Staff Publications

Staff Publications

  • external user (warningwarning)
  • Log in as
  • language uk
  • About

    'Staff publications' is the digital repository of Wageningen University & Research

    'Staff publications' contains references to publications authored by Wageningen University staff from 1976 onward.

    Publications authored by the staff of the Research Institutes are available from 1995 onwards.

    Full text documents are added when available. The database is updated daily and currently holds about 240,000 items, of which 72,000 in open access.

    We have a manual that explains all the features 

Current refinement(s):

Records 1 - 20 / 145

  • help
  • print

    Print search results

  • export

    Export search results

  • alert
    We will mail you new results for this query: keywords==national parks
Check title to add to marked list
Waarden van het label Nationaal Park voor Nationaal Park Weerribben-Wieden
Goossen, C.M. - \ 2017
Wageningen : Wageningen Environmental Research (Wageningen Environmental Research rapport 2798) - 45
nationale parken - bezoekers - natuurgebieden - toeristen - natuurbescherming - noordwest-overijssel - national parks - visitors - natural areas - tourists - nature conservation
Dit rapport beschrijft de effecten van het dragen van het label Nationaal Park op het bezoek aan
natuurgebied Weerribben-Wieden. Uit een panelonderzoek blijkt dat 25% zegt dat het label Nationaal
Park een (doorslaggevende) rol heeft gespeeld bij de beslissing om het natuurgebied te bezoeken. Van
de Nederlanders zegt 34% gevoelig voor het label ‘Nationaal Park’ te zijn. Een directe invloed op het
bezoek aan de Weerribben-Wieden is beperkt. Uit dit onderzoek blijkt dat vooral toeristen de
economische waarden van het label Nationaal Park voor de Weerribben-Wieden bepalen en de
bewoners vooral de sociaal-emotionele waarden van het label. De economische toegevoegde waarde
van het label kan geschat worden tussen de 10% en 40%. De sociaal-emotionele waarden zijn
belangrijk voor het vergroten van het ecologisch en economisch belang van een Nationaal Park. Het
draagvlak voor het behoud en bescherming van natuurgebieden kan ermee worden vergroot. De
affiniteit van mensen die daarvoor nodig is, is in en rond de Weerribben-Wieden aanwezig.
Nationale parken in transitie : governance-implicaties van een veranderend beleidskader
Pleijte, M. ; During, R. ; Michels, R. - \ 2016
Wageningen : Wettelijke Onderzoekstaken Natuur & Milieu (WOt-paper 47) - 8 p.
nationale parken - natuurbeleid - decentralisatie - overheidsbeleid - provincies - regionaal beleid - nederland - national parks - nature conservation policy - decentralization - government policy - provinces - regional policy - netherlands
De nationale parken verkeren in een transitie. Met de decentralisatie van het natuurbeleid heeft het Rijksinds januari 2013 veel Rijkstaken voor nationale parken laten vallen. Het Rijk is alleen nog verantwoordelijkom nationale parken in te stellen en te begrenzen. Provincies konden zelf beslissen of zij die vervallenRijkstaken al dan niet overnamen. Hierdoor is onduidelijk geworden wie nu verantwoordelijk is voor denationale parken en waar ze hun middelen vandaan moeten halen. Dit heeft geleid tot een zoektocht naarregionale inbedding en nieuwe financieringsvormen. Daarbij zijn grote verschillen ontstaan tussen nationaleparken. Het merendeel van de nationale parkorganisaties is hierdoor bezig met overleven.
Nationale parken in transitie : governance-implicaties van een veranderend beleidskader
Pleijte, M. ; During, R. ; Michels, R. - \ 2016
Wageningen : Wettelijke Onderzoekstaken Natuur & Milieu (WOt-technical report 87) - 78
nationale parken - natuurbeleid - milieubeleid - milieubeheer - governance - financiën - national parks - nature conservation policy - environmental policy - environmental management - finance
De nationale parken verkeren in een transitie. Met de decentralisatie van het natuurbeleid heeft het Rijksinds januari 2013 veel Rijkstaken voor nationale parken laten vallen. Het Rijk is alleen nog verantwoordelijkom nationale parken in te stellen en te begrenzen. Provincies konden zelf beslissen of zij die vervallenRijkstaken al dan niet overnamen. Hierdoor is onduidelijk geworden wie nu verantwoordelijk is voor denationale parken en waar ze hun middelen vandaan moeten halen. Dit heeft geleid tot een zoektocht naarregionale inbedding en nieuwe financieringsvormen. Daarbij zijn grote verschillen ontstaan tussen nationaleparken. Het merendeel van de nationale parkorganisaties is hierdoor bezig met overleven. Een motie en eenamendement in de Tweede Kamer vormden begin 2015 de opmaat voor het Programma Nationale Parkenvan Wereldklasse, waarbij onder andere het ministerie van Economische Zaken en provincies zijn betrokken.Hierdoor is een groot contrast ontstaan tussen nieuwe ambities en de feitelijke situatie.---The national parks are going through a period of transition. Since January 2013, when the decentralisation ofnature policy began, the national government has abandoned many of its responsibilities, except thedelineation of national park boundaries. The provinces were free to decide whether or not to take over thesenational government tasks, which resulted in a diversity of commitments. Where provincial governmentcommitment was lacking, the park authorities sought closer integration into the regional economy andregional society and looked for new forms of financing. As a result, there are now large differences betweenthe national parks. Most of the national park organisations are simply trying to survive. A motion and asubsequent amendment in Parliament laid the foundation for the launch early in 2015 of the World ClassNational Parks Programme (Nationale Parken van Wereldklasse), with a contest for the most ambitiousinternationally oriented park. Among the organisations involved are the Ministry of Economic Affairs and theprovincial governments. The new ambitions created by this contest stand in stark contrast to the actualsituation on the ground.
