Staff Publications

Staff Publications

  • external user (warningwarning)
  • Log in as
  • language uk
  • About

    'Staff publications' is the digital repository of Wageningen University & Research

    'Staff publications' contains references to publications authored by Wageningen University staff from 1976 onward.

    Publications authored by the staff of the Research Institutes are available from 1995 onwards.

    Full text documents are added when available. The database is updated daily and currently holds about 240,000 items, of which 72,000 in open access.

    We have a manual that explains all the features 

Current refinement(s):

Records 1 - 20 / 314

  • help
  • print

    Print search results

  • export
    A maximum of 250 titles can be exported. Please, refine your queryYou can also select and export up to 30 titles via your marked list.
  • alert
    We will mail you new results for this query: keywords==soil structure
Check title to add to marked list
Impact of arbuscular mycorrhizal fungi and earthworms on soil aggregate stability, glomalin, and performance of pigeonpea, Cajanus cajan
Muchane, Mary N. ; Pulleman, Mirjam M. ; Vanlauwe, Bernard ; Jefwa, Joyce ; Kuyper, Thomas W. - \ 2018
Soil Research 57 (2018)1. - ISSN 1838-675X - p. 53 - 65.
endogeic - epigeic - integrated soil fertility management (ISFM) - soil biota - soil fertility - soil structure

Earthworms and arbuscular mycorrhizal fungi (AMF) modify soil physical and chemical properties. However, little is known about how their interactions affect water-stable aggregation, glomalin and crop performance. A greenhouse experiment was run for 9 months to test the effects of earthworms (endogeic, Pontoscolex corethrurus and epigeic, Dichogaster bolaui) and AMF (none, Glomus etunicatum and Scutellospora verrucosa) on water-stable aggregation, glomalin levels in aggregate size classes and crop performance. The test crop was pigeonpea (Cajanus cajan (L.) Millsp.). The soil material used for the experiment was a humic nitisol from central Kenya mixed with sand (ratio 1: 1). Grass residue (equivalent to 20 t ha-1) was placed on top. The AMF root colonisation and external hyphal length, water-stable macroaggregates and microaggregates, total and easily-extractable glomalin in aggregate size classes, plant biomass and plant N and P uptake were measured. Earthworms were a major source of variation for soil aggregation, glomalin content and crop performance. The epigeic earthworms (D. bolaui) increased the amount of water-stable macroaggregates (by 10%) and glomalin in microaggregates and improved crop (growth and biomass) performance. The endogeic earthworms (P. corethrurus) reduced external hyphal length, root colonisation and crop performance but had no effect on water-stable aggregates and glomalin levels in in aggregate size classes. A significant AMF × earthworm interaction was observed for plant biomass and concentrations of nitrogen (N) and phosphorus (P). The AMF species together with epigeic earthworms increased plant biomass and N and P concentrations. Our results contribute to the understanding of interactions between AMF and earthworms in relation to soil aggregation, plant productivity and nutrient uptake.

