Staff Publications

Staff Publications

  • external user (warningwarning)
  • Log in as
  • language uk
  • About

    'Staff publications' is the digital repository of Wageningen University & Research

    'Staff publications' contains references to publications authored by Wageningen University staff from 1976 onward.

    Publications authored by the staff of the Research Institutes are available from 1995 onwards.

    Full text documents are added when available. The database is updated daily and currently holds about 240,000 items, of which 72,000 in open access.

    We have a manual that explains all the features 

Current refinement(s):

Records 1 - 20 / 370

  • help
  • print

    Print search results

  • export
    A maximum of 250 titles can be exported. Please, refine your queryYou can also select and export up to 30 titles via your marked list.
  • alert
    We will mail you new results for this query: keywords==sampling
Check title to add to marked list
Cost-Effective Sampling and Analysis for Mycotoxins in a Cereal Batch
Focker, M. ; Fels-Klerx, H.J. van der; Oude Lansink, A.G.J.M. - \ 2018
Risk Analysis (2018). - ISSN 0272-4332 - 14 p.
Modeling - mycotoxins - sampling

The presence of hazards (e.g., contaminants, pathogens) in food/feed, water, plants, or animals can lead to major economic losses related to human and animal health or the rejection of batches of food or feed. Monitoring these hazards is important but can lead to high costs. This study aimed to find the most cost-effective sampling and analysis (S&A) plan in the cases of the mycotoxins deoxynivalenol (DON) in a wheat batch and aflatoxins (AFB1) in a maize batch. An optimization model was constructed, maximizing the number of correct decisions for accepting/rejecting a batch of cereals, with a budget as major constraint. The decision variables were the choice of the analytical method: instrumental method (e.g., liquid chromatography combined with mass-spectrometry (LC-MS/MS)), enzyme-linked-immuno-assay (ELISA), or lateral flow devices (LFD), the number of incremental samples collected from the batch, and the number of aliquots analyzed. S&A plans using ELISA showed to be slightly more cost effective than S&A plans using the other two analytical methods. However, for DON in wheat, the difference between the optimal S&A plans using the three different analytical methods was minimal. For AFB1 in maize, the cost effectiveness of the S&A plan using instrumental methods or ELISA were comparable whereas the S&A plan considering onsite detection with LFDs was least cost effective. In case of nonofficial controls, which do not have to follow official regulations for sampling and analysis, onsite detection with ELISA for both AFB1 in maize and DON in wheat, or with LFDs for DON in wheat, could provide cost-effective alternatives.

