Staff Publications

Staff Publications

  • external user (warningwarning)
  • Log in as
  • language uk
  • About

    'Staff publications' is the digital repository of Wageningen University & Research

    'Staff publications' contains references to publications authored by Wageningen University staff from 1976 onward.

    Publications authored by the staff of the Research Institutes are available from 1995 onwards.

    Full text documents are added when available. The database is updated daily and currently holds about 240,000 items, of which 72,000 in open access.

    We have a manual that explains all the features 

Current refinement(s):

Records 1 - 20 / 42

  • help
  • print

    Print search results

  • export

    Export search results

  • alert
    We will mail you new results for this query: keywords==nitrogen losses
Check title to add to marked list
How China's nitrogen footprint of food has changed from 1961 to 2010
Guo, Mengchu ; Chen, Xiaohui ; Bai, Zhaohai ; Jiang, Rongfeng ; Galloway, James N. ; Leach, Allison M. ; Cattaneo, Lia R. ; Oenema, Oene ; Ma, Lin ; Zhang, Fusuo - \ 2017
Environmental Research Letters 12 (2017)10. - ISSN 1748-9318
China - Nitrogen footprint - nitrogen losses - virtual nitrogen factor
People have increased the amount of reactive nitrogen (Nr) in the environment as a result of food production methods and consumption choices. However, the connection between dietary choices and environmental impacts over time has not yet been studied in China. Here we combine a nitrogen footprint tool, the N-Calculator, with a food chain model, NUFER (NUtrient flows in Food chains, Environment and Resources use), to analyze the N footprint of food in China. We use the NUFER model to provide a detailed estimation of the amounts and forms of Nr released to the environment during food production, which is then used to calculate virtual nitrogen factors (VNFs, unit: kg N released/kg N in product) of major food items. The food N footprint consists of the food consumption N footprint and food production N footprint. The average per capita food N footprint increased from 4.7 kg N capita-1 yr-1 in the 1960s to 21 kg N capita-1 yr-1 in the 2000s, and the national food N footprint in China increased from 3.4 metric tons (MT) N yr-1 in the 1960s to 28 MT N yr-1 in the 2000s. The proportion of the food N footprint that is animal-derived increased from 37% to 54% during this period. The food production N footprint accounted for 84% of the national food N footprint in the 2000s, compared to 62% in the 1960s. More Nr has been added to the food production systems to produce enough food for a growing population that is increasing its per-capita food consumption. The increasing VNFs in China indicate that an increasing amount of Nr is being lost per unit of N embedded in food products consumed by humans in the past five decades. National N losses from food production increased from 6 MT N yr-1 in the 1960s to 23 MT N yr-1 in the 2000s. N was lost to the environment in four ways: ammonia (NH3) emissions and dinitrogen (N2) emissions through denitrification (each account for nearly 40%), N losses to water systems (20%), and nitrous oxide (N2O) emissions (1%). The average per capita food N footprint in China is relatively high compared with those of developed countries in the 2000s. To reduce the food N footprint in China, it is important to both reduce the Nr losses during food production and encourage diets associated with a lower N footprint, such as shifting towards a more plant-based diet.
Ontwikkeling van de N-balans, het N-verlies en de beddingsamenstelling van vrijloopstal Langenkamp-Niens in 2014/2015
Boer, H.C. de - \ 2016
Wageningen UR, Livestock Research (Livestock Research rapport 936) - 42 p.
melkvee - melkveehouderij - loopstallen - ligstro - samenstelling - stikstofverliezen - vervluchtiging - verontreiniging - dierlijke productie - dairy cattle - dairy farming - loose housing - litter - composition - nitrogen losses - volatilization - pollution - animal production
Laag stikstofverlies kan : vrijloopstallen met composterende houtsnipperbedding
Boer, H.C. de; Galama, P.J. - \ 2015
V-focus 12 (2015)4. - ISSN 1574-1575 - p. 28 - 30.
melkveehouderij - huisvesting van koeien - loopstallen - houtspaanders - stikstofverliezen - compostering - dierlijke meststoffen - landbouwkundig onderzoek - dierenwelzijn - dairy farming - cow housing - loose housing - wood chips - nitrogen losses - composting - animal manures - agricultural research - animal welfare
