Staff Publications

Staff Publications

  • external user (warningwarning)
  • Log in as
  • language uk
  • About

    'Staff publications' is the digital repository of Wageningen University & Research

    'Staff publications' contains references to publications authored by Wageningen University staff from 1976 onward.

    Publications authored by the staff of the Research Institutes are available from 1995 onwards.

    Full text documents are added when available. The database is updated daily and currently holds about 240,000 items, of which 72,000 in open access.

    We have a manual that explains all the features 

Current refinement(s):

Records 1 - 20 / 62

  • help
  • print

    Print search results

  • export

    Export search results

  • alert
    We will mail you new results for this query: keywords==opstandsstructuur
Check title to add to marked list
Zelfregulerende bossen; een modelstudie naar effecten van "niets doen" en actief beheer op ontwikkelingen in bosstructuur
Schelhaas, M.J. ; Wijdeven, S.M.J. ; Werf, B.W. van der - \ 2005
Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 1270) - 43
bosbedrijfsvoering - bosbouwkundige handelingen - houtteelt - biodiversiteit - opstandsontwikkeling - opstandsstructuur - bossen - modellen - forest management - forestry practices - silviculture - biodiversity - stand development - stand structure - forests - models
In deze modelstudie worden de effecten van `niets doen¿ en actief beheer onderzocht op de bosontwikkeling en structuurvariatie. Hiervoor is een model verder ontwikkeld en zijn koppelingen gelegd met monitoringsdatabestanden en analyse- en visualisatietechnieken. Simulatieresultaten dienen voorzichtig geïnterpreteerd te worden door beperkingen in het model. Enkele mogelijke hypotheses die uit de simulaties naar voren komen zijn onder ander dat de variatie fluctueert in de tijd, dat op middellange termijn er een grotere structuurvariatie tot stand komt bij beheer dan bij `niets doen¿ en dat bijvoorbeeld het effect van storm de verschillende beheerscenario¿s kan overtreffen
Sturen op opkomst en samenstelling van natuurlijke verjonging is goed mogelijk; 10 jaar leerobjecten
Wijk, M.N. van; Klein, J. de - \ 2005
In: De erfenis van een stimuleringsproject; 10 jaar geïntegreerd bosbeheer Gelderland / Claessens, B., [S.l.] : Projectteam Geïntegreerd Bosbeheer - p. 7 - 9.
bosbedrijfsvoering - natuurlijke verjonging - opstandsstructuur - gelderland - forest management - natural regeneration - stand structure
Gaten in het bosbeheer
Wijdeven, S.M.J. ; Willems, A.J.H. ; Groot Bruinderink, G.W.T.A. - \ 2004
Vakblad Natuur Bos Landschap 1 (2004)8. - ISSN 1572-7610 - p. 18 - 19.
bosbouw - bosbeheer - verjonging - natuurlijke verjonging - velling - kaalslag - geïntegreerde systemen - opstandskenmerken - opstandsstructuur - opstandsontwikkeling - bossen - botanische samenstelling - bosecologie - gaten in het kroondak - soortendiversiteit - biodiversiteit - bosopstanden - geïntegreerd bosbeheer - forestry - forest administration - regeneration - natural regeneration - felling - clear felling - integrated systems - stand characteristics - stand structure - stand development - forests - botanical composition - forest ecology - canopy gaps - species diversity - biodiversity - forest stands - integrated forest management
Pleidooi voor het toepassen van grotere gaten bij de natuurlijke verjonging van bosopstanden. In de huidige praktijk wordt geïntegreerd bosbeheer veelal ingevuld door kleinschalige ingrepen, afgestemd op het opstandsniveau. Weliswaar verhoogt dit op dit schaalniveau (de plek of de opstand) de variatie, maar het leidt tot een meer uniforme situatie op het niveau van terreindelen en de beheerseenheid. Grote verjongingsgaten hebben niet alleen een specifiek effect op de soortensamenstelling en structuur van de verjonging, maar zijn ook van belang voor andere soorten, zoals kruiden, korstmossen, reptielen, insecten, vogels en grote hoefdieren, en leveren daarmee een bijdrage aan vergroting van de biodiversiteit en de belevingswaarde
