Staff Publications

Staff Publications

  • external user (warningwarning)
  • Log in as
  • language uk
  • About

    'Staff publications' is the digital repository of Wageningen University & Research

    'Staff publications' contains references to publications authored by Wageningen University staff from 1976 onward.

    Publications authored by the staff of the Research Institutes are available from 1995 onwards.

    Full text documents are added when available. The database is updated daily and currently holds about 240,000 items, of which 72,000 in open access.

    We have a manual that explains all the features 

Current refinement(s):

Records 1 - 20 / 286

  • help
  • print

    Print search results

  • export
    A maximum of 250 titles can be exported. Please, refine your queryYou can also select and export up to 30 titles via your marked list.
  • alert
    We will mail you new results for this query: keywords==oogstschade
Check title to add to marked list
Beter systeem voor bepalen waterschade
Hack-ten Broeke, M.J.D. ; Kroes, J.G. ; Bartholomeus, R. ; Dam, J.C. van; Bakel, J. van - \ 2015
H2O : tijdschrift voor watervoorziening en afvalwaterbehandeling 2015 (2015)oktober. - ISSN 0166-8439 - p. 43 - 46.
waterbeheer - irrigatie - irrigatiebehoeften - oogstschade - regenschade - modellen - scenario-analyse - landbouw - zouttolerantie - water management - irrigation - irrigation requirements - crop damage - rain damage - models - scenario analysis - agriculture - salt tolerance
Een nieuw instrument voor het bepalen van schade bij landbouwgewassen als gevolg van te veel water, te weinig water of te veel zout: hoe moet dat er uitzien? En kan zo’n instrument bruikbaar zijn voor het doorrekenen van klimaatscenario’s? De Waterwijzer Landbouw moet het antwoord worden op deze vragen.
Verkennend onderzoek naar de freatische grondwaterstand in het waterwingebied Holten (fase 1)
Vroon, H.R.J. ; Massop, H.T.L. - \ 2014
Wageningen : Wageningen UR Alterra (Alterra-rapport 2597)
bodemkarteringen - grondwaterwinning - oogstschade - grondwaterstand - monitoring - salland - soil surveys - groundwater extraction - crop damage - groundwater level
In opdracht van de Adviescommissie Schade Grondwater (ACSG) te Utrecht heeft Alterra in de periode november 2013 t/m september 2014 een verkennend bodemkundig-hydrologisch onderzoek uitgevoerd langs vijf raaien in het waterwingebied Holten.
Bij late kers leidde suzuki-fruitvlieg op veel bedrijven tot oogstderving : niet ieder fruitvlieg-ei is een suzuki-ei en niet elke larve is een suzuki-larve
Helsen, H.H.M. - \ 2014
De Fruitteelt 104 (2014)33. - ISSN 0016-2302 - p. 16 - 17.
drosophila suzukii - kersen - kleinfruit - insectenplagen - oogstschade - aantasting - bedrijfshygiëne - maatregelen - cherries - small fruits - insect pests - crop damage - infestation - industrial hygiene - measures
De aantasting door suzuki-fruitvlieg in Nederland is de afgelopen periode sterk toegenomen. In juni en juli is aantasting aangetroffen in kersen, aardbeien, bramen, frambozen, rode bessen, blauwe bessen en pruimen. In de late kersen leidde dit op veel bdrijven tot oogstderving. Ook in andere Europese landen is de plaagdruk groter dan in voorgaande jaren. PPO onderzocht sinds eind mei honderden vruchtmonsters van Nederlandse zachtfruitbedrijven. Wat is de actuele situatie en wat leren we ervan?
Kwaliteit biogas-CO2 voor toepassing in de glastuinbouw
Dijk, C.J. van; Meinen, E. ; Dueck, T.A. - \ 2014
Wageningen : Wageningen UR Glastuinbouw (Rapport / Wageningen UR Glastuinbouw 1310) - 34
glastuinbouw - kooldioxideverrijking - kooldioxide - biogas - fytotoxinen - oogstschade - biobased economy - greenhouse horticulture - carbon dioxide enrichment - carbon dioxide - phytotoxins - crop damage