Dit is mijn hof : een beschouwing over de biodiversiteit in Nederland
Schaminee, J.H.J. - \ 2016
Vakblad Natuur Bos Landschap 13 (2016)129. - ISSN 1572-7610 - p. 18 - 20.
biodiversiteit - natuurbeheer - natuurbescherming - landschapsbeheer - nationale parken - nederland - biodiversity - nature management - nature conservation - landscape management - national parks - netherlands
Er is van alles te zeggen over de toestand van de biodiversiteit in Nederland. Goede berichten en slechte berichten wisselen elkaar af. Onder staatssecretaris Bleker leek de natuur er steeds slechter van af te komen maar sinds zijn opvolger Dijksma waait er een nieuwe wind. De natuur wordt weer gezien als van groot belang voor onze samenleving, een rijkdom die we graag willen doorgeven aan volgende generaties.
Financiering van bestaande natuur : praktijkcasus ‘Weerribben-Wieden’
Heide, C.M. van der; Hendriks, C.M.A. ; Borgstein, M.H. - \ 2016
Wageningen : LEI Wageningen UR (LEI rapport 2016-056) - ISBN 9789462578111 - 43 p.
natuurbeheer - natuur - kapitaal - natuurbescherming - nationale parken - financieren - landschapsbeheer - landschapsbescherming - natuurlandschap - noordwest-overijssel - nederland - ecosysteemdiensten - biomassa productie - nature management - nature - capital - nature conservation - national parks - financing - landscape management - landscape conservation - natural landscape - netherlands - ecosystem services - biomass production
Nature organisations possess a large amount of natural capital thanks to their nature sites. The value of this capital is extremely important for the organisations themselves and in particular for society as a whole. Natural capital provides numerous ecosystem services from which people benefit, such as water purification, carbon storage, pollination and biomass. The question in this instance is how nature organisations can generate more financial resources from their nature sites in order to maintain and protect their natural capital. After all, although these services are very valuable, most of these benefits are free and do not produce any income. A case study in De Weerribben-Wieden National Park in the north of the Netherlands clearly demonstrates how an area-oriented approach involving innovative revenue models is required if nature sites are to produce sufficient income. That said, without the commitment and a shared sense of urgency from stakeholders in the area, new finance mechanisms that are intended to conserve and the characteristic landscape have little chance of success. In light of this, the challenge for this region is to build a perspective that has the stakeholders’ confidence and that encourages them to cooperate in order to benefit from the opportunities that monetisation offers.
Vegetatie-, beheer- en habitattypen van Het Nationale Park De Hoge Veluwe in 2014
Bijlsma, R.J. ; Janssen, J.A.M. ; Weeda, E.J. ; Griffioen, A.J. - \ 2015
Wageningen : Alterra, Wageningen-UR (Alterra-rapport 2616)
vegetatiemonitoring - habitats - vegetatietypen - nationale parken - heidegebieden - eolisch zand - graslandgronden - natuurgebieden - inventarisaties - veluwe - vegetation monitoring - vegetation types - national parks - heathlands - aeolian sands - grassland soils - natural areas - inventories
In 2014 is een vegetatiekartering uitgevoerd van Het Nationale Park De Hoge Veluwe uitgaande van een luchtfoto-interpretatie uit 2013 en kleurenfoto’s uit 2010. Het Park bestaat voor ruim 30% uit Natura 2000-habitattypen, verdeeld over 12 typen en draagt belangrijk bij aan oppervlakten habitattype van de Veluwe, met name voor Zandverstuivingen (848 ha), Stuifzandheiden (270 ha), Zure vennen en Heideveentjes (16 ha), Vochtige heiden (27 ha), Heischrale graslanden (189 ha) en Oude eikenbossen (240 ha). Ten opzichte van de kartering in 2007 zijn er op hoofdlijnen de volgende ontwikkelingen: de oppervlakte zandverstuivingen is met maximaal 10% afgenomen, vooral door successie naar Stuifzandheiden; Stuifzandheiden zijn afgenomen ten gunste van Droge heiden; de oppervlakte Heischrale graslanden is praktisch gelijk gebleven; vergrassing met Pijpenstrootje is voortgeschreden; de oppervlakten Vochtige heiden en Zure vennen zijn niet wezenlijk veranderd; habitattype Zwakgebufferde vennen is nieuw onderscheiden met een zeer klein oppervlakte; de oppervlakte Heideveentjes is toegenomen door betere inventarisatie; Jeneverbesstruwelen en Oude eikenbossen zijn in oppervlakte gelijk gebleven; het weinig voorkomende type Beuken-eikenbossen met hulst is uitgebreid met een deel dat in 2007 ten onrechte niet was onderscheiden. De vegetatietypen zijn toegekend aan 11 natuurbeheertypen waarvan N16.01 Droog bos met productie 48% van de oppervlakte inneemt, gevolgd door N01.01 Droge heide met 22% en N07.02 Zandverstuiving met 14%. De overige typen beslaan elk minder dan 5% van de oppervlakte. Vooralsnog is alleen het landschapsbeheertype L01.07 Lanen onderscheiden.
