Staff Publications

Staff Publications

  • external user (warningwarning)
  • Log in as
  • language uk
  • About

    'Staff publications' is the digital repository of Wageningen University & Research

    'Staff publications' contains references to publications authored by Wageningen University staff from 1976 onward.

    Publications authored by the staff of the Research Institutes are available from 1995 onwards.

    Full text documents are added when available. The database is updated daily and currently holds about 240,000 items, of which 72,000 in open access.

    We have a manual that explains all the features 

Current refinement(s):

Records 1 - 20 / 437

  • help
  • print

    Print search results

  • export
    A maximum of 250 titles can be exported. Please, refine your queryYou can also select and export up to 30 titles via your marked list.
  • alert
    We will mail you new results for this query: keywords==oogstverliezen
Check title to add to marked list
Using yield gap analysis to give sustainable intensification local meaning
Silva, João Vasco - \ 2017
University. Promotor(en): Martin van Ittersum, co-promotor(en): Ken Giller; Pytrik Reidsma. - Wageningen : Wageningen University - ISBN 9789463437141 - 361
crops - yields - crop yield - modeling - simulation models - cereals - farming systems - yield losses - gewassen - opbrengsten - gewasopbrengst - modelleren - simulatiemodellen - graansoorten - bedrijfssystemen - oogstverliezen

Yield gap analysis is useful to understand the relative contribution of growth-defining, -limiting and -reducing factors to actual yields. This is traditionally performed at the field level using mechanistic crop growth simulation models, and directly up-scaled to the regional and global levels without considering a range of factors intersecting at farm and farming system levels. As an example, these may include farmers' objectives and resource constraints, farm(er) characteristics, rotational effects between subsequent crops or decisions on resource allocation and prioritization of crop management. The objective of this thesis is to gain insights into yield gaps from a farm(ing) systems perspective in order to identify opportunities for sustainable intensification at local level.

Three contrasting case studies representing a gradient of intensification and capturing a diversity of agricultural systems were selected for this purpose, namely mixed crop-livestock systems in Southern Ethiopia, rice based-farming systems in Central Luzon (Philippines) and arable farming systems in the Netherlands. A theoretical framework combining concepts of production ecology and methods of frontier analysis was developed to decompose yield gaps into efficiency, resource and technology yield gaps. This framework was applied and tested for the major crops in each case study using crop-specific input-output data for a large number of individual farms. In addition, different statistical methods and data analyses techniques were used in each case study to understand the contribution of farmers' objectives, farm(er) characteristics, cropping frequency and resource constraints to yield gaps and management practices at crop level.

Yield gaps were largest for maize and wheat in Southern Ethiopia (ca. 80\\\\% of the water-limited yield), intermediate for rice in Central Luzon (ca. 50\\\\% of the climatic potential yield) and smallest for the major arable crops in the Netherlands (ca. 30\\\\% of the climatic potential yield). The underlying causes of these yield gaps also differed per case study. The technology yield gap explained most of the yield gap observed in Southern Ethiopia, which points to a lack of adoption of technologies able to reach the water-limited yield. The efficiency yield gap was most important for different arable crops in the Netherlands, which suggests a sub-optimal timing, space and form of the inputs applied. The three intermediate yield gaps contributed similarly to the rice yield gap in Central Luzon meaning that sub-optimal quantities of inputs used are as important in this case study as the causes mentioned for the other case studies.

Narrowing the yield gap of the major crops does not seem to entail trade-offs with gross margin per unit land in each case study. However, the opposite seems to be true for N use efficiency and labour productivity particularly in Southern Ethiopia and Central Luzon, and to a less extent in the Netherlands. This means that (sustainable) intensification of smallholder agriculture in the tropics needs to go hand-in-hand with agronomic interventions that increase land productivity while ensuring high resource use efficiency and with labour-saving technologies that can reduce the drudgery of farming without compromising crop yields.

Other insights at farm(ing) system level were clearer in Southern Ethiopia than in Central Luzon or in the Netherlands. For example, alleviating capital constraints was positively associated with intensification of maize-based farming systems around Hawassa and increases in oxen ownership (an indicator of farm power) was associated with extensification of wheat-based farming systems around Asella. In Central Luzon, farm and regional factors did not lead to different levels of intensification within the variation of rice farms investigated and the most striking effect was that direct-seeding (and thus slightly lower rice yields) was mostly adopted in larger farms, and used lower amounts of hired labour, compared to transplanting. In the Netherlands, the analysis of rotational effects on crop yields provided inconclusive results but confounding effects with e.g. rented land do not allow to conclude that these are not at stake in this farming system.

