Staff Publications

Staff Publications

  • external user (warningwarning)
  • Log in as
  • language uk
  • About

    'Staff publications' is the digital repository of Wageningen University & Research

    'Staff publications' contains references to publications authored by Wageningen University staff from 1976 onward.

    Publications authored by the staff of the Research Institutes are available from 1995 onwards.

    Full text documents are added when available. The database is updated daily and currently holds about 240,000 items, of which 72,000 in open access.

    We have a manual that explains all the features 

Current refinement(s):

Records 1 - 20 / 883

  • help
  • print

    Print search results

  • export
    A maximum of 250 titles can be exported. Please, refine your queryYou can also select and export up to 30 titles via your marked list.
  • alert
    We will mail you new results for this query: keywords==sierplanten
Check title to add to marked list
Energiebesparing door lokale verwarming : test op teelttafels bij Elstgeest Potplanten
Raaphorst, Marcel ; Noort, Filip van - \ 2017
Bleiswijk : Wageningen University & Research, BU Glastuinbouw (Rapport GTB 1439) - 18
kasgewassen - glastuinbouw - kassen - dieffenbachia - potplanten - sierplanten - verwarming - verwarmingssystemen - energiebesparing - greenhouse crops - greenhouse horticulture - greenhouses - pot plants - ornamental plants - heating - heating systems - energy saving
On a pot plant nursery three cultivation tables are heated directly with mat heating and one cultivation table is heated indirectly with tube heating. At these four tables the effect is measured on the air temperature below the table, the pot temperature, the energy use and the crop growth of Dieffenbachia. The conclusion is, that with mat heating a lower air temperature can be held under cultivation table to achieve a certain pot temperature. It is estimated that with this lower air temperature 10-30% of heat is saved because less heat disappears to the soil. For Dieffenbachia, the greenhouse air temperature above the pot is more determining for crop development than the pot temperature is. It is expected, that the energy-saving effect of mat heating is larger for plants with a low growth point, for which the pot temperature has more effect on growth.
Planten zuiveren lucht, maar praktische invulling stuit op gebrek aan kennis : onderzoek geplaagd door onzorgvuldigheid
Heuvelink, E. ; Kierkels, T. - \ 2016
Onder Glas 13 (2016)6/7. - p. 42 - 43.
tuinbouw - sierplanten - potplanten - kantoorziekte - binnenklimaat - luchtkwaliteit - schadelijke stoffen - landbouwkundig onderzoek - horticulture - ornamental plants - pot plants - sick building syndrome - indoor climate - air quality - noxious substances - agricultural research
Kunnen potplanten werkelijk de lucht zuiveren van schadelijke stoffen? Het antwoord is ja. Maar vervolgens roept het wetenschappelijke onderzoek op dit terrein vooral veel vragen op. Helaas is op veel van die voor de hand liggende vragen nauwelijks antwoord te geven. Zet het werkelijk zoden aan de dijk? Welke planten doen ’t het beste? Hoeveel van dergelijke planten heb je nodig in school, kantoor of woonkamer?
Sturen op compactheid zonder bloeivertraging?
Hogewoning, S.W. ; Trouwborst, G. ; Pot, C.S. ; Eveleens-Clark, B.A. ; Dueck, T.A. - \ 2015
Plant Lighting - 35 p.
tuinbouw - glastuinbouw - sierplanten - potplanten - chrysanthemum - belichting - kalanchoe - rosaceae - led lampen - gewassen, groeifasen - lichtsterkte - energiebesparing - gewaskwaliteit - plantenontwikkeling - horticulture - greenhouse horticulture - ornamental plants - pot plants - illumination - led lamps - crop growth stage - light intensity - energy saving - crop quality - plant development
Bij een aantal siergewassen wordt niet alleen belicht om de productie te verhogen, maar ook om een compacte plantvorm te bevorderen (o.a. bij potchrysant, potroos & kalanchoe). Hoe hoger de intensiteit belichting, hoe compacter het gewas. Met een combinatie van rode en blauwe LED’s (LED RB) kan gestuurd worden op een compactere plantvorm. LED RB bespaart momenteel ±20% energie ten opzicht van de gangbare SON-T armaturen. Als bovendien compactheid bevorderd wordt, dan kan bij die siergewassen waar mede belicht wordt vanwege compactheid de intensiteit belichting ook nog eens omlaag. Qua energiebesparing snijdt het mes dan aan twee kanten. Echter, daar staat tegenover dat het LED RB spectrum de bloei kan vertragen bij korte- en lange dag planten. Door deze teeltvertraging kunnen stengels uiteindelijk zelfs langer worden. Deze studie heeft als doel om door de juiste aansturing van de verschillende fotoreceptoren bloeivertraging tegen te gaan zonder op compactheid in te hoeven leveren.
