Staff Publications

Staff Publications

  • external user (warningwarning)
  • Log in as
  • language uk
  • About

    'Staff publications' is the digital repository of Wageningen University & Research

    'Staff publications' contains references to publications authored by Wageningen University staff from 1976 onward.

    Publications authored by the staff of the Research Institutes are available from 1995 onwards.

    Full text documents are added when available. The database is updated daily and currently holds about 240,000 items, of which 72,000 in open access.

    We have a manual that explains all the features 

Current refinement(s):

Records 1 - 20 / 118

  • help
  • print

    Print search results

  • export

    Export search results

  • alert
    We will mail you new results for this query: keywords==risicofactoren
Check title to add to marked list
Eco-epidemiology of Bovine Tuberculosis (bTB) in an African savanna : The conflict between traditional pastoralist adaptations and disease transmission in the modern era
Dejene, Sintayehu Workeneh - \ 2017
University. Promotor(en): Herbert Prins, co-promotor(en): Fred de Boer; Ignas Heitkonig. - Wageningen : Wageningen University - ISBN 9789463436588 - 119
cattle diseases - tuberculosis - disease transmission - pastoralism - animal ecology - risk factors - ethiopia - rundveeziekten - tuberculose - ziekteoverdracht - pastoralisme - dierecologie - risicofactoren - ethiopië

Bovine tuberculosis (bTB) is a zoonotic disease, and remains a cause of concern for livestock, wildlife and human health, especially in Ethiopia. It is a contagious disease, so close contact between animals or sharing of feed between infected and non-infected animals are major risk factors for transmission. Thus, improving the understanding of the factors that promote contact between hosts (i.e., livestock animals but also wild ruminants) is critical for limiting bTB transmission in pastoral, multi-host communities. I found that the older the age of the cattle and the lower the body condition, the higher the chance of a positive bTB test result at the individual animal level. Moreover, at herd level, herd size, contact with wildlife, and the interaction of herd size and contact with wildlife were identified as significant risk factors for bTB prevalence in cattle in Ethiopia. Further to what is already known from the past studies, I found that the probability of contact with wildlife was positively influenced by herd size, through herd movement. As larger herds moved more and grazed in larger areas, the probability of grazing in an area with wildlife and contact with either infected cattle or infected wildlife hosts increased; this also increased the chances for bTB infection. I detected a possible ‘dilution effect’ in bTB, where a higher evenness of mammal species reduced the probability of bTB occurrence. This dilution effect might be caused by encounter reduction. Because the encounter rate is proportional to the distribution of the host species; evenness would then capture the probability of encounter between pathogens and each host species. Thus, species evenness can be an appropriate measure of biodiversity to explain disease risk. I also showed that bTB prevalence was positively associated with the invasion of the plant Prosopis (Prosopis juliflora), maybe due to the loss in host species evenness and the increase in cattle movement as a consequence of the loss of palatable grasses in Prosopis-infested areas. Moreover, social contacts between herd owners are also important, as I found that herds with a greater number of edges in a (social) network had more connections in the livestock transfer network, increasing the probability of becoming infected with bTB. Thus, cultural components like large herd size and social contacts are at odds with the global One Health rationale to reduce bTB.

