Staff Publications

Staff Publications

  • external user (warningwarning)
  • Log in as
  • language uk
  • About

    'Staff publications' is the digital repository of Wageningen University & Research

    'Staff publications' contains references to publications authored by Wageningen University staff from 1976 onward.

    Publications authored by the staff of the Research Institutes are available from 1995 onwards.

    Full text documents are added when available. The database is updated daily and currently holds about 240,000 items, of which 72,000 in open access.

    We have a manual that explains all the features 

Current refinement(s):

Records 1 - 20 / 207

  • help
  • print

    Print search results

  • export

    Export search results

  • alert
    We will mail you new results for this query: keywords==mussels
Check title to add to marked list
Invang van mosselzaad in MZI’s : resultaten 2016
Capelle, Jacob J. ; Stralen, Marnix R. van - \ 2017
IJmuiden : IMARES Wageningen UR (IMARES rapport C044/17) - 30
mosselteelt - oosterschelde - mossels - waddenzee - schaal- en schelpdierenvisserij - zaaibedden - mussel culture - eastern scheldt - mussels - wadden sea - shellfish fisheries - seedbeds
Voorliggend rapport behandelt de resultaten van de invang van mosselzaad in zogenaamde Mosselzaadinvangsinstalaties (MZI’s) in de Oosterschelde, Voordelta en Waddenzee in 2016. Het rapport is gebaseerd op gegevens die door de MZI-ondernemers moeten worden aangeleverd bij het Ministerie van Economische Zaken. Het rapport is opgesteld in opdracht van de PO Mosselcultuur. Van het oppervlak dat in 2016 voor de invang van mosselzaad is vergund (390 ha voor transitie- en experimenteerbedrijven samen) is 253 ha (35%) niet voor mosselzaadinvang benut. De niet gebruikte ruimte wordt voor het merendeel gevormd door kavels of delen daarvan die wel geschikt zijn voor MZI’s, maar niet zijn gebruikt en uit restruimte die vanwege de vorm of afmetingen ongeschikt is voor het neerleggen van MZI’s. In 2016 is met de MZI’s totaal 18.06 miljoen kg (= 181 duizend mosselton) mosselzaad ingewonnen. De oogst aan MZI-zaad is daarmee 8% lager dan in 2015. De lagere productie in 2016 ten opzichte van 2015 komt geheel op het conto van de Deltawateren. De voornaamste oorzaak hiervoor is dat in de Oosterschelde en in de Voordelta in 2016 respectievelijk 57% en 32% minder substraat is uitgehangen dan in 2015, terwijl in de Waddenzee dit vrijwel gelijk gebleven is (stijging van 1% t.o.v. 2015). Het overgrote deel van het ingewonnen zaad in de Waddenzee (16.60 Mkg) is na het oogsten uitgezaaid op percelen in de Waddenzee, 2% is overgebracht naar de Oosterschelde. Het mosselzaad dat in de Oosterschelde en Voordelta is ingewonnen (resp. 1.03 Mkg en 0.42 Mkg) is uitgezaaid op percelen in de Oosterschelde; 0.06 Mkg is overgebracht naar mosselhangcultures. Door de bedrijven die onderdeel uitmaken van de transitie is in 2016 totaal 16.67 Mkg mosselzaad geproduceerd, waarvan 15.20 Mkg in de Waddenzee, 1.03 Mkg in de Oosterschelde en 0.42 Mkg in de Voordelta. Ten opzichte van 2015 is dit een verschil van respectievelijk 12%, -50% en -67%. Het vangstverlies van de eerste en de tweede transitiestap (11 Mkg) is met deze opbrengst gecompenseerd. Het streven is in 2018 een derde stap te zetten met een omvang van 10% van de totale mosselzaadvisserij, die daarmee dan voor 38% is afgebouwd. Verwacht wordt dat ook in volgende jaren het vangstverlies dat met deze derde stap gepaard gaat (ca. 4 Mkg tot totaal 15 Mkg) met MZI’s in de Waddenzee kan worden gecompenseerd. De uitdaging voor het kunnen zetten van de derde stap is of het extra ingewonnen zaad ook rendabel kan worden opgekweekt, waarvoor een verbetering van de kwaliteit van het percelenareaal wordt beoogd met 270 ha goede percelen (A-B grond). Het seizoen 2016 kenmerkt zich door tegenvallende oogsten in de Oosterschelde, zowel op de bodempercelen als op enkele MZI locaties. Ondanks dat in juni de broedval op de MZI systemen in de Oosterschelde er prima uit zag, is gedurende de zomer op de locaties Schaar van Colijn, Vuilbaard en Vondelinge van het MZI zaad een groter deel van in voorgaande jaren niet tot wasdom gekomen. Een sluitende verklaring hiervoor is nog niet gevonden. Technische problemen, waaronder met de verankering en beschadiging van de systemen door aanvaringen, zijn net als in voorgaande jaren beperkt gebleven tot een enkel incident. De massale vestiging van zeesterren in de MZI’s, zoals die in 2011 plaatsvond, is in 2016 opnieuw uitgebleven.
Production efficiency of mussel bottom culture
Capelle, Jacob J. - \ 2017
University. Promotor(en): Aad Smaal; P.M.J. Herman, co-promotor(en): Jeroen Wijsman. - Wageningen : Wageningen University - ISBN 9789463430869 - 240
mussels - mussel culture - bottom culture - efficiency - population dynamics - culture techniques - biomass production - improvement - shellfish culture - aquaculture - mossels - mosselteelt - bodemcultuur - efficiëntie - populatiedynamica - kweektechnieken - biomassa productie - verbetering - schaal- en schelpdierenteelt - aquacultuur