Een lijst van specificaties voor vloeibaar CO2 uit biogas moet voorkomen dat fytotoxische componenten vanuit het biogas meekomen met de CO2 stroom en een risico vormen voor de gewassen in glastuinbouw. Op basis van eerder uitgevoerde metingen in afgassen van vergistingsinstallaties is een lijst samengesteld van de in het gas voorkomende componenten en een beoordeling op fytotoxiciteit. Deze screening toont aan dat sommige componenten als potentieel fytotoxisch moeten worden aangemerkt. In aanvulling daarop zijn dimethylsulfide en benzeen in afzonderlijk begassingsexperimenten nader getest op fytotoxiciteit. De resultaten laten zien dat uitgaande van een geschatte gemiddelde concentratie in de kas op plantniveau, het niet aannemelijk is dat de concentraties in het biogas in de praktijk tot effecten aan planten zullen leiden. Met de lijst van mogelijke risicovolle componenten en een test van twee componenten is een aanzet gemaakt om te komen tot specifieke kwaliteitseisen voor vloeibaar CO2 voor toepassing in de glastuinbouw.
Onderzoek naar schade bij aspergeplanten door de aaltjes P. penetrans en H. betae: Onderzoek naar de schade bij aspergeplanten door de plantparasitaire aaltjes Pratylenchus penetrans en Heterodera betae en naar de vermeerdering van deze aaltjes tijdens de teelt van aspergeplanten
Hoek, H. ; Molendijk, L.P.G. - \ 2013
Lelystad : PPO AGV - 35
plantenparasitaire nematoden - pratylenchus penetrans - heterodera - asparagus - plantmateriaal - vollegrondsgroenten - oogstschade - gewasbescherming - veldproeven - plant parasitic nematodes - planting stock - field vegetables - crop damage - plant protection - field tests
In dit onderzoek is nagegaan of er bij een hoge besmetting van Pratylenchus penetrans en Heterodera betae schade ontstaat bij de opkweek van aspergeplanten en hoe groot het opbrengstverlies bij een hoge besmetting van deze aaltjes kan zijn. Ook is berekend of er een besmettingsniveau is, waaronder geen opbrengstverlies optreedt (bepaling van de schadedrempel). Verder is in deze schadeproeven onderzoek gedaan met het granulaat Vydate om na te gaan of het eventuele opbrengstverlies daardoor beperkt of voorkomen zou kunnen worden.
Verkennend onderzoek naar de freatische grondwaterstand in het waterwingebied Noordbergum (fase 1)
Vroon, H.R.J. ; Kiestra, E. - \ 2013
Wageningen : Alterra, Wageningen-UR (Alterra-rapport 2468) - 66
grondwaterwinning - drinkwater - grondwaterstand - oogstschade - bodemkarteringen - friesland - groundwater extraction - drinking water - groundwater level - crop damage - soil surveys
Als gevolg van grondwateronttrekking door het pompstation Jhr. E.C. Storm van 's Gravesande (Noordbergum) van het waterleidingbedrijf Vitens is in deze omgeving een verlaging van de grondwaterstand opgetreden. Volgens een deel van de agrariërs in het onderzoeksgebied wordt schade ondervonden aan hun gewassen door een verlaging van de freatische grondwaterstand als gevolg van deze winning. In opdracht van de Adviescommissie Schade Grondwater (ACSG) heeft Alterra in januari 2012 t/m maart 2013 een verkennend bodemkundig-hydrologisch onderzoek uitgevoerd langs twee raaien in het waterwingebied Noordbergum.
Aaltjes lusten aspergeplanten rauw
Hoek, H. - \ 2013
Groenten & Fruit 2013 (2013)17. - ISSN 0925-9708 - p. 40 - 41.
asparagus - plantenparasitaire nematoden - heterodera schachtii - heterodera - oogstschade - stengelgroenten - vollegrondsgroenten - oogstverliezen - plant parasitic nematodes - crop damage - stem vegetables - field vegetables - yield losses
Aaltjes kunnen bij de opkweek van aspergeplanten opbrengstverliezen veroorzaken. PPO-AGV stelde vast dat het geldelijk verlies bij het wortellesieaaltje en het gele bietencysteaaltje tot 12 procent kan oplopen en van het witte bietencysteaaltje zelfs tot 17 procent.
