Staff Publications

Staff Publications

  • external user (warningwarning)
  • Log in as
  • language uk
  • About

    'Staff publications' is the digital repository of Wageningen University & Research

    'Staff publications' contains references to publications authored by Wageningen University staff from 1976 onward.

    Publications authored by the staff of the Research Institutes are available from 1995 onwards.

    Full text documents are added when available. The database is updated daily and currently holds about 240,000 items, of which 72,000 in open access.

    We have a manual that explains all the features 

Current refinement(s):

Records 1 - 20 / 143

  • help
  • print

    Print search results

  • export

    Export search results

  • alert
    We will mail you new results for this query: keywords==roofmijten
Check title to add to marked list
Geïntegreerde bestrijding van plagen in de sierteelt onder glas : een systeembenadering met preventieve biologische bestrijding als basis
Messelink, G.J. ; Leman, A. ; Ghasemzadeh Dizaji, Somaiyeh ; Bloemhard, C.M.J. ; Holstein, R. van; Vijverberg, Roland ; Muñoz-Cárdenos, Karen - \ 2016
Bleiswijk : WageningenUR Glastuinbouw (Rapport GTB 1420) - 98 p.
siergewassen - glastuinbouw - kasgewassen - rozen - chrysanten - alstroemeria - biologische bestrijding - organismen ingezet bij biologische bestrijding - geïntegreerde bestrijding - geïntegreerde plagenbestrijding - thrips - neoseiulus cucumeris - trialeurodes vaporariorum - aleyrodes - bemisia tabaci - amblyseius swirskii - euseius - iphiseius - roofmijten - orius - cryptolaemus montrouzieri - anagyrus pseudococci - planococcus citri - ornamental crops - greenhouse horticulture - greenhouse crops - roses - chrysanthemums - biological control - biological control agents - integrated control - integrated pest management - predatory mites
The control of greenhouse pests in ornamental crops is getting more difficult because of the decreasing number of available pesticides. Alternative methods of pest control, based on biopesticides and natural enemies is promising, but not yet robust and reliable enough. In this project we developed and evaluated several methods to enhance the biological control of western flower thrips, Echinothrips americanus, whiteflies and mealybugs. Most studies were focused on preventive control measures that promote the establishment and efficacy of natural enemies by using top layers, alternative food, artificial domatia and a banker plant system. Furthermore we studied the interaction between parasitoids and predatory beetles for curative control of mealybugs. Finally, a number of (bio)pesticides was evaluated for their potential use as a correction tool against western flower thrips.
Biologische bestrijding van Echinothrips americanus
Messelink, G.J. ; Gasemzadeh, Somayyeh ; Ada, Leman ; Leman, A. - \ 2016
Bleiswijk : Wageningen UR Glastuinbouw - 1 p.
greenhouse horticulture - plant protection - gerbera - sweet peppers - biological control - predator augmentation - thrips - predatory mites - greenhouse experiments - pollen - glastuinbouw - gewasbescherming - paprika's - biologische bestrijding - plaagbestrijding met predatoren - roofmijten - kasproeven - stuifmeel
Poster van het PlantgezondheidEvent 2016. Het doel van dit onderzoek was te bepalen welke roofmijten het meest geschikt zijn voor de bestrijding van Echinothrips en wat de invloed van stuifmeel op deze bestrijding is. In het laboratorium is nauwkeurig bekeken welke stadia vatbaar zijn voor roofmijten en hoeveel individuen van welk stadium per dag worden gegeten. Dit is getest voor de roofmijten Amblyseius swirskii, Amblydromalus limonicus, Euseius ovalis en Euseius gallicus. Vervolgens zijn kasproeven uitgevoerd op paprika en gerbera om de bestrijding en invloed van stuifmeel te beoordelen.
Bestrijding Echinothrips americanus met roofmijten en roofwantsen : groeiend probleem in sierteelt onder glas
Messelink, G.J. ; Leman, A. ; Gasemzadeh, Somayyeh - \ 2016
Onder Glas 13 (2016)2. - p. 24 - 25.
