: keywords==mest
Check title to add to marked list
Biologische teelt op een zuidelijke zandgrond: opbrengst, bemesting, bodemkwaliteit en stikstofverliezen
Haan, J.J. de; Wesselink, M. ; Dijk, W. van; Verstegen, H.A.G. ; Geel, W.C.A. van; Berg, W. van den - \ 2018
biologische landbouw - organische stof - stikstofuitspoeling - gewasopbrengsten - bodemvruchtbaarheid - akkerbouw - vollegrondsgroenten - zandgrond - mest - bedrijfssysteemonderzoek
In deze dataset en het bijbehorende rapport worden de resultaten van het biologische bedrijfssysteem op WUR-proeflocatie Vredepeel in de periode 2001-2016 gepresenteerd met focus op gewasopbrengst, bodemkwaliteit, bemesting en stikstofuitspoeling. Het biologisch systeem heeft opbrengsten die gemiddeld 6% onder het streven liggen, een goede bodemvruchtbaarheid en een nitraatconcentratie in het grondwater onder de norm van de nitraatrichtlijn. De nutriëntenoverschotten van stikstof, fosfaat en kali zijn hoger dan de streefwaarde. De opbrengsten liggen gemiddeld ruim onder die van de gangbare teelt door het optreden van ziekten en plagen. Veranderingen in opbrengst, bodemkwaliteit en uitspoeling in de periode 2000-2016 zijn niet met metingen vastgesteld behalve een stijging in organisch stofgehalte. Hierdoor kan ook niet aangetoond worden dat door biologische landbouw de bodemkwaliteit verbetert en ecosysteemdiensten verbeteren. Onduidelijk is hoe het biologisch systeem tot een lage uitspoeling komt bij een relatief hoge stikstof- en organische stofaanvoer. Nader onderzoek is hiervoor nodig.
Effect van organische stofbeheer op opbrengst, bodemkwaliteit en stikstofverliezen op een zuidelijke zandgrond
Haan, J.J. de; Wesselink, M. ; Dijk, W. van; Verstegen, H.A.G. ; Geel, W.C.A. van; Berg, W. van den - \ 2018
organische stof - stikstofuitspoeling - gewasopbrengsten - bodemvruchtbaarheid - akkerbouw - vollegrondsgroenten - zand - mest - bedrijfssysteemonderzoek
In het bedrijfssysteemonderzoek Bodemkwaliteit op zand op WUR-proeflocatie Vredepeel worden twee gangbare bedrijfssystemen met elkaar vergeleken gedurende de periode 2011-2016: één systeem met een gebruikelijke organische stofaanvoer met gebruik van drijfmest (STANDAARD) en één systeem met een lage organische stofaanvoer met gebruik van meststoffen zonder of met een laag gehalte organische stof (LAAG). Systeem LAAG heeft een 5% lagere totale droge stofproductie (p<0,05) en een lager risico op stikstofuitspoeling. De nitraatconcentraties in het grondwater (n.s.), de N-min voorraden in de bodem in het najaar (p<0,1), en het stikstofoverschot (n.s.) zijn in LAAG in alle gevallen lager dan STANDAARD. In beide systemen ligt de nitraatconcentratie in het grondwater boven de norm in de Europese nitraatrichtlijn (50 mg/l). Het organisch stofgehalte in LAAG is 0,4%-punt lager dan STANDAARD (p<0,01). Andere bodemparameters zijn in de loop van de tijd van de proef niet veranderd. Er kon geen duidelijk verband afgeleid worden tussen de aanvoer van organische stof en lachgasemissies. Aanvoer van extra organische stof in de vorm van compost in zowel LAAG als STANDAARD leidt tot hogere opbrengsten (n.s.), met name in systeem LAAG, maar geen verhoging van de uitspoeling. De opbrengsten in STANDAARD liggen gemiddeld 15% lager dan de praktijkopbrengsten op de proeflocatie, mogelijk veroorzaakt door de strikte bemestingsstrategie sinds de start van het bedrijfssystemenonderzoek in 1988. Met de indicaties voor lagere stikstofverliezen, hoewel nog steeds boven de nitraatnorm, bij een lagere aanvoer van organische stof, maar tegelijkertijd lagere opbrengsten geeft dit onderzoek een dilemma weer tussen een belangrijk milieuaspect en de economie van het boerenbedrijf.
