Staff Publications

Staff Publications

  • external user (warningwarning)
  • Log in as
  • language uk
  • About

    'Staff publications' is the digital repository of Wageningen University & Research

    'Staff publications' contains references to publications authored by Wageningen University staff from 1976 onward.

    Publications authored by the staff of the Research Institutes are available from 1995 onwards.

    Full text documents are added when available. The database is updated daily and currently holds about 240,000 items, of which 72,000 in open access.

    We have a manual that explains all the features 

Current refinement(s):

Records 1 - 20 / 138

  • help
  • print

    Print search results

  • export

    Export search results

  • alert
    We will mail you new results for this query: keywords==populatiedichtheid
Check title to add to marked list
Populatiebeheer van wilde hoefdieren: nog niet goed op orde
Groot Bruinderink, G.W.T.A. ; Grift, E.A. van der - \ 2015
Vakblad Natuur Bos Landschap (2015)december. - ISSN 1572-7610 - p. 26 - 29.
wilde dieren - wildbescherming - wildbeheer - hoefdieren - regionaal beleid - populatiedichtheid - populatie-ecologie - bevolkingsspreiding - habitats - wild animals - wildlife conservation - wildlife management - ungulates - regional policy - population density - population ecology - population distribution
In de afgelopen vijftig jaar groeide in grote delen van Europa, inclusief Nederland, zowel de aantallen als de verspreiding van ree, wild zwijn, damhert en edelhert. Verklaringen hiervoor zijn een betere bescherming en beheer, ontsnappingen, spontane (her)kolonisatie van leefgebieden in combinatie met (her) introducties, verbetering van connectiviteit, mildere winters en een verhoogd voedselaanbod. Tot voor kort werd de verspreiding van wild zwijn en edelhert in Nederland gehinderd door rijksbeleid: de soorten mogen alleen op de Veluwe, de Oostvaardersplassen en Nationaal park De Meinweg leven. Inmiddels zijn de provincies verantwoordelijk voor het faunabeleid en de kans is groot is dat wilde hoefdieren in de nabije toekomst verder zullen toenemen.
Samenvatting onderzoek: Inventarisatie van dichtheden van kreeften op zowel bestorte als niet recentelijk bestorte vooroevers in de Oosterschelde
Tangelder, M. ; Goudswaard, P.C. - \ 2015
Yerseke : IMARES (Rapport / IMARES (samenvatting) C120/15 samenvatting) - 3 p.
monitoring - hoogwaterbeheersing - dijken - oevers - homarus gammarus - populatiedichtheid - oosterschelde - populatie-ecologie - flood control - dykes - shores - population density - eastern scheldt - population ecology
Om de veiligheid tegen overstromingen te kunnen blijven waarborgen versterkt Rijkswaterstaat de vooroevers van de dijken door vooroever bestortingen uit te voeren met staalslakken, breuksteen en zeegrind. De bestortingen hebben gevolgen voor het plaatselijke bodemleven. In de lopende monitoring wordt onderzoek gedaan naar mogelijke gevolgen van bestorten van vooroevers op hard en zacht substraat gemeenschappen. Echter, effecten op mobiele organismen zoals kreeften zijn onbekend. Rijkswaterstaat heeft IMARES gevraagd om een onderzoek uit te voeren waarmee meer inzicht verkregen kan worden in kreeft aantallen, schaallengte en verhouding tussen vangst en discard, op zowel verdedigde vooroevers (oevers met bestorting) en niet verstoorde vooroevers (oevers waar niet recentelijk een bestorting is uitgevoerd).
Roaming livestock distribution, densities and population estimates for St. Eustatius, 2013
Debrot, A.O. ; Hazenbosch, J.C.J. ; Piontek, S. ; Kraft, C. ; Belle, J. van; Strijkstra, A. - \ 2015
Den Helder : IMARES (Report / IMARES Wageningen UR C088/15) - 27
sint eustatius - vee - wilde dieren - populatiedichtheid - herkauwers - erosie - caribische eilanden - milieuafbraak - livestock - wild animals - population density - ruminants - erosion - caribbean islands - environmental degradation
The problem of roaming livestock is a major impediment to agricultural development and nature conservation on St. Eustatius, as it also typically is on other islands in the region. In support of a government-led culling program, we here conducted a baseline study of livestock abundance and distribution on the island in the final quarter of 2013.
