Staff Publications

Staff Publications

  • external user (warningwarning)
  • Log in as
  • language uk
  • About

    'Staff publications' is the digital repository of Wageningen University & Research

    'Staff publications' contains references to publications authored by Wageningen University staff from 1976 onward.

    Publications authored by the staff of the Research Institutes are available from 1995 onwards.

    Full text documents are added when available. The database is updated daily and currently holds about 240,000 items, of which 72,000 in open access.

    We have a manual that explains all the features 

Current refinement(s):

Records 1 - 20 / 636

  • help
  • print

    Print search results

  • export
    A maximum of 250 titles can be exported. Please, refine your queryYou can also select and export up to 30 titles via your marked list.
  • alert
    We will mail you new results for this query: keywords==sandy soils
Check title to add to marked list
Waarheen met het Nederlandse bos?
Hekhuis, Harrie ; Ouden, J. den - \ 2016
Vakblad Natuur Bos Landschap 13 (2016)127. - ISSN 1572-7610 - p. 4 - 7.
bosbeheer - houtachtige planten - gebruikswaarde - nederland - klimaatverandering - ecosystemen - bostypen - recreatie - zandgronden - oppervlakte (areaal) - forest administration - woody plants - use value - netherlands - climatic change - ecosystems - forest types - recreation - sandy soils - acreage
Het Nederlandse bos is een populair park met jaarlijks honderden miljoenen bezoeken. Het bos is een belangrijke pijler van de Nederlandse natuur met bijvoorbeeld veel Natura 2000-habitats, nieuwe wildernissen en een bron van hernieuwbare grondstoffen. Welke kennis en beheer zijn nodig om aan al deze functies tegemoet te blijven komen? Wij zijn ons als bosbeheerders, beleidsmakers, onderzoekers en opleiders onvoldoende bewust van de forse uitdagingen waar het Nederlandse bosbeheer voor staat!
Nat zandlandschap van de 21e eeuw : kennisagenda
Schouten, M.G.C. ; Jansen, A.A.M. ; Tweel-Groot, Loekie van - \ 2016
Landschap : tijdschrift voor Landschapsecologie en Milieukunde 33 (2016)2. - ISSN 0169-6300 - p. 118 - 121.
natuurbeheer - natuurgebieden - biodiversiteit - zandgronden - duurzame ontwikkeling - landschapsecologie - kennismanagement - soortendiversiteit - ecotypen - systeemanalyse - ecosystemen - toegepast onderzoek - bodems van waterrijke gebieden - nature management - natural areas - biodiversity - sandy soils - sustainable development - landscape ecology - knowledge management - species diversity - ecotypes - systems analysis - ecosystems - applied research - wetland soils
Hoe ziet een duurzaam en biodivers nat zandlandschap van de 21e eeuw eruit en hoe ontwikkelen we dat? Dat landschap zal ongetwijfeld een ander zijn dan dat van de 19e en de eerste helft van de 20e eeuw, maar de uitdaging is de totale soortenrijkdom hierin weer voldoende plaats te bieden. Dit artikel biedt een overzicht van de kennis die daartoe ontwikkeld moet worden.
Natuurherstel door grondtransplantatie
Wubs, E.R.J. ; Putten, W.H. van der; Bosch, M. - \ 2016
Landschap : tijdschrift voor Landschapsecologie en Milieukunde 33 (2016)1. - ISSN 0169-6300 - p. 11 - 14.
ecologisch herstel - natuurbeheer - grondverzet - landverbetering - landbouwgronden - zandgronden - heidegronden - graslanden - veldproeven - natuurgebieden - bodembiologie - ecological restoration - nature management - earth moving - land improvement - agricultural soils - sandy soils - heathland soils - grasslands - field tests - natural areas - soil biology
Natuurherstel op voormalige landbouwpercelen, vooral op zandgronden, wordt uitgevoerd om bestaande natuurgebieden te vergroten en ecologische verbindingszones te versterken. Belangrijke beperkende factoren zijn bodemgerelateerd: hoge nutriëntengehaltes, ongeschikte zaadbanken en tekort aan geschikt bodemleven. Een combinatie van ontgronden en transplantatie van grond uit verder ontwikkelde natuurgebieden kan het natuurherstel op akkers sterk versnellen.
Effecten bodem- en structuurverbeteraars : Onderzoek op klei- en zandgrond 2010-2015 eindrapportage
Balen, D.J.M. van; Topper, C.G. ; Geel, W.C.A. van; Berg, W. van den; Haas, M.J.G. de; Bussink, Wim ; Schoutsen, M.A. - \ 2016
Lelystad : Praktijkonderzoek Plant & Omgeving, onderdeel van Wageningen UR, Business Unit Akkerbouw, Groene Ruimte en Vollegrondsgroenten - 121 p.
bodemkwaliteit - bodemstructuur - fysische bodemeigenschappen - chemische bodemeigenschappen - bodembiologie - bodemvruchtbaarheid - bodemvruchtbaarheidsbeheer - zware kleigronden - zandgronden - calciummeststoffen - biochar - soil quality - soil structure - soil physical properties - soil chemical properties - soil biology - soil fertility - soil fertility management - clay soils - sandy soils - calcium fertilizers