Handelingsperspectief voor pluimveehouders in de preventie van laag- en hoogpathogene vogelgriep (AI)
Bokma, Martien ; Bergevoet, Ron ; Elbers, Armin ; Goot, Jeanet van der; Neijenhuis, Francesca ; Niekerk, Thea van; Leenstra, Ferry - \ 2016
Wageningen : Wageningen Livestock Research (Wageningen Livestock Research rapport 998) - 42
aviaire influenza - hennen - pluimveehouderij - boeren - dierziektepreventie - risicofactoren - avian influenza - hens - poultry farming - farmers - animal disease prevention - risk factors
Committed by the Dutch poultry sector research is carried out concerning acting perspective for prevention of AI-introduction on poultry farms, based on existing knowledge. The findings are shown in two parts: part I with practical advices for poultry farmers, and part II with its underpinning with a summary of existing knowledge of risk factors, preventive measures, early detection and possibilities for promoting desired (preventive) behaviour.
Of fats and foods
Kromhout, D. - \ 2015
Wageningen : Wageningen UR, Wageningen - ISBN 9789462571983 - 24
nutrition and health - heart diseases - cardiovascular diseases - fatty acids - cholesterol - disease prevention - food consumption - risk factors - public health - human nutrition research - voeding en gezondheid - hartziekten - hart- en vaatziekten - vetzuren - ziektepreventie - voedselconsumptie - risicofactoren - volksgezondheid - voedingsonderzoek bij de mens
Farewell address upon retiring as Professor of Public Health Research at Wageningen University on 16 April 2015
Risicofactoren voor introductie van laag-pathogeen aviare influenza virus op legpluimveebedrijven met vrije uitloop in Nederland
Goot, J.A. van der; Elbers, A.R.W. ; Bouwstra, R.J. ; Fabri, T. ; Wijhe-Kiezebrink, M.C. van; Niekerk, T.G.C.M. van - \ 2015
Lelystad : Central Veterinary Institute, onderdeel van Wageningen UR (CVI rapport / Centraal Veterinair Instituut 15/CVI0078) - 15
pluimvee - gevalsanalyse - pluimveeziekten - pluimveehouderij - dierenwelzijn - uitloop - huisvesting van kippen - aviaire influenzavirussen - eenden - watervogels - risicofactoren - nederland - poultry - case studies - poultry diseases - poultry farming - animal welfare - outdoor run - chicken housing - avian influenza viruses - ducks - waterfowl - risk factors - netherlands
Door middel van een case-control studie is onderzoek gedaan naar veronderstelde risicofactoren voor introductie van laag-pathogene aviaire influenza (LPAI) virus op pluimveelegbedrijven met vrije uitloop. Onder een LPAI virus werd in dit onderzoek verstaan: een aviair influenza virus van elk subtype (H1 tm H16), met uitzondering van de hoog pathogene aviaire influenza (HPAI) virussen. Veertig bedrijven met een LPAI virus introductie in het verleden (cases) zijn vergeleken met 81 bedrijven waar geen introductie heeft plaats gevonden (controls) om te onderzoeken of potentiële risicofactoren voor een besmetting met een LPAI virus geïdentificeerd kunnen worden. Vragen over aanwezigheid van potentiële risicofactoren zijn door middel van enquêtes voorgelegd aan de pluimveehouders.
Ziektebeheersing substraatloze teeltsystemen : naar een robuust systeem tegen ziekten en plagen
Stijger, C.C.M.M. ; Janse, J. ; Vermeulen, T. ; Weel, P.A. van - \ 2014
Bleiswijk : Wageningen UR Glastuinbouw (Rapport GTB 1335) - 45
bladgroenten - slasoorten - teeltsystemen - hydrocultuur - vloeibare kunstmeststoffen - ziektebestrijding - nutrientenbeheer - risicofactoren - monitoring - reductie - plagenbestrijding - leafy vegetables - lettuces - cropping systems - hydroponics - liquid fertilizers - disease control - nutrient management - risk factors - reduction - pest control
De belangrijkste kennislacune rond substraatloze teeltsystemen is het beheersen van de kwaliteit van het voedingswater. Hoge kwaliteit vergt, naast een goede balans van nutriënten, vooral het voorkomen van ziekte- en plaagontwikkeling. Het voorkomen of beheersen van de verspreiding speelt daarbij een grote rol. De bedrijfszekerheid van nieuwe teeltsystemen staat of valt bij de beheersbaarheid van ziekten en plagen. De ziekte- en plaagbeheersing in substraatloze systemen volgen andere principes dan de reguliere (steenwol of grondgebonden) teelt. De gebruikte watervolumes zijn enorm, fysieke barrières ontbreken maar ook een buffer/balans ontbreekt waarmee een direct effect is te benoemen op het risico op ziekte( en plaagverspreiding. De ziekte- en plaagrisico’s bepalen het gebruik van (chemische) gewasbeschermingsmiddelen, spui, maar bovenal het succes van een substraatloze teelt. Het verlagen van het risico op ziekten en plagen en het voorkomen, monitoren en vertragen van een snelle verspreiding daarvan is onderwerp van dit project. Het onderzoek waarin in dit verslag wordt gerapporteerd heeft zich gericht op de kennisvragen rond ziektebeheersing en de ontwikkeling van indicatoren en teeltstrategieën ter voorkoming van ziekten in een robuust substraatloos (water) systeem. Behalve dat een chemische aanpak vanwege het gebruik van grote volumes water in deze nieuwe teeltsystemen vaak geen economisch haalbare oplossing is, is een chemische aanpak voor ziekte- en plaagproblematiek bovendien geen toekomstgerichte oplossing. Daarom heeft het onderzoek zich gericht, naast het voorkomen van aantastingen, vooral op mogelijke natuurlijke en fysische bestrijdingsmaatregelen. In het onderzoek dat heeft gelopen van juni 2013 tot en met mei 2014 zijn in totaal vier achtereenvolgende slateelten uitgevoerd.
Integrale diergezondheid : beheersing van leverbot
Neijenhuis, F. ; Verkaik, J.C. ; Verwer, C.M. ; Smolders, E.A.A. ; Wagenaar, J.P. - \ 2014
Lelystad : Wageningen UR Livestock Research (Report / Wageningen UR Livestock Research 807) - 32
rundveeziekten - fascioliasis - diergezondheid - melkvee - melkveehouderij - herkauwers - risicofactoren - dierziektepreventie - biologische landbouw - ziektebestrijding - risicoanalyse - dierenwelzijn - cattle diseases - animal health - dairy cattle - dairy farming - ruminants - risk factors - animal disease prevention - organic farming - disease control - risk analysis - animal welfare
Leverbotinfecties zijn in toenemende mate een knelpunt in de diergezondheid van melkvee en andere herkauwers. Bestrijding en/of behandeling van leverbot kent de volgende beperkingen: de besmettingscyclus is complex, beschikbare geneesmiddelen zijn in Nederland nagenoeg niet inzetbaar bij dieren die melk produceren voor menselijke consumptie en indien inzetbaar bij andere diercategorieën, is er in toenemende mate sprake van resistentie tegen geneesmiddelen. Bovendien neemt de oppervlakte leverbotgevoelig grasland toe. Het gevolg is meer geïnfecteerde dieren die afhankelijk van de mate van besmetting, negatieve effecten ondervinden op hun gezondheid, met mogelijk productiederving als gevolg. Dit rapport beschrijft het project ‘Integrale diergezondheid: beheersing van leverbot’. Dit project heeft een concept instrument ontwikkeld om de leverbotstatus op het bedrijf te beoordelen, de risicofactoren in kaart te brengen en mogelijke preventieve maatregelen aan te geven.
Phytosterols and blood lipid risk factors for cardiovascular disease
Ras, R.T. - \ 2014
University. Promotor(en): Frans Kok, co-promotor(en): Marianne Geleijnse; P.L. Zock. - Wageningen : Wageningen University - ISBN 9789462571006 - 234
hart- en vaatziekten - hart- en vaatstoornissen - phytosterolen - sterolen - bloedvetten - risicofactoren - cholesterol - cardiovascular diseases - cardiovascular disorders - phytosterols - sterols - blood lipids - risk factors

