Staff Publications

Staff Publications

  • external user (warningwarning)
  • Log in as
  • language uk
  • About

    'Staff publications' is the digital repository of Wageningen University & Research

    'Staff publications' contains references to publications authored by Wageningen University staff from 1976 onward.

    Publications authored by the staff of the Research Institutes are available from 1995 onwards.

    Full text documents are added when available. The database is updated daily and currently holds about 240,000 items, of which 72,000 in open access.

    We have a manual that explains all the features 

Current refinement(s):

Records 1 - 20 / 174

  • help
  • print

    Print search results

  • export

    Export search results

  • alert
    We will mail you new results for this query: keywords==safety
Check title to add to marked list
Food Safety Issues Related to Uses of Insects for Feeds and Foods
Fels-Klerx, H.J. van der; Camenzuli, L. ; Belluco, S. ; Meijer, N. ; Ricci, A. - \ 2018
Comprehensive reviews in food science and food safety 17 (2018)5. - ISSN 1541-4337 - p. 1172 - 1183.
edible insects - feed - food - review - safety

Edible insects are expected to become an important nutrient source for animals and humans in the Western world in the near future. However, before insects can be put on the market, the safety of their use for feed and food is warranted. This literature study was prepared to provide an overview of the actual knowledge of possible food safety hazards, including chemical, microbiological, and allergenic agents and prions, to human and animal health upon the use of insects for food and feed, and to highlight data gaps and suggest the way forward. From the data available, heavy metals of concern are cadmium in black soldier fly and arsenic in yellow mealworm larvae. Investigated mycotoxins do not seem to accumulate. Residues of pesticides, veterinary drugs, and hormones, as well as dioxins and PCBs, are sometimes found in insects. Contamination of insects with pathogens to human health is a consequence of a combination of the substrates used and the farming and processing steps applied. Insects harbor a wide variety of microorganisms, and some human pathogenic bacteria may be present. In addition, insects may harbor and transmit parasites. There is no evidence so far insects may harbor pathogenic viruses or prions, but they may act as vectors. Insects and insect-derived products may have allergenic potential. In this review, evidence on some safety aspects is displayed, and data gaps are identified. Recommendations are given for future research to fill the most relevant data gaps.