GrassVESS: a modification of the visual evaluation of soil structure method for grasslands
Emmet-Booth, J.P. ; Bondi, G. ; Fenton, O. ; Forristal, P.D. ; Jeuken, E. ; Creamer, R.E. ; Holden, N.M. - \ 2018
Soil Use and Management 34 (2018)1. - ISSN 0266-0032 - p. 37 - 47.
grassland soil quality - root-mat evaluation - soil structure - Sustainable soil management - visual soil evaluation
Visual evaluation of soil structure (VESS) is used for assessing arable management impact on soil quality. When used on pastures, operators have identified limitations because VESS does not consider a surface root-mat typical of managed grassland. The structure of the root-mat may be indicative of nutrient use efficiency, pollution potential and subsurface compaction. The objectives of this research were to develop GrassVESS for grassland soil management, to compare it with VESS and quantitative physical indicators and to assess its utility for soil management. GrassVESS maintained the methodological strengths of VESS, but uses a flow chart, grassland images and a new root-mat score. A focus group found GrassVESS to be quicker, dealt better with technical information and made root-mat evaluation easier. The range of structural quality scores assigned by the focus group for a site was less for GrassVESS than VESS, suggesting the procedure is more reproducible, thus suitable for use by a range of stakeholders. GrassVESS was also deployed at 30 grassland sites across Ireland. Results indicated that GrassVESS generated the same overall diagnoses as VESS, but the GrassVESS root-mat structural quality score was better related to bulk density, total porosity at 5–10 cm and a visual estimation of damaged sward area. It was concluded that GrassVESS has improved the VESS method for the specific assessment of grassland soil structural quality and could be used in real-time farm management decision support.
Invloed van vaste rijpaden op de bodem
Balen, D.J.M. van - \ 2017
BIOpraktijk
landbouw - biologische landbouw - akkerbouw - grondbewerking - bodemdeeltjes - bodemverdichting - bodemsamenstelling - bodemstructuur - grondbewerking gericht op bodemconservering - bodemkwaliteit - rijspoorverdichtingen - verdichting - agriculture - organic farming - arable farming - tillage - aggregates - soil compaction - soil composition - soil structure - conservation tillage - soil quality - tractor pans - compaction
Landbewerking: video over de invloed van vaste rijpaden op de bodem
NKG met woelen gunstig voor gewasgroei
Balen, Derk van - \ 2016
tillage - minimum tillage - reduced tillage - conservation tillage - soil structure - crop yield - soil quality
Inspiratiesessie ''Bodemverbeteraars: hoop of hype?''
Os, G.J. van - \ 2016
Aeres Hogeschool
bodembeheer - bodemverbeteraars - bodemkwaliteit - bodemstructuur - gewasopbrengst - landbouwkundig onderzoek - soil management - soil conditioners - soil quality - soil structure - crop yield - agricultural research
Inspiratiesessie bij CAH Vilentum door Gera van Os, Lector Duurzaam Bodembeheer, ''Bodemverbeteraars: hoop of hype?''
Meer informatie op http://www.kcagro.nl
Graaf een gat en kijk in de bodem
Tramper, Marcel - \ 2016
arable farming - soil structure - farm management - soil management - samplers - augers - groundwater level - soil quality - teaching materials
Goed organisch stofbeheer
Tramper, Marcel - \ 2016
arable farming - soil structure - organic matter - trace elements - uptake - green manures - chopping - tillage - ploughing - teaching materials - farm management
Effecten grondbewerking op bodemstructuur 2014
Haan, Janjo de - \ 2016
soil compaction - arable farming - tillage - soil structure - fertilizer application - farm machinery - drivers - green manures - composts - digging - ripping - agricultural research - veenkolonien - teaching materials
Aandacht voor de regenworm
Pulleman, M.M. ; Frazao, J.F.T.A. ; Faber, J.H. ; Goede, R.G.M. de; Groot, J.C.J. ; Brussaard, L. - \ 2016
Landschap : tijdschrift voor landschapsecologie en milieukunde 33 (2016)1. - ISSN 0169-6300 - p. 23 - 26.
akkerbouw - aardwormen - akkerranden - bodemstructuur - bodembeheer - landinrichting - landschapsbeheer - zuidhollandse eilanden - arable farming - earthworms - field margins - soil structure - soil management - land development - landscape management
Regenwormen leveren een belangrijke bijdrage aan de omzetting van bodemorganische stof en nutriënten en zorgen voor een goede bodemstructuur, maar ze zijn gevoelig voor verstoringen die de moderne landbouw met zich meebrengt (onder meer Pelosi et al., 2014). Naar aanleiding van strengere regelgeving rond het gebruik van meststoffen en toenemende bodemverdichting staat een beter begrip van de effecten van bodembeheer en landinrichting op regenwormengemeenschappen momenteel volop in de belangstelling.
Effecten bodem- en structuurverbeteraars : Onderzoek op klei- en zandgrond 2010-2015 eindrapportage
Balen, D.J.M. van; Topper, C.G. ; Geel, W.C.A. van; Berg, W. van den; Haas, M.J.G. de; Bussink, Wim ; Schoutsen, M.A. - \ 2016
Lelystad : Praktijkonderzoek Plant & Omgeving, onderdeel van Wageningen UR, Business Unit Akkerbouw, Groene Ruimte en Vollegrondsgroenten - 121 p.
bodemkwaliteit - bodemstructuur - fysische bodemeigenschappen - chemische bodemeigenschappen - bodembiologie - bodemvruchtbaarheid - bodemvruchtbaarheidsbeheer - zware kleigronden - zandgronden - calciummeststoffen - biochar - soil quality - soil structure - soil physical properties - soil chemical properties - soil biology - soil fertility - soil fertility management - clay soils - sandy soils - calcium fertilizers