Cardiovascular disease (CVD) is the leading cause of morbidity and mortality worldwide. Lifestyle improvements including dietary changes are important for CVD prevention. This thesis aimed to advance insights in the role of phytosterols, lipid-like compounds present in foods or plant origin, in the management of blood lipid risk factors for CVD. Phytosterols include plant sterols and their saturated form, plant stanols. These compounds resemble cholesterol in both structure and function, but cannot be produced by the human body. The intake of phytosterols occurs through plant-based foods and/or enriched foods like margarine.

Elevated blood low-density lipoprotein cholesterol (LDL-C) is a major risk factor for CVD, especially for coronary heart disease (CHD) resulting from atherosclerosis. We studied the dose-response relationship between dietary phytosterols and blood LDL-C in two meta-analyses (Chapters 2 and 3). A meta-analysis of 81 randomized controlled trials (Chapter 2) demonstrated a non-linear, continuous dose-response relationship for the LDL-C-lowering effect of phytosterols. Based on this dose-response curve, it may be predicted that phytosterols at a dose of 2 g/d lower LDL-C by 0.35 mmol/L or 9%. The dose-response curve reached a plateau at phytosterol doses of ~3 g/d, above which there is limited additional LDL-C-lowering effect. In another meta-analysis of 124 randomized controlled trials (Chapter 3), we showed that plant sterols and plant stanols up to ~3 g/d are equally effective in lowering LDL-C by a maximum of 12%. No conclusions could be drawn for phytosterol doses exceeding 4 g/d because of the limited number of studies.

Elevated blood triglycerides (TGs) may also be involved in the onset of CVD, although its role is less established than for LDL-C. The effect of plant sterols on blood TG concentrations was assessed in a meta-analysis of individual subject data from 12 randomized controlled trials (Chapter 4). We showed that plant sterols, at a dose of ~2 g/d, modestly reduce TG concentrations by on average 0.12 mmol/L or 6%. The TG-lowering effect of plant sterols was larger in subjects with higher initial TG concentrations. Our double-blind, placebo-controlled, randomized trial with 332 subjects (Chapter 5) showed more pronounced TG-lowering effects of 9-16% when plant sterols (2.5 g/d) were combined with low doses of omega-3 fish fatty acids (0.9 to 1.8 g/d).

Dietary phytosterols are, after initial absorption by intestinal cells, actively excreted back into the intestinal lumen. Nevertheless, small amounts reach the circulation. We assessed the effect of plant sterol intake on blood plant sterol concentrations in a meta-analysis of 41 randomized controlled trials (Chapter 6). The intake of plant sterols, at a dose of ~1.6 g/d, increased blood sitosterol concentrations by on average 2 μmol/L (31%) and campesterol concentrations by 5 μmol/L (37%). At the same time, total cholesterol and LDL-C concentrations were reduced by on average 0.36 mmol/L (6%) and 0.33 mmol/L (9%), respectively. After supplemental intake, plant sterol concentrations remained below 1% of total sterols circulating in the blood.

