Staff Publications

  • external user (warningwarning)
  • Log in as
  • language uk

Current refinement(s):

Records 1 - 20 / 371

  • help
  • print

    Print search results

  • export
    A maximum of 250 titles can be exported. Please, refine your queryYou can also select and export up to 30 titles via your marked list.
  • alert
    We will mail you new results for this query: keywords==tarwe
Check title to add to marked list
It depends: : effects of soil organic matter in aboveground-belowground interactions in agro-ecosystems
Gils, Stijn Herman van - \ 2017
University. Promotor(en): Wim van der Putten; David Kleijn. - Wageningen : Wageningen University - ISBN 9789463436526 - 176
soil organic matter - agroecosystems - aphidoidea - fertilizers - wheat - rape - crop yield - ecosystem services - nutrient availability - pest control - organic farming - organisch bodemmateriaal - agro-ecosystemen - kunstmeststoffen - tarwe - koolzaad - gewasopbrengst - ecosysteemdiensten - voedingsstoffenbeschikbaarheid - plagenbestrijding - biologische landbouw

Over the last decades agricultural production increased drastically due to the use of external inputs. However, the use of external inputs has high environmental costs and may negatively influence ecosystem processes such as pollination and pest control that underpin agricultural production. Soil organic matter has been proposed as a potential alternative to external inputs as it relates to multiple yield promoting ecosystem processes. The aim of my thesis is to assess whether and how soil organic matter content alters the effect of some ecosystem processes and external inputs on crop yield. I examined whether soil organic matter alters biomass of wheat and oilseed rape under fertilizer supply. Other biotic and abiotic factors that operate at different spatial and temporal scales are also included in some of these experiments. I found that under controlled conditions soil organic matter may reduce the positive effect of mineral fertilizer supply on crop biomass. The reduction changed with the presence or absence of a pathogenic root fungus, but not with drought stress. Moreover, soil organic matter enhances performance of aphids under controlled greenhouse conditions, but the enhancement was less than fertilizer supply. None of these controlled experiments, however, showed that soil organic matter can be an alternative to mineral fertilizer supply. Under field conditions soil organic matter did not strongly affect plant nutrient availability or performances of aphid and its natural enemies. The relation between soil organic matter and plant biomass in a greenhouse experiment did not change with organic management or the duration of it, neither did it change with pollinator visitation rate, an ecosystem process that is managed on the landscape scale. These results suggest that soil organic matter may relate to ecosystem services that influence crop yield, whereas these relations might not be significant under field conditions. Collectively, all these results suggest that the relation between soil organic matter content and ecosystem processes that benefit crop yield is highly context dependent. I propose future research may focus on (1) the quality of soil organic matter rather than the content per se and (2) the relation between soil organic matter content and crop yield under realistic conditions in a longer term.