tuinbouw - glastuinbouw - plantenplagen - sierteelt - rosaceae - capsicum - groenten - snijbloemen - gerbera - gewasbescherming - landbouwkundig onderzoek - thrips - frankliniella occidentalis - roofmijten - reduviidae - stuifmeel - plagenbestrijding - horticulture - greenhouse horticulture - plant pests - ornamental horticulture - vegetables - cut flowers - plant protection - agricultural research - predatory mites - pollen - pest control
Dat trips een enorm probleem is in de sierteelt onder glas is geen nieuws meer. In de meeste gevallen gaat het dan om de Californische trips, een soort met een sterke voorkeur voor bloemen. De laatste jaren duikt er steeds vaker een andere polyfage trips op, de Echinothrips americanus. Deze typische bladbewonende trips kan in sierteeltgewassen zoals gerbera en roos behoorlijk schade geven als er niet tijdig wordt ingegrepen. In onderzoek is nog eens nauwkeurig gekeken naar de bestrijding met een aantal soorten roofmijten en roofwantsen.
Vestiging van roofmijten in anjer en potplanten
Staaij, M. van der; Linden, A. van der; Holstein, R. van; Leman, A. ; Messelink, G.J. - \ 2015
Bleiswijk : Wageningen UR Glastuinbouw (Rapport GTB 1374) - 30 p.
anjers - dianthus caryophyllus - potplanten - biologische bestrijding - roofmijten - thrips - mijten - glastuinbouw - carnations - pot plants - biological control - predatory mites - mites - greenhouse horticulture
This project was focussed on the establishment of predatory mites that are used for the control of spider mites and western flower thrips in carnation and potted plants. The waxy layer on carnation leaves seem to hamper predatory mites, as oviposition rates were much lower on carnation leaves than on sweet pepper leaves. A greenhouse trial showed the potential of using a mulch with bark, bran and yeast to maintain populations of prey mites for 11 weeks. However, this did not enhance the establishment of predatory mites in the crop. Several species of predatory mites were released in Chamaedorae with low densities of spider mites, but none of them established for more than 2 weeks. Therefor a new method was developed to establish populations of Phytoseiulus persimilis by adding every 3 days dead stages of spider mites as an additional food source. This resulted in a significant better control of spider mites compared to treatments without this additional food source. More research is needed to further develop this method and to explore the potential for practical application.
Toplaag voor stimulatie bladroofmijten tegen trips in Alstroemeria
Bloemhard, C.M.J. ; Messelink, G.J. ; Garcia Victoria, N. - \ 2015
tuinbouw - glastuinbouw - gewasbescherming - frankliniella occidentalis - siergewassen - roofmijten - geïntegreerde bestrijding - vochtgehalte - alstroemeria - grondbehandeling - horticulture - greenhouse horticulture - plant protection - ornamental crops - predatory mites - integrated control - moisture content - soil treatment
Californische trips, Frankliniella occidentalis, is een groot probleem in de sierteelt onder glas. Het onderzoek met toplagen heeft laten zien dat het mogelijk is om tot een betere bestrijding van trips te komen door roofmijten in het gewas te ondersteunen met voedsel in de bodem. Met een mix van bark, zemelen en gist gestrooid over de grond of substraat kon de prooimijt Tyrophagus putrescentiae de bladroofmijt Neoseiulus cucumeris ondersteunen waardoor er een betere vestiging van N. cucumeris in het gewas was.
Bijvoeren van blad- en bodemroofmijten voor de bestrijding van trips in roos
Messelink, G.J. ; Leman, A. ; Muñoz-Cardénas, K. ; Janssen, A. - \ 2015
kasproeven - sierteelt - glastuinbouw - gewasbescherming - biologische bestrijding - organismen ingezet bij biologische bestrijding - rozen - roofmijten - conferenties - greenhouse experiments - ornamental horticulture - greenhouse horticulture - plant protection - biological control - biological control agents - roses - predatory mites - conferences
Doelstelling van dit onderzoek is om te bepalen of de bestrijding van trips verbeterd kan worden door 1) een gecombineerde inzet van bodem- en bladroofmijten en 2) het bijvoeren van deze roofmijten in zowel de bodem als op het gewas. Poster van PlantgezondheidEvent 12 maart 2015.
Invloed van gewas, klimaat en licht op biologische bestrijding met roofmijten : literatuurstudie en temperatuurproeven