Whether phytosterols, due to their LDL-C-lowering properties, affect the risk of CVD events is at present unknown. The relation between phytosterol intake from natural sources (e.g. vegetables, cereals, nuts) and CVD risk in the population was examined in a large prospective cohort of 35,597 Dutch men and women with 12 years of follow-up (Chapter 7). The intake of phytosterols from natural sources (~300 mg/d) was not related to risk of CVD (total of 3,047 events) with a relative risk ranging from 0.90 to 0.99 across quintiles of phytosterol intake. Also, no association with incident CHD and myocardial infarction were found. In a cross-sectional analysis using baseline data of this cohort, phytosterol intake was associated with lower blood LDL-C in men (-0.18 mmol/L per 50 mg/d; 95% CI: -0.29; -0.08) but not in women (-0.03 mmol/L; 95% CI: -0.08; 0.03).

Most randomized trials with enriched foods have tested phytosterol doses between 1.5 and 2.4 g/d. In practice, however, users of such foods consume much lower amounts (~1 g/d), which is about 3 times higher than obtained from a regular Western diet. Individuals who consume diets with emphasis on plant-based foods (e.g. vegetarians) may reach phytosterol intakes between 0.5 and 1 g/d. Health authorities recommend various types of diets for CVD prevention, almost all rich in plant-based foods and, consequently, relatively rich in phytosterols.

In conclusion, a high intake of phytosterols with enriched foods was shown to lower LDL-C in a dose-dependent manner. Furthermore, a high intake of plant sterols with enriched foods modestly lowered TG concentrations and increased plasma plant sterol concentrations. A low intake of naturally occurring phytosterols in the general population did not show a clear association with CVD risk. Based on these findings, the intake of phytosterols may be considered in the management of hypercholesterolemia. Whether a high intake of phytosterols can play a role in CVD prevention in the population at large remains to be established.