Biologische klok brengt compactheid zonder chemie dichterbij : hoe gaat plant om met zetmeel en suikers in de nacht?
Krol, S. van der; Heuvelink, E. ; Kierkels, T. - \ 2015
Onder Glas 12 (2015)8. - p. 23 - 25.
glastuinbouw - sierplanten - teeltsystemen - plantenontwikkeling - plantkunde - plantenfysiologie - biologische ritmen - landbouwkundig onderzoek - gewasproductie - greenhouse horticulture - ornamental plants - cropping systems - plant development - botany - plant physiology - biological rhythms - agricultural research - crop production
Meer inzicht in hoe de biologische klok van de plant processen aanstuurt, geeft nieuwe mogelijkheden om groei en bloei te sturen. Het brengt compact houden van pot- en perkplanten met teeltmaatregelen dichterbij. Onderdeel hiervan is een beter begrip van hoe de plant omgaat met zetmeel en suikers in de nacht. Het interessante onderzoek op dit terrein krijgt financiële en praktische ondersteuning van ongekend veel tuinbouwbedrijven.
Kokos en biochar geschikte alternatieven voor veen in potgrond : zoektoch potplantensector naar nieuwe grondstoffen
Rodenburg, J. ; Blok, C. - \ 2015
Onder Glas 12 (2015)8. - p. 7 - 9.
potplanten - groeimedia - biochar - bodemverbeteraars - houtskool - koolstofvastlegging in de bodem - kokos - samenstelling - sierplanten - gebruikswaarde - glastuinbouw - pot plants - growing media - soil conditioners - charcoal - soil carbon sequestration - copra - composition - ornamental plants - use value - greenhouse horticulture
De meeste potgronden bestaan voor een groot deel uit veen. Maar er is een duidelijke kentering merkbaar. Telers, afnemers en consumenten vragen steeds vaker om veenvrije mengsels. Redenen zijn de grote hoeveelheid CO2 die vrijkomt bij afgravingen en het verloren gaan van eeuwenoude moerasgronden. Onder meer daarom startte een zoektocht naar nieuwe grondstoffen voor potgrond. Met kokos is al veel ervaring opgedaan en biochar heeft de potentie om een belangrijk ingrediënt met meerwaarde te worden.
Ketenanalyse residu gewasbeschermingsmiddelen : Bloembollen, boomkwekerijproducten en vaste planten
Werd, H.A.E. de; Dalfsen, P. van; Kuik, A.J. van - \ 2015
Randwijk : Praktijkonderzoek Plant en Omgeving, Bloembollen, Boomkwekerij & Fruit - 87
pesticiden - bloembollen - sierplanten - houtachtige planten - apidae - honingbijen - bijensterfte - bemonsteren - insecticidenresiduen - analyse - fungiciden - acariciden - pesticides - ornamental bulbs - ornamental plants - woody plants - honey bees - bee mortality - sampling - insecticide residues - analysis - fungicides - acaricides
Greenpeace heeft in het voorjaar van 2014 bloembol- en knolproducten en tuinplanten in pot op residuen van gewasbeschermingsmiddelen en biociden laten onderzoeken. PPO Wageningen UR heeft op verzoek van KAVB, Anthos en de LTO Vakgroep Boomkwekerij en Vaste planten, de herkomst van de gevonden residuen geanalyseerd. Hierbij is voor 18 van de bemonsterde en 2 extra gewassen in beeld gebracht wat het toegelaten gebruik van fungiciden, insecticiden en acariciden in Nederland is. Vervolgens zijn voor dezelfde 18 gewassen de gevonden residuen vergeleken met de te verwachten residuen op basis van het toegelaten gebruik. Ook de herkomst van de residuen die niet te verklaren zijn op basis van het in Nederland toegelaten gebruik is geanalyseerd. Binnen deze studie zijn geen nieuwe proeven of metingen uitgevoerd, maar zijn schattingen van het verloop van de ordegrootte van residugehaltes gemaakt op basis van de eigenschappen van de betreffende stoffen.