In de praktijk lopen telers vaak tegen problemen aan van een slechte bodemkwaliteit. Intensieve bouwplannen, steeds zwaardere mechanisatie, uitloging (Ca-uitspoeling), piekneerslagen en de schaalvergroting in de landbouw leiden tot vermindering van de fysische bodemvruchtbaarheid en de structuur van de bodem. Dit veroorzaakt:  toenemende problemen bij de bewerkbaarheid van de bodem;  minder efficiënt gebruik van meststoffen;  verhoogd risico van uit- en afspoeling van nutriënten;  wateroverlast;  verlaging van de opbrengst. Om de bodemstructuur te verbeteren, worden door industrie en handel zogeheten bodemverbeteraars en kalkmeststoffen aangeboden. Er is een grote variatie in type producten, de wijze waarop ze werken en de mate waarin ze een directe dan wel indirecte invloed op de bodemvruchtbaarheid kunnen hebben. Objectieve informatie over het effect van deze producten op de gewasopbrengsten en de fysische, chemische en biologische bodemvruchtbaarheid ontbreekt. Uit eerdere proeven is bekend dat effecten van bodem verbeterende maatregelen vaak pas na enkele jaren zichtbaar worden. Om het effect van verschillende bodemverbeteraars op opbrengst en bodemeigenschappen op de langere termijn te toetsen, zijn proefvelden aangelegd op drie kleilocaties (Kollumerwaard, Lelystad en Westmaas) en twee zandlocaties (Vredepeel, Valthermond). Op deze proefvelden zijn bouwplannen toegepast die gangbaar zijn voor de betreffende regio. Eventuele positieve effecten worden sterker met het verstrijken der jaren. Bovendien zijn deze het duidelijkst te onderscheiden wanneer op alle locaties hetzelfde gewas wordt geteeld. Daarom stonden er in het laatste jaar op alle proefvelden aardappels. In de proef zijn de ontwikkeling van de gewasopbrengst, de gewaskwaliteit en de bodemeigenschappen gevolgd over een periode van zes jaar (2010-2015).
Arme bossen verdienen beter : OBN Deskundigenteam Droog zandlandschap
Burg, A. Van den; Bijlsma, R.J. ; Bobbink, R. - \ 2015
VBNE, Vereniging van Bos- en Natuurterreineigenaren - 24 p.
bossen - bosbeheer - zandgronden - zure regen - voedingsstoffenbeschikbaarheid - biodiversiteit - verzuring - voedingsstoffenbalans - verstoorde bossen - bosecologie - forests - forest administration - sandy soils - acid rain - nutrient availability - biodiversity - acidification - nutrient balance - disturbed forests - forest ecology
Bossen van het droog zandlandschap van Noordwest- Europa staan bekend als ‘arme bossen’. Het landschap waarin ze voorkomen was tot in de 20ste eeuw overwegend een heidelandschap. Op de voedselarme heide- en stuifzandbodems zijn vanaf 1900 vooral naaldbossen geplant. Inmiddels zijn in deze voormalige plantages volop kenmerken aanwezig van oudere, meer natuurlijke bossen, zoals dikke levende en dode bomen, natuurlijke verjonging van inheemse loofbomen en een gevarieerd lichtklimaat. Veel soorten hebben sterk geprofiteerd van deze natuurlijke ontwikkeling die nog steeds doorzet. In de loop van 20ste eeuw zijn echter eerst zwaveldepositie (‘zure regen’) en later ook stikstofdepositie een grote negatieve invloed gaan uitoefenen op het landschap. Dit raakt niet alleen de biodiversiteit, maar ook de hout- en biomassaproductie en daarmee de duurzaamheid van het bosgebruik. We hebben directe gevolgen vastgesteld voor soorten en nutriëntenvoorraden in de bodem en indirecte effecten op concurrentieverhoudingen en voedselketens. Er zijn echter ook onzekerheden en belangrijke kennisleemten waar het gaat om de precieze mechanismen, het experimenteel vastleggen van oorzaak-gevolg relaties en mogelijke oplossingsrichtingen. De achtergronden van deze problematiek in droge bossen staan centraal in deze brochure.
Achtergrondverlaging en grondwateraanvulling in Noord-Brabant
Witte, J.P.M. ; Leunk, I. ; Cirkel, D.G. ; Aarts, Frans - \ 2015
Stromingen : vakblad voor hydrologen 24 (2015)4. - ISSN 1382-6069 - p. 53 - 66.
grondwater - waterstand - grondwaterstand - zandgronden - agrohydrologie - gewasopbrengst - noord-brabant - beregening - grondwaterwinning - grondwateraanvulling - groundwater - water level - groundwater level - sandy soils - agrohydrology - crop yield - overhead irrigation - groundwater extraction - groundwater recharge
Achtergrondverlaging is dat deel van de gemeten grondwaterstandsdaling, dat niet door hydrologische berekeningen wordt verklaard. In het Nederlandse zandlandschap bedraagt dit deel, gemeten vanaf de jaren vijftig van de vorige eeuw, gemiddeld enkele decimeters. In dit artikel laten we zien dat de achtergrondverlaging in de provincie Noord-Brabant waarschijnlijk grotendeels is veroorzaakt door de afname van de grondwateraanvulling. Die afname hangt samen met veranderingen in het landgebruik en met een stijging van gewasopbrengsten in de landbouw.
Bladbemesting suikerbieten : veldproef in suikerbieten op proefbedrijf Kooijenburg
Russchen, H.J. - \ 2015
Wageningen : Wageningen UR - 28 p.
bladbemesting suikerbieten - arable farming - sugarbeet - foliar application - field tests - experimental farms - sandy soils - boron fertilizers - molybdenum fertilizers - magnesium fertilizers - plant protection - akkerbouw - suikerbieten - toediening op blad - veldproeven - proefboerderijen - zandgronden - boriummeststoffen - molybdeenmeststoffen - magnesiummeststoffen - gewasbescherming
Voor de suikerbietenteelt heeft Yara de bladmeststof Brassitrel Pro in het pakket en heeft de experimentele product F3521 ontwikkeld. De doelstelling van het proefveldonderzoek is om de meerwaarde van de bladmeststoffen Brassitrel Pro en F3521 in de bietenteelt aan te tonen en te vergelijken met gangbare bladmeststoffen Bortrac en Molytrac.
Use of long-term monitoring data to derive a relationship between nitrogen surplus and nitrate leaching for grassland and arable land on well-drained sandy soils in the Netherlands
Fraters, Dico ; Leeuwen, Ton van; Boumans, Leo ; Reijs, Joan - \ 2015
Acta Agriculturae Scandinavica Section B-Soil and Plant Science 65 (2015)suppl.2. - ISSN 0906-4710 - p. 144 - 154.
nitrate - nitrogen leaching fraction - regional scale approach - root zone leaching - sandy soils - upper groundwater