Mussel bottom culture is an extensive type of aquaculture; it depends on natural resources for feed, seed and space. It consists of the translocation of seed from natural beds to designed culture areas, where mussel farmers try to improve production efficiency. Production efficiency is measured by the relative biomass production (RBP) expressed as units of biomass harvested from one unit of biomass seeded, it increases with mussel growth and decreases with mussel mortality. Mussel bottom culture makes use of nature and also depends on nature. Cultured mussels are subject to similar environmental factors that influence growth and mortality on natural mussel beds, with additional effects of anthropogenic factors. In this thesis we focus on dynamics of mussel beds and the impact and effectivity of culture activities on mussel production yield. The major objectives are stated as: (1) to better understand the population dynamics of subtidal mussel populations, (2) to analyze what factors determine production efficiency in mussel bottom culture and how this can be improved. On natural mussel beds mussels organise in patterns that enhance food delivery and resilience of the bed. On culture plots mussels are seeded in concentric seeding patterns. Seeding techniques concentrate mussels locally within the culture plot area, resulting in high local mussel densities; this increases competition and limits the spatial re-organisation of mussels in the bed. Consequently, seeding on culture plots is followed by a large size and density dependent seeding loss that ranges from about 40% for seed from fishery to 69% for smaller SMC seed. This loss was the major factor in determining the maximum RBP. Losses in the grow-out stage were substantially lower, a subsequent density dependent loss was found for smaller mussels (<30 mm), and a non-density dependent loss for larger mussels (>30 mm). Shore crab predation is an important factor contributing to the higher losses at seeding. The effect of shore crab predation on mussel biomass production is higher than expected from previous studies. In an experiment on an intertidal culture plot in the Oosterschelde (NL), we observed that shore crab predation peaks directly after seeding and accounted for 33% of the total losses within five weeks after seeding. Spatial patterns in the survival rates of natural mussel beds in the Wadden Sea show better seed survival in areas with intermediate salinity (mean annual salinity 17.5-22.5 mg l-1). This suggests that mussel survival is negatively related to sea star distribution, which is largely controlled by salinity. Natural beds that escape predation are found at lower salinities and mussels on these beds showed low growth rates, also because of a lower food quality in these areas. Mussel culture strongly affects the population dynamics of the subtidal mussel population, through relaying of mussels from natural mussel beds to culture plots. Culture plots are located in more saline regions of the Wadden Sea (mean annual salinity 25.8 mg l-1), compared to natural mussel beds. This activity increased mussel growth and survival because food quality on culture plots is high and predation is prevented. As a result, average biomass production is higher on culture plots than on natural mussel beds and this difference increases over time. A more efficient seed use on the available area, that can be obtained by reducing seeding losses will increase RBP, maximum biomass production and increases maximum profit. Our results suggest that this can be achieved by seeding homogeneously in low densities.