Natuurlijke verjonging: van kleine naar grote gaten
Wijdeven, S.M.J. ; Berg, C.A. van den; Oosterbaan, A. - \ 2003
Vakblad Natuurbeheer 42 (2003)6. - ISSN 1388-4875 - p. 111 - 115.
bossen - bosbeheer - bosbedrijfsvoering - natuurlijke verjonging - verjongingsinventarisaties - bosinventarisaties - opstandsstructuur - opstandsontwikkeling - plantensuccessie - botanische samenstelling - bosecologie - gaten in het kroondak - soortendiversiteit - bosopstanden - forests - forest administration - forest management - natural regeneration - regeneration surveys - forest inventories - stand structure - stand development - plant succession - botanical composition - forest ecology - canopy gaps - species diversity - forest stands
Resultaten van een analyse van de natuurlijke verjonging in relatie tot de gatgrootte op 240 geïnventariseerde verjongingsplekken in naaldbossen op de hoge zandgronden. De grootte van de gaten varieerde van kleine gaten (1 maal de boomhoogte) tot vlakten van 0,5-6 ha (ontstaan na de stormen van de jaren zeventig). Onderzocht werden het stamtal van de verjonging, de aandelen van schaduwtolerante en lichteisende soorten, en de aantallen individuen per soort. Op de grote vlakten is gekeken naar de dichtheid en soortensamenstelling van de verjonging en de aanwezigheid van ruimtelijke patronen. Binnen grote gaten blijkt een grote variatie te zijn in dichtheid en in individuele en groepsgewijze mengingen van verschillende soorten
Spontane ontwikkeling van bos: gevolgen voor flora en vegetatie
Bijlsma, R.J. ; Siebel, H.N. - \ 2003
Vakblad Natuurbeheer 42 (2003)4. - ISSN 1388-4875 - p. 55 - 58.
bossen - bosbeheer - opstandsontwikkeling - opstandsstructuur - opstandskenmerken - flora - wilde planten - vegetatie - onderlaag - botanische samenstelling - plantensuccessie - plantenecologie - bosecologie - forests - forest administration - stand development - stand structure - stand characteristics - wild plants - vegetation - understorey - botanical composition - plant succession - plant ecology - forest ecology
In dit eerste artikel in de nieuwe reeks met als thema 'de gevolgen van niets doen voor ...' komt aan de orde welke gevolgen het meer natuurlijke bosbeheer van de laatste decennia heeft voor de bosflora en vegetatie. Voor eikenbossen, beukenbossen en dennenbossen op hogere zandgronden en heuvelland worden de veranderende condities als gevolg van spontane ontwikkeling van de boom- en struiklaag beschreven, en de effecten op vaatplanten en mossen. Er blijken voor Nederland nieuwe bostypen te ontstaan waarvoor geen referenties bestaan; de ontwikkeling van gesloten opgaand bos biedt geen garanties voor het behoud van de bosflora
Oude lindenbossen op Jutland; referentiebeelden voor bosontwikkeling in Nederland?
Hommel, P.W.F.M. ; Waal, R.W. de; Spek, T. - \ 2003
Nederlands Bosbouwtijdschrift (2003)2. - ISSN 0028-2057 - p. 13 - 21.
bossen - bosbomen - tilia - bosecologie - opstandsstructuur - opstandskenmerken - ecosystemen - plantenecologie - vegetatie - botanische samenstelling - bosgronden - onderlaag - bosstrooisel - bodemvorming - denemarken - forests - forest trees - forest ecology - stand structure - stand characteristics - ecosystems - plant ecology - vegetation - botanical composition - forest soils - understorey - forest litter - soil formation - denmark
In het kader van het Alterra-onderzoeksproject 'boomsoortkeuze op verzuringsgevoelige bodem' werden in Jutland vijf lindenbossen bezocht, die als referentiebeeld kunnen fungeren voor bosecosystemen op de Nederlandse pleistocene zandgronden. De winterlinde kan hier een belangrijke rol spelen in de ontwikkeling van natuur- en multifunctionele bossen. Een beschrijving van de bosgebieden, met vooral aandacht voor de relatie boomsoort-strooisellaag-ondergroei, hydrologie, verjonging en vraat, 'verbeuking' en menging