In de praktijk lopen telers vaak tegen problemen aan van een slechte bodemkwaliteit. Intensieve bouwplannen, steeds zwaardere mechanisatie, uitloging (Ca-uitspoeling), piekneerslagen en de schaalvergroting in de landbouw leiden tot vermindering van de fysische bodemvruchtbaarheid en de structuur van de bodem. Dit veroorzaakt:  toenemende problemen bij de bewerkbaarheid van de bodem;  minder efficiënt gebruik van meststoffen;  verhoogd risico van uit- en afspoeling van nutriënten;  wateroverlast;  verlaging van de opbrengst. Om de bodemstructuur te verbeteren, worden door industrie en handel zogeheten bodemverbeteraars en kalkmeststoffen aangeboden. Er is een grote variatie in type producten, de wijze waarop ze werken en de mate waarin ze een directe dan wel indirecte invloed op de bodemvruchtbaarheid kunnen hebben. Objectieve informatie over het effect van deze producten op de gewasopbrengsten en de fysische, chemische en biologische bodemvruchtbaarheid ontbreekt. Uit eerdere proeven is bekend dat effecten van bodem verbeterende maatregelen vaak pas na enkele jaren zichtbaar worden. Om het effect van verschillende bodemverbeteraars op opbrengst en bodemeigenschappen op de langere termijn te toetsen, zijn proefvelden aangelegd op drie kleilocaties (Kollumerwaard, Lelystad en Westmaas) en twee zandlocaties (Vredepeel, Valthermond). Op deze proefvelden zijn bouwplannen toegepast die gangbaar zijn voor de betreffende regio. Eventuele positieve effecten worden sterker met het verstrijken der jaren. Bovendien zijn deze het duidelijkst te onderscheiden wanneer op alle locaties hetzelfde gewas wordt geteeld. Daarom stonden er in het laatste jaar op alle proefvelden aardappels. In de proef zijn de ontwikkeling van de gewasopbrengst, de gewaskwaliteit en de bodemeigenschappen gevolgd over een periode van zes jaar (2010-2015).
Use compost to increase resistance to plant diseases : robust cultivation system removes the need for disinfection
Wurff, Andre van der - \ 2016
horticulture - agricultural research - organic farming - composting - plant disease control - pest resistance - soil structure - soil conditioners - antagonists
Perspectief van bodemverbeteraars : bij de bodem beginnen?
Balen, D.J.M. van; Bussink, W. - \ 2016
Kennisakker.nl 2016 (2016).
bodemverbeteraars - bodemstructuur - landbouwkundig onderzoek - akkerbouw - veldproeven - proefopzet - soil conditioners - soil structure - agricultural research - arable farming - field tests - experimental design
Wat is de waarde van bodemstructuurverbeteraars? Dit is de centrale vraag in een meerjarig onderzoek op 5 locaties waar de werking van diverse producten wordt getoetst. De bodemstructuur van akkerbouwpercelen verslechtert. Intensieve bouwplannen, steeds zwaardere mechanisatie, uitloging (Ca-uitspoeling), meer piekneerslagen en de schaalvergroting in de landbouw worden gezien als de belangrijkste oorzaken. Bodemstructuurverbetaars kunnen een bijdrage leveren aan het verbeteren van de bodemstructuur.In deze samenvatting worden de eerste resultaten toegelicht.
Watermanagement: oppervlakkige afspoeling aanpakken
Noij, I.G.A.M. - \ 2015
Nieuwsbrief Koeien & Kansen (2015)43. - p. 2 - 2.
oppervlakkige afvoer - oppervlaktewater - nutriëntenuitspoeling - infiltratie - waterbeheer - bodemstructuur - runoff - surface water - nutrient leaching - infiltration - water management - soil structure
Oppervlakkige afspoeling zorgt voor nutriëntenverlies. Het is een hele specifieke emissie route, die slechts beperkt wordt aangepakt via de bekende maatregelen rondom mest manage ment. De waterschappen zijn erg geïnteresseerd in dit onderwerp, om de belasting van het oppervlaktewater terug te dringen. Flinke verbeteringen zijn nodig én mogelijk.
Effecten bodem- en structuurverbeteraars; onderzoek op kleigrond 2010-2014
Balen, D.J.M. van; Topper, C.G. ; Geel, W.C.A. van; Haan, J.J. de; Haas, M.J.G. de; Bussink, D.W. - \ 2015
Lelystad : PPO AGV (Rapport / PPO-AGV 659) - 63
akkerbouw - bodemstructuur - structuur - lichte-matig zware kleigronden - flevoland - poldergronden - bodemvruchtbaarheid - kalkmeststoffen - bodemverbeteraars - arable farming - soil structure - structure - clay loam soils - polder soils - soil fertility - liming materials - soil conditioners
In de praktijk lopen telers steeds vaker tegen problemen aan van een slechte bodemkwaliteit. Intensieve bouwplannen, steeds zwaardere mechanisatie, uitloging (Ca-uitspoeling), piekneerslagen en de schaalvergroting in de landbouw leiden tot vermindering van de fysische bodemvruchtbaarheid en de structuur van de bodem. Om de bodemstructuur te verbeteren, worden door industrie en handel zogeheten bodemverbeteraars en kalkmeststoffen aangeboden. Er is een grote variatie in type producten, de wijze waarop ze werken en de mate waarin ze een directe dan wel indirecte invloed op de bodemvruchtbaarheid hebben. Objectieve informatie over het effect van de aanbevolen producten op gewasopbrengsten en fysische, chemische en biologische bodemvruchtbaarheid ontbreekt. Uit eerdere proeven blijkt dat de effecten binnen 1 of 2 groeiseizoenen vaak afwezig zijn. Veel fabrikanten geven aan dat pas op langere termijn effecten te verwachten zijn.
Beslisboom opheffen bodemverdichting veenkoloniën
Booij, J.A. ; Essen, E. van - \ 2015
Wageningen UR
akkerbouw - grondbewerking - bodemstructuur - duurzaam bodemgebruik - diepe grondbewerking - veengronden - veenkolonien - arable farming - tillage - soil structure - sustainable land use - deep tillage - peat soils
Hoe verbeter je een perceel met bodemverdichting.
Ecological functions of earthworms in soil
Andriuzzi, W.S. - \ 2015
Wageningen University. Promotor(en): Lijbert Brussaard; T. Bolger, co-promotor(en): O. Schmidt. - Wageningen : Wageningen University - ISBN 9789462574175 - 154
aardwormen - oligochaeta - bodemfauna - bodembiologie - bodemecologie - ecosystemen - bodemstructuur - earthworms - soil fauna - soil biology - soil ecology - ecosystems - soil structure