Op de vloer van een vrijloopstal ligt meestal een organische bedding. Deze moet aan een aantal voorwaarden voldoen om geschikt te zijn voor gebruik in de vrijloopstal. Een belangrijke voorwaarde is dat de vervluchtiging van stikstof (N) uit de bedding, en daarmee uit de hele stal, beperkt blijft. Een laag N-verlies is mogelijk, en bij uitrijden van ‘compost’ op het land is er nauwelijks emissie.
NPK balans, N-verlies en beddingsamenstelling van vrijloopstal Hoogland in 2014
Boer, H.C. de - \ 2015
Wageningen : Wageningen UR Livestock Research (Livestock Research rapport 886) - 24
rundvee - huisvesting van koeien - loopstallen - dierenwelzijn - stikstofkringloop - stikstof - vervluchtiging - bemesting - vergelijkingen - landbouw en milieu - stikstofverliezen - dierlijke productie - melkvee - milieu - cattle - cow housing - loose housing - animal welfare - nitrogen cycle - nitrogen - volatilization - fertilizer application - comparisons - agriculture and environment - nitrogen losses - animal production - dairy cattle - environment
Een aantal Nederlandse melkveehouders stapt de laatste jaren over van een ligboxenstal met roostervloer naar een vrijloopstal zonder boxen en met een organische bedding. Een belangrijke reden voor deze overstap is het realiseren van een beter dierenwelzijn in de stal. Naast een beter dierenwelzijn heeft de overstap ook andere effecten, waaronder op de stikstofkringloop op het bedrijf. Stikstof (N) verdwijnt uit deze kringloop onder andere door vervluchtiging uit de stal, uit de mestopslag en na het uitrijden van mest op het land. N kan vervluchtigen in de vorm van ammoniak (NH3), lachgas (N2O), stikstofgas (N2) en overige stikstofoxiden (NOx). De vervluchtiging van ammoniak kan bijdragen aan verzuring en eutrofiëring van de natuur en vervluchtiging van lachgas aan opwarming van de aarde. De vervluchtiging van stikstofgas heeft geen directe negatieve effecten op de omgeving. Echter, door het verdwijnen van N uit de bedrijfskringloop moet er wel meer N op het bedrijf aangevoerd worden om de productiviteit van de bodem, de gewassen en de koeien op niveau te houden. Gebeurt dit met dierlijke mest of kunstmest, dan leidt dit alsnog tot een hogere milieubelasting. Gezien de bovenstaande consequenties is het wenselijk om de N-vervluchtiging op het melkveebedrijf zo laag mogelijk te houden. Om inzicht te krijgen in milieu- en productiviteitseffecten van de omschakeling van een ligboxenstal naar een vrijloopstal is het dus nodig om inzicht te krijgen in de hoeveelheid N die vervluchtigt uit de vrijloopstal en deze te vergelijken met de ligboxenstal. N vervluchtigt niet alleen uit de stal maar ook na het uitrijden van mest uit de stal op het land. Een stalsysteem met een relatief lage Nvervluchtiging direct uit de stal kan een relatief hoge N-vervluchtiging na mesttoediening hebben, en omgekeerd. Bij de ligboxenstal met productie van drijfmest wordt bijna de helft van de totale Nvervluchtiging (stal + land) na het emissiearm uitrijden van de mest op het land gerealiseerd (zie paragraaf 2.4). Om een meer volledig en betrouwbaar beeld te hebben van de N-vervluchtiging van een stalsysteem is het daarom gewenst om de N-vervluchtiging direct uit de stal en na mestaanwending gezamenlijk te beoordelen.
Ontwikkeling van de N-balans, het N-verlies en de beddingsamenstelling van vrijloopstal Hartman in 2013/2014
Boer, H.C. de - \ 2015
Wageningen : Wageningen UR Livestock Research (Livestock Research rapport 885) - 43
stikstofbalans - stikstofverliezen - stallen - landbouwschuren - huisvesting van koeien - stikstofkringloop - melkveehouderij - duurzame veehouderij - mest - landbouw en milieu - rundveehouderij - dierenwelzijn - loopstallen - nitrogen balance - nitrogen losses - stalls - barns - cow housing - nitrogen cycle - dairy farming - sustainable animal husbandry - manures - agriculture and environment - cattle husbandry - animal welfare - loose housing
Een aantal Nederlandse melkveehouders stapt de laatste jaren over van een ligboxenstal met een roostervloer naar een vrijloopstal met een organische bedding. Deze overstap heeft meerdere effecten, waaronder op de stikstofkringloop op het melkveebedrijf. Stikstof (N) verdwijnt uit deze kringloop onder andere door vervluchtiging uit de stal, uit de mestopslag en na het uitrijden van mest op het land. N-vervluchtiging kan negatieve effecten hebben op de milieukwaliteit en leiden tot verlies van productiviteit. Daarom is het wenselijk om het N-verlies door vervluchtiging op het melkveebedrijf zo laag mogelijk te houden. Het onderzoek in dit rapport richtte zich op het vaststellen van het totale N-verlies door vervluchtiging uit de vrijloopstal van de familie Hartman in Heibloem (Limburg).