‘Denk na over een slechtweerscenario’ : Rente en schandalen vormen risico’s
Sleurink, D. ; Poppe, K.J. - \ 2014
Boerderij 99 (2014)34. - ISSN 0006-5617 - p. R5 - R7.
melkveehouderij - sojaproducten - risicofactoren - landbouwprijzen - krachtvoeding - agrarische handel - dairy farming - soyabean products - risk factors - agricultural prices - force feeding - agricultural trade
Bij alle euforie over groei in de melkveehouderij is het belangrijk risicofactoren in de gaten te houden. Deze kunnen melkveehouders plots in zwaar weer brengen.
Effect of reducing the area under transport ban on transmission risk and piglet surplus during a CSF epidemic in the Netherlands
Hagenaars, T.H.J. ; Bergevoet, R.H.M. ; Bontje, D.M. ; Nodelijk, G. ; Backer, J.A. ; Asseldonk, M.A.P.M. van; Roermund, H.J.W. van - \ 2014
Lelystad/Wageningen : CVI/LEI (Report number CVI: 14/CVI0076 )
biggen - varkenspest - veevervoer - ziekteoverdracht - risicofactoren - dierenwelzijn - diergezondheid - varkenshouderij - veehouderij - piglets - swine fever - transport of animals - disease transmission - risk factors - animal welfare - animal health - pig farming - livestock farming
In this report, we investigate the expected effects of reducing the area in which live piglet transports are banned on transmission risk and on the piglet surplus (in the area of the transport ban) during a CSF epidemic in the Netherlands.
Laag pathogene aviaire influenza virus infecties op pluimveebedrijven in Nederland
Goot, J.A. van der; Verhagen, J. ; Gonzales, J. ; Backer, J.A. ; Bongers, J.H. ; Boender, G.J. ; Fouchier, R.A.M. ; Koch, G. - \ 2013
Tijdschrift voor Diergeneeskunde 138 (2013)6. - ISSN 0040-7453 - p. 24 - 27, 29.
pluimveehouderij - pluimveeziekten - aviaire influenza - hennen - kippen - ziekte-incidentie - huisvesting, dieren - agrarische productiesystemen - uitloop - risicofactoren - poultry farming - poultry diseases - avian influenza - hens - fowls - disease incidence - animal housing - agricultural production systems - outdoor run - risk factors
Dit artikel is een samenvatting van het rapport "Laag pathogene aviaire influenza virus iInfecties op pluimveebedrijven in Nederland" (CVI 2012). Dit rapport is geschreven naar aanleiding van vragen van het toenmalige Ministerie van Economische zaken, Landbouw en Innovatie. De vragen die werden gesteld zijn: - hebben pluimveebedrijven met vrije uitloop een grotere kans op introductie van LPAI virus infecties?; - is de kans op introductie gerelateerd aan wilde vogels?; - is er een periode in het jaar waarin het risico op infectie groter is? - kunnen er factoren geidentificeerd worden die de kans op introductie verminderen?
Onderzoek naar details van bodemgebonden verspreiding van TVX bij tulp
Kock, M.J.D. de; Lemmers, M.E.C. ; Pham, K.T.K. ; Lommen, S.T.E. - \ 2013
Lisse : Praktijkonderzoek Plant & Omgeving, Business Unit Bloembollen, Boomkwekerij en Fruit - 23
bloembollen - tulpen - aceria tulipae - tulpenvirus x - risicofactoren - ziektedistributie - bodemonderzoek - ornamental bulbs - tulips - tulip virus x - risk factors - disease distribution - soil testing
De afgelopen jaren heeft onderzoek aan Tulpenvirus X (TVX) uitgewezen dat dit virus tijdens de bewaring van tulpenbollen door tulpengalmijt wordt verspreid. Tevens is bekend dat er tijdens het koppen en ontbollen een risico op verspreiding van dit virus is. Daarentegen is het risico op mechanische verspreiding tijdens mechanisch pellen, spoelen en waterbroei gering. Tijdens dit onderzoek zijn diverse aanwijzingen verkregen voor verspreiding van TVX via de grond. Praktijkmaatregelen zijn pas te formuleren wanneer deze verspreidingsroute experimenteel bevestigd is en de bijbehorende vector of verspreidingsroute bekend is. Via diverse onderzoeksstrategieën is onderzocht wat de risico’s op bodemgebonden infectie met TVX bij tulp is. Hierbij is o.a. gebruik gemaakt van grond uit een vollegrondskas waar in 2011 bodemgebonden verspreiding van TVX is waargenomen. Teeltproeven met tulp, maar ook met diverse vanggewassen zijn uitgevoerd en de aanwezigheid van bodemschimmels die als virusvector kunnen optreden is bepaald. In een pottenproef met aanwezigheid van TVX-besmette tulpen vond er bij virusvrije tulp zeer beperkt virusverspreiding via de bodem plaats. Daarentegen vond er in een vergelijkbare pottenproef met TVX-besmette grond bij de vangplant Chenopodium amaranticolor veel efficiënter infectie met TVX vanuit de bodem plaats. Tijdens de teelt in de vollegrondskas met grond met TVX-geschiedenis vond er bij tulp geen virusinfectie vanuit de bodem plaats. Daarentegen werd op deze grond wel infectie bij Chenopodium vangplanten, brandnetel en vogelmuur waargenomen. Er was dus weldegelijk een virusreservoir in de bodem aanwezig. Er is zeer waarschijnlijk geen bodemorganisme betrokken bij infectie met TVX vanuit de bodem. Bij infectie vanuit de bodem is bij Chenopodium en onkruiden TVX het eenvoudigst aan te tonen in een wortelmonster. TVX verspreidt niet snel systemisch door de plant waardoor bladbemonstering ongeschikt is voor het aantonen van recente besmettingen vanuit de grond. Op basis van deze resultaten wordt voor onderzoek naar virusreservoirs bij onkruiden geadviseerd zich met name te concentreren op het ondergrondse deel van de plant. De resultaten beschreven in dit rapport laten zien dat bodemgebonden infectie met TVX complexer is dan vooraf gedacht. Specifieke bodemomstandigheden kunnen een cruciale rol spelen bij het wel of niet optreden van infectie vanuit de bodem bij tulp. Deze bodemomstandigheden zijn bij tulp blijkbaar kritischer dan bij vangplanten. Een lijst met maatregelen is samengesteld waarmee TVX-verspreiding via de bodem ze veel als mogelijk beperkt kan worden.
Phytophthora-problematiek : inventarisatie van nieuwe Phytophthorasoorten in de teelt van boomkwekerijgewassen, in planten, grond en water
Kuik, A.J. van - \ 2013
Lisse : Praktijkonderzoek Plant & Omgeving, Business Unit Bloembollen, Boomkwekerij & Fruit - 37
boomkwekerijen - houtachtige planten als sierplanten - phytophthora - plantenziekteverwekkende schimmels - verspreiding - klimaatverandering - risicofactoren - inventarisaties - monitoring - forest nurseries - ornamental woody plants - plant pathogenic fungi - dispersal - climatic change - risk factors - inventories
Wortelrot en stambasisrot zijn een toenemend probleem in diverse teelten. Het inzetten van (dure) gewasbeschermingsmiddelen kan wel uitbreiding van Phytophthora tegengaan, maar kan eenmaal zieke planten niet genezen. Een bijkomend probleem is dat er steeds vaker, tot nu toe, onbekende Phytophthora-soorten worden gevonden. Ook internationaal worden problemen met Phytophthora gemeld. De afgelopen jaren kenmerken de zomers zich door periodes met hevige regenval. Deze omstandigheden zijn zeer gunstig voor uitbreiding van de waterminnende pseudoschimmel Phytophthora. Voorspeld wordt dat in de komende jaren Nederland natter wordt. De voorspellingen wijzen dus uit dat we rekening moeten houden met een groter risico op verspreiding van en problemen met Phytophthora, zowel in de volle grond als in de containerteelt. Het doel van dit project is het inventariseren van welke nieuwe Phytophthora-soorten er voorkomen en een inschatting te maken van de risico’s voor de boomkwekerij.
Het wordt stil in de bijenkast : de wetenschap over bijensterfte (interview met A. van 't Hoog, T. Blacquiere, C. van Dooremalen)
Hoog, A. van 't; Blacquiere, T. ; Dooremalen, C. van; Cornelissen, B. - \ 2013
WageningenWorld 2013 (2013)2. - ISSN 2210-7908 - p. 10 - 15.
apidae - honingbijen - bombus - bijenziekten - doodsoorzaken - vuilbroed - varroa - nosema - bacterieziekten - drachtplanten - insecticiden - pesticiden - risicofactoren - wetenschappelijk onderzoek - bijensterfte - dierenwelzijn - diergezondheid - wilde dieren - dierlijke productie - honey bees - bee diseases - causes of death - foul brood - bacterial diseases - pollen plants - insecticides - pesticides - risk factors - scientific research - bee mortality - animal welfare - animal health - wild animals - animal production
Er is iets goed mis met de honingbij: ’s winters legt een derde van de volken het loodje. Geleidelijk aan krijgt de wetenschap meer inzicht in mogelijke oorzaken van deze bijensterfte, maar één boosdoener is (nog) niet aan te wijzen.
Meeldauwbeheersing in roos
Vries, R.S.M. de; Hofland-Zijlstra, J.D. - \ 2013
sierteelt - rozen - peronospora farinosa - bestrijdingsmethoden - oxidatiemiddelen - efficiëntie - teelt onder bescherming - risicofactoren - proeven - ornamental horticulture - roses - control methods - oxidants - efficiency - protected cultivation - risk factors - trials
Posterpresentatie over de bestrijding van echte meeldauw in roos, het doel is de effectiviteit te bepalen van het oxidatief product tegen meeldauw, de veiligheid voor de gewastoepassing en kasmaterialen (corrosie) en een gebruikersprotocol ontwikkelen voor de toepassing van het middel via een hogedruknevelleiding.
Pesticides, pollination and native bees : Experiences from Brazil, Kenya and the Netherlands (policy brief)
Koomen, I. - \ 2013
Centre for Development Innovation, Wageningen UR
bestuivers (dieren) - gewassen - zaadproductie - honingbijen - bombus - insecticiden - klimaatverandering - destructie - habitatdegradatie - risicofactoren - bewustzijn (awareness) - kenya - nederland - brazilië - projecten - pollinators - crops - seed production - honey bees - insecticides - climatic change - destruction - habitat degradation - risk factors - awareness - netherlands - brazil - projects
Pollinators contribute greatly to food security. Effective pollination results in increased crop production, commodity quality and greater seed production. Many fruits, vegetables, edible oil crops, stimulant crops and nuts are highly dependent on bee pollination. Even where honey bees or bumble bees are used to pollinate high value crops, concurrence of native bees, both social and solitary species, increases yield and quality of those crops. A serious threat to this essential pollination service is the increasing evidence of a global decline in insect pollinators, both native and managed. Various causes for this decline have been identified, including loss, destruction and degradation of habitats; reduced genetic diversity of nectar plants; pests and pathogens; competition by introduced pollinators; climate change; and pesticide use – all individually or in concert, potentially causing direct and indirect adverse effects on pollinator populations.
Lifestyle factors and risk of cardiovascular diseases
Hoevenaar-Blom, M.P. - \ 2013
University. Promotor(en): Daan Kromhout, co-promotor(en): W.M.M. Verschuren; A.M.W. Spijkerman. - S.l. : s.n. - ISBN 9789461735072 - 119
hart- en vaatziekten - levensstijl - risicofactoren - dieet - lichamelijke activiteit - slaap - cardiovascular diseases - lifestyle - risk factors - diet - physical activity - sleep