This thesis broadens the discussion on yield gaps by moving from the technical aspects underlying their estimation towards the broader farm level opportunities and constraints undermining their closure. Overall, insights from contrasting case studies support conventional wisdom that intensification of agriculture needs to occur in the 'developing South', where yield gaps are large and resource use efficiency low, while a focus on improving sustainability based on sustainable intensification (or even extensification) is more appropriate in the 'developed North', where yield gaps are small and resource use efficiency high.

Pilot SWAP berekening droogteschade : vergelijking droogteschadeberekening volgens SWAP met de TCGB-tabel voor de waterwinning Vierlingsbeek
Massop, H.T.L. ; Kroes, J.G. ; Vroon, H.R.J. ; Mulder, H.M. - \ 2014
Wageningen : Alterra, Wageningen-UR (Alterra-rapport 2600) - 65
grondwaterwinning - grondwaterstand - oogstverliezen - droogte - modellen - noord-limburg - groundwater extraction - groundwater level - yield losses - drought - models
Sinds de jaren tachtig gebruikt de Advies Commissie Schade Grondwater (ACSG) zogenaamde TCGB tabellen om opbrengstdepressies als gevolg van drinkwaterwinning te berekenen. In deze studie wordt de mogelijkheid verkend van een modernisering van de methodiek door daarvoor het model SWAP in te zetten. Oude en nieuwe methodiek zijn toegepast in de pilot Vierlingsbeek. Resultaten zijn vergeleken en daarbij bleek dat, voor deze pilot, de nieuwe methodiek zowel hogere als lagere droogteschades kan berekenen dan de TCGB-tabel aangeeft. De droogteschades als gevolg van de winning vallen voor dit gebied lager uit. De conclusies uit deze pilotstudie kunnen in andere gebieden anders uitvallen omdat er mogelijk andere randvoorwaarden gelden. De nieuwe methodiek is dynamischer en biedt meer mogelijkheden voor aansluiting bij realistischere randvoorwaarden.
Effect bemesting op ziekteontwikkeling in stamslabonen industrieteelt
Evenhuis, B. ; Verstegen, H.A.G. ; Wilms, J.A.M. ; Topper, C.G. - \ 2014
Wageningen : PPO AGV - 22
groenteteelt - veldgewassen - phaseolus vulgaris - peulvruchten (groente) - industriële gewassen - bemesting - stikstofmeststoffen - overbemesting - oogstverliezen - opbrengst - relatie tussen groei en oogst - ziektebestrijdende teeltmaatregelen - schimmelziekten - sclerotinia - botrytis - gewasbescherming - vegetable growing - field crops - vegetable legumes - industrial crops - fertilizer application - nitrogen fertilizers - top dressings - yield losses - outturn - growth yield relationship - cultural control - fungal diseases - plant protection
In de teelt van stamslabonen voor de industrie worden vaak problemen ondervonden met ziektes zoals Sclerotinia en Botrytis. Deze ziektes worden geassocieerd met (over)bemesting. De gebruiksnorm voor stikstofgift was in 2012 en 2013, 110 kg N/ha respectievelijk 120 kg N/ha, op zand- en kleigrond. Werd er niet bemest dan leidde dit tot een significante opbrengstverlaging. Een overbemesting tot 150% van de gebruiksnorm na aftrek van N-min gaf eveneens een opbrengstverlaging te zien. Bemesting trappen variërend van 50 tot 125% van de normbemesting lieten geen significant verschil in opbrengst zien. Een evenwichtig teeltadvies waarbij het bemestingsniveau maximaal bijdraagt aan plantweerstand en productkwaliteit is belangrijk.
Aaltjes lusten aspergeplanten rauw
Hoek, H. - \ 2013
Groenten & Fruit 2013 (2013)17. - ISSN 0925-9708 - p. 40 - 41.
asparagus - plantenparasitaire nematoden - heterodera schachtii - heterodera - oogstschade - stengelgroenten - vollegrondsgroenten - oogstverliezen - plant parasitic nematodes - crop damage - stem vegetables - field vegetables - yield losses
Aaltjes kunnen bij de opkweek van aspergeplanten opbrengstverliezen veroorzaken. PPO-AGV stelde vast dat het geldelijk verlies bij het wortellesieaaltje en het gele bietencysteaaltje tot 12 procent kan oplopen en van het witte bietencysteaaltje zelfs tot 17 procent.