Genetische monitoring van de Nederlandse otterpopulatie 2013/2014 : ontwikkeling van populatieomvang en populatiegenetische status
Kuiters, A.T. ; Groot, G.A. de; Lammertsma, D.R. ; Jansman, H.A.H. ; Bovenschen, J. - \ 2015
Wageningen : Alterra, Wageningen-UR (Alterra-rapport 2624) - 39
lutra lutra - otters - fauna - populatiedichtheid - populatiegenetica - inteelt - mortaliteit - dna - monitoring - friesland - noordwest-overijssel - drenthe - population density - population genetics - inbreeding - mortality
Jaarlijks wordt in opdracht van het ministerie van Economische Zaken de Nederlandse otterpopulatie genetisch gemonitord. Daarmee wordt een vinger aan de pols gehouden wat betreft de ontwikkeling van de genetische status van de populatie. Deze vorm van monitoring, gebaseerd op DNA-profielen op basis van DNA geïsoleerd uit verse spraints (uitwerpselen), maakt het tevens mogelijk veranderingen in de ruimtelijke verspreiding en de populatieomvang van jaar tot jaar te volgen. De monitoringsronde van 2013/2014 laat zien dat de populatie verder is gegroeid naar een aantal van ca. 140 individuen. Echter, de genetische variatie binnen individuen is sterker afgenomen vergeleken met voorafgaande jaren. Onderdeel van deze monitoring is ook autopsie van dode otters, waarbij wordt gekeken naar de doodsoorzaak en de belangrijkste lichaamskenmerken. Knelpuntlocaties waar otters worden doodgereden worden in beeld gebracht. Er is een sterke toename van het jaarlijkse aantal verkeersslachtoffers. Deze lijkt gelijke tred te houden met de toename van de populatieomvang.
Staand Want monitoring IJsselmeer en Markermeer in 2014: survey- en datarapport
Sluis, M.T. van der; Keeken, O.A. van; Tien, N.S.H. ; Hal, R. van - \ 2014
IJmuiden : IMARES (Rapport / IMARES Wageningen UR C179/14) - 15
visbestand - monitoring - populatiedichtheid - ijsselmeer - fishery resources - population density - lake ijssel
In oktober/november 2014 heeft een monitoring met staand wantnetten plaatsgevonden op het IJsselmeer en Markermeer. De doelstelling van deze monitoring was om een beter beeld te krijgen van de populatie-opbouw van de visbestanden. In het staand wantmonitoringsproject is bemonsterd met staand wantnetten met een breed scala aan maaswijdtes. Zodoende kan een breed scala aan vislengtes bemonsterd worden. In dit rapport staat de uitvoering van de monitoring centraal en wordt een overzicht gegeven van de visinspanning en de vangsten.
Betrouwbaarheid van aantalsschattingen van schadeveroorzakende watervogelsoorten - Deel 2 : Watervogels
Ebbinge, B.S. ; Goedhart, P.W. ; Kiers, M.A. ; Naeff, H.S.D. - \ 2014
Alterra Wageningen UR / Fauna fonds (Alterra rapport 2427) - 138
fauna - wildbeheer - schade - ganzen - watervogels - populatiedichtheid - monitoring - zintuiglijke waarneming - vergelijkingen - wildlife management - damage - geese - waterfowl - population density - organolepsis - comparisons
Tellingen van ganzen en zwanen worden in Nederland sinds 1993 verricht door Sovon en sinds 2005 door de KNJV, met als voornaamste doel een schatting te geven van totale aantallen. Hier is onderzocht in hoeverre de Sovon-tellingen en KNJV-tellingen van watervogels tussen 2005 en 2010 verschillen. Ook worden aandachtspunten bij het tellen van 11 soorten schadeveroorzakende watervogels beschreven. Vergelijking van de telprotocollen levert belangrijke verschillen op die een verklaring zouden kunnen vormen voor uiteenlopende telresultaten. Op grond van de geanalyseerde gegevens is het niet mogelijk de werkelijk aanwezige aantallen nauwkeurig te bepalen, omdat daarvoor validatie met behulp van onafhankelijke tellingen noodzakelijk is. Tot slot worden er aanbevelingen gedaan ter verbetering van telprotocollen door Sovon en KNJV.
Population densities of eastern black rhinoceros : unravelling the controls
Ouma, B.O. - \ 2014
Wageningen University. Promotor(en): Herbert Prins, co-promotor(en): Ignas Heitkonig; Sip van Wieren. - Wageningen : Wageningen University - ISBN 9789461739599 - 158
rhinoceros - populatiedichtheid - populatie-ecologie - savannen - afgrazen - voedingsstoffenbeschikbaarheid - regen - temperatuur - kenya - population density - population ecology - savannas - browsing - nutrient availability - rain - temperature

