Staff Publications

Staff Publications

  • external user (warningwarning)
  • Log in as
  • language uk
  • About

    'Staff publications' is the digital repository of Wageningen University & Research

    'Staff publications' contains references to publications authored by Wageningen University staff from 1976 onward.

    Publications authored by the staff of the Research Institutes are available from 1995 onwards.

    Full text documents are added when available. The database is updated daily and currently holds about 240,000 items, of which 72,000 in open access.

    We have a manual that explains all the features 

Current refinement(s):

Records 1 - 20 / 95

  • help
  • print

    Print search results

  • export

    Export search results

  • alert
    We will mail you new results for this query: keywords==symptoms
Check title to add to marked list
Nieuw onderzoek naar de ziekte van Lyme
Vliet, A.J.H. van; Wijngaard, K. van den; Bron, W.A. - \ 2015
Nature Today (2015).
tekenbeten - lyme-ziekte - diagnose - symptomen - erythema migrans - tekenbesmettingen - ziekten overgebracht door teken - borrelia burgdorferi - epidemiologische onderzoeken - tick bites - lyme disease - diagnosis - symptoms - tick infestations - tickborne diseases - epidemiological surveys
Jaarlijks krijgen ongeveer 25.000 mensen de ziekte van Lyme. Dat blijkt uit nieuwe onderzoeksgegevens van het RIVM. Hoewel het aantal mensen bij wie jaarlijks de ziekte van Lyme wordt vastgesteld lijkt te stabiliseren, blijft het aantal nieuwe patiënten groot. De meeste mensen genezen na een antibioticakuur, maar 1.000 tot 2.500 mensen per jaar blijven langdurige klachten houden. Waarom de ene persoon deze klachten krijgt en de ander niet, is onbekend. Daarom start het onderzoek ‘LymeProspect’ per april 2015. Mensen die gaan beginnen met een antibioticakuur tegen de ziekte van Lyme kunnen zich aanmelden.
Kopstekers in de opkweek van linde : oorzaken en mogelijkheden voor beheersing
Helsen, H.H.M. ; Sluis, B.J. van der - \ 2014
Randwijk : Praktijkonderzoek Plant & Omgeving, Business Unit Bloembollen, Boomkwekerij en Fruit - 29
tilia platyphyllos - dasineura - insecticiden - gewasbescherming - bestrijdingsmethoden - symptomen - cultivars - schade - proeven - herbiciden - insecticides - plant protection - control methods - symptoms - damage - trials - herbicides
Het verschijnsel kopstekers in linde kan verschillende oorzaken hebben. De belangrijkste is de lindebladplooigalmug (Dasineura thomasiana). De larven van deze galmug zuigen aan de jongste bladeren waardoor die op typerende wijze samenvouwen. Bestrijding is mogelijk met een gerichte inzet van insecticiden. Naast de typische galmugschade vertonen verschillende soorten en cultivars ook symptomen die zeker niet door galmuggen worden veroorzaakt. Het gaat meestal om vergelende bladranden, komvormige blaadjes en “genepen blad”. In een veldproef werd aangetoond dat deze verschijnselen niet worden veroorzaakt door herbiciden of galmijten.
Bestrijding vroegtijdige bladvalziekte bij Golden Delicious mutanten in de boomkwekerij
Wenneker, M. ; Bruine, J.A. de - \ 2014
Randwijk : Praktijkonderzoek Plant & Omgeving, Business Unit Bloembollen, Boomkwekerij en Fruit - 27
malus - rassen (planten) - bladval - mutanten - aantasting - symptomen - proeven - detectie - bestrijdingsmethoden - vruchtbomen - varieties - leaf fall - mutants - infestation - symptoms - trials - detection - control methods - fruit trees