Ecologisch gericht suppleren : verslag pilot multi-method survey 2016
Couperus, Bram ; Baptist, Martin ; Burggraaf, Dirk ; Dijkman-Dulkes, André ; Perdon, Jack ; Post, Marjolijn ; Verdaat, Hans - \ 2017
Wageningen : Wageningen Marine Research (Wageningen Marine Research rapport C007/17) - 32
kustgebieden - bemonsteren - protocollen - mariene ecologie - coastal areas - sampling - protocols - marine ecology
TBT-gehalten en effecten bij de Gewone Alikruik, de Gevlochten Fuikhoorn en de Purperslak langs de Nederlandse kust in 2016
Kotterman, M. ; Jol, J. ; Barneveld, E. van - \ 2016
IJmuiden : Wageningen Marine Research (Wageningen Marine Research rapport C110/16) - 35
gastropoda - organo-tinverbindingen - bemonsteren - kustgebieden - toxicologie - nederland - organotin compounds - sampling - coastal areas - toxicology - netherlands
Gehalte aan zware metalen in biota op stort- en referentielocaties in de Oosterschelde
Glorius, S.T. ; Heuvel-Greve, M.J. van den - \ 2016
IMARES (Rapport / IMARES C081/16) - 32 p.
heavy metals - mytilus edulis - crassostrea gigas - biota - sampling - eastern scheldt - zware metalen - bemonsteren - oosterschelde
Dit rapport beschrijft de resultaten van de metaalanalyses in mosselen Mytilus edulis en Japanse oesters Crassostrea gigas bemonsterd op verschillende locaties in de Oosterschelde. Hierbij wordt ingegaan op de jaarlijkse variatie in metaalconcentratie in mossel- en oesterweefsel en verschillen tussen type stort en referentielocaties en worden gehalten getoetst aan geldende milieukwaliteitsnormen.
Monitoring en evaluatie Pilot Zandmotor fase 2 : data rapport Visbemonstering najaar 2015
Hal, R. van; Pennock, I. ; Hoek, R. - \ 2016
IJmuiden : IMARES Wageningen UR (IMARES rapport C059/16) - 27
vissen - benthos - bemonsteren - zee-organismen - zandsuppletie - kustbeheer - natuurontwikkeling - zuid-holland - fishes - sampling - marine organisms - sand suppletion - coastal management - nature development
Dit rapport beschrijft de vis en epibenthos bemonstering op en rond de Zandmotor in het najaar van 2015. De bemonstering is uitgevoerd van 7 t/m 9 oktober en 19 oktober 2015 vanaf het schip de YE42, gebruikmakend van een 3-meter boomkor voorzien van wekkerkettingen en een net met een maaswijdte van 20mm. Met dit tuig zijn in totaal 68 vistrekken uitgevoerd, met een beviste afstand tussende 491 en540 m, verdeeld over een 9-tal raaien, loodrecht op de voormalige kustlijn. De bemonsteringslocaties zijn op waterdieptes tussen 1,7 en 11,6 m op de raaien geplaatst. Van iedere geslaagde trek zijn de vangsten uitgezocht, en de soorten gedetermineerd en gemeten (lengte en gewicht). De gegevens hiervan zijn opgeslagen in de IMARES database en een overzicht hiervan is weergegeven in dit rapport. De beschrijving van de data is aangevuld met een vergelijking met eerdere jaren ter aanvulling op het tussentijdse evaluatierapport geschreven begin 2015.
Slinkende wereldvoorraad fosfaat dwingt tot kritische kijk op gebruik : fosfaatbemesting via regenleiding vaak overbodig
Voogt, Wim - \ 2016
horticulture - greenhouse horticulture - chrysanthemum - fertilizer application - phosphates - sampling - organic farming - agricultural research - cultural methods - pot plants
Evaluatie van de ecologische effectiviteit van de houtconstructies in de Snelle loop
Verdonschot, R.C.M. ; Brugmans, Bart ; Moeleker, Mieke ; Verdonschot, P.F.M. - \ 2016
H2O online (2016)27 juli.
ecologie - waterlopen - noord-brabant - hydrologie - macrofauna - monitoring - bemonsteren - hout - aquatische ecosystemen - dood hout - ecology - streams - hydrology - sampling - wood - aquatic ecosystems - dead wood
In de Snelle Loop zijn in 2012 verschillende typen houtconstructies aangebracht. Waterschap Aa en Maas en studenten van de HAS Hogeschool in Den Bosch verrichten sindsdien jaarlijks fysisch-chemische, hydromorfologische en biologische metingen. In deze studie zijn de tot nu toe verzamelde gegevens over de effecten op de levensgemeenschap na drie jaar geëvalueerd. Het hout bleek effect te hebben op de levensgemeenschap, maar grote jaarlijkse verschillen lieten zien dat met name effecten op een groter schaalniveau een sturende rol spelen. Er worden aanbevelingen gedaan voor de opzet van monitoring om onderscheid te kunnen maken tussen effecten op verschillende schaalniveaus
Onafhankelijke bemonstering vaste mest : globale indicatie van de kosten en administratieve lasten
Koeijer, T.J. de; Luesink, H.H. - \ 2016
Wageningen : LEI Wageningen UR (Rapport / LEI Wageningen UR 2016-050) - ISBN 9789462578494 - 35 p.
dierlijke meststoffen - rundvee - varkens - bemonsteren - kosten - methodologie - animal manures - cattle - pigs - sampling - costs - methodology
Bij invoering van de nieuwe systematiek van onafhankelijke bemonstering van de dikke fractie van rundvee- en varkensdrijfmest nemen de kosten voor de sector naar schatting toe met circa 2 mln. euro per jaar. Daarbij is aangenomen dat ondernemers kiezen voor de goedkoopste methode op basis van de gegeven inschatting van de kosten van de verschillende opties voor bemonstering en de logistieke situatie en aantallen transporten van dikke fractie van 2015. In dat geval zullen de ondernemers kiezen voor een variant waarin zo veel mogelijk met geautomatiseerde vrachtbemonstering wordt gewerkt, in combinatie met ‘handmatige bemonstering per partij vlak voor afvoer.
Beehold : the colony of the honeybee (Apis mellifera L) as a bio-sampler for pollutants and plant pathogens
Steen, J.J.M. van der - \ 2016
University. Promotor(en): Huub Rijnaarts, co-promotor(en): Tim Grotenhuis; Willem Jan de Kogel. - Wageningen : Wageningen University - ISBN 9789462577510 - 206 p.
apis mellifera - honey bees - honey bee colonies - biological indicators - sampling - instruments - pollution - pollutants - heavy metals - plant pathogenic bacteria - erwinia amylovora - erwinia pyrifoliae - analytical methods - honingbijen - honingbijkolonies - biologische indicatoren - bemonsteren - instrumenten (meters) - verontreiniging - verontreinigende stoffen - zware metalen - plantenziekteverwekkende bacteriën - analytische methoden