Key words: black rhinoceros, browser, corticosterone, diet, density dependence, minerals, moisture, physiological stress, savanna, soil nutrients, woody cover.

Understanding the forces that cause variability in population sizes is a central theme in ecology. The limiting factor in populations of large mammals which are not controlled top‐down by predation is food, i.e., such populations are controlled by bottom‐up processes. However, there is little evidence of density dependence in large‐ to mega-herbivores. Yet, conservationists have managed Critically Endangered mega‐herbivores like rhinoceros as if their population growth were density dependent, i.e., following a logistic growth curve, focusing on large growth at population densities presumed to be at half‐carrying capacity (K/2). This would enable them to translocate animals at presumed half‐carrying capacity to retain local population densities and to create new populations in areas of suitable habitat, where animals are considered safe against poaching. This study focused on one such mega‐herbivore, the eastern black rhinoceros (Diceros bicornis michaeli) to re‐consider the density dependence population regulation in a mega‐herbivore and uses the findings to contribute to possible solutions towards conservation challenges facing this species. The expectations were that increases in population density would result in a decrease in reproductive performance, and that physiological stress levels in animals in populations of high density would be higher than in animals in populations of low densities. Nine populations of black rhinoceros across Kenya were studied, with variation in their respective densities, Plant Available Moisture (‘PAM’ i.e., ‘soil moisture’) and Plant Available Nutrients (‘PAN’ i.e., ‘soil fertility’). Data from available records (1993‐2010) were used to assess reproductive performance. Dietary quality and levels of corticosterone were estimated through faecal analysis from animals sampled in the field and from data on feeding trials of black rhinoceroses in zoos (dietary analysis only). Woody cover estimates were used to assess available browse for black rhinoceros. Two measures of density were used, i.e., absolute density (animals/km2) and relative density, i.e., absolute density as a ratio to the estimated maximum stocking density or ‘carrying capacity’. The effects of PAM and PAN, and subsets of PAM (rainfall and temperature) were incorporated and controlled in testing expectations. No evidence for density dependence was found. Reproductive performances tended to be better where PAM was high, PAN was low and woody cover was sparse. PAM was found to be directly correlated with quality of dietary browse. Black rhinoceros populations appeared controlled more by bottom‐up processes through key resources, even though their densities were perhaps too low to fully support this alternative view. It was apparent that the density dependence concept still requires more investigation. Deliberate efforts should be made to secure high PAM – low PAN – sparse woody cover areas for conservation of black rhinoceros. Conservation managers are advised to consider set percentage translocations, as opposed to the current translocation of black rhinoceros on the basis of an imaginary ‘carrying capacity’ and density dependence.