Evaluatie Actieplan Stalbranden 2012-2016
Bokma-Bakker, Martien ; Bokma, Sjoerd ; Ellen, Hilko ; Hagen, René ; Ruijven, Charlotte van - \ 2017
Wageningen : Wageningen Livestock Research (Wageningen Livestock Research rapport 1035) - 80
dierenwelzijn - dierlijke productie - diergezondheid - pluimvee - varkens - melkvee - schapen - geiten - paarden - stallen - brand - voorkomen van branden - veiligheid - animal welfare - animal production - animal health - poultry - pigs - dairy cattle - sheep - goats - horses - stalls - fire - fire prevention - safety
Ontwikkeling van de Zandmotor : samenvattende rapportage over de eerste vier jaar van het Monitoring- en Evaluatie Programma (MEP)
Taal, M.D. ; Löffler, M.A.M. ; Vertegaal, C.T.M. ; Wijsman, J.W.M. ; Valk, L. van der; Tonnon, P.K. - \ 2016
IJmuiden : IMARES Wageningen UR - 62
zandsuppletie - kustbeheer - veiligheid - natuurontwikkeling - duinen - monitoring - sand suppletion - coastal management - safety - nature development - dunes
Dit rapport is als volgt opgebouwd: Hoofdstuk 2 behandelt de achtergrond van de Zandmotor. Hoofdstuk 3 bevat informatie over de betekenis van de Zandmotor voor kustveiligheid. In hoofdstuk 4 is te lezen wat de Zandmotor tot op heden betekent voor natuur en recreatie. Hoofdstuk 5 gaat in op het beheer van de Zandmotor. Ook de invloed van de Zandmotor op het bestaande duingebied Solleveld vormt hiervan een onderdeel. In hoofdstuk 6 staat de betekenis van de Zandmotor voor kennis en innovatie centraal.
Kansenkaarten voor duurzaam benutten natuurlijk kapitaal
Knegt, B. de; Hoek, Dirk Jan van der; Veerkamp, C.J. - \ 2016
Tijdschrift Milieu : Vereniging van milieuprofessionals 22 (2016)3. - p. 41 - 47.
natuurbeleid - natuurbeheer - waterbeheer - drinkwater - waterkwaliteit - ecosysteemdiensten - grondwaterwinning - veiligheid - nature conservation policy - nature management - water management - drinking water - water quality - ecosystem services - groundwater extraction - safety
Lokaal uitgevoerde praktijkprojecten in het kader van het programma Natuurlijk Kapitaal Nederland laten zien dat er kansen zijn voor de wederzijdse versterking van natuur en economie. Dit leidt tot de volgende vragen: welke kansen zijn er om de opgedane kennis binnen deze praktijkprojecten op te schalen naar andere gebieden in Nederland? Waar liggen deze kansrijke gebieden. Wat zijn mogelijke maatregelen en relevante stakeholders om deze kansen daadwerkelijk in winst om te zetten? Om antwoorde te krijgen op deze vragen zijn de praktijkprojecten met behulp van 'kansenkaarten' in landelijk perspectief geplaatst.
Meerwaarde ecosysteemdiensten voor Deltaprogramma
Franken, Ron ; Meulen, Suzanne van der; Kwakernaak, C. ; Bos, Maaike ; Lenselink, Gerda ; Hartgers, E.M. - \ 2016
Milieu : opinieblad van de Vereniging van Milieuprofessionals 22 (2016)3. - ISSN 1873-5436 - p. 12 - 14.
waterbeheer - hoogwaterbeheersing - veiligheid - biodiversiteit - ecosysteemdiensten - dijken - regionale planning - natuurbeheer - water management - flood control - safety - biodiversity - ecosystem services - dykes - regional planning - nature management
Het PBL verkent de mogelijkheden om natuur een rol te laten spelen in de uitvoering van het Deltaprogramma om onze waterveiligheid te waarborgen. Dit gebeurt met oog voor de meerwaarde voor de biodiversiteit. Kennis wordt opgedaan in twee praktijkprojecten: de verbetering van de zeedijk tussen Eemshaven en Delfzijl en de aanleg van een hoogwatergeul bij Varik-Heesselt.
Volksdijk; de adaptieve dijk, studielocatie Grebbedijk : De adaptieve dijk; strategieën voor dijktransitie in de komende 100 jaar
Blokland, J. ; Ziegler, P. ; Aben, R. ; Vries, R. de; Broekhuizen, R.E. van; Agricola, H. ; Kuiper, E. - \ 2016
In: Volksdijk; de adaptieve dijk, studielocatie Grebbedijk BNA Onderzoek Amsterdam - p. 32 - 41.
dijken - veiligheid - hoogwaterbeheersing - waterbouwkunde - innovaties - ruimtelijke ordening - gebiedsontwikkeling - dykes - safety - flood control - hydraulic engineering - innovations - physical planning - area development
Hoe kan de dijk weer volwaardig onderdeel worden van de maatschappij, zonder daarbij de veiligheid aan te tasten? Kunnen we onze democratie –die een oorsprong heeft in de waterschappen- herijken en waarde geven? Hoe maken van de dijk als technisch kunstwerk ook een democratisch kunstwerk dat past bij 21ste eeuw? Hoe transformeren we de verkrampte en functioneel eenzijdige dijk in een adaptieve en veelzijdige dijk?
Cybersecurity in the Agrifood sector
Bogaardt, M.J. ; Poppe, K.J. ; Viool, V. ; Zuidam, E. van - \ 2016
Capgemini Consulting - 8 p.
food production - agricultural production - data management - information systems - computer sciences - safety - crime - voedselproductie - landbouwproductie - gegevensbeheer - informatiesystemen - computerwetenschappen - veiligheid - misdaad
Every day new digital applications find their way into our lives. Digitization has brought our society many benefits and will do so for the coming years as key enabler for our economy. It is an important driver behind innovation and economic growth. However, to create sustainable innovation and frequent use, security is absolutely essential. Due to the increased frequency of high tech possibi¬lities, the chance of technical failure or severe misusage and abuse of vulnerabilities can become a realistic threat. This article deals with cybersecurity in the agrifood sector.
Tolerability and safety of souvenaid in patients with mild Alzheimer's disease : Results of multi-center, 24-week, open-label extension study
Olde Rikkert, Marcel G.M. ; Verhey, Frans R. ; Blesa, Rafael ; Arnim, Christine A.F. Von; Bongers, Anke ; Harrison, John ; Sijben, John ; Scarpini, Elio ; Vandewoude, Maurits F.J. ; Vellas, Bruno ; Witkamp, Renger ; Kamphuis, Patrick J.G.H. ; Scheltens, Philip - \ 2015
Journal of Alzheimers Disease 44 (2015)2. - ISSN 1387-2877 - p. 471 - 480.
Alzheimer's disease - clinical trial - dietary management - intervention studies - long-term - medical nutrition therapy - memory - patient adherence - safety