Werken aan diversiteit in tarwe en groenten : voor meer variatie op het veld, in het winkelschap en op het bord
Nuijten, Edwin ; Lammerts van Bueren, Edith - \ 2016
Driebergen : Louis Bolk Instituut (Publicatie / Louis Bolk Instituut 2016-030 LbP) - 20
kwekers - biologische landbouw - rassen (planten) - tarwe - zaden - plantenveredeling - groenten - genetische diversiteit - diversiteit - biologische plantenveredeling - growers - organic farming - varieties - wheat - seeds - plant breeding - vegetables - genetic diversity - diversity - organic plant breeding
Van 2014 tot 2016 heeft het Louis Bolk Instituut onderzoek gedaan naar de mogelijkheden van een breder assortiment in gewassen voor de teler (op het veld) en voor de consument (op het bord). Aanleiding voor het onderzoek is dat het aantal rassen dat aangepast is aan biologische teeltomstandigheden (rassen die dus zonder gebruik van kunstmest en bestrijdingsmiddelen kunnen) beperkt is en blijft. Veel veredelingsbedrijven kunnen vanwege de ontwikkelingskosten geen aparte rassen ontwikkelen voor een kleine markt. Meestal worden rassen uit het bestaande (gangbare) assortiment geselecteerd voor biologische vermeerdering. Bovendien zijn biologische telers en handelaren meegegaan in de huidige eisen voor hoge opbrengst en uniforme eindproducten. Het aanbieden van zaadvaste rassen in plaats van bijvoorbeeld hybride rassen is daarmee commercieel niet meteen vanzelfsprekend. Divers en Dichtbij Van 2014 tot 2016 heeft het Louis Bolk Instituut onderzoek gedaan naar de mogelijkheden van een breder assortiment in gewassen voor de teler (op het veld) en voor de consument (op het bord). Dit onderzoek is samen met Estafette Odin BV en de biologische dynamische telers GAOS in Swifterbant, De Groenen Hof in Esbeek en de Maatschap Dames en Heren Vos in Kraggenburg uitgevoerd. Het doel van dit project Divers en Dichtbij was de diversiteit op het veld en op het bord te vergroten. Daarmee bedoelen we niet alleen meer verschillende rassen, maar vooral andere type rassen of populaties die zelf meer genetische variatie bezitten. Dat kan door te kiezen voor zaadvaste rassen bij groentegewassen en populaties bij granen. Tot nu toe is populatieveredeling alleen toegepast bij granen en nog niet of nauwelijks bij groentegewassen (zie voor definities Box 1 op pagina 7). Dit betekent ook een keuze voor andere manieren van veredelen en selecteren. Aanleiding voor het onderzoek is dat het aantal rassen dat aangepast is aan biologische teeltomstandigheden (rassen die dus zonder gebruik van kunstmest en bestrijdingsmiddelen kunnen) beperkt is en blijft. Veel veredelingsbedrijven kunnen vanwege de ontwikkelingskosten geen aparte rassen ontwikkelen voor een kleine markt. Meestal worden rassen uit het bestaande (gangbare) assortiment geselecteerd voor biologische vermeerdering. Bovendien zijn biologische telers en handelaren meegegaan in de huidige eisen voor hoge opbrengst en uniforme eindproducten. Het aanbieden van zaadvaste rassen in plaats van bijvoorbeeld hybride rassen is daarmee commercieel niet meteen vanzelfsprekend. En toch heeft ons brede speurwerk in dit project wel degelijk een aantal interessante zaadvaste rassen opgeleverd! Want gelukkig zijn er in Europa en Amerika diverse biologische veredelaars actief in het veredelen van zaadvaste rassen en populaties. De informatie in deze brochure is bedoeld voor telers en andere ketenpartijen om meer te leren over de mogelijkheden van zaadvaste rassen bij groenten en populaties bij tarwe.
WUR: opbrengst tarwe stijgt 10% per 10 jaar
Brink, Lubbert van den - \ 2016
tarwe - opbrengst
Productiviteit tarwerassen stijgt onverminderd verder
Brink, L. van den - \ 2016
maart 2016 : Wageningen UR
tarwe - rassen (planten)
Nergens ter wereld ligt de gemiddelde graanopbrengst per hectare zo hoog als in Nederland, namelijk ruim 10 ton per hectare. Door de introductie van nieuwe rassen stijgt de opbrengst iedere tien jaar met circa 8 tot 10 procent. Dit blijkt uit cijfers van het rassenonderzoek van Wageningen UR. Omgerekend naar een hectare wintertarwe betekent dit een opbrengstverhoging van 800 tot 1.000 kilogram. Veredelaars van nieuwe rassen leveren hiermee een grote prestatie. Daarbij is het volgens Wageningen UR-onderzoeker Lubbert van den Brink van belang om onafhankelijke rassenproeven uit te voeren. “Wij maken de genetische vooruitgang op een objectieve manier zichtbaar en helpen de akkerbouwer bij het kiezen van rassen die op zijn grondsoort de hoogste opbrengst en daarmee ook het hoogste saldo opleveren.”
De permanente groene revolutie van Swaminathan
Fresco, L.O. ; Rabbinge, R. - \ 2015
Vork 2 (2015)3. - ISSN 2352-2925 - p. 66 - 71.
green revolution - genetic engineering - human feeding - hunger - food supply - scientific research - scientists - society - fertilizers - pesticides - environmental impact - india - netherlands - potatoes - wheat - groene revolutie - genetische modificatie - humane voeding - honger - voedselvoorziening - wetenschappelijk onderzoek - wetenschappers - samenleving - kunstmeststoffen - pesticiden - milieueffect - nederland - aardappelen - tarwe
Het weekblad Time kwalificeerde hem als een van de twintig meest invloedrijke Aziaten van de twintigste eeuw: ‘The father of the Green Revolution used his skills in genetic engineering and his powers of persuasion to make famine an unfamiliar word in Asia’. Tegelijkertijd wees hij al vroeg op de gevaren van een te grote afhankelijkheid van kunstmest en bestrijdingsmiddelen en milieugevolgen daarvan. Dr. Monkombu Sambasivan Swaminathan is een fervent pleitbezorger van de Evergreen Revolution, de permanente groene revolutie. Op 7 augustus werd hij 90 jaar. Louise Fresco en Rudy Rabbinge schetsen zijn enorme betekenis voor wetenschap en samenleving.
Identification and functional characterization of putative (a)virulence factors in the fungal wheat pathogen Zymoseptoria tritici
Mirzadi Gohari, A. - \ 2015
University. Promotor(en): Pierre de Wit, co-promotor(en): Gert Kema; Rahim Mehrabi. - Wageningen : Wageningen University - ISBN 9789462575912 - 159
triticum aestivum - wheat - plant pathogenic fungi - mycosphaerella graminicola - virulence factors - genetic analysis - pathogenesis - bioinformatics - tarwe - plantenziekteverwekkende schimmels - virulente factoren - genetische analyse - pathogenese - bio-informatica