Een aanpak om schade door slakken in aardappelen te voorkomen : monitoring van Zuid-Limburgse percelen om in de bodem levende slakken te signaleren en schadelijke populaties vast te stellen voor middelenonderzoek en advisering praktijk (2010-2011)
Rozen, K. van; Huiting, H.F. ; Meuffels, G.J.H.M. ; Wilms, J.A.M. ; Schiffelers, R. ; Crijns, S. - \ 2012
Lelystad : Praktijkonderzoek Plant & Omgeving B.V. - 35
naaktslakken - aardappelen - epidemiologie - arion hortensis - plantenplagen - gewasbescherming - akkerbouw - oogstschade - zuid-limburg - slanke wormnaaktslak - slugs - potatoes - epidemiology - plant pests - plant protection - arable farming - crop damage - boettgerilla pallens
Enkele slakkensoorten zijn verantwoordelijk voor vraatschade in aardappelen. Deze soorten behoren tot de wegslakken en de kielnaaktslakken. Van deze twee groepen slakken zijn in dit onderzoek vrijwel uitsluitend Zwarte wegslakken (Arion hortensis) in vooraf geselecteerde percelen aangetroffen. Dit zijn slakken die met het ingraven van een krop andijvie of kippenvoerprak afgedekt met slakkenmatjes in het najaar goed zijn vast te stellen. Met lokmiddel worden betrouwbaar hogere aantallen onder slakkenmatjes vastgesteld dan zonder lokmiddel. Deze slakken kunnen echter op gunstige momenten vroeg in de ochtend ook prima worden waargenomen. Dit in tegenstelling tot de kielnaaktslakken, die voornamelijk ondergronds actief zijn. Met de vallen zijn nauwelijks kielnaaktslakken aangetroffen, op de betreffende percelen werden deze slakken ook niet tijdens het doorzoeken van de grond waargenomen. Daarentegen werd een soort uit een andere groep in de bodem vastgesteld die niet eerder met vraatschade in de Nederlandse aardappelproductiepercelen in verband werd gebracht; de Slanke wormnaaktslak. Het doorzoeken van de grond leverde de hoogste aantallen op, met de geteste vallen zijn daarentegen in totaal maar twee wormnaaktslakken in de bodem vastgesteld. In het veld en in het lab werd vraatschade aan aardappelen door deze slakkensoort waargenomen. Of deze slakkensoort een bedreiging vormt voor de aardappelteelt is niet bekend. Dit onderzoek geeft aan dat het slakkenprobleem in aardappelen een sterk incidenteel karakter heeft. De uitdaging is om die percelen uit te selecteren waar slakkenschade in aardappelen tot afkeuring of prijskorting leidt, met als gevolg een financiële strop voor de individuele teler. In het proefveldonderzoek naar middelen ter bestrijding van ondergronds levende slakken werden zeer lage aantallen slakken waargenomen, dit leidde nauwelijks tot aangevreten knollen. Over de effectiviteit van de middelen kon hierdoor geen indicatie worden afgegeven.
Interactie tussen diverse aaltjessoorten en verticillium in suikerbieten
Pepping, M. ; Raaijmakers, E. ; Hanse, B. ; Beers, T.G. van; Molendijk, L.P.G. - \ 2012
Kennisakker.nl 2012 (2012)2 juli.
suikerbieten - plantenparasitaire nematoden - verticillium dahliae - plantenziekten - oogstschade - aantasting - epidemiologie - gewasbescherming - akkerbouw - rasverschillen - sugarbeet - plant parasitic nematodes - plant diseases - crop damage - infestation - epidemiology - plant protection - arable farming - breed differences
Schade door verticillium wordt bevorderd door aaltjes, is de conclusie. Hoe meer aaltjes, hoe meer aantasting er zichtbaar was. Dit gold bij het voor verticillium gevoelige ras voor alle vier de aaltjessoorten (witte bietencysteaaltjes, gele bietencysteaaltjes, noordelijk wortelknobbelaaltjes en wortellesieaaltjes) en bij het tolerante ras alleen niet voor wortellesieaaltjes. Telers kunnen aantasting door verticillium reduceren door de hoeveelheden plantparasitaire aaltjes zo laag mogelijk te houden.
Risk assessment of Sika deer Cervus nippon in the Netherlands
Lammertsma, D.R. ; Groot Bruinderink, G.W.T.A. ; Griffioen, A.J. - \ 2012