Background: The medical food Souvenaid, containing the specific nutrient combination Fortasyn Connect, is designed to improve synapse formation and function in patients with Alzheimer's disease (AD). Two double-blind randomized controlled trials (RCT) with Souvenaid of 12 and 24 week duration (Souvenir I and Souvenir II) showed that memory performance was improved in drug-naïve mild AD patients, whereas no effects on cognition were observed in a 24-week RCT (S-Connect) in mild to moderate AD patients using AD medication. Souvenaid was well-tolerated in all RCTs. Objective: In this 24-week open-label extension (OLE) study to the 24-week Souvenir II RCT, long-term safety and intake adherence of the medical food Souvenaid was evaluated. Methods: Patients with mild AD (n = 201) received Souvenaid once-daily during the OLE. Main outcome parameters were safety and product intake adherence. The memory domain z-score from a revised neuropsychological test battery was continued as exploratory parameter. Results: Compared to the RCT, a similar (low) incidence and type of adverse events was observed, being mainly (68.3%) of mild intensity. Pooled data (RCT and OLE) showed that 48-week use of Souvenaid was well tolerated with high intake adherence (96.1%). Furthermore, a significant increase in the exploratory memory outcome was observed in both the active-active and control-active groups during Souvenaid intervention. Conclusion: Souvenaid use for up to 48-weeks was well tolerated with a favorable safety profile and high intake adherence. The findings in this OLE study warrant further investigation toward the long-term safety and efficacy of Souvenaid in a well-controlled, double-blind RCT.