Bosontwikkeling en soortsdiversiteit in bosreservaat het Rot; 1 lotgevallen van een oud opgaand bos
Bijlsma, R.J. ; Clerkx, A.P.P.M. ; Kwakkel, D.M. - \ 2001
Nederlands Bosbouwtijdschrift 73 (2001)5. - ISSN 0028-2057 - p. 6 - 10.
bossen - beschermde bossen - natuurreservaten - natuurbescherming - natuurlijke verjonging - plantensuccessie - stadia in de successie - opstandsontwikkeling - opstandsstructuur - botanische samenstelling - bosecologie - bosopstanden - natuur - achterhoek - biodiversiteit - bosbeheer - bosbouw - bosreservaat - ecologie - vegetatie - Gelderland - forests - reserved forests - nature reserves - nature conservation - natural regeneration - plant succession - seral stages - stand development - stand structure - botanical composition - forest ecology - forest stands - nature - flora
In het bosreservatenprogramma worden kansen en bedreigingen van zelfregulerend bos m.b.t. biodiversiteit in kaart gebracht. Bosreservaat het Rot in het Woold onder Winterswijk, een oud bos op keileeem en tertiaire klei, is een voorbeeld van bosbeelden en natuurdoelen die gerealiseerd kunnen worden door zelfregulatie. Een beschrijving van de boshistorie en in relatie daarmee de bosstructuur (vooral wintereik, beuk en grove den), de huidige bosontwikkeling en de rol van boom- en struiksoorten, en het verwachte bosbeeld anno 2050 en verder (dominantie van beuk en hulst)
Internationale gevolgen van geïntegreerd bosbeheer in Nederland; verwaarloost Nederland de rol van bos als natuurlijke hulpbron?
Nabuurs, G.J. ; Schelhaas, M.J. ; Goede, D. de - \ 2001
Nederlands Bosbouwtijdschrift 73 (2001)5. - ISSN 0028-2057 - p. 29 - 32.
bosbeheer - bosbouw - bossen - bosbestanden - opstandsstructuur - leeftijd - leeftijdsstructuur - leeftijdssamenstelling - boomleeftijd - houthandel - import - export - internationale handel - vraag - aanbod - opstandskenmerken - opstandsontwikkeling - europa - natuurlijke hulpbronnen - hulpbronnenbeheer - economie van natuurlijke hulpbronnen - bosopstanden - geïntegreerd bosbeheer - houtproductie - natuurlijke hulpbron - Nederland - forest administration - forestry - forests - forest resources - stand structure - age - age structure - age composition - age of trees - timber trade - imports - exports - international trade - demand - supply - stand characteristics - stand development - europe - natural resources - resource management - natural resource economics - forest stands - integrated forest management
De lange-termijneffecten van een meer natuurlijk bosbeheer in Europa wat betreft de leeftijdsklassenverdeling van het Europese bos en de verwachte veranderingen in de import- en exportstromen van naald- en loofhout binnen Europa (Scandinavië, Oost-Europa, Centraal-Europa, Middellandse-Zeegebied). Ondanks de noodkreten van de verwerkende industrie zal er op korte en middellange termijn geen houttekort ontstaan, maar vanaf 2050 zal de voorziene stijging van de houtconsumptie niet meer gedekt worden door het Europese bos
Effecten van dunning en vraat op spontane verjonging in eiken-dennenbossen.
Goudzwaard, L. ; Bartelink, H.H. - \ 2001
Nederlands Bosbouwtijdschrift 73 (2001)3. - ISSN 0028-2057 - p. 23 - 27.
bossen - bosbeheer - opstandsontwikkeling - verjonging - natuurlijke verjonging - opstandskenmerken - opstandsstructuur - dunnen - begrazing - herbivoren - concurrentie tussen planten - licht - schaduw - plantensuccessie - bosopstanden - gemengde opstanden - forests - forest administration - stand development - regeneration - natural regeneration - stand characteristics - stand structure - thinning - grazing - herbivores - plant competition - light - shade - plant succession - forest stands - mixed stands
In bospercelen in de Beheerseenheid Ugchelen (Gelderland) is vanaf 1993 onderzoek gedaan naar de effecten van dunning (verschillende dunningspercentages) en herbivorie (wel of niet begraasd) op de bodemvegetatie (hogere planten in de kruidlaag), de bosstructuur en de spontane verjonging. De wilddruk belemmert de spontane verjonging sterk en beïnvloedt ook de samenstelling van de verjonging