Messelink, G.J. ; Kok, L.W. ; Holstein, R. van - \ 2014
Wageningen UR Glastuinbouw (Rapport / Wageningen UR Glastuinbouw 1332) - 26
glastuinbouw - organismen ingezet bij biologische bestrijding - roofmijten - kasgewassen - teelt onder bescherming - licht - literatuuroverzichten - proeven - effecten - greenhouse horticulture - biological control agents - predatory mites - greenhouse crops - protected cultivation - light - literature reviews - trials - effects
Roofmijten van de familie Phytoseiidae zijn in veel gewassen van enorm belang voor de biologische plaagbestrijding van trips, witte vlieg en spint in de glastuinbouw. Inmiddels zijn er 9 soorten commercieel beschikbaar. Het doel van dit onderzoek was om de invloed van het gewas, klimaat en licht op biologische bestrijding met roofmijten op een rij te zetten met beschikbare kennis vanuit literatuur en door een aantal aanvullende laboratoriumproeven. Dit zal hopelijk helpen om een onderbouwd advies te kunnen geven over de inzet van roofmijten in de glastuinbouw. Er zijn duidelijke verschillen tussen roofmijtsoorten gevonden in gevoeligheid voor lage luchtvochtigheid, lage temperaturen, affiniteit met gewassen en effectiviteit in plaagbestrijding.
Bouwstenen voor een systeemaanpak voor tripsbestrijding : rapportage toplagen, instandhouden roofwantsen en Lure & Infect
Grosman, A.H. ; Linden, A. van der; Bloemhard, C.M.J. ; Holstein, R. van; Tol, R.W.H.M. van; Messelink, G.J. ; Balk, P. - \ 2014
Bleiswijk : Wageningen UR Glastuinbouw (Rapport / Wageningen UR Glastuinbouw 1330) - 46
sierteelt - glastuinbouw - snijbloemen - frankliniella occidentalis - roofmijten - entomopathogene schimmels - kweekmedia - afdeklagen - bestrijdingsmethoden - geïntegreerde plagenbestrijding - ornamental horticulture - greenhouse horticulture - cut flowers - predatory mites - entomogenous fungi - culture media - coatings - control methods - integrated pest management
Californische trips, Frankliniella occidentalis, is een groot probleem in de sierteelt onder glas. In dit rapport zijn de resultaten weergeven van onderzoek aan toplagen voor roofmijten, bankerplanten voor Orius en een “Lure & infect-systeem” voor volwassen tripsen. Toplagen van een mix van bark, zemelen en gist verhoogden populatiedichtheden van roofmijten in zowel de bodem als op het gewas. Dit resulteerde bij alstroemeria en roos in een betere bestrijding van trips ten opzichte van roofmijten zonder toplagen. Inzet van toplagen bij een hoge tripsdruk leidde tijdelijk tot verhoogde tripsdichtheden. Scherpe peper, rode amaranthus en korenbloemen waren geschikte bankerplanten voor Orius. In een situatie waarbij de roofwantsen geen keuze hebben, blijken ze zich het beste te ontwikkelen op korenbloem. In een keuzesituatie bleken de wantsen naast korenbloem ook veel eieren af te zetten op peperplanten. De bestrijding van trips met entomopathogene schimmels was niet succesvol. Bij het testen van een Lure & Infect-systeem met de schimmel Beauveria bassiana, bleek bij terugvangsten van trips niet meer dan 10% van de volwassen tripsen geïnfecteerd te zijn en er werd géén significante bestrijding van trips behaald. Verder liet laboratoriumonderzoek zien dat volwassen tripsvrouwtjes die besmet zijn met schimmels nog enkele dagen eieren blijven leggen, waardoor het effect minder is dan bij directe afdoding door bijvoorbeeld een vangplaat.
Induction of indirect plant defense in the context of multiple herbivory : gene transcription, volatile emission, and predator behavior
Menzel, T.R. - \ 2014
Wageningen University. Promotor(en): Marcel Dicke; Joop van Loon. - Wageningen : Wageningen University - ISBN 9789462571297 - 146
planten - plaagresistentie - geïnduceerde resistentie - verdedigingsmechanismen - multitrofe interacties - phaseolus lunatus - mijten - tetranychus urticae - roofmijten - phytoseiulus persimilis - voedingsgedrag - genen - transcriptie - genexpressie - herbivoor-geinduceerde plantengeuren - plants - pest resistance - induced resistance - defence mechanisms - multitrophic interactions - mites - predatory mites - feeding behaviour - genes - transcription - gene expression - herbivore induced plant volatiles