Zymoseptoria tritici (Desm.) Quaedvlieg & Crous (previously known as Mycosphaerella graminicola) is the causal agent of septoria tritici blotch (STB), which is a devastating foliar wheat disease worldwide. It is responsible for significant yield losses occurring annually in all major wheat-growing areas and threatens global food security. Z. tritici is a hemi-biotrophic fungal pathogen that, after stomatal penetration, establishes a stealthy biotrophic and symptomless relation with its host plant that is followed by a sudden switch to a necrotrophic growth phase coinciding with chlorosis that eventually develops in large necrotic blotches containing many pycnidia producing asexual splash-borne conidia. Under natural conditions - once competent mating partners are present and conditions are conducive- pseudothecia are formed producing airborne ascospores. Disease management of STB is primarily achieved through fungicide applications and growing commercial cultivars carrying Stb resistance genes. However, the efficacy of both strategies is limited as strains resistant to fungicides frequently develop and progressively dominate natural populations, which hampers disease management; also the deployed Stb genes are often overcome by existing or newly developed isolates of the fungus. Hence, there is a need for discovery research to better understand the molecular basis of the host-pathogen interaction that enables breeders to identify and deploy new Stb genes, which will eventually contribute to more sustainable disease control.

Chapter 1 introduces the subject of the thesis and describes various aspects of the lifestyle of Z. tritici with emphasis on dissecting the various stages and physiological processes during pathogenesis on wheat. In addition, it includes a short summary and discussion of the current understanding of the role of (a)virulence factors in the Z. tritici–wheat pathosystem.

Chapter 2 describes new gateway technology-driven molecular tools comprising 22 entry constructs facilitating rapid construction of binary vectors for functional analyses of fungal genes. The entry vectors for single, double or triple gene deletion mutants were developed using hygromycin, geneticin and nourseothricin resistance genes as selection markers. Furthermore, these entry vectors contain the genes encoding green fluorescent (GFP) or red fluorescent (RFP) protein in combination with the three selection markers, which enables simultaneous tagging of gene deletion mutants for microscopic analyses. The functionality of these entry vectors was validated in Z. tritici and described in Chapters 3, 4 and 5.