Ontwikkeling van de N-balans, het N-verlies en de beddingsamenstelling van vrijloopstal Ottema-Wiersma in 2013/2014
Boer, H.C. de - \ 2015
Wageningen : Wageningen UR Livestock Research (Livestock Research rapport 881)
huisvesting van koeien - melkveehouderij - stikstofbalans - stikstofverliezen - stikstofkringloop - vervluchtiging - rundveemest - stalinrichting - loopstallen - rundveeteelt - dierenwelzijn - landbouw en milieu - cow housing - dairy farming - nitrogen balance - nitrogen losses - nitrogen cycle - volatilization - cattle manure - animal housing design - loose housing - cattle farming - animal welfare - agriculture and environment
Een aantal Nederlandse melkveehouders stapt de laatste jaren over van een ligboxenstal met een roostervloer naar een vrijloopstal met een organische bedding. Deze overstap heeft meerdere effecten, waaronder op de stikstofkringloop op het melkveebedrijf. Het onderzoek in dit rapport richtte zich op het vaststellen van het N-verlies door vervluchtiging uit de vrijloopstal van de VOF Ottema-Wiersma in Midwolde (Groningen).
Meststofgebruiksruimte in relatie tot opbrengstniveaus, mestsoort en rijenbemesting : Verkenning van equivalente maatregelen met het WOG 2.0 rekenmodel
Schröder, J.J. ; Haan, J.J. de; Schoot, J.R. van der - \ 2015
Lelystad : PPO AGV (PPO rapport 638) - 44
akkerbouw - bemesting - rijenbemesting - opbrengst - dierlijke meststoffen - richtlijnen (directives) - stikstofverliezen - milieueffect - arable farming - fertilizer application - band placement - outturn - animal manures - directives - nitrogen losses - environmental impact
De verliezen van stikstof (N) naar grond- en oppervlaktewater worden, onder meer, bepaald door de mate waarin de aanvoer van N naar een akker hoger is dan de afvoer van N vanaf die akker. Het verschil tussen die twee hangt af van de hoeveelheid door het gewas onttrokken nutriënten, de hoeveelheid en aard van de gebruikte meststoffen, het tijdstip en de wijze van toediening van meststoffen, het betreffende gewas en de oogstwijze, het bouwplan en de lokale bodem-, weer- en beheeromstandigheden. Om verliezen een bepaald niveau niet te laten overstijgen, zijn gebruiksnormen voor N en fosfaat (P) ingesteld. Die gebruiksnormen zijn in een aantal gevallen lager dan het landbouwkundige advies. Het stelsel van gebruiksnormen gaat uit van min of meer gemiddelde omstandigheden qua bouwplan, wijze van bemesting en opbrengst, en beoogt op een relatief grote ruimtelijke schaal (sector, regio) aan doelen voor N-uitspoeling en P-evenwicht te voldoen. Gebruiksnormen zijn daarom landbouwkundig onnodig streng op het ene bedrijf en milieukundig onvoldoende stringent op het andere bedrijf. In het 5e Actieprogramma Nitraatrichtlijn wordt aan telers de mogelijkheid gegeven zogenaamde equivalente maatregelen te formuleren en te nemen. Dat zijn maatregelen die het mogelijk maken om af te wijken van de generieke gebruiksnormen maar milieukundig een even goed resultaat opleveren. Dit biedt de mogelijkheid om telers te belonen als zij effectieve alternatieve maatregelen nemen.
Food choices, health and environment: Effects of cutting Europe's meat and dairy intake
Westhoek, H. ; Lesschen, J.P. ; Rood, T. ; Wagner, S. ; Marco, A. de; Murphy, D. ; Leip, A. ; Grinsven, H. van; Sutton, M.A. ; Oenema, O. - \ 2014
Global environmental change : human and policy dimensions 26 (2014). - ISSN 0959-3780 - p. 196 - 205.
greenhouse-gas emissions - livestock production - integrated assessment - nitrogen losses - recent trends - agriculture - cycle - consumption - cancer - sustainability
Western diets are characterised by a high intake of meat, dairy products and eggs, causing an intake of saturated fat and red meat in quantities that exceed dietary recommendations. The associated livestock production requires large areas of land and lead to high nitrogen and greenhouse gas emission levels. Although several studies have examined the potential impact of dietary changes on greenhouse gas emissions and land use, those on health, the agricultural system and other environmental aspects (such as nitrogen emissions) have only been studied to a limited extent. By using biophysical models and methods, we examined the large-scale consequences in the European Union of replacing 25–50% of animal-derived foods with plant-based foods on a dietary energy basis, assuming corresponding changes in production. We tested the effects of these alternative diets and found that halving the consumption of meat, dairy products and eggs in the European Union would achieve a 40% reduction in nitrogen emissions, 25–40% reduction in greenhouse gas emissions and 23% per capita