Abstract

Plants live in complex environments and are under constant threat of being attacked by herbivorous arthropods. Consequently plants possess an arsenal of sophisticated mechanisms in order to defend themselves against their ubiquitous attackers. Induced indirect defenses involve the attraction of natural enemies of herbivores, such as predators and parasitoids. Predators and parasitoids use odors emitted by damaged plants that serve as a “cry for help” to find their respective prey or host herbivore. The aim of this thesis was to use a multidisciplinary approach, with focus on molecular and chemical methods, combined with behavioral investigations, to elucidate the mechanisms of plant responses to multiple herbivory that affect a tritrophic system consisting of a plant, an herbivore and a natural enemy.

Induced plant defenses are regulated by a network of defense signaling pathways in which phytohormones act as signaling molecules. Accordingly, simulation of herbivory by exogenous application of phytohormones and actual herbivory by the two-spotted spider mite Tetranychus urticae affected transcript levels of a defense gene involved in indirect defense in Lima bean. However, two other genes involved in defense were not affected at the time point investigated. Moreover, application of a low dose of JA followed by minor herbivory by T. urticae spider mites affected gene transcript levels and emissions of plant volatiles commonly associated with herbivory. Only endogenous phytohormone levels of jasmonic acid (JA), but not salicylic acid (SA), were affected by treatments. Nevertheless, the low-dose JA application resulted in a synergistic effect on gene transcription and an increased emission of a volatile compound involved in indirect defense after herbivore infestation.

Caterpillar feeding as well as application of caterpillar oral secretion on mechanically inflicted wounds are frequently used to induce plant defense against biting-chewing insects, which is JA-related. Feeding damage by two caterpillar species caused mostly identical induction of gene transcription, but combination of mechanical damage and oral secretions of caterpillars caused differential induction of the transcription of defense genes. Nevertheless, gene transcript levels for plants that subsequently experienced an infestation by T. urticae were only different for a gene potentially involved in direct defense of plants that experienced a single event of herbivory by T. urticae. Indirect defense was not affected. Also sequential induction of plant defense by caterpillar oral secretion and an infestation by T. urticae spider mites did not interfere with attraction of the specialist predatory mite P. persimilis in olfactometer assays. The predator did distinguish between plants induced by spider mites and plants induced by the combination of mechanical damage and caterpillar oral secretion but not between plants with single spider mite infestation and plants induced by caterpillar oral secretion prior to spider mite infestation. The composition of the volatile blends emitted by plants induced by spider mites only or by the sequential induction treatment of caterpillar oral secretion followed by spider mite infestation were similar. Consequently, the induction of plant indirect defense as applied in these experiments was not affected by previous treatment with oral secretion of caterpillars. Moreover, herbivory by conspecific T. urticae mites did not affect gene transcript levels or emission of volatiles of plants that experienced two bouts of herbivore attack by conspecific spider mites compared to plants that experienced only one bout of spider mite attack. This suggests that Lima bean plants do no increase defense in response to sequential herbivory by T. urticae.

In conclusion, using a multidisciplinary approach new insights were obtained in the mechanisms of induction of indirect plant defense and tritrophic interactions in a multiple herbivore context, providing helpful leads for future research on plant responses to multiple stresses.