Wageningen : Alterra, Wageningen-UR (Alterra-report 2295)
cervus nippon - invasieve soorten - risicoschatting - ecologische risicoschatting - risicobeheersing - bosschade - oogstschade - concurrentie tussen dieren - geïntroduceerde soorten - nederland - invasive species - risk assessment - ecological risk assessment - risk management - forest damage - crop damage - animal competition - introduced species - netherlands
Sika Deer (Cervus nippon) is considered an invasive alien species in Europe. They were introduced in the 19th and 20th century in Europe and have established self-sustaining populations in various countries. Main concerns for Sika, without preventive measures taken and without population control, are about damage to forestry (silviculture, timber production), agriculture, Natura 2000 areas, competition with native ungulates and hybridization and introgression with native Red Deer. Risk assessment for Sika Deer in this study was done using two methods assuming no human intervention (no preventive measures, no population control).
Interactie tussen diverse aaltjessoorten en verticillium in suikerbieten
Pepping, M. ; Raaijmakers, E. ; Hanse, B. ; Beers, T.G. van; Molendijk, L.P.G. - \ 2012
Bergen op Zoom : Stichting IRS - 23
beta vulgaris - suikerbieten - schimmelziekten - verticillium dahliae - plantenziekteverwekkende schimmels - plantenparasitaire nematoden - oogstschade - aantasting - epidemiologie - plantenziekten - gewasbescherming - akkerbouw - cultivars - sugarbeet - fungal diseases - plant pathogenic fungi - plant parasitic nematodes - crop damage - infestation - epidemiology - plant diseases - plant protection - arable farming
Het doel van dit project was om te onderzoeken of de aantasting door verticillium (V. dahliae) in suikerbieten wordt bevorderd door diverse soorten aaltjes (bietencysteaaltjes, wortellesie-aaltjes en wortelknobbelaaltjes). Dit is gedaan in een klimaatkamertoets, waarbij planten wel en niet geïnfecteerd zijn met verticillium bij een gevoelig en tolerant ras voor verticillium en bij vier verschillende soorten aaltjes in twee dichtheden. Hoe meer aaltjes, hoe meer aantas-ting er zichtbaar was. Dit gold bij het voor verticillium gevoelige ras voor alle vier de aaltjes-soorten (witte bietencysteaaltjes, gele bietencysteaaltjes, noordelijk wortelknobbelaaltjes en wortellesieaaltjes) en bij het tolerante ras alleen niet voor wortellesieaaltjes.
Faunaschade ganzen 2011 : Inventarisatie van schade en extra kosten op een aantal akkerbouwbedrijven met ganzenvraat in granen en graszaad
Vlaswinkel, M.E.T. ; Wijk, C.A.P. van; Uijthoven, W. - \ 2012
Lelystad : Praktijkonderzoek Plant & Omgeving, AGV - 42
beweidingsschade - ganzen - vogelbestrijding - vogelafweermiddelen - oogstschade - akkerbouw - vergoeding - graansoorten - graszaden - gewasbescherming - browsing damage - geese - bird control - bird repellents - crop damage - arable farming - compensation - cereals - grass seeds - plant protection
In 2010 en 2011 zijn in dit project op 6 praktijkbedrijven in totaal 15 praktijkpercelen gevolgd op schade door ganzen en de extra kosten voor verjaging. Het doel was de financiële gevolgen van ganzenschade voor granen en graszaad door een praktijkinventarisatie beter te onderbouwen. Het ging in eerste instantie om schade door overzomerende ganzen. Er zijn diverse waarnemingen gedaan en bij meerdere percelen is bij de oogst de opbrengst bepaald. Verder zijn de maatregelen geïnventariseerd die genomen zijn om de schade te beperken.
Mesttoediening in het voorjaar in wintertarwe : effecten op grond en gewas
Huijsmans, J.F.M. ; Vermeulen, G.D. ; Dekker, P.H.M. ; Verwijs, B.R. - \ 2012
Wageningen : Plant Research International (Rapport / Plant Research International 443) - 58