The decrease in nitrogen (N) use in agriculture led to improvement of upper groundwater quality in the Sand region of the Netherlands in the 1991–2009 period. However, still half of the farms exceeded the European nitrate standard for groundwater of 50 mg/l in the 2008–2011 period. To assure that farms will comply with the quality standard, an empirical model is used to derive environmentally sound N use standards for sandy soils for different crops and soil drainage conditions. Key parameters in this model are the nitrate-N leaching fractions (NLFs) for arable land and grassland on deep, well-drained sandy soils. NLFs quantify the fraction of the N surplus on the soil balance that leaches from the root zone to groundwater and this fraction represents N available for leaching and denitrification. The aim of this study was to develop a method for calculating these NLFs by using data from a random sample of commercial arable farms and dairy farms that were monitored in the 1991–2009 period. Only mean data per farm were available, which blocked a direct derivation of NLFs for unique combinations of crop type, soil type and natural soil drainage conditions. Results showed that N surplus leached almost completely from the root zone of arable land on the most vulnerable soils, that is, deep, well-drained sandy soils (95% confidence interval of NLF 0.80–0.99), while for grassland only half of the N surplus leached from the root zone of grassland (0.39–0.49). The NLF for grassland decreased with 0.015 units/year, which is postulated to be due to a decreased grazing and increased year-round housing of dairy cows. NLFs are positively correlated with precipitation surplus (0.05 units/100 mm for dairy farms and 0.10 units/100 mm for arable farms). Therefore, an increase in precipitation due to climate change may lead to an increase in leaching of nitrate.