Recirculatie potorchidee 10. Scenarioberekeningen stikstof emissie - 1
Os, E.A. van; Kromwijk, J.A.M. - \ 2014
sierplanten - potplanten - orchideeën als sierplanten - bemesting - vloeibare kunstmeststoffen - recirculatiesystemen - glastuinbouw - stikstofbalans - stikstofmeststoffen - ornamental plants - pot plants - ornamental orchids - fertilizer application - liquid fertilizers - recirculating systems - greenhouse horticulture - nitrogen balance - nitrogen fertilizers
Voor andere gewassen zijn rekenprogramma’s ontwikkeld om effecten van bv. het natriumgehalte in het water en de natrium grenswaarde op de stikstof emissie door te rekenen. Met behulp van zo’n waterstromen model zijn verschillende scenario’s doorgerekend om inzicht te geven in het effect op de stikstof emissie bij recirculatie in de teelt van potorchideeën.
Kwaliteitsgestuurde Tracking & Tracing : Deelproject ‘A Smarter Greenport’
Zwinkels, H. ; Bremmer, J. - \ 2014
Wageningen : LEI Wageningen UR
sierplanten - snijbloemen - kwaliteit na de oogst - houdbaarheid (kwaliteit) - transport - tracking en tracing - logistiek - bedrijfsapplicaties - ornamental plants - cut flowers - postharvest quality - keeping quality - tracking and tracing - logistics - business software
Het doel van dit project is om in een praktijkpilot een innovatief systeem voor realtime management van productkwaliteit in de keten te ontwikkelen en toe te passen. Het systeem bestaat uit verschillende applicaties ('business apps') die ketenpartners in de bloemen- en plantenketen ondersteunen bij het beheersen van de condities die van invloed zijn op de kwaliteit van producten gedurende de gehele naoogstfase van producent tot retailer. Toepassing van deze applicaties leidt tot een hogere kwaliteit van het product bij de eindgebruiker, minder uitval, lagere logistieke kosten door betere capaciteitsbenutting en kortere lead-times.
Onderzoek naar de effectiviteit van ontsmettingsapparatuur en -middelen
Stijger, I. ; Os, E.A. van; Marrewijk, D. van; Klein, M. - \ 2014
Bleiswijk : Wageningen UR Glastuinbouw/DLV Plant (Rapport / Wageningen UR Glastuinbouw 1316) - 34
sierplanten - vollegrondsteelt - drainagewater - desinfectie - uv-lampen - behandeling - richtlijnen (guidelines) - landbouwkundig onderzoek - ornamental plants - outdoor cropping - drainage water - disinfection - uv lamps - treatment - guidelines - agricultural research
In teelten die los van de ondergrond op verschillende substraten worden geteeld, wordt het drainwater gerecirculeerd. In het recirculatiewater kunnen diverse pathogenen (ziekteverwekkers) zoals schimmels, bacteriën en virussen voorkomen. Daarom wordt op veel bedrijven het drainwater ontsmet en dit kan op verschillende manieren worden gedaan met ontsmettingsapparatuur en ontsmettingsmiddelen. Bij de teelt in de vollegrond vindt nu nog geen of nauwelijks recirculatie van drainagewater plaats. De samenstelling van drainagewater verschilt aanzienlijk van drainwater. Daardoor is de ontsmettingsmethodiek niet per definitie gelijk. Zo kunnen organische stof en ijzerdeeltjes de transmissie sterk omlaag brengen. Dit kan tot gevolg hebben dat bijvoorbeeld een UV-ontsmetting onvoldoende werkt. Drainagewater behoeft daarom soms een voorbehandeling voordat het met een standaard ontsmettingsmethode behandeld kan worden. Voor drainagewater worden op basis van analyses en interviews aanbevelingen gedaan voor verbetering om tot een goede ontsmetting van drainagewater te komen.