Ecological functions of earthworms in soil

Walter S. Andriuzzi

Abstract

Earthworms are known to play an important role in soil structure and fertility, but there are still big knowledge gaps on the functional ecology of distinct earthworm species, on their own and in interaction with other species. This thesis investigated how earthworms affect soil biochemical and biophysical functioning, and other organisms such as plants and smaller soil organisms.

Two field experiments with stable isotope tracers were performed to investigate how anecic earthworms (which feed on organic matter at the soil surface and dig deep burrows) transfer carbon and nitrogen from fresh plant litter into soil, and how this in turn affects soil organic matter composition, protists and nematodes. Another field experiment tested whether the anecic earthworm Lumbricus terrestris can counteract negative effects of intense rainfall on soil and plants (ryegrass). A greenhouse experiment was carried out to study how co-occurring earthworm species – two anecic and one endogeic (smaller, soil-feeding) – affect transfer of nitrogen from dung to soil and plants, nitrogen retention in soil, and plant growth. For the latter experiment, a method to produce herbivore (rabbit) dung triple-labelled with carbon, nitrogen and sulphur stable isotopes was developed.

Overall, the findings highlight important functions of earthworms in carbon and nitrogen cycling, soil biophysical structure maintenance due to burrow formation, and resulting biotic interactions. A novel finding was that the sphere of influence of anecic earthworms in soil (the ‘drilosphere’) is a much larger biochemical and biological hotspot than hitherto assumed. Rapid movement of carbon and nitrogen from surface to soil thanks to anecic earthworm activity resulted in spatial heterogeneity in soil carbon content, organic matter composition, and density of smaller eukaryotes (e.g. bacterial-feeding protists). Evidence was found that distinct earthworm anecic species may have dissimilar effects on soil biochemistry and plant growth, and that both anecic and endogeic earthworms may feed on surface organic matter (dung). This shows that the validity of earthworm ecological groups depends on the function under study, and suggests that, for some research questions, species identity should not be neglected; other approaches to quantify ecological differences between species (e.g. functional traits) are appraised. Finally, L. terrestris was found to ameliorate the disturbance of intense rain on plants, giving evidence to the idea that some components of soil biodiversity may contribute to ecosystem stability in the face of disturbance.