Effect 5e Nitraat Actie Programma op de bodembelasting. Berekening bodembelasting voor berekening van de waterkwaliteit
Koeijer, T.J. de; Luesink, H.H. - \ 2015
Wageningen : LEI Wageningen UR (Nota / LEI Wageningen UR 2015-064) - 22
zandgronden - mestbeleid - bodemchemie - bemesting - fosfaat - stikstof - waterkwaliteit - modellen - sandy soils - manure policy - soil chemistry - fertilizer application - phosphate - nitrogen - water quality - models
Uit de MAMBO-berekeningen blijkt dat door invoering van het 5e NAP het gebruik van dierlijke mest op zandgrond daalt. De grootste daling treedt in het zuidelijk zandgebied op. Daarnaast treedt er een verschuiving op van de aanwending van varkensmest naar graasdiermest. Dit komt door de aanscherping van de gebruiksnormen voor fosfaat waardoor de plaatsingsruimte voor fosfaat afneemt. Door de lagere gehalten van stikstof en fosfaat in graasdiermest is het economisch aantrekkelijker om graasdiermest aan te wenden in plaats van varkensmest bij negatieve prijzen voor mestafzet. MAMBO is het Mest en Ammoniak Model voor beleidsondersteunend onderzoek.
Landelijk meetnet effecten mestbeleid; resultaten van monitoring op de natte gronden in de Zandregio in de periode 2004–2009 : landbouwpraktijk en waterkwaliteit (hoofdrapport en bijlagenrapport)
Buis, E. ; Ham, A. van den; Daatselaar, C.H.G. ; Fraters, B. - \ 2015
Bilthoven : RIVM (RIVM rapport 2015-0055) - 100
zandgronden - drainage - waterkwaliteit - landbouwgronden - mestbeleid - oppervlaktewater - sloten - nitraten - sandy soils - water quality - agricultural soils - manure policy - surface water - ditches - nitrates
Binnen het reguliere programma in de Zandregio, wordt de waterkwaliteit in de bovenste meter van het grondwater gemeten door bemonstering in de zomer. In de natte (gedraineerde) delen van de Zandregio spoelt een deel van het neerslagoverschot af naar het oppervlaktewater. Om de invloed van de landbouw op de kwaliteit van het klein oppervlaktewater (slootwater) in beeld te brengen, is een apart winterprogramma in het leven geroepen. Hierin worden, naast het ondiepe grondwater, ook het drain- en slootwater bemonsterd. In de natte delen van de Zandregio is nitraat, net als in andere regio’s, een belangrijke parameter voor de waterkwaliteit.
Ecologie van bosbodems : een verkennende studie naar ecologisch functioneren van bosbodems op zandgronden
Jong, J.J. de; Bloem, J. ; Delft, S.P.J. van; Hommel, P.W.F.M. ; Oosterbaan, A. ; Waal, R.W. de - \ 2015
Wageningen : Alterra, Wageningen-UR (Alterra-rapport 2657) - 89
bosecologie - bodemecologie - bodemvruchtbaarheid - humus - organische stof - zandgronden - forest ecology - soil ecology - soil fertility - organic matter - sandy soils
De bodem van een bos is bepalend voor het functioneren van het bos als productie- en ecosysteem. Het is het substraat waar organismen in leven en waar planten in wortelen. De bodem houdt vocht en nutriënten vast en levert deze aan planten en het bodemleven, terwijl planten organische stof aan de bodem leveren. De wijze waarop dit allemaal gebeurt, bepaalt in grote mate welke organismen er in en op voor kunnen komen en hoe die functioneren. De bodemorganismen en voedingstoestand van de bodem worden beïnvloed door beheer en externe factoren, zoals depositie. Kennis van de onderlinge relaties tussen de factoren die de bodemvruchtbaarheid bepalen of door de bodemvruchtbaarheid bepaald worden, is daarom van groot belang voor een duurzaam bosbeheer. Dit rapport bevat een verkenning van de kennis die er aanwezig is op dat gebied.
Verschillen in variatie in ruimte en tijd tussen de gangbare en biologische systemen in Bodemkwaliteit op zand / Waarde organische stof
Haan, Janjo de - \ 2015
arable farming - soil quality - sandy soils - outturn - nitrate leaching - organic fertilizers - vegetable growing - field crops - organic farming
Achtergrondinformatie Praktijkdag Suikerbieten & Cichorei 2 juli 2015, Vredepeel
PPO Akkerbouw, Groene Ruimte en Vollegrondsgroente, - \ 2015
Vredenpeel : PPO - 17