Bosdynamiek in bosreservaat Pijpebrandje
Clerkx, A.P.P.M. ; Hees, A.F.M. van; Sanders, M.E. ; Slim, P.A. ; Koop, H.G.J.M. - \ 2000
Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 112) - 43
fagus sylvatica - bossen - natuurreservaten - bosinventarisaties - bosecologie - vegetatie - opstandsstructuur - populatiedynamica - plantengemeenschappen - luchtfotografie - nederland - gelderland - forests - nature reserves - forest inventories - forest ecology - vegetation - stand structure - population dynamics - plant communities - aerial photography - netherlands
Bosreservaat Pijpebrandje is voor de tweede keer geonventariseerd. In het beukenbos wordt wintereik overgroeid door beuk en sterft. De beuken beginnen af te takelen. Het aantal kleine gaten in het kronendak is toegenomen, maar er treedt geen nieuwe verjonging op. Toch is het bos donkerder geworden, waardoor bestaande verjonging uit 1988 is verdwenen en de bedekking van kruiden is afgenomen. Verjonging en kruiden komen alleen nog voor waar wintereiken in de boomlaag zitten. In de overige begroeiingstypen is weinig veranderd. Verwacht wordt dat de homogeniteit van het bos de komende decennia toe zal nemen. Pas als grotere groepen beuken gaan sterven, kunnen nieuwe verjonging en kruiden zich vestigen, zodat het bos meer variatie in soorten en leeftijden te zien zal geven.
Bosreservaat Bekendelle; bosstructuur en vegetatie bij de aanwijzing tot bosreservaat
Clerkx, A.P.P.M. ; Sanders, M.E. ; Koop, H.G.J.M. - \ 2000
Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 135) - 44
bossen - natuurreservaten - opstandsstructuur - vegetatie - luchtfotografie - plantengemeenschappen - selectiecriteria - natuurbescherming - bosinventarisaties - nederland - gelderland - achterhoek - forests - nature reserves - stand structure - vegetation - aerial photography - plant communities - selection criteria - nature conservation - forest inventories - netherlands
Bosreservaat Bekendelle ligt in een oude, gedeeltelijk verlande oude beekarm van de Boven-Slinge. Bij de eerste inventarisatie zijn vier bosgemeenschappen aangetroffen. Het vogelkers-essenbos met dominantie van gewone es in de boomlaag beslaat het grootste oppervlak. Op de laagste delen met permanente grondwaterinvloed komt het gewoon elzenbroekbos voor. Op de overgangen naar de hoger gelegen delen komt het eiken-haagbeukenbos voor met bosanemoon en wilde kardinaalsmuts in de ondergroei. De allerhoogste delen bestaan uit het wintereiken-beukenbos met dalkruid, adelaarsvaren en beuk. Het bos kenmerkt zich door een voorjaarsaspect met speenkruid, slanke sleutelbloem, bosanemoon en dotterbloem. Daarnaast komt bosgeelster voor.
Behoud van structuurvariatie en menging in het Zeisterbosch; Pro Silva excursie oktober 1999
Wolf, R.J.A.M. ; Houtzagers, M.R. - \ 2000
Nederlands Bosbouwtijdschrift 72 (2000)1. - ISSN 0028-2057 - p. 13 - 15.
bosbedrijfsvoering - bosbouwkundige handelingen - bosbouw - gemeenschapsbosbouw - houtteelt - houtteeltkundige systemen - bossen - mengsels - opstandsontwikkeling - opstandskenmerken - opstandsstructuur - variatie - ruimtelijke variatie - verjonging - natuurlijke verjonging - bosopstanden - gemengde opstanden - natuurlijke opstanden - utrecht - forest management - forestry practices - forestry - community forestry - silviculture - silvicultural systems - forests - mixtures - stand development - stand characteristics - stand structure - variation - spatial variation - regeneration - natural regeneration - forest stands - mixed stands - natural stands
Hoe behoud je structuurvariatie en menging door kleinschalige ingrepen en natuurlijke verjonging in een oud en zeer gevarieerd bos. Verschillende soorten opstanden in het Zeisterbosch werden bezocht en bediscussieerd
Subantarctic forest ecology : case study of a conifer-broadleaved stand in Patagonia, Argentina
Dezzotti, A. - \ 2000