Vroegtijdige bladval bij Golden Delicious (mutanten) is een fenomeen dat wereldwijd optreedt. In de jaren 1960-1970 is voor dit probleem veel aandacht geweest in Nederland. Hierbij is gekeken naar voeding, weersinvloeden en diverse ziekteverwekkers, maar tot een oplossing heeft dit niet geleid. De bladval werd uiteindelijk aanvaard als iets wat bij het ras hoorde. De problematiek van vroegtijdige bladval in de vruchtboomkwekerij was aanleiding om nieuw onderzoek te starten. Het ras Golden Delicious is in Nederland minder belangrijk geworden. Het fenomeen vroegtijdige bladval bestaat echter nog steeds. Vaak worden bladmeststoffen gespoten om het probleem, meestal zonder succes, tegen te gaan. Vruchtboomkwekers ervaren kwaliteitsverlies door vroegtijdige bladval bij Golden. De symptomen in de kwekerij en de boomgaard zijn vergelijkbaar. Eerst ontstaan necrotische vlekjes op het blad, dan vergelen de bladeren en tegelijkertijd begint de vroegtijdige bladval. In de vruchtboomkwekerij resulteert deze bladval in verkaling van het hout en bomen van lichtere kwaliteit. In de fruitteelt is bladval bij Golden Delicious ook nog steeds een probleem. Daar kan het de kwaliteit van de vruchten nadelig beïnvloeden.
Informatiefolder Plooipaddestoel in potplanten : Herkenning, biologie, herkomst, verspreiding & beheersing
Hofland-Zijlstra, J.D. ; Breeuwsma, S.J. - \ 2014
Wageningen UR Glastuinbouw
potplanten - schimmels - basidiomycota - herkomst - sporenverspreiding - preventie - bestrijdingsmethoden - symptomen - gewasbescherming - pot plants - fungi - provenance - spore dispersal - prevention - control methods - symptoms - plant protection
Door de aanhoudende problemen met de beheersing van plooipaddestoel zijn er in de afgelopen jaren diverse onderzoeken gefinancierd door het Productschap Tuinbouw. In deze flyer een overzicht van de huidige kennis en worden mogelijk nieuwe alternatieven voor beheersing besproken.
Automatic detection of tulip breaking virus (TBV) in tulip fields using machine vision
Polder, G. ; Heijden, G.W.A.M. van der; Doorn, J. van; Baltissen, A.H.M.C. - \ 2014
Biosystems Engineering 117 (2014). - ISSN 1537-5110 - p. 35 - 42.
plant-diseases - sugar-beet - symptoms
Tulip breaking virus (TBV) causes severe economic losses in flower bulbs in the Netherlands. To prevent further spread by aphids, the vector of the disease, infected plants must be removed from the field as soon as possible. Until now screening has been carried out by visual inspection in the field. As the availability of human experts is limited there is an urgent need for a rapid, automated and objective method of screening. Based on laboratory experiments, a vision method for use in open fields has been developed. In the period 2009e2012 field trials were carried out and the techniques were tested and improved. During the final evaluation of our system, in the last experiment (2012), the system approached the scores obtained by the experienced crop experts.
Phytophthora ramorum rukt op - besmettelijke bomendoder duikt op in Nederland
Goud, J.C. - \ 2013
Boom in business 4 (2013)4. - ISSN 2211-9884 - p. 40 - 43.
houtachtige planten - struiken - rhododendron - phytophthora ramorum - aantasting - plantenziekten - symptomen - ziekteoverdracht - woody plants - shrubs - infestation - plant diseases - symptoms - disease transmission
Afgelopen jaren is op een aantal plaatsen in Nederland de beruchte plantenziekte Phytophthora ramorum opgedoken. Deze schimmelachtige ziekteverwekker heeft in Californië massale sterfte veroorzaakt onder eiken en enkele andere soorten loofbomen. Hij wordt daar Sudden Oak Death genoemd.
Onderzoek naar de oorzaak van 'zwarte vaten in radijs'
Ludeking, D.J.W. ; Hamelink, R. ; Hofland-Zijlstra, J.D. ; Wensveen, W. van - \ 2013
Bleiswijk : Wageningen UR Glastuinbouw (Rapporten WUR GTB 1241) - 38