Bio-sampling is a function of bio-indication. Bio-indication with honeybee colonies (Apis mellifera L) is where the research fields of environmental technology and apiculture overlap. The honeybees are samplers of the environment by collecting unintentionally and simultaneously, along with nectar, pollen, water and honeydew from the flowers or on the leaves, other matter (in bio-indication terms: target matter) and accumulating this in the colony. Collected target matter, in this thesis heavy metals, the plant pathogens Erwinia pyrifoliae and Erwinia amylovora and the soil pollutant γ-HCH, is collected from the colony by subsampling. Subsampling the honeybee colony is done by taking and killing bees from the hive (sacrificial) or by collecting target matter from the bee’s exterior without killing the bee (non-sacrificial). In environmental technology terms the application of the honeybee colony is a Passive Sampling Method (PSM). In this thesis the possibilities and restrictions of the PSM honeybee colony are explored.

Bio-indication is a broad research field with one common factor: a living organism (bio) is applied to record an alteration of the environment (indication). The environment may be small such as a laboratory or big such as an ecosystem. Alterations in the organism may vary from detecting substances foreign to the body to mortality of the organism. In environmental technology the concept Source-Path-Receptor (SPR) is applied to map the route of a pollutant. It describes where in the environment the pollution is, how it moves through the environment and where it ends. This environment is the same environment of all living organisms, ergo also honeybees. Honeybees depend on flowers for their food. In the SPR concept, a flower can be a source, path or receptor. Along with collecting pollen, nectar, water and honeydew, target matter is collected by honeybees. Each honeybee functions as a micro-sampler of target matter in the environment, in this case the flower. Each honeybee is part of a honeybee colony and in fact the honeybee colony is the bio-sampler. The honeybee colony is a superorganism. The well-being of the colony prevails over the individual honeybee. Food collection is directed by the colony’s need. Foragers are directed to the most profitable food sources by the bee dance and food exchange (trophallaxis). The result of this feature is that mainly profitable sources are exploited and poor food sources less or not at all. During the active foraging period hundreds to thousands of flowers are visited daily. The nectar, pollen, water and honeydew plus the unintentionally collected target matter is accumulated in the honeybee colony. In order to obtain target matter the colony must be subsampled. This is done by picking bees from the hive-entrance (hive-entering bees) or inside the hive (in-hive bees) and processing them for analysis (sacrificial). This is the most commonly applied method. However, it is possible to subsample the colony without picking and processing the bees by collecting target matter from the hive-entering bee’s exterior (non-sacrificial). For non-sacrificial subsampling of the honeybee colony the Beehold device with the sampling part Beehold tube has been developed. The results of bio-indication with honeybee colonies are qualitative and indicative for follow up study (Chapter 1).