De natuurwaarde van flora en vegetatie van Het Nationale Park De Hoge Veluwe:
Bijlsma, R.J. ; Bokdam, J. ; Dam, D. van; Visser, N. - \ 2014
De Levende Natuur 115 (2014)6. - ISSN 0024-1520 - p. 246 - 252.
natuurwaarde - flora - vegetatietypen - natura 2000 - nationale parken - veluwe - natural value - vegetation types - national parks
Natura 2000 vormt de ruggengraat van de Nederlandse natuur. Bijna 40% van de totale oppervlakte van het Nationale Park de Hoge Veluwe wordt ingenomen door Natura 2000-habitattypen. De vraag is, in hoeverre deze typen de natuurwaarde van flora en vegetatie afdoende vertegenwoordigen. Hierbij beschouwen we niet alleen bijzondere vegetatietypen die niet onder een habitattype vallen, maar analyseren ook de verspreiding van (habitat)typische soorten die karakteristiek worden geacht voor habitattypen en een rol spelen bij de formele kwaliteitsbeoordeling.
Historisch-ecologische samenhang tussen cultuurhistorie en vegetatie in het Nationale Park De Hoge Veluwe
Spek, Th. ; Bijlsma, R.J. ; Bokdam, J. ; Dam, Douwe van; Visser, Niko - \ 2014
De Levende Natuur 115 (2014)6. - ISSN 0024-1520 - p. 240 - 245.
ecosysteembeheer - historische ecologie - nationale parken - cultuurlandschap - veluwe - ecosystem management - historical ecology - national parks - cultural landscape
Hoewel het landschap in het Nationale Park De Hoge Veluwe op het eerste gezicht grotendeels natuurlijk lijkt, blijkt bij nadere beschouwing dat de mens in vrijwel alle tijden van de geschiedenis grote invloed op de natuur van dit gebied heeft uitgeoefend. Juist de eeuwenlange wisselwerking tussen natuur en mens maakt De Hoge Veluwe tot een interessante staalkaart van historisch-ecologische landschappen. Kennis van de cultuurhistorische gelaagdheid en van het historisch ontstaan en beheer van lokale ecosystemen biedt belangrijke handvatten voor toekomstig beheer.
Ontsnippering Hart van de Veluwe: de relatie met het Nationale Park De Hoge Veluwe
Groot Bruinderink, G.W.T.A. ; Lammertsma, D.R. ; Leidekker, J. ; Ouden, J. den; Liefting, Y. ; Jansen, P.A. - \ 2014
De Levende Natuur 115 (2014)6. - ISSN 0024-1520 - p. 268 - 272.
wildbeheer - nationale parken - fauna - wildpassages - veluwe - wildlife management - national parks - wildlife passages
Het 5400 ha grote Nationale Park De Hoge Veluwe is al bijna 100 jaar omgeven met een grofwildraster. In 2013 is dit raster open gemaakt voor wilde hoefdieren, als uitwerking van het streven naar ontsnippering van de Veluwe door de Provincie Gelderland. Hier beschrijven we een monitoringsprogramma, waarmee we de gevolgen voor wilde hoefdieren en het beheer daarvan willen meten.
De bossen van Het Nationale Park De Hoge Veluwe
Ouden, J. den - \ 2014
De Levende Natuur 115 (2014)6. - ISSN 0024-1520 - p. 258 - 262.
bossen - bosbeheer - historische ecologie - nationale parken - veluwe - forests - forest administration - historical ecology - national parks
De bossen van Het Nationale Park De Hoge Veluwe vormen samen met heide en stuifzanden een gevarieerd landschap waarin cultuurhistorie en natuur doelbewust verweven zijn. Naast een klein aandeel oude bossen en landgoedbossen stamt het grootste deel van het bosoppervlak uit de afgelopen eeuw, en is met veel moeite ontwrocht aan het droge en arme landschap. De afgelopen 100 jaar is het bosbeheer van Het Park gericht op het landschappelijk aantrekkelijker, ecologisch stabieler en economisch rendabeler maken van de bossen. Dit artikel kijkt terug op de beheersgeschiedenis van de bossen in het Park.
Drie decennia dagvlinder - en broedvogelmonitoring in het Nationale Park De Hoge Veluwe
Wallis de Vries, M.F. ; Sanders, G. - \ 2014
De Levende Natuur 115 (2014)6. - ISSN 0024-1520 - p. 277 - 283.
lepidoptera - broedvogels - fauna - monitoring - nationale parken - veluwe - breeding birds - national parks
Het Nationale Park De Hoge Veluwe is één van de weinige overgeleven gebieden in Noordwest-Europa waar het heidelandschap zich nog op grote schaal en in zijn ruimtelijke verscheidenheid van stuifzand tot vennen manifesteert. Dankzij een vroeg begin van vlinder- en broedvogelmonitoring in het Park is er veel bekend over de veranderingen in de vlinder- en broedvogelfauna in de laatste drie decennia. Dit artikel vergelijkt de ontwikkelingen in het Park met de landelijke trends.
The potential Outstanding Universal Value and natural heritage values of Bonaire National Marine Park: an ecological perspective
Beek, I.J.M. van; Cremer, J.S.M. ; Meesters, H.W.G. ; Becking, L.E. ; Langley, J.M. - \ 2014
Den Helder : IMARES (Report / IMARES Wageningen UR C145/14) - 51
mariene gebieden - nationale parken - koraalriffen - caribisch gebied - bonaire - marine areas - national parks - coral reefs - caribbean
The Bonaire National Marine Park is an outstanding example of a fringing coral reef that has evolved to one of the most diverse reef in the Caribbean. The Bonaire Marine Park, protected since 1979 and declared a National Park in 1999, includes one of the healthiest coral reef in the Caribbean and two Ramsar sites which include mangrove forests and seagrass meadows, globally important for 4 species of endangered species of marine turtles and at least 29 species of migratory waterbirds and a nursery habitat for many reef fish species.
Kwelderontwikkeling van de Karhoek in de Mokbaai op Texel
Baptist, M.J. ; Smit, C.J. ; Duin, W.E. van; Treffers, S.E.A. - \ 2014
Den Burg : IMARES (Rapport / IMARES Wageningen UR C168/13) - 35