bemesting - toedieningswijzen - lente - wintertarwe - tarwe - zware kleigronden - veldproeven - oogstschade - bodemstructuur - akkerbouw - fertilizer application - application methods - spring - winter wheat - wheat - clay soils - field tests - crop damage - soil structure - arable farming
Voorjaarstoediening wordt gezien als een mogelijkheid voor betere benutting van de stikstof uit mest. Op kleibouwland was nog slechts beperkt geëxperimenteerd met methoden voor mesttoediening in het voorjaar. Behoefte was er aan goede methoden voor voorjaarsmesttoediening in wintertarwe, waarbij gewas- en bodemschade zoveel mogelijk voorkomen worden en voldaan wordt aan eisen om de ammoniakemissie te beperken. Voor de ondersteuning van het beleid en voor implementatie van emissiearme voorjaarstoediening op kleibouwland in de praktijk was inzicht nodig in de praktische mogelijkheden van emissiearme mesttoediening in wintertarwe op kleibouwland. Hiertoe werden veldproeven uitgevoerd die specifiek tot doel hadden om de effecten van toepassing van verschillende huidige toedieningstechnieken in wintertarwe op bodem en gewas na te gaan.
Schadeonderzoek met het aaltje Trichodorus similis
Hoek, J. ; Molendijk, L.P.G. - \ 2011
Kennisakker.nl 2011 (2011)11 jan.
trichodorus similis - plantenparasitaire nematoden - vrijlevende nematoden - waardplanten - oogstschade - akkerbouw - vollegrondsgroenten - penen - schorseneren - aardappelen - suikerbieten - zandgronden - lichte zavel - plant parasitic nematodes - free living nematodes - host plants - crop damage - arable farming - field vegetables - carrots - salsify - potatoes - sugarbeet - sandy soils - sandy loam soils
Het vrijlevende wortelaaltje Trichodorus similis komt op zandgronden en lichte zavelgronden voor. In de praktijk blijkt dat dit aaltje bij een aantal belangrijke gewassen schade kan veroorzaken, maar betrouwbare onderzoeksinformatie over opbrengstverliezen en mogelijke schadedrempels ontbreekt meestal. Het PPO – AGV heeft schadeonderzoek met dit aaltje uitgevoerd bij waspeen, schorseneer, aardappel en suikerbiet. Uit dit onderzoek bleek dat consumptieaardappel en schorseneer schadegevoelig zijn voor dit aaltje, dat suikerbiet weinig schadegevoelig is en dat waspeen niet schadegevoelig is. Daarnaast is de waardplantstatus van de vier genoemde gewassen voor dit aaltje bepaald. Aardappel en suikerbiet zijn een goede waardplant voor T. similis, schorseneer is een matige waardplant en waspeen is een vrij slechte waardplant voor dit aaltje.
Schadedrempels suikerbieten
Bos, M. - \ 2011
[S.l.] : Bloeiend Bedrijf
suikerbieten - oogstschade - aphis fabae - myzus persicae - aphididae - ziekteoverdracht - akkerbouw - sugarbeet - crop damage - disease transmission - arable farming
Informatieblad met schadedrempels (luizendruk) bij suikerbieten voor gebruik bij gewasinspecties.
Kennis aaltjes vraagt om update: Interview met Leendert Molendijk
Reindsen, H. ; Molendijk, L.P.G. - \ 2011
Nieuwe oogst / Magazine gewas 7 (2011)21. - ISSN 1871-093X - p. 4 - 4.
plantenparasitaire nematoden - akkerbouw - gewasbescherming - oogstschade - beslissingsondersteunende systemen - groenbemesters - plant parasitic nematodes - arable farming - plant protection - crop damage - decision support systems - green manures
Rond aaltjes bestaan veel vragen en geruchten. Adviseurs, intermediairs en onderzoekers willen duidelijkheid om akkerbouwers zo eenduidig mogelijk te kunnen adviseren. Op de landelijke aaltjesdag in Lelystad werden de nieuwste ontwikkelingen op een rij gezet.
Revolutionary non-migratory migrants
Jonker, M.R. - \ 2011
University. Promotor(en): Herbert Prins; Ron Ydenberg, co-promotor(en): Sip van Wieren. - [S.l.] : S.n. - ISBN 9789085859857 - 128
ganzen - branta - migratie - oogstschade - predatie - nestelen - nederland - geese - migration - crop damage - predation - nesting - netherlands