Monitoring mosselgroei Flakkeese spuisluis : resultaten T0 bemonstering 2016
Wijsman, J.W.M. ; Brummelhuis, E. ; Gool, A.C.M. van - \ 2016
Yerseke : Wageningen Marine Research (Wageningen Marine Research rapport C126/16) - 33
mossels - mosselteelt - groei - monitoring - zuid-holland - mussels - mussel culture - growth
In de winter van 2016/2017 zal de Flakkeese spuisluis in de Grevelingendam weer in gebruik worden genomen. De spuisluis, bestaande uit een hevel, vormt een verbinding tussen het Grevelingenmeer en de Oosterschelde. Door het openen van de hevel zal als gevolg van het getij op de Oosterschelde water heen en weer worden getransporteerd tussen de Oosterschelde en het Grevelingenmeer. De verwachting is dat door de toename in waterbeweging de waterkwaliteit in het Grevelingenmeer zal verbeteren, met name nabij de bodem waar zuurstofloosheid optreedt. Om deze veranderingen te kunnen monitoren zijn er mosselen uitgezet in speciale mandjes op twee locaties in het Grevelingenmeer en twee locaties in de Oosterschelde. De groei en ontwikkeling van de mosselen kan worden gebruikt als een indicator voor de waterkwaliteit en -productiviteit. Doordat de mosselen gedurende een periode van enkele maanden zijn uitgezet, zijn de groeimetingen de resultante van de waterkwaliteit over die hele periode. Ook zijn in het Grevelingenmeer continue-metingen verricht voor zuurstofconcentratie (alleen bij de bodem) en temperatuur (nabij de bodem en het wateroppervlak). Dit rapport beschrijft de situatie in 2016 vóór de ingebruikname van de hevel.
Mosselbanken en oesterbanken op droogvallende platen in de Nederlandse kustwateren in 2016: bestand en arealen
Ende, D. van den; Troost, K. ; Asch, M. van; Brummelhuis, E. ; Zweeden, C. van - \ 2016
Yerseke : Wageningen Marine Research (Wageningen Marine Research report C109/16) - 42
mytilus edulis - mossels - crassostrea gigas - oesters - kustwateren - monitoring - nederland - mussels - oysters - coastal water - netherlands
Als onderdeel van het onderzoeksprogramma WOT (Wettelijke Onderzoeks Taken) worden jaarlijks door Wageningen Marine Research (WMR, voorheen IMARES) de mossel- en oesterbestanden in de Nederlandse kustwateren geïnventariseerd. Voorliggend rapport omvat de resultaten van de inventarisatie van het areaal en bestand aan mosselen (Mytilus edulis) en Japanse oesters (Crassostrea gigas) op de droogvallende platen van de Waddenzee, Oosterschelde en de Westerschelde. Het onderzoek is uitgevoerd in opdracht van het Ministerie van Economische Zaken en is één van de schelpdierinventarisaties die jaarlijks door WMR wordt uitgevoerd in samenwerking met het ministerie. De uitkomsten zijn van belang voor het beleid voor de schelpdiervisserij en vormen daarbij een bron van informatie voor verdere ecosysteem- en effectstudies.
Haalbaarheid mosselteelt binnen offshorewindparken in de Nederlandse kustzone
Kamermans, P. ; Soma, K. ; Burg, S.W.K. van den - \ 2016
Den Helder : IMARES Wageningen UR (IMARES rapport C075/16) - 47 p.
mussel culture - mussels - coastal areas - offshore - wind farms - netherlands - mosselteelt - mossels - kustgebieden - windmolenpark - nederland
De grootschalige ontwikkeling van offshorewindparken roept de vraag op in hoeverre medegebruik van de ruimtes mogelijk is. Bij het ministerie van Economische zaken leeft de vraag of mosselteelt binnen de recentelijk aangewezen offshorewindparken haalbaar is.
Achtergronddocument t.b.v. de uitgave Wadden in Beeld 2015
Tulp, I.Y.M. ; Cremer, J.S.M. ; Troost, K. ; Glorius, S.T. ; Asjes, J. - \ 2016
IMARES (Rapport / IMARES C018/16) - 26 p.
zeevissen - mossels - oesters - zeehonden - kokkels - aquatische wormen - aquatische ecologie - waddenzee - marine fishes - mussels - oysters - seals - clams - aquatic worms - aquatic ecology - wadden sea
Further improvements in water quality of the Dutch Borderlakes : two types of clear states at different nutrient levels
Noordhuis, Ruurd ; Zuidam, B.G. van; Peeters, E.T.H.M. ; Geest, G.J. van - \ 2016
Aquatic Ecology 50 (2016)3. - ISSN 1386-2588 - p. 521 - 539.
Abramis brama - Alternative stable states - Biomanipulation - Cyanobacteria - Dreissena - Macro-algae - Quagga Mussel - Regime shift - randmeren - mussels - algae - water quality - aquatic ecology - eutrophication - abramis brama - mossels - cyanobacteriën - algen - waterkwaliteit - aquatische ecologie - eutrofiëring