Chapter 3 describes the functional characterization of ZtWor1, the orthologue of Wor1 in the fungal human pathogen Candida albicans. ZtWor1 is up-regulated during initiation of colonization and fructification, and regulates expression of candidate effector genes, including one that was discovered after comparative proteome analysis of Z. tritici wild-type and ΔZtWor1 strains. Cell fusion and anastomosis occurred frequently in ΔZtWor1 strains, which is reminiscent of mutants of MgGpb1, the β-subunit of the heterotrimeric G protein. Comparative expression profiling of ΔZtWor1, ΔMgGpb1 and ΔMgTpk2 (the catalytic subunit of protein kinase A) strains, suggests that ZtWor1 is downstream of the cyclic adenosine monophosphate (cAMP) pathway that is crucial for pathogenicity of many fungal plant pathogens.

Chapter 4 describes combined bioinformatics and expression profiling studies during pathogenesis in order to discover candidate effectors of  Z. tritici important for virulence. In addition, a genetic approach was followed to map quantitative trait loci (QTLs) in Z. tritici carrying putative effectors. Functional analysis of two top effector candidates, small-secreted proteins SSP15 and SSP18, which were selected based on their expression profile in planta, showed that they are dispensable for virulence of Z. tritici. These analyses suggest that generally adopted criteria for effector discovery, such as protein size, number of cysteine residues and up-regulated expression during pathogenesis, should be taken with caution and cannot be applied to every pathosystem, as they likely represent only a subset of effector genes.

Chapter 5 describes the functional characterization of ZtCpx1 and ZtCpx2 encoding a secreted and a cytoplasmic catalase-peroxidase (CP) in Z. tritici, respectively. Gene replacement of ZtCpx1 resulted in mutant strains that were sensitive to exogenously added H2O2 and in planta phenotyping showed they are significantly less virulent compared to wild-type. All mutant phenotypes could be restored to wild-type by complementation with the wild-type allele of ZtCpx1 driven by its native promoter. Additionally, functional analysis of ZtCpx2 confirmed that this gene encodes a secreted CP and is, however, dispensable for virulence of Z. tritici on wheat. However, we showed that both genes act synergistically, as the generated double knock-out strain showed a significantly stronger reduction in virulence than the individual single knock-out strains. Hence, both genes are required by Z. tritici for successful infection and colonization of wheat.

In Chapter 6 I discuss and summarize the genetic approaches used in this study, reflect on the major findings and bottlenecks encountered, and propose new strategies to identify effectors of Z. tritici in the future.