In the migratory behaviour of the Barnacle Goose Branta leucopsis several changes have

occurred over the past few decades. Barnacle geese breeding in Russia have delayed the

commencement of spring migration with approximately one month since the 1980s,

new populations have emerged in former stopover areas in the Baltic Sea region, and a

non-migratory population has emerged in the wintering area in The Netherlands. This

thesis aims to understand these changes.

First, I studied the delay in commencement of spring migration. In the 1970s and 1980s,

barnacle geese commenced spring migration half April, whereas spring migration now

commences half May. I used a dynamic programming model to test three different

possible explanations of delay in migration: 1) Climate change, because geese follow a

green wave of fresh plant growth during spring migration, and are thus expected to be

sensitive to increasing spring temperatures. 2) Competition for food during stopover

because the population migrating to Russia has rapidly increased during the period in

which the migration change occurred. 3) Predation danger during stopover because the

number of avian predators such as White-tailed Eagles has drastically increased in the

Baltic stopover area. The model showed that a delay of one month is adaptive in both

the case of competition and predation danger. Strikingly, predation danger has received

very little attention so far in goose studies.

Migration strategy in geese is not genetically but culturally inherited, especially from

parents to offspring via an extended period of parental care. Because this thesis focused

on understanding migratory change, I focused on the parental care behaviour and the

parent-offspring association because a change in migration was expected to be preceded

by a change in the parent-offspring association. Because spring migration had delayed,

the question arose whether the termination of parental care also had delayed. This

would indicate a mechanistic link between the decision of commencement of migration

and the termination of care, and would allow the barnacle geese to continue transmission

of the migratory strategy to their offspring. Therefore, I quantified parental care

throughout the season from autumn migration in Estonia to wintering in the Netherlands

and through spring migration in Estonia. To quantify parental care, I compared

parental geese (geese with offspring) and non-parental geese (geese without offspring).

I showed that termination of parental care had not delayed but advanced as compared

to the earlier situation, leaving a gap of two months between the estimated end of parental

care (March) and the commencement of migration (May). This longer period of

‘adolescence’ and the accompanying exploratory behaviour may have strong influence

on the amount of new colonization attempts by these abandoned offspring.

In addition to delayed commencement of spring migration, also a non-migratory population

emerged in the Netherlands. Life-history theory predicts that 1) higher expected

Summary| 117

future reproductive success leads to shorter parental care and 2) decreased benefits of

parental care lead to shorter parental care. Both situations apply to the non-migratory

population as compared to the migratory population of barnacle geese. Migration is

a dangerous life-style, and has become even more dangerous as I showed earlier. Additionally,

the non-migratory offspring encounters few dangers, making the benefits of

parental care for the parents smaller. Hence, I compared the duration of parental care

between migratory and non-migratory barnacle geese. To this end, I also quantified the

parental care of the non-migratory population from autumn until spring. I showed that

non-migratory barnacle geese take care of their offspring 21% shorter than migratory

barnacle geese and terminate care already in November. This suggests a rapid adaptive

adjustment of parental care coincident with altered migration.

To understand the colonization history of the different populations of the Barnacle

Goose, I developed a set of 384 Single Nucleotide Polymorphisms (SNP) specifically

for the Barnacle Goose. By genotyping 418 individuals from Greenland, Spitsbergen,

Russia, Sweden and the Netherlands (all major populations) I identified significant population

structure. The results show that after previously having been separated, population

admixture occurs now between all populations, indicated by significant linkage

disequilibrium. Because the traditions of migratory behaviour promote differentiation

between populations, this admixture suggested that these traditions had broken or had

become weaker. We also show that the colonization of the Netherlands is not likely to

have occurred by the Swedish population (which emerged ten years before the Dutch

population emerged). The Russian and Dutch population are much more alike than the

Swedish and Dutch population, indicating colonization of the Netherlands by formerly

Russian barnacle geese.