less use of cropland for food production. In addition, the dietary changes would also lower health risks. The European Union would become a net exporter of cereals, while the use of soymeal would be reduced by 75%. The nitrogen use efficiency (NUE) of the food system would increase from the current 18% to between 41% and 47%, depending on choices made regarding land use. As agriculture is the major source of nitrogen pollution, this is expected to result in a significant improvement in both air and water quality in the EU. The resulting 40% reduction in the intake of saturated fat would lead to a reduction in cardiovascular mortality. These diet-led changes in food production patterns would have a large economic impact on livestock farmers and associated supply-chain actors, such as the feed industry and meat-processing sector.
Resultaten Systeemonderzoek Vredepeel geven aan: Open teelten op zandgronden hebben meer tijd nodig om te voldoen aan nitraatrichtlijn
Haan, Janjo de - \ 2014
arable farming - sandy soils - cropping systems - fertilizer application - soil quality - rotation - nitrogen losses - nitrates - de peel
Stikstofverliezen beter inschatten
Spek, J.W. ; Bannink, A. ; Dijkstra, J. - \ 2013
Veeteelt 30 (2013)17. - ISSN 0168-7565 - p. 20 - 22.
melkveehouderij - stikstofverliezen - excretie - melksamenstelling - ureum - melkveevoeding - voersamenstelling - eiwitgehalte - dairy farming - nitrogen losses - excretion - milk composition - urea - dairy cattle nutrition - feed formulation - protein content
Hoe kan het melkureumgehalte beter worden benut als maat voor stikstofverliezen in de urine? Onderzoekers van WUR concluderen dat stikstofverliezen in de urine beter zijn in te schatten met een combinatie van factoren, zoals het melkureumgehalte en het zout- en eiwitgehalte in het rantsoen.
Transitions in nutrient management on commercial pilot farms in the Netherlands
Oenema, J. - \ 2013
Wageningen University. Promotor(en): Martin van Ittersum; Herman van Keulen. - S.l. : s.n. - ISBN 9789461737250 - 199
melkveehouderij - agrarische bedrijfsvoering - nutrientenbeheer - voedingsstoffenbalans - stikstofverliezen - graslandbeheer - milieubeheer - experimenteel veldonderzoek - nederland - dairy farming - farm management - nutrient management - nutrient balance - nitrogen losses - grassland management - environmental management - field experimentation - netherlands
De doelstelling van dit onderzoek is het evalueren van de transitie van die melkveebedrijven, die voldeden aan wet- en regelgeving wat betreft het milieu en daarvoor intensief werden begeleid door onderzoekers en voorlichters. In het bijzonder gaat het om de volgende onderzoeksvragen: • Kan een project met voorloperbedrijven in een participatieve benadering er voor zorgen dat de kloof in mineralenbeheer tussen een experimenteel bedrijf als ‘De Marke’ en de brede praktijk kleiner wordt door aanpassingen door te voeren in de bedrijfsvoering van voorloperbedrijven? • Welke maatregelen nemen melkveebedrijven om mineralenverliezen te beperken? • Wat zijn de belangrijkste factoren die de graslandopbrengst beïnvloeden en hoe is het beheer van grasland te verbeteren? • Kan regelgeving op basis van middelvoorschriften, als alternatief voor doelvoorschriften, voldoen aan de doelstelling van de kwaliteitsnorm van 50 mg nitraat in het grondwater? • Wat zijn de onzekerheidsmarges van gemonitorde stikstofstromen op melkveebedrijven en welke bedrijfsgegevens dragen het meest bij aan die onzekerheid? Dit onderzoek betreft een evaluatie van het project ‘Koeien & Kansen’, waarbij 16 prototypes zijn uitgewerkt. Dit als alternatief voor enkel pilots op proefbedrijf 'De Marke'.
Improving the agro-environmental value of solid cattle manure
Shah, G.A. - \ 2013
Wageningen University. Promotor(en): Peter Groot Koerkamp, co-promotor(en): Egbert Lantinga; Jeroen Groot. - S.l. : s.n. - ISBN 9789461736499 - 193
rundveemest - stikstofverliezen - veehouderij - mestverwerking - cattle manure - nitrogen losses - livestock farming - manure treatment
Strategies to reduce losses and improve utilisation of nitrogen from solid cattle manure
Shah, G.M. - \ 2013
Wageningen University. Promotor(en): Oene Oenema, co-promotor(en): Egbert Lantinga; Jeroen Groot. - S.l. : s.n. - ISBN 9789461735188 - 156
stikstof - dierlijke meststoffen - ammoniakemissie - mineralisatie - stikstofverliezen - stikstofbalans - bodem - uitspoelen - rundveemest - opslag - voedingsstoffenbeschikbaarheid - nitrogen - animal manures - ammonia emission - mineralization - nitrogen losses - nitrogen balance - soil - leaching - cattle manure - storage - nutrient availability