Voldoen de aantallen zeekoeten aan de drempel-waarde voor kwalificatie van het Friese Front als Vogelrichtlijn-gebied?
Leopold, M.F. ; Bemmelen, R.S.A. van - \ 2014
Den Burg : IMARES (Rapport / IMARES Wageningen UR C060/14) - 22
watervogels - cepphus - habitats - populatiedichtheid - vogelrichtlijn - kwantitatieve analyse - natura 2000 - noordzee - waterfowl - population density - birds directive - quantitative analysis - north sea
Ministerie van EZ heeft voornemens het Friese Front aan te wijzen als Natura 2000-gebied voor de zeekoet, op basis van de Europese Vogelrichtlijn. Voor het onderbouwen van de instandhoudingsdoelstelling, de selectie en de begrenzing van het Vogelrichtlijngebied is een gedegen onderbouwing nodig. In eerdere rapportages werd (impliciet) uitgegaan van een schatting van Wetlands International (2002) van 8 miljoen vogels (1% norm: 80 000 vogels). Later gebruikten Skov et al. (2007) echter de Noordzee-winterpopulatie van de zeekoet als de relevante referentiepopulatie, geschat op 1 562 000 vogels (1% norm: 15 620 vogels). Zowel het aantal van 20 000 als de 1% norm van 15 620 zeekoeten is meermalen gehaald in het beoogde Natura 2000- gebied het Friese Front. Rekening houdend met de gebrekkigheid van oudere gegevens kan gesteld worden dat de 1% norm regelmatig wordt gehaald.
Seal monitoring and evaluation for the Luchterduinen offshore wind farm 1. T0 - 2013 report
Kirkwood, R.J. ; Bos, O.G. ; Brasseur, S.M.J.M. - \ 2014
Den Helder : IMARES (Report / IMARES Wageningen UR C067/14) - 47
zeehonden - habitats - mariene gebieden - populatiedichtheid - monitoring - windmolens - nadelige gevolgen - noordzee - seals - marine areas - population density - windmills - adverse effects - north sea
In the Netherlands, the greatest numbers of grey and harbour seals are observed hauling out in the Wadden Sea but both species also haul out in the Delta region. Previous studies suggest there could be considerable movement of seals along the Dutch North Sea coastal zone between the two regions. Next to providing feeding opportunities for the seals, this movement may be particularly important for the maintenance of seal numbers in the Delta, and could be affected by anthropogenic developments in the coastal zone, such as wind farms. Determining when to attach devices to seals must take into account the seals’ annual cycles; in the Netherlands, grey seals give birth in winter and moult in spring, while harbour seals give birth in early summer and moult in late summer. Capturing and tracking of seals is limited by both the pupping period and the moulting period.
Toetsing aannames populatiemodel Grauwe Gans : vergelijking aannames habitatgebruik en kuikenoverleving met feitelijke situatie
Schotman, A.G.M. ; Jansman, H.A.H. ; Hammers, M. ; Baveco, J.M. ; Melman, T.C.P. - \ 2014
Wageningen : Alterra, Wageningen-UR (Alterra-rapport 2515) - 51
anser - fauna - wildbeheer - broedfactoren - populatiedichtheid - populatiedynamica - habitats - foerageren - broedplaatsen - modellen - nederland - wildlife management - hatching factors - population density - population dynamics - foraging - breeding places - models - netherlands
Met een eerder ontwikkeld individu-gebaseerd, ruimtelijk expliciet populatie-dynamisch model zijn scenarioberekeningen uitgevoerd waarin verschillende vormen van aantalsregulatie met elkaar worden vergeleken: eieren onklaar maken, afschot ruiperiode, jaar-rond afschot. De met het model voorspelde effecten van reguleringsmaatregelen zijn vooralsnog vooral kwalitatief (relatieve effect van maatregelen) van aard. Om tot eigenstandige kwantitatieve voorspellingen van de absolute aantalsontwikkeling te komen moeten de onderliggende aannames van het model verder getoetst worden. In dit onderzoek werden aannames over het gebruik van bepaalde habitats voor broeden en foerageren nader onderzocht en voorstellen gedaan tot verbetering van deze aannames. Daarnaast werden aannames voor dichtheidsafhankelijke kuikenoverleving en broeddichtheid besproken.