kweldergronden - vegetatietypen - natuurgebieden - nationale parken - herstel - nederlandse waddeneilanden - noord-holland - inventarisaties - salt marsh soils - vegetation types - natural areas - national parks - rehabilitation - dutch wadden islands - inventories
De kwelder De Karhoek in de Mokbaai op Texel maakt onderdeel uit van het Nationaal Park Duinen van Texel. De Werkgroep Onderzoek van het Nationaal Park vermoedt dat het kwelderoppervlak de afgelopen decennia aanzienlijk is afgenomen en vreest dat de kwelder in de toekomst nog kleiner zal worden. Een ander punt van zorg is de voortgaande rietvorming aan de zuidrand van de Mokbaai. De rietvegetatie verdringt op grote schaal de typische kweldervegetatie
Bird communities of contrasting semi-natural habitats of Lac bay, Bonaire, during the fall migration season, 2011
Debrot, A.O. ; Bemmelen, R.S.A. van; Ligon, J. - \ 2013
Den Helder : IMARES (Report / IMARES Wageningen UR C165/12) - 25
habitats - vogels - mangroves - monitoring - nationale parken - caribisch gebied - bonaire - birds - national parks - caribbean
The mangrove and seagrass lagoon of Lac Bay on Bonaire covers an area of roughly 700 ha. It is home to endangered green sea turtles, Chelonia mydas, and the Caribbean queen conch, Strombus gigas, and is a roosting and breeding area for several birds. Based on its nature values this 7 km2 bay has been designated as a legally protected Ramsar site. The area falls under the management responsibility of the National Parks Foundation of Bonaire.
Mogelijke gevolgen van nieuwe leefgebieden voor wilde zwijnen in Limburg
Lammertsma, D.R. ; Groot Bruinderink, G.W.T.A. ; Pouwels, R. ; Eupen, M. van; Spek, G.J. ; Oord, J.G. - \ 2012
Vakblad Natuur Bos Landschap 9 (2012)3. - ISSN 1572-7610 - p. 14 - 17.
habitats - wilde varkens - midden-limburg - nationale parken - wild pigs - national parks
In Limburg wordt het wild zwijn formeel alleen getolereerd in Nationaal Park De Meinweg. Sinds 2000 komen er echter ook elders in de provincie Limburg wilde zwijnen voor. Alterra deed in opdracht van de Faunabeheereenheid Limburg onderzoek naar de mogelijke gevolgen van de uitbreiding van leefgebieden. En berekende de scores van de potentiële sleutelleefgebieden voor het wild zwijn in Limburg voor een antal eigenschappen. Hoe hoger de score, hoe geschikter het gebied in relatie tot de betreffende eigenschap
Elephants of democracy : an unfolding process of resettlement in the Limpopo National Park
Milgroom, J. - \ 2012
Wageningen University. Promotor(en): Cees Leeuwis; Ken Giller, co-promotor(en): J.L.S. Jiggins. - S.l. : s.n. - ISBN 9789461732699 - 322
nationale parken - natuurbescherming - ontwikkelingsprojecten - politiek - natuurbeleid - wildbescherming - invloeden - inheemse volkeren - bevolkingsverplaatsing - zuid-afrika - zimbabwe - mozambique - national parks - nature conservation - development projects - politics - nature conservation policy - wildlife conservation - influences - indigenous people - resettlement - south africa
The proposed paper will focus on the process of displacement taking place in the context of the creation of the Limpopo National Park in Mozambique. This park is part of the Great Limpopo Transfrontier Park, which also includes the Kruger National Park (South Africa) and Gonarezhou National Park (Zimbabwe). The creation of the Limpopo National Park – which involved the translocation of more than 3000 animals from Kruger park to Limpopo park, including more than a hundred elephants – is strongly associated by some local residents with political developments following the cease-fire in 1992 and the increased regional cooperation since South Africa’s transition to democracy in 1994. The paper will describe how the establishment of the larger transfrontier park resulted in pressure on the Mozambican government to favour the model of a national park over other conservation options that might have better accommodated the interests of local communities. About 26 000 people are currently living in the Limpopo National Park; about 6000 of whom are in the process of being resettled to an area southeast of the park. The Mozambican government and donors funding the creation of the park have maintained that no forced relocation will take place. However, the pressure created by restrictions on livelihood strategies resulting from park regulations, and the increased presence of wildlife has forced some communities to ‘accept’ the resettlement option. The paper will describe the negotiation process about alternative locations and compensation packages for the communities to be resettled, involving park officials, local and international NGOs, and communities. An analysis will be presented of the power struggles between those parties, but also of the internal contradictions and conflicts that each of the parties experience. Furthermore, an often neglected aspect will be explored, namely that of the possible consequences of resettlement for the hosting communities outside of the park
Tourism, livelihoods and biodiversity conservation : an assessment of tourism related policy interventions at Bwindi Impenetrable National Park (BINP), Uganda
Ahebwa, W.M. - \ 2012
Wageningen University. Promotor(en): Jaap Lengkeek; Rene van der Duim. - S.l. : s.n. - ISBN 9789461732729 - 161
toerisme - middelen van bestaan - biodiversiteit - natuurbescherming - nationale parken - plattelandsontwikkeling - toerismebeleid - natuurtoerisme - impact van toerisme - uganda - tourism - livelihoods - biodiversity - nature conservation - national parks - rural development - tourism policy - nature tourism - tourism impact