Inzetten van plantversterkers vraagt om meer kennis : 'Gemakkelijke' oplossing met chemie is voorbij (interview met André van der Wurff en Filip van Noort)
Arkesteijn, M. ; Wurff, A.W.G. van der; Noort, F.R. van - \ 2014
Onder Glas 11 (2014)5. - p. 66 - 67.
glastuinbouw - sierplanten - potplanten - plantgezondheid - verdedigingsmechanismen - ziekteresistentie - plantengenetica - landbouwkundig onderzoek - proeven - greenhouse horticulture - ornamental plants - pot plants - plant health - defence mechanisms - disease resistance - plant genetics - agricultural research - trials
Dat planten ziek kunnen worden door stress is bekend. Bij een verminderde weerbaarheid, zoals in de stekfase, de overgang van vegetatief naar generatief of gewoon door de klimaatomstandigheden, krijgen schimmels en bacteriën eerder de kans met uitval of beschadiging als gevolg. Door ‘plantversterkers’ toe te voegen, kunnen planten zich beter weren tegen aanvallen van buitenaf. Maar welke middelen werken nu echt en hoe?
Weerbaarheid van de plant wordt langzamerhand ontrafeld : Op zoek naar de juiste balans tussen weerbaarheid en productie (interview met Jantineke Hofland-Zijlstra)
Kierkels, T. ; Hofland-Zijlstra, J.D. - \ 2014
Onder Glas 11 (2014)5. - p. 42 - 43.
glastuinbouw - gewasproductie - sierplanten - stressfactoren - verdedigingsmechanismen - secundaire metabolieten - optimalisatiemethoden - landbouwkundig onderzoek - gewasbescherming - plantgezondheid - greenhouse horticulture - crop production - ornamental plants - stress factors - defence mechanisms - secondary metabolites - optimization methods - agricultural research - plant protection - plant health
Met een goede klimaatbeheersing kan de teler Botrytis in de hand houden. Maar eigenlijk is de weerbaarheid van de plant bij deze schimmel veel belangrijker. Bij een hogere weerbaarheid hoef je veel minder scherp op het klimaat te letten en bespaar je op het middelengebruik. Diverse onderzoekinstellingen werken aan meer inzicht.
Verticillium : Status quo van een miljoenenverslindende bodemziekte : Kansen en oplossingen bij bestrijding en beheer van verwelkingsziekte
Hiemstra, J.A. ; Sluis, B.J. van der - \ 2013
Boom in business 4 (2013)6. - ISSN 2211-9884 - p. 20 - 23.
boomkwekerijen - houtachtige planten - sierplanten - verwelkingsziekten - verticillium - schimmelziekten - landbouwkundig onderzoek - resistentieveredeling - bestrijdingsmethoden - bodemschimmels - forest nurseries - woody plants - ornamental plants - wilts - fungal diseases - agricultural research - resistance breeding - control methods - soil fungi
Verwelkingsziekte bedreigt al jaren de boomkwekerij, m.n. in de teelt van laanbomen en rozen. Onderzoek naar deze bodemziekte is daarom hard nodig. Jelle Hiemstra en Bart van der Sluis geven in dit artikel een overview van de stand van zaken met betrekking tot onderzoek naar dit probleem.
Meerlagenteelt van stek vooral in de winter voordelig
Dalfsen, P. van; Even, S. - \ 2013
De Boomkwekerij 26 (2013)20. - ISSN 0923-2443 - p. 14 - 15.