Herberekening Streefbeeld Aal: Een analyse van het bestaande Nederlandse streefbeeld in relatie tot de buurlanden. Een advies op verzoek van de minister van Economische Zaken
Rabbinge, R. ; Meer, J. van der; Quak, J. ; Verreth, J.A.J. ; Waal, A. van der; Nagelkerke, L.A.J. - \ 2013
www.rijksoverheid.nl - 87
european eels - populatiedichtheid - monitoring - vismigratie - referentienormen - inventarisaties - nederland - population density - fish migration - reference standards - inventories - netherlands
Vanuit de Tweede Kamer is gesteld dat het streefbeeld voor uittrek van schieraal te hoog is. In het huidige Nederlandse streefbeeld is te weinig rekening is gehouden met factoren als veranderende voedselrijkdom van de Nederlandse wateren, het uitzetten van glas- en pootaal en de aanleg van migratiebeperkende kunstwerken zoals sluizen en gemalen. In dat kader is ingesteld de commissie ‘Herberekening streefbeeld paling’ o.l.v. Prof. Dr. Rabbinge. De resultaten worden in dit rapport gegeven
Akkerrandenbeheer niet de sleutel tot succes voor de Veldleeuwerik in Oost-Groningen
Ottens, H.J. ; Kuiper, M.W. ; Scharenburg, C.W.M. ; Koks, B.J. - \ 2013
Limosa 86 (2013)3. - ISSN 0024-3620 - p. 140 - 152.
bouwland - akkerranden - vogels - fauna - foerageren - populatiedichtheid - agrarisch natuurbeheer - evaluatie - oost-groningen - arable land - field margins - birds - foraging - population density - agri-environment schemes - evaluation
De Veldleeuwerik, ooit een van de meest verbreide en talrijkste vogels van het boerenland, holt in aantallen achteruit. We staan er bij en kijken er naar, want goed broedbiologisch onderzoek naar de achteruitgang van de Veldleeuwerik in Nederland is schaars, laat staan pogingen om de achteruitgang te keren. Een uitzondering hierop is het langdurige veldleeuwerikenonderzoek in Oost- Groningen. Naast monitoring en onderzoek wordt hier ook agrarisch natuurbeheer getest. Akkerranden, stukjes extensieve ruigte die intensief boerenland omzomen, lijken de succesformule voor bijvoorbeeld de Grauwe Kiekendief te zijn, maar is deze maatregel ook het ei van Columbus voor de Veldleeuwerik?
Uit de wetenschap : hoe tel je wilde hoefdieren?
Groot Bruinderink, G.W.T.A. ; Dekker, J. ; Cornelissen, P. - \ 2013
Vakblad Natuur Bos Landschap 10 (2013)3. - ISSN 1572-7610 - p. 14 - 16.
wildbeheer - grote grazers - herbivoren - natuurgebieden - monitoring - populatiedichtheid - zuidelijk flevoland - wildlife management - large herbivores - herbivores - natural areas - population density
Tellen van wilde hoefdieren wordt steeds belangrijker, onder andere vanwege eventuele beperking van de wildstand. Maar hoe moeten herbivoren geteld worden om een goed beeld te krijgen van de aantallen? Begrippen als precisie (herhaling van tellingen), nauwkeurigheid (geschatte waarneming t.o.v. werkelijkheid) en betrouwbaarheid (systematische fouten)
Populatiemodel voor de Grauwe gans : enkele scenarioberekeningen voor aantalsregulatie
Baveco, J.M. ; Kleijn, D. ; Lange, H.J. de; Lammertsma, D.R. ; Voslamber, B. ; Melman, T.C.P. - \ 2013
Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 2445) - 100
ganzen - anser - branta - wildbeheer - natuurbeheer - populatiedichtheid - geese - wildlife management - nature management - population density