Duurzaamheid, communicatie en veiligheid : verslag van de landelijke bijeenkomst 'Kenniskringen Visserij en duurzaamheid'
Zaalmink, W. ; Smith, S.R. ; Steenbergen, J. ; Trapman, B.K. ; Valk, O.M.C. van der - \ 2015
LEI Wageningen UR (Rapport / LEI Wageningen UR 2015-160) - 25 p.
visserij - duurzaamheid (sustainability) - biobrandstoffen - communicatie - familiebedrijven, landbouw - veiligheid - coöperaties - nederland - fisheries - sustainability - biofuels - communication - family farms - safety - cooperatives - netherlands
Op 6 juni 2015 vond op Fort IJmuiden een landelijke bijeenkomst plaats van het project Kenniskringen Visserij. Het doel van deze dag was te komen tot een uitwisseling van kennisvragen over verschillende visserij gerelateerde thema’s. Het programma bestond uit een plenaire bijeenkomst en uit een aantal zogenoemde cafébijeenkomsten. Bij elke cafébijeenkomst was een relevante expert aanwezig, die de bijeenkomst inleidde. Hierna konden de aanwezigen vragen aan de expert en aan elkaar stellen. Dit verslag is een samenvatting van de uitspraken die door de deelnemers en experts op deze dag gedaan zijn rond de thema’s: 1. Duurzaamheid en de visser als onderzoeker (expert: Bas Haring, volksfilosoof) 2. Communicatie (expert: Marissa Tanis, GoMaris) 3. Fuel of the future (expert: Dirk Kronemeijer) 4. Veiligheid aan boord (expert: Cor Blonk) 5. Coöperaties (expert: Thomas Højrup)
Een dubbele dijk met driedubbele doelen
Kwakernaak, C. ; Lenselink, G. ; Officer, I. ; Buurman, M. - \ 2015
H2O online (2015)18 juni. - 7
dijken - veiligheid - natuurwaarde - biodiversiteit - meervoudig landgebruik - innovaties - groningen - dykes - safety - natural value - biodiversity - multiple land use - innovations
De huidige zeedijk in de Eemsdelta voldoet niet meer aan de veiligheidsnormen. Omdat de dijk in een aardbevingsgevoelig gebied ligt is dijkversterking urgent. Daarnaast heeft Noordoost-Groningen behoefte aan nieuwe economische impulsen, en is voor de natuur in het Eems-estuarium kwaliteitsverbetering dringend gewenst. Dit was aanleiding voor de provincie Groningen om te onderzoeken of een innovatieve, multifunctionele dubbele dijk haalbaar is. Daarmee kunnen drie doelen worden bereikt: meer veiligheid, nieuwe economische dragers en meer biodiversiteit.
Economische en ecologische perspectieven van een dubbele dijk langs de Eems-Dollard : waarderen en verzilveren van ecosysteemdiensten en versterken van biodiversiteit bij een Multifunctionele Dubbele Keringzone voor de dijkversterking Eemshaven – Delfzijl
Kwakernaak, C. ; Lenselink, G. ; Hoek, D.J. van der; Paulissen, M.P.C.P. ; Jansen, H.M. ; Kamermans, P. ; Poelman, M. ; Schasfoort, F. ; Meulen, S. van der; Kessel, T. van; Ek, R. van - \ 2015
Wageningen : Alterra, Wageningen-UR (Alterra-rapport/Deltares-rapport 2635/1209046.000.BGS.0009)
dijken - natuurwaarde - veiligheid - biodiversiteit - haalbaarheidsstudies - meervoudig landgebruik - innovaties - ecosysteemdiensten - groningen - dykes - natural value - safety - biodiversity - feasibility studies - multiple land use - innovations - ecosystem services
Dit rapport gaat in op het waarderen en verzilveren van ecosysteemdiensten en biodiversiteit in de verkenning van de haalbaarheid van een Multifunctionele Dubbele Keringzone als alternatief bij de Dijkversterking Eemshaven – Delfzijl. Het project richt zich op het waarderen van ecosysteemdiensten die worden geleverd door de voorgestelde een ‘natuurinclusieve’ dijk en de meerwaarde hiervan in termen van biodiversiteit.
Nut en risico’s van covergisting : syntheserapport
Oenema, O. ; Velthof, G.L. ; Commissie Deskundigen Meststoffenwet, - \ 2015
Wageningen : Wettelijke Onderzoekstaken Natuur & Milieu (WOt-technical report 32) - 144
co-vergisting - mest - biogas - biobrandstoffen - dierlijke meststoffen - duurzame energie - overheidsbeleid - broeikasgassen - gezondheid - emissiereductie - bio-energie - veiligheid - biobased economy - co-fermentation - manures - biofuels - animal manures - sustainable energy - government policy - greenhouse gases - health - emission reduction - bioenergy - safety