akkerbouw - suikerbieten - cichorei - wortelgewassen - proeven op proefstations - zandgronden - organische meststoffen - bodemvruchtbaarheid - mechanische bestrijding - herbiciden - onkruidbestrijding - gewasbescherming - bladschimmels - rhizoctonia - rassenproeven - bemesting - arable farming - sugarbeet - chicory - root crops - station tests - sandy soils - organic fertilizers - soil fertility - mechanical control - herbicides - weed control - plant protection - phylloplane fungi - variety trials - fertilizer application
Deze Praktijkdag aandacht voor: Investeren in organische stof loont. Mechanische onkruidbestrijding. Bladschimmelbeheersing suikerbieten. Proefveld rhizoctoniaresistente suikerbietenrassen. Stikstof- en fosfaatbemesting in relatie tot het 5e actieprogramma. Nitraatrichtlijn. Stel de juiste diagnose van ‘zieke’ planten. Vooruitgang door nieuwe rassen bij cichorei. Onkruidbeheersing. Opbrengstverhoging. en Spuittechniek
Waarde van organische stof in project Bodemkwaliteit op Zandgrond
Haan, J.J. de; Spruijt, J. ; Verstegen, H.A.G. - \ 2015
PPO AGV
akkerbouw - bemesting - bodemkwaliteit - zandgronden - organische stof - landbouwprijzen - berekening - arable farming - fertilizer application - soil quality - sandy soils - organic matter - agricultural prices - calculation
In het project Bodemkwaliteit op zandgrond zijn de baten van organische stofaanvoer uitgerekend. In het bouwplan van de proef blijkt de waarde van effectieve organische stof (EOS) gemiddeld 60 cent per kg te zijn. EOS is het deel van de aangevoerde organische stof met mest, gewasresten of groenbemesters die na 1 jaar nog over is in de bodem. De waarde varieert sterk en is afhankelijk van de prijs van het product en het effect van organische stofaanvoer op opbrengst. Op basis hiervan kan de prijs van mestproducten berekend worden
Organic matter dynamics in an intensive dairy production system on a Dutch Spodosol
Verloop, J. ; Hilhorst, G.J. ; Pronk, A.A. ; Sebek, L.B. ; Keulen, H. van; Janssen, B.H. ; Ittersum, M.K. van - \ 2015
Geoderma 237-238 (2015). - ISSN 0016-7061 - p. 159 - 167.
different manuring systems - farming systems - carbon sequestration - soil carbon - nitrogen-fertilization - pedotransfer functions - agricultural soils - biogas digestion - cropping systems - sandy soils
In many studies, possibilities are being explored to adjust farm management to increase or maintain soil organic matter (SOM) contents in agricultural soils. Some options may be conflicting with efficient nutrient (N and P) management, i.e. management aiming at maximum conversion of imported nutrients into exported products (milk and meat in the case of dairy farms). This study explored long term effects of efficient nutrient management on SOM dynamics on an experimental dairy farm with three types of land use: permanent grassland, a 3year grass-3year arable crop rotation (ROTI), and a 3year grass-5year arable crop rotation (ROTII). The arable phase in the crop rotations consisted predominantly of maize. The experimental farm, called 'De Marke', is located on a Spodosol with an Anthropic Epipedon in the Netherlands. The study consisted of: i) trend analyses based on data of measured SOM mass percentage (SOM %) from 1989-2010, and ii) simulations of long term (50years) SOM dynamics for four management alternatives. Three alternatives were related to manure digestion: no digestion; 'mild anaerobic digestion' (degrading 35% of organic matter) and; 'strong digestion' (degrading 70% of organic matter). The fourth management alternative was similar to the first (no digestion) but differed in that no catch crop was grown after maize. The trend analyses showed that SOM % of the 0-0.2m layer was approximately stable under permanent grassland. In ROTI, SOM % decreased on average by 0.04y-1 and in ROTII by 0.03y-1. The decline did not slow down over time. SOM decline was more severe on plots with relatively high initial SOM %. Decomposition was described using a mono-component model with a time dependent relative decomposition rate. Decomposition rates in the rotations with arable crops were not higher than those for permanent grassland indicating that tillage did not affect decomposition rate and that SOM dynamics were dominated by the quantity and quality of the substrate input. Simulations indicated that in the long term, decline of SOM must be expected both under arable crop-grassland rotations and under permanent grassland, even in the case of permanent grassland receiving undigested manure. Our results further indicate that strong manure digestion puts pressure on future SOM levels suggesting a trade-off with bio-energy production, and that the contribution of a catch crop to long term SOM is marginal.