Met een eerder ontwikkeld individu-gebaseerd, ruimtelijk expliciet populatie-dynamisch model (Kleijn et al., 2011) zijn enkele scenarioberekeningen uitgevoerd waarin verschillende vormen van aantalsregulatie met elkaar worden vergeleken: eieren onklaar maken, afschot ruiperiode, jaar-rond afschot). Enkele parameters van het model zijn geactualiseerd aan de hand van terugmeldingsgegevens uit geese.org (vooral overlevingskans en geboortedispersie). Een gevoeligheidsanalyse is uitgevoerd om te bepalen welke factoren de omvang van de populatie het sterkst beïnvloeden. In de vorm van verschillende scenario’s is berekend wat de te onttrekken aantallen zijn om de komen van de huidige omvang van de populatie naar de gewenste omvang, waarbij verschillende realisatietermijnen zijn vergeleken. Er is ook berekend wat er nodig is om een eenmaal bereikte gewenste omvang (gesteld op 100.000 exemplaren) te behouden. Aan de hand van bestaande, voor dit doel bijeengebrachte populatie-dynamische gegevens, zijn modelparameters opgesteld voor de Brandgans, zodat ook voor deze soort aan een populatie-dynamisch model kan worden gewerkt
Zwarte Zee-eenden in de Noordzeekustzone benoorden de Wadden: verspreiding en aantallen in relatie tot voedsel en verstoring
Leopold, M.F. ; Bemmelen, R.S.A. van; Perdon, K.J. ; Poot, M. ; Heunks, C. ; Beuker, D. ; Jonkvorst, R.J. ; Jong, J. de - \ 2013
Den Burg : IMARES (Rapport / IMARES Wageningen UR C023/13) - 47
fauna - eenden - noordzee - populatiedichtheid - waddenzee - voordelta - ducks - north sea - population density - wadden sea
De Zwarte Zee-eend is een belangrijk fauna-element van de Nederlandse kustwateren, met name van de ondiepe (
Beleid kerngebieden weidevolgels vergt keuzen
Melman, T.C.P. ; Sierdsema, H. ; Teunissen, W.A. ; Wymenga, E. ; Bruinzeel, L. ; Schotman, A.G.M. - \ 2012
Landschap : tijdschrift voor landschapsecologie en milieukunde 29 (2012)4. - ISSN 0169-6300 - p. 160 - 172.
weidevogels - biodiversiteit - populatiedichtheid - natuurbeleid - agrarisch natuurbeheer - provincies - grassland birds - biodiversity - population density - nature conservation policy - agri-environment schemes - provinces
De ongunstige ontwikkeling van de weidevogelstand in Nederland is al tientallen jaren een punt van aandacht voor rijk en provincies. Maar alle inspanningen tot dusver hebben niet voor een omkeer kunnen zorgen; op z’n best is de achteruitgang afgeremd. De laatste jaren wordt steeds vaker gesproken over gebieden waar de beschikbare middelen geconcentreerder worden ingezet en waar de weidevogelstand weer kan floreren. Weidevogelkerngebieden. Wat mag er van verwacht worden en wat zijn de implicaties als deze richting wordt ingeslagen?
Op naar kerngebieden voor weidevogels in Nederland : werkdocument met randvoorwaarden en handreiking
Teunissen, W. ; Schotman, A.G.M. ; Bruinzeel, L. ; Holt, H. ten; Oosterveld, E. ; Wymenga, E. ; Melman, D. - \ 2012
Wageningen [etc.] : Alterra, Wageningen-UR (SOVON-rapport 2012/21) - 144
weidevogels - populatiedichtheid - natuurbescherming - limosa limosa - voorspellingen - kwantitatieve analyse - modellen - grassland birds - population density - nature conservation - forecasts - quantitative analysis - models
Een methode is uitgewerkt om kerngebieden te identificeren voor weidevogels. Als gidssoort is de grutto gebruikt, implicaties voor de andere weidevogelsoorten zijn aangeduid. Als zoekgebied voor kerngebieden zijn aangeduid gebieden die voldoen aan minumumdichtheden (15 dan wel 30 bp/100 ha). Aan de hand van trendgegevens is geanalyseerd welke factoren bepalend zijn voor de aantalsontwikkeling. De resultaten hiervan zijn als randvoorwaarden gehanteerd voor de nadere invulling van de kerngebieden. Met een metapopulatiemodel is verkend aan welke ruimtelijke voorwaarden kerngebieden moeten voldoen: o.a. omvang en onderlinge afstanden, in relatie tot de ruimtelijke kwaliteit. Scenarioberekeningen zijn uitgevoerd naar verschillende ruimtelijke invullingen. Er is een handreiking opgesteld als voorbeeld hoe kerngebieden in de praktijk geidentificeerd en uitgewerkt zouden kunnen worden.