Duurzame bestrijding tulpengalmijt : onderzoek naar de effectiviteit van de roofmijt Neoseiulus paspalivorus tegen tulpengalmijt Aceria tulipae en onderzoek naar alternatieve voedselbronnen voor N. paspalivorus
Kuik, A.J. van; Silva, F. da; Lesna, I. ; Sabelis, M. - \ 2014
Lisse : Praktijkonderzoek Plant & Omgeving, Business Unit Bloembollen, Boomkwekerij & Fruit - 35
tulpen - opslag - gewasbescherming - roofmijten - aceria tulipae - neoseiulus - massakweek - organismen ingezet bij biologische bestrijding - tulips - storage - plant protection - predatory mites - mass rearing - biological control agents
Tulpengalmijt vormt de grootste plaag in de bewaring van tulpen, is een risico voor verspreiding van TVX en kost de sector jaarlijks miljoenen euro’s. Huidige bestrijdingsmethodes werken in praktijk niet voldoende. Eerder onderzoek heeft aangetoond dat de roofmijt Neoseiulus paspalivorus tulpengalmijt in de bewaring goed in toom kan houden (project 14745). In een vervolgproef werd weer aangetoond dat de kleine roofmijt een goede bestrijder is van tulpengalmijt. Verder is er een stap gezet naar massakweek van de roofmijt door het vinden van alternatieve voedselbronnen. Met producenten van biologische bestrijders zijn contacten gelegd om de mogelijkheden voor commerciële massakweek te verkennen.
Top layer enhances biological ontrol of thrips in ornamentals :"Predatory mites survive better on rich soil cover
Hoogstraten, K. van; Grosman, A.H. - \ 2014
In Greenhouses : the international magazine for greenhouse growers 3 (2014)2. - ISSN 2215-0633 - p. 40 - 41.
glastuinbouw - snijbloemen - organismen ingezet bij biologische bestrijding - plaagbestrijding met predatoren - roofmijten - organische gronden - sierteelt - greenhouse horticulture - cut flowers - biological control agents - predator augmentation - predatory mites - organic soils - ornamental horticulture
An organic top layer over the soil or substrate can enhance the biological control of thrips in roses and alstroemerias. The top layer contains food for prey mites, which in turn serve as food for predatory mites. In this way the predators survive longer. Thus, as the thrips population increases, an army of predatory mites is already at the ready.
Biologische bestrijding van rouwmuggen : Inventarisatie natuurlijke vijanden; Optimalisatie toepassing nematoden; Ontwikkeling van een openkweeksysteem voor bodemroofmijten
Pijnakker, J. ; Grosman, A.H. ; Leman, A. ; Linden, A. van der; Groot, E.B. de - \ 2014
Bleiswijk : Wageningen UR Glastuinbouw (Rapport / Wageningen UR Glastuinbouw 1303) - 68
glastuinbouw - biologische bestrijding - organismen ingezet bij biologische bestrijding - sierteelt - bestrijdingsmethoden - plaagbestrijding met natuurlijke vijanden - tests - nematoda - roofmijten - gewasbescherming - greenhouse horticulture - biological control - biological control agents - ornamental horticulture - control methods - augmentation - predatory mites - plant protection
Rouwmuggen zijn zeer algemeen in kassen, en meestal talrijker dan de typische plaag-insecten. De meeste soorten voeden zich met schimmels en met organisch materiaal, en zijn onschadelijke voor planten. Enkele soorten kunnen schadelijk zijn in zaaibedden, aan stekmateriaal en aan jonge planten. Veel breedwerkende insecticiden hebben een effect op de muggen en hun larven, maar het probleem blijft dat de populaties zich echter snel herstellen. De afgelopen jaren zijn er een aantal biologische bestrijders getest als alternatief voor synthetische bestrijdingsmiddelen, waaronder nematoden, bacteriën, bodemroofmijten en kortschildkevers. Dit project has als doel om de biologische bestrijding van rouwmug te verbeteren. Natuurlijke vijanden van rouwmuggen werden verzameld in Nederlandse kassen. Roofvliegen, roofmijten en sluipwespen bleken algemene natuurlijke vijanden van rouwmuggen. Een literatuurstudie over natuurlijke vijanden en vangmethoden werd uitgevoerd. Verschillende strategieën met nematoden werden getest. Nematoden bleken goed toepasbaar te zijn op pluggen in tegenstelling tot wat veel telers denken. De toepassing van nematodes bleek het meest optimaal op een periode van zes weken. penkweeksystemen voor bodemroofmijten werden ontwikkeld om de effectiviteit van deze predatoren te verbeteren. In kasproeven is aangetoond dat de ontwikkelde openkweeksystemen de dichtheid van bodemroofmijten in het gewas vergroten t.o.v. huidige introducties. In praktijkproeven bleken de openkweeksystemen gevoelig voor uitdroging. Deze werden aangepast om dit probleem te vermijden. Fungus gnats are very common in greenhouses and are usually more numerous than any other pests. Most of the species feed on fungi and organic matter