Op verzoek van de ministeries van Economische Zaken en van Infrastructuur & Milieu heeft de Commissie Deskundigen Meststoffenwet (CDM) samen met het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM), de Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant, de Technische commissie bodem (TCB) en diverse instellingen van de ministeries van Economische Zaken en Infrastructuur & Milieu een studie uitgevoerd naar het nut en de risico’s van covergisting van mest in Nederland. Deze studie levert de bouwstenen om het overheidsbeleid voor covergisting door het kabinet en de Tweede Kamer te evalueren. De studie is in het bijzonder gericht op de volgende aspecten: • de meerwaarde van covergisting voor duurzame energie, het gebruik van reststoffen, de reductie broeikasgassen en het verminderen van het mestoverschot; • de risico’s van covergisting voor de gezondheid en veiligheid van mens, dier en het milieu; • de maatregelen waarmee deze risico’s zouden kunnen worden beperkt; en • de handhaafbaarheid van regels, en maatregelen om de handhaafbaarheid te verbeteren. De ministeries hebben in totaal 48 vragen gesteld. Deze 48 vragen zijn in dit rapport beantwoord mede op basis van rapportages van betrokken instellingen. Het rapport bevat ten slotte de synthese, conclusies en aanbevelingen.
Water en natuur : een mooi koppel
Hattum, T. van; Kwakernaak, C. ; Cleef, R. van - \ 2015
H2O online (2015)15-3-2015.
waterbeleid - veiligheid - natuurbeleid - watervoorziening - wateropslag - natura 2000 - klimaatverandering - water policy - safety - nature conservation policy - water supply - water storage - climatic change
Nederland staat voor forse opgaven op het gebied van waterveiligheid en zoetwatervoorziening. Er worden de komende jaren miljarden euro’s geïnvesteerd om die opgaven te realiseren. Juist nu liggen er dan ook grote kansen voor slimme combinaties van water- en natuuropgaven. Wat is er voor nodig om die kansen maximaal te benutten? In opdracht van het Ministerie van Economische Zaken deed Alterra hier onderzoek naar. Dit artikel vat de belangrijkste bevindingen en aanbevelingen uit deze studie samen
LDL-cholesterol-lowering effect of plant sterols and stanols across different dose ranges: a meta-analysis of randomised controlled studies
Ras, R.T. ; Geleijnse, J.M. ; Trautwein, E.A. - \ 2014
British Journal of Nutrition 112 (2014)2. - ISSN 0007-1145 - p. 214 - 219.
placebo-controlled trials - serum-lipids - cardiovascular-disease - enriched margarines - efficacy - consumption - management - spreads - safety - diet
Phytosterols (PS, comprising plant sterols and plant stanols) have been proven to lower LDL-cholesterol concentrations. The dose-response relationship for this effect has been evaluated in several meta-analyses by calculating averages for different dose ranges or by applying continuous dose-response functions. Both approaches have advantages and disadvantages. So far, the calculation of averages for different dose ranges has not been done for plant sterols and stanols separately. The objective of the present meta-analysis was to investigate the combined and separate effects of plant sterols and stanols when classified into different dose ranges. Studies were searched and selected based on predefined criteria. Relevant data were extracted. Average LDL-cholesterol effects were calculated when studies were categorised by dose, according to random-effects models while using the variance as weighing factor. This was done for plant sterols and stanols combined and separately. In total, 124 studies (201 strata) were included. Plant sterols and stanols were administered in 129 and fifty-nine strata, respectively; the remaining used a mix of both. The average PS dose was 2.1 (range 0.2-9.0) g/d. PS intakes of 0.6-3.3 g/d were found to gradually reduce LDL-cholesterol concentrations by, on average, 6-12%. When plant sterols and stanols were analysed separately, clear and comparable dose-response relationships were observed. Studies carried out with PS doses exceeding 4 g/d were not pooled, as these were scarce and scattered across a wide range of doses. In conclusion, the LDL-cholesterol-lowering effect of both plant sterols and stanols continues to increase up to intakes of approximately 3 g/d to an average effect of 12 %.
Disentangling Directand Indirect Effects of Credence Labels
Dentoni, D. ; Tonsor, G. ; Calantone, R. ; Peterson, C. - \ 2014
British Food Journal 116 (2014)6. - ISSN 0007-070X - p. 931 - 951.
country-of-origin - willingness-to-pay - farm-animal welfare - food-products - united-states - organic food - quality - beef - consumers - safety