Doorrekenen ganzenscenario G-7 en IPO
Guldemond, J.A. ; Rijk, P.J. ; Hollander, H.J. - \ 2012
Den Haag : CLM Onderzoek en Advies & LEI, onderdeel van WUR (CLM / LEI-rapport 790 – 2012 / 12-082)
ganzen - overwintering - populatiedichtheid - foerageren - schade - agrarisch natuurbeheer - financieren - geese - population density - foraging - damage - agri-environment schemes - financing
Nederland is internationaal gezien een belangrijk overwinteringsgebied voor ganzen en smienten. Naar schatting overwintert twee derde tot driekwart van de totale Europese populatie in ons land. Naast deze in de winter verblijvende ganzen is de populatie zomerganzen de afgelopen jaren zeer sterk toegenomen. Daarmee zijn tevens de kosten voor het huidige ganzenbeleid (foerageergebieden en het vergoeden van schade aan gewassen) toegenomen. Momenteel is er een voorstel van de Ganzen-7 (G-7), bestaande uit de twaalf Landschappen, de Federatie Particulier Grondbezit, de Land- en Tuinbouworganisatie Nederland, Natuurmonumenten, stichting Agrarisch en Particulier Natuur- en Landschapsbeheer Nederland, Staatsbosbeheer, Vogelbescherming Nederland voor een alternatief winter- en zomerganzenbeleid.
Geen hoofdrol nutriënten in de afname van witvis in de Nederlandse binnenwateren
Besseling, E. ; Hein, L.G. - \ 2011
H2O : tijdschrift voor watervoorziening en afvalwaterbehandeling 44 (2011)17. - ISSN 0166-8439 - p. 37 - 39.
visstand - biomassa - populatiedichtheid - binnenwateren - randmeren - eutrofiëring - predatoren - fish stocks - biomass - population density - inland waters - eutrophication - predators
Dit artikel geeft een overzicht van de verandering van witvisbestanden in een aantal Nederlandse binnenwateren en bespreekt de mogelijke oorzaken van deze veranderingen. Deze analyse geeft aan dat de vispopulaties van vier grote Nederlandse binnenwateren onder druk staan van met name de visserij. De invloed van andere factoren, voornamelijk actief biologisch beheer en een toename van het aantal aalscholvers, lijkt kleiner en verschilt per meer. Vermindering van de nutriëntenconcentraties in het water vormt niet de hoofdoorzaak van de afname van witvis.
Huiskatten in natuurgebieden : kan TNR hybridisatie met de Wilde kat voorkomen?
Lammertsma, D.R. ; Janssen, R. ; Hout, J. van der; Jansman, H.A.H. - \ 2011
Wageningen : Alterra (Alterra-rapport 2263) - 52
verwilderde katten - fauna - populatiedichtheid - natuurgebieden - hybridisatie - telemetrie - vangmethoden - limburg - dierenwelzijn - diergezondheid - feral cats - population density - natural areas - hybridization - telemetry - trapping - animal welfare - animal health
De Wilde kat keert weer terug in Nederland. Een bedreiging daarbij is hybridisatie met verwilderde huiskatten. De provincie Limburg heeft Alterra verzocht om te onderzoeken in hoeverre het TNR-programma van de Dierenbescherming (TNR: trap-neuter-return, vangen-steriliseren-terugplaatsen) een alternatief kan zijn voor afschot van verwilderde huiskatten. Dit is onderzocht door enkele katten te vangen en van een zender te voorzien. Daarnaast zijn observaties met cameravallen verricht. Uit de resultaten blijkt dat er veel katten in de natuur struinen. Het TNR-programma was op enkele locaties in staat veel katten te vangen. Echter als gevolg van beperkte medewerking van particulieren was een groot deel van de katten in de natuur onbehandeld en vormde dus een bedreiging voor hybridisatie. Aanbevolen wordt om een beleidsvisie 'katten & natuur' te ontwikkelen om met betrokkenen efficiënter de problematiek te kunnen aanpakken.
Check title to add to marked list
<< previous | next >>

Show 20 50 100 records per page

 
Please log in to use this service. Login as Wageningen University & Research user or guest user in upper right hand corner of this page.