teeltsystemen - sierplanten - vermeerderingsmateriaal - meerlagenteelt - belichting - kunstmatige verlichting - lichtgevende dioden - innovaties - proeven - winter - led lampen - cropping systems - ornamental plants - propagation materials - multi-layer cultivation - illumination - artificial lighting - light emitting diodes - innovations - trials - led lamps
Een meerlagensysteem biedt bij de teelt van stek vooral in de winter grote voordelen. De wortelvorming komt sneller op gang waardoor meer rondes per jaar kunnen worden gemaakt. Dat blijkt uit proeven bij Boereboom stekcultures in Eindhoven. Het onderzoek zet een belangrijke stap naar het stekbedrijf van de toekomst
Effect van zomerklimaat bij Cymbidium
Kromwijk, J.A.M. ; Eveleens-Clark, B.A. ; Mourik, N.M. van - \ 2013
Bleiswijk : Wageningen UR Glastuinbouw (Rapporten GTB 1227) - 72
sierplanten - cymbidium - zomer - klimaat - impact - vochtigheid - temperatuur - teelt onder bescherming - nederland - ornamental plants - summer - climate - humidity - temperature - protected cultivation - netherlands
Abstract NL Bij Cymbidium kan in sommige zomers de uitgroei van de bloemtak vertragen of zelfs stil gaan staan, waardoor het gewenste oogsttijdstip niet gehaald wordt. Onderzoek gefinancierd door het Productschap Tuinbouw en uitgevoerd door Wageningen UR Glastuinbouw heeft laten zien dat dit het gevolg is van een te hoge temperatuur. Maximaal 26 oC gaf een betere takstrekking, vroegere productie en nauwelijks bloemschade. Er was bovendien een trend naar meer totaal geoogst gewicht, meer scheuten in het 2e teeltjaar, veelal betere kwaliteit en/of productie en bij de cultivar ‘Esther’ was de houdbaarheid op de vaas beter. Maximaal 26 oC met hoge RV en maximaal licht toe laten gaf bij ‘Esther’ betere resultaten dan maximaal 26 oC met lage RV en een normaal gekrijtte kas, maar bij Earlysue ‘Paddy’ was er geen meerwaarde. Een hoge RV gaf bij gelijkblijvende hoge temperatuur weinig verbetering in de takstrekking en nog steeds veel bloemschade. De bloemtakken lijken vooral in een jong stadium gevoelig voor een te hoge temperatuur. Abstract English During the summer, elongation of the Cymbidium flower stem can be delayed or even stopped, which delays harvest. Research at Wageningen UR Greenhouse Horticulture (funded by the Horticulture Board) found that this delay is caused by too high temperature. A maximum of 26 oC gave better stem elongation, earlier production, no flower damage, more total harvested weight, and more shoots in the subsequent growing season, than the control without a maximum temperature. Quality and production often improved and the vase-life of ‘Esther’ was longer. A maximum of 26 oC with high humidity and maximal light gave better results for ‘Esther’ than a maximum of 26 oC with low humidity and normal light levels. For Earlysue ‘Paddy’ there was no advantage of high humidity and maximal light levels. A high RV without a maximum temperature gave no improvement in stem elongation and flower damage still occurred. Young flowering stems seem to be more sensitive to high temperature than older stems.
Planten voor natte locaties
Hoffman, M.H.A. ; Hop, M.E.C.M. - \ 2012
Dendroflora 2013 (2012)49. - ISSN 0374-7247 - p. 4 - 26.
stadsomgeving - beplantingen - bodemtypen (ecologisch) - bodem-plant relaties - soortendiversiteit - wadigronden - houtachtige planten - struiken - sierplanten - groeiplaatseisen - nomenclatuur - urban environment - plantations - soil types (ecological) - soil plant relationships - species diversity - wadi soils - woody plants - shrubs - ornamental plants - site requirements - nomenclature
De hoeveelheid vocht in de bodem is één van de belangrijkste groeivoorwaarden voor planten. De meeste soorten geven de voorkeur aan een normale vochthoudende bodem, maar er zijn ook soorten die een veel drogere of juist nattere bodem prefereren. En ook tolereren. Nederland kent vooral veel natte locaties. In het stedelijke gebied geldt dit voor bijvoorbeeld oevers, laaggelegen delen en wadi’s. Vooral wadi’s zijn de laatste jaren erg populair geworden en bieden ook veel perspectief voor vergroening. Een goede soortkeuze voor zowel permanent natte als periodiek natte locaties is van essentieel belang.