Over the last two decades, the developing world has focused on attempting to reconcile conservation and development with nature-based tourism as one of the main mechanisms. To address the twin challenge of achieving conservation and development at Bwindi Impenetrable National Park, Uganda, in 1993 tourism was introduced. According to the logic of Integrated Conservation and Development (ICD) approaches for tourism to earn the support of communities for conservation, there must be meaningful benefits which accrue to a large number of people. However, from the onset, tourism around Bwindi was largely dominated by private sector businesses. In an attempt to ensure greater community access to tourism benefits, the Uganda Wildlife Authority and support institutions have applied three main tourism related policy interventions in villages around the park to enable communities earning direct benefits from tourism. These policy interventions are the subject of this thesis and they include: the Buhoma-Mukono community tourism enterprise, the Tourism - Revenue Sharing Program and the Clouds Mountain Lodge - a Private-Community Partnership. This thesis critically looks at the functioning of each of the three policy interventions. It explicates the introduction and implementation processes and evaluates the extent to which the three policy interventions address livelihood and conservation concerns at Bwindi Impenetrable National Park. By expounding the processes and context within which the policy interventions are implemented, this thesis makes a contribution to the on-going debates on policy strategies that can be employed to redeem the threatened biodiversity in the developing world. More so, on the extent to which market-based mechanisms that seek to use tourism in biodiversity conservation efforts in Africa can work. It adds a voice on the ongoing discussions regarding the relevance of Community-Based Tourism Enterprises, Tourism-Revenue-Sharing and Private-Community Partnership arrangements that have been advocated by international and national conservation organizations over the last few years as possible conservation and development links.