Agricultural University. Promotor(en): R.A.A. Oldeman; L.A. Sancholuz. - S.l. : S.n. - ISBN 9789058082169 - 140
bosbouw - ecologie - bosecologie - naaldbossen - loofhout - gemengde bossen - populaties - opstandsstructuur - gebieden - seksuele dimorfie - forestry - ecology - forest ecology - coniferous forests - broadleaves - mixed forests - populations - stand structure - areas - sexual dimorphism
<p>In the temperate rainforests of southern South America, the tree genus <em>Nothofagus</em> (Nothofagaceae) is the dominant in extension and abundance on zonal soils at different latitudes and altitudes, as well as on intrazonal (e.g., wetlands) and azonal soils (e.g., morrenic and fluvioglacial deposits). Although concern on the global role of this biome is currently important, the existing level of ecological knowledge on its functioning is still inadequate to design a sound management to maintain or enhance forest values, services, and commodities. Vegetation misuse triggers severe biota and physical deterioration, particularly in the intrinsically fragile Andean Patagonic region characterised by seasonality of high rainfall levels, low temperature, strong intensity and frequency of winds, and extensive and deep mountain slopes. In Argentina, at low and mid elevations between 38° and 43°S and the annual isohyets of 1,500 to 2,000mm, the forest is composed of the xeric cypress <em>Austrocedrus chilensis</em> ("ciprés", Cupressaceae) and the mesic southern beech <em>Nothofagus dombeyi</em> ("coihue"). The effect of the strong east - west environmental gradient, caused by the Andes' rain shadow, on community composition and dynamics is striking. This is reflected in a clear vegetational zonation, whose edges are the sparse <em>A.chilensis</em> woodland surrounded by the Patagonian steppe towards the east and the Valdivian rainforest co-dominated by <em>N.dombeyi</em> towards the west. Both communities are separated only by tens of kilometres. The conifer-angiosperm association, characterised by two groups of plants with contrasting evolutionary histories and ecological adaptations, has received little scientific attention.</p><p>At 41°11'S and 71°25'W, a mixed, virgin, post-fire stand, <em></em> located on a dry north-facing slope was examined regarding regeneration, size, age, and spatial structures, and stand and tree growth. Inferences on community dynamics were made. The minimum area of the community was also estimated. Density, basal area, and volume of adult trees is calculated in 658 ind ha <sup>-1</SUP>(66.6% of <em>A.chilensis</em> ), 72.1 m <sup>2</SUP>ha <sup>-1</SUP>(65.6%), and 608.7m <sup>3</SUP>ha <sup>-1</SUP>(51.2%), respectively. Total density of saplings and seedlings is 2,991 (27.1% of <em>A.chilensis</em> ) and 7,143 ind ha <sup>-1</SUP>(34.3%), respectively. Stand growth is estimated in 7.3m <sup>3</SUP>ha <sup>-1</SUP>yr <sup>-1</SUP>(42.5% of <em>A.chilensis</em> ) and 3.7 t ha <sup>-1</SUP>yr <sup>-1</SUP>(32.4%). Between species, individual increments significantly differ within development stages. Adults <em>A.chilensis</em> and <em>N.dombeyi</em> grow in diameter at an individual rate of 0.36 and 0.57cm yr <sup>-1</SUP>, respectively, while in height at a rate of 15.8 and 29.3cm yr <sup>-1</SUP>, respectively. Saplings of <em>A.chilensis</em> and <em>N.dombeyi</em> grow in diameter at a rate of 0.11 and 0.21cm <sup></SUP>yr <sup>-1</SUP>, respectively, while in height at a rate of 7.8 and 17.2cm yr <sup>-1</SUP>, respectively. Within species, adults grow in diameter at rates between 2.7 (in <em>N.dombeyi</em> ) and 3.2 (in <em>A.chilensis</em> ) times significantly faster than their respective saplings, and also old trees show significantly larger diameter increments than young trees. Within species, adults grow in height at rates between 0 (in <em>N.dombeyi</em> ) - 2.0 (in <em>A.chilensis</em> ) times faster than their respective saplings. In <em>A.chilensis</em> , old trees grow in height at