The purpose of this paper is to disentangle the direct and indirect effects of three credence labels (Australian, animal welfare and grass-fed) on US consumer attitudes toward buying beef steaks. Furthermore, it explores the impact of consumer attribute knowledge, usage frequency, education and opinion strength on the magnitude of direct and indirect effects. Design/methodology/approach – Data are collected through an online experiment with 460 US consumers and analyzed with path modeling. Findings – The Australian label generates a 86 percent negative direct effect vs a 14 percent negative indirect effect on consumer attitudes, which means that US consumers do not make strong inferences to form their attitudes toward buying Australian beef. The animal welfare label generates 50 percent direct and 50 percent indirect effects. The grass-fed label generates only indirect effects (100 percent). The higher consumer education, attribute knowledge, usage frequency, education and opinion strength, the weaker are the indirect effects of credence labels. Research limitations/implications – The study focusses on consumers in one country (USA), one product (beef steak) and one label across three attributes, therefore generalization of results is limited. Practical implications – The study offers a tool to agribusiness managers as well as to policy makers, NGOs and consumer groups to design and assess the effectiveness of communication campaigns attempting to strengthen (or weaken) consumer inferences and attitudes relative to credence labels. Originality/value – Despite the wide literature on consumer inferences based on credence labels, this is the first study that quantitatively disentangles the complex set of inferential effects generated by credence labels and explores common relationships across multiple credence attributes.
Synthesedocument Zuidwestelijke Delta- Achtergronddocument B8
Pelt, M. van; Popering-Verkerk, J. van; Veraart, J.A. - \ 2014
Den Haag : Ministerie van Infrastructuur en Milieu en Ministerie van Economische Zaken - 403
hoogwaterbeheersing - dijken - veiligheid - watervoorziening - zoet water - scenario-analyse - zuidwest-nederland - oosterschelde - westerschelde - flood control - dykes - safety - water supply - fresh water - scenario analysis - south-west netherlands - eastern scheldt - western scheldt
De Stuurgroep Zuidwestelijke Delta werkt samen met ondernemers en maatschappelijke partijen al jaren aan één doel: een veilig, economisch aantrekkelijk en ecologisch vitaal deltagebied met voldoende zoetwater, nu en in de toekomst. De Stuurgroep heeft daarbij vier opdrachten: een langetermijn verkenning in het Deltaprogramma|Zuidwestelijke Delta, de Rijksstructuurvisie Grevelingen en Volkerak-Zoommeer, Gebiedsontwikkeling Grevelingen en Volkerak-Zoommeer, en het Voortschrijdend Uitvoeringsprogramma. Met deze integrale Voorkeursstrategie Zuidwestelijke Delta geeft de Stuurgroep invulling aan de opdracht voor het Deltaprogramma|Zuidwestelijke Delta, met belangrijke raakvlakken met de andere sporen. De Stuurgroep biedt deze Voorkeursstrategie ten behoeve van het Deltaprogramma 2015 aan de Deltacommissaris aan en brengt haar in in de nationale Stuurgroep Deltaprogramma.
Innovatieve dijken langs de Waddenzee
Loon-Steensma, Jantsje van - \ 2014
dykes - flood control - safety - land use - innovations - north netherlands
De invloed van vegetatie op de erosiebestendigheid van dijken : de start van een monitoringsexperiment naar de effecten van de vegetatiesamenstelling op de erosiebestendigheid van de Purmerringdijk
Reijers, V.C. ; Visser, E.J.W. ; Paulissen, M.P.C.P. ; Kroon, H. de - \ 2014
Wageningen : Alterra, Wageningen-UR (Alterra-rapport 2622) - 68
dijken - veiligheid - grasmatverbetering - rassenkeuze (gewassen) - erosiebestrijding - kwaliteitsnormen - noord-holland - dykes - safety - sward renovation - choice of varieties - erosion control - quality standards
Met het oog op klimaatverandering, waardoor zowel zeer droge als zeer natte perioden een grotere druk leggen op de conditie en kwaliteit van dijkgraslanden, is het zaak om experimenteel te onderzoeken welke rol de vegetatiesamenstelling heeft op de erosiebestendigheid. Door de geschiktheid van zowel gangbare als nieuwe zaadmengsels te testen en de huidige toetsingsmethoden te evalueren, kunnen de resultaten van dit onderzoek bijdragen aan toekomstige richtlijnen voor aanleg, beheer en toetsing van dijkgraslanden.
Synthesedocument Waddengebied : Achtergronddocument B10
Gerritsen, H. ; Timmerman, J.G. ; Coninx, I. - \ 2014
Ministerie van Infrastructuur en Milieu en Ministerie van Economische Zaken - 80
hoogwaterbeheersing - zoet water - geologische sedimentatie - bodemdaling - veiligheid - natura 2000 - waddenzee - flood control - fresh water - geological sedimentation - subsidence - safety - wadden sea