Conservation tillage of rainfed maize in semi-arid Zimbabwe: A review
Nyakudya, I.W. ; Stroosnijder, L. - \ 2015
Soil & Tillage Research 145 (2015). - ISSN 0167-1987 - p. 184 - 197.
zea-mays l. - sandy soils - sustainable agriculture - water conservation - rural livelihoods - smallholder farms - southern africa - use efficiency - rainwater use - long-term
Food security in Sub-Saharan Africa, particularly in semi-arid tropics (41% of the region; 6 months of dry season) is threatened by droughts, dry spells and infertile soils. In Zimbabwe, 74% of smallholder farming areas are located in semi-arid areas mostly in areas with soils of low fertility and water holding capacity. The dominant crop in these areas, maize (Zea mays L.), is susceptible to drought. Under smallholder farming in Zimbabwe, conventional tillage entails cutting and turning the soil with a mouldboard plough thereby burying weeds and crop residues. Seed is planted by hand into a furrow made by the plough, ensuring that crops germinate in relatively weed free seedbeds. Inter-row weed control is performed using the plough or ox-drawn cultivators and hand hoes. Conventional tillage has been criticised for failure to alleviate negative effects of long dry spells on crops and to combat soil loss caused by water erosion estimated at 50 to 80 t ha-1 yr-1. Therefore, conservation tillage has been explored for improving soil and water conservation and crop yields. Our objective was to determine the maize yield advantage of the introduced technology (conservation tillage) over conventional tillage (farmers’ practice) based on a review of experiments in semi-arid Zimbabwe. We use a broad definition of conservation tillage instead of the common definition of =30% cover after planting. Eight tillage experiments conducted between 1984 and 2008 were evaluated. Conventional tillage included ploughing using the mouldboard plough and digging using a hand hoe. Conservation tillage included tied ridging (furrow diking), mulch ripping, clean ripping and planting pits. Field-edge methods included bench terraces (fanya juus) and infiltration pits. Results showed small yield advantages of conservation tillage methods below 500 mm rainfall. For grain yields =2.5 t ha-1 and rainfall =500 mm, 1.0 m tied ridging produced 144 kg ha-1 and mulch ripping 344 kg ha-1 more than conventional tillage. Above 2.5 t ha-1 and for rainfall >500 mm, conventional tillage had =640 kg ha-1 yield advantage. Planting pits had similar performance to ripping and conventional tillage but faced digging labour constraints. Experiments and modelling are required to test conservation tillage seasonal rainfall thresholds. Constraints to adoption of conservation tillage by smallholder farmers necessitate best agronomic practices under conventional tillage while work on adoption of alternative tillage methods continues.
Nieuwe teelttechnieken kunnen emissie tuinbouw fors beperken
Haan, J.J. de; Vermeulen, T. - \ 2014
H2O : tijdschrift voor watervoorziening en afvalwaterbehandeling 2014 (2014)2. - ISSN 0166-8439 - p. 60 - 61.
vollegrondsteelt - teeltsystemen - zandgronden - bodemkwaliteit - cultuur zonder grond - emissiereductie - pesticiden - nutriëntenuitspoeling - milieubeheersing - outdoor cropping - cropping systems - sandy soils - soil quality - soilless culture - emission reduction - pesticides - nutrient leaching - environmental control
Tuinbouw in de volle grond is mogelijk met een minimale emissie van meststoffen en gewasbeschermingsmiddelen. Dit blijkt uit het onderzoeksprogramma ‘Teelt de grond uit’, waarvan eind 2013 de eerste fase is afgesloten. In het kader van dit programma zijn verschillende nieuwe teeltsystemen ontwikkeld en getest voor milieuvriendelijke tuinbouw in de volle grond, die bovendien rendabel kan zijn.