T0-bespuiting op de kaart door gele roest
Timmer, R.D. - \ 2015
Akker magazine 11 (2015)3. - ISSN 1875-9688 - p. 12 - 13.
akkerbouw - graangewassen - tarwe - gewasbescherming - plantenziekteverwekkende schimmels - puccinia striiformis - chemische bestrijding - rassenkeuze (gewassen) - septoria - arable farming - grain crops - wheat - plant protection - plant pathogenic fungi - chemical control - choice of varieties
Afgelopen seizoen hield een nieuwe, agressieve gele-roestvariant (Puccinia striiformis) flink huis in de tarwe. Veel telers zagen de bui al hangen en kozen voor een extra fungicidebespuiting op T0. Na weer een zachte winter rijst de vraag: wordt zo’n vroege ziektebestrijding een gangbare aanpak?
Kwantificering van volumes en prijzen van biobased en fossiele producten in Nederland : de waardepiramide en cascadering in de biobased economy
Bos, H.L. ; Oever, M.J.A. van den; Meesters, K.P.H. - \ 2014
Wageningen : Wageningen UR - Food & Biobased Research (Rapport / Wageningen UR Food & Biobased Research nr. 1493) - 39
biobased economy - waardetheorie - waardeketenanalyse - duurzaamheid (sustainability) - bioraffinage - tarwe - agro-industriële ketens - biomassa - biomassa cascadering - nederland - value theory - value chain analysis - sustainability - biorefinery - wheat - agro-industrial chains - biomass - biomass cascading - netherlands
In de overheidsvisie op de biobased economy ‘de keten sluiten’ uit 2007 is de waardepiramide geïntroduceerd als een model voor de verdere ontwikkeling van technologie. In de afgelopen jaren is de piramide steeds meer wijdverbreid geraakt en gebruikt als aanzet voor debat. Hierbij is de waardepiramide en de daaraan gekoppelde cascadering in de discussies over biobased economy ook betrokken op duurzaamheid en de sociaal ethische aspecten van inzet van biomassa. De vraag die centraal staat in dit onderzoek is om een benadering te geven van het volume en de waarde per eenheid van de grondstoffen en producten die zich in de verschillende trappen van de piramide bevinden, en daarbij tevens grondstoffen en producten uit biomassa, waar relevant, te vergelijken met grondstoffen en producten uit fossiele bronnen. In dit onderzoek is teruggegaan naar de kern van de waardepiramide en wordt de waardepiramide kwantitatief onderbouwd vanuit een economisch perspectief.
Meerjarig graan; Mogelijkheden van meerjarige graanachtigen voor erosiebestrijding
Wander, J.G.N. ; Crijns, S. ; Duijzer, F. ; Emmens, E. ; Russchen, H.J. ; Meuffels, G.J.H.M. - \ 2014
Dronten : DLV Plant - 38
akkerbouw - graansoorten - thinopyrum - duurzaam bodemgebruik - teeltsystemen - bodemvruchtbaarheid - bemesting - watererosie - winderosie - meerjarige teelt - rassen (planten) - tarwe - nederland - zuid-limburg - veenkolonien - arable farming - cereals - sustainable land use - cropping systems - soil fertility - fertilizer application - water erosion - wind erosion - perennial cropping - varieties - wheat - netherlands
Meerjarige granen, waaronder Thinopyrum intermedium, wortelen dieper en intensiever en houden daardoor bodem, voedingsstoffen en water goed vast. Voor Nederlandse omstandigheden zou de teelt van dergelijke gewassen dan ook kunnen zorgen voor minder water en/of winderosie, minder milieubelasting (minder uitspoeling) en zuiniger gebruik van inputs.
Economic and environmental analysis of energy efficiency measures in agriculture, Case Studies and trade offs
Visser, C.L.M. de; Voort, M.P.J. van der; Stanghellini, C. ; Ellen, H.H. ; Klop, A. ; Wemmenhove, H. - \ 2013
agrEE - 157
landbouw - landbouw en milieu - energie - energiegebruik - efficiëntie - akkerbouw - gewasproductie - tarwe - aardappelen - katoen - rotaties - bedrijfssystemen - melkveehouderijsystemen - melkveehouderij - rundvleesproductie - pluimveehouderij - vleeskuikens - varkenshouderij - europa - glastuinbouw - agriculture - agriculture and environment - energy - energy consumption - efficiency - arable farming - crop production - wheat - potatoes - cotton - rotations - farming systems - dairy farming systems - dairy farming - beef production - poultry farming - broilers - pig farming - europe - greenhouse horticulture