Background

Evidence is accumulating that lifestyle factors influence the incidence of fatal and non-fatal cardiovascular diseases (CVD). A healthy diet, being physically active, moderate alcohol consumption and not smoking are associated with a lower CVD risk. In addition to these lifestyle factors, recent research suggests that poor sleep may also be a risk factor of CVD. In this thesis, we focussed on a Mediterranean style diet, specific leisure time physical activities, and sleep duration and quality as risk factors for CVD.

Methods

Our analyses are based on the prospective Doetinchem Cohort Study (N ~ 3 400), the Monitoring Project on Risk Factors for Chronic Diseases (MORGEN) Study (N ~ 20 400) and the Dutch contribution to the European Prospective Investigation into Cancer and Nutrition (EPIC-NL) (N ~ 34 700). These studies included men and women aged 20-65 years when examined between 1993 and 1997. Diet was assessed with the validated EPIC food frequency questionnaire and operationalized with the Mediterranean Diet Score (MDS, range: 0-9). Physical activity was estimated with the validated EPIC physical activity questionnaire, with an emphasis on different leisure time activities. In addition, information was collected on duration and quality of sleep by two questions. Cardiovascular morbidity and mortality were ascertained through linkage with national registers. Multivariable Cox models were used to estimate the strength of the associations and 95% confidence intervals.