Background and objectives

The number of domesticated cattle in the world has steadily increased during the last decades, and thereby also the amount of manure produced annually. The excrements of grazing cattle are dropped in pastures and left unmanaged, but that of confined and housed cattle are collected and managed. The collected manure is often a variable mixture of urine, faeces, bedding material and spoiled feed and (drinking) water. On most modern farms, excrements are usually collected in leak-tight storages and handled as slurry: a mixture of urine, faeces and spoiled water. However, on a significant fraction of farms, cattle excrements are ‘source-separated’ in a liquid fraction and a solid fraction. The solid cattle manure (SCM) is usually a mixture of faeces and bedding material with some absorbed urine. The production of SCM is increasing due to the renewed interest in straw-based housing systems for better animal health and welfare. It has been observed that a significant loss of N can occur, especially from the storage and application phases of the SCM management chain. This N loss pollutes the air, groundwater and surface waters, and also reduces its N fertiliser value. Thus the challenge is to develop an effective SCM management system that retains as much of the excreted N in the system as possible, and thereby improving on-farm N cycling through the cattle-manure-soil-crop continuum (Chapter 1). Themain objective of this PhD thesis research was to increase the understanding of the factors controlling N losses during storage and after field application, and to develop and test strategies to decrease N losses and improve crop utilisation of N from SCM. The specific objectives were:

To study the interactions between a number of animal manures and soil types on N mineralisation and plant N recovery (Chapter 2) To investigate the effects of storage conditions on (i) magnitude and pathways of C and N losses during storage of SCM, and (ii) crop apparent N recovery (ANR) and DM yield (Chapter 3) To examine manure disappearance rates, N release pattern and herbage ANR during the year of application and the year thereafter from surface applied SCM subjected to different storage conditions (Chapter 4), and To analyse the effect of various application strategies on NH3 emission and/or crop ANR from applied SCM to grassland and arable (maize) land (Chapters 3 and 5)

To pursue these objectives a pot experiment in a glasshouse (Chapter 2) and a number of field experiments (Chapters 3 to 5) were conducted on experimental facilities of Wageningen University, the Netherlands. The pot experiment dealt with net N mineralisation and herbage ANR from SCM, cattle slurry and poultry manure, all applied to peat, sandy and clay soils. The field experiments examined (i) total C and N losses from stockpiled, composted, covered and roofed SCM heaps, (ii) manure decomposition, N release and herbage ANR after surface application of fresh and stored SCM on grassland, and (iii) the effects of irrigation and soil incorporation after SCM application, and lava meal as an additive on NH3 emission and/or crop ANR by grassland herbage or arable maize.

Major findings of the thesis

Results of the pot experiment showed that net N mineralisation and herbage ANR varied as function of manure storage method and soil type. Irrespective of the manure types, net N mineralisation and herbage ANR were highest in peat soil, which was characterised by the greatest N delivering capacity. Between the clay and sandy soils, both having similar N delivering capacity, net N mineralisation and herbage ANR were lower in the clay soil than in the sandy soil, likely because of immobilisation and fixation of ammonium-N by its inherited higher clay content. On each soil type,ANR was lower from SCM than cattle slurry and poultry manure(Chapter 2). The N recovery fraction was low when SCM was stored traditionally (i.e. stockpiling or composting) due to (i) loss of the initial mineral N content and readily degradable organic N compounds, and (ii) conversion of part of the remaining N into more stable forms as compared to that originally present before storage. Up to 31% of the initial total N from the stockpiled and 46% from the composted SCM heaps were lost during a period of about four months. Covering and roofing of SCM heaps reduced the losses down to 6 and 12%, respectively. Of the total N losses from each storage method, only about one fourth could be traced back as NH3-N and N2O-N emissions, and/or N leaching. The remainder could not be accounted for and constituted, in all probability, of harmless N2 gas. Of the total measured gaseous and liquid N losses together, N leaching contributed the most. The leaching N losses were reduced by almost three times through protection of SCM heap against precipitation either by its covering or roofing when compared to its stockpiling or composting in the open air. Although stockpiling of SCM under a roof significantly reduced overall total N losses, NH3 and N2O emissions were much higher as compared to stockpiling of SCM in the open air. Composting of SCM resulted in higher gaseous N emissions as well as N leaching with respect to the other storage methods. In view of these finding I conclude that covering of SCM heaps with an impermeable sheet is the best option to reduce storage N losses (Chapters 3 and 4).