Doorontwikkeling biologische grondontsmetting (bodemresetten) als alternatief voor stomen
Garcia Victoria, N. ; Helm, F.P.M. van der; Streminska, M.A. ; Roelofs, T. - \ 2015
Wageningen : Wageningen UR Glastuinbouw (Rapport GTB 1342) - 68
biologische grondontsmetting - organische stof - grondbewerking - biologische processen - alternatieve methoden - bodemstructuur - glastuinbouw - proeven - energiebesparing - biological soil sterilization - organic matter - tillage - biological processes - alternative methods - soil structure - greenhouse horticulture - trials - energy saving
Biological Soil Disinfection (BSD) or ‘soil resetting’ can technically, energetically and economically be an effective alternative to soil steaming. The program ‘Greenhouse as energy source’ of the Ministry of Economy, Agriculture and Innovation and the Dutch Horticultural Board gave fi nancial support to practical demonstrations and further development of this technology, in order to stimulate implementation of BSD in practice. Chrysanthemum growers, DLV Plant B.V., Wageningen UR Greenhouse Horticulture and Thatchtec B.V. gained experience with BSD in four chrysanthemums companies. Additional research was conducted into possibilities to speed up the process and fi nd reliable process indicators. The disinfection and cultivation results (up to 5 cycles) was after BSD as good or better as after steaming in 3 of the 4 companies. Anaerobic conditions, one of the prerequisites for disinfection, were not achieved in the fourth company, which may explain the unsatisfactory disinfection. In intensive cultivation, three weeks without cultivation need to be included in the planning. Implementation in July offers the best fi t in terms of effectivity and income.The process can be shortened to 9 days by means of a higher Raw Proteine dose, but this leads to growth inhibition in the next cultivation. Adding a “primer” or “inoculum” with own soil bacteria does not suffi ciently increase the operational reliability, and is therefore deleted as a process step in the protocol. The disinfection process can be well monitored by means of oxygen measurement and total nematode counts. Additional indicators are the concentrations of nitrate, ammonium and bicarbonate in the 1:2 soil volume extract.
Demonstratie effecten grondbewerking, groenbemester en rijsnelheid op de bodemstructuur
Haan, J.J. de; Schoot, J.R. van der - \ 2014
Wageningen UR
veenkolonien - bodemstructuur - bodemstructuur na grondbewerking - grondbewerking - bodemvruchtbaarheid - landbouwwerktuigen - akkerbouw - bemesting - snelheid - soil structure - tilth - tillage - soil fertility - farm machinery - arable farming - fertilizer application - velocity
http://youtu.be/FqgEz9T6e_4
Bodemstructuureffecten bij de teelt van consumptieaardappelen op kleigrond na mesttoediening in het voorjaar
Huijsmans, J.F.M. ; Vermeulen, G.D. ; Verwijs, B.R. - \ 2014
Wageningen : Wageningen UR - 56
akkerbouw - aardappelen - bodemstructuur - zware kleigronden - bemesting - toepassingsdatum - mest - minimale grondbewerking - opbrengst - kwaliteit - rijpadensysteem - ruggen - arable farming - potatoes - soil structure - clay soils - fertilizer application - application date - manures - minimum tillage - outturn - quality - controlled traffic farming - ridges
Om bodemstructuurschade in het voorjaar te vermijden zijn de principes van berijding met lage bodemdruk en vaste rijpaden in het verleden opgepakt. De toediening van dierlijke mest op kleigrond geeft een relatief hoge bodembelasting in het voorjaar. Mest is aangevoerd via een sleepstang of via een slag op een meegevoerde afrol-oprol haspelwagen. De grond is voorbewerkt met een lichtere zodenbemester.
Onkruiddruk blijft hoog bij niet-kerende grondbewerking
Balen, D.J.M. van - \ 2014
Boerderij 99 (2014)50. - ISSN 0006-5617 - p. 47 - 47.
groenteteelt - koolsoorten - penen - daucus carota - cultuurmethoden zonder grondbewerking - gewasbescherming - onkruidbestrijding - teeltsystemen - opbrengst - houdbaarheid (kwaliteit) - structuur - bodemstructuur - bodemstructuur na grondbewerking - vegetable growing - cabbages - carrots - no-tillage - plant protection - weed control - cropping systems - outturn - keeping quality - structure - soil structure - tilth
Hardere grond maar meer wortels bij proef niet-kerende grondbewerking PPO Lelystad. PPO-onderzoeker Derk van Balen licht e.e.a. toe.
Check title to add to marked list
<< previous | next >>

Show 20 50 100 records per page

 
Please log in to use this service. Login as Wageningen University & Research user or guest user in upper right hand corner of this page.