Impatiens-vlekkenvirus in Phalaenopsis
Stijger, I. ; Hamelink, R. ; Pham, K.T.K. ; Kock, M.J.D. de - \ 2012
Bleiswijk : Wageningen UR Glastuinbouw (Rapporten GTB 1212)
sierplanten - orchideeën als sierplanten - phalaenopsis - impatiens necrotic spot virus - thrips - frankliniella occidentalis - gastheerpreferenties - nederland - ornamental plants - ornamental orchids - host preferences - netherlands
In de teelt van Phalaenopsis worden telers de laatste jaren geconfronteerd met een bladsymptoom bestaande uit concentrische kringen, vooral op de jongste bladeren. De aantasting varieert van mild (een enkele chlorotische kring) tot ernstig (afstervende bladdelen). In mei 2009 signaleerde men een sterke toename aan symptomen, waarbij in verschillende partijen tot 25% van de planten was aangetast. Middels een ELISA-toets is de aanwezigheid van Impatiens-vlekkenvirus (Impatiens necrotic spot virus, INSV) vastgesteld. De symptomen van INSV kunnen verschillend zijn en zijn afhankelijk van de waardplant, de omstandigheden waarin de plant wordt geteeld en het gedrag van een individuele trips die een plant koloniseert. Necrotische vlekken, strepen, kringvlekken, groeiachterstand en verwelking zijn een aantal van de vele symptomen die door dit virus kunnen worden veroorzaakt. Ook is het mogelijk dat het virus symptoomloos in de plant voorkomt. INSV wordt overgedragen via trips en de Californische trips (Frankliniella occidentalis) is de voornaamste vector. Alleen de larven van de trips kunnen het virus opnemen uit besmette planten. Nadat de larven volgroeid zijn, verspreiden de volwassen exemplaren het virus naar andere planten. Rondvliegende volwassen mannetjes zijn de belangrijkste verspreiders. 'Schone' volwassen tripsen kunnen het virus niet meer opnemen. De overdracht van het virus is persistent. Uit de overdrachtsexperimenten is gebleken dat tripsen niet de voorkeur geven aan Phalaenopsis-planten. Het zou kunnen zijn dat geïnfecteerde tripsen de planten testen als geschikte voedselbron bij gebrek aan beter. Zodra ze een betere waardplant vinden zullen ze niet meer op de Phalaenopsis-planten blijven. In de overdrachtsproeven is een verschil te zien tussen een gedwongen verblijf van de tripsen en een vrije keus. Bij een gedwongen verblijf van geïnfecteerde tripsen op gezonde bladeren zijn de symptomen al na ongeveer een week zichtbaar dit in tegenstelling tot de vrije keus waarbij symptomen rond de vier weken zichtbaar waren.
Praktijkproef substraatbedden vaste planten
Slootweg, G. ; Dijkema, M.H.G.E. ; Leijden, J.P.H. van - \ 2012
Lisse : Praktijkonderzoek Plant & Omgeving BBF - 27
cultuur zonder grond - sierplanten - zandgronden - fertigatie - voedingsstoffenopname (planten) - teeltsystemen - teelt - soilless culture - ornamental plants - sandy soils - fertigation - nutrient uptake - cropping systems - cultivation
In het kader van het programma ‘Teelt de grond uit’ is het teeltsysteem voor vaste planten in ingegraven zandbedden verder geoptimaliseerd. Er zijn 3 fertigatiesystemen getest: fertigatie via druppelslangen, fertigatie via sproeileiding op de grond en fertigatie tot half augustus via sproeileiding op de grond en vanaf half augustus via druppelslangen. De voedingsoplossing werd gerecirculeerd. Fertigatie met druppelslangen bleek bij de meeste soorten de beste groei te geven. Bij fertigatie met sproeileiding was bij sommige soorten een randeffect waarneembaar. Na rooien was bij 5 soorten het gemiddelde plantgewicht bij fertigatie via druppelslangen het hoogst, bij 3 soorten bij fertigatie via sproeileiding. Bij beide systemen waren de wortelstelsels goed tot zeer goed gegroeid. Recirculatie van het drain water heeft in deze proef niet geleid tot ziekte problemen. Bewaring en hergroei van planten die geteeld zijn op zandbedden bleek goed mogelijk te zijn.