The Borderlakes are a chain of ten shallow, largely artificial, interconnected lakes in the Netherlands. The ecological recovery of the central Borderlakes (viz. lake Veluwe and Wolderwijd) has been well documented. These lakes shifted from a eutrophic, Planktothrix dominated state in the 1970s to a clear state in 1996. Around 2010, the formerly hypertrophic, southern Borderlake Eem also reached a clear state, but at considerably higher nutrient levels. In this paper, monitoring data are used to compare these changes and identify the differences in driving processes and their consequences. The 1996 shift in Lake Veluwe was linked to increased fishery for benthivorous Bream, followed and stabilized by increase in Zebra Mussels and charophytes. Nutrients in Lake Eem decreased as well and Planktothrix disappeared here too in 1996, despite relatively high TP concentrations which remained stable over time. The start of the change into the clear state in this case also involved a decrease in the Bream population, but with a stronger additional role for dreissenids, particularly of Quagga Mussels. Remaining blooms of cyanobacteria almost disappeared, but the current situation in Lake Eem represents a different type of clear water state than in the central Borderlakes. This type is characterized by the combination of a relatively high phosphorus load, intense dreissenid filtration and filamentous macro-algae instead of either blooms of cyanobacteria or dominance of charophytes. With the dominant role of the River Eem, the relatively short residence time and increasing difficulty to bring down nutrient loading any further, the stability of this clear state depends on high densities (and filtration rates) of dreissenids.