Dit synthesedocument beschrijft hoe de voorstellen voor de voorkeurstrategie in het Deltaprogramma Waddengebied tot stand gekomen zijn. Met dat doel beschrijft dit document in het kort de opdracht van het Deltaprogramma en de wijze waarop het Deltaprogramma naar de voorkeurstrategie heeft toegewerkt. Daarbij gaat het om de randvoorwaarden en uitgangspunten die gehanteerd zijn en om de wijze waarop de vergelijkingssystematiek is toegepast. Bij klimaatverandering ontstaat de opgave om het waddengebied duurzaam veilig te houden en tegelijkertijd de bijzondere waarden te behouden: het waddengebied herbergt zulke bijzondere waarden dat het is opgenomen op de lijst van Werelderfgoed van UNESCO en vrijwel in zijn geheel is aangewezen als Natura 2000-gebied. Het waddengebied bestaat uit de Hollands-Fries-Groningse vaste wal, Waddenzee, Waddeneilanden met de voorliggende kust (kustfundament), Eems-Dollard en de buitendelta’s van de zeegaten. Het waddengebied inclusief Waddenzee en buitendelta's vormt een buffer tegen de hoge golven van de Noordzee door de natuurlijke demping hiervan. Zonder deze buffer zouden de waterkeringen hoger en sterker moeten zijn. De Deltabeslissing Waterveiligheid en de Beslissing Zand vormen het kader voor de voorkeurstrategie voor het waddengebied. In het waddengebied is de voorkeurstrategie gericht op het meegroeien met de zeespiegelstijging. Door de stijgende zeespiegelstijging heeft het intergetijdengebied van de Waddenzee extra zand nodig. Als de zeespiegel versneld stijgt kan het zijn dat het intergetijdengebied en de platen de stijging niet meer kunnen bijhouden. De dempende werking die het waddengebied nu uitoefent op de golven die van de Noordzee komen en de golven die binnen de Waddenzee opgewekt worden, neemt dan verder af. Daardoor bereiken de Noordzeegolven met meer energie de vaste wal. Dat kan leiden tot extra werken aan de primaire keringen om de vaste wal te kunnen blijven beschermen tegen overstromingen. De opgave is het tijdig kunnen waarnemen en kunnen inschatten van de gevolgen van klimaatveranderingen (zeespiegelstijging, windkarakteristieken, temperatuurstijging) en het vinden van zo natuurlijk mogelijke maatregelen om de bufferende werking van het waddengebied te kunnen behouden. In aanvulling hierop is het doel met aangepast kwelderbeheer de natuurlijke opslibbing in de Waddenzee te versterken, mits dat past binnen de voorwaarden van de PKB Waddenzee, de aanwijzing als Werelderfgoed en Natura 2000-instandhoudingsdoelen. Op grond van de huidige kennis zijn tot 2100 geen zandsuppleties in de Waddenzee en het Eems-Dollard estuarium zelf nodig voor de waterveiligheid. Voor de natuurwaarden is dit ook niet wenselijk. Vooralsnog volstaat het om zand te blijven suppleren aan de Noordzeekant van de Waddeneilanden, op het kustfundament, in aanvulling daarop, eventueel op de buitendelta’s. Het werkend leren programma zal uitwijzen of dit zand tijdig op een natuurlijke wijze naar de platen en kwelders van de Waddenzee kan stromen. Voor de eventuele aanpassing van het suppletiebeheer in 2020 vindt kennisontwikkeling plaats over het benodigde volume, de techniek, de frequentie en de locaties van de suppleties. Om zandsuppleties in de toekomst effectiever te kunnen uitvoeren, met behoud van de waarde van het waddengebied, is meer systeemkennis nodig. Deze kennis komt tot stand met een langjarig kennisprogramma, gericht op onderzoek, systeemkennis en monitoring. Het programma gaat in 2015 in uitvoering, onder meer kleinschalige pilots tot 2020 en grootschaliger pilots na 2020. Deze onderzoeken staan in de concept-kennisagenda van het Deltaprogramma. Besluitvorming over de definitieve kennisprogrammering moet nog plaatsvinden en hangt ook samen met het Kennis- en Innovatieprogramma Water en Klimaat. Langs de Hollands-Fries-Groningse vaste wal en de eilanden bieden waterkeringen bescherming tegen overstromingen. De voorkeurstrategie rondom de primaire waterkeringen richt zich op innovatie en een gebiedsgerichte en integrale benadering. Zo’n honderd kilometer van deze keringen voldoet niet aan de normen. Een deel van dit deelgebied krijgt een hogere norm vanwege de aanwezigheid van de gasrotonde. Dijkversterkingen komen tot stand door aanpassingen aan de keringen aan te laten sluiten bij gebiedsontwikkelingen en meerwaarde te creëren voor functies als natuur, recreatie en regionale economie. Langs de Friese en Groningse kust kan dit vrijwel overal met innovatieve dijkconcepten, zoals brede groene dijken, multifunctionele dijken en overslagbestendige dijken. Ook bij Den Helder en Den Oever zijn innovatieve dijkconcepten met meerwaarde voor andere functies mogelijk. Voor de versterking van vijf dijktrajecten langs de Friese en Groningse vaste wal worden tot 2020 verkenningen conform de MIRT-systematiek uitgevoerd (geprogrammeerd in het nHWBP). En verder wordt in de periode 2014-2017 ook een project overstijgende verkenning uitgevoerd voor de gehele Waddenzeedijk langs de Friese en Groningse vaste wal, met deze voorkeurstrategie als basis. Voor ieder Waddeneiland wordt een integrale strategie opgesteld voor het suppletiebeheer (voor en na 2020), dynamisch