significantly higher rates than young trees, whereas this is not the case for <em>N.dombeyi</em> . For each <em>A.chilensis</em> tree, a negative relationship is found between individual diameter (range= 0.22 to 0.42cm yr <sup>-1</SUP>) and height growth (12 to 21cm yr <sup>-1</SUP>), and the number of neighbour trees (0 to &gt; = 7) taller than itself within a 5m distance. Contrarily, for <em>N.dombeyi</em> no relationship is observed between these variables. In <em>A.chilensis</em> , individual growth rates do not differ significantly between sex classes: for males, mean and current diameter, and height growth rate is 0.360, 0.132, and 17.6cm yr <sup>-1</SUP>, respectively, while for females is 0.348, 0.124, and 17.2cm yr <sup>-1</SUP>, respectively.</p><p>The inherently inferior growth capacity of <em>A.chilensis</em> over <em>N.dombeyi</em> is explained by its lower leaf photosynthetic rate. Conifers from the northern hemisphere show a primary productivity similar to their mostly associated deciduous angiosperms. However, southern hemisphere conifers show a lower productivity than broadleaved. This is probably because they cannot benefit differentially from an extended period of net photosynthesis as they co-exist mainly with broadleaved evergreen species. The greater growth disadvantage of <em>A.chilensis</em> in comparison to <em>N.dombeyi</em> during the juvenile stage is consistent with the same trend observed in gymnosperms as a group: seedling represents the ontogenetic phase of slowest growing, caused by multiple factors related to leaf productivity and carbohydrate allocation. This constraint has been used to explain the decline and retreat of gymnosperms along evolutionary scales. Within species, the dependence of growth to age and crowding is indicative of one-sided, asymmetric competition for light: trees that arrived earlier to the site have pre-empt resources, developed a larger size, and therefore at present they interfere asymmetrically with those arriving later. However, contrasting responses are found according to species and growth variables: i) In <em>N.dombeyi</em> , the independence of individual growth to crowding, and of height growth to age/development stage of trees suggests that this species is rather insensitive to this competition type. On the contrary, <em>A.chilensis</em> is highly susceptible judging from the dependence between growth to age and taller neighbours. ii) In comparison to diameter growth, height growth differs slightly between age classes/stages, which reflect the common priority that trees give to height during development. Lack of gender-related growth differences in the dioecious <em>A.chilensis</em> would be masked by the low reproductive development exhibited in the sampled individuals. If trees in structurally well-developed stand are unable to express the reproductive potential as observed in isolated trees, then its incidence on the individual energetic budget would be marginal and marked intersexual growth contrasts would not be expected. This hypothesis would explain the incongruence with previously results suggesting a trade-off between vegetative and reproductive investments, and needs to be tested during future studies given the ecological and silvicultural relevance of this issue.</p><p>In 1860, both tree species began to colonize a heterogeneous site, following a fire that eliminated the original vegetation. This first regenerative pulse lasted 60 to 70 years after which recruitment ceased probably in response to canopy closure, resulting in the present even-aged clustered adult tree populations. Because of its lower density and higher growth rates, <em>N.dombeyi</em> constitutes widely spaced, big emergent trees of the stand. The build-up of the <em>A.chilensis</em> -dominated mixed stand probably improved autogenously local moisture conditions, encouraging establishment of <em>N.dombeyi</em> seedlings and defining a second continuous