On the role of soil organic matter for crop production in European arable farming
Hijbeek, Renske - \ 2017
University. Promotor(en): Martin van Ittersum, co-promotor(en): Hein ten Berge. - Wageningen : Wageningen University - ISBN 9789463436632 - 211
soil fertility - soil fertility management - soil management - soil conservation - organic matter - soil organic matter - nitrogen - nitrogen fertilizers - green manures - manures - straw - soil carbon sequestration - cover crops - crop yield - yields - meta-analysis - food security - europe - drivers - barriers - bodemvruchtbaarheid - bodemvruchtbaarheidsbeheer - bodembeheer - bodembescherming - organische stof - organisch bodemmateriaal - stikstof - stikstofmeststoffen - groenbemesters - mest - stro - koolstofvastlegging in de bodem - dekgewassen - gewasopbrengst - opbrengsten - meta-analyse - voedselzekerheid - europa - chauffeurs - barrières

The aim of this thesis was to improve understanding of the role of organic inputs and soil organic matter (SOM) for crop production in contemporary arable farming in Europe. For this purpose, long-term experiments were analysed on the additional yield effect of organic inputs and savings in mineral fertiliser. In addition, a farm survey was conducted to find drivers and barriers for the use of organic inputs and to assess if arable farmers in Europe perceive a deficiency of SOM.

The findings in this thesis suggest that at least on the shorter term, on average, there seems to be no immediate threat from a deficiency of SOM to crop production in arable farming in Europe. The long-term experiments showed that with sufficient use of only mineral fertilisers, on average, similar yields could be attained over multiple years as with the combined use of organic inputs and mineral fertiliser. This was reflected in the farm survey, in which a large majority of farmers indicated not to perceive a deficiency of SOM. Analysis of long-term experiments also showed that more mineral fertiliser N was saved when using farmyard manure at high N rates (with mineral fertiliser application) than at low N rates (without mineral fertiliser application), based on comparisons at equal yield.

Specific crops and environments did benefit from organic inputs and more SOM in terms of crop production. Long-term experiments showed that organic inputs give benefit to crop production in wet climates and on sandy soils. In addition, farmers perceived a higher deficiency of SOM on steep slopes, sandy soils, wet and very dry climates. The additional yield effect of organic inputs was significant for potatoes. More in general, farmers who cultivated larger shares of their land with specialized crops (including potatoes, sugar beets, onions and other vegetables) than cereals perceived a higher deficiency of SOM. It seems that while the functions of SOM can be replaced with technical means to a large extent (e.g. tillage, use of mineral fertilisers), there are limits to this technical potential when environmental conditions are more extreme and crops are more demanding.

The farm survey revealed that farmers perceive a trade-off between improved soil quality on the one hand and increased pressures from weeds, pests and diseases and financial consequences on the other hand when using organic inputs. If policies aim to stimulate the maintenance or increase of SOM, more insight is needed into the conditions that regulate the pressures of weeds, pests and diseases in response to organic inputs. Financial consequences (at least on the short term) should also be accounted for. More importantly however, benefits from SOM for crop production cannot be taken for granted. Only in specific situations such benefits will exist. If European policies on SOM aim to include benefits for crop production, focus should be on areas with more extreme environmental conditions (very dry or wet climates, steep slopes, sandy soils), or cropping systems with more specialized or horticultural crops rather than cereals.

Perspectieven voor de afzet van (fosfaat-verarmd) zuiveringsslib naar de landbouw
Regelink, Inge ; Ehlert, Phillip ; Römkens, Paul - \ 2017
Wageningen : Wageningen Environmental Research (Wageningen Environmental Research rapport 2819) - 75
afvalwater - rioolslib - besmetters - zware metalen - mest - fosfaten - landbouw - afvalhergebruik - waste water - sewage sludge - contaminants - heavy metals - manures - phosphates - agriculture - waste utilization
Het project heeft als doel om nieuwe afzetroutes te formuleren waarbij zuiveringsslib op een duurzame wijze wordt verwerkt tot meststoffen en bodemverbeteraars zodat waardevolle nutriënten en organische stof worden hergebruikt.