radijsjes - raphanus sativus - symptomen - infectieziekten - verkleuring - vaatbundels - stenotrophomonas - glastuinbouw - glasgroenten - nederland - radishes - symptoms - infectious diseases - discoloration - vascular bundles - greenhouse horticulture - greenhouse vegetables - netherlands
Op één Nederlands radijsbedrijf treedt vanaf de herfst van 2007 een verschijnsel op, waarbij radijsknollen bruine tot zwarte vaatbundels vertonen. De radijsplantjes blijven veelal achter in groei of gaan dood. Uitwendig is de verkleuring niet altijd waarneembaar, waardoor deze knollen toch in het handelskanaal terecht kunnen komen. Sinds het voorjaar van 2008 is het verschijnsel ook op een ander bedrijf opgetreden. Op de betreffende bedrijven breidt het verschijnsel zich elk jaar uit en leidt tot veel schade in het winterhalfjaar. Een bekende ziekteverwekker is in voorgaande onderzoeken niet geïsoleerd, daarom is er in dit onderzoek verder gezocht om een onbekende ziekteverwekker te kunnen identificeren. Gedurende dit onderzoek is er vastgesteld dat de ziekte overdraagbaar is via grond en wordt veroorzaakt door de bacterie Stenotrophomonas spp. De bacterie is geïsoleerd uit geïnfecteerde knollen, er is een moleculaire analyse gemaakt van de isolaten en de postulaten van Koch zijn toegepast. Op basis van de analyse en het terug toetsen van het pathogeen kan worden geconcludeerd dat Stenotrophomonas spp. verantwoordelijk is voor de symptomen in het gewas.
Olifantspoten in paprika: Telersinventarisatie, symptoombestrijding en hypotheses
Ludeking, D.J.W. ; Kersten, M. ; Vries, R.S.M. de - \ 2013
Bleiswijk : Wageningen UR Glastuinbouw (Rapporten WUR GTB 1237) - 74
paprika's - capsicum annuum - rassen (planten) - stengels - afwijkingen, planten - plantenziekteverwekkende schimmels - plantenziektebestrijding - symptomen - glastuinbouw - nederland - sweet peppers - varieties - stems - plant disorders - plant pathogenic fungi - plant disease control - symptoms - greenhouse horticulture - netherlands
Bij de teelt van paprika kan flinke uitval optreden door het ontstaan een opgezwollen, zachte (rotte) plantvoet met een verkurkt oppervlak. Deze symptomen worden ‘dikke poten’ of ‘olifantspoten’ genoemd. Bij planten met deze symptomen worden schimmels zoals Pythium spp. , Fusarium solani en Phytophthora capsici waargenomen. In het project is een kennisinventarisatie onder telers en plantenkwekers gehouden, is een beschrijving van de symptomen en microscopische studie gemaakt en zijn in de kassen metingen uitgevoerd aan stengel en klimaat. Naar aanleiding van dit project zijn een aantal hypotheses opgesteld.
Komkommerbontvirus en insecten
Stijger, I. ; Hamelink, R. - \ 2013
vruchtgroenten - komkommers - cucumis sativus - komkommerbontvirus - symptomen - insecten - teelt onder bescherming - glastuinbouw - landbouwkundig onderzoek - fruit vegetables - cucumbers - cucumber green mottle mosaic virus - symptoms - insects - protected cultivation - greenhouse horticulture - agricultural research
Poster over onderzoek naar de verspreiding van het komkommerbontvirus door insecten. Het onderzoek is uitgevoerd met insecten die in een komkommergewas voorkomen.
Olifantspoten in paprika - Telersinventarisatie, symptoombeschrijving en hypotheses
Ludeking, D.J.W. ; Kersten, M. ; Vries, R.S.M. de - \ 2013
capsicum - paprika's - afwijkingen - schimmelziekten - symptomen - proeven - inventarisaties - landbouwkundig onderzoek - sweet peppers - abnormalities - fungal diseases - symptoms - trials - inventories - agricultural research