Comparative study of nitrate leaching models on a regional scale
Roelsma, J. ; Hendriks, R.F.A. - \ 2014
Science of the Total Environment 499 (2014). - ISSN 0048-9697 - p. 481 - 496.
agricultural land-use - soil-crop model - groundwater nitrate - sandy soils - drinking-water - system stone - netherlands - nitrogen - losses - simulation
In Europe and North America the application of high levels of manure and fertilisers on agricultural land has led to high levels of nitrate concentrations in groundwater, in particular on sandy soils. For the evaluation of the development of the quality of groundwater a sound quantitative basis is needed. In this paper a comparison has been made between observations of nitrate concentrations in the upper groundwater and predictions of nitrate leaching models. Observations of nitrate concentrations in the upper groundwater at three different locations in regions with mainly sandy soils in the eastern and northern part of the Netherlands were used to test the performance of the simulation models to predict nitrate leaching to the upper groundwater. Four different types of simulation models of different levels of complexity and input data requirement were tested. These models are ANIMO (dynamic complex process oriented model), MM-WSV (meta-model), WOG (simple process oriented model) and NURP (semi-empiric model). The performance of the different simulation models was evaluated using statistical criteria. The dynamic complex process oriented ANIMO model showed the best model performance. The MM-WSV meta-model was the second best model, whilst the simple process oriented WOG model produced the worst model performance. The best model performance showed the dynamic complex process oriented ANIMO model in predicting the nitrate concentrations in the upper groundwater of the Klooster catchment. The good performance of the ANIMO model for this catchment can be explained by the additional information about the use of manure and fertilisers at farm level in this study area. The ANIMO model may be a good tool to predict nitrate concentrations in the upper groundwater on a regional scale. However, the use of a detailed process oriented simulation model requires a comprehensive set of input data. If such a comprehensive data-set is not available the MM-WSV model (meta-model) proves to be a good alternative. The WOG and NURP models are suitable for long term (>8 years) predictions of average nitrate concentrations in the upper groundwater on a regional scale. (C) 2014 Elsevier B.V. All rights reserved.
Klimaatverandering op de droge zandgronden: effecten en mogelijke adaptatiestrategieën : 24 april 2014, presentatie voor KLV Alumnikring Noord, Assen
Brink, Adri van den - \ 2014
climatic change - sandy soils - water management - rural areas - land use - integrated spatial planning policy - agriculture - nature management - drenthe
Duurzaam bodemgebruik op Brabantse zandgronden : Goede productie, handhaven bodemkwaliteit en schoon water als uitdaging
Postma, R. ; Rombouts, P. ; Haan, J.J. de; Harthoorn, L.F. - \ 2014
Bodem 24 (2014)6. - ISSN 0925-1650 - p. 10 - 12.
duurzaam bodemgebruik - zandgronden - grondwaterkwaliteit - nitraatuitspoeling - mestbeleid - landbouw en milieu - noord-brabant - limburg - sustainable land use - sandy soils - groundwater quality - nitrate leaching - manure policy - agriculture and environment
De landbouwpraktijk op de zuidoostelijke zandgronden heeft geleid tot hoge nitraatgehalten in grondwater en hoge fosfaattoestanden in de bodem. Het mestbeleid wordt daarom steeds verder aangescherpt, wat ten koste kan gaan van gewasopbrengsten en het organische stofgehalte in de bodem. Vandaar de vraag: is het mogelijk landbouwkundige en milieukundige doelen te verenigen?
Check title to add to marked list
<< previous | next >>

Show 20 50 100 records per page

 
Please log in to use this service. Login as Wageningen University & Research user or guest user in upper right hand corner of this page.