In addition, because of N conservation and slow mineralisation of the organically bound N during the covered storage, mineral N content of SCM increased at the end of the storage phase. This, together with high mineralisation activities after field application of covered SCM, led to greater crop ANR and DM yield especially when compared to composted SCM, both in the year of application and in the subsequent year. When N losses during storage was taken into account to arrive at the crop ANR of the collected manure from the barn, it turned out that the ANR value was about three times larger in case of covered storage compared to composting of SCM, both for grassland (21 vs. 7%; Chapter 4) and arable land (37 vs. 13%, Chapter 3). Interestingly, despite of some N losses during covered storage (~10% of the initial N), crop ANR and DM yield were significantly larger from covered than fresh SCM taken directly from the barn, again in both situations.

Irrigation immediately after SCM spreading and use of lava meal as an additive significantly (i) reduced NH3 emission and (ii) improved crop ANR as well as DM yield (Chapters 3 and 5).Irrigation at a level of 5 mm immediately after surface application of fresh and covered SCM to grassland reduced NH3 emission by 30 and 65%, respectively, whereas it was not effective in case of composted SCM, likely because of its greater DM content. Addition of lava meal before application at a rate of 80 g per kg of covered SCM resulted in an emission reduction of 46%. By combining it with 10 mm irrigation, an almost 100% reduction in NH3 emissions from covered SCM was realised, whereas herbage ANR increased from 18 to 26% of the applied N over a growing period of five months (Chapter 5). Incorporation of SCM just before sowing of maize resulted in an ANR value of 39% from covered SCM, whereas this fraction was 20, 29 and 31% in case of composted, stockpiled and roofed manure, respectively (Chapter 3).

Overall conclusions

The ANR from applied manure in harvested herbage depends on manure type and soil type, and varies widely. It is lower from SCM than from cattle slurry Total N losses during storage of SCM can be reduced remarkably by covering the heap with an impermeable sheet. Covering reduced two N loss pathways: (i) gaseous N emissions to air, and (ii) N leaching to surface waters and groundwater. Field application of SCM that was covered by a sheet during storage, decomposed faster and more N was available for plant uptake, both in the year of application and the subsequent year, when compared to SCM that was stored in traditional ways Emission of NH3 following land application of SCM can be reduced greatly by irrigation or incorporation immediately after SCM spreading, and using lava meal as an additive. Irrigation appeared to be more effective in reducing NH3 emission than the addition of lava meal. All these NH3 emission abatement measures substantially increased crop ANR and DM yield Overall, combining covered storage with either direct irrigation following application of SCM to vegetated soil or direct incorporation in the soil following application of SCM to arable land is the best practical option to reduce losses and improve utilisation of N from SCM management systems. Depending on the farm infrastructure, losses may be further reduced by the use of lava meal, preferably as a bedding additive in the barn

Implication for efficient manure management

In many industrialised countries, animal manure is a major source of environmental pollution. In contrast, in most of the developing countries animal manure is considered as a key nutrient source to maintain or improve crop productivity and therefore N losses from manure management are more seen as ‘loss of plant nutrient’ rather than ‘pollution problems’. In either case development of efficient SCM management systems is highly important. Based on the results of this thesis, I propose some key management actions to improve the agro-environmental value of SCM.