Bodemkundig-hydrologisch onderzoek in het waterwingebied 'Mander' (Fase 2)
Vroon, H.R.J. ; Stoffelsen, G.H. ; Brouwer, F. - \ 2012
Wageningen : Alterra, Wageningen-UR (Alterra-rapport 2374) - 86
waterwinning - grondwaterwinning - grondwaterstand - bodemkarteringen - bodemwaterpotentiaal - oogstverliezen - twente - overijssel - water catchment - groundwater extraction - groundwater level - soil surveys - soil water potential - yield losses
In opdracht van de Commissie van Deskundigen Grondwaterwet (CDG) te Utrecht heeft Alterra in het grondwaterwingebied Mander een bodemkundig-hydrologisch onderzoek uitgevoerd. Door grondwaterwinning is namelijk een verlaging van de grondwaterstand opgetreden. Het onderzoek omvatte het vastleggen van bodemgesteldheid (schaal 1:25.000) en de huidige hydrologische situatie van het gebied.
Verkennend onderzoek naar de freatische grondwaterstand in het waterwingebied mander (fase 1)
Vroon, H.R.J. ; Stoffelsen, G.H. - \ 2012
Wageningen : Alterra, Wageningen-UR (Alterra-rapport 2325) - 64
waterwinning - grondwaterwinning - grondwaterstand - bodemkarteringen - bodemwaterpotentiaal - oogstverliezen - twente - overijssel - water catchment - groundwater extraction - groundwater level - soil surveys - soil water potential - yield losses
In opdracht van de Commissie van Deskundigen Grondwaterwet (CDG) te Utrecht heeft Alterra in de maanden september 2010 t/m januari 2012 een verkennend bodemkundig/hydrologisch onderzoek uitgevoerd langs twee raaien in het waterwingebied Mander (fase 1). Als gevolg van grondwateronttrekkingen door de pompstations Manderheide en Manderveen van het waterleidingbedrijf Vitens is in deze omgeving een verlaging van de grondwaterstand opgetreden. Volgens een deel van de agrariërs in het onderzoeksgebied wordt schade ondervonden aan hun gewassen door een verlaging van de freatische grondwaterstand als gevolg van deze winningen. De Commissie van Deskundigen Grondwaterwet (CDG) onderzoekt op verzoek van Gedeputeerde Staten (GS) de invloed van deze grondwaterwinning op de grondwaterstand. Het doel van dit onderzoek is dan ook het puntsgewijs, langs twee raaien, verzamelen van relevante informatie over de bodemgesteldheid en de huidige freatische grondwaterstand. Ook zijn op basis van een aantal vastgestelde criteria de nu in het waterwingebied aanwezige grondwaterstandsbuizen beoordeeld en geselecteerd om de GXG-schattingen van het nog uit te voeren gebiedsdekkende bodemkundig/hydrologisch onderzoek (fase 2) te kunnen onderbouwen. De resultaten worden door de Commissie van Deskundigen Grondwaterwet (CDG) en Alterra onder meer worden gebruikt als belangrijke hulpinformatie bij het nog uit te voeren gebiedsdekkend bodemkundig/hydrologisch onderzoek (fase 2). Verder wordt de informatie ook gebruikt om globaal het gebied te kunnen begrenzen, waar gronden voorkomen met een, relatief gezien, vrij ondiepe freatische grondwaterstand en de stuwwal waarin als gevolg van weerstandbiedende lagen in het bodemprofiel in perioden met een neerslagoverschot veelal schijngrondwaterspiegels optreden. In een periode met een verdampingsoverschot heeft men in dit gebied namelijk te maken met het voorkomen van zeer diepe grondwaterstanden, waardoor de grondwaterstand zowel in de huidige als ook in de onbeïnvloede situatie geen invloed heeft op de groei van de gewassen. De resultaten zijn niet alleen beschreven in dit rapport, maar ze zijn ook vastgelegd in een aantal digitale bestanden.
Growth characteristics of several clover species and their suitability for weed suppression in a mixed cropping design
Hollander, N.G. den - \ 2012
University. Promotor(en): Martin Kropff, co-promotor(en): Lammert Bastiaans. - S.l. : s.n. - ISBN 9789461732682 - 132
trifolium subterraneum - klavers - onkruidbestrijding - dekgewassen - levende mulches - oogstverliezen - clovers - weed control - cover crops - live mulches - yield losses