Flower Life: ontwikkeling duurzame bloembehandelingstechnologieën
Woltering, E.J. ; Harkema, H. - \ 2012
Wageningen UR Food & Biobased Research : Wageningen UR - Food & Biobased Research (Rapport / Wageningen UR Food & Biobased Research nr. 1340) - ISBN 9789461733382 - 57
sierplanten - snijbloemen - snijbloemconserveringsmiddelen - vaasleven - ethyleen - landbouwkundig onderzoek - ornamental plants - cut flowers - cut flower preservatives - vase life - ethylene - agricultural research
Adequate behandeling van snijbloemen ter voorkoming van ethyleeneffecten, vatverstopping en blad(vergelings)problemen is een noodzaak bij langdurige bewaring en transport. De middelen die hiervoor beschikbaar zijn worden toegepast als voorbehandeling, transportbehandeling of nabehandeling. Een aantal van deze middelen bevat stoffen die vanuit duurzaamheidsoogpunt minder wenselijk zijn, zoals (zware) metalen. Binnen dit project is gezocht naar natuurlijke of natuuridentieke verbindingen met geen of minder milieubezwaren om een aantal van de bovengenoemde fysisch/fysiologische defecten te behandelen. Hierbij zijn we uitgegaan van bestaande verbindingen met al een gedocumenteerd effect op bv. bacteriegroei of ethyleensynthese, dit effect hoeft niet niet per se in snijbloemen te zijn aangetoond. Hiernaast is als belangrijk duurzaamheidscriterium vooral gekeken of de betreffende stof vermeld wordt op lijsten van bv. “toegestane middelen in biologische productie methode”, “verbindingen met GRAS status” of “toegestane additieven in voedingsmiddelen (E-nummers)”. Er zijn na literatuuronderzoek zo’n 150 verbindingen geselecteerd waarvan er na overleg met o.a. de onderzoeksbegeleidingscommissie (OBC) zo’n 60 op de shortlist zijn gekomen. Hiervan zijn er ongeveer 40 getest op snijbloemen (anjer, roos, lelie). Naast laboratorium experimenten zijn er met een beperkt aantal middelen en/of combinaties testen onder praktijkomstandigheden gedaan. De anti ethyleen verbindingen die zowel wat betreft werkzaamheid als vanuit milieuoogpunt goed scoorden zijn amino ethoxy vinylglycine (AVG, Retain) en, in mindere mate 1-MCP. Een aantal andere middelen met positief effect op bloemkwaliteit (boorzuur, 2,4 pyridine dicarboxylaat [PDCA]) vertoonden onacceptabele bladschade. De anti bacteriële middelen die goed scoorden zijn EDTA en, in mindere mate poly aspartic acid (PAA) en lysozyme. Het onderzoek biedt diverse aanknopingspunten voor verdere ontwikkeling en formulering van deze middelen.
Berekening van broeikasgas-emissies tijdens het internationale transport van sierteeltproducten : scenario's voor verduurzaming in de transportschakel van sierteeltproducten voor geselecteerde export- en importstromen in het kader van het project Greenrail III/Duurzame Slimme Ketens
Gogh, J.B. van; Groot, J.J. - \ 2012
Wageningen : Wageningen UR - Food & Biobased Research (Rapport / Wageningen UR Food & Biobased Research 1352) - ISBN 9789461734808 - 80
sierplanten - transport - emissie - broeikasgassen - ornamental plants - emission - greenhouse gases
Om inzicht te krijgen in de mogelijkheden om het transport van sierteeltproducten op duurzame wijze in te richten, is voor verschillende transportscenario’s de carbon footprint berekend. Hierbij is onderscheid gemaakt tussen de exportbestemmingen Zweden, Noorwegen, Italië, Polen, Rusland en Turkije enerzijds, en de importlanden Kenia, Ethiopië en Ecuador anderzijds. De gebruikte methode is gebaseerd op de levenscyclusanalyse (LCA) waarbij is aangesloten op het CO2-protocol van het Productschap Tuinbouw, dat op zijn beurt is gebaseerd op de internationale generieke standaard PAS2050:2011 voor het berekenen van de carbon footprint van goederen en diensten gedurende de gehele levenscyclus. In het onderzoek is deze methodiek uitgebreid met de rekenregels voor broeikasgasberekeningen tijdens transport per trein en shortsea-containerschip, welke door Wageningen UR