Poster over 'Olifantspoten in paprika'. Het doel van het onderzoek was het beantwoorden van onder telers levende vragen: hoe ontstaan ‘olifantspoten’ bij de teelt van paprika? en hoe en in welke mate dragen wortel- en voetrotschimmels bij aan de ontwikkeling van ‘olifantspoten’? Dragen insecten bij aan de verspreiding en de snelheid van het rottingsproces? Het onderzoek heeft geleid tot een uitgebreide symptoombeschrijving en het formuleren van hypotheses.
Aantoonbaarheid van stengelaaltjes in tulp : Toetsen van tulpenuitschot op stengelaaltjes
Dees, R.H.L. ; Doorn, J. van; Vreeburg, P.J.M. - \ 2013
Lisse : Praktijkonderzoek Plant en Omgeving BBF - 37
tulpen - bloembollen - plantenplagen - testen - ditylenchus dipsaci - besmetting - symptomen - dompelbaden - tulips - ornamental bulbs - plant pests - testing - contamination - symptoms - dips
Jaarlijks wordt er op een tiental bollenbedrijven tijdens de veld- en exportkeuringen een stengelaaltjes besmetting in tulpen gevonden. Bij enkele van deze bedrijven keert het stengelaaltjes probleem, ondanks dat de besmette partij wordt vernietigd en de grond wordt ontsmet, na één of meerdere jaren weer terug zonder dat nieuwe partijen zijn aangekocht. Het vermoeden is dat andere partijen op deze bedrijven een stengelaaltjes besmetting dan ook al langer symptoomloos met zich mee dragen. Dit project had als doel een toets te ontwikkelen voor tulpenbollen om stengelaaltjes vroegtijdig aan te kunnen tonen. Dit lang voordat de eerste symptomen zichtbaar worden, zodat er minder versmering van het aaltje over het bedrijf kan plaatsvinden. De toets, die hiervoor binnen dit project werd ontwikkeld, is ontwikkeld op het toetsen van uitschotbollen. Deze bollen van mindere kwaliteit worden tijdens het uitzoeken van het plantgoed en het leverbaar weggegooid. Het voordeel van het gebruik van uitschotbollen is dat hierdoor geen goede plantgoed of leverbare bollen hoeven te worden gebruikt. Daarnaast wordt de kans op het aantonen van een besmetting met stengelaaltjes vergroot doordat juist de afwijkende bollen worden getoetst. Toetsen is noodzakelijk omdat stengelaaltjes symptomen in de bol visueel lastig te onderscheiden zijn van andere ziekten zoals symptomen van zuur in tulp (Fusarium). Dit onderzoek toont aan dat uitschotbollen inderdaad als indicator gebruikt kunnen worden voor een stengelaaltjes besmetting in een partij tulpen. De methoden, die binnen dit project zijn onderzocht om de stengelaaltjes vrij te maken uit de bollen waren douchen, drogen en dompelen. Het dompelen van bollen bleek de meest effectieve methode. Tijdens het onderzoek werd deze methode gecombineerd met een gevoelige moleculaire PCR toets, ontwikkeld door Blgg AgroXpertus. Door de dompelmethode te combineren met de gevoelige Real-time PCR toets bleek het mogelijk om één zieke bol tussen 1000 gezonde bollen aan te tonen. De toets is daarnaast uitgetest met praktijkpartijen afkomstig van bedrijven met een eerder vastgestelde stengelaaltjes besmetting. Echter een groot probleem vormt het restmateriaal dat meekomt met de bollen en onvoldoende te scheiden is van de stengelaaltjes in het monster. Dit restmateriaal bestaat met name uit grond, bollen- en stromijten, die veel voorkomen op zure tulpen. Voor dit probleem zal eerst een oplossing gezocht moeten worden om de toets ook daadwerkelijk in de praktijk in te kunnen zetten.
Onbekende bodemafwijking bij leliebollen : voortgezet diagnostisch onderzoek 2011/2012
Vink, P. ; Dees, R.H.L. - \ 2013
Lisse : Praktijkonderzoek Plant en Omgeving BBF - 9
lilium - lelies - bollen - bacterieziekten - verkleuring - symptomen - landbouwkundig onderzoek - lilies - bulbs - bacterial diseases - discoloration - symptoms - agricultural research