A four dimensional analysis using the elements of the policy arrangement approach was used as a lens to explain the introduction and the functioning of each of the three policy interventions at Bwindi as well as to elaborate their respective governance capacities. The elements of the policy arrangements approach on which the analysis was based include; a) actors/coalitions, b) rules, c) resources/power as well as, d) discourses. As chapter 2 elaborates, the four elements of the policy arrangements approach were used as sensitizing concepts implying that, they were used as interpretive devices and guidelines for analysis rather than imperatives. On the other hand, to evaluate the outcomes of the policy interventions, livelihoods and conservation were also taken as sensitizing concepts (evaluative devices). This entailed making use of the elements of the sustainable livelihood framework (capital assets, livelihood outcomes, livelihood strategies and the context) to understand the livelihood implications and the conservation threat reduction indicators to explain the conservation outcomes. Within the context of Bwindi, an assessment of the status of the conservation threats entailed a look at the nature of community attitudes, park-community relationships, the trend of illegal activities and their distribution as well as the population of the key animals- the mountain gorillas for case of Bwindi.

Generally, the thesis demonstrates that the Buhoma-Mukono arrangement has a high governance capacity compared to the Tourism Revenue Sharing and Private-Community Partnership arrangements. This implies that the policy processes and the alignment of the substantial and organisational aspects of the Buhoma-Mukono arrangement effectively contribute to the realisation of the desired policy outcomes. The arrangement (Buhoma-Mukono) is widely accepted as a solution to the conservation and development concerns in the area as it commands a lot of support from the majority of actors and dissenting voices are extremely minimal. This explains its strategic congruence.