regenerative pulse starting ca.1930. In the understorey, the sapling population dominated by <em>N.dombeyi</em> represents a third regenerative pulse with ages between 1 to 10 years. The current-day stand structure is represented by a young population dominated primarily by <em>N.dombeyi</em> , and a mature overstorey dominated primarily by <em>A.chilensis</em> . In absence of large-scale impacts, changes in forest structure over time would be accounted for interspecific differences in recruitment, growth rate, and sensitivity to competition, probably resulting in a local decline of the conifer component. However, the combination of a great longevity and a light-demanding temperament of <em>A.chilensis</em> implies that frequent to very infrequent large-scale impacts would be sufficient to maintain its abundance in the landscape. These results, together with others described in literature, suggest that divergent development patterns occur in the <em>A.chilensis</em> - <em>N.dombeyi</em> stands, probably because these forests grow under a spatially varied environment and their responses differ consequently.</p><p>Based on the concept of "quantitative minimum area", the statistically optimum plot size for the ecological study of a temperate forest was examined. Changes in the estimated tree density (N), basal area (G), stemwood volume (V), and volume growth rate (I <sub>v</sub> ) per area unit, in relation to the increase of sample plot size (X), were analysed. Means of N, G, V, and I <sub>v</sub> fluctuated considerably within a range of small plot sizes, showing stability at X &gt;= 1,000m <sup>2</SUP>. The accuracy of the parameters estimates measured as relative error (RE) increases as long as the plot size is enlarged. For X= 1,000m <sup>2</SUP>, ER varies between ± 30% and ± 49%, and for X= 2,500m <sup>2</SUP>, RE varies between ± 20% and ± 32%. Around X= 5,000m <sup>2</SUP>should be sampled to obtain RE &lt; = ± 20% in all variables, according to the developed regressions RE= <em>f</em> (X) (P&lt;0.05). This estimated plot size is larger than those often recommended in literature for ecological studies of temperate forests.</p>
Verhoogde bijgroei, oorzaken en gevolgen; verslag van de International seminar on Causes and Consequences of accelerating tree growth in Europe 17-19 May 1998 in Nancy, Frankrijk
Daamen, W.P. ; Nabuurs, G.J. ; Oosterbaan, A. - \ 1999
Nederlands Bosbouwtijdschrift 71 (1999)1. - ISSN 0028-2057 - p. 13 - 16.
bosbouw - bossen - groei - houtaanwas - biomassa - opstandsontwikkeling - opstandsstructuur - milieufactoren - europa - forestry - forests - growth - increment - biomass - stand development - stand structure - environmental factors - europe
Dood hout in de bosreservaten
Hees, A.F.M. van; Clerkx, A.P.P.M. - \ 1999
De Levende Natuur 100 (1999)5. - ISSN 0024-1520 - p. 168 - 172.
dode bomen - dood hout - verrot hout - verval - decompositie - bossen - bosbouw - bosbedrijfsvoering - bosstatistieken - beschermde bossen - houtaanwas - opstandsstructuur - opstandsontwikkeling - biomassa - dead trees - dead wood - decayed wood - decay - decomposition - forests - forestry - forest management - forest statistics - reserved forests - increment - stand structure - stand development - biomass
Overzicht van de hoeveelheid dood hout, de sterfte van bomen en de verteringssnelheid van deze bomen in enkele niet meer beheerde Nederlandse bosreservaten. Voor drie typen bos (gemengd bos; grove den; zomereik) is op grond van een beheerscenario de te verwachten hoeveelheid hout in de loop van de tijd berekend
Bosstructuur en vegetatie van bosreservaat 't Quin
Clerkx, A.P.P.M. ; Jans, W.W.P. - \ 1998
Wageningen : IBN-DLO - 94
bossen - beschermde bossen - vegetatietypen - lagenstructuur - opstandsstructuur - bosinventarisaties - nederland - noord-limburg - forests - reserved forests - vegetation types - layer structure - stand structure - forest inventories - netherlands