and are harmless to plants. Some species can cause damages in seedlings, cuttings and young plants. Many broad spectrum insecticides have an effect on the adult gnats and their larvae, but the problem persists because of the fast recovery of the populations. The last years a number of biological control agents were tested as alternatives to synthetic pesticides, including nematodes, bacteria, soil dwelling predatory mites and rove beetles. This project aimed at improving biological control of fungus gnats. Natural enemies of fungus gnats were collected in Dutch greenhouses. Predatory flies, predatory mites and wasps seemed to be common natural enemies of fungus gnats. A literature study on natural enemies and trapping methods were done. Several strategies with nematodes were tested. Nematodes were found to be effective in plugs contrary to what many growers think. The use of nematodes was the most optimal when these were applied for a period of six weeks. Open rearing systems for soil dwelling predatory mites were developed in order to improve the efficacy of the predators. Greenhouse experiments have demonstrated that the systems increase the density of predatory mites in the growing substrate in comparison with the current introductions of predatory mites. The main problem in the first field trials was moisture loss. The rearing systems have been adapted to solve this problem.
Biologische bestrijding van Echinothrips americanus in de sierteelt
Pijnakker, J. ; Leman, A. ; Messelink, G.J. - \ 2014
Bleiswijk : Wageningen UR Glastuinbouw (Rapport / Wageningen UR Glastuinbouw 1298) - 36
thrips - insectenplagen - roofmijten - hemiptera - plaagbestrijding met natuurlijke vijanden - organismen ingezet bij biologische bestrijding - sierteelt - gewasbescherming - proeven - chrysopidae - miridae - insect pests - predatory mites - augmentation - biological control agents - ornamental horticulture - plant protection - trials
De Echinothrips americanus is een zeer polyfage tripssoort die de laatste jaren steeds meer komt opzetten in de sierteelt. Dit onderzoek was gericht op het opsporen en evalueren van nieuwe natuurlijke vijanden van Echinothrips. Verschillende soorten roofmijten, roofwantsen en gaasvliegen zijn getest in het laboratorium, in kleinschalige kasproeven en in 2 praktijkproeven in een gerberateelt. De roofmijt Amblydromalus limonicus lijkt een betere predator te zijn van Echinothrips dan Amblyseius swirskii. In het laboratorium werd bij deze roofmijt een hogere predatie van larven van Echinothrips gevonden dan bij A. swirskii, en in gerbera was er een betere vestiging van de roofmijt en betere bestrijding van Echinothrips. Verschillende roofwantsen die behoren tot de Miridae konden Echinothrips goed bestrijden, maar deze wantsen zijn niet geschikt voor elk gewas. Gerbera lijkt een geschikt gewas, maar de mogelijke schade die deze wantsen bij bloemen kunnen veroorzaken moet verder onderzocht worden. Larven van meerder soorten gaasvliegen bleken allemaal in staat te zijn om dichtheden van Echinothrips te reduceren. Loslatingen in de praktijk resulteerde echter alleen een remming in de populatiegroei van Echinothrips.
Toplaag versterkt biologische tripsbestrijding in sierteelt
Hoogstraten, K. van; Grosman, A.H. - \ 2014
Onder Glas 11 (2014)1. - p. 18 - 19.
glastuinbouw - snijbloemen - organismen ingezet bij biologische bestrijding - plaagbestrijding met predatoren - roofmijten - organische gronden - sierteelt - greenhouse horticulture - cut flowers - biological control agents - predator augmentation - predatory mites - organic soils - ornamental horticulture
Een organische toplaag op de bodem of het substraat kan de biologische tripsbestrijding in de rozen- en alstroemeriateelt effectiever maken. De toplaag bevat voedsel voor voermijten, die op hun beurt als prooi voor roofmijten dienen. Zo kunnen predatoren langer overleven. Zodra de tripsdruk toeneemt, staat er een leger van roofmijten paraat.
Biologische en chemische bestrijding van Lyprauta spp. in Phalaenopsis
Pijnakker, J. ; Leman, A. - \ 2013
Wageningen UR Glastuinbouw (Rapport / Wageningen UR Glastuinouw 1236) - 22
orchidaceae - phalaenopsis - plantenplagen - insectenplagen - organismen ingezet bij biologische bestrijding - potplanten - roofmijten - pesticiden - landbouwkundig onderzoek - plant pests - insect pests - biological control agents - pot plants - predatory mites - pesticides - agricultural research