Mosselbanken en oesterbanken op droogvallende platen in de Nederlandse kustwateren in 2015: bestand en arealen
Ende, D. van den; Brummelhuis, E.B.M. ; Zweeden, C. van; Asch, M. van; Troost, K. - \ 2016
Yerseke : IMARES (Rapport / IMARES C168/15) - 45 p.
mossels - oesters - kustwateren - biomassa - inventarisaties - aquatische ecosystemen - nederland - mussels - oysters - coastal water - biomass - inventories - aquatic ecosystems - netherlands
IMARES carried out mussel (Mytilus edulis) and oyster (Crassostrea gigas) stock assessments in the littoral areas of the Dutch Wadden Sea, Oosterschelde bay and Westerschelde estuary in 2015. Both surface bed area as well as total biomass stock were assessed. These surveys are part of the annual shellfish inventories, as commissioned by the Dutch Ministry of Economic Affairs (EZ) and carried out by IMARES, in collaboration with both the fisheries industry and the ministry of EZ. These surveys are conducted to aid policy makers with regard to the shellfish industry, and are an important source of information for further ecosystem studies.
Ontwikkeling van enkele mosselbanken in de Nederlandse Waddenzee, situatie 2014
Fey-Hofstede, F.E. ; Dankers, N.M.J.A. ; Meijboom, A. ; Sonneveld, C. ; Verdaat, J.P. ; Bakker, A.G. ; Dijkman, E.M. ; Cremer, J.S.M. - \ 2015
Wageningen : Wettelijke Onderzoekstaken Natuur & Milieu (WOt-technical report 57) - 72 p.
mossels - populatiedynamica - biologische ontwikkeling - aquatische gemeenschappen - waddenzee - nederland - mussels - population dynamics - biological development - aquatic communities - wadden sea - netherlands
IMARES Wageningen UR is studying the long-term development of a number of individual mussel beds in the Dutch part of the Wadden Sea, and trying to identify the characteristics that determine the survival of such beds. The study is being carried out in the context of the WOT theme of ‘Nature Information Infrastructure’. The present report presents the 2014 situation. The annual reports of this multi-year project include interim results with yearly additions. The results of the annual mapping and population survey provide a picture of the development of the mussel beds over a large number of years. The results so far show that the mussel beds tend to gradually decrease in size, coverage and population density after the year in which they come into existence.
The impact of pelagic mussel collectors on plankton in the western Wadden Sea,the Netherlands
Jacobs, P. - \ 2015
University. Promotor(en): Han Lindeboom, co-promotor(en): J. van der Meer; Roel Riegman. - Wageningen : Wageningen University - ISBN 9789462575950 - 149
plankton - mossels - pelagische visserij - visserij - mariene ecologie - waddenzee - nederland - mussels - pelagic fishery - fisheries - marine ecology - wadden sea - netherlands
Mogelijk verband tussen het storten van zeegrind en sterfte van mosselen op nabij gelegen percelen Hammen 62, 63 en 64
Smaal, A.C. - \ 2015
Yerseke : IMARES (Rapport / IMARES C105/15) - 24
mossels - oeverecosystemen - oeverbescherming van rivieren - aquatische ecosystemen - oosterschelde - grind - mussels - riparian ecosystems - riverbank protection - aquatic ecosystems - eastern scheldt - gravel
In november 2014 is sterfte vastgesteld van mosselen op de kweekpercelen Hammen 62, 63 en 64 die zijn gelegen naast de locatie waar in september 2014 bestortingen zijn uitgevoerd met zeegrind ten behoeve van de vooroeververdediging. De vraag is in hoeverre er een causaal verband aannemelijk is tussen de gevolgen van het uitvoeren van de bestortingen en de door kwekers en visserijkundig ambtenaar geconstateerde mosselsterfte.
Ruimtelijke verspreiding van mosselen en Japanse oesters in de Waddenzee in de periode 1992 - 2013
Troost, K. ; Stralen, M.R. van; Zweeden, C. van; Brinkman, A.G. - \ 2015
Yerseke : IMARES (Rapport / IMARES Wageningen UR C062/15) - 35
mossels - oesters - schaal- en schelpdierenteelt - waddenzee - habitats - visserijbeleid - kaarten - ecosystemen - monitoring - mussels - oysters - shellfish culture - wadden sea - fishery policy - maps - ecosystems
Het doel van dit rapport is om de tot op heden verzamelde gegevens met betrekking tot het voorkomen van mosselbanken en oesterbanken in de Nederlandse Waddenzee samen te voegen en toegankelijk te maken voor een breed publiek. In dit rapport wordt ruimtelijke informatie gepresenteerd, zonder in te gaan op achterliggende factoren en oorzaken. Voor dat laatste wordt verwezen naar de literatuurverwijzingen zoals opgenomen. De verzamelde gegevens zijn geaggregeerd tot kaarten waarin inzichtelijk wordt gemaakt waar en in welke frequentie mosselbanken aanwezig zijn geweest. Het is daarbij goed mogelijk dat er nu ter plaatste geen mosselen liggen. De kaarten laten evenwel zien waar ze hebben gelegen en de omstandigheden klaarblijkelijk dus geschikt zijn om ze te laten ontstaan. De gebieden waar frequent mosselbanken hebben gelegen worden daarom aangeduid als ‘mosselgebieden’.
Effect van vooroeversuppletie met zeegrind op groei en ontwikkeling van mosselen in Oosterschelde
Wijsman, J.W.M. ; Brummelhuis, E.B.M. - \ 2015
Yerseke : IMARES (Rapport / IMARES Wageningen UR C063/15) - 32
mossels - grind - zeeland - oosterschelde - oevers - oeverbescherming van rivieren - dijken - mussels - gravel - eastern scheldt - shores - riverbank protection - dykes
In het najaar van 2014 zijn er bij de locatie Zierikzee en Burghsluis vooroeververdedigings-werkzaamheden uitgevoerd met zeegrind. Bij het storten van het zeegrind kan slib vrijkomen dat effect kan hebben op de efficiëntie van de voedselopname van de mosselen en daarmee kan leiden tot groeivertraging. De verzamelde gegevens zijn daarom gebruikt om te onderzoeken of er groeivertraging is opgetreden bij de mosselen in de mandjes zijn uitgezet op 5 locaties (2 locaties bij Zierikzee, 2 bij Burghsluis en 1 als referentie bij Neeltje Jans), tijdens het storten van zeegrind in het kader van de werkzaamheden aan de vooroever bij Zierikzee en Burghsluis.
Resultaten van het Rijkswaterstaat JAMP 2014 monitoringsprogramma van milieukritische stoffen in schelpdieren
Hoek-van Nieuwenhuizen, M. van - \ 2015
IJmuiden : IMARES (Rapport / IMARES Wageningen UR C050/15) - 36
mossels - schaaldieren - bivalvia - oesters - monitoring - mussels - shellfish - oysters
In opdracht van Rijkswaterstaat zijn door IMARES Wageningen UR werkzaamheden uitgevoerd in het kader van het Joint Assessment and Monitoring Program van de OSPARCOM. De werkzaamheden bestonden uit analyse van milieukritische stoffen in mosselen en oesters. De werkzaamheden zijn ook in 2014 volgens RWS protocol uitgevoerd.
The role of the starfish (Asterias rubens L.) predation in blue mussel (Mytilus edulis L.) seedbed stability
Agüera García, A. - \ 2015
University. Promotor(en): Aad Smaal, co-promotor(en): Jeroen Jansen; Tim Schellekens. - Wageningen : Wageningen University - ISBN 9789462572164 - 170
mytilus edulis - mossels - voortplanting - predatie - zaaibedden - predator prooi verhoudingen - waddenzee - aquacultuur - mussels - reproduction - predation - seedbeds - predator prey relationships - wadden sea - aquaculture