LEI en FBR zijn ontwikkeld in het kader van de projecten Venlog en CoCos. Daarnaast zijn in het kader dit onderzoek additionele rekenregels ontwikkeld voor het transport van goederen per Roll-on-Roll-off (RoRo) schepen en veerboten, voor de overslag van containers in de haventerminals, en voor de specifieke emissieberekening als gevolg van de koeling tijdens het transport. Op basis van deze rekenregels zijn vervolgens voor geselecteerde export- en importscenario’s de broeikasgasemissies per functionele eenheid berekend. Als functionele eenheid is daarbij gekozen voor de FloraUnit 45ft koelcontainer. De ontwikkelde methodiek is toegepast op in totaal 27 transportscenario’s, die bestaan uit de baseline scenario’s en de scenario’s met daarin de alternatieve transportmodaliteiten. Als baseline scenario voor exportstromen is genomen het transport over land per vrachtwagen, en voor importstromen het transport per vliegtuig. Met het uitgebreide rekenmodel zijn voor de geselecteerde multimodale transportscenario’s de onderstaande reducties in broeikasgasemissies berekend, ten opzichte van de respectievelijke baseline scenario’s: Zweden, Helsingborg Trein 64% Zweden, Helsingborg Shortsea containerschip 72% Noorwegen, Oslo Shortsea containerschip 80% Spanje, Barcelona Trein 36% Spanje, Madrid Shortsea containerschip 46% Spanje, Bilbao Shortsea containerschip 61% Italië, Milaan Trein 67% Polen, Warschau Trein 75% Rusland, St. Petersburg Shortsea containerschip 72% Turkije, Istanbul Trein 78% Kenia, Naivasha Deepsea containerschip 87% Ethiopië, Ziway Deepsea containerschip 90% Ecuador, Pichincha Deepsea containerschip 95% Uit de resultaten kan worden geconcludeerd dat een substantiële reductie in broeikasgassen gerealiseerd zal worden wanneer alternatieve transportmodaliteiten zullen worden gebruikt op transporttrajecten waar nu het transport per vrachtwagen of vliegtuig plaatsvindt. Afhankelijk van de eindbestemming kunnen trajecten via het spoor of over zee een duurzaam alternatief bieden doordat het energieverbruik per tonkilometer lager is. Waar intra-EU zeetransport mogelijk is zal een goede beoordeling moeten gemaakt of het gekozen transport per shortsea containerschip of per RoRo-schip zal plaatsvinden. Het potentieel van het vervoer van sierteeltproducten per spoor als duurzaam alternatief voor transport over de weg, zal toenemen wanneer de capaciteiten van de verschillende Europese netwerken hier voldoende ruimte voor zullen bieden en de onderlinge afstemming tussen de netwerken zullen worden verbeterd. Vergroening van het railgoederenvervoer ligt bovendien binnen bereik, wanneer de trend om schonere elektriciteit duurzaam op te wekken naar de toekomst wordt doorgetrokken. Voor de import van sierteeltproducten is transport over zee qua CO2-uitstoot een veelvoud gunstiger ten opzichte van luchttransport. Dit blijkt ook uit de grote potentiële broeikasgasreductie, die voor de geselecteerde scenario’s uit de rekenmethodiek naar voren komen.
Cytokinine is meer dan hormoon dat celdeling stimuleert : sturen hormoonhuishouding gecompliceerd
Heuvelink, E. ; Kierkels, T. - \ 2012
Onder Glas 9 (2012)8. - p. 28 - 29.
potplanten - sierplanten - cytokinen - plantenontwikkeling - cultuurmethoden - hormonen - groeifactoren - glastuinbouw - pot plants - ornamental plants - cytokines - plant development - cultural methods - hormones - growth factors - greenhouse horticulture
Cytokinine staat bekend als het hormoon dat celdeling stimuleert. Daar ontleent het zelfs zijn naam aan. Maar zoals alle hormonen heeft ook dit meerdere effecten, die ook nog eens worden bepaald door verhouding met andere hormonen. Vooral de balans met auxine is van belang.
Check title to add to marked list
<< previous | next >>

Show 20 50 100 records per page

 
Please log in to use this service. Login as Wageningen University & Research user or guest user in upper right hand corner of this page.