In de sierteelt treden de laatste tien jaren problemen op met muggenlarven van het geslacht Lyprauta, die men in de wandelgangen“potworm”heeft gedoopt. Deze muggen worden tot de familie van de langhoornmuggen gerekend. Veel onderzoekers beschouwen de larven van Lyprauta spp. als predatoren van rouwmuggen. Hun larven veroorzaken desondanks problemen in potorchideeën. In anthurium, gerbera en andere groene potplanten veroorzaken ze geen schade. In Phalaenopsis en Cambria worden ze er van verdacht aan jonge wortels en zacht plantmateriaal te eten en zo schade te veroorzaken: De planten produceren minder takken (een minder dan gezonde planten), ze worden vegetatief en lichter en de teeltduur wordt verlengd. De door Lyprauta spp. veroorzaakte schadepost wordt geschat op 17% van de omzet. De natuurlijke vijanden Hypoaspis miles, Hypoapsis aculeifer, Macrocheles robustulus, Steinernema feltiae, Heterorhabditis bacteriophora, Atheta coriaria en selectieve middelen werden getest. De roofmijten H. miles en H. aculeifer konden zich het beste handhaven, maar bleken niet effectief genoeg als ze maar een keer werden geïntroduceerd. Atheta coriaria en Macrocheles robustulus waren verdwenen respectievelijk na 6 en 12 weken. Er werden geen selectieve middel gevonden die de plaag kon uitroeien. Trigard en Spruzit bleken de beste resultaten te geven, maar de verschillen tussen de behandelingen waren niet significant. Geadviseerd wordt 50 lichtvallen per ha te hangen om de plaagontwikkeling te volgen en bij toenemende aantasting Spruzit toe te passen tegen de larven en Decis te foggen tegen de volwassenen. Problems with larvae of the genus Lyprauta are occurring the last ten years in greenhouse horticulture. Growers have baptized them wrongly “potworms”. These gnats belong to the family Keroplatidae and are often called predatory fungus gnats by scientists. Even if they are mostly seen as predators of other insects, their larvae seem to cause particular problems in potted orchids. Their presence is also reported in Anthurium, gerberas and in some green potted plants where they are not harmful to the plants. In Phalaenopsis and Cambria, they are suspected to cause damage to young roots. Infested plants are producing less stems (one less than healthy plants) and are becoming vegetative and lighter. The cultivation period is then often extended. The loss induced by Lyprauta spp is estimated at 17% of the sales. Several natural enemies (Hypoaspis miles, Hypoapsis aculeifer, Macrocheles robustulus, Steinernema feltiae, Heterorhabditis bacteriophora and Atheta coriaria) and selective insecticides have been tested, but we still didn’t find any suitable solutions to control the pest. The plants sprayed with Trigard and Spruzit contained at the end of the experiment less larvae of Lyprauta than in other treatments, but the differences were not significant. Growers should hang 50 light traps per ha to follow the increase of the pest. At high pest pressure, it is advised to spray Spruzit against the larvae en fogging Decis against the adults.
Perspectieven voor biologische aanpak tomatenroestmijt
Kierkels, T. ; Messelink, G.J. - \ 2013
Onder Glas 10 (2013)10. - p. 10 - 11.
glastuinbouw - solanum lycopersicum - plantenplagen - aculops lycopersici - roofmijten - geïntegreerde bestrijding - organismen ingezet bij biologische bestrijding - bevordering van natuurlijke vijanden - landbouwkundig onderzoek - greenhouse horticulture - plant pests - predatory mites - integrated control - biological control agents - encouragement - agricultural research
Tomatenroestmijt is een opkomend probleem. De aantaster is op zich chemisch te bestrijden, maar dat vergt een intensief spuitschema, wat bij een geïntegreerde teelt niet de gewenste weg is. Wageningen UR Glastuinbouw onderzoekt de biologische aanpak van de kleine mijt. Lastig, want het beestje is uitstekend toegerust om de aanvallen te ontlopen.
Effect van bodemroofmijten op drie plagen in gerbera
Pijnakker, J. ; Leman, A. - \ 2013
Bleiswijk : Wageningen UR Glastuinbouw (Rapporten WUR GTB 1267) - 30
gerbera - sierteelt - gewasbescherming - roofmijten - organismen ingezet bij biologische bestrijding - tests - plantenplagen - plagenbestrijding - ornamental horticulture - plant protection - predatory mites - biological control agents - plant pests - pest control
Er worden veel spontaan optredende roofmijtsoorten gevonden in de winterperiode in gerberakassen. Onbekend is of deze roofmijten een rol spelen in de bestrijding van weekhuidmijten. Als ze effectief zijn zou het vroegtijdig stimuleren van hun aanwezigheid interessant kunnen zijn in de beheersing van weekhuidmijten. Ze worden nu vaak in november-december in grote aantallen gevonden. Dat is echter te laat om schade te vermijden. Het doel van het project was de effectiviteit van diverse roofmijtensoorten te bepalen op weekhuidmijten, eieren van Duponchelia en larven van fruitvlieg in gerbera. Larven van de fruitvlieg werden door alle geteste roofmijten genegeerd. Weekhuidmijten werden vaak over het hoofd gezien door de grote soorten bodemroofmijten. Amblyseius reductus bleek wel een geschikte kandidaat te zijn tegen weekhuidmijten. De meeste roofmijten uit dit onderzoek kunnen eieren van Duponchelia en soms de jonge rupsen consumeren. Hypoaspis miles, Hypoaspis aculeifer en Macrocheles robustulus tonen echter vaak een voorkeur voor larven van rouwmuggen en trips-poppen