kustbeheer, kwelderontwikkeling, innovatieve dijkconcepten en rampenbeheersing, en wordt gezocht naar ‘slimme combinaties’. De buitendijkse gebieden worden robuuster voor overstromingsrisico’s door deze risico’s mee te wegen bij ruimtelijke (her)ontwikkelingen, zoals beschreven bij de deltabeslissing Ruimtelijke Adaptatie. De voorkeurstrategie zoetwater in het waddengebied is beschreven bij de voorkeurstrategie van het Deltaprogramma IJsselmeergebied. Voor de Waddeneilanden vormt de deltabeslissing Zoetwater het kader voor de voorkeurstrategie. De Waddeneilanden ontvangen geen zoetwater uit het hoofdwatersysteem. Deze eilanden hebben de ambitie om in 2020 zelfvoorzienend te zijn voor drinkwater. De inzet is de zelfvoorzienendheid voor overig zoetwatergebruik, zoals voor de landbouw, te vergroten. Om watertekorten bij klimaatverandering te beperken, zijn maatregelen mogelijk om regenwater en zoetwaterlenzen nog beter te benutten en het water zuiniger te gebruiken. De eilanden kunnen hiermee een voortrekkersrol vervullen voor andere delen van het land. Het Deltaplan Waterveiligheid en het Deltaplan Zoetwater bevatten de maatregelen uit deze voorkeurstrategie, die op korte termijn in voorbereiding of uitvoering gaan. De programmering van dijkversterkingen vindt plaats in het nieuw Hoogwaterbeschermingsprogramma (nHWBP). Voorgesteld wordt dit voor maatregelen voor zoetwaterbeschikbaarheid ook in samenhang te programmeren en te prioriteren. De partijen die betrokken zijn bij de voorkeurstrategie waterveiligheid voor het waddengebied leggen onderdelen van de strategie vast in hun eigen plannen. Het Deltaplan Waterveiligheid bevat de maatregelen die het Rijk programmeert voor de waterveiligheid in het waddengebied. Het Rijk houdt in het beheerplan voor Natura 2000 rekening met beheer van de kwelders ten behoeve van waterveiligheid. De provincie Groningen legt onderdelen van de voorkeurstrategie vast in het nieuwe omgevingsplan dat in 2015 wordt vastgesteld, onder meer middels ruimere reserveringszones voor innovatieve dijkconcepten. De provincie Friesland neemt onderdelen van de voorkeurstrategie over in de streekagenda’s en het provinciaal waterhuishoudingsplan en de bijbehorende programmeringen. Tot deze onderdelen behoren ook afwegingen over ruimtelijke adaptatie voor de eilanden. Een regionaal bestuurlijk platform beoordeelt of de prioritering van dijkversterkingen in het nHWBP voldoende aansluit bij gebiedsontwikkelingen.
Voorkeurstrategie : Veilig leven en werken in een natuurlijk waddengebied
Timmerman, J.G. - \ 2014
Ministerie van Infrastructuur en Milieu en Ministerie van Economische Zaken - 56
wadden - veiligheid - natuurbescherming - dijken - landgebruik - hoogwaterbeheersing - waddenzee - tidal flats - safety - nature conservation - dykes - land use - flood control - wadden sea
Dit document is de verkorte weergave van de voorkeurstrategie van het Deltaprogramma Waddengebied. Een uitgebreide beschrijving van de voorkeurstrategie en de totstandkoming en onderbouwing ervan staan in het synthesedocument. Belangrijkste doel De voorkeurstrategie heeft als eerste en belangrijkste doel het beschermen van de inwoners én de economische activiteiten in het waddengebied tegen overlast door water. In 2050 moet de waterveiligheid duurzaam en robuust zijn, zodat het waddengebied de dan te verwachten grotere extremen van de natuur veerkrachtig kan blijven opvangen. Natuurlijk en integraal Vanzelfsprekend past de concrete uitwerking van dit doel zo goed mogelijk binnen de hoofddoelstelling van de Planologische Kernbeslissing derde Nota Waddenzee. De opdracht is een natuurlijke aanpak en het zoveel mogelijk integraal uitvoeren van maatregelen. Zoetwater De voorkeurstrategie waddengebied doet geen uitspraken over zoetwater. Voor het hele gebied staat hierover het nodige in de voorkeurstrategie IJsselmeergebied. Voor de Waddeneilanden vormt de Deltabeslissing Zoetwater het kader. In onze voorkeurstrategie per eiland hebben we de ambities op dit onderwerp wel opgenomen. Betrokken partijen De voorkeurstrategie is een product van: Provincie Noord-Holland, Provincie Fryslân, Provincie Groningen, Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier, Wetterskip Fryslân, Waterschap Noorderzijlvest, Waterschap Hunze en Aa’s, de Waddeneilanden, de Vereniging van Waddenzeegemeenten op de vaste wal, Rijkswaterstaat Noord-Nederland, het ministerie van Infrastructuur en Milieu en het ministerie van Economische Zaken.
Check title to add to marked list
<< previous | next >>

Show 20 50 100 records per page

 
Please log in to use this service. Login as Wageningen University & Research user or guest user in upper right hand corner of this page.