If economically attractive, apply lava meal to straw bedding in the barn (Chapter 5) Store the barn-produced SCM under impermeable sheet (Chapters 3 and 4) Crop and soil-specific SCM application rates must take into account the potential available N (Chapter 2) and degradability of organic N compounds (Chapter 4) Incorporate the SCM from covered storages directly into the soil when applied to arable land (Chapter 3) In situations where incorporation is not feasible, like on grassland, spread SCM just before a predicted rainfall event or apply irrigation otherwise (Chapter 5) Take into account the expected residual N contribution from earlier manure input when determining the manure application rate(Chapter 4)
Implementing water protection policy at farm level in the European Union: lessons from the N-Toolbox case studies
Cooper, J. ; Burgt, G.J.H.M. van der; Kristensen, H. ; Quemada, M. ; Carmichael, A. ; Gascoyne, K. ; Timmermans, B.G.H. ; Rietberg, P.I. - \ 2012
Newcastle : Newcastle University - 21 p.
waterkwaliteit - oppervlaktewaterkwaliteit - grondwaterkwaliteit - stikstofkringloop - nitraatuitspoeling - stikstofverliezen - landbouwbedrijven - bemesting - strategisch management - water quality - surface water quality - groundwater quality - nitrogen cycle - nitrate leaching - nitrogen losses - farms - fertilizer application - strategic management
In 2008 the European Commission released a call for proposals under the workprogramme topic: novel approaches for reducing nitrogen losses. The objective of the programme was to improve uptake of the Nitrates Directive at the farm level. The consortium (Newcastle University, Louis Bolk Institute, Technical University of Madrid, and Aarhus University) responded to the call by developing a project that combined a review of the state of the art in technologies to reduce losses of N to water, with the upgrading of a user-friendly software package for simulating field-scale N dynamics, and the testing of strategies with farmers. N-Toolbox will lay the foundations for improved implementation of water protection policy at the farm level throughout the EU. This document is a short summary of key findings and experiences from the on-farm case study component of the project in Spain, United Kingdom, The Netherlands and Denmark.
Oppervlakkige afspoeling op landbouwgronden : incidentele nutriëntenverliezen en speciatie op zware kleigrond
Koopmans, G.F. ; Toorn, A. van den; Regelink, I.C. ; Salm, C. van der - \ 2012
Wageningen : Alterra, Wageningen-UR (Alterra-rapport 2269) - 36
oppervlakkige afvoer - fosfaten - zware kleigronden - landbouwgronden - fosfolipiden - stikstof - stikstofverliezen - graslanden - gelderland - runoff - phosphates - clay soils - agricultural soils - phospholipids - nitrogen - nitrogen losses - grasslands
Dit rapport geeft een overzicht van de omvang van de stikstof- en fosfaatverliezen en de hydrologische transportroutes van deze nutriënten uit grasland naar het oppervlaktewater en de speciatie van fosfaat in het afvoerwater. Het onderzoeksproject werd uitgevoerd op een zware klei, gesitueerd op een deel van een melkveehouderij bij Waardenburg in de Tielerwaard in het Gelderse rivierengebied. In 2008/2009 en 2010/2011 werd het grootste deel van het neerslagoverschot van de meetlocatie naar de sloot afgevoerd via greppels (77%). Een deel van de afvoer van water naar de sloot vond plaats via de drains. Een groot deel van de totale stikstof- en fosfaatverliezen traden op in particulaire vorm. Aanwending van de vaste fractie van de drijfmest na mestscheiding en van drijfmest leidde tot een sterke toename van de ortho-fosfaatconcentratie in het afvoerwater van de drains en greppels. Daarnaast werd na aanwending van drijfmest nog een onbekend fosfaatdeeltje (10-50 nm) waargenomen, waarschijnlijk fosfolipiden. De aanwezigheid van deze organische fosfaatverbinding in het drain- en greppelwater binnen enkele dagen na het aanwenden van drijfmest laat de sterke koppeling zien tussen landbouwkundig handelen op deze meetlocatie en de fosfaatverliezen die optreden van deze locatie naar het oppervlaktewater. De aanwezigheid van fosfolipiden in het effluent van de drains enkele dagen na aanwending van drijfmest vormen een sterke aanwijzing voor het bestaan van snelle verticale transportroutes door de bodemmatrix in de richting van de drains.
Ammoniakdepositie op de Gelderse Natura 2000-gebieden : ontwikkeling van de ammoniakdepositie als gevolg van stal- en opslagemissies in de periode 2004 en 2009 - versie 2
Kros, J. ; Gies, T.J.A. ; Jeurissen, L.J.J. ; Voogd, J.C.H. - \ 2011
wageningen : Alterra, Wageningen-UR (Alterra-rapport 2226) - 48
zure depositie - ammoniakemissie - stikstofverliezen - intensieve veehouderij - dierlijke meststoffen - opslag - natura 2000 - veluwe - gelderland - acid deposition - ammonia emission - nitrogen losses - intensive livestock farming - animal manures - storage
In dit rapport wordt de ontwikkeling in beeld gebracht van de netto toe- of afname van de stikstofdepositie als gevolg van de stal- en opslagemissies tussen 7 december 2004 en 1 februari 2009 op de verschillende habitattypen in de Natura 2000-gebieden in de provincie Gelderland. Voor de Veluwe is ook de ontwikkeling ten opzichte van het jaar 2000 in beeld gebracht. Daarnaast wordt inzicht geven in de verschillen in dieraantallen en stalsystemen tussen het milieuvergunningbestand van de provincie Gelderland en GIAB (Landbouwtelling) van Alterra en het effect daarvan op de ammoniakemissie en -depositie.
Bladbemesting ter voorkoming van N-gebrek bij Hyacint - vervolg
Vreeburg, P.J.M. ; Korsuize, C.A. ; Belder, P. - \ 2011
Lisse : PPO Bloembollen en Bomen - 30
stikstofverliezen - stikstof - toediening op blad - hyacinthus - bollen - tuinbouw - veldproeven - nitrogen losses - nitrogen - foliar application - bulbs - horticulture - field tests
De meeste gewassen kunnen zowel via de wortels als via het blad stikstof opnemen. Bij bladbemesting is inregenen niet nodig, waardoor er minder kans op uitspoeling is. Mogelijk kan stikstof door de plant efficiënter via het blad dan via de wortel opgenomen worden. Dat wil zeggen, met minder stikstofverlies. In dit project wordt gekeken welk deel van de toegediende N wordt opgenomen door het blad.
Integrated analysis of the effects of agricultural management on nitrogen fluxes at landscape scale
Kros, J. ; Frumeau, K.F.A. ; Hensen, A. ; Vries, W. de - \ 2011
Environmental Pollution 159 (2011)11. - ISSN 0269-7491 - p. 3171 - 3182.
agrarische bedrijfsvoering - ammoniakemissie - nitraatuitspoeling - distikstofmonoxide - stikstofverliezen - landgebruik - platteland - bemesting - natura 2000 - nederland - friesland - farm management - ammonia emission - nitrate leaching - nitrous oxide - nitrogen losses - land use - rural areas - fertilizer application - netherlands - atmospheric deposition - emissions - ammonia - farm
The integrated modelling system INITIATOR was applied to a landscape in the northern part of the Netherlands to assess current nitrogen fluxes to air and water and the impact of various agricultural measures on these fluxes, using spatially explicit input data on animal numbers, land use, agricultural management, meteorology and soil. Average model results on NH3 deposition and N concentrations in surface water appear to be comparable to observations, but the deviation can be large at local scale, despite the use of high resolution data. Evaluated measures include: air scrubbers reducing NH3 emissions from poultry and pig housing systems, low protein feeding, reduced fertilizer amounts and low-emission stables for cattle. Low protein feeding and restrictive fertilizer application had the largest effect on both N inputs and N losses, resulting in N deposition reductions on Natura 2000 sites of 10% and 12%, respectively.
Nitrogen efficiency of dairy cattle : from protein evaluation to ammonia emission
Duinkerken, G. van - \ 2011
Wageningen University. Promotor(en): Wouter Hendriks, co-promotor(en): Jan Dijkstra. - [S.l.] : S.n. - ISBN 9789085859925 - 179
melkvee - melkkoeien - stikstofverliezen - ammoniakemissie - diëten - voer - rundveevoeding - diervoeding - eiwitbalans - landbouw en milieu - dairy cattle - dairy cows - nitrogen losses - ammonia emission - diets - feeds - cattle feeding - animal nutrition - protein balance - agriculture and environment