This report illustrates case studies with an in-depth analysis of the interactions of energy efficiency measures with farm economics and the environmental impact (GHG) of the measures across Europe. The analyses followed a common methodology considering the farm gate as the system boundary. Therefore, considerable energy use in the post-processing of agricultural products were only taken into account, when they can be assumed to be realized on the farm. The analyses of the energy use, economic and environmental effects follow an LCA approach taking into account all costs of the production, including those for machines according to the concept of “useful life” of the machines used. The environmental effects of energy saving were illustrated with the greenhouse gas emission effect of the energy efficiency measures. The case studies are only a selection of specific energy saving measures across Europe and therefore cannot be regarded as representative for all Europe. Nevertheless, they will help to understand constraints and opportunities for increased energy efficiency in agriculture, which can be used to translate to an agenda of practical action or applied research. The findings are valid sometimes only in the specific regional settings, sometimes they are of general validity.
Uncertainty in simulating wheat yields under climate change : Letter
Asseng, S. ; Ewert, F. ; Rosenzweig, C. ; Jones, J.W. ; Supit, I. - \ 2013
Nature Climate Change 3 (2013)9. - ISSN 1758-678X - p. 827 - 832.
tarwe - gewasproductie - klimaatverandering - gewasgroeimodellen - wheat - crop production - climatic change - crop growth models - models - food - co2 - temperature - projections - adaptation - scenarios - ensemble - impacts
Projections of climate change impacts on crop yields are inherently uncertain1. Uncertainty is often quantified when projecting future greenhouse gas emissions and their influence on climate2. However, multi-model uncertainty analysis of crop responses to climate change is rare because systematic and objective comparisons among process-based crop simulation models1, 3 are difficult4. Here we present the largest standardized model intercomparison for climate change impacts so far. We found that individual crop models are able to simulate measured wheat grain yields accurately under a range of environments, particularly if the input information is sufficient. However, simulated climate change impacts vary across models owing to differences in model structures and parameter values. A greater proportion of the uncertainty in climate change impact projections was due to variations among crop models than to variations among downscaled general circulation models. Uncertainties in simulated impacts increased with CO2 concentrations and associated warming. These impact uncertainties can be reduced by improving temperature and CO2 relationships in models and better quantified through use of multi-model ensembles. Less uncertainty in describing how climate change may affect agricultural productivity will aid adaptation strategy development andpolicymaking.
A regional implementation of WOFOST for calculating yield gaps of winter wheat across the European Union
Boogaard, H. ; Wolf, J. ; Supit, I. ; Niemeyer, S. ; Ittersum, M.K. van - \ 2013
Field Crops Research 143 (2013). - ISSN 0378-4290 - p. 130 - 142.
tarwe - gewasproductie - akkerbouw - groeimodellen - klimaatverandering - wheat - crop production - arable farming - growth models - climatic change - crop growth simulation - fertilizer application - global radiation - models - land - opportunities - agriculture - tropics - system
Wheat is Europe’s dominant crop in terms of land use in the European Union (EU25). Most of this wheat area is sown in autumn, i.e., winter wheat in all EU25 countries, apart from southern Italy, southern Spain and most of Portugal, where spring wheat varieties are sown in late autumn. We evaluated the strengths and limitations of a regional implementation of the crop growth model WOFOST implemented in the Crop Growth Monitoring System (CGMS) for calculating yield gaps of autumn-sown wheat across the EU25. Normally, CGMS is used to assess growing conditions and to calculate timely and quantitative yield forecasts for the main crops in Europe. Plausibility of growth simulations by CGMS in terms of leaf area, total biomass and harvest index were evaluated and simulated yields were compared with those from other global studies. This study shows that water-limited autumn-sown wheat yields, being the most relevant benchmark for the largely rain fed wheat cultivation in Europe, are plausible for most parts of the EU25 and can be used to calculate yield gaps with some precision. In parts of southern Europe unrealistic simulated harvest index, maximum leaf area index and biomass values were found which are mainly caused by wrong values of phenology related crop parameters. Furthermore CGMS slightly underestimates potential and water-limited yields, which calls for a calibration using new field experiments with recent cultivars. Estimated yield gap is between 2 and 4 t ha-1 in main parts of the EU25, is smaller north-western Europe and highest in Portugal.