Results

During 12 years of follow-up, 206 CVD cases occurred in the Doetinchem Cohort Study, 1 486 cases in the MORGEN Study and 4 881 cases in the EPIC-NL Study. In the study on diet, a two unit increment in MDS was associated with a 22% lower risk of fatal CVD, and a 5% lower risk of total CVD. For specific CVDs, a 14% lower risk of myocardial infarction, a 12% lower risk of stroke, and a 26% lower risk of pulmonary embolism was observed. The MDS was not related to incident angina pectoris, transient ischemic attack and peripheral arterial disease. The use of multiple measurements of the MDS increased the strength of the associations with CVD and narrowed the confidence intervals. For leisure time physical activity, we showed that cycling was associated with an 18% lower risk of total CVD, sports with a 26% lower risk, and those who both cycled and performed sports had a 34% lower risk. Walking and gardening were not associated with CVD risk. Short sleep duration was associated with a 15% higher risk of total CVD, whereas long sleep duration and sleep quality separately were not associated. Short sleepers with a poor sleep quality had a 63% higher risk of total CVD compared to those with a normal sleep duration and good sleep quality. Finally, the combination of a healthy diet, sufficient physical activity, moderate alcohol consumption and non-smoking was associated with a 57% lower risk of composite CVD and a 67% lower risk of fatal CVD. The addition of sufficient sleep duration to these four traditional healthy lifestyle factors resulted in a 65% lower risk of composite CVD and an 83% lower risk of fatal CVD.

Conclusions

In this thesis, we showed that the strength of the association between dietary patterns and CVD incidence is likely underestimated because most studies used only the baseline measurement of diet. Furthermore, leisure time physical activities should be of at least moderate intensity to contribute to lower CVD risk. We also observed that sufficient sleep is a factor that should be taken into consideration in the prevention of CVD, in combination with a healthy diet, sufficient physical activity, moderate alcohol consumption and not smoking. Our results underscore the importance of a healthy lifestyle for CVD prevention.


Prostate cancer risk and recurrence: the role of nutrition and clinical aspects
Kok, D.E.G. - \ 2013
University. Promotor(en): Ellen Kampman; L.A.L.M. Kiemeney, co-promotor(en): Lydia Afman. - S.l. : s.n. - ISBN 9789461733016 - 171
prostaatkanker - risicofactoren - bloedvetten - quetelet index - prognostische merkers - selenium - prostate cancer - risk factors - blood lipids - body mass index - prognostic markers

Background Prostate cancer is the most common cancer among men in Western countries. Knowledge on prostate cancer aetiology is required for identification of high-risk groups, optimization of treatment strategies, and development of prevention programs. The aim of this thesis was toobtain insight into nutritional and clinical factors relevant to different stages of prostate cancer.

Methods and results First, an inventory of potential risk factors for prostate cancer was made by asking 956 patients with prostate cancer about perceived causes of their disease. Among the 143 patients who provided self-reported causes, heredity, specific environmental factors, nutrition or lifestyle, and stress were most frequently reported.

Second, two potential risk factors, i.e. blood lipid levels and a previous cancer diagnosis, for incident prostate cancer were evaluated. Higher levels of total and LDL cholesterol were significantly associated with an increased risk of (aggressive) prostate cancer after 6.5 years of follow-up in a population-based cohort of 2,118 men (43 cases). Analyses from another population-based cohort among 551,553 men (9,243 cases) showed that cancer survivors diagnosed with a first cancer (other than prostate cancer) between 1989 and 2008 had an overall increased risk of prostate cancer in the first year after their first cancer diagnosis. This increased prostate cancer risk is most likely the result of active screening or incidental detection, because the effects disappeared after one year of follow-up for most of the specific first cancer sites.

Third, the effect of body mass index (BMI) on risk of biochemical recurrence was studied in two cohorts of 493 patients (142 cases) and 1,302 patients (297 cases) treated with radical prostatectomy for prostate cancer. BMI was not associated with risk of biochemical recurrence in these patients.

Finally, the effects of selenium, a suggested candidate for prostate cancer chemoprevention, on gene expression profiles in the prostate were examined in a randomized and placebo-controlled intervention trial with 15 participants (n=8 selenium, n=7 placebo). Selenium (300 µg/day as selenized yeast) affected the expression of genes towards an anti-inflammatory gene expression profile. Furthermore, we were able to detect expression changes in genes implicated in the epithelial-to-mesenchymal transition.

Conclusion The results of this thesis show that specific nutritional and clinical factors might influence risk of prostate cancer or have an effect on gene expression in the prostate. A future challenge is the confirmation and 'translation' of these findings into the development and implementation of effective treatment and prevention strategies for prostate cancer.