Scoping studie mestverdelingsmodule
Kros, Hans ; Groenendijk, Piet - \ 2017
Wageningen : Wageningen Environmental Research (Wageningen Environmental Research rapport 2817) - 47
mest - modellen - modules - manures - models
Emissies naar lucht uit de landbouw in 2014 : berekeningen met het model NEMA
Bruggen, C. van; Bannink, A. ; Groenestein, C.M. ; Huijsmans, J.F.M. ; Luesink, H.H. ; Oude Voshaar, S.V. ; Sluis, S.M. van der; Velthof, G.L. ; Vonk, J. - \ 2017
Wageningen : Statutory Research Tasks Unit for Nature & the Environment (WOt-technical report 90) - 96
ammoniak - landbouw - emissie - mest - distikstofmonoxide - dierhouderij - modellen - nederland - ammonia - agriculture - emission - manures - nitrous oxide - animal husbandry - models - netherlands
Landbouwkundige activiteiten zijn in Nederland een belangrijke bron van ammoniak (NH3), stikstofoxide (NO), lachgas (N2O),methaan (CH4) en fijnstof (PM10 en PM2,5). De emissies in 2014 zijn berekend met het National Emission Model for Agriculture(NEMA). Tegelijk zijn enkele cijfers in de reeks 1990-2013 aangepast op basis van nieuwe inzichten. De rekenmethodiek gaatbij de berekening van de ammoniakemissie uit dierlijke mest uit van de hoeveelheid totaal ammoniakaal stikstof (TAN) in demest. De ammoniakemissie uit dierlijke mest, kunstmest en overige bronnen in 2014 bedroeg 121 miljoen kg NH3, bijna4 miljoen kg meer dan in 2013. De stijging komt voornamelijk door uitbreiding van de melkveestapel en een hogerstikstofgehalte van het ruwvoer. De N2O-emissie nam toe van 19,1 miljoen kg in 2013 naar 19,4 miljoen kg in 2014. De NOemissienam toe van 16,9 naar 17,2 miljoen kg. De methaanemissie nam iets toe van 499 tot 503 miljoen kg. De emissie vanfijnstof nam licht toe van 6,3 miljoen kg PM10 tot 6,4 miljoen kg, door een toename van het aantal stuks pluimvee. De emissievan PM2,5 bedroeg in beide jaren 0,6 miljoen kg. Sinds 1990 is de ammoniakemissie uit dierlijke mest en kunstmest mettweederde gedaald, vooral door een lagere stikstofuitscheiding door landbouwhuisdieren en emissiearme mesttoediening.Emissies van lachgas en stikstofoxide daalden in dezelfde periode eveneens, maar minder sterk (ca. 40%) omdat doorondergronds toedienen van mest de emissies hoger zijn geworden en door de omschakeling van stalsystemen met dunne naarvaste mest bij pluimvee. Tussen 1990 en 2014 daalde de emissie van methaan met 16% door een afname in de dieraantallenen een hogere voeropname en productiviteit van melkvee---Agricultural activities are in the Netherlands a major source of ammonia (NH3), nitrogen oxide (NO), nitrous oxide (N2O),methane (CH4) and particulate matter (PM10 and PM2.5). The emissions in 2014 were calculated using the National EmissionModel for Agriculture (NEMA). At the same time some figures in the time series 1990-2013 were revised. The method calculatesthe ammonia emission from livestock manure on the basis of the total ammonia nitrogen (TAN) content in manure. Ammoniaemissions from livestock manure, fertilizers and other sources in 2014 were 121 million kg, which was almost 4 million kghigher than in 2013, mainly due to expansion of the dairy herd and a higher N-content of roughage. N2O emissions increasedfrom 19.1 million kg in 2013 to 19.4 million kg in 2014. NO emission increased slightly from 16.9 to 17.2 million kg. Methaneemissions increased from 499 to 503 million kg. Emissions of particulate matter increased slightly from 6.3 to 6.4 million kgPM10 as a result of higher poultry numbers. Emission of PM2.5 in both years was 0.6 million kg. Ammonia emissions fromlivestock manure in the Netherlands dropped by almost two thirds since 1990, mainly as a result of lower nitrogen excretionrates by livestock and low-emission manure application. Nitrous oxide and nitrogen oxide also fell over the same period, butless steeply (by about 40%), due to higher emissions from manure injection into the soil and to the shift from poultry housingsystems based on liquid manure to solid manure systems. Methane emissions fell by 16% between 1990 and 2014 caused by adrop in livestock numbers and increased feed uptake and productivity of dairy cattle