Productie van fosfaatarme veevoedergrondstoffen : technische en economische evaluatie van zure extractie van fosfaat uit tarwegries
Bon, J.J.C.F. van; Meesters, K.P.H. ; Krimpen, M.M. van - \ 2012
Wageningen : FBR (Rapport / Wageningen UR Food & Biobased Research 1291) - 45
diervoeding - diervoedering - tarwe - fosfaat - veevoeder - voedergewassen - veehouderij - animal nutrition - animal feeding - wheat - phosphate - fodder - fodder crops - livestock farming
De uitstoot van fosfaat door de Nederlandse veehouderij veroorzaakt milieuproblemen zoals overdadige algengroei in oppervlaktewater. De Europese Unie heeft richtlijnen opgesteld om deze problematiek terug te dringen. Om te voldoen aan deze richtlijn zal de uitstoot van fosfaat in Nederland aanzienlijk verlaagd moeten worden. Het ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie wil weten of deze verlaging bereikt kan worden via het voerspoor (door verlaging van het fosfaatgehalte van veevoedergrondstoffen). Met deze kennis kunnen ze de juiste beleidsmatregelen opstellen om te voldoen aan de fosfaatrichtlijn met minimale financiële schade voor de veehouderijsector.
PlantyOrganic - Onderzoeksverslag 2012: Onderzoek naar het innovatieve landbousysteem dat zichzelf voorziet van (plantaardige) stikstof en daarmee 100% zelfvoorzienend is
Burgt, G.J.H.M. van der; Werkman, D. ; Bus, M. - \ 2012
Biowad - 35 p.
akkerbouw - groenteteelt - veldgewassen - biologische landbouw - groenbemesters - bemesting - agrarische bedrijfsvoering - duurzaamheid (sustainability) - veldproeven - stikstofgehalte - stikstofkringloop - aardappelen - grasklaver - penen - bloemkolen - tarwe - arable farming - vegetable growing - field crops - organic farming - green manures - fertilizer application - farm management - sustainability - field tests - nitrogen content - nitrogen cycle - potatoes - grass-clover swards - carrots - cauliflowers - wheat
Onderzoek naar het innovatieve landbouwsysteem dat zichzelf voorziet van (plantaardige) stikstof en daarmee 100% zelfvoorzienend is. In dit rapport worden alle projectactiviteiten in 2012 beschreven en komen de eerste resultaten aan de orde. Aangezien het een meerjarig project is – er wordt verwacht ten minste een volledige rotatie van zes jaar te kunnen onderzoeken – en in dit eerste jaar de meeste gewassen nog niet de voorvrucht hadden die ze in het ontwerp hebben, zijn de resultaten nog bescheiden.
Ziektebestrijding wintertarwe Noord Holland Onderzoek 2006-2012
Timmer, R.D. - \ 2012
Lelystad : Praktijkonderzoek Plant & Omgeving, Business Unit AGV
plantenziektebestrijding - fungiciden - wintertarwe - tarwe - akkerbouw - mycosphaerella graminicola - kosten-batenanalyse - gevoeligheid van variëteiten - rassen (planten) - gewasbescherming - plant disease control - fungicides - winter wheat - wheat - arable farming - cost benefit analysis - varietal susceptibility - varieties - plant protection
In de periode 2006 -2012 is er door het Praktijkonderzoek Plant & Omgeving in Lelystad (PPO-AGV) in opdracht van de Stichting prof.dr. J.M. van Bemmelenhoeve onderzoek uitgevoerd naar de optimale ziektebestrijdingsstrategie bij wintertarwe. Daarnaast werd in enkele jaren ook aandacht besteed aan andere actuele zaken bij tarwe zoals een optimale N-bemesting, voor- en nadelen van precisiezaaien en de toepassing van verschillende groeiregulatoren. Aanvankelijk werden de proeven in Lelystad uitgevoerd en werd er in het seizoen een toelichting gegeven aan belangstellende telers die vanuit Noord Holland naar Lelystad kwamen. Om meer telers in de gelegenheid te stellen de proeven te zien en er uitleg bij te krijgen zijn vanaf 2008 de proeven naar Noord Holland verhuisd. Dit rapport geeft de belangrijkste resultaten weer van de tarweproeven en rassendemo’s die in de onderzoeksperiode zijn uitgevoerd.
Rassenonderzoek en vooruitgang door rassen bij wintertarwe
Brink, L. van den - \ 2012
Kennisakker.nl 2012 (2012)9 mei.
rassenproeven - rassen (planten) - wintertarwe - tarwe - rassenlijsten - oogsttoename - gewasopbrengst - variety trials - varieties - winter wheat - wheat - descriptive list of varieties - yield increases - crop yield