Abstract

Mussel beds are an important ecological component in the Wadden Sea. Mussels’ offspring settle massively in new suitable areas, forming seedbeds that may disappear again within months. The probability of a seedbed to survive the first winter is defined as seedbed stability; a definition that plays a very important role in the management of newly settled seedbeds. Many factors are important in the survival or extinction of seedbeds. Predation is thought to be particularly important during the first year after settlement and therefore key to survival. Many predators feed on mussel beds, but for most of them the potential to exterminate a seedbed is restricted by different factors such as prey selection or competition. Common starfish (Asterias rubens) are capable of concentrating/aggregating in high densities on mussel seedbeds making them an especially important factor limiting/affecting survival of mussel seedbeds. This study assesses the capacities of starfish as a mussel seed predator. It also provides tools and information to assess the risks of a seedbed being attacked and exterminated by starfish.

In Chapter 2 the role of temperature and shading on winter predation was studied. The results showed that temperature limits feeding rate and feeding activity of starfish during winter. However, starfish feeding rate exhibited very high sensitivity to temperature changes. Light intensity affected both feeding rate and feeding activity. We conclude that starfish may not be an important factor destabilizing seedbeds during the average winter, but its importance may grow along with the increasing mean winter temperature due to climate change.

In Chapter 3 the impact of salinity changes on predation performance and survival was assessed. Salinity is the main driver of species distributions in the Wadden Sea. Results show that salinity affected predation performance by reducing feeding activity and causing changes in prey selection. Moreover, as acclimation occurred, A. rubens predation performance improved in all treatments with survivors. We conclude that osmotic stress due to a salinity decreases determines A. rubens distribution, abundance and potential impact on the prey population. However this effect is influenced by the magnitude of the change in salinity and its timescale.