Effecten van het mestbeleid op landbouw en milieu : Beantwoording van de ec-postvragen in het kader van de evaluatie van de meststoffenwet
Velthof, G.L. ; Koeijer, T. ; Schröder, J.J. ; Timmerman, M. ; Hooijboer, A. ; Rozemeijer, J. ; Bruggen, C. van; Groenendijk, P. - \ 2017
Wageningen : Wageningen Environmental Research (Wageningen Environmental Research rapport 2782) - 139
kunstmeststoffen - mest - landbouw - mestbeleid - oppervlaktewater - waterkwaliteit - fertilizers - manures - agriculture - manure policy - surface water - water quality
Ex-ante-evaluatie van de mestmarkt en milieukwaliteit : evaluatie van de meststoffenwet 2016
Schoumans, O.F. ; Blokland, P.W. ; Cleij, P. ; Groenendijk, P. ; Koeijer, T.J. de; Luesink, H.H. ; Renaud, L.V. ; Roovaart, J. van den - \ 2017
Wageningen : Wageningen Environmental Research (Wageningen Environmental Research rapport 2785) - 93
kunstmeststoffen - wetgeving - mest - mestbeleid - nitraten - waterkwaliteit - oppervlaktewaterkwaliteit - fosfaten - uitspoelen - bemesting - fertilizers - legislation - manures - manure policy - nitrates - water quality - surface water quality - phosphates - leaching - fertilizer application
Voor de ex-ante-evaluatie van de meststoffenwet in 2016 is een analyse uitgevoerd van de gevolgen van drie mestbeleidscenario's voor de meststromen in de landbouw en van de milieukwaliteit.
Methaanemissie uit mest : schatters voor biochemisch methaan potentieel (BMP) en methaanconversiefactor (MCF)
Groenestein, C.M. ; Mosquera, J. ; Melse, R.W. - \ 2016
Wageningen : Wageningen Livestock Research (Livestock Research rapport 961) - 28
mest - methaan - emissie - broeikasgassen - dierhouderij - manures - methane - emission - greenhouse gases - animal husbandry
This report presents the results of a desk study performed to determine and justify the use of new BMP and MCF values for cattle, pig and poultry manure under Dutch conditions.
Towards improving the manure management chain
Hou, Yong - \ 2016
University. Promotor(en): Oene Oenema, co-promotor(en): Gerard Velthof. - Wageningen : Wageningen University - ISBN 9789462579620 - 215
manures - manure treatment - livestock - excretion - nitrogen - mitigation - methane - european union - mest - mestverwerking - vee - excretie - stikstof - mitigatie - methaan - europese unie

Animal manures are major sources of nutrients and organic matter, to be used to fertilize crops and improve soil quality. However, when not properly managed, these manures release considerable amounts of ammonia (NH3), nitrous oxide (N2O) and methane (CH4) into the air, and nitrogen (N) and phosphorus (P) to water bodies, which create a range of unwanted environment impacts. Nutrient losses from manure depend on the management activities and techniques used at different stages of the whole manure management chain, from animal feeding up to manure application to land. The trade-offs and co-benefits of emission mitigation measures and manure treatment technologies are as yet poorly understood, especially when taking the whole manure management chain into account. Moreover, the effects of combinations of measures and technologies have not been well analyzed, and analyses at national scales are lacking. The overall objective of this PhD thesis research is (i) to enhance the quantitative insight into the effects of emission mitigation measures and treatment technologies on emissions of NH3, N2O and CH4, and the recovery of N and P from animal manure in the whole management chain, and (ii) to explore the effects of combinations of measures and technologies to mitigate these emissions and to increase the N and P recovery.