The thesis shows that the Buhoma-Mukono arrangement is internally structurally congruent. This is illustrated by the fact that the regulative instruments are well known, understood and accepted by actors and the relationships between actors are built on mutual participation and trust. The arrangement is also externally congruent as it links and integrates well with the 1990s’ international discourses and policies on CBTEs, but also with other community based tourism enterprises through an umbrella entity called the Uganda Community Tourism Association. Therefore, a combination of its high governance capacity and other practical reasons like its location (near the park headquarter) and local sourcing and capacity building, make the Buhoma-Mukono CBTE model an exception compared to many other CBTE arrangements that have generally failed elsewhere.

As for the Tourism Revenue Sharing Program, it is argued in this thesis that the dimensions of the policy arrangement are structurally incongruent, the regulative instruments that have been established to guide its implementation are poorly known, understood and accepted and the relationships between actors are disturbed and not built on mutual trust. Two discourse coalitions exist that are dissimilar in perspective; an ‘official’ one voiced by Uganda Wildlife Authority and International Gorilla Conservation Programme, reflecting storylines of international and national conservation focussing on linking conservation and development, and a competing discourse advocated by local communities which challenges the way TRS is implemented. The distributional effects of TRS were and still are subject to discussions at Bwindi, as well as the new rules for disbursing funds and project selection, which are still debated and considered as too ‘technical’ for many. Although the critique to the low funding from TRS has been addressed by the introduction of the gorilla levy, this has been criticised for only being . In addition, TRS is still a state-oriented arrangement where UWA controls crucial resources. Whereas CPI and local governments are involved at all levels of TRS implementation, their powers are limited to resource distribution within the framework of UWA’s conditional guidelines. The communities on the other hand are the most disadvantaged with neither financial nor knowledge resources. Despite being the central victims of conservation costs, their powers are minimal.

The findings in this thesis also illustrate a low governance capacity associated with the Private-Community Partnership (Clouds Lodge) arrangement. There is no broad acceptance of rules that guide its operationalisation and there are competing discourses which differ inperspectives narrating the Clouds Lodge arrangement in either largely positive or negative terms. In addition, the relationships between actors are troubled and not built on mutual trust. The incongruence in the dimensions of the policy arrangements largely explains the underlying conflicts associated with this arrangement. Results also illustrate that there are circumstances under which relatively less powerful local actors are able to resist neoliberal interventions such as the Private Community Partnership arrangement by invoking the ‘weapons of the weak’. The local villagers succeeded in severely hampering, if not entirely derailing, the Cloud Lodge agreement. This was possible through the alignment of their local opposition with the perspective of the tourism industry and district politicians, all of whom joined a single coalition.

Despite some critical issues related to governance, regulatory frameworks and power imbalances, the thesis shows that the contribution of the tourism related policy interventions on livelihood aspects is undisputed by all the actors including those at a community level. There is a clear indication that the alignment of both thesubstantial and organizational characteristics of the three policy interventions and their respective governance capacities has had an influence on livelihood outcomes. Subsequently, the Buhoma-Mukono arrangement which exhibited a high governance capacity, performed relatively better than the TRS and Clouds Lodge arrangements in terms of livelihood outcomes. This illustrates that the state of policy processes can determine the nature of the policy outcomes and should be given due attention in conservation and development policy impact evaluations. Although the implication of the three policy interventions on capital assets and the vulnerability context was substantial, outcomes on livelihood strategies were relatively minimal. This can be explained by the big population in the three parishes (over 20,000 people) against the opportunities that tourism can potentially offer. Hence, there is need for integration of tourism related projects with the wider development programmes implemented by other actors such as government and development organizations to maximally expand the livelihood options in developing countries like Uganda.