In dit artikel wordt het wintertarwerassenonderzoek ('cultuur- en gebruikswaardeonderzoek') in Nederland beschreven. Uit berekeningen blijkt dat het veredelingswerk op de kweekbedrijven nog steeds een grote bijdrage levert aan de productiviteitsstijging van de wintertarweteelt in Nederland. De introductie van nieuwe rassen levert de praktijk elk jaar een opbrengstverhoging op van gemiddeld 0,8% oftewel € 1,7 miljoen.
Mesttoediening in het voorjaar in wintertarwe : effecten op grond en gewas
Huijsmans, J.F.M. ; Vermeulen, G.D. ; Dekker, P.H.M. ; Verwijs, B.R. - \ 2012
Wageningen : Plant Research International (Rapport / Plant Research International 443) - 58
bemesting - toedieningswijzen - lente - wintertarwe - tarwe - zware kleigronden - veldproeven - oogstschade - bodemstructuur - akkerbouw - fertilizer application - application methods - spring - winter wheat - wheat - clay soils - field tests - crop damage - soil structure - arable farming
Voorjaarstoediening wordt gezien als een mogelijkheid voor betere benutting van de stikstof uit mest. Op kleibouwland was nog slechts beperkt geëxperimenteerd met methoden voor mesttoediening in het voorjaar. Behoefte was er aan goede methoden voor voorjaarsmesttoediening in wintertarwe, waarbij gewas- en bodemschade zoveel mogelijk voorkomen worden en voldaan wordt aan eisen om de ammoniakemissie te beperken. Voor de ondersteuning van het beleid en voor implementatie van emissiearme voorjaarstoediening op kleibouwland in de praktijk was inzicht nodig in de praktische mogelijkheden van emissiearme mesttoediening in wintertarwe op kleibouwland. Hiertoe werden veldproeven uitgevoerd die specifiek tot doel hadden om de effecten van toepassing van verschillende huidige toedieningstechnieken in wintertarwe op bodem en gewas na te gaan.
Validatie toepassingen SensiSpray in aardappelen en wintertarwe in 2011 : variabel doseren van enkele fungiciden, een vloeibare N-meststof, een groeiregulator en een loofdoodmiddel
Blok, P.M. ; Kempenaar, C. - \ 2011
Wageningen : Plant Research International, Business Unit Agrosysteemkunde (Nota / Plant Research International 667b) - 45
akkerbouw - aardappelen - veldgewassen - precisielandbouw - teeltsystemen - tarwe - wintertarwe - gewasbescherming - chemische bestrijding - fungiciden - herbiciden - bemesting - kunstmeststoffen - ontbladeringsmiddelen - groeiregulatoren - dosering - milieueffect - arable farming - potatoes - field crops - precision agriculture - cropping systems - wheat - winter wheat - plant protection - chemical control - fungicides - herbicides - fertilizer application - fertilizers - defoliants - growth regulators - dosage - environmental impact
De wetenschappelijke basis onder variabel doseren van gewasbeschermingsmiddelen en meststoffen op basis van variatie in biomassa is verder verbreed en versterkt. Vooral de toepassingen bij ziektebestrijding en groeiregulatie zijn verder onderbouwd. Zij gaven ca. 25 % reductie in middelverbruik. Van loofdoding was al aangetoond dat dit goed werkte. Besparingen in middelverbruik van tientallen procenten zijn dus mogelijk met behoud van een goede opbrengst.
UV-C licht tegen slakken op open grond
Lamers, J.G. ; Rozen, K. van; Gruppen, R. - \ 2011
Lelystad : Kennisakker
naaktslakken - ultraviolette straling - slakkenbestrijding - akkerbouw - wintertarwe - veldproeven - gewasbescherming - plagenbestrijding - tarwe - slugs - ultraviolet radiation - mollusc control - arable farming - winter wheat - field tests - plant protection - pest control - wheat
Het effect van UVC-behandelingen op slakken is onderzocht, toegepast in proefveldverband bij het gewas wintertarwe en uitgevoerd in het najaar van 2010.
Bestrijding van naaktslakken met UVC-licht
Rozen, K. van; Gruppen, R. ; Lamers, J.G. - \ 2011
Lelystad : PPO - 22
naaktslakken - slakkenbestrijding - ultraviolette straling - akkerbouw - wintertarwe - veldproeven - plagenbestrijding - gewasbescherming - tarwe - slugs - mollusc control - ultraviolet radiation - arable farming - winter wheat - field tests - pest control - plant protection - wheat
In dit rapport wordt het effect van UVC-behandelingen op slakken onderzocht, toegepast in proefveldverband bij het gewas wintertarwe en uitgevoerd in het najaar van 2010.
Check title to add to marked list
<< previous | next >>

Show 20 50 100 records per page

 
Please log in to use this service. Login as Wageningen University & Research user or guest user in upper right hand corner of this page.