In Chapter 4 the effect of tidal currents on predation rate was assessed, however, the chapter also tackles the role of hydrodynamic stress amelioration by mussels on the A. rubens population. The results suggest that mussels interact with their own predator beyond the role of food source, by ameliorating environmental stress, creating an additional dependence link between the foundation species and the predator, which potentially has major implications for ecosystem structure and stability.

In Chapter 5, we assessed the role of mussel association with conspecifics at high densities on prey selection by A. rubens. We concluded that size selection does not always lead to an improvement in net profit. Size selection is a trade-off between energy yield and predation energy costs, which is affected by prey behaviour.

The results of the prior chapters were integrated in Chapter 6 with field observations and literature to develop a simulation model. This model was designed to simulate growth of mussels and starfish, predation by starfish and mussel mortality. It can also be used to predict the likely effect of future environmental change scenarios on the potential impact of A. rubens on this important resource.

In the general discussion, Chapter 7, previous literature, field data and the results from this thesis are summarised and reviewed to explain the spatial distribution of A. rubens in the Wadden Sea and the role of environmental conditions on A. rubens predation rate. Model simulations are used to answer the question: What is the role of A. rubens predation in mussel seedbed stability?

Actieve biologische Monitoring Zoete Rijkswateren: microverontreinigingen in zoetwatermosselen - 2015
Kotterman, M.J.J. - \ 2014
IJmuiden : IMARES (IMARES / Rapport C085/15) - 37
monitoring - waterbeheer - waterbeleid - watersystemen - mytilidae - chemicaliën - biologische monitoring - microbiële besmetting - waterverontreiniging - mossels - binnenwateren - water management - water policy - water systems - chemicals - biomonitoring - microbial contamination - water pollution - mussels - inland waters
Rijkswaterstaat van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu is in 1992 gestart met de uitvoering van het monitoringprogramma “Monitoring Zoete Rijkswateren”. Dit vormt een onderdeel van de “Monitoring van de Waterstaatkundige Toestand des Lands” (MWTL). Doelstellingen van de metingen zijn: - het signaleren van langjarige ontwikkelingen in de biologische toestand van watersystemen (trend). - periodieke toetsing van de toestand aan criteria die voortvloeien uit de toegekende functies van wateren (controle). De opdracht is gebaseerd op het werkdocument “Actieve monitoring chemische stoffen zoetwatermosselen, projectplan chemisch meetnet MWTL 2014”, van 28 augustus 2014 en is uitgevoerd door IMARES. De uit te voeren werkzaamheden betroffen het bemonsteren van zoetwatermosselen en het analyseren van microverontreinigingen daarin. Dit rapport bevat zowel de analyseresultaten van quaggamosselen uit het oorspronkelijke onderzoek in 2014, als ook de resultaten van het aanvullende onderzoek betreffende driehoeksmosselen en quagga’s uit het Spaarne; op tijdstip 0 (niet uitgehangen) en tijdstip 1 (na uithangen, alleen locatie Keizersveer).
Ontwikkeling van enkele mosselbanken in de Nederlandse Waddenzee, situatie 2013
Fey-Hofstede, F.E. ; Dankers, N.M.J.A. ; Meijboom, A. ; Leeuwen, P.W. van; Jong, M. ; Dijkman, E.M. ; Cremer, J.S.M. - \ 2014
Wageningen : Wettelijke Onderzoekstaken Natuur & Milieu, IMARES (Rapport / IMARES Wageningen UR C159/14) - 83
mossels - visbestand - habitats - natuurbescherming - waddenzee - mussels - fishery resources - nature conservation - wadden sea