In de handel worden sinds 2005 af en toe partijen leliebollen aangetroffen waarbij sprake is van een onbekende bodemafwijking. Daarbij is sprake van glazige bolschubben die aan de basis geelachtig verkleurd zijn. Bij aansnijden van de bolbodem blijkt deze lichtbruin tot geelachtig verkleurd te zijn. Bollen met genoemde symptomen worden meestal uit de partij verwijderd of de bollen gaan in de bewaring verloren. Uit het afwijkende bolbodem- en schubweefsel zijn tot nu toe geen schimmels geïsoleerd en ook zijn nooit virussen aangetoond. Wel zijn regelmatig bacteriën gevonden. Om na te gaan om welke bacterieën het gaat en of ze werkelijk pathogeen zijn voor lelies is e.e.a. onderzocht in het kader van het voortgezet diagnostisch onderzoek.
Virusziekten bij het gewas Eucomis : voortgezet diagnostisc onderzoek 2011
Vink, P. ; Leeuwen, P.J. van; Pham, K.T.K. - \ 2013
Lisse : Praktijkonderzoek Plant en Omgeving BBF
eucomis - bloembollen - plantenvirussen - potyvirus - detectie - diagnostische technieken - symptomen - bemonsteren - ornamental bulbs - plant viruses - detection - diagnostic techniques - symptoms - sampling
Eucomis is een bolgewas die de laatste jaren belangrijker aan het worden is. Er is een toename in problemen waarbij virussen vermoedelijk een rol spelen. Daarbij is in de bollenteelt sprake van vermindere groei en bloei en in de broeierij is sprake van bladsymptomen waardoor de sierwaarde van de planten ernstig wordt benadeeld. Tot nu toe was niet duidelijk welke virus(sen) daarbij een rol spelen. Daarom zijn van een aantal belangrijke telers monsters Eucomisplanten verzameld met virussymptomen in het blad en is met behulp van ELISA- en PCR-technieken nagegaan of sprake is van een virusbesmetting en zo ja welke virus(sen) daarbij een rol speelden.
Evidence for Lettuce big-vein associated virus as the causal agent of a syndrome of necrotic rings and spots in lettuce
Verbeek, M. ; Dullemans, A.M. ; Bekkum, P.J. van; Vlugt, R.A.A. van der - \ 2013
Plant Pathology 62 (2013)2. - ISSN 0032-0862 - p. 444 - 451.
tobacco stunt virus - olpidium-brassicae - nucleotide-sequence - genus varicosavirus - disease - transmission - rhabdoviruses - generation - symptoms - necrosis
Lettuce big-vein associated virus (LBVaV, genus Varicosavirus) was shown to be responsible for characteristic necrotic symptoms observed in combination with big-vein symptoms in lettuce breeding lines when tested for their susceptibility to lettuce big-vein disease (BVD) using viruliferous Olpidium virulentus spores in a nutrient film technique (NFT) system. Lettuce plants showing BVD are generally infected by two viruses: Mirafiori lettuce big-vein virus (MiLBVV, genus Ophiovirus) and LBVaV. New mechanical inoculation methods were developed to separate the two viruses from each other and to transfer both viruses to indicator plants and lettuce. After mechanical inoculation onto lettuce plants MiLBVV induced vein-band chlorosis, which is the characteristic symptom of BVD. LBVaV caused a syndrome of necrotic spots and rings which was also observed earlier in lettuce plants inoculated in the NFT system, resembling symptoms described for lettuce ring necrosis disease (RND). This observation is in contrast with the idea that LBVaV only causes latent infections in lettuce. De novo next-generation sequencing demonstrated that LBVaV was the only pathogen present in a mechanically inoculated lettuce plant with symptoms, providing evidence that LBVaV was the causal agent of the observed necrotic syndrome and thus fulfilling Koch’s postulates for this virus. The necrotic syndrome caused by LBVaV in lettuce is referred to as LBVaV-associated necrosis (LAN)