Weed management without herbicides is a challenging undertaking and requires reliable alternative strategies, particularly in poorly competing crops, where weeds can cause severe yield losses. Adding a companion crop is one of the means to enhance the weed suppressive ability of the crop canopy. In this regard, clover is often referred to as an interesting option as, apart from weed suppression, clover species enhance the soil nitrogen status and contribute to pest suppression. Earlier experimental work showed however that clover can easily become too competitive, hindering the growth and development of the main crop. It thus remains questionable whether clover can be added as a companion cover crop for weed suppression without substantially harming the main crop. In this context, the relevance of the choice of clover species was investigated in the current research project. Next to field experiments, experiments in containers and pots were used to determine various traits of a range of clover species and to relate these traits to competitive and weed suppressive ability. Differences between clover species were large and it was shown that plant height was the main determinant of the competitive effect on crop plants, while rapid early growth was the trait correlating most strongly to weed suppressive ability. Persian clover was a good example of a species that suppressed weeds successfully, but also competed too fiercely with the main crop. The performance of the short growing subterranean clover was unsatisfactory. The slow early growth of this species resulted in poor weed suppression and in addition, the species competed more strongly with the crop than expected based on plant height. This last was shown to be due to a relatively strong ability to compete for below ground resources. It was concluded that successful introduction of a companion clover crop for enhanced weed suppression will not be possible unless additional management to reduce the competitive damage to the main crop is conducted. Of all the investigated clover species white clover held most promise as a weed suppressing clover species in a mixed cropping design.

Key words: Clover, subterranean clover, weed suppression, cover crop, living mulch, smother crop, yield loss.