Six bio-indication studies with honeybee colonies for bio-indication of heavy metals, the plant pathogens Erwinia pyrifoliae and Erwinia amylovora and the soil pollutant γ-HCH are presented. Chapter 2 describes how the concentration of eighteen heavy metals in honeybees fluctuate throughout the period of July, August and September (temporal) at the study sites: the city of Maastricht, the urban location with an electricity power plant in Buggenum and along the Nieuwe Waterweg at Hoek van Holland (spatial). A number of the metals have not been previously analysed in honeybees. To study whether honeybees can be used for bio-indication of air pollution, the concentrations of cadmium, vanadium and lead were compared to concentrations found in honeybees. The honeybee colonies were placed next to the air samplers. Only significant differences of metal concentrations in the ambient air also show in honeybees. This was the case with vanadium in ambient air and honeybees. The spatial and temporal differences of cadmium and lead were too futile to demonstrate a correspondence (Chapter 3). In a national surveillance study in 2008 the concentration of eighteen metals in honeybees has been analysed. The results showed a distinct regional pattern. Honeybees in the East of the Netherlands have higher concentrations of heavy metals compared to the bees in the West. Besides regional differences local differences were also recorded. An approximate description of the land use around 148 apiaries (> 50% agriculture, > 50% wooded area, > 50% urban area and mixed use) indicated the impact of land use on metal concentrations in honeybees. In areas with > 50% wood significantly higher concentrations of heavy metals were detected (Chapter 4). Subsampling of the honeybee colonies in Chapter 2, 3 and 4 was done sacrificially. In the studies presented in Chapter 5, 6, and 7 the honeybee colonies were subsampled non-sacrificially or simultaneously non-sacrificially and sacrificially. The plant pathogen E. pyrifoliae causes a flower infection in the strawberry cultivation in greenhouses. In greenhouse strawberry cultivation honeybees are applied for pollination. In Chapter 5 the combination pollination / bio-indication by honeybee colonies is studied. This proved to be a match. E. pyrifoliae could be detected on in-hive bees prior to any symptom of the infection in the flowers. In the Beehold tube, the bacterium was detected at the same time as the first tiny symptoms of the infection. In Chapter 5 the principles on which the Beehold tube is based are presented and discussed. The plant pathogen E. amylovora causes fireblight in orchards. The combination pollination / bio-indication has also been applied in this study performed in Austria in 2013. It is known that E. amylovora can be detected on honeybees prior to any symptom in the flower or on the fruit tree. A fireblight outbreak depends on flowering period, humidity and temperature. In 2013 no fireblight infection emerged in the orchards where the study was performed. Therefore, the bacterium could not be detected on the honeybees. γ-HCH (Lindane) is one of the soil pollutants in the Bitterfeld region in Saxony-Anhalt in Germany. It is the result of dumping industrial waste around the production locations. Although γ-HCH is bound to soil particles there is a flux to groundwater and surface water. Consequently, the pollution may end up in the sediments of the streambed and flood plains. The study objective was to investigate the hypothetic route of γ-HCH from polluted soil (source), via soil erosion and atmospheric deposition (route) to the receptor (flowering flowers) by detecting γ-HCH in the Beehold tube. Although on average over 17000 honeybees passed through the Beehold tube daily for a maximal period of 28 days, no γ-HCH has been detected. The pollen pattern in the Beehold tube revealed where the bees collected the food (Chapter 7).

The application of the honeybee colony has pros and cons. Distinctive pros are many micro samplers, the extensive collection of matter (both food and target matter) and the accumulation in the colony. For successful bio-indication with honeybee colonies, determining factors are: the target matter, location of the target matter, distance between target matter and the honeybee colony, individual or pooled subsampling, the minimal sampling frequency and sample size, and sacrificial or non-sacrificial subsampling applied solely or in combination. Taking bees from a colony impacts upon the colony’s performance and consequently the passive sampling method. Based on a long-years’ experience and inter-collegial discussion it is stated that 3% of the forager bees (hive-entering) and 1.5% of the in-hive bees can be sampled safely without impacting upon the colony. This restriction does not apply when carrying out non-sacrificial subsampling of the honeybee colony (Chapter 8).