Viburnum “terugloopziekte” : Consultancy onderzoek
Ludeking, D.J.W. ; Kromwijk, J.A.M. ; Boer-Tersteeg, P.M. de; Bosch, C. - \ 2012
Bleiswijk : Wageningen UR Glastuinbouw - 28
viburnum opulus - houtachtige planten als sierplanten - plantenziekten - symptomen - schimmelziekten - plantenplagen - plantenontwikkeling - stagnatie - landbouwkundig onderzoek - gewasbescherming - kasproeven - glastuinbouw - sierteelt - forceren van planten - ornamental woody plants - plant diseases - symptoms - fungal diseases - plant pests - plant development - stagnation - agricultural research - plant protection - greenhouse experiments - greenhouse horticulture - ornamental horticulture - forcing
DUTCH Bij de teelt van Viburnum opulus komt het soms voor dat de groei pleksgewijs langzaam terugloopt. Het gewas lijkt niet ziek, maar het blad wordt stug en donker en de taklengte en bladgrootte worden elk jaar kleiner. In dit consultancy onderzoek is onderzocht wat de oorzaak is van deze symptomen. In gewasmonsters is de schimmel Cylindrocarpon destructans gevonden, maar dit lijkt niet de hoofdoorzaak. Verder zijn ook wortellesie-aaltjes (Pratylenchus penetrans) waargenomen, maar de aantallen waren te laag om de symptomen te kunnen verklaren. Er zijn geen insecten en wortelduizendpoten gevonden in het wortelgestel en er zijn geen fytoplasma’s waargenomen in het gewas. Virussen hebben duidelijkere symptomen en liggen niet voor de hand. Biotoetsen met grond van goede en slechte plekken lieten zien dat fytotoxiciteit op basis van niet levende stoffen zoals plant-eigen wortelexudaten, hormonen of ander stoffen uitgesloten kan worden. Opmerkelijk is dat de grond zeer arm was en het is bekend dat een zeer lage EC kan leiden tot slecht groeiende en ziektegevoelige planten. Mogelijk is de terugloop in groei een gevolg van een combinatie van meerdere oorzaken zoals lage voedingstoestand, Cylindrocarpon destructans en Pratylenchus penetrans. ENGLISH When growing Viburnum opulus, it sometimes happens that growth slowly declines over the years. The crop does not seem sick, but the leaf is stiff and dark and the branch length and leaf size declines every year. In this study the cause of these symptoms was investigated. The fungus Cylindrocarpon destructans was found, but this fungus seems not to be the main cause. Furthermore, root lesion nematodes (Pratylenchus penetrans) were observed, but the numbers were too low to explain the symptoms. There were no root centipedes and insects found in the root system, and no phytoplasmas were observed in the crop. Viruses have clearer symptoms and are not obvious. Bioassays with soil of good and bad spots showed that there was no phytotoxicity based on non-living substances such as root exudates, hormones or other substances. It is noteworthy that the soil was very poor and it is known that a very low EC can lead to poor growing and susceptible plants. It is possible that the decline in growth is the result of a combination of several causes such as low nutritional status, Cylindrocarpon destructans and Pratylenchus penetrans .
Disaster exposure as a risk factor for mental health problems, eighteen months, four and ten years post-disaster -- a longitudinal study
Berg, B. van den; Wong, A. ; Velden, P.G. ; Boshuizen, H.C. ; Grievink, L. - \ 2012
BMC Psychiatry 12 (2012). - ISSN 1471-244X - 26 p.
posttraumatic-stress-disorder - symptoms - adults - metaanalysis - responses - services - impact - ptsd - bias