Een systeembenadering voor onderzoek aan tripsbestrijding in de sierteelt onder glas: Een visiedocument vanuit onderzoek en praktijk
Messelink, G.J. ; Kogel, W.J. de - \ 2013
Bleiswijk : Wageningen UR, Glastuinbouw (Rapporten WUR GTB 1258) - 29
sierteelt - plantenplagen - thrips - roofmijten - glastuinbouw - biologische bestrijding - bestrijdingsmethoden - richtlijnen (guidelines) - landbouwkundig onderzoek - ornamental horticulture - plant pests - predatory mites - greenhouse horticulture - biological control - control methods - guidelines - agricultural research
De Californische trips, Frankliniella occidentalis , is een van de grootste problemen in de sierteelt onder glas. Vanwege de sierwaarde van bloemen en potplanten worden maar zeer lage dichtheden van trips getolereerd. Dit maakt de biologische bestrijding erg lastig omdat de effecten hiervan vaak onvoldoende zijn om deze zeer lage tripsniveaus te halen. Verder hebben veel bestrijders, zoals roofmijten en roofwantsen, moeite om zich goed te vestigen in sierteeltgewassen. Het aantal selectieve chemische middelen is zeer beperkt. Middelen worden daardoor al snel te intensief gebruikt waardoor resistentie ontstaat en ze niet meer werken. Inzet van breedwerkende chemische middelen is niet wenselijk, omdat dit de biologische bestrijding van andere plagen zoals spint en wittevlieg verstoort. Om tot verbetering van bestrijding te komen is het belangrijk nieuwe beheersstrategieën te ontwikkelen vanuit een systeemaanpak waarbij maatregelen zoveel mogelijk complementair zijn. In dit rapport geeft zijn de knelpunten bij de bestrijding van trips beschreven en worden aanbevelingen gedaan voor verder onderzoek om tot een beter systeem van beheersing te komen. De aanbevelingen zijn ondergebracht is 4 strategische lijnen die beschreven zijn in de PPS (Publiek-Private Samenwerking) “Het nieuwe doen in plantgezondheid”, namelijk (1) weerbaar gewas, (2) robuuste weerbare teeltsystemen, (3) slimme en innovatieve technologieën en (4) effectief duurzaam middelenpakket.
Consultancy: Testen van roofmijtensoorten voor de bestrijding van Panonychus spp. op ficus
Pijnakker, J. ; Linden, A. van der; Leman, A. - \ 2013
Bleiswijk : Wageningen UR Glastuinbouw (Rapporten WUR GTB 1254) - 22
plantenplagen - ficus - panonychus citri - panonychus ulmi - insectenplagen - roofmijten - tests - plant pests - insect pests - predatory mites
De fruitspintmijt, Panonychus ulmi, en citrusspintmijt, Panonychus citri, kunnen schade aanrichten in verschillende sierteeltgewassen. Deze mijten worden niet bestreden met de bekende spintroofmijt Phytoseiulus persimlis . In dit onderzoek werden vier soorten roofmijten getest tegen Panonychyus-mijten, namelijk Amblyseius andersoni , Amblyseius reductus , Amblyseius alpinus en Neoseiulus reductus . Van deze roofmijten bleken de twee commerciële soorten A. andersoni en A. fallacis het meest geschikt te zijn voor de bestrijding van citrusspintmijt op ficus. In het laboratorium werd geen consumptie van eieren van de fruitspint waargenomen. Bij roofmijt A. alpinus werd zowel in het laboratorium als op ficusplanten geen effect op Panonychus-mijten waargenomen
Geïntegreerde plaagonderdrukking in productieveld aardbei : weerbaarheid aardbei tegen insecten. Verslag trips-mulch-natuurlijke vijanden experimenten in 2012
Belder, E. den; Kruistum, G. van - \ 2013
Wageningen : Plant Research International Wageningen UR, Business Unit Agrosysteemkunde (Rapport / Plant Research International 507) - 24
fragaria ananassa - aardbeien - insectenplagen - thripidae - biologische bestrijding - roofinsecten - roofmijten - mulchen - experimenteel veldonderzoek - nederland - strawberries - insect pests - biological control - predatory insects - predatory mites - mulching - field experimentation - netherlands
Het doel van dit onderdeel van het bodemweerbaarheid programma is vast te stellen of, en in welke mate er interactie plaatsvindt tussen mulchen met een reflecterend mulch, roofmijten en roofwantsen en trips plagen in aardbei.
Check title to add to marked list
<< previous | next >>

Show 20 50 100 records per page

 
Please log in to use this service. Login as Wageningen University & Research user or guest user in upper right hand corner of this page.