In Chapter 2, methodologies for estimating N excretion factors for the main animal categories in member states of the European Union (EU) were reviewed. In Chapter 3, a transparent and uniform methodology for estimating annual feed use and N excretion per animal category for all countries of the EU-27 was developed, based on the energy and protein requirements of the animals and statistics of feed use and composition, animal number and productivity. In Chapter 4, firstly the impacts of a suite of NH3 mitigation measures on emissions of NH3, N2O and CH4 at individual stages of the manure management chain were analyzed by means of a meta-analysis of published data. Secondly, the overall impacts of alternative combinations of mitigation measures on emissions from the whole chain were evaluated through scenario analysis. Chapter 5 reports on an integrated assessment of the effects of manure treatment on NH3, N2O and CH4 emissions from manure management chains in EU-27 at the national level for 2010, using the model MITERRA-Europe. Whole-chain effects of implementing twelve treatment technologies in EU-27 on emissions and N and P recovery were further explored through scenario analyses. Chapter 6 reports on a survey conducted under various stakeholder groups with expertise in the domain of manure treatment in four European countries that have regions of high animal density. The survey addressed questions related to i) which factors facilitate and hinder the implementation of treatment technologies in practice, ii) which technologies have the most potential for successful adoption, and iii) how farm characteristics and the scale of the treatment operation affect priorities for adoption. The main conclusions of this PhD thesis are as follows:

In EU-27, the amounts of N and P in manure are as large as or larger than the total amounts of fertilizer N and P used annually. However, there is a huge spatial variation in manure production. Nutrient excretion factors per animal category also vary between countries, as a result of variations in feed use and animal productivity. Clearly, for accurate inventories of national emission there is a need for estimating nutrient excretion using country-specific feed use data.

Increasing the effectiveness of measures to mitigate NH3 and GHG emissions from animal manure requires proper combination of measures in the manure management chain. Lowering the dietary protein content in animal feed is an effective measure to reduce NH3 emissions and other N emissions at all stages of the manure management chain. Other measures may reduce emissions of a specific gas or emissions source, by which there is a risk of unwanted trade-offs in the manure management chain. Joint adoption of these measures with low-N feeding strategies and slurry acidification can greatly decrease the risk of pollution swapping.

Implementation of manure treatment is on average still limited in EU-27. Effects of manure treatment on NH3 and GHG emissions are therefore relatively small at EU level. Increasing the implementation of treatment technologies, including acidification, incineration and thermal drying, or optimized combinations of treatment technologies, can significantly contribute to achieving NH3 and GHG emission targets of EU environmental policies. Implementation of manure treatment technologies provides opportunities to improve the use of plant nutrients in manures, because of the release of manure products with different N/P ratios. Applying acidification technology and optimized combination of NH3 emission mitigation measures increase the N recovery from animal manure, and can decrease the demand of mineral fertilizers. However, some technologies decrease the N and P recovery and/or decrease the availability of the N and P in manure products to plants.

Implementation of manure treatment in practice is forced by the pressure from EU environmental regulations, and is hindered by financial barriers. To encourage the adoption of manure treatment, policies must be economically appealing to attract new adopters (farmers and industries). Long-term financial support schemes (e.g. subsidies) seem to be necessary, especially with the current low prices for fossil fuels. Outreach strategies are required to convey the knowledge to stakeholders from both the supply and the demand side, with respect to the economic, technical and environmental aspects of manure treatment technologies.