BackgroundDisaster experiences have been associated with higher prevalence rates of (mental) health problems. The objective of this study was to examine the independent relation between a series of single disaster experiences versus the independent predictive value of a accumulation of disaster experiences, i.e. a sum score of experiences and symptoms of distress and post-traumatic stress disorder (PTSD). Methods Survivors of a fireworks disaster participated in a longitudinal study and completed a questionnaire three weeks (wave 1), eighteen months (wave 2) and four years post-disaster (wave 3). Ten years post-disaster (wave 4) the respondents consisted of native Dutch survivors only. Main outcome measures were general distress and symptoms of PTSD. Results Degree of disaster exposure (sum score) and some disaster-related experiences (such as house destroyed, injured, confusion) were related to distress at waves 2 and 3. This relation was mediated by distress at an earlier point in time. None of the individual disaster-related experiences was independently related to symptoms of distress. The association between the degree of disaster exposure and symptoms of PTSD at waves 2 and 3 was still statistically significant after controlling for symptoms of distress and PTSD at earlier point in time. The variable ‘house destroyed’ was the only factor that was independently related to symptoms of PTSD at wave 2. Ten years after the disaster, disaster exposure was mediated by symptoms of PTSD at waves 2 and 3. Disaster exposure was not independently related to symptoms of PTSD ten years post-disaster. Conclusions Until 4 years after the disaster, degree of exposure (a sum score) was a risk factor for PTSD symptoms while none of the individual disaster experiences could be identified as an independent risk factor. Ten years post-disaster, disaster exposure was no longer an independent risk factor for symptoms of PTSD. Since symptoms of PTSD and distress at earlier waves perpetuate the symptoms at later waves, health care workers should aim their resources at those who still have symptoms after one and a half year post-disaster, to prevent health problems at medium and long-term.
Onderdrukking symptoomvorming PIAMV tijdens broei van lelies
Kock, M.J.D. de; Kok, B.J. ; Aanholt, J.T.M. van; Lans, A.M. van der; Lemmers, M.E.C. ; Slootweg, G. - \ 2012
Lisse : Praktijkonderzoek Plant en Omgeving BBF - 51
lilium - forceren van planten - plantenvirussen - symptomen - plantago asiatica mosaic virus - plantenziektebestrijding - cultuurmethoden - ziektepreventie - landbouwkundig onderzoek - forcing - plant viruses - symptoms - plant disease control - cultural methods - disease prevention - agricultural research
De leliesector is in het van voorjaar 2010 geconfronteerd met de aanwezigheid van een nieuw virus in lelie (Plantago asiatica mosaic virus, PlAMV). De omvang van de aanwezigheid van dit virus, en de schade die het virus voornamelijk tijdens de broeierij veroorzaakt, heeft de sector verrast. Een goede onderlinge samenwerking en communicatie tussen teelt, handel en broeierij, keuringsdienst, aangevuld met praktijkgericht onderzoek en toetswerkzaamheden heeft in een korte tijd veel informatie opgeleverd over de herkomst van het virus, de mogelijke verspreidingswijzen van het virus en details omtrent symptoomontwikkeling bij lelies. Op basis van beschikbare kennis wordt in de loop van 2011 door de Productgroep Lelie een plan van aanpak opgesteld om de besmettingsgraad van lelies met PlAMV in enkele jaren drastisch te verminderen. In dit project worden de volgende twee doelstellingen bestudeerd:Praktijkonderzoek naar teeltomstandigheden die effect hebben op symptoomvorming en onderzoek naar middelen waarmee virussymptomen kunnen worden onderdrukt.
Ziek en Zeer : Ornithogalum-mozaïkvirus oorzaak virusziekte in Eucomis