Performing bio-indication with honeybee colonies has more applications than have been exploited so far. Further research can make a change. In particular I mention here the combination of pollination and bio-indication and the application of non-sacrificial subsampling solely or in combination with sacrificial subsampling.

Everywhere Apiculture is practiced (all over the world except the polar areas) bio-indication with honeybee colonies can be applied in a simple, practical and low cost way.

Monitoring en Evaluatie Pilot Zandmotor Fase 2 : Datarapport benthos bemonstering vooroever en strand najaar 2015
Wijsman, J.W.M. - \ 2016
IMARES (Rapport / IMARES C006/16) - 71 p.
sediment - benthos - bemonsteren - kustgebieden - terrestrische ecologie - nederland - sampling - coastal areas - terrestrial ecology - netherlands
Van 24 augustus tot en met 16 oktober 2015 is er een bemonstering uitgevoerd van het benthos en de sedimentkarakteristieken bij de Zandmotor. De vooroever is bemonsterd met de Van Veen happer (120 stations) en de bodemschaaf (109 stations). Het strand is bemonsterd tijdens de ebfase met een meetframe (70 stations). In deze rapportage worden de resultaten van het sediment en de schaafbemonstering gepresenteerd en vergeleken met voorgaande jaren.
Achtergronddocument Rode Lijst Vissen 2011 : zoutwatervissen; analyse en documentatie in 2011 - 2013 publicatie in 2016
Tien, N.S.H. ; Heessen, H.J.L. ; Kranenbarg, Jan ; Trapman, B.K. - \ 2016
IJmuiden : IMARES (Rapport / IMARES C021/16) - 85 p.
vissen - bemonsteren - zout water - bedreigde soorten - zeevissen - fishes - sampling - saline water - endangered species - marine fishes
In 2011-2013 heeft IMARES als onderaannemer van RAVON, in opdracht van het toenmalige Ministerie van Economie, Landbouw en Innovatie (het hedendaagse Ministerie van Economische Zaken), meegewerkt aan het uitvoeren van analyses om tot een voorstel te komen voor een nieuwe Rode Lijst Vissen. Deze analyses zijn uitgevoerd op basis van een door de Nederlandse overheid vastgestelde methodiek om de mate waarin soorten bedreigd zijn vast te stellen. Hierbij zijn door IMARES 59 zoutwatervissoorten onderzocht die gevangen worden in de wetenschappelijke bemonsteringsprogramma’s IBTS, BTS en DFS. De wetenschappelijke bemonsteringsprogramma’s van IMARES zijn programma’s waarin jaarlijks volgens een vaste methode met boomkortuigen wordt gevist om gegevens te verzamelen over de toestand van Noordzeevisbestanden. Het voorliggende rapport bevat de beschrijving en uitkomst van de analyses zoals uitgevoerd in 2011 en 2012 door IMARES. De tekst is grotendeels in 2011-2013 geschreven, door IMARES en RAVON. Op basis van deze analyses, en de analyses van RAVON (zoetwatersoorten) en stichting ANEMOON en Ecosub (zoutwatersoorten) is een nieuwe Rode Lijst Vissen opgesteld welke sinds 2016 van kracht is.
Voorbereiding van de pulsmonitoring: Vaststellen omvang van bemonsteringsprogramma
Reijden, K.J. van der; Hintzen, N.T. - \ 2015
IMARES (Rapport / IMARES C074/15) - 19 p.
pulsvisserij - demersale visserij - visserij - monitoring - bemonsteren - pulse trawling - demersal fisheries - fisheries - sampling
Accuracy of sampling during mushroom cultivation
Baars, J.J.P. ; Hendrickx, P.M. ; Sonnenberg, A.S.M. - \ 2015
Wageningen : Wageningen UR (PPO/PRI report 2015-5) - 33 p.
mushrooms - edible fungi - cropping systems - sampling - agaricus bisporus - mushroom compost - efficiency - dry matter - crop yield - postharvest quality - paddestoelen - eetbare paddestoelen - teeltsystemen - bemonsteren - champignonmest - efficiëntie - droge stof - gewasopbrengst - kwaliteit na de oogst