Emissiefactoren mestbewerking : inschatting van emissiefactoren voor ammoniak en lachgas uit mestbewerking
Melse, R.W. ; Groenestein, C.M. - \ 2016
Wageningen UR, Livestock Research (Livestock Research rapport 962) - 19 p.
mest - emissie - distikstofmonoxide - ammoniakemissie - dierhouderij - manures - emission - nitrous oxide - ammonia emission - animal husbandry
In deze studie wordt een aantal emissiefactoren voorgesteld voor de belangrijkste mestbewerkingstechnieken die in Nederland worden toegepast, voor wat betreft methaan (CH4), stikstofmonoxide (NO), lachgas (N2O) en ammoniak (NH3). De emissiefactoren zijn bepaald op basis van beschikbare literatuur voor de diercategorieën rundvee (excl. vleeskalveren), vleeskalveren, varkens en pluimvee. De belangrijkste emissiefactoren zouden nader onderzocht kunnen worden met als doel om deze preciezer vast te stellen en/of experimenteel te valideren. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan de lachgasemissie die plaatsvindt bij de behandeling van vleeskalverendrijfmest (nitrificatie/denitrificatie) of aan de methaanemissie die optreedt tijdens opslag van dunne en dikke fracties die geproduceerd worden uit scheiding van rundvee- en varkensdrijfmest
Landbouwpraktijk en waterkwaliteit op landbouwbedrijven aangemeld voor derogatie in 2014
Lukács, S. ; Koeijer, T.J. de; Prins, H. ; Vrijhoef, A. ; Boumans, L.J.M. ; Daatselaar, C.H.G. - \ 2016
Bilthoven : Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM rapport 2016-0052) - 118 p.
dierlijke meststoffen - graslanden - nitraten - grondwaterkwaliteit - monitoring - eu regelingen - mest - waterkwaliteit - landbouwbedrijven - animal manures - grasslands - nitrates - groundwater quality - eu regulations - manures - water quality - farms
De Europese Nitraatrichtlijn verplicht lidstaten om het gebruik van dierlijke mest te beperken tot 170 kg stikstof per hectare. Landbouwbedrijven in Nederland met ten minste 70 procent grasland mochten onder bepaalde voorwaarden van deze norm afwijken en in 2013 250 kilogram per hectare gebruiken (derogatie). Nederland is verplicht om op 300 bedrijven die derogatie inzetten de bedrijfsvoering en waterkwaliteit te meten en deze resultaten jaarlijks aan de EU te rapporteren. LEI Wageningen UR en het RIVM stellen jaarlijks deze rapportage op. Dit rapport beschrijft de situatie in 2013 en de trends voor de periode tussen 2006 en 2014. Uit de resultaten blijkt dat de nitraatconcentratie in het grondwater in deze periode, afhankelijk van de regio, is gedaald of gelijk is gebleven.
Effect afzet mestverwerkingsproducten bij wettelijke status kunstmest of EG-meststof
Luesink, H.H. ; Postma, R. ; Smits, M.J.W. ; Schöll, L. van; Koeijer, T.J. de - \ 2016
Wageningen : LEI Wageningen UR (Rapport / LEI Wageningen UR 2016-034) - ISBN 9789462577787
regelingen - agrarisch recht - mest - kunstmeststoffen - mestverwerking - nederland - europese unie - europa - regulations - agricultural law - manures - fertilizers - manure treatment - netherlands - european union - europe
Research of the LEI Wageningen UR and NMI (Nutriënten Management Instituut) how the market for reclaimed nutrients would develop if harmonised product specifications were to apply to organic fertilisers and if substitutes for artificial fertilisers made from animal manure were to be considered legally equivalent to artificial fertiliser. The influence of the scrapping of such regulations is limited. The scale of the processing of manure into mineral concentrates will increase a little, the costs of exporting manure products will be a little lower, and the gate fees for manure processers could decline by 1-2 euros per tonne of manure (5-10%).