Kennisinventarisatie opbrengstreducties erwten en de mogelijkheden om slechte oogsten tegen te gaan.
Lamers, J.G. - \ 2011
Lelystad : Praktijkonderzoek Plant & Omgeving, Business Unit Akkerbouw, Groene Ruimte en Vollegrondsgroenten - 26
akkerbouw - vollegrondsgroenten - erwten - bodempathogenen - voetziekten - opbrengst - oogstverliezen - ziektebestrijdende teeltmaatregelen - toegepast onderzoek - arable farming - field vegetables - peas - soilborne pathogens - foot diseases - outturn - yield losses - cultural control - applied research
Dit is een inventarisatie van beschikbare kennis over bodemziekten, die een mogelijke verklaring kunnen zijn voor het achterblijven van de opbrengsten van erwten. Uit dit onderzoek blijkt dat een goed ontwaterd perceel met een goede bodemstructuur, bemesting en verzorging, nog altijd belangrijke voorwaarden voor een goede opbrengst zijn. Verder blijkt dat een belangrijk deel van de opbrengstreducties in erwten samenhangt met het optreden van voetziekten. Voetziekten verklaren 25-40% van de variatie in opbrengst. Overige teeltaspecten kunnen maximaal 12% van de variatie in opbrengst verklaren.
Effectieve kolonisatie van aardappelplanten door Dickeya-soorten (Erwinia chrysanthemi) : themanummer fytobacteriologie
Wolf, J.M. van der; Czajkowski, R.L. ; Velvis, H. - \ 2009
Gewasbescherming 40 (2009)4. - ISSN 0166-6495 - p. 169 - 171.
bacterieziekten - dickeya chrysanthemi - plantenziekteverwekkende bacteriën - pathogenen - plantenziekteverwekkers - vermeerderingsmateriaal - pootknollen - aardappelen - oogstverliezen - pootaardappelen - bacterial diseases - plant pathogenic bacteria - pathogens - plant pathogens - propagation materials - seed tubers - potatoes - yield losses - seed potatoes
De bacterieziekten zwartbenigheid en stengelnatrot, veroorzaakt door Pectobacterium en Dickeya (Erwinia)- soorten, berokkenen grote schade aan de pootaardappelteelt. Bij PRI en HZPC wordt onderzoek verricht naar de verspreiding van deze pathogenen tijdens teelt- en (na)oogst. Het was al bekend dat er bij aanwezigheid van rotte knollen, tijdens teelt en (na)oogst, versmering van pootgoed kan plaatsvinden. Getracht is de vraag te beantwoorden hoe verspreiding tijdens de teelt kan plaatsvinden, zowel boven- als via ondergrondse delen van de plant
Bladaaltjes zorgen voor flinke schade in pioenroos
Helm, F.P.M. van der - \ 2009
De Boomkwekerij 22 (2009)31/32. - ISSN 0923-2443 - p. 17 - 17.
plantenkwekerijen - paeonia officinalis - kruidachtige planten als sierplanten - aphelenchoides fragariae - nematoda - verdroging - knoppen - oogstverliezen - nurseries - ornamental herbaceous plants - desiccation - buds - yield losses
Knopverdroging door bladaaltjes kan veel productieverlies veroorzaken. Lees hoe je een aantasting herkent en kan voorkomen
Financiële gevolgen van een aaltjesbesmetting
Runia, W.T. - \ 2008
Kennisakker.nl 2008 (2008)22 april.
akkerbouw - gewasbescherming - nematodenbestrijding - plantenparasitaire nematoden - schade - oogstverliezen - gewaskwaliteit - nadelige gevolgen - financiën - economische analyse - vollegrondsteelt - arable farming - plant protection - nematode control - plant parasitic nematodes - damage - yield losses - crop quality - adverse effects - finance - economic analysis - outdoor cropping
Op dit moment is er niet meer dan een globale inschatting van de financiële consequenties van een aantasting door plantparasitaire aaltjes. Het Productschap Akkerbouw heeft in het kader van het Actieplan Aaltjesbeheersing PPO-agv opdracht gegeven om aan de hand van een aantal voorbeeldbedrijven de gevolgen van een aaltjesbesmetting systematisch in kaart te brengen en via bedrijfseconomische berekeningen tot een objectieve schadebepaling te komen.
Deskstudie financiële gevolgen aaltjesbesmetting
Runia, W.T. ; Molendijk, L.P.G. ; Waal, B.H.C. van der - \ 2008
Lelystad : Praktijkonderzoek Plant en Omgeving, Sector Akkerbouw, Groene ruimte en Vollegrondsgroenten - 44
plantenparasitaire nematoden - economische analyse - schade - oogstverliezen - nematodenbestrijding - gewasbescherming - akkerbouw - agrarische bedrijfsvoering - aardappelen - suikerbieten - fabrieksaardappelen - plant parasitic nematodes - economic analysis - damage - yield losses - nematode control - plant protection - arable farming - farm management - potatoes - sugarbeet - starch potatoes
Aan de hand van een aantal voorbeeldbedrijven zijn de gevolgen van een aaltjesbesmetting systematisch in kaart gebracht om via bedrijfseconomische berekeningen tot een objectieve schadebepaling te komen. Doel van dit project was om concreet inzichtelijk te maken wat de financiële gevolgen van aaltjesbesmettingen zijn op bedrijfsniveau