Forest species in an agricultural landscape in The Netherlands: effects of habitat fragmentation
Grashof-Bokdam, C. - \ 1997
Journal of Vegetation Science 8 (1997)1. - ISSN 1100-9233 - p. 21 - 28.
bosbouw - geschiedenis - landschap - landschapsecologie - nederland - opstandsontwikkeling - opstandsstructuur - forestry - history - landscape - landscape ecology - netherlands - stand development - stand structure
For 312 forest patches on sandy soils in the Netherlands, effects of fragmentation are studied of forest habitat in the past on the present occurrence of forest plato species. Using regression techniques, the numbers of forest edge, interior, zoochorous and anemochorous species, as well as occurrence of 24 individual species were related to patch area and connectivity measures. Connectivity was defined as the amount of forest habitat around patches within three zones up to 1000 m. Plant categories were distinguished by habitat type anti dispersal mechanism. The results showed that number of total species and number of species of all habitat and dispersal categories increased with area. The occurrence of ten individually studied species were also positively related to area. Most of them were interior species. The number of zoochorous species increased with increasing connectivity. Also occurrence of ten individually studied species were affected by connectivity. Interior zoochorous species showed the highest percentage of affected species. The relationship of interior, animal-dispersed plants to connectivity can be explained by the limited distances covered by their dispersal agents (forest birds and ants) in a non-forest habitat. Also, some anemochorous plants appeared to be affected by connectivity, especially those with heavy seeds and potentially short distance dispersal. As not all species within a certain dispersal or habitat category react similar to area or isolation, it is suggested that differences in underlying processes of fragmentation such as local extinction and colonization need more focus.
Onderzoek naar de groei van tamme kastanje (Castanea sativa) in Nederland
Oosterbaan, A. - \ 1996
Bosbouwvoorlichting 35 (1996)2. - ISSN 0166-8986 - p. 18 - 18.
biomassa - milieufactoren - bosbouw - bosbouwkundige handelingen - groei - houtaanwas - nederland - houtteelt - opstandsontwikkeling - opstandsstructuur - bomen - castanea sativa - biomass - environmental factors - forestry - forestry practices - growth - increment - netherlands - silviculture - stand development - stand structure - trees
Samenvatting van IBN-rapport 197
Tussentijdse evaluatie van de opnamemethode van het SILVI-STAR monitoringsysteem
Os, L.J. van - \ 1994
Wageningen : IBN (IBN - rapport 064) - 13
bosbouw - plantenecologie - bomen - autecologie - habitus - levensvorm - plantenontwikkeling - groeimodellen - houtaanwas - voorspellen - synecologie - meting - experimenten - statistiek - simulatie - modellen - onderzoek - opstandsstructuur - opstandsontwikkeling - forestry - plant ecology - trees - autecology - habit - life form - plant development - growth models - increment - forecasting - synecology - measurement - experiments - statistics - simulation - models - research - stand structure - stand development
Carbon fixation through forestation activities : a study of the carbon sequestering potential of selected forest types, commissioned by the Foundation Face
Nabuurs, G.J. ; Mohren, G.M.J. - \ 1993
Wageningen etc. : IBN-DLO [etc.] (IBN research report 93/4) - 205
bosbouw - fotosynthese - opstandsstructuur - opstandsontwikkeling - bossen - vegetatie - koolstof - assimilatie - modellen - onderzoek - forestry - photosynthesis - stand structure - stand development - forests - vegetation - carbon - assimilation - models - research
Check title to add to marked list
<< previous | next >>

Show 20 50 100 records per page

 
Please log in to use this service. Login as Wageningen University & Research user or guest user in upper right hand corner of this page.