IMARES Wageningen UR bestudeert de langetermijnontwikkeling van een twaalftal mosselbanken in de Nederlandse Waddenzee met speciale aandacht voor de eigenschappen die het al dan niet overleven van mosselbanken bepalen. Het onderzoek wordt uitgevoerd in het WOT-thema Informatievoorziening Natuur. Dit rapport gaat over de situatie in 2013. De resultaten van de jaarlijkse kartering en populatiemeting geven een beeld van de ontwikkeling van mosselbanken over een groot aantal jaren. De mosselbanken gaan in het algemeen na het jaar van ontstaan langzaam in oppervlakte, bedekkingspercentage en populatiedichtheid achteruit. Op de mosselbanken neemt dan het percentage lege schelpen, algen, zeepokken en restgewicht toe in verhouding tot de levende mosselen. De afname in oppervlakte en bedekking wordt af en toe tenietgedaan door een goede broedval, waarna het proces opnieuw begint. Over de jaren ontstaat dus geleidelijk een mosselbank met meerdere jaarklassen en met een gevarieerde gemeenschap. Ondanks de overeenkomsten in algemene ontwikkeling zijn er jaarlijks grote verschillen te zien in de ontwikkeling tussen individuele mosselbanken. Deze verschillen kunnen ontstaan door locatie (en dus blootstellingen aan storm of predatie) of door karakteristieken van de mosselbank (de mate waarin deze bestand is tegen stormen en predatie).
Duurzame schelpdierteelt en herstel van schelpdierbanken
Kamermans, Pauline - \ 2014
shellfish culture - shellfish fisheries - sustainability - mussels - oysters
Passende Beoordeling (PB) mosselzaadinvang (MZI) op vrije gronden in de Nederlandse kustwateren voor de periode 2015 - 2018
Kamermans, P. ; Smaal, A.C. - \ 2014
Yerseke : IMARES (Rapport / IMARES Wageningen UR C168/14) - 71
mossels - schaal- en schelpdierenvisserij - natura 2000 - monitoring - voordelta - oosterschelde - waddenzee - mussels - shellfish fisheries - eastern scheldt - wadden sea
Het voornemen is om de gebieden voor MZI zoals die zijn vastgelegd in het vorige beleid (zg. MZI-locaties) deels te verplaatsen en het gedeelte daarvan dat voor MZI wordt vergund (zg. MZI-kavels) in het kader van de mosseltransitie per 2015 uit te breiden met 60 ha in de Waddenzee en 85 ha in de Deltawateren. De betreffende wateren, de Waddenzee, de Oosterschelde en de Voordelta zijn aangewezen als beschermde natuurmonumenten en Natura 2000-gebieden. Omdat mogelijk nadelige effecten op de natuurwaarden niet op voorhand kunnen worden uitgesloten is voor het plaatsen van MZI’s is een vergunning noodzakelijk op basis van de Natuurbeschermingswet 1998. Hiervoor is deze passende beoordeling opgesteld waarmee onderstaande vragen kunnen worden beantwoord.
Variatie en trend van de gehaltes zware metalen op locatie Zeelandbrug: Data rapport 2013
Schellekens, T. ; Glorius, S.T. ; Heuvel-Greve, M.J. van den - \ 2014
Yerseke : IMARES (Technisch rapport / IMARES Wageningen UR C055/14) - 26
oeverbescherming van rivieren - bekledingen - milieufactoren - milieueffect - mossels - ecotoxicologie - oosterschelde - riverbank protection - linings - environmental factors - environmental impact - mussels - ecotoxicology - eastern scheldt
Om erosie aan oevers van de Oosterschelde en Westerschelde tegen te gaan, is er in 2008 (pilot) en 2009 (structureel) begonnen om op die locaties waar deze erosie de stabiliteit van de waterkering in gevaar brengt of de reeds bestaande oeverwerken ondermijnt, ‘bestortingen’ uit te voeren om de oevers te beschermen. Deze bestortingen zijn uitgevoerd met staalslakken en breukstenen. Om met zekerheid vast te kunnen stellen dat er geen negatieve effecten optreden op het mariene milieu n.a.v. de oeververdediging is door Rijkswaterstaat besloten om een monitoringsprogramma op te zetten en uit te voeren.
Check title to add to marked list
<< previous | next >>

Show 20 50 100 records per page

 
Please log in to use this service. Login as Wageningen University & Research user or guest user in upper right hand corner of this page.