WKK stoot al gauw te vuile rookgassen uit (projectleider Tom Dueck geinterviewd)
Boonekamp, G. ; Dueck, T.A. - \ 2008
Vakblad voor de Bloemisterij 63 (2008)8. - ISSN 0042-2223 - p. 34 - 35.
elektrische energie - energiebronnen - kooldioxide - emissie - oogstverliezen - warmtekrachtkoppeling - rookgassen - glastuinbouw - electrical energy - energy sources - carbon dioxide - emission - yield losses - cogeneration - flue gases - greenhouse horticulture
Wageningen UR heeft de grenswaarden voor de concentratie NO2 en etheen in kaslucht opnieuw vastgesteld. De oude stamden nog uit de jaren tachtig en waren gebaseerd op veel kleinere, minder gesloten kassen. De nieuwe waarden blijken vaak overschreden te worden
Huidige fosfaatnorm is hoog genoeg
Dekker, P.H.M. - \ 2007
Akker magazine 2007 (2007)1. - ISSN 1875-9688 - p. 28 - 29.
fosfaat - bemesting - akkerbouw - veldproeven - oogstverliezen - phosphate - fertilizer application - arable farming - field tests - yield losses
De fosfaatbemestingsnorm voor 2007 is voor akkerbouwers hoog genoeg. Dat concludeert Peter Dekker van Praktijkonderzoek Plant & Omgeving (PPO) in Lelystad. De norm voor bouwland is 90 kilo per hectare, waarvan maximaal 85 kilo uit dierlijke mest, en daarmee is een normale oogst mogelijk. Bij een norm lager dan 70 kilo fosfaat per hectare verwacht Dekker opbrengstverliezen of kwaliteitsverlies.
Veel waardplanten maken beheersing trichodoriden lastig
Hoek, J. - \ 2007
Nieuwe oogst / Magazine gewas 315 (2007). - ISSN 1871-093X - p. 14 - 15.
plantenplagen - waardplanten - plantenparasitaire nematoden - trichodoridae - tabaksratelvirus - gewassen - oogstverliezen - bestrijdingsmethoden - landbouwkundig onderzoek - bodemfumigeermiddelen - paratrichodorus pachydermus - trichodorus similis - aardappelen - bloembollen - plant pests - host plants - plant parasitic nematodes - Tobacco rattle virus - crops - yield losses - control methods - agricultural research - soil fumigants - potatoes - ornamental bulbs
Trichodoriden zijn aaltjes die in veel gewassen opbrengts- en kwaliteitsverlies kunnen veroorzaken. In aardappelen, tulpen en gladiolen kunnen deze aaltjes bovendien tabaksratelvirus overbrengen. Voor telers de kunst om de schade te beperken
Voedselverliezen Groot-Brittanië : gespreksverslagen WRAP en DEFRA
Pegge, S.M. ; Timmermans, A.J.M. - \ 2007
Wageningen : Agrotechnology and Food Sciences Group (Rapport / Agrotechnology and Food Sciences Group 740) - ISBN 9789085851301 - 14
voedselopslagverliezen - oogstverliezen - verliezen - food storage losses - yield losses - losses
In Groot-Brittannië is in 2000 een nationaal publiek-privaat samenwerking programma opgestart rond het thema recycling. Dit programma is in de afgelopen jaren verbreed met thema's zoals resource efficiency, voorkomen voedselverliezen en public awareness. Op het thema voedselverliezen is een retail innovation program gestart, wat als doelstellingen heeft voedselverliezen in de keten, inclusief de verliezen bij de consument, te verminderen. De not-for-profit organisatie WRAP (Waste and Resources Action Programme) is opgericht, met steun vanuit overheid, om dit programma uit te voeren
Tabaksratelvirus in aardappel : abaksratelvirus als oorzaak van kringerigheid en opbrengstreductie in aardappelrassen
Molendijk, L.P.G. ; Hartsema, O. ; Zoon, F.C. ; Gastel, A.W.W. van; Hoek, J. - \ 2006
Lelystad : PPO AGV - 76
plantenvirussen - tabaksratelvirus - overdracht - aardappelen - solanum tuberosum - rassen (planten) - resistentie van variëteiten - trichodorus primitivus - paratrichodorus pachydermus - plantenparasitaire nematoden - oogstverliezen - onderzoeksprojecten - plant viruses - Tobacco rattle virus - transfer - potatoes - varieties - varietal resistance - plant parasitic nematodes - yield losses - research projects