In the synthesis I showed that we can use life history trade-offs as indicators of environmental

change. Based on the shortening of parental care I concluded that predation

danger is a more likely explanation for the commencement of spring migration than

food competition in the Baltic. I also showed that the shortening of parental care in

the Barnacle Goose is not the norm in the Anatidae family, where the form of parental

care is assumed to be very conservative. The observed change in our study showed that

either the non-migratory barnacle geese adjusted their parental care unprecedentedly, or

that the parental care systems in this family are poorly recorded or understood.

Finally, I showed with a mechanistic model of cultural transmission of migratory behaviour

that a delay in commencement of spring migration can explain sudden exploratory

behaviour and colonization of new breeding areas at the cost of increased offspring

mortality. The model also showed that the importance of culture on the transmission

of migratory behaviour strongly affected the rate of exploration of new migratory

strategies.

ABS remt aaltjespopulatie
Korthals, G.W. - \ 2011
Aardappelwereld 65 (2011)8. - ISSN 0169-653X - p. 29 - 31.
aardappelen - plantenparasitaire nematoden - gewasbescherming - rotaties - oogstschade - akkerbouw - potatoes - plant parasitic nematodes - plant protection - rotations - crop damage - arable farming
Aaltjes en aardappelen zijn een lastige combinatie. Vaak geeft een Aaltjes Beheersings Strategie (ABS) voldoende aanknopingspunten om met dit probleem om te kunnen gaan. Met een doordacht bouwplan valt schade te voorkomen en zijn de kosten van aanvullende maatregelen te beperken.
Wildschade
Hamont, J. van - \ 2011
Biokennis
gewasbescherming - akkerbouw - vollegrondsteelt - oogstschade - plagenbestrijding - vogelbestrijding - knaagdierenbestrijding - wild - plant protection - arable farming - outdoor cropping - crop damage - pest control - bird control - rodent control - wildlife
Wildschade is niet specifiek iets dat voorkomt in de biologische landbouw. Alle boeren en tuinders hebben hiermee te maken. Wild kan voor fikse problemen zorgen. Daarom is het belangrijk om preventieve maatregelen te treffen om schade te voorkomen of in ieder geval te beperken.
Bedrijfsinventarisatie van schade en extra kosten van ganzenvraat in granen en graszaad
Wijk, C.A.P. van; Vlaswinkel, M.E.T. - \ 2011
Kennisakker.nl 2011 (2011)8 april.
ganzen - plagenbestrijding - vogelbestrijding - oogstschade - kosten - akkerbouw - graansoorten - graszaden - geese - pest control - bird control - crop damage - costs - arable farming - cereals - grass seeds
Faunaschade is in de akkerbouw een groot probleem en volgens de praktijk wordt faunaschade niet altijd of maar gedeeltelijk vergoed. Op verzoek van het Productschap Akkerbouw is daarom in 2010 op bedrijfsniveau een eerste inventarisatie van de faunaschade uitgevoerd. In 2010 trad er op 4 van de 7 aangemelde percelen daadwerkelijk schade door overzomerende ganzen op, waardoor een groot verschil in opbrengst ontstond. Andere percelen met zichtbare beginschade gaven weinig opbrengstreductie; de periode waarin schade optreedt is erg belangrijk. Ook zat er een groot verschil in de opbrengsten van het stro. Stro is voor veel bedrijven ook een belangrijke bron van inkomsten. De kosten die nodig zijn voor het verjagen van de ganzen bleken uiteen te lopen van € 1.000 tot € 6.000 per perceel. Vooral de tijd die men bezig is met het verjagen ligt vele malen hoger dan vaak wordt ingeschat. Verder is het lastig te achterhalen wanneer iets structuurschade is en wanneer ganzenschade.
Check title to add to marked list
<< previous | next >>

Show 20 50 100 records per page

 
Please log in to use this service. Login as Wageningen University & Research user or guest user in upper right hand corner of this page.