Recirculatie bij Phalaenopsis technisch goed haalbaar : Investeringsdrempel voor hergebruik drainwater ligt hoog
Arkesteijn, Marleen ; Kromwijk, J.A.M. - \ 2016
Onder Glas 13 (2016)1. - p. 9 - 11.
tuinbouw - glastuinbouw - waterbeheer - potplanten - drainagewater - hergebruik van water - phalaenopsis - gewaskwaliteit - emissiereductie - normen - stikstof - mest - natrium - zink - ijzer - horticulture - greenhouse horticulture - water management - pot plants - drainage water - water reuse - crop quality - emission reduction - standards - nitrogen - manures - sodium - zinc - iron
Hergebruik van drainwater bij phalaenopsis heeft geen nadelige effecten voor de plantengroei. Dat is de eindconclusie uit het onderzoek dat het afgelopen jaar is uitgevoerd en dat de gewascoöperatie Potorchidee deels financierde. De gewascoöperatie is tevreden en wil het komende jaar een vervolgonderzoek naar het effect van gecontroleerd vrijkomende meststoffen. Hiermee kunnen ook niet recirculerende telers een stap zetten.
Advies 'Mestverwerkingspercentages 2017'
Oenema, O. - \ 2015
Wageningen : Wettelijke Onderzoekstaken Natuur & Milieu (WOt-technical report 76) - 68
dierlijke meststoffen - mestverwerking - mest - fosfaten - mestbeleid - milieubeleid - animal manures - manure treatment - manures - phosphates - manure policy - environmental policy
On 1 January a system of compulsory manure treatment was introduced in the Netherlands. All livestock farmerswith a manure surplus (expressed in kg phosphate) are required to have part of this manure surplus treated. Eachyear the State Secretary for Economic Affairs determines the official manure treatment percentages per region inconsultation with the agricultural organisations. These percentages are based on the results of an analysis by theScientific Committee on the Nutrient Management Policy (CDM), which is carried out in accordance with a protocolagreed with the ministry. This report presents the results of the analysis of the calculated manure treatmentpercentages per region for 2017, under different assumptions. These percentages are based on an empiricalanalysis of the manure production per region in 2015 and an analysis of the maximum permitted manure allocation(in kg phosphate) and expected actual manure input per region in 2017. The analyses take account of the effects ofredistribution of manure between farms within and between regions, and of exemptions from the compulsorymanure treatment regulation. The total amount of manure to be treated in 2017 is 45±5 kg phosphate. The manuretreatment percentages in the ‘baseline’ variant are 10% for the region ‘Other’ (minimum manure treatmentpercentage), 55% for the region ‘East’, 60% the region ‘South’, and 45% for the whole of the Netherlands. Changesin the assumptions about manure production and the manure input ratio (the ratio of actual manure input, in kgphosphate, to the average total permitted phosphate input) have a large effect on the manure treatmentpercentages for region East (34–75%), region South (39–82%) and for the Netherlands as a whole (30–60%).Implementation of the Responsible Growth of Dairy Farming Act (Wet verantwoorde groei melkveehouderij) incombination with the Order in Council on ‘land-based growth of dairy farming’ leads to figure for the total amount ofdairy farm manure (in kg phosphate) to be treated of 3.7 million kg phosphate
Goede verwerking van natuurgras bij oogst en bewaren essentieel voor succes : : themanummer groene grondstoffen
Durksz, D.L. - \ 2015
Vakblad Natuur Bos Landschap 12 (2015)118. - ISSN 1572-7610 - p. 28 - 30.
mestvergisting - mest - biogas - co-vergisting - grasmaaisel - maaien - graslandbeheer - biomassa - natuurlijke hulpbronnen - graskuilvoer - manure fermentation - manures - co-fermentation - grass clippings - mowing - grassland management - biomass - natural resources - grass silage
Natuurgras kan uitstekend dienst doen als co-vergister in mestvergisters. Maar dan moeten de oogst en de opslag wel goed gebeuren.
Evaluatie van methaanemissieberekeningen en -metingen in de veehouderij
Groenestein, C.M. ; Mosquera Losada, J. - \ 2015
Wettelijke Onderzoekstaken Natuur & Milieu (WOt-technical report 54) - 46 p.
veehouderij - mest - methaan - emissie - meting - berekening - varkens - livestock farming - manures - methane - emission - measurement - calculation - pigs
Wageningen UR Livestock Research heeft een deskstudie uitgevoerd om te analyseren waarom berekende en
gemeten methaanemissies verschillen en doet aanbevelingen voor nader onderzoek. Het blijkt dat zowel aan
de kant van de meetwaarden als aan de kant van de berekeningen vragen kunnen worden gesteld. De
aanbevelingen betreffen een nadere beschouwing van mestsamenstelling (met name organische stof (OS),
de fractie van de organische stof die afbreekbaar is (Bo) en het deel van de afbreekbare fractie die
daadwerkelijk wordt afgebroken tot CH4 (MCF)) met in achtneming van Nederlandse omstandigheden.