Tabaksratelvirus (TRV) behoort tot de zogenaamde ‘tobravirussen’ en komt bij een zeer groot aantal plantensoorten voor. TRV wordt van de ene naar de andere plant overgebracht door aaltjes die behoren tot de geslachten Trichodorus en Paratrichodorus. In Nederland gaat het vooral om de soorten Paratrichodorus teres, Paratrichodorus pachydermus en Trichodorus primitivus. Deze aaltjes komen vrijwel uitsluitend voor op zandgrond en lichte zavelgrond. Het in dit rapport beschreven onderzoek had als voornaamste doelstelling na te gaan of TRV wordt overgedragen naar dochterknollen en vandaar naar de volgende teelt. Er zijn zes aardappelrassen in het onderzoek meegenomen. Deze rassen verschillen van elkaar in resistentieniveau tegen kringerigheid: Bintje en Roxy werden beschouwd als weinig vatbaar, Saturna en Wilja als vrij weinig vatbaar en Santé en Santana als vatbaar. In dit onderzoek is vastgesteld dat een moederknol of -plant die wordt geïnfecteerd door een Trichodoride-aaltje, het virus kan overdragen aan haar dochterknollen. Er zijn grote verschillen in vatbaarheid voor TRV tussen de aardappelrassen en virustypen. Wat betreft gevoeligheid voor kringerigheid in de knollen, zijn er eveneens verschillen tussen rassen en virustypen. Ook wat betreft overdraagbaarheid van het virus via het pootgoed zijn er verschillen tussen rassen en virustype (c.q. de aaltjessoort die als primaire vector optrad)
Monitoring invang mosselzaad met collectoren in de Waddenzee (Doove Balg)
Kamermans, P. ; Jol, J.G. ; Gool, A.C.M. van; Breen, V.P. ; Brummelhuis, E.B.M. ; Verdegem, M.C.J. - \ 2005
IJmuiden : RIVO (Rapport / Nederlands Instituut voor Visserij Onderzoek (RIVO) C029/05) - 17
mosselteelt - mossels - onderzoek - oogstfactoren - oogstverliezen - mussel culture - mussels - research - yield factors - yield losses
Het hier gerapporteerde onderzoek heeft zich gericht op het uittesten van drie soorten collectoren (netten en touwen) op een perceel in de Waddenzee. Daarnaast werd op het perceel een monitoringsprogramma uitgevoerd waarbij de conditie van het collector zaad bepaald zou worden. Door materiaal problemen was er geen oogst. Wel zijn nog andere resultaten verkregen die worden besproken in dit artikel.
Teelthandleiding zetmeelaardappelen : beregening
Veerman, A. - \ 2003
Kennisakker.nl 2003 (2003)15 dec.
aardappelen - droge gronden - oogstverliezen - beregening - beregening met sproeiers - gewaskwaliteit - fabrieksaardappelen - akkerbouw - teelthandleidingen - potatoes - arid soils - yield losses - overhead irrigation - sprinkler irrigation - crop quality - starch potatoes - arable farming - cultivation manuals
De aardappel is gevoelig voor droogte. Dit komt ondermeer door het relatief zwakke wortelstelsel. Dit kan op droogtegevoelige gronden tot aanzienlijke opbrengstverliezen leiden. De vochtvoorziening van het gewas is bovendien medebepalend voor knolgrootte en knolkwaliteit (owg). Het optreden van gewone schurft, knolmisvorming en holheid is afhankelijk van de vochtvoorziening van het gewas. Beregening van zetmeelaardappelen wordt (nog) slechts op beperkte schaal toegepast. Uit een recente studie van PPO is gebleken, dat op bedrijven met een Veenkoloniaal bouwplan beregening op zandgrond rendabel is. Het bedrijfsresultaat wordt op venige (dal)grond door beregening echter niet verbeterd.
Teelthandleiding zetmeelaardappelen: bewaring
Veerman, A. - \ 2003
Kennisakker.nl 2003 (2003)15 dec..
aardappelen - opslagloodsen - landbouwschuren - opslagsilo's - vaporisatie - droge stof - ademhaling - oogstverliezen - opbrengsten - fabrieksaardappelen - akkerbouw - teelthandleidingen - potatoes - stores - barns - bunker silos - vaporization - dry matter - respiration - yield losses - yields - starch potatoes - arable farming - cultivation manuals
Tegenwoordig wordt meer dan 1,5 miljoen ton zetmeelaardappelen kortere of langere tijd bewaard. Van de namalers wordt ongeveer tweederde in schuren bewaard en de rest in kuilen en sleufsilo’s. De aardappelknol is een levend organisme, dat voor 75 - 80% uit water bestaat. Tijdens de bewaring verliezen knollen gewicht als gevolg van vochtverlies (verdamping), verlies van droge stof (ademhaling) en als gevolg van aantasting door ziekten. Een bijzondere (financiële) verliespost ontstaat door de daling van het onderwatergewicht die door onderhuidse rooibeschadiging wordt veroorzaakt. Het is ook van belang dat zo weinig mogelijk zetmeel wordt omgezet in suikers, omdat ook dit de zetmeelopbrengst verlaagt. Voorwaarden voor een goed bewaarresultaat zijn: * een goed afgerijpt gewas en een afgeharde schil; * een gezonde partij, zonder natrot van betekenis; * onbeschadigde knollen; knolbeschadiging vergroot de kans op knolrot; * een regelmatige controle van de partij en van de knoltemperatuur. Tijdens de bewaring van (zetmeel)aardappelen is enig verlies van gewicht en van kwaliteit onvermijdelijk. Bij een goede bewaring van gezonde en onbeschadigde partijen kunnen deze verliezen echter wel sterk worden beperk.
Check title to add to marked list
<< previous | next >>

Show 20 50 100 records per page

 
Please log in to use this service. Login as Wageningen University & Research user or guest user in upper right hand corner of this page.