Looking closely at the turn of conservation events at Bwindi since tourism and the related policy interventions were introduced, it is clear that tourism has made a significant contribution in addressing conservation threats. However, this thesis also argues that the tourism related policy interventions have worked with other interventions such as law enforcement, collaborative resource management, problem animal control, and other funding schemes for livelihood projects around the park as well as conservation awareness campaigns. The livelihood and conservation outcomes discussed in this thesis suggest that while communities at Bwindi have benefitted, Uganda Wildlife Authority emerged as the biggest winner as it managed to generate huge revenues from gorilla tourism with less problems locally and enabling the funding of other conservation activities. It is clearly evident that the Uganda Wildlife Authority has also managed to sustain biodiversity conservation at Bwindi especially, since the population of mountain gorillas has been on the increase and illegal activities continually show a downward trend.

In sum, this thesis illustrates that tourism is a promising market –oriented mechanism in the conservation and development nexus. Evidence is provided of a significant number of tourism related projects that have been initiated and have taken community livelihoods to a better level, more so when tourism as an instrument is integrated with other conservation and development interventions. Integrating tourism with other interventions partly addresses the problems offinancial resource deficiencies and huge numbers of targeted populations. Although still faced with a number of some challenges, the Bwindi case emphatically demonstrated that this linkage strengthens and maximises conservation and development outcomes. The Bwindi case further illustrates that policy making is an on-going process of construction and reconstruction. It highlights ceaseless developments within the three policy arrangements which are most likely to continue even in future.

Triglavski narodni park: analiza izkušenj lokalnega prebivalstva
Rodela, R. ; Koren, D. ; Udovc, A. - \ 2012
Ljubljana : Univerza v Ljubljani, Biotehniška fakulteta - 76
natuurbescherming - landbouw - duurzaamheid (sustainability) - nationale parken - slovenië - nature conservation - agriculture - sustainability - national parks - slovenia
NatuurWijs in de toekomst : verkenning van de haalbaarheid van uitvoering door vrijwilligers en van opschaling naar Nationale Parken
Boer, T.A. de; Langers, F. - \ 2011
Wageningen : Wageningen UR, Wetenschapswinkel (Rapport / Wageningen UR, Wetenschapswinkel 283) - ISBN 9789085857396 - 54
natuur- en milieueducatie - jeugd - primair onderwijs - vrijwilligers - nationale parken - inventarisaties - nature and environmental education - youth - primary education - volunteers - national parks - inventories
Eind 2010 kwam er een vraag van het Nationaal Park Utrechtse Heuvelrug om een training NatuurWijs te geven aan NME-vrijwilligers werkzaam in het park. Men wilde een overkoepelend educatieprogramma laten uitvoeren door alle vrijwilligersorganisaties verbonden aan het park. Hier waren twee nieuwe ingrediënten waar NatuurWijs nog geen ervaring mee had, namelijk werken met een Nationaal Park en werken met vrijwilligers. Per 1 januari 2012 zal de Stichting NatuurWijs van start gaan. Verwacht wordt dat NatuurWijs zich meer op locaties gaat richten dichtbij scholen zoals nu al het geval is in Noord-Brabant en het Nationaal Park Utrechtse Heuvelrug
Het nieuwe Biesboschbos: van griend naar wentelwilgen en getijmoeras
Bijlsma, R.J. ; Weeda, E.J. ; Neut, J. van der; Sluiter, H. - \ 2011
Tilburg : Staatsbosbeheer - ISBN 9789081198004 - 88
natuurontwikkeling - rijshout - wetlands - flora - fauna - nationale parken - biesbosch - vegetatie - moerassen - castor - natura 2000 - nature development - osiers - national parks - vegetation - marshes
Het nieuwe Biesboschbos - van griend naar wentelwilgen en getijmoeras. Onderzoekers Rienk-Jan Bijlsma en Eddy Weeda van Alterra en Staatsbosbeheerders Han Sluiter en Jacques van der Neut beschrijven de veranderingen in dit eeuwenoude gebied. In de Biesbosch wordt nog maar weinig griendhout gehakt. De grienden zijn veranderd in weelderige wilgenbossen met schots en scheef staande bomen. Omgewaaide wilgen raken begroeid met allerlei soorten mos en tussen de wortelkluiten broeden ijsvogels. Dit nieuwe bos trekt boomklevers en appelvinken. En er verschijnen moesdistel, oranje springzaad, reuzenbalsemien en zwart tandzaad. Ook de rol van de bever wordt uitgebreid belicht.
Check title to add to marked list
<< previous | next >>

Show 20 50 100 records per page

 
Please log in to use this service. Login as Wageningen University & Research user or guest user in upper right hand corner of this page.