Vink, P. - \ 2012
BloembollenVisie 2012 (2012)251. - ISSN 1571-5558 - p. 23 - 23.
eucomis - bloembollen - virusziekten - potyvirus - symptomen - diagnostiek - ornithogalum-mozaïekvirus - ornamental bulbs - viral diseases - symptoms - diagnostics - ornithogalum mosaic virus
De laatste jaren zien we in de bollenteelt en broei van Eucomis een toename in problemen van verminderde groei en bloei en afwijkende bladsymptomen waardoor de sierwaarde ernstig wordt verstoord. De problemen werden in verband gebracht met een virusbesmetting, maar tot nu toe was echter niet bekend welk virus daarbij een rol speelde. Met PCR-technieken en toetsplantenonderzoek is nader onderzoek gedaan. In zieke planten kon steeds het Ornithogalum-mozaïekvirus worden aangetoond. Dit is de laatste aflevering van de serie Ziek en zeer.
Machinale detectie van geelziek in hyacint : toepassing van vision technieken om symptomen, veroorzaakt door Xanthomonas hyacinthi in hyacint op te sporen : consultancy project
Baltissen, A.H.M.C. ; Doorn, J. van; Polder, G. ; Roothans, J. ; Gelderblom, J. - \ 2012
Praktijkonderzoek Plant & Omgeving BBF - 35
hyacinthus - bloembollen - bacterieziekten - xanthomonas hyacinthi - detectie - monitoring - symptomen - aantasting - automatisering - ornamental bulbs - bacterial diseases - detection - symptoms - infestation - automation
Ziekzoeken (het door experts in het veld laten zoeken naar symptomen in het gewas) wordt toegepast bij verschillende (bol-) gewassen om vroegtijdig besmettingen op te sporen en door vernietiging in te perken. Dit betreft naast virus in tulp onder andere ook geelziek in hyacint. Dit is een makkelijk verspreidbare bacterieziekte, veroorzaakt door Xanthomonas hyacinthi. Geelziek geeft meestal duidelijke symptomen in hyacint: van spetters (eerste symptomen gedurende het groeiseizoen) tot aan zwartrand en vlaggers. Deze laatsten zijn symptomen, veroorzaakt door aantasting van de spruit door X. hyacinthi in de bol in het groeiseizoen ervoor: zogenaamde secundaire symptomen. Het ziekzoeken in hyacint vergt deskundigheid en personele inzet. Door de ontwikkeling van de ziekzoekkar in tulp is de mogelijkheid aanwezig om deze innovatie ook te gebruiken in hyacint. Bij goede resultaten met geelziek zijn er in de toekomst bijvoorbeeld misschien zelfs mogelijkheden om Erwinia-aantastingen op te sporen. De doelstelling van deze oriënterende studie is, om de mogelijkheden te verkennen voor de toepassing van machinale detectie, zoals ontwikkeld voor tulp, voor geelzieksymptomen in hyacint.
Bastschade laanbomen door zonnebrand
Sluis, B.J. van der; Hiemstra, J.A. - \ 2012
Lisse : Praktijkonderzoek Bloembollen, Boomkwekerij en Fruit - 49
straatbomen - schors, bomen - schade - zonnebrand (sunscald) - afwijkingen, planten - zonnestraling - scheuren - symptomen - beschermingsmateriaal - risicofactoren - proeven - street trees - bark - damage - sunscald - plant disorders - solar radiation - shakes - symptoms - guards - risk factors - trials
Naar aanleiding van grote problemen in 2006 met bastschade door zonnebrand bij laanbomen is in de periode 2008 – 2011 onderzoek gedaan om hiervoor een oplossing te vinden. Door PPO is een literatuurstudie uitgevoerd en zijn uiteenlopende beschikbare beschermmaterialen in een veldproef getest. In de veldproef is zoveel mogelijk rekening gehouden met omstandigheden die de kans op zonnebrand zouden kunnen bevorderen.
Check title to add to marked list
<< previous | next >>

Show 20 50 100 records per page

 
Please log in to use this service. Login as Wageningen University & Research user or guest user in upper right hand corner of this page.