Maatregelen om infectie en verspreiding van PlAMV te voorkomen of te beperken
Kock, M.J.D. de; Slootweg, G. - \ 2012
gewasbescherming - tuinbouw - bloembollen - lelies - tulpen - tulipa - tulpenvirus x - plantago asiatica mosaic virus - kennisoverdracht - bedrijfshygiëne - risicofactoren - plantenziektebestrijding - plant protection - horticulture - ornamental bulbs - lilies - tulips - tulip virus x - knowledge transfer - industrial hygiene - risk factors - plant disease control
Veredelaars, lelietelers, broeiers, handelaren, exporteurs, voorlichters, toetslaboratoria, keuringsdienst en onderzoek hebben vanwege PlAMV nu 2,5 jaar een intensieve interactie met elkaar. Het is de ervaring dat een lichte besmetting met PlAMV vroeg of laat oncontroleerbaar binnen een partij verspreidt en grote risico’s voor andere virusvrije partijen oplevert. PlAMV leidt uiteindelijk tot schade tijdens teelt, export en broei. Onderstaande adviezen zijn opgesteld om PlAMV-infecties te voorkomen en verdere verspreiding van het virus tegen te gaan.
Improvement of goat TSE discriminative diagnosis and susceptibility based assessment of BSE infectivity in goat milk and meat
Bossers, A. ; Langeveld, J.P.M. - \ 2012
Lelystad : Central Veterinary Institute of Wageningen UR (CVI) - 102
geitenhouderij - geitenziekten - bovine spongiforme encefalopatie - zoönosen - ziekteoverdracht - scrapie - risicofactoren - geitenmelk - voedselveiligheid - overdraagbare spongiforme encefalopathie - goat keeping - goat diseases - bovine spongiform encephalopathy - zoonoses - disease transmission - risk factors - goat milk - food safety - transmissible spongiform encephalopathy
In light of the known ability of the BSE agent to cross the animal/human species barrier, the evidence establishing the presence of BSE in goat is especially alarming, as it represents a potential risk of food-born contamination to human consumers of goat milk and meat products. The main objective has been to determine the tissue distribution of BSE after oral exposure of goats while simultaneously generating in dispensable data on genetic susceptibility in the most commonly used production breeds. Our approach integrates the predicted influence of PrP gene polymorphisms on scrapie and BSE susceptibility so that it could potentially be used for the control of field TSE outbreaks in goats. This proposal aims: - at providing data to allow evaluation of human risk associated with BSE passaged in goat; - at providing pathogenesis data and biologic al material from first and second passage BSE in goats; - at evaluating the possibility of BSE self-maintenance in goats by maternal/horizontal transmission; - at validating and improving our ability to detect and discriminate caprine BSE from goat scrapie.
Risicovolle pathways; Verbetering kosteneffectiviteit door fytosanitaire ketenmaatregelen
Benninga, J. ; Hennen, W.H.G.J. - \ 2012
Den Haag : LEI, onderdeel van Wageningen UR (LEI-rapport : Onderzoeksveld Markt & ketens ) - ISBN 9789086155972 - 58
vermeerderingsmateriaal - orchidaceae - chrysanthemum - plantenziekten - quarantaine organismen - bedrijfshygiëne - methodologie - risicofactoren - import - plantenplagen - propagation materials - plant diseases - quarantine organisms - industrial hygiene - methodology - risk factors - imports - plant pests
De keten van primaire productie tot en met importeur wordt in fytosanitair jargon 'pathway' genoemd. Met een pathway kunnen allerlei ongewenste organismen een land binnenkomen, vandaar dat er inspecties plaatsvinden. De kosten van fytosanitaire importinspecties zijn de laatste jaren sterk toegenomen, onder meer door toenemende importen van consumptieve sierteeltproducten en uitgangsmateriaal uit derde landen. In dit verkennende onderzoek is een studie gedaan naar de mogelijkheden en de gevolgen van alternatieve maatregelen in diverse ketenschakels om de kosten van importinspecties te beperken. Daarbij zijn de gevolgen voor de infectiedruk van de zogenaamde quarantaineorganismen van groot belang. Er is vanuit meerdere invalshoeken getracht een beeld te krijgen van de meest risicovolle pathways. Voor de selectie van de meest risicovolle pathways is in dit onderzoek een methode ontwikkeld. In het tweede deel van dit onderzoek is van twee risicovolle pathways nagegaan wat het effect van te nemen fytosanitaire maatregelen is op de uiteindelijke ziektedruk op Nederland. Deze twee cases betreffen import van snijorchideeën uit Thailand en import van chrysantenstek uit Afrika.
Check title to add to marked list
<< previous | next >>

Show 20 50 100 records per page

 
Please log in to use this service. Login as Wageningen University & Research user or guest user in upper right hand corner of this page.