Tevens wordt geadviseerd te bestuderen wat de oorzaak kan zijn van de grote variatie in gemeten
methaanemissie met oog voor de leeftijd van de mest, effect van ammoniakemissie-reducerende
maatregelen, mestmanagement en enterische methaanemissie door varkens
Dutch research on animal manure to ensure authenticity and quality
Pustjens, A.M. ; Derikx, P.J.L. - \ 2015
manures - fertilizers - agriculture and environment - phosphorus - nitrogen - environmental legislation - netherlands - mest - kunstmeststoffen - landbouw en milieu - fosfor - stikstof - milieuwetgeving - nederland
The Netherlands is known for its high livestock density. As a result there is a (local) surplus of animal manure. Legislation on the use of animal manure and other organic and inorganic fertilizers, is put into force to ensure environmental sound use of phosphorus and nitrogen.
Ontwikkeling van de N-balans, het N-verlies en de beddingsamenstelling van vrijloopstal Hartman in 2013/2014
Boer, H.C. de - \ 2015
Wageningen : Wageningen UR Livestock Research (Livestock Research rapport 885) - 43
stikstofbalans - stikstofverliezen - stallen - landbouwschuren - huisvesting van koeien - stikstofkringloop - melkveehouderij - duurzame veehouderij - mest - landbouw en milieu - rundveehouderij - dierenwelzijn - loopstallen - nitrogen balance - nitrogen losses - stalls - barns - cow housing - nitrogen cycle - dairy farming - sustainable animal husbandry - manures - agriculture and environment - cattle husbandry - animal welfare - loose housing
Een aantal Nederlandse melkveehouders stapt de laatste jaren over van een ligboxenstal met een roostervloer naar een vrijloopstal met een organische bedding. Deze overstap heeft meerdere effecten, waaronder op de stikstofkringloop op het melkveebedrijf. Stikstof (N) verdwijnt uit deze kringloop onder andere door vervluchtiging uit de stal, uit de mestopslag en na het uitrijden van mest op het land. N-vervluchtiging kan negatieve effecten hebben op de milieukwaliteit en leiden tot verlies van productiviteit. Daarom is het wenselijk om het N-verlies door vervluchtiging op het melkveebedrijf zo laag mogelijk te houden. Het onderzoek in dit rapport richtte zich op het vaststellen van het totale N-verlies door vervluchtiging uit de vrijloopstal van de familie Hartman in Heibloem (Limburg).
Goed mineralenmanagement loont : AMvB grondgebonden groei
Evers, A.G. ; Haan, M.H.A. de - \ 2015
V-focus 12 (2015)3. - ISSN 1574-1575 - p. 40 - 42.
melkveehouderij - wetgeving - regelingen - agrarische bedrijfsvoering - mest - landbouwgrond - mineralen - mestverwerking - dairy farming - legislation - regulations - farm management - manures - agricultural land - minerals - manure treatment
Op 29 maart 2015 heeft staatssecretaris Sharon Dijksma voorstellen voor de Algemene Maatregel van Bestuur (AmvB) grondgebonden groei melkveehouderij aan de Eerste Kamer aangeboden. Voor de Koeien & Kansenbedrijven is verkend wat dit voor hen betekent. Op basis van resultaten van 2014 en forfaitaire productie en plaatsingsruimte moet circa 88 procent van de bedrijven extra grond verwerven bij groei. Gebruik maken van BEX en BEP levert deze bedrijven gemiddeld een groeiruimte op van 25 koeien voordat extra grond nodig is.
Check title to add to marked list
<< previous | next >>

Show 20 50 100 records per page

 
Please log in to use this service. Login as Wageningen University & Research user or guest user in upper right hand corner of this page.