Experiments described in this report were performed to increase the accuracy of the analysis of the biological efficiency of Agaricus bisporus strains. Biological efficiency is a measure of the efficiency with which the mushroom strains use dry matter in the compost to produce mushrooms (expressed as dry matter produced).
Kuilen op de Westerschelde : Data rapport 2015
Goudswaard, P.C. ; Asch, M. van - \ 2015
Yerseke : IMARES (IMARES / Rapport ) - 14 p.
kaderrichtlijn water - waterbeheer - monitoring - bemonsteren - pelagische visserij - westerschelde - water framework directive - water management - sampling - pelagic fishery - western scheldt
In 2015 is de achtste voor- en najaarsbemonstering op de Westerschelde uitgevoerd in het kader van de monitoring voor de Kaderrichtlijn Water in combinatie sinds 2011 met een identieke bemonstering op de Zeeschelde in België. De monitoring van vooral het pelagische visbestand is van belang in het kader van het herstel en de instandhoudingsdoelen van Natura2000, de Kaderrichtlijn Water en de monitoring van de effecten van verdieping van de vaargeul in de Schelde. De toegepaste methode van bemonstering met de traditionele ankerkuil is een passieve vistechniek die gericht is op pelagische soorten zonder enige vorm van verdere verstoring van bodem. Dit rapport presenteert de gegevens van 2015 zoals die zijn waargenomen.
VIBEG Monitoring T1 in 2015 - Data Deelrapportage
Goudswaard, P.C. ; Bakker, A.G. ; Asch, M. van; Smith, S.R. ; Weide, B.E. van der; Brummelhuis, E.B.M. ; Cuperus, J. - \ 2015
Yerseke : IMARES (Rapport / IMARES C172/15) - 24 p.
natuurbescherming - zeevisserij - zonering - beschermde gebieden - kustgebieden - bemonsteren - noordzee - nederland - nature conservation - marine fisheries - zoning - reserved areas - coastal areas - sampling - north sea - netherlands
Het ‘VIBEG (Visserij in Beschermde Gebieden) akkoord’ betreft twee Habitat- en Vogelrichtlijngebieden: ‘Noordzeekustzone’ en ‘Vlakte van de Raan’. Het doel van dit akkoord is om de instandhoudingsdoelen te realiseren voor habitattype H1110B en schelpdieretende vogels in het kader van Natura2000, in combinatie met een ecologisch verantwoorde en duurzame visserij in deze gebieden. Om dit doel te bereiken is voor de Noordzeekustzone in december 2011 een zonering ingesteld met verschillende toegangsregels voor de visserij. Om de mogelijke effecten van deze verschillende visserijregimes op het bodemleven te kunnen vaststellen is in 2013 een onderzoeksprogramma opgestart voor benthische organismen en vissen. Met drie verschillende en elkaar aanvullende technieken: boxcorer, bodemschaaf en garnalennet, is in 2013 een eerste bestandsopname (T0) gemaakt op twee locaties in de Noordzeekustzone: Petten en Ameland. In 2015 is een tweede bestandsopname (T1) gemaakt, wederom op de twee locaties in de Noordzeekustzone: Petten en Ameland. In dit rapport worden de resultaten van de bestandsopname in 2015 gepresenteerd. Een vergelijking tussen de data van 2015 en 2013, zoals die gerapporteerd zijn in Goudswaard et al. (2014), zal in een later stadium plaatsvinden.
Grondbemonstering waardevol in de strijd tegen stengelaal
Vreeburg, P.J.M. - \ 2015
BloembollenVisie (2015)332. - ISSN 1571-5558 - p. 2 - 23.
horticulture - ornamental bulbs - plant protection - agricultural research - sampling - contamination - plant disease control - knowledge transfer - ditylenchus dipsaci - tulips - hot water treatment - tuinbouw - bloembollen - gewasbescherming - landbouwkundig onderzoek - bemonsteren - besmetting - plantenziektebestrijding - kennisoverdracht - tulpen - heetwaterbehandeling
Het Praktijknetwerk ‘Stengelaaltjes in het vizier’ heeft een belangrijke bijdrage geleverd in de strijd tegen stengelaaltjes door aan te tonen dat het nemen van grondmonsters veel inzicht kan geven in de mate van besmetting van grond en partijen en kan helpen bij het voorkomen van een aantasting en nieuwe besmettingen.