Diet optimization contributes considerably to increased nitrogen efficiency of dairy cattle, resulting in reduced nitrogen losses. This thesis focuses on three themes: the potential advances in protein evaluation systems for ruminants, the relationship between dairy cow diet and ammonia emission and the opportunities to monitor ammonia emission from dairy cow barns by application of milk urea content as a practical indicator. Overall, the present work shows that farm management can be aimed at increased nitrogen efficiency of dairy cattle and reduced ammonia emission without compromising other sustainability objectives such as the integral ecological footprint, animal health and farm profitability.

"Telen met hoger plantgetal is mogelijk, rendabel is het niet"
Haan, J.J. de; Wijk, C.A.P. van - \ 2011
Groenten en Fruit Actueel 2011 (2011)27-28. - ISSN 0925-9694 - p. 19 - 19.
preien - plantdichtheid - kosten-batenanalyse - gewasopbrengst - stikstofverliezen - leeks - plant density - cost benefit analysis - crop yield - nitrogen losses
Hogere plantaantallen per hectare met herfstprei gaven in een driejarige proef van PPO-agv meer productie en een fijner product. Maar zijn hogere plantgetallen rendabeler bij het gangbare prijsniveau?
Check title to add to marked list
<< previous | next >>

Show 20 50 100 records per page

 
Please log in to use this service. Login as Wageningen University & Research user or guest user in upper right hand corner of this page.