Sample of Dutch FADN 2013 : Design principles and quality of the sample of agricultural and horticultural holdings
Ge, L. ; Veen, H.B. van der; Meer, R.W. van der; Vrolijk, H.C.J. - \ 2015
LEI Wageningen UR (Rapport / LEI Wageningen UR LEI 2015-130) - ISBN 9789086156948 - 35 p.
european farm accounting network - farm accounting - farm accounts - farm accountancy data - sampling - evaluation - european union - netherlands - boekhouding van landbouwbedrijf - rekeningen van landbouwbedrijf - bedrijfsgegevens - bemonsteren - evaluatie - europese unie - nederland
The EU Farm Accountancy Data Network (FADN) requires the Netherlands to yearly send bookkeeping data of 1,500 farms to Brussels. This task is carried out by LEI and CEI. This report explains the background of the farm sample for the year 2013. All phases from the determination of the selection plan, the recruitment of farms to the quality control of the final sample are described in this report.
Opties vervanging Isis
Boois, I.J. de; Bolle, L.J. ; Troost, K. ; Perdon, K.J. ; Bol, R.A. ; Pasterkamp, T.L. ; Wiegerinck, J.A.M. - \ 2015
IJmuiden : IMARES (Rapport / IMARES Wageningen UR C132/15) - 33
visserij - schepen - vervanging - alternatieve methoden - monitoring - bemonsteren - fisheries - ships - replacement - alternative methods - sampling
In het kader van het vlootvervangingsprogramma van de Rijksrederij is het noodzakelijk om alternatieven aan te reiken voor de bemonsteringen die momenteel door RV Isis worden uitgevoerd. RV Isis zal vanaf 2017 niet meer beschikbaar zijn. Dit rapport beschrijft voor de verschillende monitoringen welke vereisten aan een vervangend schip gesteld worden en welke mogelijke alternatieven voorhanden zijn.
Besteed zorg aan het wensenlijstje en het objectief doormeten : Silke Hemming over keuze juiste diffuse kasdek
Staalduinen, J. van; Hemming, S. - \ 2015
Onder Glas 12 (2015)6/7. - p. 10 - 11.
glastuinbouw - beglazing - diffuus glas - optische eigenschappen - condenseren - verstrooiing - besluitvorming - bemonsteren - behoeften - greenhouse horticulture - glazing - diffused glass - optical properties - condensation - scattering - decision making - sampling - requirements
Dat een diffuus kasdek – met of zonder antireflectiecoating – meerwaarde biedt ten opzichte van traditioneel basisglas weten telers inmiddels. Het is echter niet eenvoudig om tot een juiste glaskeuze te komen. Onderzoekster Silke Hemming zet de relevante aspecten op een rij. Een onderschatte factor is het doormeten van glasmonsters op basis van goede steekproeven bij grootschalige nieuwbouwprojecten.
Aanwijzing nieuwe productiegebieden: Onderbouwing monstername sanitair programma
Dedert, M. ; Blanco Garcia, A. ; Poelman, M. - \ 2015
Yerseke : IMARES (Rapport / IMARES Wageningen UR C086/15) - 54
schaaldieren - schaal- en schelpdierenteelt - fytosanitaire maatregelen - fytosanitair beleid - monitoring - bemonsteren - waddenzee - zuidwest-nederland - noordzee - nederlandse wateren - kustwateren - shellfish - shellfish culture - phytosanitary measures - phytosanitary policies - sampling - wadden sea - south-west netherlands - north sea - dutch waters - coastal water
In dit rapport wordt een onderbouwing met aanbevelingen gepresenteerd van het sanitair monitoringsprogramma voor schelpdieren. De analyse is opgesplitst in de Waddenzee, (Zuidelijk) Deltagebied (Oosterschelde, Grevelingenmeer, Veerse Meer en Westerschelde) en Noordzee.
Check title to add to marked list
<< previous | next >>

Show 20 50 100 records per page

 
Please log in to use this service. Login as Wageningen University & Research user or guest user in upper right hand corner of this page.